Categorie: column

Hoe kinderen door de politie worden verhoord

Door Marc van Oostendorp

Sommig taalkundig onderzoek zou ik nooit kunnen uitvoeren. Dat van Guusje Jol, die vandaag promoveert in Nijmegen, is een voorbeeld. Ik vond het al lastig om het te lezen. Dat laatste kwam door het onderwerp: politieverhoren van kinderen die getuige (en vaak ook slachtoffer) zijn in een zedezaak. Dat ik het ook niet zou kunnen uitvoeren, komt daarnaast doordat Jol zulk knap werk aflevert.

Lees verder >>

Je kop

Door Henk Wolf

Het woord kop worden gebruikt om de bovenkant of de voorkant van voorwerpen of geografische ruimten aan te duiden, zoals van een paal, een haven of een pier. Dat is stilistisch vrij neutraal: aanstoot geeft het zeker niet. Dat geldt ook voor de aanduiding van de voor- of bovenkant van een dier. Van een mier, een hond en een tyrannosaurus rex kun je gerust zeggen dat ze een kop hebben.

Bij mensen is dat anders. Het lichaamsdeel dat bij dieren kop heet, wordt bij mensen in stilistisch neutrale contexten hoofd genoemd. Kop kan wel, maar dan is het erg informeel of beledigend. Die onfatsoenlijke connotatie bestaat echter in bepaalde gebruikscontexten niet of duidelijk minder.

Lees verder >>

De opmars van de taalpolitie

Door Marten van der Meulen

In zijn bespreking van het nieuwe boek van Nicoline van der Sijs op Neerlandistiek licht Joop van der Horst een interessant citaat uit dat boek:

In hoofdstuk 6 bespreekt Van der Sijs wat zij noemt “de opmars van de taalpolitie” in de 20ste eeuw: het gehakketak op andermans taalgebruik. (…) Het is inderdaad een 20ste-eeuws verschijnsel, lijkt me. Maar ik zou er graag bij vermeld zien dat het nog volstrekt onvoldoende onderzocht is.

Lees verder >>

Taalverandering rond het woordje best

Letten op het belendende perceel (1)

Door Siemon Reker

Als we simpeltjes kijken naar het (ongecorrigeerde) verslag van de laatste plenaire vergadering van de Tweede Kamer in het vorige jaar, tellen we 23 maal het woord best. Is dat veel? Laten we in plaats van deze vraag een andere stellen: wat vergezelt best aan de rechterzijde? Natuurlijk, op zo’n laatste vergaderdag van het jaar klinken alvast goede voornemens door aan het Binnenhof en dus noteren we geregeld de uitdrukking z’n best doen ja, z’n uiterste best doen. Maar minstens zo opmerkelijk is de frequentie waarmee best direct vergezeld wordt door iets in de sfeer van een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord (samen gemakshalve aangeduid als A, respectievelijk adjectief en adverbium). Best fijn, moeilijk, vaak, veel, relevant, lastig, bereid zijn voorbeelden daarvan. Best mogelijk is een ander geval, waarschijnlijk het eerste dat een nieuwe trend in het Nederlands op gang heeft gebracht, namelijk die combinatie van best + A.

Lees verder >>

‘We should be very grateful that we can work in this university’

Iemand is woedend in ons managershorrorfeuilleton De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

“Ik ben woedend!” siste Marie tegen Maribella.

“I am outraged”, corrigeerde Wouter. “We only talk English in this meeting according to university regulations.” (Marie was an associate professor specializing in the history of Dutch studies until 1800; Maribella was the endowed Arie de Jager Chair of Historical Dutch Studies; Wouter was the Professor of Digital Financial Literary Studies who had turned into a manager many years ago.)

Lees verder >>

Alweer Emma

Voornamendrift 49

door Gerrit Bloothooft

Populariteit van Emma (blauw), gemodelleerd (groen) met twee onderliggende verdelingen (rood). Op basis van startjaar, imitatie-waarschijnlijkheid en totaal aantal te verwachten kinderen met de naam.

Vandaag kwamen de populariteitslijstjes van voornamen in 2019 uit. Ze verschillen zoals te verwachten nauwelijks met die van het vorig jaar, Emma en Noah staan nu bovenaan. Alweer Emma? Die naam is al meer dan 20 jaar een topnaam. Dat is een wel erg langdurige mode die niet meer meer een enkele cyclus is te modelleren. Twee cycli lijken vooralsnog voldoende, met hierboven een voorbeeld. Zoiets blijft intrigeren, want hoe kan dat nu?

Lees verder >>

Hoe een kleine studie een middelgrote kon worden: de casus Fries

Door Henk Wolf

Wie op een dinsdagmiddag in Leeuwarden NHL Stenden Hogeschool binnen loopt en het lokaal opzoekt waar de eerstejaarscolleges Fries worden gegeven, ziet daar doorgaans een groep zitten van zo’n vijftien tot twintig studenten. Dat is al een paar jaar zo, maar vijf jaar geleden hadden we met heel andere aantallen te maken: drie, twee en soms maar één student, zo weinig dat we weleens bang waren voor het voortbestaan van de studie.

Lees verder >>

Opnieuw Robert

Door Marc van Oostendorp

Hoe zit het nu met Robert? Vorige week schreef ik daar hier een stukje over, maar volkomen ten onrechte vergat ik daarbij de historische taalkunde. Gelukkig wees Cor van Bree, de mens geworden historische taalkunde van het Nederlands daarop, met een verwijzing zelfs naar de relevante paragraaf in zijn meesterlijke Leerboek voor de historische grammatica.

Het Nederlands heeft historisch gezien geen b’s na lange klinkers.

Lees verder >>

Het hoogste lot (1865)

Jeugdverhalen over joden (72)


‘Loterij-jood’ Aron Meijer probeert Richard en George, beiden net afgestudeerd, loten te verkopen. Illustratie uit: Het hoogste lot (1865). De naam van de illustrator is niet bekend.

Door Ewoud Sanders

Auteur: Franz Hoffmann (1814-1882)
Uit het Duits vertaald door R. Bell

Herkomst en drukgeschiedenis

In 1842 begon Hoffmann, indertijd boekhandelaar, met het schrijven van jeugdboeken. Die werden zo geprezen dat hij besloot van zijn pen te gaan leven. Om genoeg te kunnen verdienen, sloot hij contracten af met verschillende uitgevers. Dit leidde tot een enorme productie: in veertig jaar tijd publiceerde hij ruim tweehonderdvijftig jeugdverhalen. P.J. Buijnsters en Leontine Buijnsters-Smets noemen Hoffmann in Lust en Leering (1997) ‘de absolute veelschrijver’. Al zijn werken hebben een sterk moreel-religieus karakter.

          Dat geldt ook voor Das große Loos uit 1862, dat in 1865 in het Nederlands werd vertaald door R. Bell, hoofdonderwijzer aan de Openbare Armenscholen te Amsterdam.

          Het hoogste lot verscheen bij C.L. Brinkman in Amsterdam en beleefde drie drukken: in 1865, 1877 en ergens voor 1882.

          In de samenvatting is geciteerd uit de eerste druk.

Lees verder >>

By elke aanraking met vreemden moet ik me geweld aandoen

De Multatulileescursus (66)

Door Marc van Oostendorp

– Het gekke is: we hebben nu de afgelopen weken twee perioden mee mogen lezen waarin Multatuli door Nederland toerde met ‘;voordrachten’, namelijk in 1878 en 1879. Aantekeningen die hij maakte voor die lezingen zijn de revue gepasseerd, recensies, reacties op recensies, brieven die hij zelf schreef over die ‘voordrachten’, maar ik kan niet zeggen dat ik nu echt een goed beeld heb hoe het was om zo’n voordracht bij te wonen.

Lees verder >>

Gefrituurde aardappelreepjes in 2020

Door Bas Jongenelen

Het is vrijdagmiddag, tijd voor de vrimibo. Maar waar moet je het over hebben met je collega’s? Welke non-discussie wil je aanzwengelen. Ik heb er misschien wel eentje. Het is een combinatie van twee eerdere discussies: zeg je nou ‘friet’ of zeg je ‘patat’? En zeg je ‘twintigtwintig’ of ‘tweeduizendtwintig’? Wat krijg je als je deze twee combineert? Ik vroeg het op Twitter en dit was de uitslag:

Wat ik niet heb kunnen achterhalen is waar de stemmers vandaan kwamen en waarom ze zeggen wat ze zeggen. Dat is aan u om op de vrimibo over te beginnen. De enige conclusie nu is dat mensen ‘patat’ + ‘twintigtwintig’ zeggen waarschijnlijk niet graag meedoen met dit soort polls. Kom maar op met de bitterballen!

Dit is het einde van de zin, toch?

Door Lucas Seuren

Het einde van de zin is in gesproken Nederlandse een ware schatkamer van bijzondere taalfenomenen. Het is de plek waar we inhoudelijk niks meer toevoegen aan de zin, maar waar we signalen geven over hoe de zin “pragmatisch” begrepen moet worden. In deze serie heb ik tot nu toe of niet, offuh, en besproken. Dit laatste deel in deze miniserie zal het langste deel zijn en dat is omdat ik het ga hebben over toch. Dit woord heeft extra ruimte nodig, omdat het een waanzinnig veelzijdig woordje is, veel meer nog dan . Bovendien is toch een bijzonder lastig woordje dat op meer plekken in de zin kan voorkomen, en niet aan het einde alleen.

Lees verder >>

De kortste klank van het Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Als een groot geleerde overlijdt, laat hij of zij altijd een onvoltooid werk achter. Dat kan niet anders, want nog nooit is er een onderwerp geweest dat in alle opzichten voldoende onderzocht is.

Het gat dat Johan Taeldeman twee jaar geleden naliet, heette de sjwa, de ‘toonloze e‘ aan het eind van bede, In de grote Fonologische Atlas van de Nederlandse Dialecten was het achteraf ten onrechte, vond Taeldeman, te weinig aan bod gekomen. Heel veel heel gedetailleerde kaarten zijn er in die imposante atlas opgenomen over zo ongeveer iedere klank die willekeurig welke Nederlandstalige ooit in zijn mond heeft genomen. Maar de sjwa ontbreekt.

Lees verder >>

Wie is Stijnen?

Door Henk Wolf

Maandag stond er in de Trouw een passage waar ik even niets van begreep. Het gaat om het volgende stukje tekst uit het artikel De partneralimentatie wordt verkort; vrouwen staan financieel op eigen benen van Barbara Vollebregt:

De man van Susan Stijnen (44) verdient meer en werkt fulltime. Om te kunnen zorgen voor hun twee kinderen gaat Stijnen in goed overleg parttime werken. In 2006 loopt hun huwelijk na zeven jaar op de klippen. Ze ontvangt vervolgens tien jaar lang partneralimentatie. “Dat geld had ik ook echt nodig”, zegt Stijnen. Toch vind ze het verkorten van de partneralimentatie geen slecht idee.

Lees verder >>

Robert, Robbert, Roobert

Door Marc van Oostendorp

Ik geloof niet dat ik ooit een Robert Ro-bert heb genoemd, met de o van poot (in het fonetisch alfabet: [o]. Alle Roberts heb ik altijd de klinker van pot gegeven ([ɔ]). Maar onlangs kwam ik erachter dat dit niet altijd op prijs wordt gesteld omdat er heren zijn die wel degelijk R[o]bert heten, en ten tweede dat ik mijn tijd misschien ooit vooruit was.

Lees verder >>

collectie / verzameling

Verwarwoordenboek Vervolg (148)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

collectie / verzameling

De woorden worden vaak door elkaar gebruikt. Toch is er soms een subtiel verschil.

Lees verder >>

To plough and cow stable: het Nederlands als etnische taal

Door Henk Wolf

‘Naar ploeg en koestal vluchtte uw taal’, schrijft Piet Paaltjens in zijn gedicht De Friesche poëet. De taal waar hij het over heeft, is het Fries. Oebele Vries heeft de zin gebruikt als titel van een boek, met als ondertitel ‘De verdringing van het Fries als schrijftaal door het Nederlands (tot 1580)’. Die titel zegt bijna alles: in de tijd van een mensenleven, grofweg tussen 1500 en 1580 maakte het Fries als algemene schriftelijke omgangstaal plaats voor het Hollands (en later het Standaardnederlands). Dat begon op kleine schaal in de ambtenarij. Stap voor stap werd het Fries vervolgens uit het schriftelijke domein weggedrukt.

Lees verder >>

Boeren in Nieuw-Nederland

Gezicht op Nieuw Amsterdam, 1664, Johannes Vingboons

Door Jan Stroop

Als je door Manhattan wandelt of een foto bekijkt van Times Square is ’t bijna onvoorstelbaar dat daar ooit geboerd werd en dat je er struikelde over loslopende en wroetende varkens.

En waar nu de Trumptower staat dat daar de mensen voor hun onderkomen de diepte in gingen: ze “graven… een viercante cuijl kelders gewijs in de aerde, … besetten de aerde van binnen met hout…, leggen over die kelder balcken en houtwerck daer op tot een solder, .. setten een cap van sparren daer op, en decken de sparren met bast en groene sooden..”

Lees verder >>

Smurfblauwe kauwgom in zijn haar

Als taalergernis vermomde taalliefde

Door Marc van Oostendorp

Er zijn weinig objecten van liefde die je met zoveel mensen moet delen als de taal. Wie een liefdesverklaring aan zijn moedertaal wil uiten, zal toch moeten verdisconteren dat er allerlei mensen voortdurend behoorlijk liefdeloos met die taal omgaan.

Neem het Nederlands. Ja, een prachtige taal, dat zal wel. Maar er is ook Nederlands zoals gesproken door heao’ers tijdens een bijeenkomst van Forum voor Democratie. Of van podcasters die dj’tje en sidekickje spelen. Of van managers. Of van tienermeisjes. Of vul maar een willekeurige andere groep in waar je toevallig een hekel aan hebt.

Lees verder >>

Zulke opleidingen zouden niet iedere dag moeten vechten voor hun bestaan

Door Marc van Oostendorp

Ik geloof niet dat het mij was opgevallen, en ik weet niet of er ook maar één lezer is die me nu gaat begrijpen, maar iemand wees me erop dat er iets vreemds is aan het volgende citaat dat Avans minister Van Engelshoven een tijdje geleden in de mond legde.

Unieke opleidingen, zoals Nederlandse taal- en letterkunde, moeten overeind blijven, vindt minister Van Engelshoven. “Zulke opleidingen zouden niet iedere dag moeten vechten voor hun bestaan.”

Lees verder >>

Kerkhofwandeling 2: een absurd vormgedicht

Door Henk Wolf

Gisteren schreef ik over twee bordjes die waarschuwen voor laaghangende dan wel laag hangende takken. Ze staan bij de ingang van een kerkhof in de buurt van ons huis. Ze zijn daar niet het enige dat me in talige zin opvalt.

Erg opvallend is ook de tekst op de bovenstaande foto. Die staat op een muurtje. Dat muurtje hoort bij een hokje waarin een computer staat. Op die computer kun je een naam intikken. Als er dan op het kerkhof iemand met die naam ligt, verstrekt het apparaat je de exacte locatie van diens graf.

Lees verder >>

‘Loterij’ (1845)

Jeugdverhalen over joden (71)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Jan Pieter Heije (1809-1876)

‘Duizend gulden voor een’ cent,
Honderd duizend voor een’ gulden:
Was je kaal, of had je schulden,
Morgen ben je een rijke vent!
Boeren, burgers! komt er bij:
Morgen trekt de Loterij!’

Joodje, was ik in je steê,
’k Zou die lootjes zelf maar houên;
Elleboog komt door je mouwen,
En je broek wil niet meer meê:
Waarom trek je zelf, als ’t kan,
Niet die honderd-duizend, man?

Och, ’t is wind, die Loterij!
Mannen, broeders! wilt je kiezen
Tusschen winnen en verliezen,
’k Weet een spel, daar win je bij…
Wie er daags tien centen spáár’,
Wint drie duizend alle jaar.

Lees verder >>

Laaghangende of laag hangende takken?

Door Henk Wolf


Ik maak graag een wandelingetje over het kerkhof bij ons in de buurt. Als ik daar aankom, ben ik altijd even gefascineerd door de twee bordjes aan weerskanten van het pad. Op het ene bordje staat ‘laag hangende takken’ en op het andere ‘laaghangende takken’ – het verschil is een spatie.

Ik vroeg me af wat ik zelf zou schrijven. Als ik de officiële regels volg, dan zou ik geen spatie schrijven als laaghangend één woord was, en wel als laag en hangend allebei aparte woorden waren.

Lees verder >>