Categorie: letterkunde

De SS de literatuurwetenschap binnengemarcheerd

Over Hans Robert Jauß en de erfenis van de receptie-esthetica

Door Jos Joosten

Wie zich, zoals ik, bezighoudt met receptieonderzoek kan niet om een van de klassieke grondteksten van de discipline heen: Literaturgeschichte als Provokation der Literaturwissenschaft van Hans Robert Jauß (1921-1997). Het was zijn oratie als hoogleraar aan de nieuw gevestigde Universiteit van Konstanz, uitgesproken op 13 april 1967, en wordt algemeen gezien als internationaal startschot van het receptieonderzoek. Jauß’ academische carrière schoot nadien richting firmament. Zijn werk werd vertaald, hij werd gasthoogleraar in Zürich, Berlijn, aan Yale, Princeton en Berkeley en de Sorbonne. Als grondlegger van de zogenaamde ‘Konstanzer Schule’ gold hij als het trotse internationale uithangbord van de jonge universiteit.

Lees verder >>

Ruim 40 jaar Kinderen voor Kinderen: hoe de weldoener veranderde in een rolmodel

Je hoeft anno 2020 maar een nieuw Kinderen voor Kinderen-nummer op YouTube aan te klikken om te zien dat dit programma in de 41 jaar van zijn bestaan onherkenbaar is veranderd. Maar wat zeggen die veranderingen over het verschuivende kindbeeld in Nederland? Dat onderzochten letterkundigen Feike Dietz en Laurens Ham van de Universiteit Utrecht.

Lees verder >>

Ontdek het literaire laboratorium van Harry Mulisch

Op 30 oktober is het tien jaar geleden dat Harry Mulisch overleed. Samen met W.F. Hermans en Gerard Reve vormde hij ‘de grote drie van de Nederlandse literatuur’. Hij leeft voort in zijn uitzonderlijke oeuvre dat voor het grootste gedeelte tot stand kwam in zijn werkkamer, een ware schatkamer waarin niets aan het toeval is overgelaten. Alle boeken, prenten, beelden en voorwerpen hebben iets te maken met zijn werk en sommige objecten komen er zelfs herkenbaar in voor. Mulisch was een opvallende persoonlijkheid die niet alleen zijn werkkamer, maar ook zijn imago zorgvuldig cureerde en daardoor ongrijpbaar leek. Wie een kijkje neemt in zijn werkkamer leert hem tóch beter kennen, als mens en als schrijver. Het Literatuurmuseum in Den Haag, dat de literaire nalatenschap van Mulisch in zijn collectie heeft, presenteert met de online tentoonstelling De oneindige Mulisch op literatuurmuseum.nl een avontuurlijke reis door zijn universum.

Lees verder >>

Rob van de Schoor, Ook op de hoeken der straten

neemt men zeer belangrijke levensverschijnselen waar: negentiende-eeuwse literaire jour­na­listiek van Frederik van Hogendorp, J.A. de Bergh en Carel Vosmaer

‘Literatuur op sandalen’: zo noemde Damas (Frederik van Hogendorp) zijn ‘Haagsche Omtrekken’, de prozastukjes in losse trant die hij schreef voor twee dagbladen, Het Vaderland en het Dagblad van Zuid-Holland en ’s Gravenhage. Feuilletons, waarin de actualiteit op humoristische toon werd becommentarieerd en die de lezer aanspoorden tot nadenken, werden ook geschreven door de querulant J.A. de Bergh, die de Haagse gezagsdragers het leven zuur maakte met zijn ‘Haagsche Penkrassen’.

Lees verder >>

Ogenglans en offerlam – over erotiek en mystiek bij Jan Engelman

Door Danny Habets

Voor de katholieken te vrijzinnig, voor de vrijzinnigen te katholiek. De dichter Jan Engelman werd tijdens de hoogtijdagen van zijn dichterschap zowel vereerd als verguisd. In dit artikel worden enkele gedichten uit zijn bekendste bundel Tuin van Eros nader beschouwd, in een tweede aflevering zullen de kritische reacties van tijdgenoten aan de orde komen.

Lees verder >>

‘Ik mis de verrukking van Hella’

Door Marc van Oostendorp

Voetnoten zijn een bedreigd genre. Ze verdragen zich niet goed met digitaal lezen. Steeds minder publicaties doen eraan – ook Neerlandstiek niet. Terwijl er in een goede voetnoot vaak een hele wereld verborgen zit.

Het boek Het masker van Rob Nieuwenhuys van Tom Phijffer is een voetnoot in de vorm van een boek. Het gaat blijkens de ondertitel om ‘de reconstructie van een vergeten reis naar Indonesië’. Het is, denk ik, niet overdreven om te zeggen dat slechts heel weinig mensen op de wereld ernaar verlangden dat uitgerekend die reis – van de letterkundige Rob Nieuwenhuys in 1971, in opdracht van de Nederlandse regering – aan de vergetelheid zou worden ontrukt. Maar Phijffer heeft dat toch maar mooi gedaan.

Lees verder >>

Het raadsel der ongelezenheid. De grote drie opgedolven en acuut weer begraven

Door Jos Joosten

Dat was bijzonder, bedacht ik zondagavond voor de tv, een literatuuritem bij Nieuwsuur en het is geeneens Boekenweek! De Grote Drie waren het thema en waarom ze niet gelezen werden. En eigenlijk had dat onderwerp alleen al genoeg waarschuwing moeten zijn. Want wat volgde was herkauwde oude koek, gemaakt door twee redacteuren die evident te lui waren om zich in het onderwerp te verdiepen. Onno Blom draafde op om voor zijn boekenkast wat anekdotes af te draaien; overbekend filmmateriaal was weer afgestoft – waarbij andermaal vastgesteld kon worden dat Reve met grote voorsprong de geestigste was van de drie, met duidelijk ook als enige tv-ervaring (timing en intonatie), en dat Harry Mulisch – anders dan Anton Steenwijk uit De Aanslag – duidelijk geen tandarts in zijn naaste vriendenkring had.

Lees verder >>

Al die kakelende stemmen

 

Door Marc Kregting

Hoe zal de toekomst beschikken over Joost Zwagerman? Uiteraard een onbeantwoordbare vraag. Maar de schrijver trof voorzorgen. Hij had een testament gemaakt, zijn privé-archief geschonken aan het Letterkundig Museum en de nalatenschap toevertrouwd aan zijn vriendin en aan zijn uitgeefster. De vraag naar de toekomst was ten minste een belangrijke vraag voor het object zelf, dat vermoedde ‘dat zijn dood veel stof zou doen opwaaien’. En zo geschiedde, toen in 2015 een gedurige depressie eindigde in zelfmoord.

Lees verder >>

Een poëticaal afscheidsgedicht van Jan Six van Chandelier

door Riet Schenkeveld- van der Dussen

In het voorjaar van 1649 vertrok Six, koopman in drogerijen, voor een handelsreis naar Spanje en Italië. Bij wijze van afscheid schreef hij het gedicht ‘Fooi’ – dat betekent afscheidsfeest, afscheidsdronk. Het is een Pindarische ode met twee maal drie strofen ‘Keer’, ‘Tegenkeer’ en ‘Toesangh’. In de eerste ‘Keer’ beschrijft hij hoe hij vanuit het Oost-Indisch huis een voorraad ‘Katsjou’ geleverd kreeg. Hij beschrijft dat spul als een bol van een bepaald soort farmaceutische aarde, met een bittere verbrande korst, en van binnen wit-geel en zoet van smaak.

Lees verder >>

Verloskunde

Wonen in gedichten (18)

Door Judit Gera en Jos Kleemans
Moeilijkheidsgraad gedicht: gevorderden
Categorie: Mens en maatschappij

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros (buiten het taalgebied). Vandaag: een gedicht van Anneke Brassinga.

Lees verder >>

Museum Het Hannemahuis onderscheiden met Ina Dammanprijs 2020

Museum Het Hannemahuis ontvangt de Ina Dammanprijs 2020 voor de jarenlange aandacht voor Simon Vestdijk in de hiertoe ingerichte Vestdijkkamer.  

De uitreiking van deze eervolle tweejaarlijkse prijs vindt plaats op zaterdag 7 november tegelijk met de uitreiking van de Anton Wachterprijs 2020 aan Annemarie Haverkamp voor haar debuutroman De achtste dag. Het is voor het eerst dat het bestuur van de Vestdijkkring de prijs uitreikt aan een instelling. Voorheen is de prijs steeds uitgereikt aan een persoon die zich heeft onderscheiden door het werk van Simon Vestdijk te promoten.

Lees verder >>

Ton van Kalmthout nieuwe bijzonder hoogleraar Nederlandse letterkunde

https://www.universiteitleiden.nl/binaries/content/gallery/ul2/main-images/humanities/nieuws-mededelingen-en-activiteiten/24092020_tonvankalmthout.png

Per 1 september is Ton van Kalmthout aangesteld als bijzonder hoogleraar Internationale uitwisseling van Nederlandse literatuur in historisch perspectief. Van Kalmthout, senior-onderzoeker literatuurgeschiedenis bij het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis van de KNAW, gaat ook doceren aan de Universiteit Leiden.

Lees verder >>

Een nieuwe vertaling van Vanden vos Reynaerde

Reynaert de Vos. Vertaling en nawoord René Broens. Amsterdam [Stichting Voetnoot] 2020, 202 p., geïll. € 23,00.

Door Willem Kuiper

Onlangs verscheen er een nieuwe vertaling in hedendaags Nederlands van Vanden vos Reynaerde. Niet zo maar een vertaling, maar een vertaling op rijm. Niet zo maar op rijm, maar een vertaling in los jambische viervoeters: Lees verder >>

Engelmans Ambrosia

Door Peter J.I. Flaton

Intussen zijn er de artikelen van: J. Boets, “Spiegelgebruik van de taal. ‘Is Vera Janacopoulo (sic) een muzikaal gedicht?”, in: Spiegel der letteren, jrg. 9 (1965-1966), 267-272; R.A. Cornets de Groot, “Wat nou? Is Vera Janacopoulos geen muzikaal gedicht?”, in: Kentering, jrg. 9, nr. 6 (nov-dec 1968), 5-7; P. Claes, “Jan Engelman, ‘Vera Janacopoulos’”, in: Ons erfdeel, jrg. 49 (2006), 267-269; P. Buddingh’ “Jan Engelman – Vera Janacopoulos”, in: Meander van 16 oktober 2013.
Niettemin waag ik het erop het mijne over Jan Engelmans intussen canonieke cantilene te zeggen. Ik heb dit gedicht (immers) jarenlang in de klas behandeld en er zo een eigen relatie mee gekregen.

Lees verder >>

Tweedelige podcast: Saïdjah en Adinda

Ter gelegenheid van het 200e geboortejaar van Eduard Douwes Dekker, beter bekend als Multatuli, brengt het Feest der Poëzie naast een grote voorstelling in samenwerking met De Nieuwe Liefde te Amsterdam een tweedelige podcast over een ontroerend liefdesverhaal uit de Max Havelaar: Saïdjah en Adinda. In deze tweede en laatste aflevering staan we stil bij de muziek die dit verhaal geïnspireerd heeft: 

  • Een interview met Duo Multatuli: Stephanus Harsono (piano) en Jan van der Plas (cello), gevolgd door een unieke uitvoering van het Lied van Saïdjah van Richard Hol (1862)
  • Saïdjah’s Lied van Lodewijk Mortelmans door Peter Vanhove (piano)
  • Simon Mulder (presentatie en voordracht) 

De podcast is te beluisteren via uw favoriete podcastapp en via onze website: https://feestderpoezie.nl/feestderpoezie/podcast.html

De Alphaman bestaat 5 jaar!

In de anglofone wereld zijn video’s met humoristische samenvattingen van oude verhalen in 2015 al een begrip. Historische Nederlandstalige letterkunde was zo’n lot helaas nog niet beschonken. Wie in 2015 online op Karel ende Elegast of Gijsbrecht van Aemstel zocht, vond ofwel filmpjes van schoolopdrachten, ofwel een diepgaande analyse van meer dan twintig minuten. Niet echt een aanzet om literatuurliefhebber te worden. Tot drie UvA-studenten de koppen bij elkaar staken en collectief De Alphaman startten.

Lees verder >>

Multatuli als taalkundige

Door Marc van Oostendorp

‘Ik beweer, met terugzicht op deze en dergelyke beschouwingen, dat er geen dankbaarder vak van onderzoek is dan algemeene-taalkunde. (…) Wysgeerige taalkunde is de geologie van ’t levende woord. Het oudste monument van Kunst of Nyverheid is jong, en in z’n stomheid onbeteekenend, by vergelyking met de eerste klanken die de mensch opving van de Natuur, en gebrekkig nastamelde met ongeoefende keel. Er was al veel gebeurd, voor men zich waagde aan den eersten medeklinker. En de stam die ’t eerst de r duidelyk wist te onderscheiden van de l, heeft in zyn tyd aan ’t hoofd der beschaving gestaan!’

(Idee 1047d)

Er zijn waarschijnlijk weinig Nederlanders geweest voor wie de taal zo zwaar woog als voor Multatuli. Natuurlijk is taal voor iedere schrijver belangrijk – het is zijn instrument. Maar voor Multatuli was het vinden van het juiste woord, de juiste formulering zó belangrijk dat het hem soms belemmerde te schrijven. Hij wilde geen ‘frasen’ maken – de clichés waarop hij menig andere schrijver meende te betrappen – en daarvoor was het nodig om enerzijds zo precies mogelijk te zijn en anderzijds om zich zo natuurlijk mogelijk uit te drukken. En die twee dingen waren misschien wel hetzelfde. In de taal waren allerlei dingen aangekoekt, dood hout dat moest worden weggesnoeid, om te komen bij de ware taal, de levende.

Lees verder >>

Een stuk of wat gedichten: Maurice Gilliams’ poëzie, een impressie

Door Peter J.I. Flaton

Bloems vraag in diens sonnet “Dichterschap”: ‘Is dit genoeg; een stuk of wat gedichten, / voor de rechtvaardiging van een bestaan (…)’, zou zijn tijdgenoot Maurice Gilliams zo beantwoord (kunnen) hebben: ‘”Want tot de poëtische verworvenheden behoren slechts de weinige, zeldzame en zuivere verzen die de meest geniale dichter ter wereld na veel omzwervingen van het gemoed en de intelligentie, met de pen op papier, overhoudt. Al de rest is dankbaar aas voor de gieren van de filologie en de literatuurhistorie, die zich graag met afval voeden om stand te houden”’ (ik citeer naar: W. Spillebeen, “Over de poëzie van Maurice Gilliams”, in: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde, jrg. 2000 (2000), 197-193 door wie ik me in wat volgt mee laat leiden). Anders gezegd: ja.

Lees verder >>