Categorie: gedicht

Gedicht: Paul Demets • Beter is er licht

Uit de bibliofiele uitgave Beter is er licht, van Paul Demets, verschenen bij uitgeverij Druksel.

Beter is er licht (5)

We hebben de wind in de rug en trekken met de karavaan
door de straten. Het confettikanon wordt gevoederd.
En ja transit en ja een centrum in brand. Maar zijn we

onze broeders hoeder? Verrast onze geur, onze kleur?
Leve Prins Carnaval die durft te zeggen wat we denken.
De dansmariekes wervelen en draaien voor jullie ogen

een rad. Pinten en polonaise. Ge ziet er goed uit, zegt een man
in sanseveria. Wanneer bladdert de verf? We hoeven
onze maskers niet af te nemen. Geloof ons: er wordt

transparant gehandeld. Niemand is onze vijand. Maar niemand
die dat ziet. We weten van niets en zelfs dat niet.
We houden de vingertoppen van onze rechterhand

tegen onze linkerslaap. En groeten. En groeten.

Paul Demets (1966)
uit: Beter is er licht (2021)

Portret door Pieter Fannes


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Jacqueline van der Waals • Winterstilte

Winterstilte

De grond is wit, de nevel wit,
De wolken, waar nog sneeuw in zit,
Zijn wit, dat zacht vergrijzelt.
Het fijngetakt geboomte zit
Met witten rijp beijzeld.

De boom houdt zich behoedzaam stil,
Dat niet het minste takgetril
’t Kristallen kunstwerk breke,
De klank zelfs van mijn schreden wil
Zich in de sneeuw versteken.

De grond is wit, de nevel wit,
Wat zwijgend tooverland is dit?
Wat hemel loop ik onder?
Ik vouw de handen en aanbid
Dit grootsche, stille wonder.

Jacqueline van der Waals (1868-1922)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Jac. van Looy • Eerste sneeuw in den tuin

Eerste sneeuw in den tuin

Verhelderd ligt en overal omzwacht,
En tinteljong en toch zoo eindloos oud,
Dat ’t bijna angstig maakt en onvertrouwd
Dit daaglijksch plekje nu in winterdracht.
Gedekt zijn alle sporen, kalm en zacht,
En alle onwilligheên en stutten boud,
Met veêrtjes blank als bijenvlerkjes koud,
Belegen werden uit den hemelnacht.
Van ’t hart uit wit tot de einden als de droomen,
Die, woord nawoord, uit dichters neêrgekomen,
Zich levend schikten in het stilst der nachten;
Zoo ligt de tuin gestrekt nu in het heden;
Wie zal er zetten komen de eerste schreden?
Anders dan musschen die hun kruimkens wachten.

Jac. van Looy (1855-1930)
uit: Gedichten (1932)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Ester Naomi Perquin • Ongevraagd advies

Dichters des vaderlands (6): In 2017 werd Ester Naomi Perquin benoemd. “Het is als DDV niet zo makkelijk om gelegenheidsgedichten (onder tijdsdruk) te schrijven die houdbaar blijven buiten de gelegenheid, maar als ik uit mijn eigen termijn één gedicht mag plukken zou dat toch wel ‘Ongevraagd advies’ zijn. Joost Prinsen las het nog voor op oudejaarsavond, waardoor ik het zelf nooit meer durf voor te dragen.” (Maar in dit filmpje nog wel.)

Lees verder >>

Cadente Lucifero

Door Jos Houtsma

Verre, oever tot oever, scheidde ons
’t Ziltige zwin en het zwalpend tij; 
Wie door den storm en den stroom geleidde ons? 
‘Enkel een ster, tusschen u en mij.’

Liefde met teedere handen spreidde ons 
’t Leger van bladeren windevrij; 
Nacht met zijn vleugelen veilig ombreidde ons 
Waar we sluimerden, zij aan zij; 
Wakker, waakzaam als wachter, beidde ons
Enkel een ster, tusschen u en mij.

Nu, op eenzame sponde, glijde’ ons 
Langsaam de ledige uren voorbij… 
Zeg mij, liefste, o zeg, wat scheidde ons? 
‘Enkel een ster, tusschen u en mij!’

Cadente Lucifero, ‘Terwijl Lucifer valt’. Wat bedoelt de dichter met die titel? Er zijn diverse verklaringen geopperd. Wordt hier een toespeling gemaakt op de val van Lucifer? Is de titel soms een verwijzing naar Jesaja, 14:12,   Quomodo cecedisti de caelo, Lucifer,  ofwel (in de Willibrordvertaling): ‘Hoe zijt gij uit de hemel neergestort,  morgenster!’ – een regel uit een spotlied  op de Babylonische koning Nabonidus.  Of wat?

Lees verder >>

Gedicht: Anne Vegter • Materiaal voor schedelboog, lijn van borst, fallus of kont uit vloeibare klei

Dichters des vaderlands (5): in 2013 werd Anne Vegter niet gekozen, maar benoemd door een commissie. ‏Het onderstaande gedicht schreef ze in opdracht van keramiekmuseum Princessehof bij de tentoonstelling ‘Sexy ceramics’ .

Materiaal voor schedelboog, lijn van borst, fallus of kont
uit vloeibare klei

‏Je makersbewegingen over het breekbare, natte binnenste-
‏buiten raakten mijn vormen jouw tong aan, openden je mond

‏in mijn roos, we bedreven lovescience met de modderige maten
‏van mijn kleivrucht. Kijken is pijnloos nadoen. Toen ik wilde weten

‏wat je vingers weten legde je verhitte dingen in ons bed. Je zei:
‏‘Dickrider, Tietenvaas, Models, Fallen Woman en wij.’ Ik zei:

‏‘Mooie Mensch, Flame, Potential Stillness en wij, sloeries van klei.’

(1 augustus 2016)

Anne Vegter (1958)

Foto: Emelha


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Ramsey Nasr • Sonnet voor 456 letters

Dichters des vaderlands (4): in 2009 waren er 5 dichters genomineerd, en Ramsey Nasr won. Zijn bekendste gedicht des vaderlands is ongetwijfeld mi have a droom (Rotterdam, 2059). Het onderstaande gedicht schreef hij ter gelegenheid van Gedichtendag 2012 (en telt 467 letters).

Sonnet voor 456 letters

En hier gebeurt het allemaal: vanbinnen
liggen de zinnen doodstil ingeklapt
als chromosomen, diep onder mijn kaft.
Ze wachten op een oog om te beginnen.

U leest — en loom weet zich een vers te ontspinnen.
Het was een val, u bent erin getrapt.
Geen geld of eeuwigheid wordt u verschaft.
Hooguit een ander heeft hier bij te winnen.

Andermans letters kapen uw gedachten:
mijn minutieus verzonnen DNA
heeft uit het niets al wat bestaat onttroond.

Mijn lichaam fonkelt op geroofde krachten.
Voel hoe ik groei en blakend openga.
Wie leest, wordt door het leven zelf bewoond.

26 januari 2012

Ramsey Nasr (1974)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Driek van Wissen • Trots op Nederland?

•• Dichters des vaderlands (3): in 2005 versloeg Driek van Wissen nipt Ilja Leonard Pfeijffer (de titel werd toen nog via een publieksverkiezing vergeven). Het onderstaande sonnet schreef hij (in functie) op verzoek van de EO, niet lang nadat Rita Verdonk de politieke partij Trots op Nederland had opgericht.

Trots op Nederland?

Dat ooit voor mij als vaderlandse zoon
Het leven in dit land een aanvang nam
Is iets wat mij toevallig overkwam,
Maar waar ik mij wel dankbaar voor betoon.

Maar dat ik mij nou op de borstkas ram
Uit trots omdat ik hier nog altijd woon
Is net zo vreemd voor mij als autochtoon
Als dat een appel trots is op zijn stam.

Met wat ik doe ben ik soms best tevreden,
Dan breng je immers zelf iets moois tot stand,
Maar wat mijn landgenoten doen of deden
Is voor voldoening voor mijzelf geen reden.

En trots op eigen volk en vaderland
Is vaak de vonk voor weer een wereldbrand.

Driek van Wissen (1943-2010)

Portret door Trudy Kramer.


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: D.P. Pers • Mijn en dijn

Mijn en dijn

De stercke woorden Mijn en Dijn,
Die doen dat wy tweedrachtigh zijn:
En ’t vast besluyt van Jae en Neen,
Brenght in de werrelt veel geween.

Neemt wegh den twist van Mijn en Dijn,
De werrelt sal in vreede zijn:
Neemt wegh van Jae en Neen den twist,
’t Krackeel des werrelts is geslist.

D.P. Pers (1580-1662)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Jodocus van Lodensteyn • Op eene weder-horige schoon van Lichaam

Vier regels op Instagram.

Op een weder-horige schoon van Lichaam

Uw handen sijn wel sacht; sacht sijn uw teere wangen;
Uw armen sijn wel sacht; sacht sijn uw preuytsche gangen;
Uw keel en stem is sacht: sacht is den ganschen treck
Uws aanschijns; ’t is al sacht; hard is alleen uw Neck.

Jodocus van Lodensteyn (1620-1677)

weder-horig = weerspannig
preuytsch = edele, fiere, parmantige


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Simon Vinkenoog • Dingtaal

Nadat Gerrit Komrij voortijdig voor de eer van het Dichter des vaderlandschap had bedankt, werd Simon Vinkenoog in 2004 naar voren geschoven als interim-DDV. Dit gedicht schreef hij (in functie) op verzoek van het taaltijdschrift Onze Taal.

Dingtaal

Noem de dingen bij hun naam
of geef ze andere namen.
Ja kunnen zeggen tegen alles wat je ziet,
ook al doet het je pijn en verdriet.
De wereld wil bedrogen worden,
dus leggen wij de wortels bloot.

Al wat rijmt of ongerijmd is
– met het oog op ieders dood –
leidt tot een leven scherp op de snede,
naar een weten dat altijd
onverrichter zake blijkt:

Het woord dat van iedereen is,
hel of hemel, verrukking of verdoemenis,
desalniettemin en onvermijdelijk.

In de taaltuin groeien geleende woorden
en hardhandig taalgebruik,
wanklank in de klinkers
en medeklinkers zonder mededogen.

Het goede voorbeeld geven:
articuleren, psalmodiëren, rapsodiëren
De stem is een muziekinstrument
op taal en betekenis afgestemd,
op het onhoorbaar ongeziene
immer deinende wegebbende
einde, verder strekkend
dan verder weg –

op de weg die een taal gaat door de eeuwen
als beschavingen verstenen
onder zand verdwenen
of in het moeras van de vergetelheid

De dichter heeft zich schrap gezet
Tussen vecht- en vlucht-reflex;
Hij dient zijn tijd. Zon schijnt.
Taal blijft.

Simon Vinkenoog (1928-2009)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Hanneke van Eijken • De kraanvogels

Uitgeverij crU geeft dit jaar voor de vierde keer een eigen poëzieweekgeschenk uit, verkrijgbaar bij geselecteerde boekhandels. De bundel is geschreven door Hanneke van Eijken en geïllustreerd door Pauline Phoa.

De kraanvogels

Vraag de kraanvogels waar de weg is
die naar de slaap gaat

de das verliest zijn haren als kleine pijltjes in het zand
zo weten we altijd de weg terug

en waar het stil is en de lucht nog leeg
daar vult de wind de tonen van een lied

er zijn walvissen die dromen terwijl ze zwemmen
sommige muizen worden na zeven maanden pas wakker
giraffen en paarden slapen staand

is een droom het mistige dat soms over velden ligt
als de zon opkomt?

Hanneke van Eijken (1981)
uit: Waar slaap van gemaakt is (2021)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Gerrit Komrij • Beatrix 2000 (4)

Dichters des vaderlands (1). Gerrit Komrij was in 2000 de eerste DDV, nadat Rutger Kopland voor de eer bedankt had. Hij verraste de DDV-organisatie door na vier jaar, een jaar eerder dan de bedoeling was, zijn functie neer te leggen. Dit gedicht is vierde uit een vierluik over koningin Beatrix.

Beatrix 2000 (4)

Wat zou ze zeggen tot haar oudste zoon,
Als wijze raad of als verjaarsgeschenk,
Betreffende de toekomst van de troon?
Het volgende misschien: ‘Lees boeken, denk,

Tuinier desnoods, ga wandelen met de honden,
Maar ga niet buikdansen in stadions –
Volkshelden worden door het volk verslonden.’
Misschien. Ze giet haar woorden graag in brons.

Misschien ook niet. Wie weet gaat hij zijn gang
En heeft hij lak, straks, aan angstvalligheid.
Wie weet wil hij de tirannie verdrijven

Van alles wat nu mysterieus moet blijven.
Dan worden we een dwergstaat, ben ik bang.
Dan zijn we koning én geheimen kwijt

Gerrit Komrij (1944-2012)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: J.V. Neylen • Dit huis werd niet met hartstocht maar met rede opgericht

Uit En niet bij machte, de debuutbundel van J.V. Neylen.

Dit huis werd niet met hartstocht maar met rede opgericht,
zijn stenen vloer is makkelijk te kuisen, zijn schoonheid
werd zorgvuldig met kanten doeken en tapijten bedekt.
Zijn vinken en zijn rozen gesloten in een ochtend

die loom langs kieren naar binnen glipt. Zijn wanden
zijn dik opgezet – een wispelturig kiezen van behang,
ik moet denken aan de man die niet meer praten kan
hoe hij hier opstandig om kleuren heeft geroepen.

De ochtend valt als ijs door de muren, hier ontwaakt men
traag. Er hangt een lichtheid die mij niet eigen is
en het bevalt me vaag. Deze kam met zilverkrullen, de spiegel

hangt te laag – nog even en ik ga ervoor door de knieën,
trek hem door mijn haar. Intussen zijn de vinken
papiersnippers geworden – lome tornado’s, ze vliegen

hoger dan normaal. Met het licht op hun buiken
krijgt hun vlucht iets eeuwigs, iets theatraals.

J.V. Neylen (1990)
uit: En niet bij machte (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Simon Oosting • slachtedijk / slachtedyk

Uit DC … en dichterbij / DC … en tichterby, de derde (tweetalige, Nederlands naast Fries) bundel van Simon Oosting.

slachtedijk

jullie volgen de dijk de onzichtbare sporen
van soortgelijke spelers maar in andere kleren
en zo jullie denken met andere kleuren zij waren grijs
of zwart en droevig onder lagen smerig vernis

jullie schuren als een leger tegen een landschap aan
als dat wat maar even is tegen dat wat blijft aan
over zeedijk kleidijk teerdijk en dat wat verlaten en vergeten is
jullie zijn soldaten boertjes en het kerkvolk

en gaan zoals zij gingen achter wagens met eikenhouten kisten
op weg naar het hof bij kerktorens op de terpen hoog
onverbiddelijk gestuurd door nimmer geschreven wetten

ik zeg jullie het gaan en komen van stromen volk
is als het water van de ze de eb de vloed van het land ik weet
jullie zullen altijd en eeuwig lopen omdat zo het altijd zal zijn

Lees verder >>

Gedicht: Pieter Boddaert • Verzuchting

Verzuchting

‘k Heb lang genoeg geleefd, indien ’t u mogt behagen,
Vrymagtig Heer, die eerst mijn ziel in ’t lichaam zond,
Den engen band, die hen zo lang te samen bond,
Te ontbinden, en een end te maken van myn dagen.

Maar zo gy rekenschap van myn bedryf zoud vragen,
Sloot angst en schaamte my gewis den bangen mond,
Bewust, dat ik den tyd, dien gy my hebt gegond,
In myne jeugd heb aan de waereld opgedragen.

‘k Heb naderhand (’t is waar) myn mannelyken tyd
(Gestuit door uw genâ) wel aan uw’ dienst gewyd,
En ’t heil omhelsd, aan ’t kruis door uwen Zoon verworven;

Maar noch kleeft my, helaas! de zonde aan, tot myn smert.
Och, Heer, wees gy myn Borg! verlos mijn zuchtend hert!
Hy leefde lang genoeg, die zalig is gestorven.

(18 dec. 1757)

Pieter Boddaert (1694-1760)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Lieke Marsman • Stof en schillen

Uit In mijn mand, de nieuwe bundel van Lieke Marsman.

Stof en schillen

Als het puin geruimd is
(en het edelmetaal
uit het puin gemijnd)
blijft er niets over dan
stof en schillen. Over dat stof
is al veel geschreven
en daar heb ik eigenlijk
weinig aan toe te voegen.
We zijn allemaal
op zoek naar de wereld
na ons en de wereld
boven ons, waar God echt
vandaan kwam die nacht. Simpel:
transcendentie is de abstractie
die het krukje maar niet
onder zichzelf uit
weet te schoppen. God
met een stuk wc-papier
uit z’n broek en dat is
hoe we hem kunnen vinden.
De schillen daarentegen
blijven maar komen.
Elke stap stort
een bak aardappelschillen uit
op deze route
die ik tot mijn leven maak.
Ik lééf op deze schillen
die als schalen
van mijn herinneringen vallen.
Ieder lied vandaag
drukt mijn neus terug
in de appelspiralen,
de mandarijnenvelletjes
van een kersttoetje in ’96.
Na het eten met z’n allen
het bevroren bos in
met de honden, ondervond ik
voor het eerst hoe stil de kou,
hoe warm deze stilte is.

Lieke Marsman (1990)
uit: In mijn mand (2021)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Marcellus Emants • Voor Eva, die negen jaar is

Voor Eva, die negen jaar is

De tijd mijn Eefje jaagt zo snel voorbij.
Dat eer je ’t weet je jeugd slaapt in ’t verleden
En j’uit het veilig ouderlik te huis
In ’t leven vol gevaren bent getreden

Dies wil ik, eer dat troeb’lend ogenblik
Jouw nog zo klare hemel komt befloersen,
Je schenken een vertrouwbaar klein kompas,
Waarop j’in storm en nevelweer kunt koersen.

Als een fel licht verleidelik je lokt,
En al die tinten om je komt ontluisteren
Denk dan die glans kon wel misleidend zijn
En op den duur mijn klare blik verduisteren.

En zie je voor j’een onheilspellend zwart
Laat dan de moed niet aanstonds je begeven;
Want in je zwartste nacht daagt weer een dag
Noch louter glans noch louter nacht is ’t leven.

Marcellus Emants (1848-1923)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Hein de Bruin • Een avond in januari

Een avond in januari

Het is avond en de vensters zijn beslagen.
De buitenwereld schemert met wat gloed.
Herinnering waakt nauwlijks op. De dagen
zijn, ondereenvermengd, zuiver en zoet.

Alles is zo goed; een klein bezit aan boeken,
– ze hebben hart en zinnen eens gemoeid –
éen blik omvat ze nu, de ogen zoeken
even naar een kleur die ’t helderst gloeit.

Rust. Maar de weifeling werd reeds geboren,
of dit het uur is dat het diepst behaagt.
De stilte is nog suizende te horen,
maar ijl, als adem die geen stem meer draagt.

Rust. Maar pijnlijk wordt het hart beproefd,
nu het geen echo heeft, – waar niemand roept.

H. de Bruin (1899-1947)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: I.K. Bonset • Volle maan

Volle maan

‘k Ontvlucht de stad
‘k Zoek het pad
‘k Zoek de buitenwegen
‘k Zoek de maan
‘k Zoek mijzelf
Wellicht kom ik mij tegen.

Daar bij de heg, daar is de weg
Daar staat het hooi op hoopen
Daar ga ik samen met mijn ziel
Onder de maanzon loopen.
Is dat een huis?
’t Was een huis
Nu is het een karbonkel,
Is dat een schuur?
Het was een schuur
Het is nu licht en donker,
Is dat soms hooi?
Hooi was het in de morgen
Nu speurt de aarde
Levend goud
In ’t hooi is opgeborgen.
Is dat daar water?
Het was water eens
Nu is het paerlemoer.
Is dat een schuit?
Het was een schuit
Nu steekt een donkere vogel
Ten halve het water uit.
Is dat mijn hand?
Het wàs mijn hand
’t Is nu een vreemde
Witte plant.

I.K. Bonset (1883-1931)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: I.K. Bonset • Oorlog

Oorlog
De hemel viel op aarde in stukken
En nergens is een bloem
die ongeschonden leeft.
De aarde stinkt van ’t bloed,
dat uit den hemel spat.
De wond is groot
en niet te helen.

De hemel die gaat dood
Het verstand staat stil.
De mensch is weg.
Hij bracht zichzelve om.
De beesten brullen in de straten.
Ze ruiken bloed.
Ze lekken zich de muilen
Ze woelen met hun zwarte snoet
de roode aarde om
En scheppen zich ’n hemel
van kruitdamp en van bloed.

I.K. Bonset (1883-1931)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.