Categorie: gedicht

Gedicht: Erik Jan Harmens • U beklijft

Erik Jan Harmens is de winnaar van de Ger Fritz-Prijs, die jaarlijks wordt toegekend aan het mooiste eenzame uitvaart-gedicht van het afgelopen jaar. Harmens schreef het winnende gedicht, ‘U beklijft’, ter gelegenheid van eenzame uitvaart nr. 240, van de heer G. R. op 6 mei 2019.

U beklijft
Voor G. R.

hoe minder ik snap van de wereld
hoe meer de wereld mij niet begrijpt
net als bij dageraad gebeurt dit tegelijk
zon komt op terwijl de maan verdwijnt
u werd dwarsligger genoemd, spaak in het wiel
weggezet als verzetter-om-het-verzetten
u in kuif gepikt zag uw goede naam besmet en
klom in de pen zogezegd, haphaphap, een bijtwoord viel Lees verder >>

Gedicht: H.C. ten Berge • De beproevingen van Álvar Núñez Cabeza de Vaca

Hieronder de eerste twee gedichten uit De beproevingen van Álvar Núñez Cabeza de Vaca van H.C. ten Berge, waarin in 45 scènes een rampzalig verlopen veroveringstocht uit 1528 wordt beschreven.

1

Op de tuibrug naar Tampa,
staal en beton dat fraai gelijnd en hemelhoog
de baai boven ravottende dolfijnen
in een lange glijvlucht overspant,
de zon trotseert en de orkaan weerstaat,
denk ik aan Álvar Núñez Cabeza de Vaca
               die vijf eeuwen her onder Pánfilo de Narváez
               met drie kraken en een brigantijn
               op deze blinkend witte kust verzeilde.
               Er werden 40 slanke paarden en 300 man ontscheept
               om slecht toegerust een blinde tocht
               van Florida naar het Azteekse Mexico te ondernemen.

Het was 1528 toen het brede, diepe water
Baai van Het Kruis werd genoemd Lees verder >>

Gedicht: Carel Vosmaer • Vivisectie

 

Vivisectie

Honderdduizend menschen, levend,
In den oorlog snijden, kerven,
Dat was altijd eeregevend,
Kon ons lauwren doen verwerven.
Onvermijdlijk, nuttig kwaad,
Dient dit middel kerk en staat.
Preventief te detineeren
Zal geen rechter ook onteeren.
’t Wormpje aan den haak geslagen,
Kronklend, smartelijk gemarteld,
’t Vischje in zijn kieuw te prangen.
Wen het in zijn doodsangst spartelt, Lees verder >>

Gedicht: Shari Van Goethem • wat aan haar voorbijging

‘wat aan haar voorafging’ is het openingsgedicht uit Tere stengels van Shari Van Goethem, waarin ze “de leegte armen en benen geeft”.

wat aan haar voorafging

de avond waarop we nog van niemand waren
staken we onze natte neuzen in het zand
ook de dagen daarna was ons snot nog korrelig
maar het voelde niet meer zoals toen we huilden
omdat ademen moeizaam ging. we huilden

Lees verder >>

Gedicht: Gerard Bruning • Straatmuzikanten

Gerard Bruning (1898-1926) is de jong overleden dichter van een klein oeuvre dat pas lang na zijn dood werd gebundeld.

Straatmuzikanten

Air mélancolique

De straat is mijn wrang verdriet,
mijn grijze pijn in den wentelenden dag:

aan den straathoek schuilt het ijl harmonika,
en de zoete heimwee der mandoline
vervult de menschen met een kleine pijn:
schuifelend muziekje
aan de grijze steen van het huis,
aan de grijze steen
grijze steen,
– spoorloos.

Lees verder >>

Gedicht: Eva Gerlach • Veld (1)

Het eerste gedicht uit de afdeling ‘Veld’ staat in Oog, de nieuwe bundel van Eva Gerlach: “In negen afdelingen komt een beweging op gang die een orkaanachtige spiraal aanjaagt. De verheviging piekt tegen het eind van de bundel, gevolgd door de stilte in het oog van de orkaan – waarna alles zich in omgekeerde richting kan hernemen.”

Veld (1)

Juist als ik denk dat ik je vind begint het
kwijtraken weer, de grote bundel licht
verplaatst zich, krimpt, ik sta
wijdopen in de nanacht, ik

Lees verder >>

Gedicht: Aleksander Poesjkin • Paardje-Bochelaartje

Deze week worden de gedichten bij Coster gekozen door Guus Middag. Van zijn hand verscheen zojuist De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig, een boek met twintig stukken over twintig gedichten en liedteksten van na 2000 – bij Meander staat nu een recensie. De gedichten die hij voor Coster bespreekt, staan niet in het boek.

“Ik kies deze week vijf ‘verborgen’ gedichten: gedichten die zich op onverwachte plaatsen aandienen. Vandaag een gedicht dat zich bijna twee eeuwen lang onder de verkeerde schrijversnaam heeft schuilgehouden: Konjók-Gorboenók (1834), dat is Paardje-Bochelaartje, een Russisch sprookje van maar liefst 2300 rijmende versregels lang. Lees verder >>

Gedicht: J.H.Leopold • Zomernacht

Deze week worden de gedichten bij Coster gekozen door Guus Middag. Van zijn hand verscheen zojuist De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig, een boek met twintig stukken over twintig gedichten en liedteksten van na 2000, van dichters als Marieke Rijneveld, Ingmar Heytze, Ester Naomi Perquin, Ilja Leonard Pfeijffer en Radna Fabias, zangers en zangeressen als Daniël Lohues en Katinka Polderman en hiphoppers als De Jeugd van Tegenwoordig. De gedichten die hij hier bespreekt, staan niet in het boek.

“Ik kies deze week vijf ‘verborgen’ gedichten: gedichten die zich op onverwachte plaatsen aandienen. Vandaag een gedicht dat 135 jaar geleden in een studentenalmanak werd afgedrukt: ‘Zomernacht’. Een romantisch natuurtafereeltje, met een avondstemming, een nachtsfeerschildering, iets met weilanden en nevelslierten – het zal allemaal wel. Het is een gedicht waar ik zonder voorkennis schouderophalend overheen gelezen zou hebben. Er zijn zoveel dichters die zulk soort schetsjes hebben geschreven, met een gevoelig woordje hier en een stoplapje daar. Zo ook deze student, die zijn naam er niet onder zette.

Lees verder >>

Gedicht: Coen Peppelenbos • Voorpijn

Deze week worden de gedichten bij Coster gekozen door Guus Middag. Van zijn hand verscheen zojuist De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig, een boek met twintig stukken over twintig gedichten en liedteksten van na 2000, van dichters als Marieke Rijneveld, Ingmar Heytze, Ester Naomi Perquin, Ilja Leonard Pfeijffer en Radna Fabias, zangers en zangeressen als Daniël Lohues en Katinka Polderman en hiphoppers als De Jeugd van Tegenwoordig. De gedichten die hij voor Coster bespreekt, staan niet in het boek.

“Ik kies deze week vijf ‘verborgen’ gedichten: gedichten die zich op onverwachte plaatsen aandienen. Vandaag een gedicht dat ik zomaar aantrof in een weekblad dat ik lang niet elke week lees, De Groene Amsterdammer, van 10 oktober 2019. Het stond in een column van Ester Naomi Perquin. Een geweldig gedicht, nooit eerder gelezen, van Coen Peppelenbos, uit zijn bundel Vallende mannen (Uitgeverij Kleine Uil, 2011). Lees verder >>

Gedicht: A.J.D. van Oosten • Miniatuur

Deze week worden de gedichten bij Coster gekozen door Guus Middag. Van zijn hand verscheen zojuist De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig, een boek met twintig stukken over twintig gedichten en liedteksten van na 2000, van dichters als Marieke Rijneveld, Ingmar Heytze, Ester Naomi Perquin, Ilja Leonard Pfeijffer en Radna Fabias, zangers en zangeressen als Daniël Lohues en Katinka Polderman en hiphoppers als De Jeugd van Tegenwoordig. De gedichten die hij voor Coster bespreekt, staan niet in het boek.

“Ik kies deze week vijf ‘verborgen’ gedichten: gedichten die zich op onverwachte plaatsen aandienen. Vandaag een gedicht dat ik aantrof in een schrift uit 1943, van de dichter en beeldend kunstenaar Chr. J. van Geel (1917-1974). Ik heb mij voorgenomen een biografie over hem te schrijven; daarvoor orden ik nu zijn omvangrijke nagelaten archief. In het schrift uit 1943 vond ik dagboekaantekeningen, en een verzameling overgeschreven gedichten van anderen. Tussen Nijhoff, Achterberg en Van Ostaijen trof ik een gedicht van A.J.D. van Oosten aan.

Ik was verrast. Die naam was ik in verband met Van Geel nog nooit tegengekomen. Sowieso lees je de naam van Van Oosten maar zelden. Ik ken hem alleen uit bloemlezingen. Vier wonderlijke gedichten in de bloemlezing van Komrij, zeven wonderlijke gedichten in de bloemlezing van Pfeijffer – en nu dus deze ‘Miniatuur’ in de privé-bloemlezing van Van Geel. Wat weet ik van deze Van Oosten? Niets. Dat is ook wel eens prettig. Wist ik, althans van tijd tot tijd, maar van iedereen niets – en kon ik alles en iedereen altijd maar lezen alsof het voor het eerst was. Het is een kort gedicht. Het gaat over een verkeersongeval.” Lees verder >>

Gedicht: Huub Beurskens • Zijn werelddeel Ik

Deze week worden de gedichten gekozen door Guus Middag. Van zijn hand verscheen zojuist De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig, een boek met twintig stukken over twintig gedichten en liedteksten van na 2000, van dichters als Marieke Rijneveld, Ingmar Heytze, Ester Naomi Perquin, Ilja Leonard Pfeijffer en Radna Fabias, zangers en zangeressen als Daniël Lohues en Katinka Polderman en hiphoppers als De Jeugd van Tegenwoordig. De gedichten die hij hier bespreekt, staan niet in het boek.

“Ik kies deze week vijf ‘verborgen’ gedichten: gedichten die zich op onverwachte plaatsen aandienen. Vandaag een gedicht dat ik aantrof in een bundel die alleen bestaat in het verborgen circuit van uitgaven in eigen beheer. Huub Beurskens, van wie vorig jaar nog de bundel Gedurig nader (uitgeverij Koppernik) verscheen, stelde een nieuwe lijvige bundel (72 pagina’s) samen, ontwierp zelf het omslag en de typografie van het binnenwerk, en liet hem zelf drukken: Aapnek tussen de ladyshaves. Te bestellen via info@huubbeurskens.nl.

Dit gedicht ‘Zijn werelddeel Ik’ trof me, eerst door de enorme treurigheid van het tafereel, daarna door het gemak waarmee het verteld wordt en het soepele rijm, en daarna door het sterke contrast tussen die twee. En pas daarna zag ik, in de aantekeningen van de dichter achterin de bundel, dat het hier om een vertaling ging. Geen gewone vertaling, maar een tegenovergestelde vertaling, een omgekeerde vertaling, of hoe noem je dat: een vertaling waarin het origineel in zijn tegendeel verandert. Beurskens noemt het “min of meer een contravertaling”, van het gedicht ‘Mein Weltenstück’, de allereerste publicatie, uit 1952, van Thomas Bernhard. Het gedicht van Bernhard heb ik hier toegevoegd. Zoek de verschillen.” Lees verder >>

Marcel Brauns • Zij, die de natuur als boek en woord van God beschouwen

Zij, die de natuur als boek en woord van God beschouwen

De schepping is voor ons de groote God-gewijde
waar Hij de sporen van Zijn zonnevingren liet,
en d’aarde is als een tuin waar Hij met rampen wiedt
en engelen heel stil den stoet der dooden leiden
op ’t heimlijk wiegen van ’t hemelbekorend lied;
de boomen weenen in de regen hun verdriet
en, roerloos, stam aan stam, ’t geluk der geesten beiden
om in ’t nieuw heelal der zonne te verglijden
waar geene doom meer daalt en geene traan meer vliet …

Soms zijn luchten doorwolkt van stormen: tafereelen
waar Zijn bedreiging schuilt, Zijn opgeloopen toorn …
De zonnekrone bloedt, gewond ten diepsten doorn
die eens de slapen reet des Heeren; de fluweelen
en paarse avondpracht is gloed die Hem moet heelen
voor Zijn gesmade macht door geesten afgezworen …
en sprangen die erbarmlijk aarde en hemel deelen
verzwaren naar den grond hun takgesleep als zeelen
waaraan Judas zich hing en viel, zwaar en verloren …
Maar, over zee, de kim glanst voor een uitverkoorne …


Marcel Brauns (1913-1995)
uit: De heimelijke lusthof (1942)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Marcel Brauns • Zij, die de natuur dichterlijk opvatten

Zij, die de natuur dichterlijk opvatten

Wij houden van ’t genot, der hemelen en kruinen,
de stilten zonder stad, de meeren en de kreek,
de wilde rooken en de weeke, trage beek
die watergeuren giet in ’t ritselen der tuinen;
wij zagen graag, alleen, in heel d’azuren streek
de wolken berg naast berg en ver de rookwalm schuine
gerezen waar de koelte kil de leden weekt,
de vlam, de flakker op de zee-geborgen duinen …

De nacht die gloeit, en was doorheen haar stillen adem
een Macht niet glad aan ’t welven ’t blauwe ruim van nacht,
wij zouden droomende handen in eerbied’gen vadem
verheffen en aan ’t hart de sterrenwijde pracht
nog koestren, onze vingren zouden ’t licht der dagen
afstrijken uit het diep van ’t blauw en zwijgend plein
en ’t oog als d’asters drinkend aan geheimen schijn
ontstak een nieuwe ster: ons glanzend welbehagen.

 

Marcel Brauns (1913-1995)
uit: De heimelijke lusthof (1942)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Maarten Inghels • Reis om de wereld in vierenveertig dagen

•• In De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig staat recensent en schrijver Guus Middag stil bij twintig gedichten en songteksten van na 2000. Een van die twintig is het hieronder overgenomen gedicht van Maarten Inghels. Het gaat over de baby Jayson, die in Antwerpen ‘voor dood werd achtergelaten’ door zijn onbekende ouders, en die daarom een zogeheten ‘eenzame uitvaart’ kreeg. Lees hier het hele artikel van Guus Middag.

Reis rond de wereld in vierenveertig dagen

Jouw reis rond de wereld in vierenveertig dagen:
Roemenië, Servië, Italië, Parijs, Luik, Edegem;
in Wilrijk, Antwerpen, een witte kist, het niets.

En dat terwijl tussen wieg en graf grosso modo
een langer leven past. Je groeit op, verdient het
om verliefd te worden op het strand van Barcelona,

het noorderlicht in Noorwegen te ontdekken,
je krijgt een kind, of twee, of drie, waarvoor
je zelf wiegeliedjes zingt – nadien pas Napels zien.

Niet dit. We wilden een kans om met jou te praten
over je twee namen, de geur van tientallen
steden in je bloed, over maan en roos en vis.

Niet dit: nog tandeloos en al verloren zoon van Europa,
met je onbekende paspoort en kapotte kompas,
met twee ouders hun adresloze gemis.

Maarten Inghels (1988)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Paul Snoek • Verhaal van een ooggetuige

Verhaal van een ooggetuige

Zowat driehonderd mannen zitten in een kring.
Het is ijskoud en ze zijn naakt.
Ze beschermen hun blote vrouwen en kinderen
tegen de scherpe zuidpoolwind.
Soms mag een oudere man de kring verlaten
om wat warmte op te doen tussen de vrouwen.
Vaak krijgt hij dan een stukje rauwe vis.
Daarna neemt hij opnieuw zijn plaats in,
want bij de mensen blijven mannen altijd mannen. Lees verder >>

Gedicht: Rutger Kopland • Tijd

Tijd

Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is

en toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder
dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven

zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt
naar iets in zichzelf, iets ziet daar
wat het meekreeg

zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten
van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat
een verte voorbij onze ogen Lees verder >>

Gedicht: Willem Hessels • De regen viel die dag zo breed

De regen viel die dag zo breed

De regen viel die dag zo breed
en zwaar, verloren in de hal
stond ik, bevangen door een leed
en als verstard. Er was geschal
van goten en een witte hond
snuffelde aan mijn knie, een mist
had ’t uitzicht blauw gesluierd, wond
voelde mijn hart, ik wist
niet meer waarom ik hier was, liefst
ware ik nu weggegaan, vervreemd
van alles, in de regen, diepst
verlangen mijner jeugd, die leemt’
in mij, die nooit verdreven
hunkering … o waarom
te leven als men niet kan leven …
dan, langzaam, keerde ik weerom,
van ’t zwijgen op die bittere plek,
– bitter als had ik er bemind –
naar huis en ’t klein en goed geluk
van vrouw en kind …

Willem Hessels (1906-1949)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.