Categorie: interview

De schatkamer van… Jean-Marc van Tol

‘De schatkamer van…’ is een nieuwe rubriek in de DBNL-nieuwsbrief, ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van DBNL. In deze rubriek komt maandelijks een bekende DBNL-fan aan het woord, die vertelt over een schat die hij of zij uit de digitale bibliotheek heeft opgediept. Deze maand is dat Jean-Marc van Tol, neerlandicus, auteur en striptekenaar.

‘Mijn schat in de DBNL is een reeks gedichten van Constantijn Huygens uit 1681. In dat jaar overleed hofarts Willem van der Straaten en het heeft sommigen verbaasd dat Huygens, die toen al op hoge leeftijd was, drie schimpdichten schreef over het overlijden van deze arts. Ik heb ze gebruikt voor mijn historische roman Musch, het eerste deel van een trilogie over raadpensionaris Johan de Witt.

De gedichten zijn ware pareltjes:

Verstraten light hier in een’ dicke diere kist:
Wat sagh hij suer en scheel, Verstraeten, als hy ‘twist.

Mijn vertaling:

Van der Straaten ligt hier in een dure houten kist.
Wat zou hij scheel en zuur zien als hij het wist.

En: Lees verder >>

Judith Rispens: “Taalproblemen van vmbo’ers zijn voor de wetenschap minstens even interessant als het vwo-eindexamen”

Door Marc van Oostendorp

Judith Rispens. Foto: Jelle Zuidema

Voor VakTaal, het tijdschrift van de IVN, interviewde ik Judith Rispens, sinds begin dit jaar hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hieronder staat een sterk verkorte versie van dat interview. De langere versie kun je lezen in de nieuwe VakTaal (toch al erg de moeite waard).

”Toen ik in Groningen Nederlands ging studeren werd ik in eerste instantie vooral getrokken door de letterkunde, maar tijdens mijn opleiding ontdekte ik de taalkunde, en dan vooral de psycholinguïstiek. Wat verklaart dat sommige kinderen bepaalde aspecten van de taal gemakkelijker en sneller onder de knie krijgen van anderen? Wat voor rol spelen algemene cognitieve factoren? Is er bijvoorbeeld een relatie tussen dyslexie en het aanleren van de vormen van het Nederlandse verkleinwoord?”
Lees verder >>

In de poëzie heeft niemand gelijk. Interview met Menno Wigman

Menno Wigman, 2016
Bron: Wikipedia

Aan het eind van de twintigste eeuw was De Opkamer  het eerste Nederlandse literaire tijdschrift op internet. De gisteren overleden dichter Menno Wigman (1966-2018) was er  een tijdje redacteur, maar voor die tijd werd hij door hoofdredacteur Hans van der Kamp geïnterviewd. De Opkamer is al lang niet meer op internet te vinden. Met toestemming van Van der Kamp herplaatsen wij het oorspronkelijke vraaggesprek hier integraal. Van der Kamp: “Interessant is dat de woorden rechtstreeks uit de pen van Menno komen, op een paar vragen van mij na. Het was eigenlijk een interview met zichzelf.” [redactie Neerlandistiek]

Toen redacteur Marc Schoorl je werk hier introduceerde, gebeurde dat met de nodige omzichtigheid. Zo moest ik plechtig beloven dat ik de inspringers in je gedichten zou respecteren. Ben je wat neurotisch als het om de vorm gaat?

Ik vind het belangrijk dat er in die gedichten bij elke even regel wordt ingesprongen, omdat het de afzonderlijke regels meer gewicht geeft. Daarnaast moet er een vervreemdende werking van uit gaan, omdat dat inspringen doorgaans alleen door oude Romeinse dichters werd gedaan, al zie je het ook in de voorgaande eeuwen gebeuren. Ik hoop dat mijn gedichten zich door die typografische afwijking van de rest onderscheiden, maar om er nu een halszaak van te maken… Lees verder >>

Lotte Jensen: ‘Meer nadruk op valorisatiectiviteiten’

De verse Nijmeegse hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis Lotte Jensen vertelt deze laatste dagen van het jaar aan de Jonge Akademie over haar drijfveren:

Ik word nog steeds het meest gemotiveerd door de inhoud van het vak: het doorgronden van teksten uit het verleden en deze in een bredere, historische context plaatsen. Er is de laatste jaren meer nadruk komen te liggen op valorisatie-activiteiten. Dat vind ik een positieve ontwikkeling, want het daagt je uit om specialistische kennis relevant te maken voor een breder publiek. Wel is de inrichting van het onderwijs sterk veranderd. Door de bachelor-master structuur is de traditionele neerlandicus of historisch letterkundige verdwenen. Studenten waaieren na hun bachelor uit naar heel uiteenlopende masters. Dat vind ik wel eens jammer, want er is weinig gelegenheid meer over om echt de diepte in te gaan met een coherente groep studenten.
Er is wel een nieuwe drijfveer bijgekomen, namelijk de strijd om het behoud van mijn eigen vakgebied, de Nederlandse taal en cultuur. De toenemende verengelsing in het academische onderwijs vormt een reële bedreiging, omdat je steeds moet verdedigen waarom het Nederlands als academische onderwijs- en onderzoekstaal relevant is.

Lees meer

Geert Buelens op Eerste Kerstdag in VPRO Marathoninterview

Op maandag 25 december, de avond van Eerste Kerstdag, is de Utrechtse hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde Geert Buelens de hoofdgast van het VPRO Marathoninterview. Van 20:00 tot 23:00 gaat hij met Atze de Vrieze live en ononderbroken in gesprek: alle gelegenheid voor de breedte, de diepte en onverwachte wendingen.

Op de site van de Marathoninterviews 2017 valt te lezen:

“Begin 2018 verschijnt van de Utrechtse hoogleraar Neerlandistiek Geert Buelens (1971) een vuistdik boek over de jaren zestig, een werk waar hij maar liefst tien jaar aan werkte. Het barst bijkans uit elkaar van de kennis, niet alleen over literatuur, en ook niet enkel over Nederland. Elke relevante cultuuruiting uit elk denkbare land – van Brazilië tot de volksrepubliek China – passeert in zijn boek. Typisch Buelens, een culturele veelvraat die gelooft in het grote perspectief, iemand die met de juiste treffende anekdotes een belangrijke trend kan omschrijven. Zo schreef hij ook over de literatuur uit de Eerste Wereldoorlog en smeedde hij uit alle betrokken landen een beeld van optimistisch nationalisme, vooruitgangsdenken en natuurlijk ook pure wanhoop. Ook zijn vakgroep aan de Universiteit Utrecht zegende hij met de blik naar buiten. Literatuurwetenschap is onder zijn leiding geen studeerkamerwerk meer, maar een waardevolle manier om iets te leren over het publieke debat, over wat het betekent Nederlander te zijn en welke dingen ‘we’ met zijn allen belangrijk vinden. En dat ook nog eens met de buitenstaanders-blik van een Vlaming.”

Apollinaire in het Nederlands

door Wouter van der Land

 In 2018 wordt wereldwijd herdacht dat de Franstalige dichter Guillaume Apollinaire (1880-1918) honderd jaar geleden is overleden. Als voortrekker van de moderne poëzie heeft hij ook een immense invloed op de Nederlandse en Vlaamse dichtkunst uitgeoefend, onder andere op Martinus Nijhoff, Eddy du Perron, Paul van Ostaijen, Paul Rodenko, Marie-Jo Gobron,  Hugo Claus en Astrid Lampe, de stoet is veel langer. Zijn werk verdient dus ook aandacht bij het vak Nederlands en van Nederlandse poëzieliefhebbers.

Daarom verscheen, precies 99 jaar na zijn dood, een nieuwe Nederlandstalige bloemlezing: Het raam gaat open als een sinaasappel (uitgeverij Vleugels). Kiki Coumans selecteerde en vertaalde de gedichten, waaronder klassiekers als ‘Zone’, ‘Vensters’, ‘Maandag rue Christine’ en het beeldgedicht ‘De dolksteekduif en de fontein’. Een opmerkelijke keuze was om rijmende passages niet-rijmend te vertalen. Coumans licht haar vertaalvisie toe.

Waarom heb je de rijmende gedichten niet-rijmend vertaald?

Lees verder >>