Categorie: gedicht

Gedicht: Ellen Warmond – Changement de décor

Changement de décor

Zodra de dag als een dreigbrief
in mijn kamer wordt geschoven
worden de rode zegels van de droom
door snelle messen zonlicht losgebroken

huizen slaan traag hun bittere ogen op
en sterren vallen doodsbleek uit hun banen

terwijl de zwijgende schildwachten
nachtdroom en dagdroom haastig
elkaar hun plaatsen afstaan
legt het vuurpeloton van de twaalf
nieuwe uren bedaard op mij aan

Ellen Warmond (1930-2011

 

Lees verder >>

Gedicht: Bernard Verhoeven – Andante cantabile

Andante cantabile

Schepen hebben zich verkozen
om met zachtgeblazen zeilen
in een droomerig verpoozen
op het water te verwijlen.

En de luwgezinde winden
als zachtmoedige gespelen
komen om de welbeminde
witte lammeren te streelen,

lammeren die spelegrazen
in de zilte blanke zoomen
sidderende schuimen wazen
aan de rand der waterstroomen.

Aan zijn grijzen droom onttogen
is het eeuwige verlangen
zorgeloos met blauwe oogen
in dit aardsche spel gevangen.

Bernard Verhoeven (1897-1965)
uit: Maskers (1937)

Lees verder >>

Gedicht: J.H. Leopold – In tere schaduw zilverblauw

In tere schaduw zilverblauw
sloegen witte wieken en een gerucht
voer om; er werd een grote zucht
gewekt, een wensen, dat ver weg wou.

Gij en ik, o wij gaan wel trouw
samen, wij vliegen uit in éne vlucht
en laat het zijn naar het ver gehucht
van mijne ziel en gaan wij gauw.

Dat ligt in de bergen, men vindt het nauw,
wijkende in de lentelucht,
schuchter de huizen, zonder gerucht
in tere schaduw zilverblauw.

 

J.H. Leopold (1865-1925)
uit: Verzen (1913)

Lees verder >>

Gedicht: Maarten van der Graaff – Lijst met rituelen

• Maarten van der Graaff is een van de Nederlandstalige dichters op Poetry. Bezoek Poetry met korting.

Lijst met rituelen
Voor CAConrad

Overgiet een grijze Kadett met cognac.
Ga in de grijze Kadett naar Umbrië.
Stap in Umbrië uit de Kadett.
Begraaf een gedicht van Pasolini
onder een kurkeik of een jeneverbes.

Er blijft iets ongezegd.
Vernietiging heeft ons gekozen,
vernietiging heeft zich geopend.

Overgiet de grijze Kadett met siroop.
Reis in de grijze Kadett naar een loofbos.
Voer daar de leer- of werkstraf uit
van een vreemde.
Begraaf een gedicht van Dickinson. Lees verder >>

Gedicht: Willem Wilmink – Kruidenier Niessink schepte met gemak

• Onlangs verschenen: Handig literatuurboek – voor mensen met meer verstand dan opleiding, een door Guus Middag bezorgde keuze uit de stukken die Willem Wilmink schreef – met veel liefde, enthousiasme en kennis van zaken – over boeken en schrijvers.

Kruidenier Niessink schepte met gemak
enorme slierten zuurkool in een zak.
Hij gaf mijn buurmeisje en mij een keer
plaatjes cadeau, doorzichtig en heel teer,
het ene rood, het andere groen. Of blauw?
Op beide plaatjes stond een boerenvrouw,
trots, in zowat dezelfde keuken, maar
legde je die plaatjes op elkaar,
dan werd het één tafereel, zo echt, zo diep,
alsof je zelf dwars door die keuken liep.

Geschiedschrijvers blijven datzelfde doen:
steeds een nieuw heden op het oude toen,
en het verleden wordt zo klaar als glas
en dieper dan toen ’t zelf nog heden was.
Men varieert de plaatjes eindeloos:
Romeinen, Grieken, ridders, farao’s,
of, ’t allermooiste toch, de eigen jeugd,
waarvan ons misschien nog wel veel meer heugt
dan er ooit was, in ’t wijde vergezicht
van de ene prent die op de andere ligt.

Willem Wilmink (1936-2003)
uit: Javastraat (1993)

Lees verder >>

Gedicht: Arthur van Schendel – De Nederlanden (fragment)

• Over de vreemde lijstjes van Arthur van Schendel.

 

De Nederlanden (fragment)

Aanschouw den grond gerezen uit het water
Door ongestuim der stroomen aangeslibd,
Teruggeworpen door de macht der baren,
In regens kil van grauwe kim tot kim,
Maar groenend reeds van het ontkiemend leven
En witte vogels staan er aan den rand
Der wijde vlakte onder wolkgevaarten.
De golven spoelden voort in wilde vlagen
Zandbank na zandbank op, het wakke strand,
De duinen smetteloos in hun gedaante,
De wolken voeren voort over moeras,
Verzinkend duister drasland, bar en schamel,
Getijden door van storm en stapels schots,
De vlakte bleef, herrezen uit het water,
En groende weer in stralen van de zon.
Een bot, een kikvorsch en een ooievaar,
Dat waren de eerste schepsels hier geschapen,
Wat wier en kroos en rusch, een dotterbloem
De voorboden van bloei die in de gaarden
En weiden eens vol weligheid zou staan,
Zoo lag die lage grond, eenzaam in nevel,
Geluidloos dag na nacht en jaar na jaar.

Arthur van Schendel (1874-1946)
uit: De Nederlanden (1945)

Lees verder >>

Gedicht: Froukje van der Ploeg – Opslagruimte

• Uit Dit is hoe het ging, de nieuwe bundel van Froukje van der Ploeg.

 

Opslagruimte

Je weet toch dat niemand zo’n hoeveelheid
geheimen aankan zonder dat er iets uit sijpelt
of een deel van je persoonlijkheid verandert
er is maar zo veel te verbergen achter
de bewegingen van elke dag, eerst zijn er berichten
of een gesprek dat je niet vertelt en later delen
van een dag, uren in een nacht, zijn stem blijft hangen
in je hoofd terwijl je een huis aanzet, voer in bakjes
melk in bekers, je went aan nieuwe waarheden, schuift
een filter over de feesten waar je danst, diners
waar je toch niet was, het geeft spierpijn
in je lichaam, maar ook dat went en zo schuift
het steeds meer, schuiven stapels polaroids
over elkaar tot je alleen het beeld onthoudt
dat op dat moment boven ligt.

 

Froukje van der Ploeg (1974)
uit: Dit is hoe het ging (2016)

Lees verder >>

Gedicht: Piet Gerbrandy – Beginnen de dagen met misthoorns en vochtige kranten

In de nieuwe Meander een interview met Piet Gerbrandy, en drie gedichten.

 

Beginnen de dagen met misthoorns en vochtige kranten.

Fietsen de zonen stug vlakke landschappen in
     door felle regens beregend.
Hangen de naakten blauw op zolders van instituten
     tieten omfloerst ongeharst in maanlicht hun flanken.

Drogen op schappen van muffe depots
     prijsbanden door spinnen omsponnen.
Trekken krom in hun hoezen de stelen van onbespeelde
     bouzouki’s hun snaren geroest en bestoven.
Winnen in afgelegen chateaux grand cru’s ongeopend
     oneindig aan geest en mysterie.

Boven ijsland krult zich een depressie.
In ver noordwest verzamelen wolken massa.
Baren denken vlokken schuim te scheppen.

Vangen de schotels hun baaierd aan nimmer te lezen berichten.
Frezen de aannemers gleuven voor koperen buizen
     in huizen om krimpende kernen.
Nietsen de meisjes verveeld en op afroep beschikbaar.

Lezen de vaders voorbarig zich in
     in dementie grafrechten erfpacht.
Zogen de moeders hun doden.

Dekken de nevels nog zaadloze voren in denkbare droogmakerijen.

 

Piet Gerbrandy (1958)

Lees verder >>

Gedicht: P.C. Hooft – Sonnet

• Vandaag in 1647 overleed P.C. Hooft.

Sonnet

Wanneer, door ’s werelts licht, de blindtgebooren jongen
Gesicht vercreech, hij stondt verwondert en bedeest,
Beweging, verwe, stal van plant, van mensch, van beest
Verbluften sijn gedacht, en lieffelijck besprongen,
Voort Sloten, toorens schier ten hemel hooch gesprongen
Het tijt-verdrijf van ’s menschen onderwind-al-geest,
Maer den sienlijcken God de schoone Sonne meest;
Sijn tonge sweech, t gemoet dat riep om duisent tongen.
Even alleens, Mijn Licht, wanneer ghij mij verschijnt
En dat mijn Siel, ontdeckt v siels cieraden vijndt
Die ’t ooge mijns gemoets, dat t haerwaerts streckt, gemoeten,
Soo swelt mijn hart van vreucht en van verwondring diep
En dancke tegens v, en tegens die v schiep,
Tot dat het berst en valt gebroocken voor v voeten.

P.C. Hooft (1581-1647)

Lees verder >>

Gedicht: Ruth Lasters – Verder

Ruth Lasters is een van de dichters die optreden op Poetry, komende maand.

 

Verder

voor F.

Als verdergaan onmogelijk lijkt, kies dan één enkel
verdergaan, één heerlijke

hardnekkigheid, desnoods om drie uur elke nacht spuitwater
horen stukknappende bellen, een soort sterrenluisteren
in plaats van sterrenkijken. Als verdergaan onmogelijk

is, kies dan één teruggaan naar een toen dat alle ooits
die je beloofd waren plots nu werden, misschien wel naar
die ochtend dat ambitie och, wat willen groeien met

je was als grauwe schimmel doorheen
brood.

Ruth Lasters (1979)

Lees verder >>

Gedicht: Astrid Roemer — Twee gedichten

Vandaag krijgt Astrid Roemer de P.C. Hooft-prijs uitgereikt.

god!
Dan is er
jouw huid
die mij omwikkelt
om het ijs te weerstaan
in de heetste tijd als vragen
bijten verder dan mijn lijf een oorlog woedt:
{Hier Hamster Ik & Daar Honger Jij)
oergrond met aanraakbaarheid
her-inner, besnuif, oprisp
overvloed in-der-tijd! In die vloed vecht
vecht om Droog te zijn en Vaardig voor het brood
de vis, de mandarijn dagelijks worteldromen
mij niet laten, voetvrij
wentel-wentel kluisters
in en uit voorzichtig
mijn huid brandt
van licht: (De Zon Is Van Mij!)

Lees verder >>