Categorie: cultuurgeschiedenis

Het oudste Sinterklaasverlanglijstje

Door Ton Harmsen

Jan Steen schildert voor ons een pakjesavond met vreugde en verdriet, maar Sinterklaasgedichten zoals wij die kennen, met grappige cadeau-aanbiedingen en plagerige opmerkingen waren er in de zeventiende eeuw nog niet. De zeer schaarse Sint-Nicolaasgedichten gaan niet over geschenken, maar over huwelijksaanzoeken. De heilige Nicolaus heeft ooit aan drie arme meisjes een bruidsschat gegeven – of eigenlijk: naar binnen gestrooid – om hen van de prostitutie te redden en daarom is de ‘koekvrijer’ een populaire speculaaspop. Aan de gegevens die Schotel daarover publiceerde in zijn Het Oud-Hollandsch huisgezin der zeventiende eeuw van 1867 valt weinig toe te voegen. Des te mooier is het dat er wel een soort verlanglijstje uit 1631 bewaard is. Een inventaris van Sinterklaasgeschenken, die een idee geeft van wat kinderen toen in hun schoen kregen — de Intertoysfolder van vier eeuwen geleden.

Lees verder >>

Ridders in de middeleeuwen. Het romantische ideaal en de rauwe werkelijkheid.

Door Willem Kuiper

Als collega Petty Bange, die ik als neerlandicus vooral ken van laat-middeleeuwse moralistische teksten, een boekje publiceert met bovenstaande titel, dan ben ik, die dag en nacht met middeleeuwse literaire ridders in de weer ben, heel benieuwd naar wat zij hierover te melden heeft. Over het romantische ideaal ben ik aardig ingelezen, maar over de rauwe werkelijheid kan ik vast nog wel wat bijleren. De meeste liefhebbers van spaghetti westerns weten dat er een wijde kloof gaapt tussen de oorspronkelijke koeienjongens en de cowboys op het witte doek. Het beeld dat mensen van nu van middeleeuwse ridders hebben, is vooral gebaseerd op bioscoopfilms, TV-series en misschien een bezoek aan het Muiderslot. Maar hoe waarheidsgetrouw is dat beeld? Geen betere gids naar de Middeleeuwen om daar de ridders in het wild te zien dan een ervaren historica, die tot haar pensioen (2015) middeleeuwse geschiedenis doceerde aan de Radboud Universiteit van Nijmegen.
Met deze intentie heb ik dit boek ter recensie aangevraagd, ook om mijzelf te dwingen het te lezen in plaats van op een stapel te leggen, en met het vaste voornemen er een wervend stukje over te schrijven.

Lees verder >>

Handschriften Eerste bliscap van Maria en Die zevende bliscap onser vrouwen online

Door Willem Kuiper

Op zoek naar een handschrift met daarin Vanden coninc Saladijn ende van Hughen
van Tabaryen belandde ik vanmiddag op de website van de Koninklijke Bibliotheek van België en zag dit op mijn scherm.

Onder Handschriften opzoeken ziet u onderaan staan: Bekijk enkele gedigitaliseerde handschriften online. Klikt u daarop dan ziet u vijf tabbladen met ‘tegels’, waaronder of waarachter de gedigitaliseerde handschriften schuilgaan. De oogst aan Middelnederlandse handschriften is vooralsnog schamel te noemen, maar ik heb de site geboekmarkt en zal hem regelmatig bezoeken in de hoop dat er snel wat handschriften aan toegevoegd worden.

De Middelnederlandse handschriften die digitaal raadpleegbaar zijn, en de links ernaar toe vindt u in de: Lijst van gedigitaliseerde Middelnederlandse handschriften en drukken in binnen- en buitenlandse bibliotheken. Wel even geduld oefenen, want de verbinding met de Brusselse server is traag.

Lees verder >>

Een windbrief van P.C. Hooft

Door Willem Kuiper

Afgelopen vrijdag 25 januari vertelde ik u over de lancering van de
Digitale Charterbank Nederland (DCN) en wees ik u op dit stuk:

32 Windbrief, opgesteld door P.C. Hooft betreffende het bouwen van drie watermolens, 19-06-1643. 1 charter

alsook op de mogelijkheid om via de DCN-website direct contact op te nemen met het archief waar dit stuk bewaard wordt: het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen. Ik heb dat gedaan en kreeg prompt antwoord.

Omdat het mij interessant leek voor de lezers van Neerlandistiek heb ik geïnformeerd naar de mogelijkheid dit stuk te fotograferen, al was het maar met een smartphone, zodat de Renaissancisten (in spe) onder ons Hoofts eigen handschrift en spelling onder ogen kunnen krijgen in een gedateerd en gelokaliseerd ambtelijk stuk. Lees verder >>

Digitale Charterbank Nederland (DCN) online

Door Willem Kuiper

Op dit moment wordt officieel het doek opgehaald en het licht aan gedaan voor de website https://charterbank.huygens.knaw.nl Voor de meeste neerlandici geen verplichte kost, maar voor de historici onder ons het bookmarken meer dan waard. Niet zo zeer om inzicht te krijgen in grond- en vastgoedprijzen in en rond een stad naar keuze in het jaar van mijn postcode, maar wel om te zien hoe men in zeker jaar in die stad spelde om zo te kunnen verifiëren of falsifiëren of een literaire tekst daar geschreven zou kunnen zijn. Oorkonden en vergelijkbare ambtelijke teksten, waarvan wij weten in welk jaar en in welke plaats zij geschreven werden, zijn onmisbare ijkpunten voor het lokaliseren van literaire teksten met een onbekende herkomst. Daarnaast zijn oorkonden goudmijnen voor onderzoek naar eigennamen en ook geven zij een authentieke kijk op de realiteit van alle dag, die weliswaar soms zichtbaar is in de randversiering van miniaturen, maar die nagenoeg altijd ontbreekt in literaire teksten.  Lees verder >>

Het Paaschfeest van Roosje Breetveld (1878)

Jeugdverhalen over joden (1)

Door Ewoud Sanders

Advertentie uit De Heraut van 7-4-1878

Vorig jaar promoveerde ik op een onderzoek naar jeugdverhalen over jodenbekering. In mijn proefschrift, getiteld Levi’s eerste kerstfeest, worden 13 katholieke en 67 protestantse bekeringsverhalen samengevat en geanalyseerd. Inmiddels heb ik nog een paar van die verhalen gevonden. Daarnaast vond ik nog allerlei andere jeugdverhalen over joden. De komende tijd zal ik die hier beschrijven, grotendeels in hetzelfde format als in mijn proefschrift.

Hier als eerste Het Paaschfeest van Roosje Breetveld, een protestants zondagsschoolboekje uit 1878 waarin joden worden beschreven als onbetrouwbaar, leugenachtig, luidruchtig, vrijpostig en materialistisch. De moraal van dit bekeringsverhaal is: als een zaadje goed is geplant kan het nog laat tot bloei komen.

Advertentie uit De Bazuin van 25-3-1887.

Lees verder >>

Piet van Sterkenburg weet van geen ophouden

door Jan Stroop

Nu is er weer een boek van hem verschenen, nog dikker dan ’t vorige (Van woordenlijst tot woordenboek, 2011) en even mooi uitgegeven: Leienaars. Leidse achternamen en Leidenaars van naam. Totaal 687 bladzijden, met bijna op elke bladzijde wel een paar illustraties.

Als er één stad is waarvan de familienamen wel interessant moeten zijn dan is ’t Leiden. Leiden is vanouds een stad van immigranten. En als één persoon geschikt en bekwaam is om zo’n boek voor een breed publiek te schrijven dan is ’t Piet van Sterkenburg, lexicograaf bij uitstek, vergroeid met Leiden, en hij beschikt over een vlotte pen. Ik zeg ‘breed publiek’ want zijn boek is niet alleen voor Leienaars en Leidenaars interessant, iedereen vindt er wel iets van zijn gading in.

Lees verder >>

De democratische erfenis van 68: waar staat de universiteit vandaag?

De studentenprotesten van 1968 stelden modernisering, democratisering en sociale gelijkheid centraal. Aan de universiteiten eisten de studenten meer inspraak en maatschappelijk engagement. Hoe schatten we anno 2018 de democratische erfenis van 68 in? Hoe is het gesteld met de maatschappelijke kerntaak van de universiteit om een brug te slaan met de samenleving? De Utrechtse hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde Geert Buelens (auteur De jaren zestig: een cultuurgeschiedenis) gaat op maandag 23 april aanstaande in deBuren in Brussel in gesprek met wetenschappers uit Vlaanderen en Nederland aan de hand van drie deelonderwerpen.

Meer informatie bij deBuren

 

In de achteruitkijkspiegel van de Daf: Thomas Vaessens’ ‘tegengeschiedenis’ van naoorlogs Nederland

Door Wilbert Smulders

In De Daf van mijn vader heeft Thomas Vaessens een vergeten stukje Nederlandse cultuurgeschiedenis grondig beschreven.

Hoewel hij het verband zelf niet legt, zie ik een duidelijke overeenkomst met de aanpak in Mythologies van Roland Barthes uit 1957. Mythologies is de inmiddels beroemde verzameling korte essays waarin Barthes een aantal collectieve beelden uit de populaire Franse cultuur van 1954-1955 onder de loep nam. Hij koos beelden die door veelvuldig gebruik gaandeweg de indruk waren gaan wekken natuurlijke verschijnselen te zijn en ontdeed ze van hun vanzelfsprekendheid. Dusdoende onthulde hij dat onder die dagelijkse betekenislaag een portee schuil ging die minder bewust was maar zeker niet minder sturend werkte, en die volgens Barthes verwees naar mythen waarop de toenmalige, Franse, burgerlijke cultuur berustte. Het bekendste beeld uit Barthes’ catalogus is ongetijfeld La D.S. 19, dat hij in het hoofdstukje ‘La nouvelle Citroën’ behandelt. Lees verder >>