Categorie: column

Mensen zijn communicatiedieren

Door Marc van Oostendorp

De mens zou geen mens zijn geworden zonder woorden. Zouden we ons ooit over de hele wereld hebben verspreid als we elkaar niet telkens nieuwe woorden hadden geleerd? Zouden we die wereld nu niet bijna kunnen vernietigen? Zouden we wel bewustzijn hebben gehad, en zorgen om de vernietiging van de aarde, zonder woorden?

De Amerikaanse filosoof Daniel Dennett denkt van niet, zo zet hij uiteen in zijn nieuwe, dikke boek From bacteria to Bach and back. Dennett is altijd heel ambitieus geweest, maar je krijgt de indruk dat hij hier een zeer groot deel van zijn werk opnieuw heeft willen samenvatten, in een grote gooi naar zijn eigenlijke doel: begrijpen hoe de menselijke geest – het bewustzijn, de vrije wil – hebben kunnen ontstaan in een wereld die wordt geregeerd door natuurlijke selectie.

Dennett heeft indrukwekkend veel gelezen en hij weet indrukwekkend goed uit te leggen wat de laatste stand van zaken is in allerlei takken van de wetenschap voor hij een interessante, om niet te zeggen: indrukwekkende, gooi doet naar een overkoepelende visie, een bewijs dat het ik, dat lichtje in je hoofd dat besloten heeft nu even naar Neerlandistiek te surfen en dit stukje te lezen, dat dit ik een illusie is dat een heel ingewikkeld biologisch organisme zichzelf voorspiegelt. Lees verder >>

‘Op Verwey afstappen? Zo’n snotneus als ik?’

Gesprek met Johan W. van Hulst

door Marieke Winkler

Mijn opa werd geboren in 1900. Dat maakte het erg makkelijk zijn leeftijd te onthouden – hoewel het niet zoveel uitmaakte hoe oud hij precies was want voor mij was opa Winkler altijd al stokoud. Hij overleed in 1994. Ik was tien. Vandaag had ik een afspraak met meneer Van Hulst, de oudste bewoner van het verzorgingstehuis waar een goede vriend van mij fysiotherapeut is. Meneer Van Hulst is geboren in 1911. Dat betekent dat hij meer dan drie keer zo oud is als ik nu ben. Ik kan mij niet voorstellen hoe oud dat is. Het idee dat iemand al langer dan een eeuw op de aarde rondloopt is amper te bevatten.

Nog op 95-jarige leeftijd schreef Van Hulst een artikel over de dichter Albert Verwey. Hierin betoogt hij aan de hand van vele passages uit Verweys gedichten waarin naar ‘het Boek’ wordt verwezen dat Verwey zijn religieuze opvoeding nooit verloochend heeft. Een nogal tegendraadse opvatting. De Tachtigers, waartoe Verwey behoorde, zijn immers de boeken ingegaan als de dichters die Schoonheid op de plaats van God zetten en de dichter tot Christusfiguur maakten. Toen Van Hulst vernam dat er op dit moment door een veel jongere neerlandicus onderzoek wordt gedaan naar Verwey, veerde hij op in zijn rolstoel. Ik kreeg het artikel thuisbezorgd en moest maar eens komen praten. Lees verder >>

Pompernikkel: aard, voorkomen en herkomst

Door Renaat Gaspar

Een van de vreemdste woorden in het Nederlands is Pompernikkel, ‘Westfaals roggebrood’. Het is een internationaal woord: uit het Duits Pumpernickel is het onveranderd uitgewaaierd naar het Frans, het Portugees, het Italiaans, het Engels en naar de Scandinavische talen. Zelfs naar het Arabisch: bumbir-nikil. In het Nederlands heeft een klinkerverandering plaatsgevonden: Pompernikkel.

Westfaalse boerin met twee Pumpernickels. Foto uit 1919. Bron: Wikipedia.   

Wat is pompernikkel?

Het Westfaalse roggebrood heeft maar weinig te maken met het ‘Duitse roggebrood’ dat nu in de winkels te krijgen is. Hoe dit voedsel in de 18e eeuw werkelijk was, kunnen we lezen in een uitgebreide beschrijving – de oudste die ik kon achterhalen – van een Franse abbé, die in 1792 voor de revolutionairen gevlucht was naar Westfalen en daar een aantal jaren gewoond heeft. Dit waren volgens Abbé Baston de belangrijkste kenmerken: Lees verder >>

Als men leeft voor iets, dat niet bestaat

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (115)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Een van de wonderlijkste vaardigheden die een mens kan ontwikkelen, is het gevoel voor rijm. Er doemen al meteen allerlei vragen op waarop ik nog nooit een bevredigend antwoord gelezen heb: waarom geeft rijm sowieso een gevoel van bevrediging? En waarom geldt sommig rijm dan als minder bevredigend? Waarom moet er met alle geweld iets knagen wanneer je dit sonnet van Jacqueline van der Waals leest?

Nu weet ik wat het allerdroevigst is.
’t Is niet de dood of scheiding, niet het kwaad,
Dat anderen ons aandoen, of ’t gemis
Aan aardsche liefde, niet, dat ons verlaat

En jeugd èn schoonheid, eer genoten is
Het zoet van ’t leven, niet de dwaze daad
Die men beweent in rouw en droefenis;
’t Is: als men leeft voor iets, dat niet bestaat

En nimmer heeft bestaan, en als men ’t weet
En toch dien schoonen droom niet sterven laat,
Omdat men voelt, dat alles, wat bestaat,
Niets, niets betekent, vergeleken bij
Dien éénen grootschen droom. O, dat is leed,
Waaraan ‘k niet denken durf. God helpe mij!

Lees verder >>

Universiteiten: let op uw merk, sticht een tijdschrift!

Door Marc van Oostendorp

Foto CC-BY Arne Reinhardt

Ik ben er altijd vóór geweest dat wetenschappers de uitkomsten van hun onderzoek gratis ter beschikking stelden – ook toen het nog geen ‘open access’ heette en niet baadde in de warme aandacht van demissionair staatssecretaris Sander Dekker. Nu we onze artikelen niet meer per se op glanzend papier hoeven af te drukken, kunnen we ze natuurlijk net zo goed gratis via internet verspreiden, in plaats van ze te verstoppen achter een betaalmuur: de burger heeft al voor ons werk betaald via zijn belastingafdracht, dus waarom zou hij dan moeten betalen om kennis te nemen van wat wij hebben gedaan?

Het gaat best goed met de strijd. Een van de grootste en beste tijdschriften in ons vak heette vroeger Lingua en zit nu bij Elsevier, maar omdat dat bedrijf niet mee wilde werken aan een redelijk ‘open access’ model van uitgeven, stapte de gehele redactie iets meer dan een jaar geleden over naar een nieuw tijdschrift, Glossa. Ook enkele kleinere (maar niet minder goede) tijdschriften waagden de stap, en in Duitsland bestaat ook een uitgever van open access-boeken: Language Science Press.

En nu gaat het allemaal zo goed, en nu zegt de uitgever van Language Science Press, Martin Haspelmath, in een blogpost dat we helemaal niet moeten streven naar open accessmaar naar goede merken. En hij heeft volgens mij nog gelijk ook.

Lees verder >>

Taalkundigen zijn betere sociologen

Door Marc van Oostendorp

De Gents-Tilburgse geleerde Jan Blommaert begint zijn recente uitbundige lofzang op de sociolinguïstiek met enkele kritische noten. Volgens hem hebben zijn collega’s soms te weinig ambities. Ze zien zichzelf vooral als ijverige verzamelaars van gedetailleerde gegevens over hoe de taal in de wereld om ons heen varieert en verandert, ze passen daarop geavanceerde en intelligente technieken toe. Maar ze proberen te weinig om de sociologie te beïnvloeden met de rijke inzichten die het onderzoek naar taal te bieden heeft.

Sociolinguïsten zijn natuurlijk ook een soort sociologen – en wel sociologen die een object bestuderen dat zich betrekkelijk gemakkelijk laat vangen. Lees verder >>

staf / staaf

Verwarwoordenboek Vervolg (21)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

staaf / staf     

Er is betekenisverschil. Lees verder >>

Gesprekken met inhoud

Eindexamen gesprek (aflevering 6)

Door Marc van Oostendorp

Waarom worden gesprekken vrijwel alleen gevoerd op het vmbo en het mbo? Misschien heeft het ermee te maken dat we gesprekken als een eenvoudigere en wie weet zelfs lagere vorm van taalgebruik zien: niet iets waar je je vreselijk voor hoeft in te spannen. Praten is iets voor werklui, wij intellectuelen van de havo en het vwo lezen en houden af en toe een voordracht. Dat is dan een onterechte omkering van wat Socrates als waardevol zag.

Misschien heeft het ook te maken met het feit dat de leerlingen in het beroepsonderwijs een eigen onderwerp hebben om over te praten: de eigen werkomstandigheden. Leerlingen in het meer theoretische onderwijs op de havo en de vwo worden dan geacht zich met algemenere kwesties bezig te houden: zaken van ‘maatschappelijk belang’ zoals het referentiekader het noemt.

Lees verder >>

By die deur uit met agtersetsels

Door Suléne Pilon

Marc van Oostendorp skryf onlangs op Neerlandistiek dat agtersetsels en rondomsetsels naas voorsetsels in Afrikaans, soos ook in Nederlands die geval is, voorkom. Ponelis (1979: 176 – 177) lys ook ʼn aantal voorbeelde van wat hy as Afrikaanse agtersetsels beskou. Dit is egter nie ʼn uitgemaakte saak dat agtersetsels en/of rondomsetsels wel in Afrikaans gebruik word nie, aangesien die voorbeelde wat Van Oostendorp en Ponelis as agtersetsels/rondomsetsels beskou, myns insiens anders geanaliseer behoort te word. Ek sit vervolgens kortliks uiteen waarom ek nie met Van Oostendorp saamstem nie en sluit af met enkele opmerkings oor die Ponelisvoorbeelde.

Afrikaans maak van verskeie soorte konstruksies gebruik om ruimtelike (en by uitbreiding ook temporele) posisie aan te dui. Lees verder >>

Gesprekken examineren – het rollenspel

Eindexamen gesprek (aflevering 5)

Door Marc van Oostendorp

Er zijn schoolvormen in Nederland waar het gesprek inderdaad wordt geëxamineerd: het vmbo en het mbo. Het zogenoemde ‘referentiekader’ dat in opdracht van het ministerie van onderwijs is samengesteld geeft vrij uitvoerige informatie over aan wat voor criteria een goede gespreksbijdrage zou moeten voldoen.

Een van die criteria is, willekeurig gekozen, ‘beurten nemen en bijdragen aan samenhang’. Op het laagste door het referentiekader gedefinieerde niveau betekent dat ‘Kan een kort gesprek beginnen, gaande houden en beëindigen’. Op het hoogste niveau is het ‘Kan een passende frase kiezen om eigen opmerkingen op de juiste wijze aan te kondigen en de beurt te krijgen, of om tijd te winnen en de beurt te houden tijdens het nadenken’. Of dat succesvol vechten om ‘de beurt’ nu per se een hard criterium kan zijn – ‘Kan standaardzinnen gebruiken (bijvoorbeeld: ‘Dat is een moeilijk te beantwoorden vraag’) om tijd te winnen en de beurt te behouden’  heet het bij een van de tussenniveaus –, daarover kun je twisten. Je zou ook kunnen zeggen dat je soms zo min mogelijk aan de beurt moet zijn om een gesprek tot een succes te maken. Maar zo is er altijd wat. Lees verder >>

Hoe examineer je gespreksvaardigheid?

Eindexamen gesprek (aflevering 4)

Door Marc van Oostendorp

Niet al je streven, schreef ik vorige keer, kan gericht zijn op het voorbereiden van jongeren op een ideale samenleving. Je wilt ze ook vertrouwd maken met de rijstebrijberg waar ze in de werkelijke wereld mee moeten omgaan, de kakofonie die helemaal niet voortkomt uit één geest, maar uit al die andere geesten die ons omringen, en die op elkaar reageren in voortdurende interactie.

Daarnaast is er een verschil tussen een roman lezen en een opiniestuk lezen. Een roman biedt een onvervangbare ervaring; een opiniestuk is een vorm die misschien simpelweg wel zijn langste tijd gehad heeft.

Er is met andere woorden in mijn ogen slechts één ware vorm van taalgebruik, de oudste, het gesprek. Nu begrijp ik ook wel dat er meteen een probleem ontstaat wanneer je iemands gespreksvaardigheid wil gaan toetsen: hoe moet je dat doen? Lees verder >>

Manupilatie

Door Marc van Oostendorp

Sommige verschrijvingen maak je gemakkelijker dan andere. Het internet staat bijvoorbeeld vol met ‘minitieus’ beschreven ‘manupilaties’, want om de een of andere reden lijken de i en de u gemakkelijk met elkaar verwisseld te kunnen worden. En zo vind je dus ook vormen als minutie voor munitie en indistrueel.

Het zijn trouwens ook niet per se verschrijvingen. Veel mensen verwisselen i en u ook in de uitspraak. Hoe kan dat? Dat ligt aan de stand van je mond tijdens het uitspreken van de klanken.

Om te beginnen maak je de i en de u hoog in je mond – hoger dan andere Nederlandse klinkers. Lees verder >>

Maar we zitten zonder meid

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (114)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Een van de vele onontgonnen studiegebieden in de neerlandistiek is die van het feitelijk gebruik van leestekens door onze grote schrijvers. Wanneer zette iemand een punt, wanneer een komma, een dubbele punt of een puntkomma? Helaas gaan zulke discussies al snel teloor in vragen over ‘hoe het eigenlijk hoort’.

Terwijl uitgerekend bij leestekens het niet moet gaan om ‘hoe het hoort’,  maar om ‘wat je hoort’. Zoals bij J.A. Dèr Mouw (Adwaita, 1863-1919): Lees verder >>

Het tij komt te laat!

Door Jan Bethlehem

Onder vergasten als onovergankelijk werkwoord, geeft Van Dale (editie 1898 t/m 2015) het voorbeeld het tij vergast en verklaart dat met: ’het tij komt te laat’.

Vergasten in verbintenis met tij in het tij vergast, lijkt alleen maar in woordenboeken voor te komen, te beginnen met Nicolaes Witsen’s woorden­lijst in zijn Aeloude en hedendaegsche scheeps-bouw en bestier van 1671, p. 493b: ’Het is stil water, ebt noch vloeit’. Elk woordenboek daarna geeft dezelfde betekenis. Wigardus à Winschooten’s Seeman (1681) geeft onder tij: ’het tij vergast beteekend, daar en is geen tij: nu is het stil water.’ A.C. Twent, Zeemans woordenboek (1813) onder (het tij) vergast ’au reversement de la marée – it is near standing or slack water.’ Een uit­zonde­ring lijkt J. van Lennep, die in zijn Zeemans-woordeboek (1856) onder tij meldt: ’het tij vergast (is te gast, er is geen tij)’, en onder vergasten: ’o.w. (veroud.) Veranderen van richting, als een gast die vertrekt. Het tij vergast.’ Van Lennep betrekt enigszins geforceerd en nogal ambivalent de betekenis van gast bij zijn verklaringen, maar met ’veranderen van richting’ doelt hij op de kentering van het tij en daarmee hetzelfde als ’stil water’. Bij het bereiken van het laagwater- of hoogwaterpunt kentert het tij en is er gedurende een korte periode geen of van een uiterst trage getijdestroom sprake. Het tij verwijlt. Men noemt het ook wel ’doodtij’. Lees verder >>

Vóór gespreksvaardigheid

Eindexamen gesprek (aflevering 3)

Door Marc van Oostendorp

De oudste en belangrijkste taalvaardigheid, schreef ik gisteren, is het gesprek. Socrates wist het al.

De Griekse oudheid was natuurlijk niet de laatste keer dat het gesprek gewaardeerd werd. In de negentiende en de vroege twintigste eeuw gold de ‘beschaafde conversatie’ ook als zo’n beetje de belangrijkste vaardigheid die iemand moest beheersen. Schrijvers als Denis Diderot en Oscar Wilde waren in hun eigen tijd minstens even bekend voor hun conversatie als voor hun geschreven werk. Alleen is natuurlijk alleen het laatste overgebleven. Een goed gesprek laat weinig sporen na behalve dat het de gesprekspartners voor altijd heeft veranderd.

Er valt nog steeds veel voor te zeggen. Lees verder >>

WhatsAppachtig taalgebruik

Door Lucas Seuren

Onlangs kreeg ik een mailtje doorgestuurd waarin de zender, een docent van een hogeschool, de studenten waarschuwde dat ze zich in hun mailtjes moeten houden aan de ‘professionele omgangsvormen’. Gebeurt dat niet, dan krijgen ze het mailtje terug met het verzoek om het te herformuleren. Aanleiding voor deze waarschuwing was dat er ‘steeds vaker gebruik gemaakt werd van whats-app-achtige [sic] omgangsvormen,’ en blijkbaar dachten de docenten dat dat van invloed was op de manier waarop studenten hun e-mails formuleerden.

Er is een aantal redenen om je te verwonderen over een mailtje als dit. Zo bestaat WhatsApp al acht jaar, en voor veel studenten – het zijn nu eenmaal jongeren – zal het al jaren een vertrouwd communicatiemedium zijn. Het is dus niet alsof er plots vaker gebruikt van wordt gemaakt. Dat jongeren tegenwoordig overstappen op services als Snapchat doet daar niks aan af, ongetwijfeld valt dat onder WhatsAppachtig. Lees verder >>

De belangrijkste vaardigheid: het gesprek

Eindexamen gesprek (aflevering 2)

Door Marc van Oostendorp

Daar komt nog bij dat de vier taalvaardigheden allang niet meer zo duidelijk van elkaar onderscheiden zijn als ze ooit waren. Ook hierin speelt het internet een belangrijke rol.

We weten dat schrijf- en spreektaal inmiddels veel minder duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Dat komt niet alleen doordat in de schrijftaal steeds meer woorden en constructies acceptabel zijn geworden die vroeger alleen in de spreektaal gebruikt werden. Dat proces, de ‘informalisering’ is al veel langer aan de gang en kun je ook deels gemakkelijk opvangen.

Maar het betekent ook allerlei andere dingen. Bijvoorbeeld dat de status van het geschreven woord enorm veranderd is. Je slingert nu bijna net zo gemakkelijk je uitgeschreven mening de wereld in als je een mening verwoordt aan de cafétoog. Er wordt sinds de introductie van sms en van de chatfuncties op het internet (van msn tot WhatsApp) steeds meer geschreven – en wie meer schrijft, schrijft moeitelozer, is minder geneigd om over ieder woord na te denken en houdt zich (dus) minder strak aan allerlei opgelegde regels. En zo is het ook altijd geweest bij spreektaal: omdat er meteen antwoord wordt verlangd, sta je voortdurend onder druk om zo snel mogelijk te formuleren. En dat geeft een ander resultaat dan wanneer je in stilte achter je bureautje zit. Lees verder >>

ruit / vierkant

Verwarwoordenboek Vervolg (20)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

ruit / vierkant

Er is betekenisverschil. Lees verder >>

Moeten scholieren de Volkskrant kunnen lezen?

Eindexamen gesprek (aflevering 1)

Door Marc van Oostendorp

Ik ben de laatste tijd aan het nadenken over de ‘taalvaardigheden’. Wat zouden leerlingen moeten leren bij Nederlands? Ik zal daarover de komende dagen bloggen, want het onderwerp is interessant genoeg, en de eindexamens komen er weer aan.

De meeste deskundigen lijken het erover eens dat het schoolvak Nederlands vooral moet gaan om  ‘taalvaardigheid’. Dat maakt het vak anders dan sommige andere vakken: bij aardrijkskunde zullen weinig mensen beweren dat het primair erom moet gaan dat mensen zich over de aarde moeten kunnen bewegen en bij geschiedenis is al helemaal onduidelijk welke ‘vaardigheid’ daar centraal zou moeten staan. Bij sommige andere vakken – denk aan wiskunde – zijn kennis en vaardigheid juist bijna synoniem met elkaar.

Goed, taalvaardigheid dus. Lees verder >>

Universiteit voert debat over onderwijstaal

Door Yves T’Sjoen

Vorige week maakte De Standaard in de bijdrage ‘N-VA tegen meer Engelstalige opleidingen’ bekend dat de “Universiteit Gent [af wil] van de strikte regeltjes die Engelstalige opleidingen belemmeren” (2 maart). Naar verluidt wil het bestuur “meer autonomie” inzake taalbeleid en kunnen de taalnormen voor hoger onderwijs worden versoepeld. Aanleiding voor het persbericht is een advies van de VLOR, de Vlaamse Onderwijsraad, waarin “de afschaffing van die quota” wordt bepleit. De VLOR, waarin ook de hogere onderwijsinstellingen vertegenwoordigd zijn, toont zich met het advies weinig bewust van het verleden en houdt geen rekening met de taalcompetenties van het overgrote deel van het studentenpubliek aan Vlaamse universiteiten.

Taalquota

De quota bepalen dat 35% van de masteropleidingen en 6% van de bacheloropleidingen in een andere taal dan het Nederlands mogen worden aangeboden. Indien een Engelstalige opleiding bestaat, moet die strikt genomen minstens aan een andere universiteit ook in het Nederlands worden voorzien. Aan deze taalregeling wordt nu getornd. In tegenstelling tot de uitspraken van N-VA over de kwestie, zo meldt De Standaard, stelt het kabinet van Hilde Crevits, minister van onderwijs, dat het advies van de VLOR (nog) niet ter sprake kwam in de regering. Lees verder >>

Is ‘groter als’ dan echt fout? Je hoofd vindt van niet!

Door Marten van der Meulen

Groter als, nooit geen, hun hebben: veel mensen gruwen ervan. Sommige puristen verbeteren de fouten wanneer ze die tegenkomen, door overtreders aan te spreken of door brieven naar de krant te sturen. Vroeger zouden taalwetenschappers maar al te graag hebben meegedaan met deze verbeterzucht, maar tegenwoordig nemen zij afstand. Vandaag de dag bestuderen zij taalfouten vooral om te proberen erachter te komen hoe ze veroorzaakt worden. Recent onderzoek richt zich bijvoorbeeld op de vraag wat er eigenlijk gebeurt in onze hersenen als we een normfout tegenkomen. Verwerken we zo’n fout als goede taal of als slechte taal? Lees verder >>

Het vrolijke taalverraad van Milfje Meulskens

Door Marc van Oostendorp

Taalkundigen zitten ook wel eens aan de tequila. Zij praten dan over de vraag wat ze eigenlijk ontdekt hebben in het leven. Een van ons had in de Amazone een taal gevonden met een klank waarvoor nog geen symbool bestond in het Internationaal Fonetisch Alfabet. Een ander dat menselijke hersenen rta moeilijker vinden dan tra, zelfs als er in die hersenen alleen talen zitten waarin je zowel rta als tra kunt zeggen. Een derde kwam aanzetten met het feit dat Nederlandse dialecten waarin je een v zegt in ik geloov in ringen op de landkaart liggen.

Het was heel gezellig, maar geen van deze ontdekkingen heeft Milfjes eerste soloboek gehaald, Opzienbarende ontdekkingen over taal.

Gelukkig, er gloort hoop! Lees verder >>

Wie is het? Een naamspelletje

 Door Bas Jongenelen

Onderzoek toont aan dat ons gezicht erg lijkt op onze naam. Of dat onze naam lijkt op ons gezicht. Zo iets dus. Het woord ‘flutonderzoek’ ligt op mijn tong, maar zal ik hier niet gebruiken. Sterker nog: ik vind het zeer interessant allemaal. We hebben hier een mooie variant op het spelletje Wie is het? Er is alleen geen mogelijkheid om ja/nee-vragen te stellen, er is slechts de vraag ‘wie is het?’

Lees verder >>

Joh!

Door Marc van Oostendorp

Ik wil niet zeggen dat de satirische website De Speld de belangrijkste bron voor taalkundig onderzoek moet zijn, maar de redacteuren daar hebben een goed afgestelde antenne voor moderniteiten, en ook voor taalgebruik. Een recent artikel heet Redelijke man begint al zijn zinnen met ‘joh’ maar eindigt toch in kroeggevecht, en beschrijft de wederwaardigheden van een man die de hele tijd allerlei dingen zegt zoals:

“Ik zeg donderdag al tegen de jongens, joh, we gaan eerst pokeren en dan zien we wel waar het schip strandt.”
“Ik zeg tegen tegen de jongens, joh, ik zit goed in de olie, Ubertje delen en we staan in drie kwartier op het Rembrandtplein.”
“Ik zeg tegen die uitsmijters, joh, ik wil een gezellige avond, jullie willen een gezellige avond, mag ik misschien naar binnen?”
“Dus ik dacht, joh, dan gaan we toch lekker naar de Prime?”

Toevallig zat ik vorige week te roddelen met een niet-moedertaalsprekende collega, die me vroeg naar de taal van een van de bekendste taalkundigen van Nederland, die precies zo praat. Zij dacht dat joh misschien een nieuw voegwoord, een complementeerder was. Lees verder >>