Categorie: cultuur

Het Portugal van Gerrit Komrij

uitzichtprieel‘De Culturele Onderneming’ organiseert van 4 t/m 8 april aanstaande in samenwerking met Carla Oortwijn Travel & Events een bijzondere reis naar het Portugal van Gerrit Komrij. Dit is gebeurd in nauwe samenwerking met Arie Pos, biograaf en persoonlijk vriend van Gerrit Komrij en Charles Hofman, de weduwnaar van Gerrit. De reis is tot stand gekomen met liefde voor het land, de literatuur en vanzelfsprekend, liefde voor wijlen Gerrit Komrij. Dichterlijke schoonheid, warme fadomuziek en puurheid, zijn de sleutelwoorden.

Zie deze link voor meer informatie over de reis.

 

Vaarwel Zwarte Piet?

Door Willem Kuiper

Afgelopen zaterdagmiddag ben ik naar het lokale filmhuis ‘De Fabriek’ geweest, ideetje van mijn echtgenote, om daar de film Wild geraas. Een zoektocht naar de oorsprong van het Sinterklaasfeest te bekijken.

wild-geraas

Had er op voorhand een hard hoofd in of ik dat wel leuk zou gaan vinden, want ik erger mij groen en geel aan alle onzin die er over Sinterklaas en Zwarte Piet rondgebazuind wordt. Lees verder >>

Call: Culturele transfer tussen Duitsland en België, 1940-1944

Op 20 en 21 april 2017 organiseert de KU Leuven in Brussel een internationaal colloquium over culturele transfer (literatuur, theater, beeldende kunst, muziek,…) tussen Duitsland en België (Vlaanderen, Brussel, Franstalig België, Duitstalig België) tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De organisatie is in handen van Jan Ceuppens en Elke Brems (KU Leuven), Ine Van Linthout (UGent) en Hubert Roland (UCL). De call for papers loopt nu, de deadline voor voorstellen is 31 oktober 2016.

U kan de call vinden op de website van de organisatie, in het Duits en in het Engels.

Met Lambert van den Bos naar de kerken van Napels

Door Ton Harmsen

SpaccanapoliWie naar het buitenland gaat koopt een reisgids. In de zeventiende eeuw was dat niet anders. Er waren gidsen voor allerlei landen, variërend van praktische handleidingen (type Lonely Planet) tot beschrijving van kunst en cultuur (Agon cultuurgids). Italiëgangers – handelaars, studenten, geleerden, geestelijken en militairen – reisden over de Alpen of per boot, en bezochten Milaan, Florence, Venetië en Rome. Napels was veel minder in trek, misschien vond men het te ver of te onveilig. Het was niet zo dat men geen belangstelling had voor de oude en rijke hoofdstad van het koninkrijk Napels, want de gidsen bevatten vaak een uitvoerige en euforische beschrijving van de schoonheden ervan. In ieder geval geldt dit voor de Wegh-wyser door Italien, die voor het eerst verscheen in 1657. Vier jaar later kwam een vermeerderde en geïllustreerde editie uit, en weer vier jaar later de derde druk van dit werk van Lambert van den Bos, de orangistische Dordtse conrector die een van de meest productieve auteurs van zijn tijd was. Zijn boeken, veelal vertalingen en compilatiewerken, maken allerlei kennis toegankelijk voor het Nederlandse publiek. Hij vertaalde als eerste Don Quichotte in het Nederlands, hij schreef lofdichten op de Oranjes en hun veldheren, en schreef of redigeerde talrijke historiewerken. Hij was goed thuis in de contemporaine geschiedenis van Napels: zijn vertaling van Giraffi’s Napelsche beroerte (1652) over de opstand van Mas Anjello (1647) bracht Thomas Asselijn in 1668 tot het treurspel Op- en ondergang van Mas Anjello, of Napelse beroerte. Zelf schreef Van den Bosch ook zeven treurspelen, waarvan er enkele door Ceneton zijn uitgegeven.

Lees verder >>

Koningsdag 1874

Door Leonie Cornips

Vandaag is alweer de derde keer dat er een Koningsdag te vieren valt in plaats van Koninginnedag.

De twintigste eeuw kende alleen koninginnen, de negentiende eeuw koningen. Hoe keek Limburg in de negentiende eeuw tegen de Nederlandse koningen aan? Al in 1845 bezocht Koning Willem II Rolduc in Kerkrade hoewel het koningshuis in die tijd, zo schrijft historica Karen Arijs, niet erg populair was. Volgens Arijs – die net gepromoveerd is op het proefschrift Regionaal bewustzijn en nationale identiteit. Vieringen, herdenkingen en optochten in Belgisch- en Nederlands Limburg, 1866-1938 – was Rolduc wel erg koningsgezind. Vanaf 1850, dus net na de inhuldiging van koning Willem III in 1849, vierde men op Rolduc de geboorten en huwelijken in de koninklijke familie met Oranjefeesten. Men zong het Wilhelmus en van ‘Wien Neêrlandsch bloed’ tijdens diners en bijzondere gelegenheden. Rolduc liet de Nederlandse vlag wapperen en bezorgde telegrammen aan het koningshuis.
Lees verder >>

Waar werd oprechter trouw?

Door Marc van Oostendorp


Het is alweer bijna twee maanden geleden dat de musicoloog Louis Peter Grijp overleed. We waren collega’s op het Meertens Instituut en ik had de eer dat ik gisteren bij een indrukwekkende, waardige herdenkingsbijeenkomst in Utrecht iets mocht vertellen over de manier waarop we Louis’ werk proberen voort te zetten. (Er waren sowieso veel praatjes over het voortzetten van Louis’ plannen; hij was een man die een enorme locomotief op de rails wist te zetten, en die locomotief kan nu alleen nog maar doorrijden.)

Grijp werd onder andere beroemd vanwege zijn Liederenbank en hij haalde een paar keer het nieuws met ontdekkingen die hij met behulp van de Liederenbank had gedaan. Zo ontdekte hij bijvoorbeeld de melodieën waarop de reien in Vondels toneelstuk Gijsbrecht van Aemstel gezongen werden.

In de zeventiende eeuw werden melodieën vaak niet opgeschreven. Liedjes (en dus ook reien) werden gezongen op bekende melodieën, maar zelfs welke melodie dat dan was weten we vaak niet meer. We kunnen het wel uitvinden wanneer we de structuur van de tekst goed bestuderen: die tekst moet natuurlijk op de melodie passen en omgekeerd, als we een betrekkelijk ingewikkelde melodie waarop je een lied kunt zingen, kun je er – als aan enkele andere voorwaarden is voldaan – van uitgaan dat die melodie ook bij het lied hoort.

Lees verder >>

Crowdfunding: verzetsliederen tegen Napoleon

De Napoleontische tijd heeft begin negentiende eeuw diepe sporen in Nederland nagelaten. Relatief onbekend is hoe wij ons verzet hebben tegen de Franse inlijving. Tijdens zijn promotieonderzoek stuitte de Nijmeegse historicus Bart Verheijen op verzetsliederen die dat prachtig symboliseren. Verheijen is nu een crowdfundcampagne gestart om deze liederen beschikbaar te maken voor het grote publiek.

Unieke bron van verzet
Sterf Tiran! Oranje Boven! Grijpt de wapenen, vrije Bataven! De liedteksten geven een goed beeld van de impact van de Franse inlijving op de bevolking. De liederen werden bovendien gezongen om het strenge Franse systeem van censuur te ontwijken. Tijdens de jaren 1806-1813, toen andere mediakanalen niet langer of nog niet beschikbaar waren, vormden deze verzetsliederen dan ook hét middel om de bevolking te informeren en te verbinden.

Lees verder >>

Rowwen Hèze gaat digitaal


Door Leonie Cornips
In diepe stilte werken we hard aan het Limburgportaal in de Digitale Bibliotheek  voor de Nederlandse Letteren, die iedereen de DBNL noemt. De DBNL was altijd zelfstandig maar is met ingang van 1 januari 2015 onderdeel geworden van de Koninklijke Bibliotheek. De DBNL digitaliseert de Nederlandse literatuur snel, betrouwbaar en in zeer hoge kwaliteit. Iedereen, waar ook ter wereld, kan zonder ingewikkelde poespas, zonder wachtwoorden en gratis op de website van de DBNL  de meest relevante Nederlandse literatuur lezen.
In het Limburgportaal zijn teksten van Henric van Veldeke te vinden die zijn Servaaslegende in het Maaslands dialect rond 1180 schreef en van vele schrijvers na hem tot op de dag van vandaag. Het Limburgportaal is sinds 2012 in opbouw en raakt met literatuur uit/van/over Limburg behoorlijk gevuld dankzij de onvermoeibare inzet van een deskundige werkgroep en dankzij subsidie van vooral de Provincie Limburg en het Winand Roukens Fonds. Subsidie of sponsoring blijft nodig want het kost één euro om een gedrukte pagina te digitaliseren en op te nemen in het Limburgportaal. 

Lees verder >>

30 Jaar Over Rowwen Hèze: auteurs en bijdragen in vogelvlucht

Voorwoord bij: Cornips, Leonie & Barbara Beckers (red.). 2015. Het dorp en de wereld. Over dertig jaar Rowwen Hèze. Nijmegen: Uitgeverij Vantilt. pp 264

30 Jaar Over Rowwen Hèze: auteurs en bijdragen in vogelvlucht

Door Leonie Cornips

Rowwen Hèze bestaat dertig jaar en trekt volle poptempels, weidetenten en theaters met steeds nieuwe fans en trouwe fans die hun band al sinds de begintijd volgen. Dat is een buitengewone prestatie. Het dertigjarig jubileum wordt gevierd met een tournee, een tentoonstelling in het Limburgs Museum en met dit dikke boek voor Rowwen Hèze, over Rowwen Hèze en vooral over wat Rowwen Hèze voor ons betekent.[1]Het boek bevat bijdragen van Rowwen Hèze zelf (Tren van Enckevort, Wladimir Geels, Jack Haegens, Rudy Havermans, Theo Joosten, ex-bassist Jan Philipsen, Jack Poels en Martîn Rongen), van fans, liefhebbers, bewonderaars, muzikanten, journalisten, documentairemakers en wetenschappers. Zij proberen allen op een of andere wijze het succes, hun liefde voor of de betekenis van Rowwen Hèze voor hun eigen leven of voor dat van anderen te verklaren. Het prachtige beeldmateriaal is verzameld door Frank Holthuizen. Deze bijdragen in het dorp en de wereld zijn, naast ‘Rowwen Hèze aan het woord’ verdeeld over acht thema’s: (i) Rowwen Hèze en de fans, (ii) Rowwen Hèze van nabij, (iii) Hoe het begon, (iv) Het persoonlijke en het universele, (v) Geloof, troost en verlies, (vi) Rowwen Hèze en de muziek, (vii) De verbeelding van Limburg en (viii) Rowwen Hèze en de taal. De thema’s lopen in elkaar over en daarom zal ik de 45 bijdragen[2]van de 43 auteurs in vogelvlucht kriskras door de thema’s aanstippen.[3]
 

Lees verder >>

Sjtómme Limburger

Door Leonie Cornips

Gé Reinders heeft maar twee coupletten in zijn lied Sjtómme Limburger van het album ‘As ’t d’r op aan kump’ nodig om het hart te raken van het onderzoek naar Taalcultuur in Limburg.

In het eerste couplet van Sjtómme Limburger introduceert Gé een ik-figuur die ons laat weten dat hij met rijke mensen op een boot voor het land van de vrijheid – Amerika – zeilt.  Op die zeilboot is het goed vertoeven: ‘Veur hadde radar, veur hadde cocktails, veur hadde cashew-neutjes, veur hadde ’t good’. En in de boot zit de ik-figuur ‘gezellig te aajhore in ’t Ingels’ met onder andere de gastvrouw. Maar opeens vertelt die gastvrouw dat ze in Nederland geboren is. En dan schuiven er spreekwoordelijke donkere wolken voor de zon; de gastvrouw die eerst zo gezellig kabbelend Engels met de ik-figuur spreekt: ‘ging Hollands kalle en waerde opins ’n Haarlemse kakmevrouw’. De ik-figuur weet zich geen raad. ‘Ich höb drie zinne Nederlands gekald, veulde ós allebei ter plekke verandere en zag: “If you don’t mind, I’d rather talk English now”.’ Weg is het gevoel van welbehagen en de goede sfeer is volledig bedorven. De ik-figuur voelt zich in zijn confrontatie met het Nederlands ‘weer eine sjtómme Limburger mit miene zachte G. Zónne kleffe zuiderling, klef wie aje sjlappe thee. Ich vinj det geveul neet good maar ’t zit heel deep in mien blood.’
Lees verder >>

Scheer je weg van de volwassenmensentafel

Het taalgebruik van Pepijn Lanen

Door Marc van Oostendorp


“Sociaal engagement,” zingt de rapper Pepijn Lanen op zijn nieuwe, afgelopen vrijdag verschenen, ‘mixtape Angst & Walging, “vinkgor”. Er zijn op diezelfde track nog meer zaken die dezelfde kwalificatie krijgen toebedeeld: “stappen zonder flappen” bijvoorbeeld, “gek worden”, “telefoon op vijf procent” en “mensen die zomaar praten”: allemaal even vinkgor.

Lanen – die hier optreedt onder zijn pseudoniem Faberyayo en die vooral bekend is van De Jeugd van Tegenwoordig – vind ik een van de interessantere Nederlandse taalkunstenaars van het moment. Waar de dichters over het algemeen braaf, bedaagd en meisjesachtig schrijven over hoe vreemd de wereld eigenlijk is als je er even bij stilstaat, heeft Lanen inmiddels een oeuvre op zijn naam staan dat de uithoeken van de taal verkent. Hier is de hele mixtape:



Er zit als ik het goed zie ook  een duidelijke ontwikkeling in dat werk.
Lees verder >>

Plezier in verschaalde viezigheid

Door Marc van Oostendorp


Seks en humor hebben een ingewikkelde relatie met elkaar. De een moet niks van de ander hebben, terwijl de ander juist dol is op de een. In pornografie wordt nooit gelachen, maar waar vet geginnegapt wordt, zijn de intieme delen nooit ver weg. Vieze woorden winden de mens op óf amuseren hem – maar nooit tegelijkertijd.

Seks en humor hebben allebei ook nog eens een ingewikkelde verhouding met de geschiedenis. Porno van driehonderd jaar geleden is om redenen die ik wel kan aanvoelen maar niet goed begrijp net zo verschaald als de meeste grapjes uit die tijd.

In een heel fraai uitgegeven boek verzamelde Annemieke Houben tientallen ‘vieze liedjes’ uit de zeventiende en de achttiende eeuw.
Lees verder >>

50.000 liederen online in Dutch Songs On Line

Op 19 juni 2014 wordt Dutch Songs On Line gepresenteerd. 50.000 Nederlandstalige liedteksten – van onder meer volksliederen, geuzenliederen, psalmen en kerstliederen, marktzangen en kinderliedjes – van voor 1900 komen dan online. Aan de digitalisering is vijf jaar gewerkt tijdens het project Dutch Songs On Line; een samenwerking van de Universiteit Utrecht, het Meertens Instituut en de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL).
De 50.000 liedteksten worden toegankelijk gemaakt via de website van de Nederlandse Liederenbank en van de DBNL. Tussen de beide websites zijn links aangebracht, zodat per lied een maximum aan relevante informatie beschikbaar is, over melodieën, tekstvarianten, auteurs, uitgevers en het reeds gedane onderzoek. Ook zijn een groot aantal scans van oorspronkelijke liedbundels opgenomen (onder meer door de medewerking van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag).

Lees verder >>

Liederen en poëzie uit de Eerste Wereldoorlog

Door Bart FM Droog

Honderd jaar geleden brak de Eerste Wereldoorlog uit. Een oorlog waarin in vele talen gedichten werden geschreven die de emoties en ervaringen uit die tijd naar het nu overbrengen. Maar meer nog dan in gedichten komt de hel van 14-18 tot leven in liederen die destijds door soldaten aan het front gezongen werden.

Eén contemporaine opname van een zingende soldaat is bewaard gebleven:  korporaal Edward Dwyer VC die in 1915 verslag doet van zijn ervaringen aan het front en daarin deze door merg en been gaande liedfragmenten zingt (op 2′. 16 sec. in deze opname [MP3]):
We’re here because, we’re here because we’re because we’re here
We’re here because, we’re here because we’re because we’re here
We’d be far better of in our [onverstaanbaar].

Here we are, here we are, here we are again
How long? How long? How long-a-long-a-long. hello, helllo, hello-o-wo…
Edward Dwyer stierf op 20-jarige leeftijd in de loopgraven, september 1916.
Lees verder >>

Driewerf natuurlijk

door Jan Stroop 
                                                                          over een verminkt katholiek gezang

In de periode dat de katholieke kerk aan vernieuwing deed, is ook ’t smeekgebed  aan ’t begin van de mis, ’t Kyrie eleison, onder handen genomen. Dat Gregoriaanse gezang bestond vanaf de 8e eeuw uit drie maal drie Griekse tekst- annex muziekregels: 

Kyrie eleison  (‘Heer ontferm u onzer’
Kyrie eleison
Kyrie eleison
Christe eleison
Christe eleison
Christe eleison
Kyrie eleison
Kyrie eleison
Kyrie eleison
Er bestaan op die tekst verschillende melodieën, genoteerd zoals op dit voorbeeld uit Vierde mis. Achter elke regel is met [iij] aangegeven hoe vaak die gezongen wordt. De allerlaatste (9e) regel heeft een extra versiering.

Ik wil je, bespeel je

Over de i en de ee van Maaike Ouboter.

Door Marc van Oostendorp


De nieuwe aanwinst voor het Nederlandse lied is Maaike Ouboter, die dit jaar bekend werd uit het programma De beste singer-songwriter, en die haar liedje Dat ik je mis vervolgens op talloze plaatsen heeft gezongen – zoals op de begrafenis van Prins Friso.

Het hypnotiserende karakter van het liedje wordt voor een deel veroorzaakt door het overvloedige rijm:

Je kust me, je sust me.
Omhelst me, gerust me.
Je vangt me, verlangt me.
Oneindig ontbangt me
Lees verder >>

Ook een slecht lied verdient een goede criticus

Door Gaston Dorren
Dat het k-lied te slecht geschreven was om de tand des tijds te doorstaan, was meteen al duidelijk – al had ik ook weer niet verwacht dat het zó’n kort leven beschoren zou zijn. Maar bijna even tenenkrommend als het lied zelf was de manier waarop taaladviseur Wim Daniëls gisteravond bij Pauw en Witteman de zwaktes van de tekst wilde aantonen.
Hij begon – uiteraard – met de zin die binnen luttele uren landelijke beruchtheid verwierf, ‘de dag die je wist dat zou komen’. “Daar zitten acht fouten in”, aldus Daniëls. Want die, legde hij uit, moest waarvan zijn en achter dat moest nog hij. Dat is samen kennelijk acht; de andere zes fouten noemde hij althans niet.

Lees verder >>

Het Koningslied is een populistisch lied

Door Marc van Oostendorp 

Bent u al aan het oefenen op het nieuwe ‘Koningslied’ dat we op 30 april allemaal moeten gaan zingen? Er valt enorm veel uit te leren over wat het Nederlanderschap aan het begin van de 21ste eeuw betekent.

Muzikaal is het een allegaartje dat de laatste jaren steeds uit de kast wordt gehaald als de nationale eenheid benadrukt moet worden: een zoete melodie die doet herinneren aan musicals en dan wat rap erdoorheen, omdat dit iets moet zijn voor jongeren en multiculturaliteit. Al een jaar of twintig is rap de jongerenmuziek bij uitstek, bij sommige van de rappers die je hoort in het Koningslied zijn de eerste grijze haren al een paar jaar geleden weggespoeld.

Maar het gaat mij natuurlijk om de tekst. Die is een schatkamer van modern Nederlanderschap.
Lees verder >>

Überfijne tijd in de middeleeuwen

Door Marc van Oostendorp
2013 moet het jaar worden van het Gruuthusehandschrift, die grote schat aan vooral liedteksten uit het jaar 1400. Binnenkort verschijnt er een wetenschappelijke editie van Herman Brinkman, momenteel is er in Brugge een tentoonstelling, en er is nu ook een mooi uitgegeven en geïllustreerde selectie, ook van Brinkman, van teksten uit het handschrift, met vertalingen van Maria van Daalen.
Met die vertalingen is iets wonderlijks aan de hand. Ze zijn in een wel heel populaire toon gesteld. Neem de volgende regels:

Adieu, adieu, gheselscap al,
mi ic u verbiede!
God kent die weet, waer henen sal.
Of ic van u sciede,
dochtic onder liede.

Van Daalen maakt daar, schokkend van:

Lees verder >>

Call for Papers congres 2013: De zingende Nederlanden: actualiteit, identiteit en emotie in de vroegmoderne liedcultuur

Zaterdag 24 augustus 2013, Koninklijke Bibliotheek, Den Haag

In de afgelopen decennia zijn de reikwijdte en variatie in de Noord- en Zuid-Nederlandse liedcultuur in tal van bibliografische, editiewetenschappelijke en digitale projecten gedetailleerd en grondig in kaart gebracht. Op het komende congres van de Werkgroep Zeventiende Eeuw willen we gevestigde en beginnende collega’s uitnodigen om op dat eerder gedane werk voort te bouwen. Het congres biedt een podium voor lezingen van (cultuur)historici, kunsthistorici, muziek- en theaterwetenschappers, etnologen en letterkundigen rond de centrale vraagstelling: hoe functioneerden liederen als emotionerende, identiteitsvormende en opiniërende media?

Lees verder >>

I always get my sin in Main Street

Door Marc van Oostendorp

Het einde van de Nederlandse taal is weer eens nabij. Het werd vrijdag aangekondigd op de website van HP De Tijd. Er groeit “dus een generatie op met in ieder geval een gebrekkige beheersing van het Nederlands”, beweerde daar de doemdenker van dienst. “Verre zij het van mij om hier de onheilsprofeet uit te hangen, maar zien wij hier niet de eerste tekenen van het verdwijnen van de Nederlandse taal?”

Wat is er aan de hand? De laatste paar weken is er een nieuwe Nederlandse jongensband opgedoken, Main Street, een groepje van vier veertienjarige jongens, die is samengesteld zoals dat met dat soort groepjes gaat: vier zorgvuldig bij elkaar gezochte leuke jongens, voor ieder dertienjarig meisje wat wils.

De tekst van de eerste geprojecteerde hit (My mind is blown) van Main Street is inderdaad opvallend:
Lees verder >>

Kankermoer voor kinderen

Door Marc van Oostendorp
Ik weet niet hoeveel u kunt verstaan van de coupletten van het bovenstaande nummer, uitgevoerd door de jonge Amsterdamse aanstormende rapper Lil Kleine (‘de 17-jarige loodgieter‘). Ik vind het in ieder geval jammer dat ik nergens een uitgeschreven tekst kan vinden, want ik versta hooguit een enkel fragment (‘Ik hoef niks te weten van je holy ghost, ik weet alleen dat ik smoke till an overdose‘ is het langste aaneengesloten stukje dat ik kan volgen). Maar ik hoor wel dat de tekst op een eigenaardige manier contrasteert met het engelachtige gezicht van de Kleine.

Dat geldt ook voor het refrein. Het enige dat daar enigszins in character lijkt, is het feit dat roken als een bewijs wordt gezien voor het stoere karakter van de zanger:

Lees verder >>

Dat jij mij best mag haten

De magistrale zinsbouw van Maarten van Roozendaal


Door Marc van Oostendorp

Van alle zangers die nu in het Nederlands zingen, is Maarten van Roozendaal zonder twijfel de meester van de zinsbouw. In bijna al zijn liedjes gebeurt er iets bijzonders: zinnen strekken zich bijvoorbeeld over heel veel regels uit (Zwerver) of een tekst bestaat alleen uit imperatieven (Red mij niet). Maar het mooist vind ik Alsof, in de clip hierboven. (De tekst staat hier.)

In deze liedtekst past Van Roozendaal een simpele, maar heel effectieve truc toe. Hij laat iemand aan het woord die alleen bijzinnen zegt en geen enkele hoofdzin:

Lees verder >>

Het nieuwe slaaplied

Ik vraag me af of de gemiddelde Nederlander wel genoeg slaapt. Populaire cultuur is volgens sommigen een graadmeter van hoe het gaat met een samenleving. Welnu, het is een en al slapeloosheid, hier aan het eind van 2012.

Die conclusie trek ik uit de recentste Top-10 van Nederlandse liedjes, die bijna helemaal bestaat uit liedjes over slapen en dromen, en vooral het gebrek eraan. Volgens onze muzieksmaak, willen we allemaal het liefst onder de warme wol.

Bij twee liedjes is het zelfs duidelijk uit de titel:
Lees verder >>

Mario, Giuseppe of zoiets

De Italiaan in Nederlandse populaire muziek

Wanneer je niet bekend was dat het Italiaans “een taal [is] van zon, van bloemen en azuur / de taal van wijn, van liefde en avontuur”, dan ben je onvoldoende vertrouwd met het oeuvre van Willy Alberti of in het algemeen met het Nederlandse lied, want dat is doorspekt met Italië, Italiaans en Italianen en de daarmee samenhangende zon, wijn en amore.

Hier is een selectie, met YouTube-filmpjes, van Jan Jansz. Starter tot en met Marianne Weber.
Lees verder >>