Categorie: column

‘Een Russische geschiedenis’ (1869)

Jeugdverhalen over joden (115)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Vertaald uit het Duits

De ‘Israëlietische marskramer’ Iwan Zweigbaum bekijkt de parelketting die een arme boerenvrouw wil ruilen voor een kledingstuk. Illustratie uit: Keizer Joseph II, en andere belangrijke verhalen aan de geschiedenis ontleend (1873). Op het omslag van dit jeugdboek staat een uitsnede van deze illustratie.

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Een Russische geschiedenis’ verscheen in 1869 in de Kinder-Courant. Weekblad voor de Nederlandsche Jeugd. In 1873 werd het, in een andere vertaling, onder de titel ‘Een Israëlietisch Marskramer’ door Pieter Beets Pz. (1827-1900) gepubliceerd in Keizer Joseph II, en andere belangrijke verhalen aan de geschiedenis ontleend: voor de Nederlandsche jeugd bewerkt.

         Het gaat hier om een verhaal dat tussen 1863 en 1898 minstens veertien keer in buitenlandse boeken en tijdschriften is afgedrukt: het vaakst in het Duits, maar ook in het Frans, Italiaans en Tsjechisch.

         In de samenvatting is geciteerd uit de oudste Nederlandse vertaling.

Lees verder >>

Een slag om de arm houden over Arizona

Door Henk Wolf

Ik heb me in de afgelopen jaren meermaals verwonderd over zinnetjes zoals deze:

  • Wenen berispt over kinderbijslag buitenlanders
  • OM vervolgt Akwasi niet over ‘opruiende’ uitspraak over Zwarte Piet op de Dam
  • Reijnders werd ontslagen over twee fundamentele verschillen van inzicht met de regering
  • Rusland zette Oekraïne onder druk over EU-verdrag

De manier waarop het voorzetsel over in die zinnen is gebruikt, deed en doet mij vreemd aan. In 2014 heb ik er al eens een stukje over geschreven. Ik vermoedde toen dat over bezig was de betekenis ‘wegens’, ‘vanwege’, ‘op grond van’ te ontwikkelen.

Lees verder >>

Regionale voornamen: Overijssel en Urk

Regionale voornamen in Overijssel met Urk die tegenwoordig meer dan 30 naamdragers hebben – of meer dan 200 (vet) – , per gemeente (indeling 2007) waar ze in de 19e eeuw het meest in de omgeving voorkwamen.

Voornamendrift 66

Door Gerrit Bloothooft en David Onland

Waar veel mensen komen en gaan vinden we weinig streekeigen voornamen. In Overijssel zijn er in Twente opvallend weinig wat te maken kan hebben met de opkomst van de Twentse textielindustrie in de 19e eeuw. Wat elders in Overijssel aan regionale namen resteert sluit aan bij omliggende streken want namen en gewoonten houden zich niet aan provinciegrenzen. We behandelen Urk (dat nu tot Flevoland behoort) bij Overijssel vanwege de oude oriëntatie op de IJsseldelta en de Zuiderzeekust toen het nog een eiland was. Overijssel heeft nog 11 streekeigen mannennamen (met 5.700 naamdragers) en 22 vrouwennamen (met 17.400 naamdragers). De vrouwennamen hebben een aantal specifieke kenmerken, zoals de uitgang op -igje(n), de vorm Jen voor Jan, en er is een nieuwe naam die voornamelijk rond Almelo voorkomt: Marèl.

Lees verder >>

Taalnerds

Door Marc van Oostendorp

Ik weet niet wie Walt en Claire zijn, maar ik heb deze week drie uur lang gefascineerd naar ze geluisterd. Walt is een journalist, Claire heeft taalwetenschap gestudeerd (ze zegt niet waar), en ze lijken me allebei twintigers, want ze gebruiken zinnen als ‘ik ga daar heel slecht op’ als ze het hebben over woorden waar ze zich aan ergeren en Claire heeft een heel naturelle vocal fry.

Ze hebben echt een nieuwe vorm gevonden om je wat wijzer te maken over taalwetenschap: de podcast Taalnerds.

Lees verder >>

Dat bevestigen bronnen aan de NOS

Door Henk Wolf

“Ik vind dit zo raar geformuleerd. Alsof er sprake is van onjuist voorzetselgebruik: we spijkeren/nieten/tapen iets vast aan de NOS.”

Dat schreef kortgeleden iemand op de Facebookgroep Leraar Nederlands over het hierboven omcirkelde zinnetje uit een nieuwsartikel van de NOS.

De talige intuïties van de reagerende collega’s liepen uiteen: er waren er die de formulering prima vonden, er waren er die de zin ook raar vonden klinken.

Lees verder >>

sfeer / stemming

Verwarwoordenboek Vervolg (191)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

sfeer / stemming      

De woorden verschillen in betekenis, maar er is ook een kleine overlap.

Lees verder >>

De mottenballen van de Maatschappij, deel 2: Johannes Dyserinck, de man van de afgezaagde Nachtwacht

Door Jos Damen

Elke club heeft vergeten hoekjes. Ik loop graag rond in die vergeten hoekjes. Met plezier lees ik boeken van romanciers uit vervlogen tijden, die nu door niemand meer gelezen worden. Ik verslind door iedereen veronachtzaamde dichtbundels uit 1924 en inmiddels bestofte bestsellers van honderd jaar geleden. Een archief met spinrag is een goudmijn. Uiteraard is De Parelduiker mijn favoriete tijdschrift.

Lees verder >>

Mensen vertrouwen op ons dat het schoon is

Door Henk Wolf

Dit weekend stond in de Trouw de volgende zin:

Mensen vertrouwen op ons dat het schoon is

De zin was gebruikt als kop boven een artikel en hij vormde een bewerking van een net iets andere zin, ze vertrouwen op ons dat schoon is. Die was uitgesproken door een schoonmaker van De PersGroep, waar de Trouw bij hoort. De schoonmaker vertelde in het artikel dat zijn werk gewaardeerd werd en dat andere mensen zeker tijdens de huidige coronapandemie blij waren met een schone werkplek.

Ik keek meteen wat vreemd tegen de zin aan: voor mijn taalgevoel is ie niet mogelijk. Dat is er evenwel niet het interessantste aan. Vooral als ondersteuning van de langlopende discussie over hoeveel voorzetselsvoorwerpen er in een zin kunnen staan, is dit een boeiende zin. De schoonmaker gebruikt namelijk een dubbel voorzetselvoorwerp in z’n zin, iets wat ongebruikelijk en volgens een deel van de taalkundigen zelfs onmogelijk is.

Lees verder >>

Berg de routekaart op in het corona-dashboard

Door Lotte Jensen

Het afgelopen ‘persmoment’ kabbelde rustig voort, totdat in een bijzin de mokerslag kwam. Tussen neus en lippen door liet Hugo de Jonge zich ontvallen dat de huidige maatregelen nog veel langer dan de aangekondigde vier werken nodig zullen zijn. Misschien tot in december. Misschien nog veel langer. Weg was alle hoop op spoedig herstel, die ik zelf ook heimelijk koesterde.

Lees verder >>

Max Havelaar: keurig ingekleurd, alles binnen de lijntjes

Door Marc van Oostendorp

Max Havelaar: het was al onder meer een roman, een film, een banaan en een musical, en sinds deze week is het ook een graphic novel. In 82 pagina’s maakte Eric Heuvel samen met Jos van de Waterschoot een samenvatting van het boek in stripvorm.

Nooit heb ik geweten dat Multatuli zo saai kon zijn. Zowel het script als de tekeningen stralen vooral plichtmatigheid uit. De tekst gaat gebukt onder veel te grote eerbied voor het boek; de tekeningen lijken vooral te willen vertellen: kijk eens, hoe lang geleden dit allemaal was.

Lees verder >>

‘Al te kort’ (1869)

Jeugdverhalen over joden (114)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Pieter Jacob Andriessen (1815-1877)
Oorspronkelijk Nederlands

Portret van P.J. Andriessen door Johannes Walter (1839-1895). Bron: Rijksmuseum.

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Al te kort’ is een verhaal in de bundel Nieskruid van P.J. Andriessen. Andriessen was hoofdonderwijzer in Amsterdam en schreef veel oorspronkelijke historische verhalen, vooral voor jongeren van twaalf tot zestien jaar. Daarnaast vertaalde hij Duitse, Franse en Engelse jeugdboeken.

         ‘Van zelf spreekt’, aldus het Algemeen Handelsblad in 1877 in zijn necrologie, ‘dat hetgeen hij geleverd heeft niet altijd even voortreffelijk was, maar in den regel kon men de werkjes van dezen schrijver onbeziens aan de kinderen geven en altijd kon men er zeker van zijn, dat hetgeen hij geschreven had door hen met graagte werd gelezen. (…) Zijn verlies zal door duizenden zeer worden betreurd.’

Lees verder >>

Regionale voornamen: Drenthe

Regionale voornamen in Drenthe die tegenwoordig meer dan 30 naamdragers hebben – of meer dan 100 (vet) – , per gemeente (indeling 2007) waar ze in de 19e eeuw het meest in de omgeving voorkwamen.

Voornamendrift 65

Door Gerrit Bloothooft en David Onland

Drenthe is een Nedersaksisch gebied dat vanouds bestond uit verspreide bewoningskernen op zand te midden van uitgestrekte woeste gronden met bossen en moerassen. De grootschalige ontginningen, met name van het hoogveen vanaf de 17de eeuw en later van het laagveen, leidden tot omvangrijke bevolkingsimport vanuit de omliggende gebieden. Een kleine bevolking met relatief veel import is niet gunstig voor de aanwezigheid van regionale voornamen die van generatie op generatie worden doorgegeven. De vanouds al beperkte verscheidenheid in het Drentse voornamenbestand wordt door die import overschaduwd en bij onze analyse nemen we dan ook vrijwel uitsluitend (19de en 20ste eeuwse) streekeigen uitgangen van algemeen verspreide christelijke en Germaanse namen waar. We vinden er opmerkelijke mannennamen zoals Grietinus, Marchienus en Jantienus, afgeleid van de vrouwennamen Grietien, Marchien en Jantien door het Latijnse mannelijke achtervoegsel -us. Dat zie je zelden, meestal wordt de vrouwennaam door verkleining uit een mannennaam gevormd. Bovendien zijn vrouwennamen die op -tien, -tiene of -tiena eindigen typisch Drents.

Lees verder >>

De fos en sijn streke

Door Marc van Oostendorp

Als medewerker van het Meertens Instituut mag je tussendoor soms leuke dingen doen: je bemoeien met de reeks vertalingen van De gruffalo die Lemniscaat deze maand uitbracht, bijvoorbeeld. In het bijzonder mocht ik meelezen met de Amsterdamse versie, gemaakt door Huub van der Lubbe.

Althans: mijn opdracht was te kijken of het allemaal wel ‘correct Amsterdams’ was. Daarmee was ik op zich snel klaar. Van der Lubbe is geboren in Amsterdam en dus is zijn Amsterdams correct. (Op het omslag staat trouwens ‘het Amsterdams van Huub van der Lubbe’, dus wat zou een mens dáár nog meer van moeten zeggen.)

Lees verder >>

Framing met lef

Door Marc van Oostendorp

Tegenwoordig schijnt vaker voor te komen dat ouders van studenten naar de universiteit bellen, maar in 1987 was het nog iets dat de ronde deed onder de Leidse neerlandici. Ton Anbeek, de hoogleraar Nederlandse Letterkunde had net een roman gepubliceerd met de dubbelzinnige titel Gemeenschap, en die dubbelzinnigheid werd in het boek waargemaakt. Was het wel veilig om je dochter bij zo iemand te laten studeren?

Lees verder >>

nonsens / onzin

Verwarwoordenboek Vervolg (190)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

nonsens / onzin        

De woorden betekenen hetzelfde, maar er lijkt een subtiel nuanceverschil aanwijsbaar.

Lees verder >>

Als ik nu met jou spreek, wanneer moet ik dan met een ander spreken?

Pronomina in de hedendaagse Nederlandse lyriek (1: Nachoem Wijnberg, Joodse gedichten)

Door Marc van Oostendorp

Van de drie klassieke hoofdgenres – lyriek, epiek, dramatiek – spelen persoonlijk voornaamwoorden de intrigerendste rol in het eerste genre. In toneel is vrijwel altijd volkomen duidelijk wie er met ik of jij bedoeld wordt: degene die nu aan het woord is, degene tot wie de spreker zich richt. In verhalen kan het soms wat ingewikkelder worden – romans met vertellers in de ik-vorm, boeken waarin ineens de lezer wordt aangesproken – maar ook hier geldt doorgaans dat de personages weliswaar verzonnen zijn, maar zich toch meestal houden aan de conventies van wie er de eerste, de tweede of de derde persoon is.

Lees verder >>

Zijn neus, gelijk de regenboog, Is bont en krom en zelden droog

Door Marc van Oostendorp

Ah, de negentiende eeuw: tijd waarin we bij wijze van kinderfeestje nog onbekommerd konden lachen om joodjes met kromme neuzen. Want dat was toen onze cultuur – een cultuur van duizenden jaren. Toen men nog niet zo politiek correct was om zich wat aan te trekken van de medelanders die huiliehuilie deden omdat ze geen gevoel voor humor hadden!

Lees verder >>

Wie is toch die berisper van een Nederlandse spelling?

Door Hans Beelen en Nicoline van der Sijs

In 1550 verscheen het eerste gedrukte spellinggidsje van het Nederlands, onder de titel Nederlandsche Spellijnghe. De auteur was de Gentse drukker Joos Lambrecht (1491-1556 of 1557). Lambrecht hield zich intensief bezig met de Nederlandse taal. Hij was niet alleen drukker, maar ook ‘lettersteker’, lettergieter en onderwijzer. In 1539 gaf hij het eerste Vlaamse boek uit dat gedrukt was in een romeinse letter. Dit initiatief kreeg kennelijk geen bijval, want hierna gebruikte hij alleen nog de gotische of ‘bastaertsche’ letter. Al voor het spellingsgidsje had hij, in 1546, een ander baanbrekend werk gepubliceerd, namelijk het Naembouck van allen natuerlicken ende ongheschuumde vlaemsche woirden (Namenboek van alle inheemse en niet-geleende Vlaamse woorden), een Nederlands-Frans woordenboek en het eerste in de Lage Landen gepubliceerde vertaalwoordenboek van een moderne taal dat uitging van het Nederlands.

Lees verder >>

Sensationele nieuwe bron van het Skepi Dutch

Over Bart Jacobs en Mikael Parkvall, Skepi Dutch Creole: The Youd Papers

Door Cefas van Rossem

In het Caribisch gebied zijn, zover we weten, drie talen gesproken die gerelateerd zijn aan het Nederlands. Op de US Virgin Islands, ooit de Deense Antillen, was dat het Virgin Islands Dutch Creole, ook Negerhollands. In en over deze taal is al vanaf de achttiende eeuw veel geschreven. In het huidige Guyana bestonden het Berbice Dutch, waarover ik in 2017 op Neerlandistiek geschreven heb, en het Skepi Dutch.

Lees verder >>

Sam’s tooverlantaarn (1868)

‘Joodsche vrouwen in Bethlehem.’ Illustratie uit Sam’s tooverlantaarn, deel 2 (1868).

Jeugdverhalen over joden (113)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

In oude jeugdboeken of -tijdschriften staan geregeld Bijbelse geschiedenissen of aardrijkskundige berichten over joden. Zo vermeldt het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd in 1851 over de Franse stad Avignon:‘De stad telt 30.000 inwoners, waaronder eenige joden. De laatsten bewoonden voor de omwenteling eene bijzondere wijk, die hare poorten had welke des avonds om acht uur gesloten werden. De joodsche meisjes en vrouwen worden wegens hare schoonheid geprezen.’

Lees verder >>