Categorie: In memoriam

In memoriam: Frans Wilhelm (1945-2020)

Door Frank Vonk, Jan Noordegraaf, Roland de Bonth, Gijsbert Rutten

Op 12 juni overleed de Nijmeegse anglist Frans Wilhelm, bij neerlandici en historiografen van het talenonderwijs wellicht bekend als medeauteur van de Geschiedenis van het talenonderwijs (2015). Frans is in Nijmegen geboren en overleed aldaar. Net als Ruud Lubbers en Hans van Mierlo ging Frans naar het gymnasium van het Canisius College, een katholieke jongenskostschool van de jezuïeten. Vanaf 1963 studeerde hij Engelse Taal- en Letterkunde aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen, tegenwoordig de Radboud Universiteit. In 1971 behaalde hij zijn doctoraaldiploma aan het Radley College in Berkshire (UK).

Frans Wilhelm (links) voor een belangrijke deur van de Bodleian Library in Oxford (2004). Foto: G. Rutten
Lees verder >>

Gedicht: Hans Sleutelaar • twee gedichten

De vorige week overleden Hans Sleutelaar was dichter van een klein maar veelgeprezen oeuvre.

Hemellichamen

het uur dat ik de dag heb opengebroken
en de zee in een dauwdruppel samengevat
was ik radeloos was ik vuur

was ik
een gat in de huid van de ruimte
een kreet van vreselijke vreugde
een magere morgen van zand en honger

en wist mij later blindgestaard en doodgewoekerd
en viel
en spleet uiteen

Lees verder >>

In Memoriam Flip Droste (1928-2020)

Door Dirk Geeraerts

Op 13 juni 2020, enkele weken voor zijn 92e verjaardag, overleed Flip Droste, taalkundige, essayist, romancier. Flip (officieel Frederik Gerrit) Droste werd geboren in Arnhem op 4 juli 1928. Hij studeerde Nederlands in Nijmegen, en promoveerde daar in 1956 met het proefschrift Moeten. Een structureel-semantische studie. In 1968 – hij was toen docent aan de Europese School in Mol – werd hij hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven, een positie die hij tot zijn emeritaat in 1993 bekleedde, en vanwaaruit hij op een belangrijke manier bijdroeg tot de verspreiding van de poststructuralistische taaltheorieën in het taalonderzoek in Vlaanderen. 

Lees verder >>

Overleden: Flip G. Droste (1928-2020)

Ons bereikt het bericht dat eergisteren de Nederlandse taalkundige en schrijver Flip G. Droste is overleden. Droste werkte tot zijn emeritaat in 1993 aan de Katholieke Universiteit Leuven en publiceerde behalve boeken over de taalwetenschap ook fictie.

In 2019 schreef Droste nog drie bijdragen aan Neerlandistiek:

Enkele andere taalkundige publicaties zijn te vinden in de DBNL.

In Memoriam dr. Hugo Ryckeboer (1935-2020)


Hugo Ryckeboer en Magda Devos in het WVD-redachtielokaal (1996)

Door Magda Devos

Op 21 mei ll. overleed te Oudenaarde de Gentse taalkundige Hugo Ryckeboer. Hij zou in juli van dit jaar 85 zijn geworden. Hij was een alom gewaardeerd dialectoloog en lexicograaf, en tevens de grootste specialist van zijn generatie inzake de streektaal en de taalsociologie in Frans-Vlaanderen.

Lees verder >>

Gedicht: Mischa de Vreede • Heel mijn korte leven lang



Vorige week is Mischa de Vreede overleden. Ze schreef veel romans, maar ook poëzie.

Heel mijn korte leven lang.

heel mijn korte leven lang
een en twintig oude jaren
heb ik mijzelf verbeterd
heb ik mijzelf bebouwd
alles alleen genoten
alles alleen geleden
heb ik met mijzelf geslapen
in een eenzame vredige nacht
heb ik mijzelf omhelsd
in het donkere zoetige water
wie wil mij
wie kan mij wat leren
mijn bestwil verwarrend met god
niemand toch lacht met mij
als ikzelf
niemand toch lijdt onder mij
als ik
en niemand weet zo goed
als ikzelf
hoe ik aan de zon mij heb verwarmd
en verbrand
god betere het!

Lees verder >>

Gedicht: Hans Verhagen • Azalea

Dichter en P.C. Hooft-laureaat Hans Verhagen overleden.

Azalea

Die het kwade spreken krijgen steeds meer te vertellen
In dit ondermaanse licht ontleend aan schaduwen
anderen de vingers breken tot ze niet meer meetellen
om ooit de sultans ezel voor zich uit te mogen duwen

Keldert het vertrouwen in de voortplanting, drommen
er wel pap van lustende van onder gladgeschorenen
zich bescheurend samen voor een pas op!
slipgevaar-party

Lees verder >>

In memoriam Eddy Grootes (1936-2020)

Door Peter Altena

Onlangs overleed Eddy Grootes, emeritus hoogleraar Historische Nederlandse Letterkunde, na een welbesteed en geleerd leven. De laatste jaren van zijn leven was een stok nooit ver weg – blijkbaar was hij moeilijk ter been  – en onwillekeurig moest ik denken aan het gedicht dat Vondel wijdde aan Oldenbarnevelt, het Stockske. Er waren grote verschillen tussen beide stokafhankelijken, maar toch ook enkele overeenkomsten: voor de goede verstaander is het niet nodig om de vergelijking uit te werken.

Lees verder >>

In memoriam Eddy Grootes (22 maart 1936 – 5 februari 2020)

Door Jeroen Jansen

Een hoogleraar hoort erudiet te zijn. Dat was Eddy Grootes dan ook: erudiet en enigszins gedistingeerd. Zijn uiterlijk boezemde ons als jonge studenten ontzag in. Vanaf het eerste jaar kenden we zijn deftige pak, de vlotte tred en zorgvuldig gecoiffeerde snor. Met enige schroom klopte je op zijn kamerdeur. Minzaam glimlachend stond hij je te woord. Zijn stem had iets betoverends, een melodieuze lijn van woorden die je haast bedwelmde. Heel persoonlijk werd het niet vlug. Maar de twinkeling in zijn ogen en de vrolijke intonatie toonden zijn enthousiasme. Zo leerde ik Eddy Grootes kennen in de vroege jaren ’80. Dat hij de hoogleraar was, wist iedere student. Zijn voornaam hoorde ik pas veel later, toen ik al bijna afgestudeerd was, uiteraard bij hem.

Lees verder >>

als je weet waar ik ben zoek me dan

In memoriam Wim Klooster (1935-2019)

Door Guido Leerdam

Op 15 september overleed Wim Klooster, emeritus hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam, op 84-jarige leeftijd, na een kort ziekbed. In de verschillende obits zijn kwalificaties te lezen als “beminnelijk”, “bedachtzaam” (toen hij tijdens college eens – naar de smaak van het gehoor te – lang peinsde over een vraag werd even overwogen of er niet een dokter gebeld moest worden), “taalbeschouwelijk”, en ze zouden met gemak kunnen worden aangevuld met andere, als subtilist, taalmethodist, en het objectiefst: generativist (al zou dat toen, maar ook nu, aan hem de nodige op aarzelende toon uitgesproken tenminste’s en nota bene’s hebben ontlokt).

Lees verder >>

In memoriam Anneke Reitsma (1949-2019)

Geboren  Pematang Siantar: 31 december 1949, overleden Idsegahuizum: 15 oktober 2019

Door Johan Reijmerink

Op de herfstige zondagmiddag van 8 november 1981 hoorde ik voor het eerst Anneke Reitsma op een literaire middag een lezing houden in het voormalige Hotel ‘s-Gravenhof te Zutphen. Zij hield een voordracht over het werk van Ida Gerhardt. De violiste Emmy Verhey en de pianist Frédéric Meinders omlijstten haar lezing met muziek van Mozart en de in Zutphen geboren componist Jan Brands Buys. De toneelspeler Henk van Ulsen droeg gedichten van Gerhardt voor.

Lees verder >>

De school van WPG

Waarom elke docent Nederlands schatplichtig is aan W.P. Gerritsen (1935-2019)

Dia uit colleges vakdidactiek Nederlands 1&2 op 28 en 29 oktober 2019 (GST UU, Erwin Mantingh).  

Door Erwin Mantingh

Als een vooraanstaande schrijver, dichter, cabaretier of liedjesschrijver een prijs ontvangt of overlijdt, als taalonderzoek de pers haalt, als er een onmisbaar naslagwerk verschijnt over de Nederlandse taal of literatuur: bij taal- en letterenactualiteiten stond ik als leraar, en sta ik als vakdidacticus, kort stil in mijn les of college. Maar wat vertel ik aan leraren-Nederlands-in-opleiding als een groot wetenschapper en neerlandicus overlijdt, wiens wetenschappelijke oeuvre bijna zestig jaar omspant, die ik een kleine twintig jaar van nabij heb meegemaakt als zijn student, student-assistent, promovendus en collega-docent? Een geleerde bovendien van wie de meeste van deze leraren-in-opleiding nog nooit hebben gehoord: op 24 oktober jl. overleed W.P. Gerritsen, de Utrechtse hoogleraar Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen van 1968 tot 2000 en daarna Scaliger hoogleraar in Leiden (2001-2007). 

Lees verder >>

De leermeester

In memoriam Wim Gerritsen

In april 2016 ontving W.P. Gerritsen (rechts) de uitgave Gevoel, vernuft en verbeelding. 200 jaar Utrechtse neerlandistiek

Door Frits van Oostrom

Het vak dat Wim Gerritsen met hart en ziel beoefende, de studie van de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen, kent een traditie van inmiddels zo’n tweehonderd jaar. Maar dat vak is pas een vakgebied geworden dankzij hem. Voordien staan de grote namen uit ons vak als silo’s in het landschap: (ik noem er maar een paar) Van Mierlo, Muller, C.C. de Bruin, Maurits Gysseling en ook nog Hellinga en Maartje Draak. Knappe geleerden stuk voor stuk, maar werkend op zichzelf, en nauwelijks met duidelijke leerlingen, voor zover ze die al hadden en ze zich daarom bekreunden. Dat was nu eenmaal het geleerdentype in die tijd in ons soort vakken – en ook W.A.P. Smit, de Utrechtse hoogleraar Nederlandse letterkunde, belichaamde een zuil op zich. 

Lees verder >>

In memoriam Wim Klooster (1935-2019)

Door Hans Broekhuis, Joop van der Horst, Henk Verkuyl

het universum zal steeds wijder gapen
je wendt je tot de arts de lieve heer
’t is al laat ventje
we gaan slapen
Levensloop (fragment)
Uit: Wim Klooster, Een kwestie van tijd (2019)

Wim Klooster ontvangt de Reina Prinsen Geerligsprijs (1955). Bron: Wikipedia

Wim als taalkundig neerlandicus 

Wim Kloosters carrière als taalkundig neerlandicus beslaat een periode van ruim 60 jaar. Hij zal bij velen vooral bekend zijn als de schrijver, samen met Remmert Kraak, van het in 1968 verschenen boek Syntaxis, dat gezien kan worden als de grote wegbereider voor de generatieve taalkunde in Nederland (zie het interview in Onze Taal uit 1999, waarin de auteurs terugblikken op de totstandkoming van het boek). Anders dan veel andere generatief taalkundigen is Klooster zich blijven bezighouden met de vele andere aspecten van de neerlandistiek en heeft hij zich ook in tal van artikelen en als voorzitter van de Landelijke Vereniging van Neerlandici (nu opgegaan in de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek) ingezet voor de belangen van de Neerlandistiek als geheel.

Lees verder >>

In dienst van de literatuur

In memoriam Tom van Deel (1945-2019)

Door Nico Keuning

Op maandag 12 augustus, is Tom van Deel, oud-literatuurcriticus en oud-docent Moderne Letterkunde aan de UvA, overleden. Hij publiceerde gedichten als T. van Deel. Twee maanden geleden, op 13 juni, de geboortedag van de schrijver Willem Brakman, was ik nog in Amsterdam bij Van Deel op bezoek. Die datum was toeval. Ik realiseerde me het pas toen de afspraak was gemaakt. Maar dat Brakman bij onze laatste ontmoeting een rol speelde, was alles behalve toevallig.

 Aanvankelijk kende ik ‘Van Deel’ op afstand als docent aan de UvA, waar ik tussen 1976 en 1982 Nederlands studeerde. Later liep ik hem eens tegen het lijf bij een Querido-borrel. De uitgeverij, waar zijn gedichten werden uitgegeven. Tevens de uitgever van het gerenommeerde literaire tijdschrift De Revisor, waarvan Van Deel mede oprichter was. We spraken tijdens die borrel over Gerrit Krol, een van zijn favoriete auteurs, naast Willem Brakman, Jeroen Brouwers en de dichter Rutger Kopland. Auteurs voor wie hij als docent Moderne Letterkunde, als recensent van dagblad Trouw, redacteur van De Revisor en lid van menige jury, een lans brak. Brakman noemde hem ‘apostel en propagandist’. Tussen beiden ontstond na hun eerste ontmoeting in 1964 een warme vriendschap. ‘Ik ben vanaf mijn 19de met hem in intensief contact geweest,’ schreef ‘Tom’ mij in een mail van 20 september 2016 als reactie op het nieuws dat ik de biografie van Brakman ging schrijven. Van Deel stelde ruimhartig zijn Brakman-collectie ter beschikking die ik in delen kon lenen. ‘Dat archief is betrekkelijk ongeordend, maar beschikbaar, de honderden brieven eveneens. En alle documenten.’

Lees verder >>

In memoriam Tom van Deel

Door Marita Mathijsen

Hij sprak even bedachtzaam als hij schreef. Ik heb hem nooit zijn stem horen verheffen en nooit een onvolledige zin horen uitspreken. Taal was voor hem niet iets dat je zonder aandacht kon gebruiken. Hij hield ervan met zijn zachte en melodieuze stem woorden bij wijze van spreken te strelen en ze in een perfecte zinsschikking te brengen, waar plompe of pathetische wendingen uit geweerd werden.

Dat respect voor taal kenmerkte zijn hele wezen. Of het nu de criticus, de docent of de dichter was: alles ging om de waarde daarvan die alleen beseft kon worden door er volledig voor open te gaan staan.

Zo gaf hij zijn poëziecolleges. Hij draaide om een gedicht heen, las het voor, nam tijd, wachtte op reacties. Dan pas zoomde hij in. In de bundel Voortgezette schepping die hij aangeboden kreeg bij zijn afscheid als docent aan de Universiteit van Amsterdam (2006), omschrijven zijn collega’s het zo: ‘Generaties studenten hebben van hem geleerd wat het betekende om zich een gedicht eigen te maken. Ze zullen zich herinneren hoe Tom eerst om het gedicht heen cirkelde, als een merel om een appel voor hij erin doordringt. Zoals de merel erom heen draait, een positie kiest, en dan pas zijn snavel erin steekt om voorzichtig bij de kern, het klokhuis, te komen, en de zaden open te leggen, zo las Tom het geheel voor, en las het vers nog eens, en bekeek het weer, en dan pas brak hij het open, voorzichtig, laagje voor laagje, rustig en altijd vragenderwijs. Nooit zou hij iets stellig beweren, maar altijd met weinig woorden, de studenten groepsgewijs aankijkend, om instemming vragend. Meestal met een voorwaardelijke negatie: “zou het niet kunnen zijn dat hier staat…?” [1] Hij had geen haast en legde geen interpretaties op.

Lees verder >>

In memoriam Riet van der Laan (1949-2019)

Door Marc van Oostendorp

Van de illustere gezelschappen waartoe ik behoor is het illusterste wel dat van de (Oud-)medewerkers van Onze Taal: de mensen die ooit op het kantoor van dat genootschap hebben gewerkt, of die dat nog doen.

Door omstandigheden kon ik in juni niet bij het jaarlijkse etentje in Den Haag zijn dat de voornaamste activiteit van dit gezelschap is. Maar binnen een paar uur wist ik dat er een veel belangrijker iemand niet was geweest: Riet van der Laan. Ze was ernstig ziek, werd er tijdens dat etentje aan de geschokte collega’s verteld.

Ze wordt vandaag begraven.

Lees verder >>

In memoriam Wil Sterenborg (1923-2019)

Door Marc van Oostendorp

Deze week overleed op 95-jarige leeftijd een ridder van het correcte Nederlands, de leeuw van het Tilburgs: Wil Sterenborg. Zijn naam zal niet heel veel mensen buiten Tilburg wat zeggen. Maar wie het nooit met hem aan de stok heeft gehad, heeft de afgelopen decennia waarschijnlijk nooit iets in het openbaar gezegd over taal.

Sterenborg was volgens het bericht dat het Brabants Dagblad aan hem wijdde, achtereenvolgens ‘conciërge, leraar Nederlands en conrector’ van het St. Odulphuslyceum in Tilburg. Het verhaal daarachter staat niet in de krant: Sterenborg had omdat hij ‘te kritisch’ was zelf nooit de middelbare school (een kleinseminarie) afgemaakt. Hij werd conciërge omdat hij van bijlesleerlingen hoorde dat dit baantje vrij was. Hij werd leraar omdat dit baantje vrij kwam en hij in zijn vrije tijd een MO-akte haalde. En zo groeide hij uiteindelijk ook in de conrectorsbaan.

Lees verder >>

In memoriam Dick Blok

Door Rudi Künzel

Ik heb Dick een halve eeuw gekend en twintig jaar daarvan met hem samengewerkt aan het Lexicon van Nederlandse toponiemen tot 1200 (1987). We zijn elkaar blijven zien na zijn pensionering en mijn vrouw Anne-Ruth en ik hebben ook meermaals samen Henny en hem opgezocht. Ik was op hem gesteld.

Dick was een degelijk opgeleide mediëvist die hield van de ambachtelijke kant van het vak. Zijn proefschrift Een diplomatisch onderzoek van de oudste particuliere oorkonden van Werden (1960) is een briljant stuk werk.

Niermeyer was de eerste hoogleraar in de Middeleeuwse Geschiedenis aan de UvA. Hij had – zonder anderen te kort te willen doen – twee belangrijke leerlingen, Co van de Kieft en Dick Blok. Co volgde Niermeyer op toen die voortijdig stierf. Dick had toen al een eigen domein en werd eerst docent, later hoogleraar in de naamkunde in verband met de nederzettingsgeschiedenis. Lees verder >>

In memoriam Dr. H.J.T.M. (Har) Brok (1943 – 2019)

Breda, 24 september 1943 – Amsterdam 18 februari 2019

Tot ons grote leedwezen ontvingen wij bericht van het overlijden van Har Brok, oud-medewerker van het Meertens Instituut. Over Har kun je niet een gewoon geleerden-levensbericht schrijven: hij stond namelijk veel te ambivalent tegenover het georganiseerde wetenschappelijk bedrijf en ook zijn eigen kwaliteiten mocht hij graag onder de korenmaat schuiven. Tegelijkertijd stelde hij dan weer hoge eisen aan wat hij publiceerde en wilde dat anderen dat waardeerden. Het onvermogen om zichzelf belangrijk te maken moest, om een plaats te kunnen blijven claimen voor het soort onderzoek dat hij voorstond, gepaard gaan met hardnekkigheid en serieuze onserieusheid en dat kon bij cafébezoek, tot de opmerking leiden of wat jij, of een ander deed, wel goed genoeg was, of het er wel toe deed. Hij hield je scherp, je kon ongelooflijk plezier met hem hebben met voortdurend weemoed als onderstroom. Hij evalueerde alles en iedereen, van terzijde. Lees verder >>

In memoriam D.P. (Dick) Blok, 7 januari 1925- 6 februari 2019

Door Jan Berns

In 1965 trad D. P. Blok aan als directeur van het bureau van de Centrale Commissie voor Onderzoek van het Nederlands Volkseigen, afdelingen Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen in 1986 nam hij, gebruikmakend van de VUT-regeling, afscheid van het P.J. Meertens-Instituut. Naamsveranderingen zijn een van de markeringspunten van zijn directoraat.  Na de verhuizing van de bureaus in 1969 uit het wat stoffige schoolgebouw aan de Nieuwe Hoogstraat naar het zonnige pand aan de Keizersgracht, veranderde de naam nog een keer en wel in: Instituut voor dialectologie, Volkskunde en Naamkunde van de KNAW.

Blok was een telg uit een geslacht van geleerden, medievist en naamkundige. In 1967 werd hij docent aan de Universiteit van Amsterdam, met als leeropdracht Nederzettingsgeschiedenis in verband met de naamkunde en uiteindelijk werd hij na zijn VUT gewoon hoogleraar. Hij was ernaast lid van tal van comissies en ook enige tijd aktief in de politiek van zijn woonplaats Nederhorst den Berg. Kortom een druk bezet mens. Hij was een bevlogen docent, zeer gewaardeerd door zijn studenten en het is daarom ook niet onbegrijpelijk dat hij het Instituut vervroegd verlaat, maar zijn hoogleraarschap vol maakt tot aan de pensioengerechtigde leeftijd.  Zijn colleges gaf hij vrijdags in het Instituut in de grote zaal die ’collegezaal’ werd genoemd. Hij was directeur, maar de drie afdelingen waren tamelijk autonoom, wat zijn eigen vak, de naamkunde, betreft heeft hij slechts aan één project van die afdeling meegewerkt, dat was ’de nieuwe Förstermann’, ofwel het Lexicon van nederlandse toponiemen tot 1200. Lees verder >>

In Memoriam Agnes Sneller (1940-2019)

Door Olga van Marion en Netty van Megen

Foto: Judit Gera

Neerlandica en filosofe dr. A. Agnes Sneller-van Veen was een geliefde docent aan de Opleiding Nederlands in Leiden. Als oud-studenten en collega zijn wij zeer verdrietig dat ze 31 januari jl., na een waardevolle periode van afscheid nemen te midden van haar vier dochters en vele vriendinnen, in het Haagse Nolenshaghe is overleden.

In Leiden doceerde Agnes Sneller vanaf 1982 historische taalkunde, naast haar aanstelling als docent aan de Nutsacademie (nu Hogeschool) in Rotterdam. Generaties studenten hebben zich onder haar leiding verdiept in het vak Zeventiende-eeuws, en het enthousiasme nam alleen maar toe toen ze in de jaren negentig colleges Genderlinguïstiek gaf samen met haar collega Taalbeheersing Agnes Verbiest, met wie zij het cursusboek Wat woorden doen (2000) samenstelde. Ook wij behoorden in onze studententijd tot haar fans en we hebben ons onder haar leiding met plezier verdiept in historische taalkunde, taalvariatie en filologie tot en met het taalgebruik van P.C. Hooft in zijn Nederlantsche Historiën. Lees verder >>