Categorie: column

By elke aanraking met vreemden moet ik me geweld aandoen

De Multatulileescursus (66)

Door Marc van Oostendorp

– Het gekke is: we hebben nu de afgelopen weken twee perioden mee mogen lezen waarin Multatuli door Nederland toerde met ‘;voordrachten’, namelijk in 1878 en 1879. Aantekeningen die hij maakte voor die lezingen zijn de revue gepasseerd, recensies, reacties op recensies, brieven die hij zelf schreef over die ‘voordrachten’, maar ik kan niet zeggen dat ik nu echt een goed beeld heb hoe het was om zo’n voordracht bij te wonen.

Lees verder >>

Gefrituurde aardappelreepjes in 2020

Door Bas Jongenelen

Het is vrijdagmiddag, tijd voor de vrimibo. Maar waar moet je het over hebben met je collega’s? Welke non-discussie wil je aanzwengelen. Ik heb er misschien wel eentje. Het is een combinatie van twee eerdere discussies: zeg je nou ‘friet’ of zeg je ‘patat’? En zeg je ‘twintigtwintig’ of ‘tweeduizendtwintig’? Wat krijg je als je deze twee combineert? Ik vroeg het op Twitter en dit was de uitslag:

Wat ik niet heb kunnen achterhalen is waar de stemmers vandaan kwamen en waarom ze zeggen wat ze zeggen. Dat is aan u om op de vrimibo over te beginnen. De enige conclusie nu is dat mensen ‘patat’ + ‘twintigtwintig’ zeggen waarschijnlijk niet graag meedoen met dit soort polls. Kom maar op met de bitterballen!

Dit is het einde van de zin, toch?

Door Lucas Seuren

Het einde van de zin is in gesproken Nederlandse een ware schatkamer van bijzondere taalfenomenen. Het is de plek waar we inhoudelijk niks meer toevoegen aan de zin, maar waar we signalen geven over hoe de zin “pragmatisch” begrepen moet worden. In deze serie heb ik tot nu toe of niet, offuh, en besproken. Dit laatste deel in deze miniserie zal het langste deel zijn en dat is omdat ik het ga hebben over toch. Dit woord heeft extra ruimte nodig, omdat het een waanzinnig veelzijdig woordje is, veel meer nog dan . Bovendien is toch een bijzonder lastig woordje dat op meer plekken in de zin kan voorkomen, en niet aan het einde alleen.

Lees verder >>

De kortste klank van het Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Als een groot geleerde overlijdt, laat hij of zij altijd een onvoltooid werk achter. Dat kan niet anders, want nog nooit is er een onderwerp geweest dat in alle opzichten voldoende onderzocht is.

Het gat dat Johan Taeldeman twee jaar geleden naliet, heette de sjwa, de ‘toonloze e‘ aan het eind van bede, In de grote Fonologische Atlas van de Nederlandse Dialecten was het achteraf ten onrechte, vond Taeldeman, te weinig aan bod gekomen. Heel veel heel gedetailleerde kaarten zijn er in die imposante atlas opgenomen over zo ongeveer iedere klank die willekeurig welke Nederlandstalige ooit in zijn mond heeft genomen. Maar de sjwa ontbreekt.

Lees verder >>

Wie is Stijnen?

Door Henk Wolf

Maandag stond er in de Trouw een passage waar ik even niets van begreep. Het gaat om het volgende stukje tekst uit het artikel De partneralimentatie wordt verkort; vrouwen staan financieel op eigen benen van Barbara Vollebregt:

De man van Susan Stijnen (44) verdient meer en werkt fulltime. Om te kunnen zorgen voor hun twee kinderen gaat Stijnen in goed overleg parttime werken. In 2006 loopt hun huwelijk na zeven jaar op de klippen. Ze ontvangt vervolgens tien jaar lang partneralimentatie. “Dat geld had ik ook echt nodig”, zegt Stijnen. Toch vind ze het verkorten van de partneralimentatie geen slecht idee.

Lees verder >>

Robert, Robbert, Roobert

Door Marc van Oostendorp

Ik geloof niet dat ik ooit een Robert Ro-bert heb genoemd, met de o van poot (in het fonetisch alfabet: [o]. Alle Roberts heb ik altijd de klinker van pot gegeven ([ɔ]). Maar onlangs kwam ik erachter dat dit niet altijd op prijs wordt gesteld omdat er heren zijn die wel degelijk R[o]bert heten, en ten tweede dat ik mijn tijd misschien ooit vooruit was.

Lees verder >>

collectie / verzameling

Verwarwoordenboek Vervolg (148)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

collectie / verzameling

De woorden worden vaak door elkaar gebruikt. Toch is er soms een subtiel verschil.

Lees verder >>

To plough and cow stable: het Nederlands als etnische taal

Door Henk Wolf

‘Naar ploeg en koestal vluchtte uw taal’, schrijft Piet Paaltjens in zijn gedicht De Friesche poëet. De taal waar hij het over heeft, is het Fries. Oebele Vries heeft de zin gebruikt als titel van een boek, met als ondertitel ‘De verdringing van het Fries als schrijftaal door het Nederlands (tot 1580)’. Die titel zegt bijna alles: in de tijd van een mensenleven, grofweg tussen 1500 en 1580 maakte het Fries als algemene schriftelijke omgangstaal plaats voor het Hollands (en later het Standaardnederlands). Dat begon op kleine schaal in de ambtenarij. Stap voor stap werd het Fries vervolgens uit het schriftelijke domein weggedrukt.

Lees verder >>

Boeren in Nieuw-Nederland

Gezicht op Nieuw Amsterdam, 1664, Johannes Vingboons

Door Jan Stroop

Als je door Manhattan wandelt of een foto bekijkt van Times Square is ’t bijna onvoorstelbaar dat daar ooit geboerd werd en dat je er struikelde over loslopende en wroetende varkens.

En waar nu de Trumptower staat dat daar de mensen voor hun onderkomen de diepte in gingen: ze “graven… een viercante cuijl kelders gewijs in de aerde, … besetten de aerde van binnen met hout…, leggen over die kelder balcken en houtwerck daer op tot een solder, .. setten een cap van sparren daer op, en decken de sparren met bast en groene sooden..”

Lees verder >>

Smurfblauwe kauwgom in zijn haar

Als taalergernis vermomde taalliefde

Door Marc van Oostendorp

Er zijn weinig objecten van liefde die je met zoveel mensen moet delen als de taal. Wie een liefdesverklaring aan zijn moedertaal wil uiten, zal toch moeten verdisconteren dat er allerlei mensen voortdurend behoorlijk liefdeloos met die taal omgaan.

Neem het Nederlands. Ja, een prachtige taal, dat zal wel. Maar er is ook Nederlands zoals gesproken door heao’ers tijdens een bijeenkomst van Forum voor Democratie. Of van podcasters die dj’tje en sidekickje spelen. Of van managers. Of van tienermeisjes. Of vul maar een willekeurige andere groep in waar je toevallig een hekel aan hebt.

Lees verder >>

Zulke opleidingen zouden niet iedere dag moeten vechten voor hun bestaan

Door Marc van Oostendorp

Ik geloof niet dat het mij was opgevallen, en ik weet niet of er ook maar één lezer is die me nu gaat begrijpen, maar iemand wees me erop dat er iets vreemds is aan het volgende citaat dat Avans minister Van Engelshoven een tijdje geleden in de mond legde.

Unieke opleidingen, zoals Nederlandse taal- en letterkunde, moeten overeind blijven, vindt minister Van Engelshoven. “Zulke opleidingen zouden niet iedere dag moeten vechten voor hun bestaan.”

Lees verder >>

Kerkhofwandeling 2: een absurd vormgedicht

Door Henk Wolf

Gisteren schreef ik over twee bordjes die waarschuwen voor laaghangende dan wel laag hangende takken. Ze staan bij de ingang van een kerkhof in de buurt van ons huis. Ze zijn daar niet het enige dat me in talige zin opvalt.

Erg opvallend is ook de tekst op de bovenstaande foto. Die staat op een muurtje. Dat muurtje hoort bij een hokje waarin een computer staat. Op die computer kun je een naam intikken. Als er dan op het kerkhof iemand met die naam ligt, verstrekt het apparaat je de exacte locatie van diens graf.

Lees verder >>

‘Loterij’ (1845)

Jeugdverhalen over joden (71)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Jan Pieter Heije (1809-1876)

‘Duizend gulden voor een’ cent,
Honderd duizend voor een’ gulden:
Was je kaal, of had je schulden,
Morgen ben je een rijke vent!
Boeren, burgers! komt er bij:
Morgen trekt de Loterij!’

Joodje, was ik in je steê,
’k Zou die lootjes zelf maar houên;
Elleboog komt door je mouwen,
En je broek wil niet meer meê:
Waarom trek je zelf, als ’t kan,
Niet die honderd-duizend, man?

Och, ’t is wind, die Loterij!
Mannen, broeders! wilt je kiezen
Tusschen winnen en verliezen,
’k Weet een spel, daar win je bij…
Wie er daags tien centen spáár’,
Wint drie duizend alle jaar.

Lees verder >>

Laaghangende of laag hangende takken?

Door Henk Wolf


Ik maak graag een wandelingetje over het kerkhof bij ons in de buurt. Als ik daar aankom, ben ik altijd even gefascineerd door de twee bordjes aan weerskanten van het pad. Op het ene bordje staat ‘laag hangende takken’ en op het andere ‘laaghangende takken’ – het verschil is een spatie.

Ik vroeg me af wat ik zelf zou schrijven. Als ik de officiële regels volg, dan zou ik geen spatie schrijven als laaghangend één woord was, en wel als laag en hangend allebei aparte woorden waren.

Lees verder >>

Een zoentje voor Wouter, ik zal zeker aardigheid in hem hebben

De Multatulileescursus (65)

Door Marc van Oostendorp

– Ik moet toegeven dat ik er in het begin een beetje tegenop zag dat we in deze cursus ook al die delen ‘brieven en documenten’ gingen lezen, maar dat het me tot nu toe alles meevalt.

– Ja, neem nu die brieven uit 1878 die we nu hebben gelezen. Dat is toch weer een hele roman op zich! Ineens krijgen we een inkijkje in de verhouding tussen Mimi en Eduard Douwes Dekker. Want voor het eerst sinds hun huwelijk en eigenlijk sinds hun samenwonen is hij langdurig van huis – op lezingentournee – en schrijft hij warme brieven.

Lees verder >>

Kleurloze groene ideeën, wat u zegt

Door Marc van Oostendorp

Wat zijn mensen toch wonderlijke wezens. Wat kunnen we toch veel, en wat kunnen we toch weinig.

Neem een fameuze zin uit 1957 van de Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky, ‘Colorless green ideas sleep furiously’ (kleurloze groene ideeën slapen woedend). Chomsky gebruikte die zin om te laten zien dat de regels van de zinsbouw, de syntaxis, los staan van de betekenis. We kunnen zien dat deze zin grammaticaal is, ook al slaat hij nergens op. Wanneer we de zin omdraaien, ‘furiously sleep ideas green colorless’, is hij niet meer grammaticaal.

Lees verder >>

Twintigtwintig

Door Viorica Van der Roest

Nu het nieuwe jaar en het nieuwe decennium nog vers zijn, een belangrijke vraag, althans, als je om taal geeft: hoe noemen we dit jaar en hoe gaan we verwijzen naar de jaren die volgen? Sinds op 1 januari 2000 bleek dat de wereld niet vergaan was door het millenniumprobleem en we weer opgewekt verder konden leven, waren Nederlanders denk ik vrij unaniem in hoe ze het jaar noemden. Tweeduizend. Het is natuurlijk ook wel bijzonder om zo’n kroonjaar mee te maken; een voorrecht dat alleen de mensen van rond het jaar 1000 met ons delen, en het duurt nog 980 jaar voordat er weer nieuwe leden bij ons exclusieve clubje komen (ik ben een optimist dus ik ga ervan uit dat mensen tegen die tijd nog niet de wereld hebben opgeblazen). Daarna bleef het ‘tweeduizend’ met welk jaar er dan ook nog verder bij opgeteld moest worden.

Lees verder >>

Neerlandistiek 2019: een jaaroverzicht in 25 artikels

De keuze van de hoofdredacteur

Door Marc van Oostendorp

Ongeveer 1850 artikelen zullen er dit jaar verschenen zijn in Neerlandistiek: aankondigingen van evenementen en van nieuwe boeken, polemieken die soms op de rand waren, overlijdensberichten, verslagen van nieuw onderzoek en meer: samen een duidelijk teken dat ons vak leeft. Hieronder geef ik een eigen selectie van 25 artikels die samen volgens mij een aardig beeld geven van de discussies die er gevoerd zijn en van wat er allemaal gebeurt.

Lees verder >>

‘De loterij’ en ‘De kermis’ (1852)

Jeugdverhalen over joden (70)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Het Nieuw bevallig prentenboekje, tot vermaak en oefening voor de lieve kinderen, dat in 1852 verscheen bij W. Willems in Amsterdam, bevat twee gedichten waarin joodse straathandelaren voorkomen: ‘De loterij’ en ‘De kermis’.

          ‘De loterij’ beschrijft in zes verzen van zes regels wat er op de onderstaande afbeelding te zien is.

Lees verder >>

Szomjas vagyok

Nene leert Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Nene is nu acht maanden weg uit Hongarije en haar Hongaars is bijna weg, in ieder geval als ze met ons spreekt. Er zijn nog een paar restanten: als ze moet plassen zegt ze thuis soms nog pisilniki – eigenlijk een door ons verbasterde vorm van het Hongaarse woord pisilni – terwijl ze op school heeft geleerd dat het naar de wc gaan heet. En als ze dorst heet zegt ze vaak nog szomjas vagyok.

Lees verder >>

Een koningin moet rijk zijn

De Multatulileesclub (64)

Door Marc van Oostendorp

– Als er een prijs was voor de neerlandicus van het jaar 2019, zou die Elsbeth Etty waarschijnlijk niet ontgaan. Twee boeken heeft ze dit jaar gepubliceerd, over Willem Wilmink en over Maarten ’t Hart, daarnaast heeft ze het initiatief genomen voor de Multatuli-leerstoel aan de VU. En dan komt ze op de valreep ook nog met dit boekje, Bedelbrieven voor Multatuli.

Lees verder >>