Categorie: column

uiteenzetting / beschouwing / betoog

Verwarwoordenboek Vervolg (189)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

uiteenzetting / beschouwing / betoog     

De woorden worden door elkaar gebruikt, maar er zijn verschillen.

Lees verder >>

Het raadsel der ongelezenheid. De grote drie opgedolven en acuut weer begraven

Door Jos Joosten

Dat was bijzonder, bedacht ik zondagavond voor de tv, een literatuuritem bij Nieuwsuur en het is geeneens Boekenweek! De Grote Drie waren het thema en waarom ze niet gelezen werden. En eigenlijk had dat onderwerp alleen al genoeg waarschuwing moeten zijn. Want wat volgde was herkauwde oude koek, gemaakt door twee redacteuren die evident te lui waren om zich in het onderwerp te verdiepen. Onno Blom draafde op om voor zijn boekenkast wat anekdotes af te draaien; overbekend filmmateriaal was weer afgestoft – waarbij andermaal vastgesteld kon worden dat Reve met grote voorsprong de geestigste was van de drie, met duidelijk ook als enige tv-ervaring (timing en intonatie), en dat Harry Mulisch – anders dan Anton Steenwijk uit De Aanslag – duidelijk geen tandarts in zijn naaste vriendenkring had.

Lees verder >>

In jezelf praten

Door Marc van Oostendorp

Een van de wonderlijkste taalkundige verschijnselen is misschien wel in jezelf praten. Een mens heeft voortdurend gedachten en soms nemen die gedachten ineens een klankvorm aan: ze klinken in je hoofd.

Hoe wonderlijk dit verschijnsel van de innerlijke monoloog ook is, taalkundigen houden zich er niet mee bezig. Het is helemaal niet duidelijk of we met ons allen niet de hele dag veel meer zinnen denken dan we daadwerkelijk uitspreken – en toch zijn er complete scholen van taalwetenschap die beweren gebaseerd zijn op ‘echte taaldata’ zonder ooit ook maar één zin die iemand in zichzelf zei in de beschouwing te betrekken.

Lees verder >>

Geen kus

Nene leert Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Gisterenavond tijdens het eten was mijn rol in Nene’s taalontwikkeling voltooid. Ik zei peinzend “dus”, en zij riep snel “Een klap is geen kus”.

De belangrijkste zin uit de Nederlandse taal! Ik leerde hem ooit van iemand die hem zelf weer geleerd had van iemand waardoor ik zeker weet dat deze observatie over geweld en liefde al minstens tachtig jaar oud is (het is ook de titel is van een kinderboek van Bart Moeyaert, wat me een aanwijzing lijkt dat het in het hele taalgebied bekend is).

Lees verder >>

‘Zijt verdraagzaam’ (1860)

Jeugdverhalen over joden (112)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Moraal: wees verdraagzaam; heb uw naaste(n) lief als uzelf

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Zijt verdraagzaam’ werd in 1860 gepubliceerd in de Kinder-Courant. Lektuur voor de Nederlandsche jeugd. Het is ondertekend door C.H.R. Het is mij niet bekend wie dit is.

         Het weekblad Kinder-Courant verscheen tussen 1852 en 1905. Het was het langstlopende kindertijdschrift uit de 19de eeuw. ‘De redactie wenscht (…)’, schreef de uitgever, ‘tevredenheid en vergenoegen in de huisgezinnen te verspreiden en aan een groot getal der ouders, op wier schouders vaak andere zorgen en bemoeijingen drukken, de taak gemakkelijker maken om hunne kinderen voor verveling en ledigheid te bewaren, zoodat zij hun vermaak slechts in huis zoeken en vinden; huiselijkheid, de grondtrek van ons volkskarakter, zal daardoor aangekweekt en bevorderd worden.’

Lees verder >>

Al die kakelende stemmen

Door Marc Kregting

Hoe zal de toekomst beschikken over Joost Zwagerman? Uiteraard een onbeantwoordbare vraag. Maar de schrijver trof voorzorgen. Hij had een testament gemaakt, zijn privé-archief geschonken aan het Letterkundig Museum en de nalatenschap toevertrouwd aan zijn vriendin en aan zijn uitgeefster. De vraag naar de toekomst was ten minste een belangrijke vraag voor het object zelf, dat vermoedde ‘dat zijn dood veel stof zou doen opwaaien’. En zo geschiedde, toen in 2015 een gedurige depressie eindigde in zelfmoord.

Lees verder >>

Een poëticaal afscheidsgedicht van Jan Six van Chandelier

door Riet Schenkeveld- van der Dussen

In het voorjaar van 1649 vertrok Six, koopman in drogerijen, voor een handelsreis naar Spanje en Italië. Bij wijze van afscheid schreef hij het gedicht ‘Fooi’ – dat betekent afscheidsfeest, afscheidsdronk. Het is een Pindarische ode met twee maal drie strofen ‘Keer’, ‘Tegenkeer’ en ‘Toesangh’. In de eerste ‘Keer’ beschrijft hij hoe hij vanuit het Oost-Indisch huis een voorraad ‘Katsjou’ geleverd kreeg. Hij beschrijft dat spul als een bol van een bepaald soort farmaceutische aarde, met een bittere verbrande korst, en van binnen wit-geel en zoet van smaak.

Lees verder >>

Regionale voornamen: Fryslân

Regionale voornamen in Fryslân die tegenwoordig meer dan 500 naamdragers hebben, per gemeente (indeling 2007) waar ze in de 19e eeuw het meest in de omgeving voorkwamen.

Voornamendrift 63

Gerrit Bloothooft en David Onland

De meeste regionale voornamen vinden we in Fryslân. Voor zolang het duurt tenminste, want ze worden steeds minder gegeven, of worden landelijk populair. Hierboven staan de meest populaire op de kaart van Fryslân, geschaard onder de gemeente (indeling 2007) waar een naam in de 19e eeuw – op basis van voorkomens in huwelijksakten na 1811 – het meest werd gegeven. De helft van alle huidige naamdragers is binnen een straal van 30 km rond een genoemde gemeente geboren. Zelfs binnen Fryslân zijn er duidelijke streekgebonden verschillen. Die gaan we hier verder, en met meer voornamen, in kaart brengen.

Lees verder >>

Het probleem van de moedertaalspreker

Door Marc van Oostendorp

De Amsterdamse politicoloog Dawid Walentek deed gisteren op Twitter een schokkende mededeling: Radio 1 had hem willen spreken om zijn deskundigheid, maar hem uiteindelijk afgebeld om zijn accent. Dat zou “te veel afleiden van de inhoud”.

Schokkend, maar niet nieuw. De Nederlandse publieke omroep straalt sowieso een groot verlangen uit naar uniformiteit. Iedereen moet liefst klinken alsof hij of zij 43 is, en geboren in Amersfoort. De rest leidt maar af van “de inhoud”.

Het blijft ook niet beperkt tot de radio. Nederlanders beschouwen het Nederlands als hun eigendom, als iets waar anderen vanaf moeten blijven. Met die anderen praten wij wel Engels, laten ze met hun tengels van ons idioom afblijven.

Lees verder >>

Denken we in taal?

Door Marc van Oostendorp

Is er een verschil tussen zinnen en gedachten? Een heleboel zinnen lijken gedachten uit te drukken, en als je bij jezelf naar binnen probeert te kijken als je denkt, kun je daar soms zinnen zien ronddartelen.

Maar denken wij ook in taal? In ieder geval lijkt taal in een opzicht op denken: de creativiteit, die er vooral uit bestaat dat we eindeloos steeds weer nieuwe woorden – in taal – of dingen – in het denken – met elkaar kunnen combineren. Een nieuwe zin is een nieuwe combinatie van bestaande woorden, en zo zou je kunnen zeggen dat een nieuwe gedachte een nieuwe combinatie is van bestaande concepten. Zoals je zinnen kunt maken door twee zinnen met elkaar te combineren (‘Ik ben Job en ik heb een sticker op mijn kop’), zo kun je uit twee gedachten weer een nieuw idee kleien.

Lees verder >>

eten / voedsel

Verwarwoordenboek Vervolg (188)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

eten / voedsel 

Er is een overlap in betekenis, maar er is ook een klein verschil.

Lees verder >>

Neerlandistiek en de letterkundige neerlandistiek

Door Marc van Oostendorp

Een van de charmante hebbelijkheden van moderne letterkundigen is dat ze ‘neerlandici’ zeggen als ze ‘moderne letterkundigen’ bedoelen. Ze weten wel dat wij taalkundigen en taalbeheersers en historisch letterkundigen ook bestaan, en natuurlijk willen ze zelfs erkennen dat wat wij doen ook zijn waarde heeft, maar met ‘de neerlandici’ bedoelen ze zichzelf.

Wanneer collega Jos Joosten in zijn nieuwe bijdrage aan TNTL dus zegt dat “de professionele neerlandistiek” zich niet kan onttrekken aan het publieke debat zoals zich dat bijvoorbeeld op internet ontrolt, bedoelt hij daarmee duidelijk alleen zijn letterkundige collega’s. Niet omdat hij vindt dat wij taalkundigen en taalbeheersers en historisch letterkundigen niet op internet hoeven te verschijnen, maar omdat hij ons niet bedoelt met die uitdrukking.

Lees verder >>

Overigens verboden toegang

Er is wat mij betreft nauwelijks een prettigere weekendinvulling denkbaar dan het maken van een flinke wandeling in de natuur. Zo maakte ik enige tijd terug een wandeling op de Veluwe, meer precies in het natuurgebied Planken Wambuis. Dit gebied is vrij toegankelijk op wegen en paden, met uitzondering van het rustgebied. Om de bezoekers te herinneren aan deze regels heeft de Vereniging Natuurmonumenten her en der bordjes geplaatst. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik doorgaans niet zo let op deze bordjes, maar nu viel mijn oog ineens op de mededeling links onderaan waar verwezen wordt naar een specifiek wetsartikel uit het Wetboek van Strafrecht. Deze mededeling luidt als volgt: Overigens verboden toegang artikel 461 W.V.S..

Lees verder >>

Verplicht leesplezier

Return of the verleden tijd van lijken

„We gaan de verplichte lesstof wijzigen en leesplezier en leesmotivatie toevoegen aan het curriculum. (…) Het zorgt ervoor dat leesplezier wordt verankerd in de eindtermen, dan is het niet meer vrijblijvend.”

(Arie Slob, in NRC gisterenavond)

Door Marc van Oostendorp

“Wouter!” bromde Sophie, de boomlange topambtenaar van OCW, verontrust.

“Minister Pieterse “, zei Wouter. “We zijn hier in functie.” Dat was ironisch, dat wist ze ook wel. Hij was altijd ironisch als ze hem niet bij zijn titel aansprak. Ze legde haar tablet voor hem op tafel. “Kijk!”

Lees verder >>

Multatuli als taalkundige

Door Marc van Oostendorp

‘Ik beweer, met terugzicht op deze en dergelyke beschouwingen, dat er geen dankbaarder vak van onderzoek is dan algemeene-taalkunde. (…) Wysgeerige taalkunde is de geologie van ’t levende woord. Het oudste monument van Kunst of Nyverheid is jong, en in z’n stomheid onbeteekenend, by vergelyking met de eerste klanken die de mensch opving van de Natuur, en gebrekkig nastamelde met ongeoefende keel. Er was al veel gebeurd, voor men zich waagde aan den eersten medeklinker. En de stam die ’t eerst de r duidelyk wist te onderscheiden van de l, heeft in zyn tyd aan ’t hoofd der beschaving gestaan!’

(Idee 1047d)

Er zijn waarschijnlijk weinig Nederlanders geweest voor wie de taal zo zwaar woog als voor Multatuli. Natuurlijk is taal voor iedere schrijver belangrijk – het is zijn instrument. Maar voor Multatuli was het vinden van het juiste woord, de juiste formulering zó belangrijk dat het hem soms belemmerde te schrijven. Hij wilde geen ‘frasen’ maken – de clichés waarop hij menig andere schrijver meende te betrappen – en daarvoor was het nodig om enerzijds zo precies mogelijk te zijn en anderzijds om zich zo natuurlijk mogelijk uit te drukken. En die twee dingen waren misschien wel hetzelfde. In de taal waren allerlei dingen aangekoekt, dood hout dat moest worden weggesnoeid, om te komen bij de ware taal, de levende.

Lees verder >>

‘De KleerenJood’, ‘De Augurkjeskraam’ (1857)

Jeugdverhalen over joden (111)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Adriaan van der Hoop Juniorszoon (1827-1863)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Portret van Adriaan van der Hoop Juniorszoon door J.H.M.H. Rennefeld, jaartal onbekend (bron: Rijksmuseum)

Over Adriaan van der Hoop Juniorszoon (jrzn.) werd gezegd dat hij al kon dichten toen hij nauwelijks kon schrijven. Zijn poëtische talent had hij van zijn vader, de Rotterdamse dichter met dezelfde naam: Adriaan van der Hoop jr. (1801-1841).

         Zoon Adriaan verloor op jonge leeftijd zijn moeder en toen hij pas veertien jaar was zijn vader. ‘Had zij hem ter zijde gestaan, welligt zou hij met meer wijsheid zijn levenspad hebben bewandeld’, aldus A.J. van der Aa. Nu verliep Adriaans levenspad onstuimig: door een te wild studentenleven sjeesde hij als rechtenstudent in Leiden, later probeerde hij tevergeefs zijn geluk in Zuid-Afrika. ‘Hij was’, aldus Van der Aa, ‘een van degenen aan wien de natuur voor het talent en ’t gevoel dat zij hun kwistig schenkt, geestkracht onthoudt.’

Lees verder >>

Geen balspel

door Nico van Lieshout

De methodemakers van schoolboekenuitgever Noordhoff menen dat er tekstdoelen bestaan. Ik moest daaraan wennen. Een tekst is toch geen balspel? In het stadion staan doelen, op het handbalveld en ook bij waterpolo tref je ze aan. Mijn taalintuïtie komt in opstand als onbezielde substantiva verantwoordelijk worden gemaakt voor een doel dat toch onmogelijk anders begrepen kan worden als een bedoeling, hetzij van de schrijver, hetzij van de lezer. Wie teksten verantwoordelijk maakt voor het doel dat ermee gediend wordt, rommelt de communicatieve functie ervan in de coulissen.

Meneer, mag hij ook in de les? Hij heeft een tussenuur. Het is september, ik weet nog nauwelijks namen, maar uit de vraag maak ik op dat de knaap die naast haar staat niet tot een van mijn lesgroepen behoort. Om niet meer moeilijkheden op mijn hals te halen, vraag ik niet hoe hij heet. Ik zie dat er nog een plaatsje vrij is en heet hem welkom.

Lees verder >>

Zonder morsige truien of studieschema’s

Door Jeroen Dera

De studie Nederlands loopt leeg, en dat hebben we te danken aan de taalbeheersers. Althans, als we Margriet Oostveen mogen geloven in haar column getiteld ‘Taalhaat’ (de Volkskrant, 5 oktober). Terwijl zijzelf eind jaren tachtig ‘in morsige truien’ het literaire postmodernisme bestudeerde, waren studenten taalbeheersing bezig het schoolvak Nederlands te verpesten, ‘met hun studieschema’s met kleurtjes’. Het gevolg, volgens Oostveen: begrijpend lezen kreeg zoveel nadruk in het schoolvak Nederlands, dat niemand nog de academische studie wil volgen.

Lees verder >>

reeks / serie

Verwarwoordenboek Vervolg (187)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

reeks / serie       

De woorden worden door elkaar gebruikt, maar verschillen soms heel subtiel in betekenis.

Lees verder >>

Eylaci, een vreemd woord

Door Marten van der Meulen

Ik ben nu een aantal weken bezig met mijn onderzoek naar taalnormen in de Leidse universitaire archieven. Ik heb een flink aantal brieven en andere documenten doorgelezen, tot dusverre voor de periode 1575-1730. In die documenten kom ik geregeld onbekende woorden tegen, niet zelden duidelijk van Franse komaf: woorden als suppliant, contremineren, elargeren, apparentelijk en debvoir (ik schreef het al eerder: in de blinde paniek over het Engels vergeten mensen vaak hoe ontzettend veel Frans er in het Nederlands was en is). Maar dat terzijde. Eén woord in het bijzonder viel me op, in onderstaande passage:

Lees verder >>

Kom niet aan Antoine Braet

Door Marc van Oostendorp

Dat Nederlandse jongeren niet graag lezen, dat ze het lastig vinden om ingewikkelde teksten te doorgronden: het is allemaal de schuld van die vermaledijde Braet die ‘als eerste’ begon over ‘alinea’s en alineaverbanden’ en de term ‘signaalwoorden’ bedacht’, en daarmee uiteindelijk de schoolboeken ‘volledig heeft overgenomen’.

Die uitspraak wordt Wim Daniëls in de mond gelegd in de Volkskrant van gisteren. Maar enig bewijs voor die boude stelling wordt niet gegeven. De aanval is ongefundeerd en onterecht. Als je nu iemand niet kunt verwijten dat het vak zo verschraald is, is het Braet.

Lees verder >>

Regionale voornamen in kaart

Voornamendrift 62

Door Gerrit Bloothooft en David Onland


Zijn er voornamen waaruit je kunt afleiden waar iemand in Nederland geboren is? Ja, er is een grote kans dat Bintje uit Friesland komt, Luppo uit Groningen, Lammigje uit Drenthe, Duvera uit West-Friesland, Kniertje uit Scheveningen, Jozias uit Zeeuws-Vlaanderen, Dimphina uit West-Brabant, Hubert uit Zuid-Limburg, en Lubbetje uit Urk. De meest regionale vrouwen- en mannennaam per gemeente staan (voor zover ze er zijn) op de bovenstaande indicatieve kaart. Het is profilering op lokale schaal.

Lees verder >>

Weggooiteksten, in de zuiverste zin van het woord

Iedere vreugdekreet over het Nederlandse toneel slaat al snel om in een jammerklacht. Dat geldt natuurlijk vooral in de huidige duistere periode waarin iedereen die ooit dacht zijn geld te kunnen verdienen door op een podium te gaan staan, zich inmiddels vertwijfeld afvraagt hoe lang het nog zal duren voor de schijnwerpers moeten worden verkocht. Maar het geldt al veel langer, zo blijkt uit het onlangs verschenen boek In reprise.

Lees verder >>

‘De Joden’ (1853)

Jeugdverhalen over joden (110)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Cornelia Carolina Margaretha Luyken (1805-1872)

Gesprek tusschen Vader, Jan en Koos.

Jan:
‘Wat ouds!’ Zoo roept het arme joodje
Door heel de stad,
‘Wie heeft er nog een voddenzoodje?
Wie ruilt er wat?’

Koos:
Ja, zoo, zoo roept hij alle dagen,
In vreemde spraak;
Maar dat de jongens hem zoo plagen,
Wat dwaas vermaak!
Ook heeft de meester ’t streng verboden,
Daar ’t niet behoort;
Toch zijn ze zonderling die joden,
Men kent ze voort.

Lees verder >>