Categorie: gedicht

Gedicht: Carl Norac • De woorden aanraken

De Waal Carl Norac is de huidige Belgische dichter des vaderlands. De tweetalige uitgave Journal de gestes / Gebarendagboek bevat originele Franstalige én door Katelijne De Vuyst vertaalde gedichten van hem.

De woorden aanraken

Als kind wist ik dat je het vel van de woorden aan kunt raken,
dat bomen op hun eigen tempo lopen
en met elkaar praten zonder echt op hun wortels te letten.
Als kind wist ik alles, alleen niet dat je daarna af moet leren.
En terugkeren naar de weg waar we verdwaalden,
de keitjes negeren die in andere levens werden gelegd,
er nu en dan eentje oprapen, daarna het eerste pad
inslaan dat daarom verzoekt.
Als kind wist ik dat je het vel van de woorden aan kunt raken,
dat hun opperhuid bezaaid is met betekenis,
die vaak ietwat verhuld blijft, zoals het hoort.
Die woorden leerden mij, gevoelig joch,
dat met één vaag gebaar het heelal wordt getekend. Lees verder >>

Gedicht: Esmé van den Boom • De mouwen van de truien die je droeg

 

Uit Eigen kamers‘, het debuut van Esmé van den Boom. 


De mouwen van de truien die je droeg
in de lente om je lichaam geen zonlicht te gunnen.

Nu is het zomer en de honger je metgezel.
Jullie hebben elkaar beter leren kennen en soms
kleeft er suiker in de hoek van zijn waarschuwing:

Van wat er verloren kan gaan
en dat het makkelijker aan de muren
ontsnappen is dan aan je eigen tong. Lees verder >>

Gedicht: Elly Stolwijk • tijdruimte en elkaar tegenkomen

Uit liefde de vluchtige holte, de debuutbundel van Elly Stolwijk.

tijdruimte en elkaar tegenkomen
(in memoriam Maria Vermue, 1962-2018)

alles waar men bang voor is gebeurt altijd, eens ga je te-
niet. ook in zee kan het gevaarlijk zijn, hoewel je er soms niets
van ziet. diverse virussen met haarachtige draden vanbuiten
schepen in bij levende schepseltjes. met een gevoelig extra oog

kan men hun wellustige gewapper observeren. gretig breken ze
open en af. en jij, hoe vaar jij, nu we je fijnste deeltjes hebben prijs-
gegeven aan de elementen. je beenderen zijn in hitte gespleten.
kan de as van jouw lichaam nog bestaan als die je bent of was.

Lees verder >>

Anna Roemers Visscher: Sonnet to the Sea-land Poets

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (1)

Door Cornelis W. Schoneveld

In de Engelse literatuurgeschiedenis heeft het sonnet een belangrijke plaats ingenomen vanaf de vroege Renaissance tot het eind van 19e eeuw toe, maar met een merkwaardige en langdurige onderbreking van ca. 1650 tot 1800. John Milton lijkt bij die onderbreking een belangrijke rol te hebben gespeeld. Op het Vasteland bleef het sonnet echter een druk beoefend genre. Het leek mij nu een aardig idee om de Engelsen eens te laten lezen wat ze op die manier hebben gemist. Frans kent de geletterde Brit wel, maar Nederlands niet. Vertrouwend op de kunstzin van Gerrit Komrij, heb ik uit zijn De Nederlandse Poëzie van de 17de en 18de eeuw bijna alle sonnetten daaruit bijeengebracht en van mijn vertaling voorzien, in de hoop de Brexit daarmee te overbruggen, onder de titel:  “SCORN NOT THE SONNET”

Dit is de aanhef van het sonnet waarmee William Wordsworth in ca. 1800 het herstel inluidde.

Lees verder >>

Gedicht: Jan Prins • Zooals gij in de schaduw zat

Zooals gij in de schaduw zat

Zooals gij in de schaduw zat
en al den glans in de armen hadt,
die fijngesponnen, wonderbaar
geweven lag in ’t hangend haar
van uwe zuster, – want gij zijt
mij zusters in lieftalligheid, –
en gij die ongevlochten pracht,
die als een bruidskleed van den nacht
haar lichtgebogen hoofd omsloot, –
uw handen hoog, uw schouders bloot, –
in smijdige gedeelten spleet
en spreien en zich vleien deedt
in rondgewrongen tressen, als
een tros van donkerte in den hals
gedrukt, en aan de slapen glad; –

Lees verder >>

Gedicht: Giuseppe Belli • Paus Leo



Giuseppe Belli (1791-1863) schreef ruim tweeduizend sonnetten in het dialect van Rome. Een selectie van 250 daaruit is vertaald door Arthur Hartkamp, en gepubliceerd als Een monument voor het gewone volk. (Voorproefje.)

Paus Leo

Voordat paus Genga dood onder de grond
gestopt werd, al zijn botten op een rij,
klonk het in Rome uit eenieders mond:
hij is een heus lot uit de loterij.

Lees verder >>

Gedicht: H.N. Werkman • Loemoem lammoem laroem lakoem

Loemoem lammoem laroem lakoem
bergamotse pergolas
boestroem bastroem bestroem bostroem
arboesti arboesas
oemoem ammoem aroem akoem
postolorum postolas
akroem baroem fakroem faroem
synagobi syncopas
oeloem aloem oesdroem nosdroem
akolasi rabotas
oeldroes knoeldroes boeldroes moeldroes
pastellorum crammacas
oemboem hoemboem zoemboem boemboem
castranorum castrafas

H.N. Werkman (1882-1945)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Wilfred Smit • Rosa Rosa



Rosa Rosa

Er gaat onder meisjes
– de asblonde, de dertienjarige,
de vlecht, de opgebonden roos –
een vreemd verhaal …

van een bedelarmband, een zilveren big,
van iemands hand maar die vergiste zich …

en als je vraagt
is de asblonde al niet meer opgewonden,
zwijgen zij, maar roos roos rinkelend
is nooit uitverteld.

Wilfred Smit (1933-1972)
uit: Verzameld werk (1983)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Maarten van der Graaff • Derde document

‘Derde document’ komt uit de cyclus ‘Word-document Nederland’ uit Nederland in stukken, de nieuwe bundel van Maarten van der Graaff: “In 2015 sloot de linkse Utrechtse boekhandel De Rooie Rat haar deuren. Op de valreep kocht Van der Graaff er oude pamfletten, studies en tijdschriften, uit interesse in de politieke taal uit de jaren zeventig, tachtig en negentig. In zijn nieuwe dichtbundel verknipt en plakt hij deze teksten en vult ze aan met gedichten, liedjes, en andere flarden tekst [lees verder en meer gedichten].

Derde document

Als ik vroeger terugkwam van vakantie en bij Zwijndrecht
de neonletters Van Leeuwen Buizen zag. Wist ik dat ik thuis was. Bovenbouw.
Die vanbinnen dingen doet. Alle lichtjes. Alle auto’s. Met een daktuintje. Het verleggen
van patronen. Van geluk. Volgende week. Staat in de agenda.
Van vorige week. Paradijsvogels. In dit. Privé-domein. Nu wil je weer
contact. De stad beloont creativiteit. Vrijwillig of anderszins. Driel-
Oost. De corridor Eindhoven/Veldhoven/
Welschap. Herneemt zich. En is daarin. Vier koersen. Dat voel ik.
Een gemiddelde huiskamer is voor zover ik gezien heb dan ook
een rare combinatie van nieuwe apparaten en oude gehechtheden.
Reusachtige encyclopedie van variaties. Kolommen. Aard en structuur.
Van heel mijn. Compagnie. Illusieloze witte steden. Schepen
zich in. Elk huis is tot barstens toe vol. Ruimtevreters. Een
watercorridor. De blauwe koers. Nu leest hij
oude formulieren. Intimiteiten. Dit is het lastigst. Het laatste woord. Te veel.
Schrijven.

Maarten van der Graaff (1987)
uit: Nederland in stukken (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Paul van Ostaijen • Wals van kwart voor middernacht

• Vandaag is Paul Van Ostaijen jarig.

Wals van kwart voor middernacht

Alsof zij iets zingen ging trilt de luit
en de lieve luit achterna
tinkepinkt de piano linkepoot linkepoot
Ik denk niet dat de luit iets zeggen zal
al trilt – zij trilt toch – de luit nu weer
Eer de luit daarover heeft gedacht
of zij zingen zal kwart vóór middernacht
is het lang reeds kwart na middernacht
Waarom trilt de luit dan zo
klokjekwart vóór middernacht
Wist maar iemand dat
dat
trillen van de luit

Lees verder >>

Gedicht: drie lightversedichters

Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de website Het vrije vers, het enige Nederlandse podium voor light verse en gebonden gedichten, is er een jubileumbundel uitgebracht: Er is light! Daaruit de drie onderstaande gedichten. Dat van Driek van Wissen is nog niet eerder gepubliceerd.

CPB rekent af met Lucebert

De toekomst van de kunst is ongewis:
ze heeft geen waarde van betekenis
zo is nu vastgesteld door economen
die ook nog tot de slotsom zijn gekomen
dat alles zonder waarde weerloos is.

Lees verder >>

Gedicht: Paul Éluard • Drie gedichten uit Capitale de la douleur

 

In het ene oog de maan, in het andere de zon van de beroemde Franse dichter Paul Éluard (1895-1952) bevat een brede selectie uit zijn bundels Capitale de la douleur (1926), La vie immédiate (1932) en Le livre ouvert (1938-1944). De vertaling is van Kiki Coumans, die ook de drie onderstaande gedichten uitzocht.

Drie gedichten uit Capitale de la douleur (‘Hoofdstad van smarten’)

Suite

Slapen, in het ene oog de maan, in het andere de zon,
Een liefde in je mond, een mooie vogel in je haar,
Uitgedost als de velden, de bossen, de wegen en de zee,
Mooi en uitgedost als een tocht om de wereld.

Vlucht door het landschap,
Tussen takken van rook en alle vruchten van de wind,
Benen van steen en sokken van zand,
Gevat bij de taille, spieren van rivieren,
En de laatste zorgen op een veranderd gezicht.

Lees verder >>

Gedicht: P.T. Helvetius van den Bergh • De slechte rijke

De slechte rijke

A
Een ruimer gift, vriend! Er is algemene nood.
Gij zijt schatrijk.

B
Nu ja, maar mijn behoefte is groot,
ik kan ‘t, met al mijn geld, geloof me, nauw’lijks plooien.
Mijn huis is een paleis, ik hou een macht van booien,
het leven kost me enorm. Daar, ga het zelf eens na,
diners, soupers, het spel, concert, bal, opera,
mijn stal, mijn jachtstoet, ‘k moet de honden niet vergeten;
ik heb er zes of acht, die enkel kalfsvlees eten.
Voor ons toilet komt alles uit Parijs,
’t is ’s zomers feest op ’t land, en ’s winters op het ijs.
De lieden die, om mij te plukken, zich verenen,
mijn vrienden, die mij geld aflenen,
mijn belle, tussen ons, die mij zo teer bemint,
maar, spijt mijn regens goud, toch nog te karig vindt;
en eind’lijk heb ik vrouw en kind.
Het valt niet moeilijk dus te gissen,
dat ik, hoe rijk ik ben, voor de armen niets kan missen.
En buitendien – veel wordt er van gepraat,
maar och, zij hebben ’t niet zo kwaad.
Al moesten zij in hutten wonen,
al eten zij slechts paardebonen,
al dat zij ons hun naaktheid tonen,
al neemt hun jammeren geen end,
ze zijn gewoon aan hun ellend.
‘k Voeg bij mijn gift geen halve cent.
Ik mag, ik wil hen niet in hunne luiheid sterken,
zij moeten werken, immer werken,
of hongeren, door eigen schuld!

A
Ik vrees, dat gij eens meer dan honger lijden zult!
Ach, velen denken zo! Maar geen die niet zou schromen
er zo brutaal voor uit te komen.

P.T. Helvetius van den Bergh (1799-1873)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: P.T. Helvetius van den Bergh • Compensatie

Compensatie

‘Uw schoonheid is een kapitaal
waarop ik recht heb, als gemaal,’
sprak Henri tot de ontrouwe Claire,
‘’t Choqueert me dus, dat gij, ma chère,
voor eigen reek’ning zaken doet,
en niemand mij mijn eer vergoedt.
Ook vind ik ’t zeer in u te laken
dat ge u soms gratis ’t hof laat maken.
Zijt gij zo op genot gesteld,
ik hecht aan de eer, of – aan het geld.
Lok vrij de minnaars in uw netten,
maar ik verkoop d’entreebiljetten.’

P.T. Helvetius van den Bergh (1799-1873)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Tsead Bruinja • liefste niemand weet hoe wij in eerdere levens

Dichter des vaderlands Tsead Bruinja zocht onderstaand valentijnsgedicht voor u uit. Het Friese origineel staat onder de vertaling in het Nederlands (van Jabik Veenbaas en Bruinja zelf).

liefste niemand weet hoe wij in eerdere levens
elkaar voorbij liepen of de bus misten waar één
van ons beiden in zat of jij mijn zuster moeder
in was en het tussen ons niks mocht worden omdat

er te veel jaren of een geloof tussen ons
dreven zo plastisch als een continent zal de afstand
soms geweest zijn ik was misschien druk in de weer met
het uitvinden van vuur terwijl jij en je vrijer

Lees verder >>

Gedicht: Gilles Boeuf • wij prijzen de logica

Uit generaties, de nieuwe bundel van dichter-fotograaf Gilles Boeuf.

wij prijzen de logica

de stamelende veelheid is een slechte luisteraar
maar ik,
ik zing yesterday
voor jou en voor iedereen en als de straten mij zien
          is het goed

als de hond zijn vacht uitschudt en de struiken mij zien en de hond ziet
me zingend door de straten gaan,
wie niet veel vraagt heeft altijd gelijk en de hond en ik
wij prijzen de logica!

wij prijzen de harde en de zachte logica, de gefluisterde logica
van een zomerkleed en de zachte haren in de hals van die vrouw, de wereldgrote logica
van dingen die we nooit begrijpen zullen en de logica van eindeloos verdriet

eindeloos verdriet dat komt en gaat, dat splijt en opdoemt soms

eindeloos verdriet
eindeloos verdriet

de stamelende veelheid geeft me alles
de logica van nat papier op straat

Gilles Boeuf (1970)
uit: Generaties (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Ellen Warmond • Niet thuis

Uit de debuutbundel van Ellen Warmond uit 1953, waar Bordewijk destijds wel door werd gecharmeerd (maar niet zo door de beeldspraak in ‘Niet thuis’).

Niet thuis

Die mond van niet te spreken
en die ogen van niet thuis
heb ik daarvoor zo’n grote reis gemaakt
langs heuvelruggen achterdocht
en valkuilen onrust?

had ik je maar liever schim of wolk gelaten
blauw-blauw voorgoed vanuit de verte
niet telkens elkaar vragen hoe het met ons gaat
ik ken geen taal waarin wij moeten praten

ik had een mooi grijs schimmenspel ergens op
zolder van je staan tussen een lappen pop
een doos vol ongeschreven brieven
een snoertje krokodillentranen en
gedroogde kindergrieven
tenslotte ben ik nog en weer alleen alleen in huis
de dubbele tranensnoeren om je hals
je mond van niet te spreken – alles vals
maar bovenal die ogen van niet thuis.

Ellen Warmond (1930-2011)
uit: Proeftuin (1953)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.