Categorie: gedicht

Gedicht: Peter Holvoet-Hanssen – Liedje voor een kleine reus

‘Liedje voor een kleine reus’ is opgenomen in De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs 2017.

Liedje voor een kleine reus

schrijnt het bloed in elke cel
zing dan in het raamkozijn
maanwit paardje in de zon
rozenblaadjes, Piet Fluwijn
strooi ze in de regenton

maakt je hart een zevensprong
heeft je hoofd geen pannendak
wortels zijn van watersap
tater je stil en draai maar
aan het wiel, mijn Polleke
Lees verder >>

Kransslagader

Door Bas Jongenelen

Lees dit gedicht van monnhauser:

papieren tissue

proppen in een la
avonden vol hoop
potlood, gom, etui
inval, zin, delete

eindeloze sleur
reviseer, herzie
eigenzinnig man
nietig is ie niet

tempert de ennui
inventieve klus
solitaire dwaas

strikt individu
uiterst mal idee
evengoed de baas

 

Wat valt op?

Lees verder >>

Gedicht: Hendrik Marsman – ‘Paradise regained’

‘Paradise regained’ was in 1993 een van de tien favoriete gedichten van Anna Enquist.

‘Paradise regained’

De zon en de zee springen bliksemend open:
waaiers van vuur en zij;
langs blauwe bergen van den morgen
scheert de wind als een antilope
voorbij.

zwervende tussen fonteinen van licht
en langs de stralende pleinen van ’t water,
voer ik een blonde vrouw aan mijn zij,
die zorgeloos zingt langs het eeuwige water
Lees verder >>

Gedicht: Muus Jacobse – 1914

1914

Toen de oorlog uitbrak, was ik nog klein.
Mijn vader zocht zijn oud soldatenpak
Van zolder uit een doos vlak onder ’t dak,
En wij brachten hem samen naar de trein.

En ik wist niet, waarvoor dat was. En toen
Vroeg ik het aan mijn moeder. En ik hoorde,
Dat nu de soldaten elkaar vermoordden.
Mijn vader ook? Die zou dat toch niet doen –
Lees verder >>

Gedicht: Alexis de Roode – Het productieve goede

Alexis de Roode koos twee gedichten uit zijn nieuwe bundel Een steen openvouwen. Hieronder het eerste, op de Coster-site ook het tweede.

Het productieve goede

De Schepper heette Mens.
Uit een hoopje erts maakte Hij ons.
Wij sleten toen nog niet.
Jaar in jaar uit produceerden wij producten.
Wij verkeerden met Mens.
Ons doel op aarde was duidelijk.
Wij schonken onze productie,
Hij zegende ons met Zijn goedheid. Lees verder >>

Gedicht: Gerrit Krol – Ontmoeting

Download het e-boek Vijf Russen, met alle door Hans Boland vertaalde gedichten van vorige week.

 

Ontmoeting

Opnieuw moesten wij, noodlot,
op een stille morgen in maart
elkaar zien staan, de straat
waar zij stond achterin, voor ik,
de handen langs de vensterbank,
voorbij het holle der portieken,
haar tegenging, ontving wat zij
tot het midden had bewaard:
een lachje zijdelings, o god
hoe dapper kunnen wij dan verder! Lees verder >>

Gerrit Kouwenaar: De laatste dagen van de zomer

‘De laatste dagen van de zomer’ was in 1993 een van de tien favoriete gedichten van Anna Enquist.

De laatste dagen van de zomer

Trager de wespen, schaarser de dazen
groenvliegen grijzer, engelen gene, niets
dat hier hemelt, alles brandt langer

dit zijn de laatste dagen, men schrijft
de laatste stilstand van de zomer, de laatste
vlammen van het jaar, van de jaren

wat er geweest is is er steeds nog even
en wat men helder ziet heeft zwarte randen
Lees verder >>

Gedicht: Willem van Toorn – Twee wintergedichten

‘Twee wintergedichten’ was in 1993 een van de tien favoriete gedichten van Anna Enquist.
Twee wintergedichten

1

Alle bomen zijn dood
in de dorpslaan. Er staat winter
klaar om zijn werk te beginnen.
Nog heeft hij niet ontbloot

de witte zeis van het einde
van weer een jaar: hagel, sneeuw en
ijs. Maar zijn hand op de schede
ligt al gereed. Nu rijden

de boerenwagens naar een groot
hooibed voor een slaap van maanden,
vol dromen met de gil van hazen
na het hagelheet lood.
Lees verder >>

Gedicht: Alexandr Poesjkin – De profeet

Deze week vijf Russische gedichten, gekozen, vertaald en toegelicht door Hans Boland, in 2015 winnaar van de Martinus Nijhoff-prijs. Vandaag als laatste: Alexandr Poesjkin. Toelichting onder het gedicht.

 

De profeet
(Пророк)

Ik sleepte me door de woestijn.
Mijn geest verdorstte, maar daar naakte
Een splitsing, waar een serafijn,
Zesvleugelig, de weg bewaakte.
Zijn vedervingers raakten licht,
Alsof ik droomde, mijn gezicht;
Toen kreeg ik zienersogen, starend,
Bang, als een opgeschrikte arend.
Dan raakte hij mijn oren aan
En deed mij het rumoer verstaan
Van engelen die opwaarts schoten
En van het bevend firmament
En van een schichtig zeeserpent
En van het uitbotten van loten. Lees verder >>

Gedicht: Anna Achmatova – Laatste toost

Deze week vijf Russische gedichten, gekozen, vertaald en toegelicht door Hans Boland, in 2015 winnaar van de Martinus Nijhoff-prijs. Vandaag de vierde: Anna Achmatova. Toelichting onder het gedicht.

Laatste toost
(Последний тост)

Op mijn bestaan vol nijd en spijt,
Ons huis in stof en as,
Ons samenzijn in eenzaamheid –
Op jou hef ik het glas;
En op die ogen kil en dof,
Die mond, die mij verried,
En op de wereld wreed en grof,
Op God, die ons verliet.

27 juli 1934

Anna Achmatova (1889-1966)
(Анна Ахматова) Lees verder >>

Gedicht: Osip Mandelstam – Neem rustig uit de holte van mijn handen

Deze week vijf Russische gedichten, gekozen, vertaald en toegelicht door Hans Boland, in 2015 winnaar van de Martinus Nijhoffprijs. Vandaag als derde een gedicht van Osip Mandelstam. Toelichting onder het gedicht.

 

Neem rustig uit de holte van mijn handen
Een beetje zonlicht en een beetje honing,
De bijen van Persephone ter wille.

Een varend scheepje is niet af te meren,
Een schim in bont geschoeid is niet te horen,
Doodstille levensangst niet te bedwingen.
Lees verder >>

Gedicht: Marina Tsvetajeva – Vlammende, rosse lijsterbestrossen

Deze week vijf Russische gedichten, gekozen, vertaald en toegelicht door Hans Boland, in 2015 winnaar van de Martinus Nijhoffprijs. Vandaag als tweede een gedicht van Marina Tsvetajeva. Toelichting onder het gedicht.

 

Vlammende, rosse
Lijsterbestrossen.
Nazomerzon.
Mijn leven begon.

Zaterdag. Klokken,
Honderden, klonken,
Galmden om strijd,
Sint-Jan gewijd.
Lees verder >>

Gedicht: Velimir Chlebnikov – Grijnsbezwerend

Deze week vijf Russische gedichten, gekozen, vertaald en toegelicht door Hans Boland, in 2015 winnaar van de Martinus Nijhoffprijs. Vandaag als eerste een gedicht van Velimir Chlebnikov. Toelichting onder het gedicht.

Grijnsbezwerend
(Заклятие смехом)

O, vergrijnst u, grijnzelaars!
O, begrijnst u, grijnzelaars!
Alle grijnzen grijnzenden, en gegrijnsden, en gegrijnsdsten,
O, begrijnst het uitgegrijnsde!
O, vergrijnsde overgrijnstersgrijns van grijnzelgrijnzelaars!
O, ontgrijns van het vergrijnzen, grijns van greunzelgrijnzelaars!
Grijnzië, grijnzië,
Grijns uit, grijns door, grijnzerdjes, grijnzerdjes,
Begrijnzaardjes, begrijnzaardjes.
O, vergrijnst u, grijnzelaars!
O, begrijnst u, grijnzelaars! Lees verder >>

Gedicht: Jabik Veenbaas – Politieke beschouwingen

Politieke beschouwingen

ik keek naar het verkiezingsdebat
de lijsttrekker hakkelde even
zijn tegenstanders beten onmiddellijk toe
ik zag de gekwelde blik in zijn ogen
schaamte voor zijn vrienden misschien
een herinnering aan een kapotte lip

het raam stond open, de gordijnen
bolden op een koude wind
vlaagde ik huiverde gisteren nog
vulkaanuitbarsting in ijsland
een wolk van as naderde het land Lees verder >>

Gedicht: Jan Boerstoel – Spoeddebat

Spoeddebat

Je zou je regelrecht in Artis wanen:
een kleine kikker kwaakt en blaast zich op,
luid toegejuicht door kippen zonder kop,
de ezels huilen krokodilletranen.

Een zevenslaper zit discreet te snurken,
een zwartekousenkraai krast ach en wee,
de ratelslang heeft weer eens geen idee,
maar wijt in stilte alles aan de Turken.

Ziedaar een blik in ’s lands vergaderzaal,
het onderwerp is de cultuur ditmaal.

Jan Boerstoel (1944)
uit: Veel werk (2000)

 

Gedicht: Aad Nuis – Binnenhof

Binnenhof

Het stille hart van wervelwinden
in dit glas water, Nederland,
waar ik mij steeds terug moet vinden
naast dagtoerist en demonstrant.

Bestaat dit echt of zijn wij spoken,
figuren dansend hand in hand,
gedurig in koud vuur ontstoken
door woorden van dor zand?

Ga maar bij dichter, boeren kijken:
hun taal, hun grond, vast in de hand.
Hier blijft de werkelijkheid ontwijken –
net naast de rand.

Toch zoemt en trilt het hier van krachten,
huist hier het hart (meer dan ’t verstand)
van wat ik grijnzend hoog blijf achten:
mijn land.

Aad Nuis (1933-2007)

 

Gedicht: Ida Gerhardt – Lente

Lente

Voorzichtig beginnen te spelen
binnen een groenende koelte
de bloemen met name te groeten
en van harte te ontsluiten
aarzelende kamers.
Het brood met elkaar te delen,
de koele beekval te voelen.
En in de avond te wachten
de bevende witte vlinders;
de kamperfoelie gaat open.

Ida Gerhardt (1905-1997)

 

Gedicht: J.C. Bloem – Eerste lentedag

Eerste lentedag

Weer de lente. De verbijsterde oogen,
Falende in het winters bleek gezicht,
Zien de huizen en de bruggebogen
Op en neer gaan in het wankel licht.

Zien en zien niet door de duizelingen
Van de weer oneindige rivier;
Zon en water kruisen daar hun klingen
En het hart is bonzend en niet hier.

Weer een lente en de haar bitter-eigen
Zilte geur, die langs de kaden glijdt.
Is ’t het tij, dat stroomopwaarts komt stijgen –
Of de zeelucht van de eeuwigheid?

J.C. Bloem (1887-1966)