Categorie: In memoriam

als je weet waar ik ben zoek me dan

In memoriam Wim Klooster (1935-2019)

Door Guido Leerdam

Op 15 september overleed Wim Klooster, emeritus hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam, op 84-jarige leeftijd, na een kort ziekbed. In de verschillende obits zijn kwalificaties te lezen als “beminnelijk”, “bedachtzaam” (toen hij tijdens college eens – naar de smaak van het gehoor te – lang peinsde over een vraag werd even overwogen of er niet een dokter gebeld moest worden), “taalbeschouwelijk”, en ze zouden met gemak kunnen worden aangevuld met andere, als subtilist, taalmethodist, en het objectiefst: generativist (al zou dat toen, maar ook nu, aan hem de nodige op aarzelende toon uitgesproken tenminste’s en nota bene’s hebben ontlokt).

Lees verder >>

In memoriam Anneke Reitsma (1949-2019)

Geboren  Pematang Siantar: 31 december 1949, overleden Idsegahuizum: 15 oktober 2019

Door Johan Reijmerink

Op de herfstige zondagmiddag van 8 november 1981 hoorde ik voor het eerst Anneke Reitsma op een literaire middag een lezing houden in het voormalige Hotel ‘s-Gravenhof te Zutphen. Zij hield een voordracht over het werk van Ida Gerhardt. De violiste Emmy Verhey en de pianist Frédéric Meinders omlijstten haar lezing met muziek van Mozart en de in Zutphen geboren componist Jan Brands Buys. De toneelspeler Henk van Ulsen droeg gedichten van Gerhardt voor.

Lees verder >>

De school van WPG

Waarom elke docent Nederlands schatplichtig is aan W.P. Gerritsen (1935-2019)

Dia uit colleges vakdidactiek Nederlands 1&2 op 28 en 29 oktober 2019 (GST UU, Erwin Mantingh).  

Door Erwin Mantingh

Als een vooraanstaande schrijver, dichter, cabaretier of liedjesschrijver een prijs ontvangt of overlijdt, als taalonderzoek de pers haalt, als er een onmisbaar naslagwerk verschijnt over de Nederlandse taal of literatuur: bij taal- en letterenactualiteiten stond ik als leraar, en sta ik als vakdidacticus, kort stil in mijn les of college. Maar wat vertel ik aan leraren-Nederlands-in-opleiding als een groot wetenschapper en neerlandicus overlijdt, wiens wetenschappelijke oeuvre bijna zestig jaar omspant, die ik een kleine twintig jaar van nabij heb meegemaakt als zijn student, student-assistent, promovendus en collega-docent? Een geleerde bovendien van wie de meeste van deze leraren-in-opleiding nog nooit hebben gehoord: op 24 oktober jl. overleed W.P. Gerritsen, de Utrechtse hoogleraar Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen van 1968 tot 2000 en daarna Scaliger hoogleraar in Leiden (2001-2007). 

Lees verder >>

De leermeester

In memoriam Wim Gerritsen

In april 2016 ontving W.P. Gerritsen (rechts) de uitgave Gevoel, vernuft en verbeelding. 200 jaar Utrechtse neerlandistiek

Door Frits van Oostrom

Het vak dat Wim Gerritsen met hart en ziel beoefende, de studie van de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen, kent een traditie van inmiddels zo’n tweehonderd jaar. Maar dat vak is pas een vakgebied geworden dankzij hem. Voordien staan de grote namen uit ons vak als silo’s in het landschap: (ik noem er maar een paar) Van Mierlo, Muller, C.C. de Bruin, Maurits Gysseling en ook nog Hellinga en Maartje Draak. Knappe geleerden stuk voor stuk, maar werkend op zichzelf, en nauwelijks met duidelijke leerlingen, voor zover ze die al hadden en ze zich daarom bekreunden. Dat was nu eenmaal het geleerdentype in die tijd in ons soort vakken – en ook W.A.P. Smit, de Utrechtse hoogleraar Nederlandse letterkunde, belichaamde een zuil op zich. 

Lees verder >>

In memoriam Wim Klooster (1935-2019)

Door Hans Broekhuis, Joop van der Horst, Henk Verkuyl

het universum zal steeds wijder gapen
je wendt je tot de arts de lieve heer
’t is al laat ventje
we gaan slapen
Levensloop (fragment)
Uit: Wim Klooster, Een kwestie van tijd (2019)

Wim Klooster ontvangt de Reina Prinsen Geerligsprijs (1955). Bron: Wikipedia

Wim als taalkundig neerlandicus 

Wim Kloosters carrière als taalkundig neerlandicus beslaat een periode van ruim 60 jaar. Hij zal bij velen vooral bekend zijn als de schrijver, samen met Remmert Kraak, van het in 1968 verschenen boek Syntaxis, dat gezien kan worden als de grote wegbereider voor de generatieve taalkunde in Nederland (zie het interview in Onze Taal uit 1999, waarin de auteurs terugblikken op de totstandkoming van het boek). Anders dan veel andere generatief taalkundigen is Klooster zich blijven bezighouden met de vele andere aspecten van de neerlandistiek en heeft hij zich ook in tal van artikelen en als voorzitter van de Landelijke Vereniging van Neerlandici (nu opgegaan in de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek) ingezet voor de belangen van de Neerlandistiek als geheel.

Lees verder >>

In dienst van de literatuur

In memoriam Tom van Deel (1945-2019)

Door Nico Keuning

Op maandag 12 augustus, is Tom van Deel, oud-literatuurcriticus en oud-docent Moderne Letterkunde aan de UvA, overleden. Hij publiceerde gedichten als T. van Deel. Twee maanden geleden, op 13 juni, de geboortedag van de schrijver Willem Brakman, was ik nog in Amsterdam bij Van Deel op bezoek. Die datum was toeval. Ik realiseerde me het pas toen de afspraak was gemaakt. Maar dat Brakman bij onze laatste ontmoeting een rol speelde, was alles behalve toevallig.

 Aanvankelijk kende ik ‘Van Deel’ op afstand als docent aan de UvA, waar ik tussen 1976 en 1982 Nederlands studeerde. Later liep ik hem eens tegen het lijf bij een Querido-borrel. De uitgeverij, waar zijn gedichten werden uitgegeven. Tevens de uitgever van het gerenommeerde literaire tijdschrift De Revisor, waarvan Van Deel mede oprichter was. We spraken tijdens die borrel over Gerrit Krol, een van zijn favoriete auteurs, naast Willem Brakman, Jeroen Brouwers en de dichter Rutger Kopland. Auteurs voor wie hij als docent Moderne Letterkunde, als recensent van dagblad Trouw, redacteur van De Revisor en lid van menige jury, een lans brak. Brakman noemde hem ‘apostel en propagandist’. Tussen beiden ontstond na hun eerste ontmoeting in 1964 een warme vriendschap. ‘Ik ben vanaf mijn 19de met hem in intensief contact geweest,’ schreef ‘Tom’ mij in een mail van 20 september 2016 als reactie op het nieuws dat ik de biografie van Brakman ging schrijven. Van Deel stelde ruimhartig zijn Brakman-collectie ter beschikking die ik in delen kon lenen. ‘Dat archief is betrekkelijk ongeordend, maar beschikbaar, de honderden brieven eveneens. En alle documenten.’

Lees verder >>

In memoriam Tom van Deel

Door Marita Mathijsen

Hij sprak even bedachtzaam als hij schreef. Ik heb hem nooit zijn stem horen verheffen en nooit een onvolledige zin horen uitspreken. Taal was voor hem niet iets dat je zonder aandacht kon gebruiken. Hij hield ervan met zijn zachte en melodieuze stem woorden bij wijze van spreken te strelen en ze in een perfecte zinsschikking te brengen, waar plompe of pathetische wendingen uit geweerd werden.

Dat respect voor taal kenmerkte zijn hele wezen. Of het nu de criticus, de docent of de dichter was: alles ging om de waarde daarvan die alleen beseft kon worden door er volledig voor open te gaan staan.

Zo gaf hij zijn poëziecolleges. Hij draaide om een gedicht heen, las het voor, nam tijd, wachtte op reacties. Dan pas zoomde hij in. In de bundel Voortgezette schepping die hij aangeboden kreeg bij zijn afscheid als docent aan de Universiteit van Amsterdam (2006), omschrijven zijn collega’s het zo: ‘Generaties studenten hebben van hem geleerd wat het betekende om zich een gedicht eigen te maken. Ze zullen zich herinneren hoe Tom eerst om het gedicht heen cirkelde, als een merel om een appel voor hij erin doordringt. Zoals de merel erom heen draait, een positie kiest, en dan pas zijn snavel erin steekt om voorzichtig bij de kern, het klokhuis, te komen, en de zaden open te leggen, zo las Tom het geheel voor, en las het vers nog eens, en bekeek het weer, en dan pas brak hij het open, voorzichtig, laagje voor laagje, rustig en altijd vragenderwijs. Nooit zou hij iets stellig beweren, maar altijd met weinig woorden, de studenten groepsgewijs aankijkend, om instemming vragend. Meestal met een voorwaardelijke negatie: “zou het niet kunnen zijn dat hier staat…?” [1] Hij had geen haast en legde geen interpretaties op.

Lees verder >>

In memoriam Riet van der Laan (1949-2019)

Door Marc van Oostendorp

Van de illustere gezelschappen waartoe ik behoor is het illusterste wel dat van de (Oud-)medewerkers van Onze Taal: de mensen die ooit op het kantoor van dat genootschap hebben gewerkt, of die dat nog doen.

Door omstandigheden kon ik in juni niet bij het jaarlijkse etentje in Den Haag zijn dat de voornaamste activiteit van dit gezelschap is. Maar binnen een paar uur wist ik dat er een veel belangrijker iemand niet was geweest: Riet van der Laan. Ze was ernstig ziek, werd er tijdens dat etentje aan de geschokte collega’s verteld.

Ze wordt vandaag begraven.

Lees verder >>

In memoriam Wil Sterenborg (1923-2019)

Door Marc van Oostendorp

Deze week overleed op 95-jarige leeftijd een ridder van het correcte Nederlands, de leeuw van het Tilburgs: Wil Sterenborg. Zijn naam zal niet heel veel mensen buiten Tilburg wat zeggen. Maar wie het nooit met hem aan de stok heeft gehad, heeft de afgelopen decennia waarschijnlijk nooit iets in het openbaar gezegd over taal.

Sterenborg was volgens het bericht dat het Brabants Dagblad aan hem wijdde, achtereenvolgens ‘conciërge, leraar Nederlands en conrector’ van het St. Odulphuslyceum in Tilburg. Het verhaal daarachter staat niet in de krant: Sterenborg had omdat hij ‘te kritisch’ was zelf nooit de middelbare school (een kleinseminarie) afgemaakt. Hij werd conciërge omdat hij van bijlesleerlingen hoorde dat dit baantje vrij was. Hij werd leraar omdat dit baantje vrij kwam en hij in zijn vrije tijd een MO-akte haalde. En zo groeide hij uiteindelijk ook in de conrectorsbaan.

Lees verder >>

In memoriam Dick Blok

Door Rudi Künzel

Ik heb Dick een halve eeuw gekend en twintig jaar daarvan met hem samengewerkt aan het Lexicon van Nederlandse toponiemen tot 1200 (1987). We zijn elkaar blijven zien na zijn pensionering en mijn vrouw Anne-Ruth en ik hebben ook meermaals samen Henny en hem opgezocht. Ik was op hem gesteld.

Dick was een degelijk opgeleide mediëvist die hield van de ambachtelijke kant van het vak. Zijn proefschrift Een diplomatisch onderzoek van de oudste particuliere oorkonden van Werden (1960) is een briljant stuk werk.

Niermeyer was de eerste hoogleraar in de Middeleeuwse Geschiedenis aan de UvA. Hij had – zonder anderen te kort te willen doen – twee belangrijke leerlingen, Co van de Kieft en Dick Blok. Co volgde Niermeyer op toen die voortijdig stierf. Dick had toen al een eigen domein en werd eerst docent, later hoogleraar in de naamkunde in verband met de nederzettingsgeschiedenis. Lees verder >>

In memoriam Dr. H.J.T.M. (Har) Brok (1943 – 2019)

Breda, 24 september 1943 – Amsterdam 18 februari 2019

Tot ons grote leedwezen ontvingen wij bericht van het overlijden van Har Brok, oud-medewerker van het Meertens Instituut. Over Har kun je niet een gewoon geleerden-levensbericht schrijven: hij stond namelijk veel te ambivalent tegenover het georganiseerde wetenschappelijk bedrijf en ook zijn eigen kwaliteiten mocht hij graag onder de korenmaat schuiven. Tegelijkertijd stelde hij dan weer hoge eisen aan wat hij publiceerde en wilde dat anderen dat waardeerden. Het onvermogen om zichzelf belangrijk te maken moest, om een plaats te kunnen blijven claimen voor het soort onderzoek dat hij voorstond, gepaard gaan met hardnekkigheid en serieuze onserieusheid en dat kon bij cafébezoek, tot de opmerking leiden of wat jij, of een ander deed, wel goed genoeg was, of het er wel toe deed. Hij hield je scherp, je kon ongelooflijk plezier met hem hebben met voortdurend weemoed als onderstroom. Hij evalueerde alles en iedereen, van terzijde. Lees verder >>

In memoriam D.P. (Dick) Blok, 7 januari 1925- 6 februari 2019

Door Jan Berns

In 1965 trad D. P. Blok aan als directeur van het bureau van de Centrale Commissie voor Onderzoek van het Nederlands Volkseigen, afdelingen Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen in 1986 nam hij, gebruikmakend van de VUT-regeling, afscheid van het P.J. Meertens-Instituut. Naamsveranderingen zijn een van de markeringspunten van zijn directoraat.  Na de verhuizing van de bureaus in 1969 uit het wat stoffige schoolgebouw aan de Nieuwe Hoogstraat naar het zonnige pand aan de Keizersgracht, veranderde de naam nog een keer en wel in: Instituut voor dialectologie, Volkskunde en Naamkunde van de KNAW.

Blok was een telg uit een geslacht van geleerden, medievist en naamkundige. In 1967 werd hij docent aan de Universiteit van Amsterdam, met als leeropdracht Nederzettingsgeschiedenis in verband met de naamkunde en uiteindelijk werd hij na zijn VUT gewoon hoogleraar. Hij was ernaast lid van tal van comissies en ook enige tijd aktief in de politiek van zijn woonplaats Nederhorst den Berg. Kortom een druk bezet mens. Hij was een bevlogen docent, zeer gewaardeerd door zijn studenten en het is daarom ook niet onbegrijpelijk dat hij het Instituut vervroegd verlaat, maar zijn hoogleraarschap vol maakt tot aan de pensioengerechtigde leeftijd.  Zijn colleges gaf hij vrijdags in het Instituut in de grote zaal die ’collegezaal’ werd genoemd. Hij was directeur, maar de drie afdelingen waren tamelijk autonoom, wat zijn eigen vak, de naamkunde, betreft heeft hij slechts aan één project van die afdeling meegewerkt, dat was ’de nieuwe Förstermann’, ofwel het Lexicon van nederlandse toponiemen tot 1200. Lees verder >>

In Memoriam Agnes Sneller (1940-2019)

Door Olga van Marion en Netty van Megen

Foto: Judit Gera

Neerlandica en filosofe dr. A. Agnes Sneller-van Veen was een geliefde docent aan de Opleiding Nederlands in Leiden. Als oud-studenten en collega zijn wij zeer verdrietig dat ze 31 januari jl., na een waardevolle periode van afscheid nemen te midden van haar vier dochters en vele vriendinnen, in het Haagse Nolenshaghe is overleden.

In Leiden doceerde Agnes Sneller vanaf 1982 historische taalkunde, naast haar aanstelling als docent aan de Nutsacademie (nu Hogeschool) in Rotterdam. Generaties studenten hebben zich onder haar leiding verdiept in het vak Zeventiende-eeuws, en het enthousiasme nam alleen maar toe toen ze in de jaren negentig colleges Genderlinguïstiek gaf samen met haar collega Taalbeheersing Agnes Verbiest, met wie zij het cursusboek Wat woorden doen (2000) samenstelde. Ook wij behoorden in onze studententijd tot haar fans en we hebben ons onder haar leiding met plezier verdiept in historische taalkunde, taalvariatie en filologie tot en met het taalgebruik van P.C. Hooft in zijn Nederlantsche Historiën. Lees verder >>

In memoriam Chris Heesakkers

Door Ton Harmsen

Afgelopen woensdag overleed Christianus Lambertus Heesakkers (Berlicum 24 mei 1935 – Leiden 28 november 2018). Een beminnelijk mens, die zijn grote kennis van het Nederlandse humanisme graag overbracht. Hij werkte bij de Leidse universiteitsbibliotheek, en aan de Universiteit van Amsterdam bij het Instituut voor Neolatijn en dat voor neerlandstiek; in 1989 werd hij benoemd tot hoogleraar Neolatijn vanwege het Leids Universiteits Fonds. Aan zijn colleges over humanistenlatijn heb ik veel te danken. Lang geleden namen wij, op zomerdagen gezeten in zijn tuin,  mijn vertaling van Barlaeus’ Obsidio Sylvae-Ducis door; hij wees me niet alleen op mijn fouten en misverstanden maar legde ook uit hoe ik die in de toekomst kon voorkomen. Samen begeleidden wij de proefschriften van Frans Blom over de autobiografie van Constantijn Huygens en van Olga van Marion over de sporen die Ovidius’ Heroides in de Nederlandse literatuur hebben nagelaten, in talrijke gesprekken waarbij Chris onvermoeibaar kon uitweiden over alle mogelijke zeventiende-eeuwse literatoren en geleerden. Lees verder >>

In memoriam Frans C. de Rover

Door Willem Kuiper

Afgelopen maandag, 26 november 2018, overleed Frans de Rover, in leven onder andere werkzaam aan het Instituut voor Neerlandistiek UvA als docent Moderne Letterkunde.

Bron: de Volkskrant van 30 novermber 2018

In 1976 leerde ik Frans de Rover kennen toen hij en ik de twee letterkunde vacatures vulden in de redactie van Spektator, tijdschrift voor neerlandistiek.  Frans voor Moderne Letterkunde, ik voor Historische Letterkunde. In die jaren was er nog draagvlak voor een algemeen neerlandistisch tijdschrift omdat de docenten letterkunde, taalbeheersing en taalkunde elkaar nog als collega’s zagen en niet als concurrenten. Lees verder >>

In memoriam Jacques Sicking (1 maart 1936 – 18 september 2018)

Door Erica van Boven

Op dinsdag 18 september 2018 is in Den Haag de letterkundige Jacques Sicking gestorven. Hij is tweeëntachtig jaar geworden.

Jacques Sicking was een Neerlandicus zoals we ze nu bijna niet meer kennen. Hij had een uitzonderlijk brede kennis van zijn vak, in het bijzonder van de literatuurgeschiedenis van de negentiende en twintigste eeuw. Vele generaties studenten aan de Groningse universiteit, waaraan hij vanaf 1970 tot aan zijn pensionering in 1999 was verbonden, zijn onder de indruk geraakt van zijn vakkennis, zijn liefde voor de letteren en zijn plezier in het lesgeven. Voor hem stonden de studenten op de eerste plaats.

Aanvankelijk was veel van zijn onderzoek met het onderwijs verbonden, hetgeen resulteerde in bloemlezingen en syllabi. Zijn collegesyllabus Moderne Nederlandse letterkunde vormde de basis van het handboek Literatuur van de moderne tijd (2006) dat vandaag op een aantal universiteiten in gebruik is. Ook het middelbaar onderwijs lag hem na aan het hart. Hij was zelf zijn loopbaan als leraar begonnen en hij stelde er een eer in zijn studenten goed toe te rusten voor het leraarschap. Met lede ogen heeft hij de kloof zien groeien tussen de universitaire Neerlandistiek en het schoolvak Nederlands. Jaar na jaar heeft hij zich ingezet om dat proces te keren en daarbij waarschuwde hij voor de ontwikkelingen waarover we nu in de kranten lezen: achteruitgang van het schoolvak Nederlands, een tekort aan academisch geschoolde leraren en een daling van het aantal studenten. Lees verder >>

Hete truffel. Een terzijde bij het overlijden van Clara Haesaert

Door Kurt Deswert

Afgelopen zaterdag overleed dichteres Clara Haesaert, een ‘grande dame’ van de Vlaamse poëzie. Jos Joosten schreef hier op Neerlandistiek een treffend in memoriam waar ik graag een klein terzijde naast plaats. Op een bepaald moment, nu enige tijd terug, heb ik haar erg goed heb leren kennen. Naar aanleiding van een interview voor Vlam werd ik gedurende een aantal maanden zo ongeveer gestalkt door haar, omdat ze mijn inspanningen voor de Nederlandstalige poëzie in Brussel wel kon waarderen. Ze kwam bijvoorbeeld ook naar een slechts door een tiental mensen bijgewoonde poëzievoordracht van Vers uit Brussel in gemeenschapscentrum Op-Weule (Sint-Lambrechts-Woluwe). Ze was erg ingenomen met dat initiatief. Lees verder >>

In memoriam Clara Haesaert (1924-2018)

Door Jos Joosten

Vanochtend vroeg was het het eerste berichtje dat ik zag. Dichteres Clara Haesaert is overleden. Zelf heb ik Clara pas op latere leeftijd leren kennen – enfin, wat is latere leeftijd voor iemand die uiteindelijk 94 jaar oud werd? Ze was begin zeventig toen we in contact kwamen. Ik stond aan de aanvang van het onderzoek voor mijn Walravens-boek en zocht een plek in Brussel om rustig het grote familie-archief te kunnen doorvlooien. Clara bood uitkomst: in de zomermaanden van 1996 verbleef ik zo in het souterrain van haar Stichting Diapason, aan de Chazallaan vlakbij het Josafatpark.

De eerste rondleiding herinner ik me goed. De ruime ruimte was in gebruik als archief en opslagruimte. Tussen de vele dozen en stapels papier was het even zoeken, maar er stond een comfortabel bed en een werkende PC. En enthousiast leidde Clara me naar de achterruimte met een keukentje én een doucheruimte. ‘Ik weet dat jullie Hollanders minstens een keer per dag douchen of baden.’ Lees verder >>

In memoriam Jurjen van der Kooi (Hardegarijp 22-12-1943 – Drachten 4-9-2018).

Door Theo Meder

Jurjen van der Kooi

Met grote verslagenheid is kennis genomen van het overlijden van Jurjen van der Kooi. Jurjen was vele jaren onderzoeker en hoofddocent aan het Nedersaksisch en Fries Instituut van de Faculteit der Letteren aan de Rijksuniversiteit Groningen, onder andere op het gebied van vertelcultuur. Jurjen was een gedreven publicist en een vraagbaak voor wie maar een beroep op hem deed. Hoewel Jurjen al langere tijd problemen had met zijn gezondheid, komt zijn overlijden toch erg plotseling, en treft ons diep. Lees verder >>

In memoriam Wim Drop

Door Carel Jansen & Daniël Janssen

Op 21 juli van dit jaar is prof. dr. Wim Drop overleden in zijn woonplaats Amersfoort. Hij is 89 jaar oud geworden.

Voor ons beiden is Wim Drop van grote betekenis geweest, als docent, promotor en leermeester. Maar veel groter nog was zijn betekenis voor het vak Taalbeheersing en voor de Utrechtse afdeling met diezelfde naam, die hij eigenhandig heeft opgericht.

Zijn academische carrière begon eind jaren zestig bij het Instituut De Vooys in Utrecht. Daar ging hij aan het werk als letterkundige, gepromoveerd op de historische roman. In die jaren schreef hij behalve inleidingen bij toen al vrijwel vergeten klassiekers als De Boekanier en De Renegaat ook – samen met anderen – vernieuwende schoolboeken voor het voortgezet onderwijs. Met name de close reading benadering die in Indringend lezen centraal stond, heeft een grote invloed gehad op het Nederlandse literatuuronderwijs. Lees verder >>

Naar aanleiding van het overlijden van Wim Drop

Door Ghislain Duchâteau

Het overlijden van een belangrijke didacticus Nederlands doet mij denken aan de tijd dat zijn werk in de actualiteit was. Dat is dan wel een hele tijd geleden. Toch blijven een aantal aspecten en ideeën van Wim Drop tot op zekere hoogte doorwerken in het actuele onderwijs Nederlands.

In mijn didactische bibliotheek Nederlands grijp ik dicht bij de hand het werk Taalbeheersing. Handboek voor taalhantering van dr. W. Drop en Drs. J.H.L. de Vries uit 1974. Daarbij hoort een Oefenboek 1 bij Taalbeheersing Preliminaire vaardigheden eveneens van beide auteurs uit 1974. Ook reik ik naar Inlevend lezen. Een cursus verhalen lezen, bij Wolters-Noordhoff in 1983 gepubliceerd. En dat is nog niet alles. Van Drop/De Vries is ook Ter informatie. Leergang samenvatten & schrijven van zakelijke teksten en het daarbij horende Docentenboek steeds bij dezelfde uitgever in 1976 gepubliceerd. Lees verder >>

In memoriam Steven ten Brinke

Door Helge Bonset

Op 26 april is op 89-jarige leeftijd Steven ten Brinke overleden. Hij was van 1980 tot aan zijn emeritaat in 1994 hoogleraar Didactiek van het voortgezet onderwijs, in het bijzonder de brugperiode, aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast was hij in de jaren ’80 van de vorige eeuw bijzonder hoogleraar in de theorie van de moedertaaldidactiek aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, tegenwoordig Radboud Universiteit. Hieronder ga ik vooral in op de bijdragen die hij heeft geleverd aan de ontwikkeling van de didactiek van en het onderwijs in het schoolvak Nederlands, indertijd ook aangeduid als moedertaalonderwijs.

Ten Brinke’s eerste belangrijke bijdrage was de oprichting van de VON (Vereniging voor het Onderwijs in het Nederlands) in 1969, waarvan hij in de beginjaren ook voorzitter was. De VON was een bijzondere vereniging, die een voortrekkersrol heeft gehad in de wending van een vooral literair-grammaticaal naar een meer communicatief gericht moedertaalonderwijs. Daarnaast was de VON ‘longitudinaal’ en ‘latitudinaal’: ze hield zich bezig met het moedertaalonderwijs/Nederlands van basisonderwijs tot en met hoger onderwijs, en met de rol van de moedertaal bij andere schoolvakken dan Nederlands. Ze gaf het blad Moer uit en organiseerde in de jaren zeventig van de vorige eeuw grote, druk bezochte congressen waar ‘stromen’ waren gewijd aan alle denkbare thema’s in en om het moedertaalonderwijs. In 1977 bijvoorbeeld waren dat Werken met prentenboeken. Creatief schrijven, Teksten in het LBO (Lager Beroepsonderwijs), Letterkunde-onderwijs, Luisteronderwijs, Taalonderwijs van morgen, Projectonderwijs, Politieke vorming via dramatische werkvormen en Vertellen. De VON en Moer hebben helaas de 21e eeuw niet overleefd, maar wel vindt de creatieve geest van de VON-congressen vandaag de dag nog zijn uiting in de jaarlijkse conferentie van Het Schoolvak Nederlands (HSN). Lees verder >>

In Memoriam Erzsébet Mollay (31 oktober 1949 – 15 februari 2018)

Door Judit Gera &  Roland Nagy

De moeder van de Hongaarse neerlandistiek is op 15 februari jl. overleden. Dit bericht heeft ons, voormalige studenten en collega’s van Erzsébet zeer geschokt. Ongeveer tien jaar geleden was ze van een dodelijke ziekte genezen. We wisten niet dat de verlate bijwerkingen van de geneesmiddelen haar vroegtijdige dood zouden veroorzaken. Ze is 68 jaar geworden.

Dit stuk komt van twee van haar collega’s: Roland Nagy, die als taalkundige haar vakkundige opvolger is geworden en Judit Gera die het geluk had om van de eerste groep studenten deel te mogen uitmaken die Erzsébet aan de Eötvös Loránd Universiteit Boedapest Nederlandse lesgaf. Vandaar dat dit in memoriam zowel uit een persoonlijk onderdeel als uit een meer vakkundig overzicht van haar loopbaan bestaat. Lees verder >>

Katholiek met een knipoog

In memoriam Harry Scholten (1936-1987)

Door Peter van Zonneveld

Gisteren, 18 januari, dacht ik aan de dichter en letterkundige Harry Scholten, die 31 jaar geleden overleed. Hij werd niet ouder dan vijftig. Ik heb veertig jaar bij de Leidse universiteit gewerkt, en had niet te klagen over aardige collega’s, maar hij was misschien wel de aardigste. Bescheiden, verlegen, hartelijk en buitengewoon geestig. Zo bescheiden, dat ik niet eens een goede foto van hem kan vinden (wie wel?). Hij kwam uit een katholiek milieu, en zijn werk getuigt daarvan:

(de eigentijdse katholiek)

savonds voor ik slapen ga
kijken mij twee engeltjes na

service van de dealer.

In 1978 promoveerde hij op een proefschrift, getiteld: ‘Aspecten van het tijdschrift De Gemeenschap.’ Aan de bestudering van dit katholieke orgaan had hij jarenlang gewerkt. Hij vertelde me eens hoe ongemakkelijk hij het vond wanneer een bekende hem vanaf de overkant van de straat luidkeels begroette met ’Ha Harry, hoe gaat het met De Gemeenschap?’ Die promotie zal ik niet snel vergeten, vanwege twee dingen. Lees verder >>