Categorie: letterkunde

Het regionale als rechtvaardiging voor afwijking van de norm

Door Henk Wolf

“Maar hun is Brabants. In het Nederlands zeggen we: zij.”

Zomaar een zinnetje van het internet, waarop het gebruik van hun als grammaticaal onderwerp wordt geclaimd voor een bepaalde regionale variëteit.

Juist is het niet wat de internetter schrijft: hun wordt vermoedelijk een dikke eeuw lang als onderwerp gebruikt en het heeft zich in Nederland overal gevestigd, of dat nou in het Standaardnederlands (in de zin van Democratisch Algemeen Nederlands, zie hier) is of in dialecten, regiolecten en regionaal gekleurde vormen van het Nederlands. Overal functioneert het vrolijk naast of in plaats van de oorspronkelijke benadrukte onderwerpsvormen van het persoonlijk voornaamwoord voor de derde persoon meervoud (zij, zie, hja, …).

Lees verder >>

Nieuwe podcast: Quarantaine, Cultuur en Corona

Door Marit Tijhuis en Roy Vlieland

Een aantal weken geleden zijn wij, twee studenten Nederlands in Leiden, begonnen met de podcast Quarantaine, Cultuur en Corona. Op afstand, wel 300 kilometer van elkaar vandaan, met verschillende opnameapparaten en soms wat vertraging op de lijn. Maar dat weerhield ons er niet van om lekker te gaan kletsen. Nadat we verschillende tunes hadden verzameld om ons gepraat muzikaal te omlijsten, zijn we begonnen. In onze podcast bespreken we teksten die ons zijn opgevallen en laten we ook iedere keer een student aan het woord in de ‘Corona Column’. Daarin laten we horen hoe het anderen in quarantaine vergaat.

Inmiddels zijn we al zeven afleveringen verder, en we zouden graag een aantal highlights uitlichten.

Lees verder >>

Vermakelijk bio- en bibliografisch toetsenbord: zoeken op internet

Door Roland de Bonth

In december 2017 won Schrijverskabinet.nl de Gerrit Komrij-prijs, omdat die website er dat jaar het best in geslaagd was de oudere letterkunde onder de aandacht van een groter publiek te brengen. Het Schrijverskabinet is ingericht rondom een achttiende-eeuwse verzameling auteursportretten: het Panpoëticon Batavûm. Van een groot aantal dichters en dichteressen van wie ooit een portret deel heeft uitgemaakt van die collectie, is op Schrijverskabinet inmiddels een beknopte biografie opgenomen in de rubriek ‘Uit de kast’. Toch zijn er nog tal van auteurs die wachten op een artikel. Hier kun je zien wie dat zijn.

Lees verder >>

‘Garrilus dinke mi wele bedieden someghe menistrele’

Jacob van Maerlant en Chrétien li gois

Afbeelding 1 : Parijs, Bibliothèque de l’Arsenal, MS 5069, f. 91 r.

Door Dirk Schoenaers

Rond 1317-1328 droeg een anonieme dichter een Franstalige bewerking van Ovidius’ Metamorfosen op aan Johanna van Bourgondië, koningin van Frankrijk. De auteur liet uitschijnen dat hij in deze Ovide moralisé een oudere Franse vertaling van het Philomenaverhaal had verwerkt. Op het einde van die me too-geschiedenis avant-la-lettre  veranderden Philomena, haar zus Procne en aanrander  Tereus, de koning van Thracië in een nachtegaal, een zwaluw en een hop. 

Lees verder >>

Koester de vertalers

Door Marc van Oostendorp

‘Als een uitgever een boek als een “typisch Nederlandse roman” promoot, maar de Italianen hebben geen flauw idee van wat “typisch Nederlands” is, gebruikt die een verkeerde marketingstrategie’, zegt een Italiaanse vertaler van Nederlandse literatuur in een artikel van Paola Gentile in het nieuwe nummer van Internationale neerlandistiek.

Je zou zeggen dat de Italianen inmiddels dankzij minister Hoekstra wél een beeld hebben van wat typisch Nederlands is, maar of dat veel extra exemplaren van de romans van Arnon Grunberg over de toonbank doet gaan, kun je je afvragen.

Lees verder >>

Als poedersneeuw ligt poëzie

De dichter Anton van Wilderode

Door Peter J.I. Flaton 

Wil zij het epitheton ‘modern’ verdienen, dan ‘moet’ de lyriek, aldus Hugo Friedrichs Struktur der modernen Lyrik,  minstens aan deze maatstaven voldoen: “(neutraler) Innerlichkeit statt Gemüt, Phantasie statt Wirklichkeit, Welttrümmer statt Welteinheit, Vermischung des Heterogenen, Chaos, Faszination durch Dunkelheit und Sprachmagie, aber auch ein in Analogie zur Mathematik gesetztes kühles Operieren, das Vetrautes entfremdet”. 

Me dunkt dat de poëzie van Lucebert een goed voorbeeld is van het eerste deel van de opsomming (dat er maar weinig analyses en  interpretaties van zijn poëzie bestaan, is m.i. geen toeval), terwijl die van Kouwenaar in haar uitgebeend minimum een specimen van onaangedane woordschikking is met inderdaad vervreemding als resultaat. 

Lees verder >>

Workshop: Instapoetry (o.l.v. Kila van der Starre)

Gisteren gaf Kila van der Starre (Universiteit Utrecht) online een workshop over Instapoetry. Het college kan nu ook worden teruggezien. Wat kenmerkt Instapoëzie precies? Hoe kun je die aspecten verwerken in je eigen teksten? En waarom zijn gedichten op Instagram zo populair? Literatuurwetenschapper Kila van der Starre leidt ons door de wonderlijke wereld van Instapoetry – de nieuwste poëzietrend 📱✨

(Bekijk deze video op YouTube)

Fraeye historie (ende al waer?)

Door Jos Joosten

In In het schuim van grauwe wolken, het eerste deel van zijn tweedelige biografie over Cola Debrot, besteedt J.J. Oversteegen (uiteraard) ook enige pagina’s aan Debrots periode in Nijmegen. In juli 1916 arriveerde de veertienjarige Debrot vanuit Curaçao in de stad, waar hij vijf jaar zou blijven wonen. Hij gaat er naar de HBS, een korte tijd naar het Canisius College en doet dan, na zelfstudie, staatsexamen.

Lees verder >>

Door het mysterie geraakt: Het uur u als epifanie

Door Peter J.I. Flaton 

Aan het slot van Stephen Hero, James Joyces autobiografische roman,  verwoordt de protagonist zijn poëtica: ‘to record (….) epiphanies with extreme care’ als de ‘the most delicate and evanescent of moments’ en  hij noemt zo’n ogenblik ‘a sudden spiritual manifestation, whether in the vulgarity of speech or of gesture or in a memorable phase of the mind itself’. Van zulke epifanieë zijn de verhalen in Dubliners illustraties en ook in Ulysses zijn ze aanwijsbaar. 

Lees verder >>

Objectief gezien wint Manon Uphoff de Librisprijs

Dagboek van een amateur-programmeur

Door Marc van Oostendorp

De jury van de Libris Literatuurprijs is dit jaar erg antikwantitatief. “Er bestaan”, schrijft zij in haar juryrapport, “geen objectieve criteria om de kwaliteit van een roman te bepalen.” In plaats daarvan kan men volgens deze jury slechts lezen.

Dat vraagt natuurlijk om flink meten.

Lees verder >>

De Waterman en zijn waterkennis.

Door Elsa Loosjes

In de vakliteratuur over van Arthur van Schendels Waterman is tot nu toe vooral aandacht besteed aan de worsteling van de hoofdpersoon met (de duiding van) de godsdienst ten aanzien van het zondebesef, in overeenstemming met de opvatting van bepaalde streng gelovigen die bijvoorbeeld overstromingen als goddelijke straf ervoeren, in plaats van gevolg van verwaarlozing van de dijken. 

Lees verder >>

Ook de literaire wereld heeft volop te maken met de gevolgen van de coronacrisis

Letterkundig onderzoek toont aan: Schrijven was altijd al schnabbelen

(Persbericht Universiteit Utrecht, Radboud Universiteit, Tilburg University, Universiteit van Amsterdam en  Universiteit Antwerpen)

Veel kunstenaars en mensen die in de kunstensector werken, dreigen in de problemen te komen nu voorstellingen en festivals zijn afgelast. Voor schrijvers, zou je kunnen denken, speelt dat minder. Ze kunnen immers verder schrijven aan hun boeken, en boeken kunnen verkocht worden. Uit recent letterkundig onderzoek van de Universiteit Utrecht, de Radboud Universiteit, Tilburg University, de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Antwerpen blijkt echter dat schrijvers door de eeuwen heen altijd verschillende klussen met elkaar hebben moeten combineren: zij kunnen niet alleen van het schrijverschap leven. Hoogleraar Mecenaatstudies Helleke van den Braber: “Schrijvers leven zelden alleen van de boeken die ze publiceren, maar moeten het juist ook hebben van voordrachten, optredens op scholen en workshops. Zo heeft ook de literaire wereld volop te maken met de gevolgen van de coronacrisis.”

Lees verder >>

Extreme sonnetten: Paul Claes – alba

alba 

Een schijn 
een schicht 
wellicht 
een sein   

een lijn 
van licht 
door ’t dicht 
gordijn  

 op ’t licht 
velijn 
van mijn   

gezicht 
zo dicht 
bij ’t zijn.

(Paul Claes, Rebis)

Poëzie is geconcentreerde taal, maar soms kan taal zo geconcentreerd zijn dat ze niet langer gewaardeerd wordt als poëzie – hooguit als taalacrobatiek. Maar zoals het grensgebied zacht en lieflijk glooit tussen poëzie en de niet-geconcentreerde taal die we proza noemen, zo merk je ook eigenlijk niet als je vanuit het Opperlands ineens beland bent in de poëzie.

Lees verder >>

Het leven een leescursus

De Multatulileescursus (slot)

Door Marc van Oostendorp

Literatuur is een gesprek. Wie een boek leest, kan dat boek niet alleen maar consumeren, je moet er van alles van jezelf in stoppen. Gevoelens. Beelden. Begrip. Ervaring. Zonder dat alles blijven de letters zwart. Een boek lezen, een boek écht lezen, betekent altijd praten met iemand anders. Een goed boek lezen betekent bovendien dat je nooit bent uitgepraat.

Lees verder >>

In God we trust

Wonen in gedichten (8)

Door Judit Gera
Dit gedicht is geschikt voor gevorderde studenten
en hoort bij de categorie Grabbelton,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros. (buiten het taalgebied. Vandaag: ‘Leefwijze’, van Ester Naomi Perquin (1980).

Lees verder >>

Gheen graefschap boven Vlaenderen

Vlaemsche en Walsche spreekwoorden en spreuken van Goedthals

Door Marti Roos

In 1568 verschijnt bij de bekende drukker Plantijn in Antwerpen Les proverbes anciens flamengs et françois, een tweetalig, Nederlands-Frans spreekwoordenboek van de hand van François Goedthals, rechtsgeleerde en ingezetene van Gent. In hun inleidingen vermelden de uitgever en de samensteller uitdrukkelijk dat zij geen vertalingen over en weer aanbieden, maar traditioneel bekende spreuken in de respectievelijke talen, waarbij Nederlandse en Franse spreuken met een soortgelijke strekking bij elkaar zijn geplaatst. De doelgroep is duidelijk een tweetalig geschoold publiek dat juist het taaleigen van elke taal zou weten te waarderen. Het recreatieve element voert de boventoon, zoals verwoord in het Latijnstalige gedichtje van Microbius Philopotes (Kortlevende Drankliefhebber) aan het einde van het boek.

Het is niet bedoeld als naslagwerk, en dat verklaart ook dat het geen alfabetische volgorde heeft, en feitelijk ook geen thematische, al opent het boek enigszins obligaat met een spreuk over god, en staan er soms een aantal spreuken met hetzelfde thema bij elkaar.

Lees verder >>

Hallelu-jah en Hurrahing: Gezelle en Hopkins naast elkaar

British Jesuit and poet Gerard Manley Hopkins (1844 – 1889). (Photo by Hulton Archive/Getty Images)

Door Peter J.I. Flaton 

In zijn kantteking bij mijn artikel Gezelle en Hopkins: twee zielsverwante dichters vroeg C.W. Schoneveld zich af, of Gezelle Hopkins’ poëzie gekend heeft of dat hier louter sprake is van toeval. 

Mijn antwoord luidde, dat Christine D’haen er rekening mee hield, dat Gezelle inderdaad gedichten van hem onder ogen zou kunnen hebben  gehad en uit deze vvtt blijkt al dat zij een ruime hypothetische slag om de arm hield. 

Lees verder >>

Twee uur: de klokken antwoordden elkaar, een waarzeggende droom

Door Peter J.I. Flaton 

Binnen het  oeuvre van Ida Gerhardt valt Twee uur: de klokken antwoordden elkaar op vanwege de 154 regels en de strekking. Die lengte hangt samen met het soort gedicht: i.p.v. lyrisch is het episch-didactisch (aldus Jan van der Vegt in “Ida Gerhardt, poëzie als geweten”, Ons Erfdeel, 15, pp. 103-105). Vooral daarom treft het: niet episch-lyrisch als Nijhoffs Het uur u is Twee uur (…) moralistisch en dat ‘hoort’ niet in de moderne letteren. Kees Fens noemde haar poëzie dan ook ‘anachronistisch’ (in Ons Erfdeel, 14e jaargang, nr. 1), haar zo het epitheton ‘modern’ ontzeggend.

Lees verder >>

Rijm in de Reynaert

Door Marc van Oostendorp

Aan het begin van zijn vertaling van Reynaert de Vos geeft Ard Posthuma meteen zijn visitekaartje af ‘Willem, die Madocke schreef, / en er lang voor wakker bleef / hem zat dwars dat er op heden / van Reynaerts wederwaardigheden / in onze taal geen boek bestond’. Zijn taal is een tikkeltje archaïsch (‘op heden’ / ‘wederwaardigheden’), maar zonder dat het stoort, en soepel genoeg om in een middag door te lezen.

Oorspronkelijk verscheen de vertaling in 2008; de Groningse uitgever Kleine Uil heeft hem nu opnieuw uitgegeven, voor zover ik kan nagaan ongewijzigd, en met ook bijvoorbeeld een ongewijzigd voorwoord. In dat voorwoord zet Posthuma zeg af tegen de hertaling van Ernst van Alphen, die rijmen gebruikte als ‘slagzwaard’ / ‘gedagvaard’, ‘schandstuk’ / tand stuk’ of ‘bloot stond’ / ‘schootwond’. “Zelf heb ik een dergelijke taalacrobatiek gepoogd te vermijden”, schrijft Posthuma.

Lees verder >>

Ik heb u liehief mijn Nehederland!

Door Jos Joosten

Ik ben nog uit de tijd dat een ‘held’ – naar het woord van W.F.Hermans – werd gedefinieerd als iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest. Maar vliegensvlug keerde de gevoelstemperatuur de afgelopen weken. ‘Held’ is niet meer een hyperbool uit de mond van Geert Wilders in overdrive, maar wordt volstrekt onironisch gebruikt. Gelukkig zijn intussen de ‘thuisblijfhelden’ gemunt, dus ook ik ben qua heroïek technisch onder dak.

Lees verder >>

En zo kwam hij ook via de Frans-Duitse oorlog bij de hoofdthema’s van zijn werk terecht

De Multatulileescursus (80)

Door Marc van Oostendorp

– Eigenlijk zou er een uitgave moeten komen waarin deze biografie van Dik van der Meulen de Volledige Werken begeleid. Waarin je door dat werk geleid wordt aan de hand van zijn teksten, in plaats van die vreemde tekstjes die Stuiveling schreef.

– En dan een selectie van die Werken: niet die vele, vele documenten, maar wel de mooiste brieven – en alles wat gepubliceerd is, of geschreven is voor publicatie.

Lees verder >>

Nogal niet heerlijk!

Een Hollandse constructie aan het Binnenhof

Terpstra, Van der Staaij, Rutte, Van der Vlies

Ik heb een tante en een oom, die zitten in een eikeboom, een eikeboom in Laren. Dat zijn de beginregels van een klassieker van Annie M.G. Schmidt uit de tijd dat een eikenboom nog een eikeboom mocht zijn. Fantastisch! Ze zijn er erg tevreden. Oom haalt brood en komt weer thuis, de kinderen klauteren rondom het huis en nóóit valt er een naar beneden.

Dat gymmen door de kinderen was al in een eerder couplet beschreven: “Het is nog al niet heerlijk, zeg, dat klauteren in die takken!” Taal is een van de prachtige elementen in de kinderversjes van Annie MG (die misschien meer nog geschikt zijn voor neer gevorderde beheersers van het Nederlands door de idiomatische rijkdom) – ik geniet ook van de schitterende namen die ze haar creaturen gaf, schreef er in 1987 een stuk over in Leesteken magazine, “De kindergedichtjes van Annie M.G. Schmidt” (blz. 12-14).

Lees verder >>