Categorie: column

‘Loterij’ (1845)

Jeugdverhalen over joden (71)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Jan Pieter Heije (1809-1876)

‘Duizend gulden voor een’ cent,
Honderd duizend voor een’ gulden:
Was je kaal, of had je schulden,
Morgen ben je een rijke vent!
Boeren, burgers! komt er bij:
Morgen trekt de Loterij!’

Joodje, was ik in je steê,
’k Zou die lootjes zelf maar houên;
Elleboog komt door je mouwen,
En je broek wil niet meer meê:
Waarom trek je zelf, als ’t kan,
Niet die honderd-duizend, man?

Och, ’t is wind, die Loterij!
Mannen, broeders! wilt je kiezen
Tusschen winnen en verliezen,
’k Weet een spel, daar win je bij…
Wie er daags tien centen spáár’,
Wint drie duizend alle jaar.

Lees verder >>

Laaghangende of laag hangende takken?

Door Henk Wolf


Ik maak graag een wandelingetje over het kerkhof bij ons in de buurt. Als ik daar aankom, ben ik altijd even gefascineerd door de twee bordjes aan weerskanten van het pad. Op het ene bordje staat ‘laag hangende takken’ en op het andere ‘laaghangende takken’ – het verschil is een spatie.

Ik vroeg me af wat ik zelf zou schrijven. Als ik de officiële regels volg, dan zou ik geen spatie schrijven als laaghangend één woord was, en wel als laag en hangend allebei aparte woorden waren.

Lees verder >>

Een zoentje voor Wouter, ik zal zeker aardigheid in hem hebben

De Multatulileescursus (65)

Door Marc van Oostendorp

– Ik moet toegeven dat ik er in het begin een beetje tegenop zag dat we in deze cursus ook al die delen ‘brieven en documenten’ gingen lezen, maar dat het me tot nu toe alles meevalt.

– Ja, neem nu die brieven uit 1878 die we nu hebben gelezen. Dat is toch weer een hele roman op zich! Ineens krijgen we een inkijkje in de verhouding tussen Mimi en Eduard Douwes Dekker. Want voor het eerst sinds hun huwelijk en eigenlijk sinds hun samenwonen is hij langdurig van huis – op lezingentournee – en schrijft hij warme brieven.

Lees verder >>

Kleurloze groene ideeën, wat u zegt

Door Marc van Oostendorp

Wat zijn mensen toch wonderlijke wezens. Wat kunnen we toch veel, en wat kunnen we toch weinig.

Neem een fameuze zin uit 1957 van de Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky, ‘Colorless green ideas sleep furiously’ (kleurloze groene ideeën slapen woedend). Chomsky gebruikte die zin om te laten zien dat de regels van de zinsbouw, de syntaxis, los staan van de betekenis. We kunnen zien dat deze zin grammaticaal is, ook al slaat hij nergens op. Wanneer we de zin omdraaien, ‘furiously sleep ideas green colorless’, is hij niet meer grammaticaal.

Lees verder >>

Twintigtwintig

Door Viorica Van der Roest

Nu het nieuwe jaar en het nieuwe decennium nog vers zijn, een belangrijke vraag, althans, als je om taal geeft: hoe noemen we dit jaar en hoe gaan we verwijzen naar de jaren die volgen? Sinds op 1 januari 2000 bleek dat de wereld niet vergaan was door het millenniumprobleem en we weer opgewekt verder konden leven, waren Nederlanders denk ik vrij unaniem in hoe ze het jaar noemden. Tweeduizend. Het is natuurlijk ook wel bijzonder om zo’n kroonjaar mee te maken; een voorrecht dat alleen de mensen van rond het jaar 1000 met ons delen, en het duurt nog 980 jaar voordat er weer nieuwe leden bij ons exclusieve clubje komen (ik ben een optimist dus ik ga ervan uit dat mensen tegen die tijd nog niet de wereld hebben opgeblazen). Daarna bleef het ‘tweeduizend’ met welk jaar er dan ook nog verder bij opgeteld moest worden.

Lees verder >>

Neerlandistiek 2019: een jaaroverzicht in 25 artikels

De keuze van de hoofdredacteur

Door Marc van Oostendorp

Ongeveer 1850 artikelen zullen er dit jaar verschenen zijn in Neerlandistiek: aankondigingen van evenementen en van nieuwe boeken, polemieken die soms op de rand waren, overlijdensberichten, verslagen van nieuw onderzoek en meer: samen een duidelijk teken dat ons vak leeft. Hieronder geef ik een eigen selectie van 25 artikels die samen volgens mij een aardig beeld geven van de discussies die er gevoerd zijn en van wat er allemaal gebeurt.

Lees verder >>

‘De loterij’ en ‘De kermis’ (1852)

Jeugdverhalen over joden (70)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Het Nieuw bevallig prentenboekje, tot vermaak en oefening voor de lieve kinderen, dat in 1852 verscheen bij W. Willems in Amsterdam, bevat twee gedichten waarin joodse straathandelaren voorkomen: ‘De loterij’ en ‘De kermis’.

          ‘De loterij’ beschrijft in zes verzen van zes regels wat er op de onderstaande afbeelding te zien is.

Lees verder >>

Szomjas vagyok

Nene leert Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Nene is nu acht maanden weg uit Hongarije en haar Hongaars is bijna weg, in ieder geval als ze met ons spreekt. Er zijn nog een paar restanten: als ze moet plassen zegt ze thuis soms nog pisilniki – eigenlijk een door ons verbasterde vorm van het Hongaarse woord pisilni – terwijl ze op school heeft geleerd dat het naar de wc gaan heet. En als ze dorst heet zegt ze vaak nog szomjas vagyok.

Lees verder >>

Een koningin moet rijk zijn

De Multatulileesclub (64)

Door Marc van Oostendorp

– Als er een prijs was voor de neerlandicus van het jaar 2019, zou die Elsbeth Etty waarschijnlijk niet ontgaan. Twee boeken heeft ze dit jaar gepubliceerd, over Willem Wilmink en over Maarten ’t Hart, daarnaast heeft ze het initiatief genomen voor de Multatuli-leerstoel aan de VU. En dan komt ze op de valreep ook nog met dit boekje, Bedelbrieven voor Multatuli.

Lees verder >>

Seizoenarbeid

Foute boeken? Uit de kast (9)

Door Nico Keuning

L.H. Wiener debuteerde in december 1966 met het verhaal ‘Mijne heren’ in Tirade, het tijdschrift van uitgever Geert van Oorschot. Maar de debuutbundel Seizoenarbeid (1967) zou, onder de voluit geschreven naam Lodewijk-Henri Wiener, verschijnen bij J.M. Meulenhoff. Uitgever Willem Bloemena had in het contract het streepje tussen de voornamen toegevoegd. Het verhaal ‘Jansen’ in de bundel werd de aanleiding tot een rechtszaak en een veroordeling tot het betalen van ƒ 3888,- inclusief de kosten van het proces. Een fors bedrag in die tijd. Lees verder >>

Dit is het einde van de zin hè?

Door Lucas Seuren

Het einde van de zin is in gesproken Nederlandse een ware schatkamer van bijzondere taalfenomenen. Het is de plek waar we inhoudelijk niks meer toevoegen aan de zin, maar waar we signalen geven over hoe de zin “pragmatisch” begrepen moet worden. De vorige twee blogs heb ik of niet en offuh besproken, twee signalen die niet per se prototypisch zijn voor het einde van zinnen. Dus ga ik nu maar eens in op een van de meest voorkomende woordjes, en daarmee een van de meest lastige woordjes in het Nederlands in: .

Lees verder >>

Help Taalpost aan de honderdduizend abonnees.

Door Marc van Oostendorp

Honderdduizend abonnees. Dat lijkt me een redelijk streven voor Taalpost, de taalnieuwsbrief van het Genootschap Onze Taal, die in 2020 volwassen wordt, want we zijn in 2002 begonnen. Momenteel heeft hij er ongeveer 89.500, dus we zijn er nog 10.500 verwijderd van ons doel.

Vorig jaar zijn we met 8000 abonnees gegroeid. Dat zou moeten lukken.

Lees verder >>

Taalunie, speelbal van het identitaire denken?

Een Vlaams perspectief

Door Yves T’Sjoen

De Taalunie is een unieke verdragsorganisatie. Het instituut bestaat volgend jaar precies vier decennia. Lidstaten staan sindsdien een deel van hun bevoegdheid af. Voor en over het Nederlands wordt beleid gevoerd. De Taalunie is verantwoordelijk voor taalbeleid (taalverwerving, onderwijs en onderzoek) dat uitstijgt boven de landsgrenzen. Jammer genoeg gaat het niet zo goed met de studie van het Nederlands in het moedertaalgebied. Het schoolvak Nederlands krijgt af te rekenen met prestigeverlies, aan universiteiten in Nederland wordt het Nederlands als wetenschaps-, publicatie- en instructietaal afgeschaald. Taalverschraling is er het gevolg van, vooral omdat talenstudies in het algemeen minder ernstig worden genomen. Ook in Vlaanderen zit de taal in de wurggreep van het tenenkrullend Globish. Een excellente beheersing van het Nederlands door moedertaalsprekers heeft blijkbaar niet veel belang meer. Nieuwkomers moeten met eigen financiële middelen de taal leren om zich in te burgeren. Op school en aan universiteiten aanhoort men vandaag een schabouwelijk Nederlands, een taal op krukken. De resultaten voor begrijpend lezen (PISA en PIRLS) zijn ook al niet denderend. Om nog te zwijgen over studentenaantallen, laaggeletterdheid, taalachterstand. 

Lees verder >>

Gaat er zelf in leggen

Door Marc van Oostendorp

Het is vast een beetje overdreven om te zeggen dat er een speciale relatie is tussen het ambt van Dichter des Vaderlands en Rotterdam. Het bureau dat een en ander organiseerde, zat in ieder geval lange tijd in die stad. De vorige Dichter woont er, Ester Naomi Perquin. Waarschijnlijk het bekendste gedicht van Ramsey Nasr uit diens tijd als Dichter, speelt zich af in Rotterdam in 2059 en is gesteld in het Rotterdams van de toekomst. En nu Jules Deelder dood is, waagt ook de momenteel ambterende Dichter, de ‘Friese Amsterdammer’ Tsead Bruinja, zich in een gedicht aan het Rotterdamse idioom:

Lees verder >>

Dit is het einde van de zin, offeh

Door Lucas Seuren

Het einde van de zin is in gesproken Nederlandse een ware schatkamer van bijzondere taalfenomenen. Het is de plek waar we inhoudelijk niks meer toevoegen aan de zin, maar waar we signalen geven over hoe de zin “pragmatisch” begrepen moet worden. Vorige week besprak ik hoe of niet gebruikt wordt om urgentie uit te drukken of om kritiek af te zwakken. Deze week ga ik in op een sterk gerelateerd fenomeen: zinnen die eindigen met of.

Lees verder >>

Het gaat bij deze oproep niet om het bedenken van een resultaat maar om het resultaat van het bedenken

Door Peter-Arno Coppen

De Radboud Universiteit heeft onlangs een nieuwe slogan in gebruik genomen. Of slogan, ik weet eigenlijk niet wat de bedoeling is, maar we krijgen hem nu al enige tijd op ons inlogscherm. Hij luidt: ‘Het gaat niet om het overbrengen van kennis, maar om de kennis van het overbrengen’. Het schijnt een bedenksel van een communicatiebureau te zijn, want de belegen opvattingen achter deze zin verraden geen actuele kennis van het onderwijsonderzoek of de vakdidactiek, laat staan van de onderwijspraktijk. Op de universiteit gaat het bijvoorbeeld helemaal niet enkel om kennis, maar conform de in 2004 afgesproken Europese Dublindescriptoren om kennis, toepassing van die kennis, oordeelkundigheid, communicatie en leervermogen. Als ik voor één woord zou moeten kiezen zou dat trouwens eerder ‘inzicht’ zijn en niet ‘kennis’.

Lees verder >>

De betekenisontwikkeling van ‘fijntjes’: van nuance naar grover geschut

Fragment webiste NRC

Door Siemon Reker

Minister Hoekstra – de nummer 1 op het departement dat het sinds gisterenmiddag zonder een staatssecretaris moet stellen na het ontslag van Menno Snel – heeft allicht een onrechtmatige daad begaan met de aanschaf van aandelen Air France-KLM. Hij was er door ambtenaren uitdrukkelijk voor gewaarschuwd om de Kamer in te lichten en daar toestemming vooraf te vragen. Dat kan ook volgens een procedure in vertrouwelijkheid, maar dat liet de minister bewust na.

Lees verder >>

Van Geesjen tot Evi: twee eeuwen suffixen in meisjesnamen

Voornamendrift 48

Figuur 1. De procentuele populariteit van meisjesnamen op -jen.

Door Gerrit Bloothooft en David Onland

Er zijn weinig eigenschappen van voornamen die al grotendeels in de 19e eeuw verdwijnen. Maar meisjesnamen op -jen zoals Aaltjen, Gerritjen, Hendrikjen, Jantjen, Geertjen, Geesjen en Grietjen behoren daarbij (figuur 1). Te Winkel wijdt in de Taalgids van 1862 een artikel aan het verkleinwoord, waarin hij pleit voor het weglaten van de nutteloze en niet uitgesproken laatste n van -jen. Uit de voornamen blijkt dat dit toen inderdaad al grotendeels realiteit was (ook voor -gen en -ken). Hoe ontwikkelde de verklein- of beter de vleivorm in meisjesnamen zich in de laatste twee eeuwen?

Lees verder >>

Straattaal en Lidwoorden – Grijs Gebied

Door Khalid Mourigh

Misschien wel het meest bekende stereotype over straattaal of misschien wel over “allochtoon” Nederlands is het gebruik van de lidwoorden. Vraag je een Nederlander een allochtoon na te doen, dan krijg je steevast het gebruik van het lidwoord de of die, zoals in “die meisje”. Stond de inmiddels vergeten Ali Osram immers niet bekend om zijn veelvuldig gebruik van die in plaats van dat? In het bovenstaande fragment gebruikt hij “die meisje”.

Lees verder >>

Plagiatoren trekken voorbij

Foute boeken? Uit de kast (8)

Door Nico Keuning

Het begon als een grap. Journalist en W.F. Hermans-biograaf Hans van Straten meldde mij dat hij het supplement bij de uitgave Opmars der plagiatoren had voltooid. Van Straten was een omgevallen boekenkast die je niet gauw op een misser kon betrappen. Om hem te prikken vroeg ik hem of hij Het grote verlangen (1992) van Marcel Möring wel had opgenomen. Ik had er passages (p.60-63) in herkend uit de film Roma (1972) van Fellini, waarin fabrieksarbeiders in de rij staan voor een auto waarin ze, ieder op zijn beurt, met een bereidwillige dame de betaalde liefde bedrijven. ‘Nee!’ reageerde Van Straten. Maar het kon er nog in: ‘Op de valreep’. ‘Mag ik je als bron vermelden?’ vroeg hij. Prima, reageerde ik argeloos. Tot mijn schrik leidde Plagiatoren trekken voorbij (1993) tot een literaire rel, waarvan ik de aanstichter was. Nu werd het supplement zelf een fout boek. Lees verder >>

vermoeden / veronderstelling

Verwarwoordenboek Vervolg (147)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

vermoeden / veronderstelling

De woorden verschillen in betekenis.

Lees verder >>