Categorie: column

Verkansie

Door Henk Wolf

Vrijdag schreef columniste Nadia Ezzeroili in de Volkskrant een stukje over het woord verkansie, een variant van vakantie.

De columniste observeert een groeiende populariteit van de geschreven vorm verkansie op de sociale media. Dat kan heel goed een juiste observatie zijn, daar wil ik af blijven, maar de suggestie dat de variant verkansie nieuw zou zijn of een “lelijke verbastering” van vakantie is niet correct. Nadia Ezzeroili neemt aan dat het nu als Standaardnederlands geldende vakantie als model wordt gebruikt om een onvolmaakte kopie (‘een verbastering’) als verkansie te vormen. Die denkfout wordt heel veel gemaakt, maar beide vormen komen al eeuwenlang in het Nederlands voor, naast talloze andere varianten. Op schrift is vakantie de norm geworden, maar in de spreektaal bestaat die vormvariatie nog steeds.

Vakantie en verkansie zijn allebei ‘verbasteringen’

Vakantie en verkansie zijn allebei gevormd naar het voorbeeld van een woord uit een Romaanse taal. Dat is vermoedelijk niet, zoals de columniste schrijft, het Latijnse vacatio. Het is onwaarschijnlijk dat de mensen in Nederland en Vlaanderen het [n]’etje in het woord zelf hebben verzonnen. Volgens de meeste etymologische woordenboeken is het Latijnse vacantia of het Franse vacances de waarschijnlijke inspiratiebron geweest (of allebei). Vernederlandste vormen kwamen in de vijftiende eeuw al in het Nederlands voor, toen nog alleen in de betekenis ‘periode waarin geen recht werd gesproken’.

Lees verder >>

Sam Smith en hun voornaamwoorden

Door Ronny Boogaart

Sam Smith. Bron: Wikimedia

Volgens het Algemeen Dagblad van 13 september jl. wil de Britse zanger Sam Smith voortaan niet meer met hij worden aangesproken, maar met hen of hun, aangezien hij zich niet exclusief mannelijk of vrouwelijk voelt. Ik vraag me af hoeveel lezers van het AD dit bericht begrijpen. Ikzelf in elk geval niet meteen. Wat moet ik nou zeggen als ik Sam tegenkom of een stukje over hem/hen/hun schrijf?

Als je Sam Smith tegenkomt

Om te beginnen suggereert het bericht dat Sam Smith nu wel steeds met hij wordt aangesproken, maar dat lijkt mij sterk. Als mensen dat bij mij zouden doen, zou mij dat ook irriteren, maar dat heeft niet zoveel met non-binariteit te maken. Bovendien is het erg verwarrend:

  • Zeg Sam, komt hij dit jaar nog in de Ziggo Dome optreden?  

Als deze vraag aan Sam Smith wordt gesteld, kan hij niet naar de zanger zelf verwijzen. Dat probleem bestaat ook als je hen of hun gebruikt, zoals Sam Smith volgens het AD ‘aangesproken wil worden’:

Lees verder >>

De moordzuchtige klerenjood (1844)

Jeugdverhalen over joden (59)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Gijsbertus van Sandwijk (1794-1871)

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaaltje over de moordzuchtige ‘klerenjood’ is in 1844 gepubliceerd in het Prenten-magazijn voor de jeugd. Dat tijdschrift verscheen tussen 1841 en 1852 en stond onder leiding van Gijsbertus van Sandwijk, een hoofdonderwijzer uit Purmerend. Van Sandwijk schreef alle kopij zelf.

         De joodse ‘oude-kleeren-koop’ figureert in een vertelling in de rubriek ‘Spreekwoorden’ bij het inmiddels vergeten spreekwoord het moest uitkomen, al zouden de kraaien het uitbrengen (betekenis: ‘kwaad komt altijd uit’, of: ‘al is de leugen nog zo snel…’).

         In 1852 bracht Van Sandwijk een selectie van de belangrijkste toelichtingen bij spreekwoorden bijeen in Spreekwoorden aanschouwelijk voorgesteld en verklaard, een Lees- en Prentenboek. Het verhaal over de moordzuchtige joodse klerenopkoper is ook in deze bundel opgenomen. De tekst bleef ongewijzigd.

Lees verder >>

Gerda van Wageningen in de canon

Door Marc van Oostendorp

De canon van de Nederlandse literatuur als netwerk. Illustratie uit het besproken artikel.

De interessantste opmerking staat aan het eind, in het nieuwe artikel The Canon of Dutch Literature According to Google dat de letterkundigen Lucas van der Deijl en Roel Smeets samen met de computertaalkundige Antal van den Bosch schreven.

Het artikel gaat uit van een interessante gedachte: wat als we de canon nu eens door Wikipedia en Google lieten bepalen? Zouden we dan niet een veel democratischer beeld krijgen van de literatuur? En hoe zou dat beeld er dan uit zien? De auteurs namen alle 2287 schrijversnamen van de Wikipedia-pagina Nederlandse schrijvers en ze voerden deze aan het algoritme van Google. Dat geeft voor schrijvers een lijstje met ‘gerelateerde zoekresultaten’.

Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer in kamer 17

Door Susanne Onel

Onderaan op bladzijde 16 van Ilja Pfeijffers roman Grand Hotel Europa wijst de majordomus Montebello aan het ik-personage Ilja Pfeijffer zijn kamer: nummer 17!

Waarom dit nummer? Een luguber grapje van de auteur? Het getal 17 is namelijk in Italië een ongeluksgetal, zoals 13 dat in Nederland is. Is het personage Ilja zo ongelukkig dat de schrijver hem in kamer nr 17 plaatst? Ik kan me namelijk niet voorstellen dat auteur Pfeijffer dit kamernummer toevallig heeft gekozen.

Waarom is 17 voor Italianen een ongeluksgetal? In romeinse cijfers wordt zeventien geschreven als XVII. Dit kan gelezen worden als een anagram van VIXI (= ik heb geleefd; ik ben derhalve dood), dat zeer vaak op graftombes e.d. werd geschreven. Het getal 17 werd dus met de dood geassocieerd. 

Daarom waren – en zijn? – er in Italiaanse hotels geen kamers met nummer 17. Niettemin zet schrijver Pfeijffer zijn hoofdpersoon onverdroten in kamer 17.

Als dat maar goed gaat…

Door m’n al te vurig dichterlyk genie heb ik me daar laten verlokken tot ’n overdryving die zeer te betreuren is

De Multatulileescursus (53)

Door Marc van Oostendorp

– Jij zei indertijd dat de derde bundel Ideeën je favoriete boek van Multatuli was. Ik geloof dat voor mij de zesde bundel die status heeft.

– Vanwege Woutertje.

– Vanwege Wouter Pieterse inderdaad. Deze bundel bevat het grootste brok van die roman, en anders dan in eerdere delen zijn er niet van die hele lange onderbrekingen waarin Multatuli ineens zijn mening over van alles en nog wat wil geven.

– Klopt nu dat al deze belevenissen nauwelijks een rol hebben gespeeld in de Nederlandse letterkundige beschouwing? Meestal gaat het als het over Wouter gaat toch over de gedichtjes die meester Pennewip moet even of juffrouw Laps die een zoogdier is, kortom, over veel vroegere fragmenten

– Ik weet niet, heb je dat onderzocht?

Lees verder >>

In geval van twijfel: vraag een frisist!

Door Henk Wolf

Een bekende vertelde me deze week dat ze had meegedaan aan een psycholinguïstisch onderzoek. De onderzoeker had elektroden op haar hoofd geplakt en daarna moest ze Friese woorden naar het Nederlands vertalen en andersom. Ze wist niet precies wat het doel van het onderzoek was, maar het viel haar wel op dat de onderzoeker niet Friestalig was en misschien niet in de gaten had dat sommige Friese testwoorden in haar dialect niet werden gebruikt of heel erg schrijftalig waren, waardoor ze minder vlot tweetalig zou kunnen lijken dan ze in werkelijkheid was.

Ik ken het onderzoek niet en het is best mogelijk dat de onderzoeker die woorden met opzet had gekozen. In z’n algemeenheid echter is er wel een risico dat onderzoekers die onderzoek doen met behulp van een taal die ze zelf niet beheersen, te makkelijk vertrouwen op het woordenboek. Dat geldt met name voor een taal als het Fries, die veel minder gestandaardiseerd is dan grote staatstalen zoals het Nederlands.

Er zijn wel vaker onderzoekers in die valkuil gestapt. Recent viel het me nog op toen ik een artikel van de Groningse onderzoekers Wencke Veenstra, Mark Huisman en Nick Miller uit 2014 las. Zij hebben onderzoek gedaan naar woordvindingsproblemen bij Friese Alzheimerpatiënten. Ze lieten 26 van zulke patiënten plaatjes beschrijven – in het Fries en in het Nederlands. Volgens de onderzoekers waren de woordvindingsproblemen in het Fries groter dan in het Nederlands. Dat verschil probeerden ze vervolgens te verklaren door aan te nemen dat de patiënten in hun latere leven meer Nederlands hadden gesproken dan Fries waardoor ze sneller op de Nederlandse woorden konden komen.

Lees verder >>

Nieuw gedicht van Vondel

Het eerste stuk van het nieuwe gedicht van Vondel. Via www.nrc.nl

Door Bas Jongenelen

Zo vaak gebeurt het niet dat er een nieuw gedicht ontdekt wordt van een reeds lang overleden dichter. Dus als er een onbekend gedicht gevonden wordt van Joost van den Vondel, dan is dat een beetje wereldnieuws. Dat de Tokyose Koerier en het Rio de Janeirose Stadsblad er niet over schrijven is logisch, maar wij mogen het hier niet laten schieten. De ontdekking werd wereldkundig gemaakt in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (TNTL) door Ad Leerintveld en Vincent Klooster. Het is helaas wel een droevig gedicht, over de dood van de achtjarige Geertruidt Hinloopen Vermaes. Ik had liever dat er een vrolijk gedicht van Vondel gevonden was, over een vat vers gebrouwen bier of zo. Maar ja, dat heb je niet voor het zeggen.

Lees verder >>

De samenleving maakt de schrijver, de schrijver maakt de samenleving

Door Marc van Oostendorp

Waaruit bestaat de literatuurgeschiedenis? Uit meesterwerken? Uit elkaar almaar bestrijdende generaties met steeds weer nieuwe ideeën over wat een goed boek is? Uit genieën die af en toe opstaan en iedereen anders laten kijken? Uit een economie van uitgeverijen, geleerde genootschappen en krantenredacties?

Rick Honings en Lotte Jensen zien het anders. De bouwstenen van hun geschiedenis van de Nederlandse literatuur in de 18e en 19e eeuw, Romantici en revolutionairen, zijn schrijverstypen: de dominee-dichter, natuurlijk, maar ook de criticus, de (vroege) romanschrijver, de Spectator, enzovoort.

Zo’n schrijverstype valt niet precies samen met een stroming, maar is breder. Sommige stromingen zijn bij Honings en Jensen ook terug te vinden als type – de romanticus, bijvoorbeeld, of de Tachtiger –, maar zelfs dat is al een andere interpretatie. Een stroming heeft een programma, een ideaalbeeld van hoe de literatuur eruit zou moeten zien; een schrijverstype is duidelijker een sociologisch fenomeen, je wordt een bepaald soort schrijver omdat er behoefte aan is in de samenleving, omdat jij die behoefte voelt. En omdat jij en je collega’s bepaalde teksten schrijven, duw je de samenleving een bepaalde kant op, al is het maar een klein beetje.

Lees verder >>

bericht over/van

Verwarwoordenboek Vervolg (138)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

bericht over/van       

De betekenis verschilt heel subtiel.

Lees verder >>

Yes! Bijna zes en van Hongaars naar Nederlands

Door Marc van Oostendorp

‘Tuin’. Illustratie: V.N. van Oostendorp

Nene is vijf jaar. of zoals ze zelf inmiddels al maandenlang beweert ‘bijna zes’. Een half jaar geleden is ze bij ons komen wonen en sindsdien groeit haar taal van het Hongaars naar het Nederlands.

Nu is zes bij mijn weten de leeftijd dat kinderen, en vooral meisjes, zich gaandeweg meer op hun leeftijdsgenooties gaan richten en minder op hun ouders, in ieder geval waar het de taal betreft. (Ik weet dit waar het de taal betreft, en neem aan dat dit ook geldt voor de andere aspecten van het leven.) Dat betekent dat je als je een meisje van die leeftijd adopteert, weet dat ze zich zo snel mogelijk in een aantal opzichten niets meer van je aan wil trekken.

En dus dat het Nederlands dat ze spreekt al heel binnenkort niet meer het mijne zal zijn. Het heeft momenteel nog wel wat van mij: nadat ze een paar argumenten heeft gegeven – bijvoorbeeld waarom we vandaag alweer naar het zwembad moeten –, zegt ze “Dus”, en ik vrees dat dit ook een idiosyncratie van mijn taal is.

Lees verder >>

Jan Campert als man

Door Marc van Oostendorp

Jan Campert

Jan Campert (1902) is de dichter van één gedicht, De achttien dooden (‘Een cel is maar één meter lang / en nauw twee meter breed’). Maaike Meijer analyseert het in het nieuwe nummer van Nederlandse letterkunde. Dat nummer is helemaal gewijd aan mannelijkheid‘ en Meijers artikel gaat specifiek over de rol van mannelijkheid in drie ‘telsten’: behalve dat gedicht van Campert ook De donkere kamer van Damokles en de film Casablanca.

Het interessante van Meijers aanpak is dat ze haar smaak altijd laat meewegen. Ja, Nederlandse letterkunde is een wetenschappelijk tijdschrift; maar voor Meijer is dat geen belemmering om te vermelden dat de laatste strofe van De achttien dooden haar ontroert:

Lees verder >>

Hengelooo

Door Henk Wolf

Tijdens een college vergeleken studenten laatst hun uitspraak van een aantal klinkers. Een studente was aan haar uitspraak makkelijk te herkennen als Tukker en toen ze vertelde uit welke plaats ze kwam, riepen als op afspraak een paar anderen: “Hengelooo!”. Hoewel ze zelf geen Oost-Nederlanders waren, deden ze dat met de opvallende monoftongische uitspraak van de -oo-. De Twentse studente verzuchtte daarop: “Dat doen mensen nou altijd.”

Het is een bekend verschijnsel, met veel gezichten. Wie een Vlaamse tongval hoort, roept met een geknepen stemmetje ‘Allez!’. Wie iemand als Fries identificeert, roept: ‘Moai, no?’ met een overdreven stijgend toonverloop. De Surinamer moet een ‘Jawel, hoor!’ met overdreven bilabiale -w- en gerekte klinkers verdragen en wie Duits blijkt te zijn, ontkomt soms niet aan een bijtend uitgesproken ‘Jawohl!’.

Lees verder >>

De officieuze spellingshervorming

Door Lauren Fonteyn

Een van de simpelste dingen die je kan doen om een taalkundige een diepe zucht vol Weltschmerz te doen slaken, is iets zeggen over spelling of punctuatie en doen alsof dat over taalkunde gaat. Ik kan dat bevestigen. Als ik pakweg op date zou zijn, ofzo – en ik ben er helemaal klaar voor, onderbroek met klein strikje aan enzovoorts – en het zou over Engelse taalkunde gaan (want #mijnpassie), en mijn gezel zou zeggen “de Engelse taal is al 400 jaar niet veranderd” – ja dan zou er gewoon iets bréken in mij. Sterker nog: als iemand vijf keer “de Engelse taal is al 400 jaar niet veranderd” in de spiegel zegt, dan verschijnt mijn patroonheilige Professor Helen de Hoop om te zuchten: “Spelling. Spelling. Spel-ling. Dat heeft helemaal niets met taal te maken.” En toch zit ik hier weer, voor de tweede keer, met een verhaal over spelling en punctuatie.

Ik zou niet willen beweren dat de regels van de Nederlandse schrijftaal totaal nergens op slaan, maar er zijn wel een paar voorbeelden waarvan ik me afvraag of ze wel zo handig zijn. U herinnert zich misschien nog het bescheiden relletje dat uitbrak na de spellingshervorming in 2005, toen bleek dat appel en appel plots hetzelfde geschreven moesten worden. Als u ook even terug moest gaan om de eerste keer appel en de tweede keer appel te lezen (en dus niet twee keer appel) dan is het ook meteen duidelijk hoe handig dat is.

Lees verder >>

Ironie is niet het omgekeerde zeggen van wat je denkt

Ilja Leonard Pfeijffer als ironicus

Door Marc van Oostendorp

Het is een geleerd essay, dat Ilja Leonard Pfeijffer schreef over de ironie. Hij lardeert zijn betoog, Ondraaglijke lichtheid, – dat ongeveer tot strekking heeft dat de ironie een mooi stijlmiddel is maar dat het tot nihilisme voert wanneer je je hele leven ironisch gaat leven – met verwijzingen naar tal van geleerden uit binnen- en buitenland, uit vroeger tijd en uit het heden.

Pfeijffer presenteert die opvatting als een inzicht dat hij tot zijn eigen verrassing verworven zou hebben tijdens het schrijven van zijn essay. Oorspronkelijk was zijn bedoeling om voor de ironie te pleiten, maar uiteindelijk herzag hij zijn mening.

Dat kun je alleen maar interpreteren als een teken dat de schrijver zijn eigen oeuvre niet goed kent. Daar zitten weliswaar een paar door en door ironische boeken in – de gedachten gaan onwillekeurig uit naar Het ware leven. Een roman – maar toch ook vrijwel vanaf het begin oproepen om serieus te zijn. Bovendien is inmiddels misschien wel zijn bekendste gedicht Idylle 7. Dat gedicht richt zich weliswaar niet zozeer tegen de ironie, maar wel tegen moedwillige duisterheid – het probleem is in essentie hetzelfde: dichters verschuilen zich achter de ontworteling zoals essayisten achter de ironie. Het gedicht eindigt dan ook met de regels:

Lees verder >>

¿Los Países Bajos o Holanda, señoras y señores editores del Volkskrant?

Door Henk Wolf

“Vergeet Holland, in het buitenland is het voortaan The Netherlands” – dat staat boven een artikel uit de Volkskrant van afgelopen donderdag. Het is een uiterst merkwaardig stuk tekst.

Het intro van het artikel luidt als volgt:

“Wie zich overzees introduceert met het zinnetje ‘I come from Holland’ roept bij gesprekspartners het clichébeeld op van tulpen, molens, kaas en wiet. Het is niet langer meer het imago dat de ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken in het buitenland willen uitdragen. Als het aan ambtenaren ligt, hebben bezoekers het straks alleen nog maar over ‘The Netherlands’.”

Het buitenland is groot en er worden een paar duizend talen gesproken, waarvan het Engels er eentje is. Wat de Nederlandse Rijksoverheid in het Frans gaat doen: Hollande of les Pays Bas gebruiken, dat staat niet in het artikel. Kiest ze voor Holland of voor Niederlande, voor Голландия of Нидерланды? ¿Los Países Bajos o Holanda, señoras y señores editores del Volkskrant? En natuurlijk is er voor de communicatie met Vlaanderen en Suriname nog de keuze Holland of Nederland, want ondanks de naam is Nederlands natuurlijk niet het exclusieve bezit van de inwoners van Nederland.

Lees verder >>

‘De diamanten ring’ (1842)

Jeugdverhalen over joden (58)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Mary Howitt (1799-1888)
Vertaald uit het Engels, waarschijnlijk door J.H. Laarman

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaal ‘De diamanten ring’ is in 1842 gepubliceerd in Philarete, tijdschrift voor de jeugd. Dit weekblad werd uitgegeven door J.H. Laarman in Amsterdam. Het gaat om een vertaling van ‘The Little Jew Merchant’ van Mary Howitt, in 1830 gepubliceerd in The New Year’s Gift and Juvenile Souvenir.Mary Howitt was in haar tijd een geliefde Britse auteur en dichteres. Zij publiceerde tientallen boeken en gedichten. Haar gedicht ‘The Spider and the Fly’ (1828) wordt nog altijd gelezen. ‘The Little Jew Merchant’ behoort tot haar vroegste verhalen.

In Philarete (wat ‘liefde door deugd’ betekent) wordt Howitt niet als auteur genoemd. De vertaling is ondertekend met ‘L’; hoogstwaarschijnlijk de initiaal van Laarman. In 1843 publiceerde hij ‘De diamanten ring’ nogmaals in de bundel Viooltjes, verhalen en mengelingen voor de jeugd.

Lees verder >>

Lezen is denken

Door Marc van Oostendorp

Wat zou het handig voor ons vak zijn als je van lezen een beter mens werd! Stel je voor: je overhandigt je buurjongetje dat op school niet wil deugen een exemplaar van De nachtstemmer, en zie: ineens kan hij wél meekomen. Of plaagt hij in ieder geval zijn zusje niet meer. Neerlandici als wonderdokters – de salarissen zouden razendsnel stijgen en als gevolg daarvan daarna al even vliegensvlug de studentenaantallen.

De gedachte dat lezen op de een of andere manier ‘nuttig’ is, is niet helemaal vreemd aan onze cultuur. In 2012 schreef een Belgische politierechter aan een verkeersovertreder voor dat hij Tonio moest lezen, A.F.Th. van der Heijdens boek over het dodelijke ongeluk van zijn zoon.

Lees verder >>

Hierdoor werden demonstranten verhinderd een demonstratie in Dokkum bij te wonen

Door Henk Wolf

Het Openbaar Ministerie heeft kortgeleden een filmpje gepubliceerd waarin het naar aanleiding van de zaak rond de ‘Blokkeerfriezen’ uitlegt dat mensen anderen het demonstreren niet mogen beletten. In dat filmpje kwam de volgende zin voor, in zowel gesproken als geschreven vorm:

  • Hierdoor werden demonstranten verhinderd een demonstratie in Dokkum bij te wonen.

Over die zin is van alles te zeggen: is iemand die een demonstratie niet kan bijwonen een demonstrant? – om maar wat te noemen. Het opvallendste eraan vind ik echter de lijdende vorm.

Lees verder >>

Onderzoeksaanvragen: de (bevoorrechte) aanhouder wint

Door Lucas Seuren

Enkele weken terug ontving ik een teleurstellend, maar niet geheel onverwacht, mailtje. Mijn subsidieaanvraag bij de National Institute of Health Research was afgewezen. Meer dan honderd uur werk van mij en mijn begeleiders en een nul-resultaat. Het was even slikken en ik heb die nacht bijzonder slecht geslapen. Niet alleen omdat al dat werk ogenschijnlijk voor niets was, maar ook vanwege de onzekerheid over mijn toekomst: zou ik over een jaar nog werk hebben? Het is een bijzonder ontmoedigende situatie en het mag dan ook geen verrassing heten dat menig jong wetenschapper na die eerste mislukte poging opgeeft.

Lees verder >>

Ik ben in myn kring de hoofdpersoon, en niet myn vrouw en kinderen noch Mimi!

De Multatulileescursus (52)

Door Marc van Oostendorp

Mina Krüseman als Louise (bron: Wikipedia)

– De brieven uit 1874 vormen een roman. Een roman met een duidelijk thema: Multatuli tussen vijf vrouwen.

– Vijf?

– Er is natuurlijk zijn vriendin Mimi, waarvan hier een paar heel mooie brieven en dagboekaantekeningen zijn opgenomen. Er is een meisje dat een tijdje bij Mimi en Multatuli is komen wonen samen met haar op sterven liggende broer en met wie Multatuli een troebele affaire begint. Er is de actrice Mina Krüseman die een stormachtige vriendschap begint met de schrijver en met Mimi. En dan helemaal aan het eind overlijdt, volkomen onverwacht, Tine.

– Ja, Multatuli lijkt daar geen moment echt om te treuren. Hij wil zijn zeventienjarige dochter Nonni – die hij al vier jaar niet heeft gezien – uit Italië ophalen en merkt tot zijn schrik dat zij daar helemaal niet van gediend is.

– Nonni is de vijfde vrouw.

– Een heerlijk deel vond ik dit, een soort scheikundig experiment. Hoe reageert de persoon Multatuli op zo verschillende persoonlijkheden.

Lees verder >>

Inleiding bij De Rembrandt-tutorials

Door Roland de Bonth

Met tal van activiteiten vierden we in het Rembrandtjaar 2006 dat Rembrandt van Rijn 400 jaar geleden op 15 juli 1606 werd geboren. Dit jaar gedenken we dat op 4 oktober 1669, precies 350 jaar geleden dus, hij zijn laatste adem uitblies. Net als 13 jaar geleden komen ook nu liefhebbers van deze internationaal vermaarde schilder ruimschoots aan hun trekken. Het Rijksmuseum pakte uit met de grote overzichtstentoonstelling ‘Alle Rembrandts’, waarin voor het eerst in de geschiedenis alle schilderijen, etsen en tekeningen van Rembrandt uit de eigen collectie te zien waren. Ook Rembrandts geboortestad Leiden laat zich niet onbetuigd. In november zal in het pas volledige gerestaureerde museum De Lakenhal een expositie worden geopend met als titel ‘Jonge Rembrandt’. En dan zijn er nog acht andere tentoonstellingen in Amsterdam, Den Haag en Leeuwarden te bezichtigen (geweest) die een directe relatie hebben met Rembrandt.

Lees verder >>

De vloeibare neerlandistiek komt eraan!

Door Marc van Oostendorp

De ambities spatten van het artikel dat Bram Ieven en Esther Op de Beek deze week publiceerden in het Journal of Dutch Literature. Waar anderen klagen over de crisis waar de neerlandistiek in verzeild is geraakt, stellen zij een ambitieus programma voor het vak voor. (Of althans, voor de moderne letterkunde, want in het taalgebruik van modern letterkundigen is dat het hele vak.)

Het vak moet gaan over de tijd waarin we leven, moet ons helpen die tijd beter te begrijpen: het verkruimelen van de politiek, ecologische rampspoed, wereldwijde migratiestromen, enzovoort. (Ieven en Op de Beek noemen dat de ‘laatmoderne tijd’.) De literatuur biedt daarbij nog altijd een uniek inkijkje in hoe mensen zulke gebeurtenissen beleven, en kritische analyse van en reflectie op die literatuur kan dat weer naar een algemener niveau trekken van de analyse van onze tijd.

Lees verder >>

Vaders fiets: geen Engels maar uitbreiding

Door Marten van der Meulen

Gisteren verscheen op Neerlandistiek een interessant stukje van Fabian Stolk, waarin hij reflecteert op de constructie ‘de dichters plicht’. Hij vermoedt dat:

sinds de officieuze afschaffing (c.q. het in onbruik raken) van de naamvallen (…) in het Nederlands taalgebruik, een Engelstalige genitiefconstructie is/wordt geïmporteerd als (principieel overbodige) Ersatz.

Nu kun je natuurlijk discussiëren over dat merkwaardige ‘principieel overbodige’: waarom zou het overbodig zijn om iets op meer dan één manier te kunnen zeggen? Is het ook overbodig dat we zowel ‘dat hij gekomen is’ als ‘dat hij is gekomen’ kunnen zeggen? Deze uitspraak lijkt een voorbeeld van de onderdrukking van optionele variatie, wat aan de grondslag ligt van prescriptivisme (waar ik eerder over schreef). Mij lijkt het nou juist de charme van taal dat je hetzelfde op meerdere manieren kunt zeggen. Maar daar gaat het me niet per se om. Waar het me wel om gaat, is de hypothese dat deze constructie uit het Engels komt.

Lees verder >>

Mau! Het leven van Maartje Draak

Door Marc van Oostendorp

Sinds de verschijning van Het Bureau is er waarschijnlijk nooit iemand dood gegaan die model stond voor één van de personages in dat boek zonder dat in de in memoriams naar dat personage werd verwezen. Kennelijk was Voskuil zo scherp dat hij mensen zo wist te beschrijven dat anderen hen herkenden.

Ook in Willem Gerritsens boek over de neerlandica én keltologe Maartje Draak, Verhalen van de drakendochter, wordt daarom aandacht besteed aan Kaatje Kater. “Voskuil is er”, schrijft Gerritsen, “verbazend goed in geslaagd de indruk die haar persoonlijkheid – haar karakteristieke wijze van optreden en spreken – op veel mensen in haar omgeving heeft gemaakt, nauwkeurig in woorden vast te leggen.” Zelfs het feit dat ze gesprekken kon openen met het woord mau! blijkt waarheidsgetrouw. Ik heb altijd gedacht dat die kreet verband hield met de naam Kater en dat Draak iets soortgelijks zou hebben geroepen maar dan in drakentaal; nu blijkt dat Voskuil Draak naar haar karakteristieke uitroep heeft vernoemd.

Lees verder >>