Categorie: In memoriam

In memoriam Willem van den Berg (1934-2017)

Door Peter van Zonneveld

Foto: Familie van den Berg, Rhenen

Gisteren hebben we afscheid moeten nemen van een aimabel mens: Willem van den Berg. Vanaf zijn landhuis, halverwege de helling van de Utrechtse heuvelrug bij Rhenen, volgden we hem, samen met zijn gezin dat hem zo dierbaar was, over de stille weg die naar zijn laatste rustplaats leidde. De paarden in de wei, waar hij aan verknocht was, keken verbaasd naar die stoet van zo’n zestig mensen achter een kist met een vijgentak erop. Het was stralend weer.

Willem van den Berg, emeritus-hoogleraar in de Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, was in 1934 te Rijswijk geboren. Hij was een boerenzoon en daar schaamde hij zich bepaald niet voor. Hij kon paarden beslaan en mennen, en was daarin zelfs gediplomeerd, hetgeen in ons vak niet gebruikelijk is. Hij was ijzersterk. Zijn jongere broer vertelde me gisteren dat hij twee boerenknechts, die hem een keer belaagden, met één zwaai in de sloot wierp. Lees verder >>

In memoriam Henk Meter (1932-2017)

Door Ton Harmsen

Onlangs bereikte ons het bericht van het overlijden van Jan Hendrik Meter (Gouda 29 februari 1932 – Albano Laziale 3 mei 2017).

Jan Hendrik Meter was emeritus hoogleraar aan de Università degli Studi di Roma La Sapienza, waar hij in 1981 werd benoemd tot hoogleraar Nederlandse taal- en letterkunde. Daarvoor was hij vanaf 1959 werkzaam als lector aan het Istituto Universitario Orientale in Napels, en tegelijkertijd verzorgde hij het onderwijs in het Nederlands aan de universiteit van Perugia. Als redactielid van de AION (Annali dell’Istituto Orientale di Napoli) zorgde hij ervoor dat de sectie Nederlands in dit jaarboek een prominente plaats innam met artikelen en recensies. In Rome gaf hij aan een grote groep studenten college over alle perioden van de Nederlandse letterkunde: veel gaststudenten kwamen naar Nederland om onderzoek te doen naar dichters en schrijvers van de middeleeuwen tot heden. Lees verder >>

In Memoriam Henk Schultink

Door Wim Klooster

Op 7 januari van dit jaar overleed Prof. dr. Henk (Hendrik) Schultink op 92-jarige leeftijd. De eerste keer dat ik hem zag moet zo’n 56, 57 jaar geleden zijn, toen ik de pre-candidaatscolleges van Reichling volgde, en hem dan altijd vooraan in de zaal aantekeningen zag zitten maken. Hij was toen assistent (zoals dat toen heette) van Reichling. In die periode was hij ook medewerker van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, een voortzetting van zijn Deens correspondentschap bij diezelfde krant. Zo kon hij betrekkelijk heet van de naald “kritische voorlichting geven uit de werkplaats der taalkunde”.  (Voor de lezer van vandaag geen lichte kost, meende J.J. Heldring in 2005 in in zijn rubriek ‘Dezer dagen’ in NRC Handelsblad, ietwat meewarig. “Ik vraag mij af of de huidige lezer er nog tijd en geduld voor zou hebben.”) Henk Schultinks kronieken werden in 2005 gebundeld uitgegeven onder de titel Van onze taalkundige medewerker, bezorgd door Cecile Portielje en Jan Noordegraaf.

Erg lang kan zijn assistentschap bij Reichling niet geduurd hebben, aangezien Henks plaats kort daarna werd ingenomen door Pieter Seuren, die later bij Henk zou promoveren. Henk had al een aanstelling als docent aan de Rijkuniversiteit Leiden, waar Uhlenbeck in de Algemene Taalwetenschap de scepter zwaaide, en bij wie hij in 1962 promoveerde op De morfologische valentie van het ongelede adjectief in modern Nederlands. Onder taalkundigen, en zeker onder morfologen, kreeg zijn proefschrift grote bekendheid. Ook voor niet-morfologen werd sindsdien groen-groenig-groenerig een overbekende trits. Kort na zijn promotie werd hij datzelfde jaar hoogleraar Algemene Taalwetenschap aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Lees verder >>

Henk Schultink en Anne Frank. Uit een vooroorlogs verleden

Door Jan Noordegraaf

Op 7 januari j.l. overleed de Utrechtse emeritus hoogleraar Algemene Taalwetenschap Henk Schultink. Hij is 92 jaar oud geworden. De gang van zaken op het gebied van de neerlandistiek is hij altijd met belangstelling blijven volgen. Zo was hij vanaf 1963 lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.

Enige tijd geleden werd ik door een bevriende oud-student geattendeerd op een foto die sommige Neerlandistieklezers waarschijnlijk wel kennen, maar die ik bij wijze van in memoriam vandaag toch nog eens naar voren haal. Over deze opname, die uit 1938 dateert, wilde ik Schultink nog wat nadere gegevens ontlokken, maar door omstandigheden kon mijn bezoek aan hem geen doorgang meer vinden. Het gaat om deze foto:

afs_a_afrank_iii_036

Lees verder >>

In memoriam Karel Bostoen (1943-2016)

Door Johan Koppenol

Vorige week donderdag, 15 december, overleed in zijn woonplaats Leiden Karel Bostoen. Karel werd geboren en groeide op in het Vlaamse Roeselaere. Toen hij de leeftijd had om te gaan studeren koos hij echter voor Amsterdam: daar kon je Nederlands studeren in plaats van Germaanse talen. Het feit dat zijn oudere broer Guido al in Nederland was neergestreken vergemakkelijkte die stap. Aan de UvA vond Karel een leermeester in Fokke Veenstra, een erudiete docent die hem introduceerde in de complexe wereld van de renaissanceletterkunde en tijdens een studiereis naar Florence werd de basis gelegd voor zijn verdere loopbaan.

Voor zijn studie mocht Karel zich primair toeleggen op het Nederlands, dat betekende geenszins dat hij zijn blik liet inperken – het tegendeel is eerder waar. Karel was erudiet, kende zijn talen – hij deinsde er niet voor terug nog relatief laat in zijn carrière het Fries te bestuderen – en had ook in andere opzichten een internationale blik. Hij vertoefde na zijn studie twee jaar aan de universiteit van Londen en bleef, ook nadat hij in 1977 een aanstelling had gekregen aan de Leidse universiteit, actief in de wereld van de neerlandistiek extra muros en deed onderzoek naar Nederlands erfgoed in bibliotheken over de hele wereld, van Polen tot Zuid-Afrika. Lees verder >>

Dag lieve leermeester… In memoriam Karel Bostoen (27 december 1943 – 15 december 2016)

Door Ingrid de Bonth-Weekhout
Voorzitter Proteus, Leidse Vereniging van Renaissancisten

karelbostoenAmper zeventien jaar oud was ik, toen ik in 1990 in Leiden begon aan de studie Nederlandse Taal- en Letterkunde. De keuze voor deze studie kende een welhaast ‘klassiek’ te noemen basis: het kwam allemaal door mijn fantastische lerares Nederlands, Elly Groenenboom. Zij had mij in aanraking gebracht met de historische letterkunde en vanaf dat moment werd ik gegrepen en wilde ik meer. En verder. Ik kon toen nog niet vermoeden dat zij daarmee ook zorgde voor mijn kennismaking met Karel, die voor mij één van mijn grootste leermeesters zou gaan worden.

In mijn eerste jaar genoot ik van alle vakgebieden – er ging een wereld open van taal en literatuur, zo mooi dat er soms geen woorden voor waren. En bovenal waren daar de hoorcolleges en werkgroepen van Karel. Hoewel de diverse richtingen streden om mijn aandacht, wist Karel met zijn manier van overbrengen, met zijn aandacht en zijn begeestering, voorgoed mijn hoofd en hart te winnen voor de letterkunde van de Renaissance. Lees verder >>

In memoriam Pierre Tuynman 1929-2016

Door Cor S.M. Rademaker

Op 4 maart 2016 overleed in Amsterdam Pierre Tuynman. Dankbaar moesten we afscheid nemen van een indrukwekkende persoonlijkheid.

Jeugd en studiejaren 1929-1961

Pierre Tuynman werd geboren op 17 mei 1929 in Neuilly-Plaisance in Frankrijk, als zoon van de architect Gerardus Willem Tuynman en Helena Jacoba Verhoeven.

Het gezin Tuynman kwam vóór de oorlog naar Nederland. Pierre bezocht lagere scholen in Hilversum en Aerdenhout, en gymnasia in Haarlem en Deventer. Na de oorlog was hij anderhalf jaar oorlogsvrijwilliger, maar hij vroeg en kreeg ontslag als felle tegenstander van het militair ingrijpen in Indonesia, de politionele acties. In 1947 deed hij met succes eindexamen als leerling van het Amsterdamse Barlaeusgymnasium.

Aan de Amsterdamse Gemeente-Universiteit studeerde Tuynman in de jaren 1947-1949 rechten, maar in 1951 ging hij daar Nederlands en geschiedenis studeren, met als bijvakken klassiek Latijn, fonetiek, Italiaans, Roemeens en krijgsgeschiedenis. Op 16 december 1956 deed hij kandidaatsexamen. Daarna gaf hij aan praekandidaten colleges Gotisch, historische grammatica en geschiedenis van de Nederlandse taal. Lees verder >>

In memoriam Peter Gumbert (1936-2016)

Door Jos A.A.M. Biemans

Op achttien augustus j.l. overleed op tachtigjarige leeftijd de Leidse emeritus hoogleraar Westerse Handschriftenkunde Dr J. Peter Gumbert. Zijn werk beperkte zich echter niet tot de Paleografie en Codicologie van het middeleeuwse met de hand geschreven boek, de twee met elkaar verbonden terreinen waarop hij na zijn studie van de Klassieke Talen de rest van zijn leven actief was. Wat hij voor de handschriftenkunde in binnen- en buitenland tot stand heeft gebracht, zal uiteengezet worden in een levensbericht voor de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen waarvan hij sinds 1997 tot zijn overlijden lid is geweest. Voor de lezers van Neerlandistiek.nl belicht ik graag vooral Gumberts betekenis voor ons vak, de medioneerlandistiek. Lees verder >>

Bij het heengaan van een vriend.
Necrologie voor Joris Gerits (1943-2016)

Door Yves T’Sjoen

Joris de heldhaftige drakendoder van het land Moriar is niet meer. In het multimediale project Hauser van Lies van Gasse en Annemarie Estor (2013) redde het personage dat door Joris Gerits is vertolkt het postume leven van de negentiende-eeuwse vondeling Kaspar Hauser. Enkele dagen geleden, op 26 juli, heeft Joris een jarenlang gevoerde strijd verloren. In het najaar verschijnt de tekst die Joris een week voor zijn dood bezorgde als toelichting bij een graphic poem door Lies van Gasse gebaseerd op het honderdvijftig regels omvattende gedicht ‘Exodus’ van Hugues C. Pernath. Dat een tekst over precies dit dichtwerk van deze Antwerpse dichter het slotakkoord markeert van een academische loopbaan, zie ik niet als een toevallige speling van het lot.

Academia is niet de stamkroeg van een vriendenvereniging. Vriendschap is een schaars goed in universitaire kringen. Lees verder >>

Het zelfgekozen eind van de dichter Johannes van ’t Lindenhout junior (1893-1916)

Door Peter Altena

De ‘groote oorlog’ miste Nederland op een haar, maar de echo’s weerklonken ook hier. Belgische vluchtelingen vonden hun eerste opvang voorbij de grensovergang en uiteindelijk in het hele land. Heel veel volwassen mannen werden gemobiliseerd, naar de forten en grenzen gedirigeerd.

Onder hen ook dichters en beeldend kunstenaars. Eén van hen was Johannes van ’t Lindenhout junior, die al enige jaren veelbelovend was, zich in kringen rond Martinus Nijhoff ophield (of andersom: Nijhoff in zijn kringen!), en gedichten aan Albert Verwey zond. De jonge dichter zag zijn studie in Amsterdam mislukken, maar het dichterschap beloofde hem zoveel meer. Veel gevaarlijker waren de buien van zwaarmoedigheid en levenshaat die hem periodiek troffen. Lees verder >>

Leo Ross (1934-2014)

door Rob Delvigne

Leo Ross werd op 15 juli 1934 geboren te Zwartsluis. Het gezin verhuisde in het eerste oorlogsjaar naar Amsterdam; in 1946 vestigde het zich in Vlissingen. In 1951 ging hij studeren in Amsterdam, aan de Gemeentelijke Universiteit, voorlopig rechten. Na zijn kandidaatsexamen (1954) zwaaide hij om naar Nederlands. Hij sloot toen een hechte vriendschap met Willem Wilmink, jaargenoot (als Neerlandicus) en dispuutgenoot; Wilmink schreef in zijn verhaal Het reisgezelschap van de Amstel (Tirade 1966, in boekvorm in 1976) een karikaturaal portret van hem als Bever. In 1963 legde Ross het doctoraalexamen af. Hij werd toen Lektor für niederländische Philologie aan de Universiteit van Münster, Westfalen. In 1969 keerde hij terug naar Amsterdam als docent Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde aan de Vrije Universiteit in 1994, gezamenlijk met collega-Neerlandicus Rob Delvigne, op de Brieven van en aan Jacob Israël de Haan 1899-1908. In het jaar 2000, nog geen jaar nadat hij met pensioen was gegaan, werd hij getroffen door een herseninfarct. Leo Ross overleed op 21 december 2014 in Diemen.
Lees verder >>

In memoriam prof. dr. Leopold Peeters

Door Els Ruijsendaal

Op 26 maart 2016 is prof. dr. Leopold Peeters, de bescheiden, maar zeer gedegen en zeer breed georiënteerde docent en gekend geleerde, heengegaan.

Pol Peeters werd op 14 februari 1925 geboren in Heppen (thans deelgemeente van Leopoldsburg) in de Belgische provincie Limburg. Na de middelbare school ging hij studeren aan de Universiteit van Leuven: Germaanse filologie, waar hij ‘met grote onderscheiding’ afstudeerde. Na zijn studie werd hij leraar in het middelbaar onderwijs en behaalde hij achtereenvolgens de doctoraalexamens Nederlands én Duits aan de Universiteit van Utrecht.

Het jaar erop werd Peeters docent aan de Nutsacademie in Rotterdam (MO) en in 1967 volgde een benoeming tot wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam, afdeling Historische Taalkunde van het Nederlands. Hij promoveerde in 1968 op het proefschrift Historische und literarische Studien zum dritten Teil des Kudrunepos bij prof. dr. Jan Huisman.

Lees verder >>

In memoriam Thomas Blondeau (1978-2013)

Door Marc van Oostendorp

‘Grappige taal en grappige meningen,’ schreef een recensent vorige week over Thomas Blondeaus nieuwe roman Het West-Vlaams versierhandboek. ‘En dan is het ineens allemaal voorbij. En zitten wij met de gebakken peren.’

Ik had aan Thomas willen schrijven over die recensie, omdat ik het er niet mee eens was. Ik kende hem niet heel goed, ik sprak hem incidenteel, was weleens door hem geïnterviewd en schrijf sinds deze zomer op zijn uitnodiging een column in Mare, die hij redigeerde en daarover waren we dus in een e-mailcontact.

Lees verder >>

In Memoriam Frida Balk-Smit Duyzentkunst

Door Wim Klooster

Op 7 februari van dit jaar overleed Frida (‘Fried’) Balk, op 82-jarige leeftijd. Er is mij, jarenlang haar naaste collega, gevraagd dit In Memoriam te schrijven. In de bijna zestig jaar dat wij elkaar kenden, heb ik in uiteenlopende hoedanigheden met haar te maken gehad.

Ik heb bij haar college gelopen, wij werden collega’s in de staf Nederlandse Taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam, nog weer later werden we collegae proximi (haar leeropdracht luidde ‘Taalkunde van het hedendaags Nederlands’), we werden – zij na mij – voorzitter van de toenmalige Subfaculteit Neerlandistiek, en werkten soms samen als bestuurders van stichtingen en verenigingen. Zij was jarenlang voorzitter van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek. Het Subfaculteitsvoorzitterschap ervoeren wij als Galahads ‘vreselike sitten’.

Lees verder >>

In memoriam Ron van Zonneveld (Den Haag 13.12.1942 – Groningen 11.12.2012).

door Anneke Neijt

Vorige week stond het overlijdensbericht in de krant: “Mijn lieve, geweldige man en onze fantastische vader is tot ons grote verdriet overleden”, ondertekend door Roelien Bastiaanse en Rons kinderen. Na een kort ziekbed kwam het definitieve afscheid.

In de taalkunde is Ron van Zonneveld bekend van zijn artikelen in bijvoorbeeld Tabu, Linguistics in the Netherlands en Nederlandse taalkunde. Hij studeerde Algemene Taalwetenschap in Leiden, werkte lange tijd bij de afdeling Nederlandse taal- en letterkunde van de Rijksuniversiteit Groningen en was na zijn vervroegde pensionering in 2005 wetenschappelijk en taalkundig docent en adviseur van de kennisonderneming Wagner Group.
Lees verder >>

Ove: In memoriam Anton D. (Ton) Leeman

Door Jaap Wisse (Newcastle)

Op 5 augustus 2010 is rustig overleden Anton Daniël (Ton) Leeman, emeritus hoogleraar Latijnse Taal en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, geboren 9 april 1921. Zijn inspirerend pionierswerk op het gebied van de de antieke retorica heeft een belangrijke invloed gehad zowel op de historische Nederlandse letterkunde als op de taalbeheersing. Na zijn proefschrift over Cicero’s opvattingen over de roem (Gloria, 1949) werd hij al in 1952, net in de 30, hoogleraar. Hij publiceerde eerst een aantal mooie artikelen vooral over de Romeinse historiografie, en in 1963 verscheen een boek dat nog steeds tot de retorische klassiekers behoort: Orationis Ratio, een veelomvattende studie over ‘the stylistic theories and practice of the Roman orators, historians and philosophers’. Helder en nog steeds toegankelijk (alle Latijnse teksten zijn voorzien van vertalingen), geeft Leeman de lezer inzicht in, en feeling voor, de interactie tussen retorische theorie en Latijns proza. Aandacht voor retorica – het is ondertussen moeilijk voor te stellen – was in die dagen een zeldzaamheid, en samen met onder andere George Kennedy’s eerste handboek The Art of Persuasion in Greece, uit hetzelfde jaar, heeft Orationis Ratio de retorica weer op de kaart helpen zetten.
Lees verder >>