Categorie: letterkunde

Lucas Schermer (1688-1711): Sonnet on Amarel

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (5)

Schilderij: Gerard van Honthorst, Wikipedia

Close to the water of a fountain streaming
Sat in the shade of trees the beauteous Amarel,
Who lapped the flowing crystal water from a shell;
Her face had Coridon with fiery sparkles teeming: 

He sighed, O beauty! must I endlessly be dreaming 
Of comradeship; and will it ever turn out well,
That you, with all this hate, will quench my fire, and quell
My love ache, thus your old dislike of me redeeming?

Your sorrow, my sweet Coridon, has run its course!
Said Amarel: sit down near this pure silver source,
Receive my love with all the kisses I can master,

I tested just you faith, and you are quite foolproof. 
So quench your fire then on my cheeks of alabaster.
No, Amarel, he said, I fooled you with this spoof.

Lees verder >>

Literatuur en Carnaval (in Limburg)

Door Peter Winkels

Halfvasten stond op de kalender, afgelopen weekeinde. Tijdens de carnavalsdagen was er hoop en verwachting gegroeid in de het zuiden. Wat de storm had weggeblazen, kon nog worden ingehaald halverwege Pasen. Bij sommige Brabantse vierders was er helaas al een nieuwe windhoos in ontwikkeling: Prins Corona. Die regeert nu stevig, dus afgelopen zondag was er nergens een stoet. We lopen de polonaise in ons eentje, binnen. 

Lees verder >>

‘Omdat ik het overleefd heb, schrijf ik’

Marga Minco wordt honderd 

Door Elsbeth Etty

Op een foto van enkele jaren na de bevrijding loopt een mooie jonge vrouw met haar dochtertje op de Dam, lachend, het halflange, donkere haar los op de schouders. Ze is 28 en noemt zich Marga Minco. Onder die naam zal ze uitgroeien tot een van Nederlands meest imponerende schrijvers. Vorig jaar, op haar 99ste, kreeg ze de P.C. Hooftprijs voor haar unieke oeuvre dat de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, het voorspel en de nasleep ervan belichaamt. En nu wordt ze honderd. Haar eeuwfeest valt samen met ‘75 jaar bevrijding’, voor Marga Minco driekwart eeuw overleven. 

Hoe de ogenschijnlijk opgewekte jonge vrouw op de foto zich van binnen voelde, vertelde ze op haar zeventigste aan Ischa Meijer:

Lees verder >>

Het interesseerde me enorm hoe sommige Pietjes sommige Mietjes krijgen – al waren ze maar verzonnen

De Multatulileescursus (75)

Door Marc van Oostendorp

– Kunnen jullie me zien?

– Ik kan je wel zien, maar niet horen!

– Grappenmaker. Het is twee weken én een eeuwigheid geleden dat we elkaar gezien hebben. Fijn dat we elkaar nu op deze manier kunnen treffen. We zouden nog Multatuli’s brieven uit 1885 en 1886 met elkaar bespreken.

Lees verder >>

Wonen in de Nederlandse taal

Wonen in gedichten (5)

Door Judit Gera
Dit gedicht is geschikt voor gevorderde studenten
en hoort bij de categorie Migranten,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros. (buiten het taalgebied. Vandaag: ‘Merwedeplein’, van Abdelkader Benali (1975).

Lees verder >>

Ella en Elegast

Door Jona Lendering

Alle Karels de Grote zijn altijd weer mannen. Terwijl ridderverhalen voor iedereen leuk behoren te zijn, ook voor meisjes. Ik heb derhalve besloten de gender-bias in de middelnederlandse letteren ten behoeve van alle voorleesmoeders en -vaders te corrigeren.]

Er was eens, lang geleden, in de tijd van ridders en kastelen, een koningin en die heette Ella. Over haar weet ik nog een mooi verhaal, en het is nog echt gebeurd ook! Op een nacht lag koningin Ella in haar kasteel te slapen toen ze een stem hoorde die ze nog nooit eerder had gehoord. “Ella,” zei de stem, “Je moet gaan stelen!”

Lees verder >>

Window of my eyes

Constantijn Huygens over Jan Vos

Door Jos Joosten

Een tijdlang kende het het onderdeel literatuurgeschiedenis van de Nijmeegse Opleiding Nederlands een wat gecompliceerde opbouw, die onder meer behelsde dat je ook professioneel over de periodemuren mocht blikken. Ikzelf heb dat steeds reuze leuke en leerzame colleges gevonden om te geven. Zo mocht ik onder andere een college wijden aan de zeventiende-eeuwse dichter Jan Vos. 

Lees verder >>

De rust van de dodenakker

Onder het middelste graf (donkere steen met gouden letters) liggen de botten van Pieter Nieuwland.

Door Peter van Zonneveld

Gisteren fietste ik naar de kleine, maar schilderachtige begraafplaats Rustoord in Diemen. Er was niemand. Nu ben ik daar al eerder geweest, maar kort geleden had ik ontdekt, dat de veelzijdige, jonggestorven dichter en geleerde Pieter Nieuwland (1764-1794) hier zijn laatste rustplaats had gevonden. Het kerkhof dateert van 1791, en hij was een der eersten, die daar in de open lucht begraven werd. Pieter Nieuwland is geboren in de Watergraafsmeer, en vertoonde al jong trekken van grote begaafdheid. Tijdens zijn korte leven doorliep hij een kleurrijke loopbaan. Hij genoot vooral ook bekendheid als dichter; in zijn vers ‘Orion’ wist hij sterrenkunde en poëzie op fraaie wijze te verenigen. Nieuwland eindigde als hoogleraar in Leiden, waar hij onder meer wis- en natuurkunde doceerde.

Lees verder >>

‘Een neger in het dorp!’

Gratis datasets voor thuisgebruik

Omslag van de eerste druk van Een neger in het dorp! Illustratie van Rie Reinderhoff.

Door Ewoud Sanders

Een neger in het dorp! is de titel van een zondagsschoolboekje van uitgeverij Callenbach. Het beleefde twee drukken, in 1955 en 1960, en werd goed ontvangen. Zo noemde de IDIL-gids voor de jeugdlectuur het in 1956 een ‘goed boekje’.

De inhoud wordt door IDIL (Informatie Dienst Inzake Lectuur) zo samengevat: ‘Een neger is door een blanke dokter naar Nederland gestuurd om voor de zending te werken. Als hij in een dorp aankomt, wordt hij door een groepje kinderen nageroepen en door de belhamel van de troep, Gijs Braai, met sneeuwballen bekogeld. Later is Gijs de eerste die voor de missie zijn kostbaarste bezit afstaat: een splinternieuwe figuurzaag!’

Lees verder >>

Is hij een vrouw?

Door Marc van Oostendorp

Wat Harry Mulisch onder andere tot een groot schrijver maakte: dat hij zich overal mee bemoeide. Ieder aspect van ieder boek dat hij schreef overdacht hij: hij schetste de omslagen van zijn boeken, hij herschreef zijn boeken tot ze stonden. Nog iets dat hem groot maakte: dat hij zelf alles nauwgezet documenteerde en een archief naliet waar de literairhistoricus iets mee kan. En een derde factor in zijn grootsheid: dat hij aan het eind van zijn leven een aantal goede literaire executeurs testementairs wist aan te stellen: Marita Mathijsen, Robbert Ammerlaan en Arnold Heumakers.

Samen zullen die factoren ervoor zorgen dat aan het eind van deze eeuw Mulisch de grootste van de groten zal blijken te zijn.

Lees verder >>

De vlag dekt de lading niet

Door Roland de Bonth

Ik hou van historische taalkunde, van historische letterkunde én van historische romans. Het boekenweekgeschenk van dit jaar heb ik dan ook met plezier en belangstelling gelezen. In Leon & Juliette reconstrueert Annejet van der Zijl een waargebeurde negentiende-eeuwse liefdesgeschiedenis van Leon Herckenrath (1800-1861) en zijn vrouw Juliette (1809-1856). Tegelijkertijd kom je ook een en ander te weten over de rol van de slavernij en de positie van de slaven in de toenmalige Amerikaanse stad Charleston.

Lees verder >>

Deed schelden pijn in de middeleeuwen?

De kracht van het woord (3)

Een ijzeren staaf door je tong – dat was een laatmiddeleeuwse straf voor hele zware spreekmisdaden. In Museum de Gevangenpoort zie je verschillende historische straffen voor schelden en beledigen, blasfemeren en meineed plegen. De beroemdste gevangene Cornelis de Witt, vlak voor hij bruut is vermoord, veroordeeld voor meineed.

(Bekijk deze video op YouTube)

Pandemiefictie in tijden van corona

Door Thomas Pierrart

Misschien hebt u de term de afgelopen dagen wel ergens zien voorbijkomen: ‘pandemiefictie’, de genrebenaming voor romans en films waarin een of ander onbekend virus of een vreemde ziekte de wereld in zijn greep houdt. Nu de coronacrisis heeft toegeslagen, blijken zulke verhalen immers enorm populair kijk-, lees- en discussievoer te zijn – ook al schetsen ze meer dan eens een angstaanjagend en apocalyptisch doemscenario. Zo wordt Stephen Kings thriller The Stand (1978), waarin het ‘Captain Trips’-virus bijna de gehele wereldbevolking uitroeit, dezer dagen op sociale media vlijtig becommentarieerd. Nog populairder is Contagion, Steven Soderberghs virusdrama uit 2011. In 2020 is het voorlopig zelfs de derde (!) meest gedownloade film op iTunes.

Lees verder >>

Oudste bewaard gebleven druk van Valentijn ende Oursson [Sint Petersburg, SSSPL: 6.10.3.3] online

Door Willem Kuiper

Sint Petersburg, SSSPL: 6.10.3.3

Eind vorig jaar heb ik een e-mail gestuurd naar de Russische Staatsbibliotheek in Sint Petersburg, waar dit boek bewaard wordt, en aan de conservator gevraagd of men zo goed zou willen zijn dit unieke exemplaar van deze laat-middeleeuwse best- en longseller online te zetten, zodat de hij opgenomen kan worden in de Lijst van gedigitaliseerde Middelnederlandse handschriften en drukken in binnen- en buitenlandse bibliotheken. Al weer een jaar of wat geleden kwam ik min of meer bij toeval deze druk op het spoor en vond ik Menno Anbeek, die zijn master-scriptie over deze twee legendarische gebroeders schreef, bereid om in mijn plaats naar Sint Petersburg te reizen en daar dit boek in handen en in ogenschouw te nemen, alsook digitale opnamen te bestellen, zodat ik een editie van deze roman kon bezorgen.

Lees verder >>

De corona van de negentiende eeuw: cholera

Zo veranderden choleraslachtoffersi n korte tijd

Door Marita Matijsen

Wie zijt ge, die heel de aard’ met siddering vervult?
Gij, die, in duisternis en nevelen gehuld,
Niets dan verderving aâmt? Een vloekharpij, de kolken
Des afgronds uitgebraakt, om land op land te ontvolken?

Uit J.J. Goeverneurs gedicht ‘De cholera’ uit 1832, de tijd van de eerste cholera-epidemie in Nederland, blijkt hoe bang men was voor de onbekende en onverklaarbare ziekte. Een arts uit Utrecht beschreef wat hem overkwam in 1832. Hij werd bij een vijfjarig meisje geroepen, dat duidelijk de tekenen vertoonde die in de kranten beschreven waren voor cholera. Ze lag in een kruiwagen in een koud achterhuisje. Talloze buren waren uitgelopen omde vreemde ziekte te bekijken. Op aandrang van de dokter trokken de toeschouwers zich terug, want hij wist van het besmettingsgevaar. Een man van zestig was niet te bewegen weg te gaan en bleef hoofdschuddend naar het kindje kijken. De dokter haalde de moeder over om het kind naar het nieuw ingerichte cholerahospitaal te brengen. Het lijdertje huilde luidkeels met de eigenaardige hese cholerastem en smeekte om bij haar moeder te mogen blijven. De oude man raakte hierdoor nog meer van streek. Het kind was nog niet weggevoerd, of de dokter zag dat de meelevende toeschouwer de ziekte ook had. Binnen een uur veranderde hij totaal van uiterlijk. Tien uur later was hij dood. Het kindje overleed ook.

Lees verder >>

J.W.P. [v.] D[AM] (?): To the East-India Company

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (3)

Door Cornelis W. Schoneveld

? J.W.P. [v.] D[AM] (1621-1706)   

You, wealthy Folk, with cinnamons and ointments healing, 
Pearls, precious stones, and other valuables in clove,
Spread through the East, do prove the power you love,
Warehouses stacking to the full, by your wide dealing:

Now does the Briton false, intent on robbing, stealing,
Make a demand, which rightly you denied, by which he strove
To dress his naked Majesty with all your treasure trove,
So as to be th’ Ocean’s Master-in-command in feeling.

If you concede his thrift, his thirst for gold, right now,
Though still a calf, next year he’ll claim to be the cow; 
Then who can stop the wish of empty entrails wailing?

Give rather ships, crew, arms, and shot, for him to indulge.
The famished Beast will then, while soon the sails will bulge,
Fill up his famished paunch till, bursting, it’s derailing.

Lees verder >>

Özcan Akyol heeft geen flauw benul

Door Luck van Leeuwen

In zijn essay Generaal zonder leger doet Özcan Akyol het thema van de Boekenweek eer aan. Met een ferme knuppel in het hoenderhok geeft Eus praktisch iedereen in het hedendaagse literaire veld ervan langs: de ‘linkse’ schrijversclub rondom uitgeverij Das Mag, de op de succesvolle Lucinda Riley neerkijkende boekhandelaren en de steeds naar elkaar verwijzende literair recensenten van de landelijke dagbladen. Ook de academische studie van het Nederlands krijgt het zwaar te verduren, omdat zij geen werkelijke inhoud omvat. Eus slaat met zijn ideeën over het vak de plank volledig mis. De academische neerlandistiek is namelijk grensverleggend, intermediaal en vooral ambitieus. 

Lees verder >>

De keerzijde van de medaille

Wonen in gedichten (4)

Door Judit Gera
Deze analyse is bestemd voor gevorderde studenten
en hoort bij de categorie Woord en beeld,

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros. (buiten het taalgebied. Vandaag: ‘Een kind als dit’, van Hans Tentije (1944) .

Lees verder >>

Proza is geen poëzie

Door Marc van Oostendorp

“Horen wij, Monsieur, niet zorgvuldig alexandrijnen te vermijden als we proza schrijven?” vraagt een personage in Sartres roman Walging. Hij drukt daarmee een eigenaardig principe uit dat al duizenden jaren een rol lijkt te spelen in het literaire proza: dat een prozaschrijver nadrukkelijk probeert om géén poëtische middelen in te zetten. Goed proza heeft misschien een ritme, maar geen metrum.

Lees verder >>