Categorie: gedicht

Gedicht: Jan van der Noot – Sonnet

Ik zag mijn Nimphe in ’t zoetste van het jaar
In enen beemd, gelegen aan de zije
Van enen hof, alleen, eerlijk en blije:
Neffens een gracht, waaraf het water klaar

Geboord met lis, kruid en bloemen veur-waar
Lustiger scheen dan alle schilderije:
Nooit man en zag schoonder tapisserije,
Zo schoon was ’t veld gebloeid, zo hier, zo daar.

Als Flora jent zat zij daar op de bloemen;
Deur heur schoonheid mag men ze Venus noemen,
Om heur verstand Minerva, wijs van zinnen;

Diana ook om heur rein eerlijk wezen;
Boven Juno is zij weerd t’zijn geprezen.
Sinds die tijd aan kweelt mijn ziele om heur minne’

Jan van der Noot (1539-1595)
Lees verder >>

Gedicht: Marieke Rijneveld – Luizenmoeders

Marieke Rijneveld heeft gister de Buddingh’-prijs gekregen voor haar bundel Kalfsvlies.

 

LUIZENMOEDERS

Het feest gaat sneller als we af en toe de gasten als bierglazen
naar het randje duwen en niet meer in staat om de balans nog op

te maken of juist staande te houden om de versmelting van drank
en weemoed te onderzoeken, we laten de meubels sokken dragen
tegen krassen in het linoleum zodat niemand het feest terug kan vinden

totdat de schuimkragen uit zoveel lucht bestaan dat er wel iets zwaars
op gegooid moet worden: iemand zegt dat weemoed net als een luizenmoeder

is en hoezeer we daarnaar terugverlangen: het moment van het kriebelen
van vreemde vingers door je haar die zoveel bedachtzamer hun weg
zochten dan die van je eigen moeder, alsof ze zocht naar een reden om het

gemis eruit te kammen, je later terug te laten denken maar nu met een
puberbrein in plaats van een kinderlijke angst datje later een briefje
in je jaszak vond met de mededeling: luis gesignaleerd, morgen vier uur

achter het fietsenhok, dat het jeuken nog geen tekort was maar een teveel
aan koppen bij elkaar steken onder de deknaam Annemaria Koekoek in de
hoop dat dichterbij komen vanzelf over zou slaan. Moeder die deze
schooldag je goedbedoelde pogingen in de wasmachine stopte.

Er waren vrienden die onbekende meisjes door hun haren streelden
sommige dansten alsof het jeuken een uitweg zocht in hun ledematen en
iemand zei dat dit haar gelukkig maakte, dit feest op deze datum, het

verschuiven van de uren; luizenmoeders die als onderwerpen in een
dichtgeknoopte zak gestopt werden om nooit meer tevoorschijn te halen, een teveel
aan schoonheid je een hoofd vol zorgen kan geven en al die verlangens die door

je moeder gladgestreken op de traptreden lagen, de zomer net als toen weer op
openbarsten staat, morgen worden we wakker met het onweer in onze koppen.

Marieke Rijneveld (1991)
uit: Kalsfvlies (2015)
Lees verder >>

Nederlandse poëzie van Caspar Barlaeus

Door Ton Harmsen

KleinPoelgeest1730Funeraire gedichten, met lof en rouw, verliesverwerking en troost, kunnen heel erg persoonlijk zijn. Dat leert het proefschrift van Sonja Witstein ons. Vondel over zijn dochtertje, Huygens over zijn vrouw, Hooft over zijn jeugdvriendin: het onderwerp staat heel dicht bij de dichter, en daar kan emotionele en indrukwekkende poëzie uit voortkomen. Een dichter die beschrijft wat er door hem heengaat als hij bij het dode lichaam van een bekende staat is wel bijzonder persoonlijk. Zo’n gedicht schrijft Caspar Barlaeus op de dood van een vrouw op wie hij zeer gesteld was: hij staat bij het lijk van Catharina van Overbeeck en droefheid en bewondering wellen in hem op. De situatie maakt het gedicht dat hij voor haar schrijft zo indrukwekkend, niet de obligate woorden van troost en de beschrijving van haar kwaliteiten. We zien Barlaeus naar het lijk staren, hij laat ons voelen wat er door hem heen gaat.

Een groot deel van de Nederlandse literatuur is in het Latijn geschreven. Sommige auteurs zijn twee- of meertalig, Constantijn Huygens is daar het sprekende voorbeeld van. Onder de Nederlandse neolatinisten zijn er een paar wereldberoemd geworden, Neolatijn wordt nu eenmaal door meer mensen gelezen dan zeventiende-eeuws Nederlands. Bekende auteurs zijn Janus Secundus, Desiderius Erasmus, Janus Dousa, Justus Lipsius, Hugo Grotius, Daniel Heinsius, Anna Maria van Schuurman, Gerardus Johannes Vossius en Petrus Burmannus. En dan heb ik Caspar Barlaeus nog niet eens genoemd.

Lees verder >>

Gedicht: Paul Rodenko – Jij-mei

Gedicht afkomstig uit Ik wou uw voeten wel soenen – De mooiste liefdesverklaringen van de middeleeuwen tot nu, samengesteld door Annemieke Houben.

JIJ-MEI

Ik mors je over al mijn paden liefste
Jij-rood de rozen en jij-blinkende het blauw
Jij-kano’s in de blik van elke vrouw
Jij-beelden in parijzen van het water
Jij-lentebroden in de manden van de straten
Jij-kinderen die met een hoofdvol mussen
Achter de zonnebal aandraven
Jij-mei jij-wij
Jij-herteknieën van de zuidenwind

Ik juich je sterrelings

Paul Rodenko (1920-1976)

Lees verder >>

Gedicht: L. Kettmann – Een billet-doux

Gedicht afkomstig uit Ik wou uw voeten wel soenen – De mooiste liefdesverklaringen van de middeleeuwen tot nu, samengesteld door Annemieke Houben.

 

Een billet-doux

Ik wil een paard zijn, mijn lieve schatje!
Dan draag ’k u voort langs struik en heg,
Maar was ’k een ekster, mijn lieve schatje!
Dan roofde ik gauw uw hartje weg.
Ik wil een kraai zijn, mijn lieve schatje!
Dan pik ik hen, die naar u zien,
Maar was ’k dit briefje, mijn lieve schatje!
Dan rustte ik aan uw hart misschien.

Antwoord

’k Wensch dat ge een paard waart, mijn aardig platje*!
Gij trokt dan Frits en mij naar ’t bosch,
Maar waart ge een ekster*, mijn aardig platje!
Dan was de tong u veel te los.
’k Wensch dat ge een kraai* waart, mijn aardig platje!
Dan lachte ik dat mijn koontje kleurt,
Maar waart ge ’t briefje, mijn aardig platje!
Dan werdt ge door mijn Frits verscheurd.

L. Kettmann (1830-1889?)

Lees verder >>

Gedicht: Sergio Raimondi – Weil Brothers

De Argentijn Sergio Raimondi is een van de festivaldichters op Poetry, deze week. Kaarten met korting hier.

Weil Brothers

Een van de ‘grote vier’ exportbedrijven die zich eind
negentiende eeuw in Argentinië hebben gevestigd
hoogtijdagen van de internationale productieverdeling

Dat wil zeggen: lokaal snel oprukkende landbouwgrenzen
breedwerpig gezaaide maïs en meerdere soorten Barletta-graan
in de lucht een hand van de miljoenen neergestreken arbeiders

van het Italiaanse of Iberische schiereiland met hun oerkennis
van de vruchtbare ritmes van Ceres en de Lupercalia-feesten
volstrekt nutteloos op deze rotsloze en haast onbegrensde Lees verder >>

Gedicht: Hubert Korneliszoon Poot – Zomerse avond

•• Nieuw in de dbnl: o.m. P.C. Hooft, G. Gezelle, C. van Bruggen, G.A. Bredero, H.P. de Boer en H.K. Poot.

 

Zomerse avond

De moede zonnewagen
staat vrachtloos. D’ avondzon
zinkt in de westerpekelbron*.
Aldus ontglippen ons de wentelende dagen.
De ster der mingodin*
ziet d’ eerste op ’t aardrijk neder.
Mineias’ dochters* vliegen weder:
Ook spant de stille nacht zijn zwarte paarden in.
Wij zien de schemeringen
verdikken, waar we staan.
Alrede heft de gulden maan
haar horens op en rukt ter baan in harer kringen.
Hoe rust het hangend loof
der luisterende bomen! Lees verder >>

Gedicht: Charivarius – Naampie

Naampie

De tijd van Klara, Bettekoo, van Annemie en Aagje
Is lang voorbij. We volgen nu het voorbeeld van het Haagje.
Zoo’n naampje op een y-tje klinkt zoo fijntjes, zoo coquetjes,
Marie, Christien, Jacoba, Anna, Mina is niet netjes.
We zeggen liever Mary, Tini, Cobi, Anni, Mini,
En Kitty, Nelly, Wimmy, Elly, Florry, Lotty, Stini.
En Jet is veel te burgerlijk, fatsoenlijker is Jetty,
En Jenny, Molly, Henny, Dolly, Enny, Polly, Hetty,
En Maggy, Tilly, Fanny, Lili, Lizzy, Carry, Corry,
En Bini, Betty, Dini, Nettie, Suzie, Emmy, Dorry.
Een jongen heet geen Hein, maar Harry. Jan is plat; zeg Johnny,
En Willem – dat moet Willy zijn, en Toon natuurlijk Tonny,
Dan noem’ we Wijnand Wijnie’ hoor; een ie-tje hebben zál-ie!
Wat moet’ we dan met Albert doen? Wel, noem den lummel Allie!
Ook Eduard is veel te flink, en Frits en Ferdinand,
Die worden dus tot Eddy, Freddy, Ferry-dear ontmand.
En Gijs wordt Bertie, Bonnie staat voor… drommels ja hoe heet díé?
Gelukkig nog dat Piet voorlopig Piet is en geen Pietie!
Al wat uit Eng’land komt is chic. Ja juist, maar je vergeet,
Dat daar de waschvrouw Mary, en het vischwijf Kitty heet!

Charivarius (1870-1946)
uit: Ruize-rijmen (1926)

Lees verder >>

Gedicht: Anneke Brassinga – Aan zee

Anneke Brassinga is een van de Nederlandse dichters op Poetry, volgende week. Kaarten met korting hier.

Aan zee

De wind weegt de woorden
bevindt ze te licht
de wind huilt, veegt de woorden
van tafel, uit het zicht

het stormvogeltje dat ze opslikt
zal stijgen tot de hoogten van de reuzenalbatros
of alleen nog willen krijsen
zoals ik, bestoven aap op stok.

Anneke Brassinga (1948)
uit: Wachtwoorden (2005)

Lees verder >>

Gedicht: Kees Winkler – Voor B.

Voor B.

Men moet de mooie dingen mooi laten
zij heeft een vriend, ik ben getrouwd
men moet de mooie dingen mooi laten
voor een avontuur ben ik te oud

Dat neemt niet weg dat ik haar erg leuk vind
’s morgens aan de koffie is zij mijn zonnetje
ze heeft een rok met buidelzak
daar zou ik graag in willen zitten

Zij scoort nauwgezet rattenagressies
ik zit in de bibliotheek en schrijf
de enkele keer dat ik haar spreek
springt er mijnerzijds een vonkje over

Men moet de mooie dingen mooi laten
en blij wezen dat men gelukkig is
men MOET de mooie dingen mooi laten
en toch oog hebben voor het gemis

Kees Winkler (1927-2004)

Lees verder >>

Gedicht: Jacobus Bellamy – Kusje

Kusje

‘Gij zijt toch immer lastig!
Gij wilt gestadig kussen! –
Wat doet toch al dat kussen?
Wat wil dat toch beteeknen?’
Zo sprak mijn schone Fillis,
En keek met donkere ogen,
En wendde ’t hoofd ter zijde.

Ik greep haar lieve handjes,
En zei: mijn dierbaar meisje!
Mag ik u dan niet kussen!…
Zij schudde ’t hoofd en boog zich,
En drukte met haar lipjes
Mij zachtjes op de wangen.

Zij sloot mij in heur armen,
En zei: ‘wat is een kusje? –
Wat wil het toch beteeknen?’

Mijn allerliefste meisje,
Het is de taal der liefde.
Zo dikwerf onze lippen
Zich kussende verenen,
Dan denk ik: Liefste Fillis,
Gelijk ik met mijn lippen
Thans aan uw mondje kleve,
Zo, Liefste, is ook mijn leven
Verbonden aan het uwe.

Zo vaak ik u dan kusse,
Gevoel ik, meer dan immer,
De banden onzer liefde.
Dit alles, schone Fillis,
Dit alles zegt een kusje!

Jacobus Bellamy (1757-1786)
Gezangen mijner jeugd (1782)

Lees verder >>

Gedicht: J.P. Heije – Verdrinken

•• Vorig jaar verscheen de bloemlezing Gedichten die mannen aan het huilen maken, met daarin de favoriete gedichten van bekende Nederlandse mannen. ‘Verdrinken’ is de keuze van Henk Schiffmacher, die ooit zag hoe de eerste helft ervan werd getatoeëerd op de borst van een zeeman.

Verdrinken

ô Diepe zee, ô wijde plas!
Wat ligt er in uw golven
Al menig-een bedolven!…
Maar toch! – hoe groot het aantal was
Van hen, die in Uw’ afgrond zonken,
Toch zijn er vrij wat méer verdronken
In ’t klein jeneverglas.

ô Diepe zee, ô wijde plas!
Wie in Uw’ vloed moest sneven,
Weet, dat zijn dood en leven
Toch in de hand des Heeren was! –
Maar wie zegt, in Wiens hand zij zonken,
Die in het helsche vocht verdronken
Van ’t klein jeneverglas!

J.P. Heije (1809-1876)
uit: Al de volksdichten, deel 2 (1865)

Lees verder >>

Gedicht: Ellen Warmond – Changement de décor

Changement de décor

Zodra de dag als een dreigbrief
in mijn kamer wordt geschoven
worden de rode zegels van de droom
door snelle messen zonlicht losgebroken

huizen slaan traag hun bittere ogen op
en sterren vallen doodsbleek uit hun banen

terwijl de zwijgende schildwachten
nachtdroom en dagdroom haastig
elkaar hun plaatsen afstaan
legt het vuurpeloton van de twaalf
nieuwe uren bedaard op mij aan

Ellen Warmond (1930-2011

 

Lees verder >>

Gedicht: Bernard Verhoeven – Andante cantabile

Andante cantabile

Schepen hebben zich verkozen
om met zachtgeblazen zeilen
in een droomerig verpoozen
op het water te verwijlen.

En de luwgezinde winden
als zachtmoedige gespelen
komen om de welbeminde
witte lammeren te streelen,

lammeren die spelegrazen
in de zilte blanke zoomen
sidderende schuimen wazen
aan de rand der waterstroomen.

Aan zijn grijzen droom onttogen
is het eeuwige verlangen
zorgeloos met blauwe oogen
in dit aardsche spel gevangen.

Bernard Verhoeven (1897-1965)
uit: Maskers (1937)

Lees verder >>

Gedicht: J.H. Leopold – In tere schaduw zilverblauw

In tere schaduw zilverblauw
sloegen witte wieken en een gerucht
voer om; er werd een grote zucht
gewekt, een wensen, dat ver weg wou.

Gij en ik, o wij gaan wel trouw
samen, wij vliegen uit in éne vlucht
en laat het zijn naar het ver gehucht
van mijne ziel en gaan wij gauw.

Dat ligt in de bergen, men vindt het nauw,
wijkende in de lentelucht,
schuchter de huizen, zonder gerucht
in tere schaduw zilverblauw.

 

J.H. Leopold (1865-1925)
uit: Verzen (1913)

Lees verder >>

Gedicht: Maarten van der Graaff – Lijst met rituelen

• Maarten van der Graaff is een van de Nederlandstalige dichters op Poetry. Bezoek Poetry met korting.

Lijst met rituelen
Voor CAConrad

Overgiet een grijze Kadett met cognac.
Ga in de grijze Kadett naar Umbrië.
Stap in Umbrië uit de Kadett.
Begraaf een gedicht van Pasolini
onder een kurkeik of een jeneverbes.

Er blijft iets ongezegd.
Vernietiging heeft ons gekozen,
vernietiging heeft zich geopend.

Overgiet de grijze Kadett met siroop.
Reis in de grijze Kadett naar een loofbos.
Voer daar de leer- of werkstraf uit
van een vreemde.
Begraaf een gedicht van Dickinson. Lees verder >>

Gedicht: Willem Wilmink – Kruidenier Niessink schepte met gemak

• Onlangs verschenen: Handig literatuurboek – voor mensen met meer verstand dan opleiding, een door Guus Middag bezorgde keuze uit de stukken die Willem Wilmink schreef – met veel liefde, enthousiasme en kennis van zaken – over boeken en schrijvers.

Kruidenier Niessink schepte met gemak
enorme slierten zuurkool in een zak.
Hij gaf mijn buurmeisje en mij een keer
plaatjes cadeau, doorzichtig en heel teer,
het ene rood, het andere groen. Of blauw?
Op beide plaatjes stond een boerenvrouw,
trots, in zowat dezelfde keuken, maar
legde je die plaatjes op elkaar,
dan werd het één tafereel, zo echt, zo diep,
alsof je zelf dwars door die keuken liep.

Geschiedschrijvers blijven datzelfde doen:
steeds een nieuw heden op het oude toen,
en het verleden wordt zo klaar als glas
en dieper dan toen ’t zelf nog heden was.
Men varieert de plaatjes eindeloos:
Romeinen, Grieken, ridders, farao’s,
of, ’t allermooiste toch, de eigen jeugd,
waarvan ons misschien nog wel veel meer heugt
dan er ooit was, in ’t wijde vergezicht
van de ene prent die op de andere ligt.

Willem Wilmink (1936-2003)
uit: Javastraat (1993)

Lees verder >>

Gedicht: Arthur van Schendel – De Nederlanden (fragment)

• Over de vreemde lijstjes van Arthur van Schendel.

 

De Nederlanden (fragment)

Aanschouw den grond gerezen uit het water
Door ongestuim der stroomen aangeslibd,
Teruggeworpen door de macht der baren,
In regens kil van grauwe kim tot kim,
Maar groenend reeds van het ontkiemend leven
En witte vogels staan er aan den rand
Der wijde vlakte onder wolkgevaarten.
De golven spoelden voort in wilde vlagen
Zandbank na zandbank op, het wakke strand,
De duinen smetteloos in hun gedaante,
De wolken voeren voort over moeras,
Verzinkend duister drasland, bar en schamel,
Getijden door van storm en stapels schots,
De vlakte bleef, herrezen uit het water,
En groende weer in stralen van de zon.
Een bot, een kikvorsch en een ooievaar,
Dat waren de eerste schepsels hier geschapen,
Wat wier en kroos en rusch, een dotterbloem
De voorboden van bloei die in de gaarden
En weiden eens vol weligheid zou staan,
Zoo lag die lage grond, eenzaam in nevel,
Geluidloos dag na nacht en jaar na jaar.

Arthur van Schendel (1874-1946)
uit: De Nederlanden (1945)

Lees verder >>

Gedicht: Froukje van der Ploeg – Opslagruimte

• Uit Dit is hoe het ging, de nieuwe bundel van Froukje van der Ploeg.

 

Opslagruimte

Je weet toch dat niemand zo’n hoeveelheid
geheimen aankan zonder dat er iets uit sijpelt
of een deel van je persoonlijkheid verandert
er is maar zo veel te verbergen achter
de bewegingen van elke dag, eerst zijn er berichten
of een gesprek dat je niet vertelt en later delen
van een dag, uren in een nacht, zijn stem blijft hangen
in je hoofd terwijl je een huis aanzet, voer in bakjes
melk in bekers, je went aan nieuwe waarheden, schuift
een filter over de feesten waar je danst, diners
waar je toch niet was, het geeft spierpijn
in je lichaam, maar ook dat went en zo schuift
het steeds meer, schuiven stapels polaroids
over elkaar tot je alleen het beeld onthoudt
dat op dat moment boven ligt.

 

Froukje van der Ploeg (1974)
uit: Dit is hoe het ging (2016)

Lees verder >>

Gedicht: Piet Gerbrandy – Beginnen de dagen met misthoorns en vochtige kranten

In de nieuwe Meander een interview met Piet Gerbrandy, en drie gedichten.

 

Beginnen de dagen met misthoorns en vochtige kranten.

Fietsen de zonen stug vlakke landschappen in
     door felle regens beregend.
Hangen de naakten blauw op zolders van instituten
     tieten omfloerst ongeharst in maanlicht hun flanken.

Drogen op schappen van muffe depots
     prijsbanden door spinnen omsponnen.
Trekken krom in hun hoezen de stelen van onbespeelde
     bouzouki’s hun snaren geroest en bestoven.
Winnen in afgelegen chateaux grand cru’s ongeopend
     oneindig aan geest en mysterie.

Boven ijsland krult zich een depressie.
In ver noordwest verzamelen wolken massa.
Baren denken vlokken schuim te scheppen.

Vangen de schotels hun baaierd aan nimmer te lezen berichten.
Frezen de aannemers gleuven voor koperen buizen
     in huizen om krimpende kernen.
Nietsen de meisjes verveeld en op afroep beschikbaar.

Lezen de vaders voorbarig zich in
     in dementie grafrechten erfpacht.
Zogen de moeders hun doden.

Dekken de nevels nog zaadloze voren in denkbare droogmakerijen.

 

Piet Gerbrandy (1958)

Lees verder >>

Gedicht: P.C. Hooft – Sonnet

• Vandaag in 1647 overleed P.C. Hooft.

Sonnet

Wanneer, door ’s werelts licht, de blindtgebooren jongen
Gesicht vercreech, hij stondt verwondert en bedeest,
Beweging, verwe, stal van plant, van mensch, van beest
Verbluften sijn gedacht, en lieffelijck besprongen,
Voort Sloten, toorens schier ten hemel hooch gesprongen
Het tijt-verdrijf van ’s menschen onderwind-al-geest,
Maer den sienlijcken God de schoone Sonne meest;
Sijn tonge sweech, t gemoet dat riep om duisent tongen.
Even alleens, Mijn Licht, wanneer ghij mij verschijnt
En dat mijn Siel, ontdeckt v siels cieraden vijndt
Die ’t ooge mijns gemoets, dat t haerwaerts streckt, gemoeten,
Soo swelt mijn hart van vreucht en van verwondring diep
En dancke tegens v, en tegens die v schiep,
Tot dat het berst en valt gebroocken voor v voeten.

P.C. Hooft (1581-1647)

Lees verder >>

Gedicht: Ruth Lasters – Verder

Ruth Lasters is een van de dichters die optreden op Poetry, komende maand.

 

Verder

voor F.

Als verdergaan onmogelijk lijkt, kies dan één enkel
verdergaan, één heerlijke

hardnekkigheid, desnoods om drie uur elke nacht spuitwater
horen stukknappende bellen, een soort sterrenluisteren
in plaats van sterrenkijken. Als verdergaan onmogelijk

is, kies dan één teruggaan naar een toen dat alle ooits
die je beloofd waren plots nu werden, misschien wel naar
die ochtend dat ambitie och, wat willen groeien met

je was als grauwe schimmel doorheen
brood.

Ruth Lasters (1979)

Lees verder >>

Gedicht: Astrid Roemer — Twee gedichten

Vandaag krijgt Astrid Roemer de P.C. Hooft-prijs uitgereikt.

god!
Dan is er
jouw huid
die mij omwikkelt
om het ijs te weerstaan
in de heetste tijd als vragen
bijten verder dan mijn lijf een oorlog woedt:
{Hier Hamster Ik & Daar Honger Jij)
oergrond met aanraakbaarheid
her-inner, besnuif, oprisp
overvloed in-der-tijd! In die vloed vecht
vecht om Droog te zijn en Vaardig voor het brood
de vis, de mandarijn dagelijks worteldromen
mij niet laten, voetvrij
wentel-wentel kluisters
in en uit voorzichtig
mijn huid brandt
van licht: (De Zon Is Van Mij!)

Lees verder >>