Categorie: letterkunde

Vergeten kennis

Reinhart Fuchs als het achterdoek van Van den vos Reynaerde

Door Jan de Putter

Onvermijdelijk geraakt het werk van richtinggevende onderzoekers op een gegeven moment uit de mode. Na hun pensionering of dood worden hun bevindingen eerst verouderd genoemd, daarna als achterhaald bestempeld en ten slotte vergeten. Dat is het lot van het werk van de grote Reynaertonderzoeker J.W. Muller. Zijn werk getuigt echter van zo’n grote kennis van de stof, dat het altijd de moeite loont, na te gaan wat de oude meester erover schreef. 

Lees verder >>

Salomon de wijze koning

Door Ton Harmsen

Eindeloos veel pastoors, dominees, leraren, kunstenaars, vaders en moeders hebben het verhaal van het salomonsoordeel verteld. Het is een van de meest aansprekende verhalen uit de bijbel, een tikje gruwelijk en ook een beetje gewaagd omdat het over twee prostituées gaat. Maar ook als je dat er niet bij vertelt kan je er een spannend verhaal van maken.

Het gebeuren staat in I Koningen 3. De wijze koning Salomon beslist een twist tussen twee hoeren, samen in een huis en allebei pas moeder geworden. Als het kind van de ene sterft steelt zij dat van de andere, en dat leidt tot slaande ruzie. Ondervraging levert geen uitsluitsel. Salomon lost dit op door bevel te geven de baby met een zwaard doormidden te snijden en ieder van de ruziemaaksters de helft te geven.

Lees verder >>

Warenar vs. 1254 – 1256 opnieuw geïnterpreteerd

Door Renaat Gaspar

Over de Warenar van P.C. Hooft is niet weinig geschreven, onder meer in de verschillende literatuurgeschiedenissen en in de inleidingen op de tekstuitgaven van dit veelgeroemde blijspel. Het ontbreken van specifieke regieaanwijzingen van de auteur over mime, mine, pose of dictie van de spelers heeft in de hand gewerkt, dat in de verklarende noten niet zelden een eigen interpretatie aan de tekst is gegeven.

Lees verder >>

De Blinde Vlek

Over de nieuwe canon van de KANTL

Door Martijn Benders

Ik zie een hele kleine versie van mezelf, een miertjesmartinus
voor een hele schattige minipiramide staan, en uit het raam
van verdieping 45 steekt een minimiertje het kopje met pet,
een poortjeswachter, en hij zegt we hebben een blinde vlek
die jij zelf in mag vullen, mierenmartinus.

En ik ervaar
een heel mooi klein stukje mierengeluk,
iedereen kan naar het topje, zelfs mierenmartinus zelf.
Dankjewel! Maar leun niet zo uit dat raampje.
U heeft zo’n schitterende pet.

Wanneer het over een canon gaat hoor je vaak de ‘waarom’ vraag maar eigenlijk nooit de ‘wie’

Lees verder >>

De bacil van het kwaad

Door Nico Keuning

De bacil van het kwaad

De pest (1942) van Albert Camus in de vertaling van Willy Corsari uit 1977 (22ste druk) blijkt gewoon in mijn boekenkast te staan. Toch maar eens lezen, ook al heeft de werkelijke inhoud niets met de pest of corona van doen, maar gaat de roman om het nationaal-socialisme en het antisemitisme dat tijdens de Tweede Wereldoorlog ook de stad Oran, in Algerije, in de greep hield, waar veel joden de dupe van werden. Een stad, volgens ‘de verteller’ in de roman, van tweehonderdduizend inwoners, ‘een gewone Franse prefectuur’, maar met veel Spaanse inwoners, ontheemde ballingen, die opgestookt worden in haat tegen de joden.

Lees verder >>

De averechtse verwoording van een verlangen

Door Marc Kregting

Afgaand op Uitzending Gemist werd op minuut 30.55 van Nieuwsuur de winnaar bekendgemaakt van de Libris Literatuurprijs: Sander Kollaard. Het programma bleek begonnen om 21.30 uur, dus die primeur lag op 22.01 uur. Toen werd het dik dertien uur wachten. Volgens een overzichtsartikel met de eerste reacties op de bekroning sprak althans daags daarna om 11.28 op Twitter een collega het verlossende woord:

Lees verder >>

Van vormvast Frans naar rijmend Nederlands

Door Wouter van der Land

‘“La chanson du mal-aimé” van Apollinaire ken ik al meer dan een halve eeuw. Ik ontdekte het gedicht in de bekende Franse schoolbloemlezing van Lagarde & Michard. Wat me vooral trof was de melodieuze toon en de speelse beeldspraak. Toen ik jaren later de dichteres Christine D’haen leerde kennen, verklapte die mij dat het een van haar lievelingsgedichten was. Ik deed toen een poging om de beginstrofen te vertalen, maar zag daar vanwege rijmmoeilijkheden van af. (…) Inmiddels heb ik zoveel ondervinding met vormvast vertalen dat de technische problemen alsnog oplosbaar bleken. Toen ik eenmaal de lastige eerste coupletten goed had gekregen, vertaalde de rest zich haast vanzelf.’

Lees verder >>

Yves T’Sjoen over poëzie

10 weken lang gaat gepassioneerd boekenwurm en professor Wijsbegeerte Johan Braeckman in gesprek met wetenschappers van de Universiteit Gent. Met elke week een andere gast over een boek uit zijn/haar vakgebied.

Welke lessen trekken beide lezers uit hetzelfde boek? Biedt Johans perspectief een ongewone kijk op de zaak? Tot welke inzichten brengen ze de luisteraar?

In deze aflevering heeft Yves T’Sjoen, prof. moderne Nederlandse literatuur (Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Universiteit Gent) het over poëzie van het boek Why Poetry van Matthew Zapruder.

Twee paletten

Wonen in gedichten (11)

Door Judit Gera
Dit gedicht is geschikt voor gevorderde studenten
en hoort bij de categorie Beeldgedicht,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros (buiten het taalgebied). Vandaag: ‘De weg’, van J. Bernlef (1937-2012).

Lees verder >>

In Memoriam Flip Droste (1928-2020)

Door Dirk Geeraerts

Op 13 juni 2020, enkele weken voor zijn 92e verjaardag, overleed Flip Droste, taalkundige, essayist, romancier. Flip (officieel Frederik Gerrit) Droste werd geboren in Arnhem op 4 juli 1928. Hij studeerde Nederlands in Nijmegen, en promoveerde daar in 1956 met het proefschrift Moeten. Een structureel-semantische studie. In 1968 – hij was toen docent aan de Europese School in Mol – werd hij hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven, een positie die hij tot zijn emeritaat in 1993 bekleedde, en vanwaaruit hij op een belangrijke manier bijdroeg tot de verspreiding van de poststructuralistische taaltheorieën in het taalonderzoek in Vlaanderen. 

Lees verder >>

Danse Macabre

De auteur als André Rieu ( 2013)

Door Peter Winkels

In mijn speurtocht naar de relatie tussen literatuur en carnaval, het zoeken naar de weerslag van het feest in de letteren, kwam ik in mijn vorige bijdrage onder meer terecht in Duitsland.

Liefst zou ik bij deze polonaise door de letteren de lezer natuurlijk vragen aan te sluiten. Helaas, in deze tijdens van Corona en Covid-19, gele en oranje bestemmingen is dat complex (waar is het rood en het groen?). Deze rijtjesdans komt trouwens ook van elders, uit Polen. Opmerkelijk dat, met name in het verleden, Nederlandse auteurs met enige regelmaat de grens over trokken om het feest te beschrijven en te ervaren.

Lees verder >>

Wat doet een crisis met onze nationale identiteit?

Historisch letterkundige Lotte Jensen onderzocht hoe rampen mensen verbinden. Geldt dat ook voor een pandemie?

In korte tijd moesten we ons neerleggen bij het ‘nieuwe normaal’: geen aanrakingen meer, veel thuisblijven en ten alle tijden anderhalve meter afstand houden. Toen door het coronavirus de IC’s volstroomden en duizenden mensen overleden, spraken we elkaar moed in. We klapten voor de zorg, zetten beertjes voor de ramen. ‘Utrecht zorg goed voor elkaar’ staat op de posters die je overal in de stad vindt. Rampen hebben niet alleen een destructieve werking: ze creëren ook saamhorigheidsgevoel. Filosoof en neerlandicus Lotte Jensen (Radboud University) laat dit zien aan de hand van een aantal voorbeelden uit de geschiedenis. Hoe vormt een crisis de nationale identiteit?

(Bekijk deze video op YouTube)

Zoetgevooisde vinders: Henry Wadsforth Longfellow en Guido Gezelle

Door Peter J.I. Flaton 

Toen Longfellow in 1868 in audiëntie ontvangen werd door koningin Victoria, merkte die tot haar verbazing dat haar personeel op gepaste afstand samendromde om een glimp van de dichter op te vangen: al die kamermeisjes en lakeien bleken zijn werk te kennen: ‘Such poets wear a crown that is imperishable’, noteerde ze (hier en in wat volgt, laat ik me leiden door: Nicholas Barbanes, Cross of Snow: a Life of Henry Wadsforth Longfellow, New York, 2020). Dat die kroon hem intussen ontnomen is (tegen de ingetogen Emily Dickinson en de zo barokke Walt Whitman, als voorlopers van het modernisme gezien, heeft hij het moeten afleggen), weerspreekt niet, dat Longfellow bij leven immens populair is geweest als vertaler en als creatief auteur.

Lees verder >>

VU maakt handgeschreven lockdown-editie van Multatuli’s Max Havelaar

Multatuli-liefhebbers schrijven Max Havelaar met de hand over

In het jubileumjaar van de schrijver Multatuli start de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) een landelijk project voor een nieuwe, experimentele uitgave van zijn roman Max Havelaar: een handgeschreven lockdown-editie waaraan iedereen kan meedoen. Dit als uitdrukking dat de ideeën van Multatuli over humaniteit, gelijkwaardigheid en eigenzinnigheid breed gedragen worden in een tijd waarin dit nog altijd hard nodig is. Job Cohen (oud-burgemeester Amsterdam) en journalist Elsbeth Etty horen bij de bekende Nederlanders die meedoen en die de eerste delen thuis overschrijven. Het schrijfproject is een initiatief van VU-hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde Jacqueline Bel in samenwerking met de Universiteitsbibliotheek van de VU en start maandag 15 juni. De eerste handgeschreven editie van Max Havelaar verschijnt rond 1 oktober.

Lees verder >>

Michelle van Dijk: ‘Couperus hertaald’ (nabeschouwing: Louis Couperus)

‘Van oude menschen…’ – Deze spannende familieroman uit 1906 van meesterverteller Louis Couperus, zo zegt de uitgever, verdient een tweede leven. Neerlandica Michelle van Dijk maakte een hertaling om de roman begrijpelijk en aantrekkelijk te maken voor de (jonge) lezer die nog niet thuis is in oudere literatuur en het werk van Couperus. Deze onderneming zorgde voor nogal wat onrust onder conseratievere Couperianen. Michelle van Dijk vertelt hierover en wordt daarna door de schrijver zelf van repliek voorzien. De registratie vindt plaats op een zeer toepasselijke locatie: het Louis Couperus Museum.

(Bekijk deze video op YouTube)

UB Göttingen digitaliseert Boccaccio’s Lustige historien oft Nieuwicheden, Melusine, Ulenspiegel en het nog altijd actuele Die conste ende maniere om broot ende vleesch, visch, wyn, gebraet, spijs, dranc ende den vryen kost te kryghen sonder ghelt

Door Willem Kuiper

Bron: UB Göttingen, 8 Fab. Rom. VI 1223

Vanochtend begon de dag goed met een e-mail uit Göttingen, verzonden door dr. Christian Fieseler, onder wiens zorg en verantwoording de digitalisering aldaar plaatsvindt: Mijn verzoek om enkele oude Nederlandse drukken te digitaliseren was ingewilligd.
     Veel van onze oude drukken liggen verspreid over Europa en dateren vaak uit de tweede helft van de zestiende eeuw of zijn soms nog jonger. Tegen de tijd dat die eindelijk aan de beurt zijn om door de digitale camera vereeuwigd te worden, als dat in chronologische volgorde gebeurt, schrijf ik allang voor www.de_hemel.org
     Dus toen er via Jan van Parijs en Rijckaert zonder Vreese contact gelegd was, ben ik zo vrijmoedig geweest om nog een paar verzoeknummers in te dienen. En zie hier het resultaat:
   
Vijftich Lustige historien oft Nieuwicheden Joannis Boccatij, Van nieus overgheset in onse Nederduytsche sprake door Dirick Coornhert, secretaris der stede van Haerlem. Pieter de Kater, Amsterdam 1612 [UB Göttingen, 8 Fab. Rom. I 6460:1]
De tweede 50 Lustige historien ofte Nieuwicheden Johannis Boccatii. Nu nieuwelijcks vertaelt in onse Nederduytsche sprake […]. Cornelis vander Plasse, Amsterdam 1613. [UB Göttingen, 8 Fab. Rom. I, 6460:2]
Een schoone ende wonderlijcke historie, diemen voor warachtich houdt, ende autentijck, sprekende van eender vrouwen gheheeten Melusine […]. Hieronymus Verdussen, Antwerpen 1602. [UB Göttingen, 8 Fab. Rom. III, 2011]
Van Ulenspieghels leven. Jan van Ghelen de Jonge, Antwerpen 1580. [UB Göttingen, 8 Fab. Rom. VI 1223]
Die conste ende maniere om broot ende vleesch, visch, wyn, gebraet, spijs, dranc ende den vryen kost te kryghen sonder ghelt. Weduwe Jan van Ghelen, Rotterdam 1610. [UB Göttingen, 8 Fab. Rom. X, 32]

Voor meer gedigitaliseerde drukken en handschriften raadplege men op Wikisource: Lijst van gedigitaliseerde Middelnederlandse handschriften en drukken in binnen- en buitenlandse bibliotheken