Categorie: column

‘Het boek verkoopt 80.000 exemplaren’

Door Ariane van Santen

Het boek Judas van Astrid Holleeder blijkt al na een dag een bestseller, het verkoopt goed/lekker/als een trein/als warme broodjes. Dat succes inspireert kennelijk tot innovatie. De Volkskrant online (05/11/2016) schreef erover:

Het boek waarin Astrid Holleeder vertelt over de terreur van haar oudste broer Willem, verkocht zaterdag alle 80 duizend exemplaren.

De (e)-ANS noemt bij enkele transitieve werkwoorden die intransitief gebruikt kunnen worden (‘mediumconstructies’) de volgende kenmerken: Lees verder >>

Krachtig als de popel

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (96)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Als aan het eind van de negentiende eeuw het sonnet zijn renaissance kent in de Nederlandse letteren, dan werd het credo van die renaissance uitgesproken door Jacques Perk:

Klinkt helder op, gebeeldhouwde sonnetten,
Gij, kindren van de rustige gedachte!
De ware vrijheid luistert naar de wetten:
Hij stelt de wet, die úwe wetten achtte:

Naar eigen hand de vrije taal te zetten,
Is eedle kunst, geen grens, die haar ontkrachtte;
Beperking moet vernuft en vinding wetten;
Tot heerschen is, wie zich beheerscht, bij machte: –

De geest, in enge grenzen ingetogen,
Schijnt krachtig als de popel op te schieten,
En de aard’ te boren en den blauwen hoogen:

Een zee van liefde in droppen uit te gieten,
Zacht, éen voor éen – ziedaar mijn heerlijk pogen….
Sonnetten, klinkt! U dichten was genieten. –

Waar dichters als J.J. ten Kate en Nicolaas in hun jeugd het sonnet bespotten omdat het teveel beperkingen oplegde voor hun dichterlijk gemoed (om daarna brave huisvaders te worden), daar prees Perk de vorm juist om zijn beperkingen (om daarna dood te gaan). Lees verder >>

Jij moet gaan vloggen

Het socialemediabeleid wordt vermoord in een nieuwe aflevering van De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1 (17)“Gerard,” zei de boomlange manager Sophie op haar vriendelijkst tegen haar collega. “Het kan zo niet doorgaan.”

Gerard was lange tijd de ietwat saaie vakdidacticus van de afdeling geweest tot hij enkele jaren geleden in een ietwat saaie manager was veranderd. Omdat hij te verlegen was om zelfs maar slechtnieuwsgesprekken te voeren, had het management team besloten hem uiteindelijk tot coordinator social media te benoemen.

Plichtsgetrouw plaatste Gerard sinds die tijd één keer per dag een lollig bedoelde maar wetenschappelijk en didactisch verantwoorde quiz op Facebook (‘Welk bijvoeglijk naamwoord ben jij?’) en ongeveer vijf keer per dag (in het weekeinde: drie keer) een tweet waarbij hij aansluiting zocht op een trending topic om de aandacht te vestigen op de opleiding (‘Zodadelijk #utrnec. Dat zijn wel heel veel zachte g’s bij elkaar! #opleidingNederlands’).  Lees verder >>

Themanummer ‘De Negentiende Eeuw’ Hendrik Tollens

Negentiende eeuw 2016-3Het nieuwe nummer van De Negentiende Eeuw is verschenen, het themanummer ‘Na 160 jaar. Nieuwe perspectieven op Hendrik Tollens’. Toen Hendrik Tollens in 1856 stierf, verkeerde het land in diepe rouw. ‘Nee, Tollens, is niet dood! Hoe zou hij immers kunnen sterven / Die leeft zoo lang de taal van Neêrland wordt gehoord?’ schreef een bewonderaar in een lokale krant. Eerbetoon op eerbetoon volgde, met als hoogtepunt de onthulling in 1860 van een standbeeld te Rotterdam door koning Willem III. Op 21 oktober 2016 is het de 160ste sterfdag van Hendrik Tollens, maar de tijden zijn veranderd. Historici en letterkundigen zijn het er unaniem over eens dat er geen populairder dichter was dan Tollens, maar tegelijkertijd kampt hij met een imago van ingeslapenheid, burgerlijkheid en saaiheid. Reden genoeg om een nieuw licht op Tollens te werpen door nieuwe benaderingen en begrippen in de cultuur- en literatuurstudies, zoals memory studies, translation studies en self-fashioning, toe te passen op zijn oeuvre. Lees verder >>

De allochtoon en de macht van taal

Door Marc van Oostendorp

Image-1Als de nu opgeflakkerde discussie over allochtoon en autochtoon ons iets leert, dan is het wat de macht is van taal.

Vrijwel iedereen die er iets over zei, en in ieder geval iedereen die er met enig verstand van zaken over sprak – Sterre Leufkens bijvoorbeeld, of MaartenJan Hoekstra –al snel begon over de eeuwige cyclus van het eufemisme. Een term (gastarbeider) raakt beladen en wordt vervangen door iets neutralers (nieuwkomer). Dat gaat een tijdje goed, tot die term zelf ook weer beladen raakt.

In die context kun je allochtoon misschien ook zien, alhoewel de schrijvers daar weinig bewijs voor aandragen. Is er inderdaad veel sprake van dat mensen elkaar op straat uitschelden voor allochtoon? Maar hoe dan ook gaat het voorbij aan een veel interessantere vraag. Lees verder >>

gleuf / sleuf

Verwarwoordenboek Vervolg (3)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

gleuf / sleuf 

De betekenissen overlappen, maar er is ook een klein verschil. Lees verder >>

Kinderen die leren dat je het op twee manieren kunt zeggen

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1 (16)Soms moet je als kind leren dat het allebei kan, in je moedertaal. Je kunt zus zeggen of je kunt zo zeggen: het is allebei mogelijk. Dat geldt bijvoorbeeld voor de volgende twee zinnen:

  • Je weet dat ik deze koekjes wil eten. [volgorde 1]
  • Je weet dat ik deze koekjes eten wil. [volgorde 2]

De werkwoorden aan het eind kunnen in allebei de volgordes staan; soms doen mensen het een, soms doen mensen het andere, maar ongrammaticaal is het allebei niet. Tegelijkertijd kun je ook weer niet zomaar alles. Je kunt bijvoorbeeld niet zomaar een bijwoord midden in zo’n woordgroep strooien (in het standaard-Nederlands en veel dialecten; de eerste zin kan in sommige dialecten wel, de tweede geloof ik nooit): Lees verder >>

Internationaal fascistische dauwdruppels

Door Marc van Oostendorp

IMG_1764Bij de verhuizing van het Meertens Instituut, onlangs, ontdekte ik ineens dat ik een dichtbundel in het bezit heb van de man die wel wordt beschouwd als de ‘eerste nationaal-socialist van Nederland’: Bertus Smit.

De bundel werd overigens gepubliceerd in 1930 toen Smit nog geen nationaal-socialist was, maar wel een overtuigd fascist (de subtiele onderscheidingen in de extreem-rechtse beweging speelde een belangrijke rol in zijn leven). Roseroj heet de bundel, wat staat voor dauwdruppels (of eigenlijk: stukjes dauw) in het Esperanto, want in die taal is de bundel geschreven. Behalve dat hij de eerste nazi was, combineerde hij deze gedachtewereld dus ook nog met een groot enthousiasme voor de internationale (door een Oost-Europese Jood bedachte) taal.

Het is, in ieder geval voor mij als niet-kenner, moeilijk om iets fascistisch te ontdekken in Smits gedichten. Ze gaan soms over Nia Afero (Onze Zaak), maar dat lijkt toch eerder die van het Esperanto te zijn. Verder zijn het veel beschrijvingen van een vagabond die door Europa zwerft, en daar bekoord raakt door de charmes van de architectuur en/of het vrouwelijk schoon. Het meest sociaal-betrokken gedicht dat ik kan vinden is dit: Lees verder >>

Een onbekende middelnederlandse rijmspreuk

Door Renaat Gaspar

In het relaas van Arent Willemsz, pag. 17-18 over zijn reis naar Jeruzalem (zie de dbnl) staat een onder pelgrims gevleugelde uitdrukking die niet bij Harrebomée noch bij Cauberghe teruggevonden kan worden.

Die peregrijnen seggen:

‘Tot Termijnen drincken sij guede wijnen.

Te Monte Flescoen verdrincken sij cousen ende schoen.’

Twee Italiaanse steden worden hier genoemd: 1. Termeno in Noord-Italië op ca. 130 km NW van Venetië; dit is (was?) de volledig Duitstalige plaats Tramin an der Weinstraße in Zuid-Tirol. De druif van de Gewürztraminer komt daarvandaan. 2. Monte Fiascone, ca. 80 km NW van Rome, beroemd vanwege zijn muskaatwijn Est Est Est. Pelgrims op weg naar Palestina dan wel naar Rome maakten duidelijk onderscheid tussen deze twee etappeplaatsen. Waarom? De verklaring moet je zoeken in de dubieuze reputatie van Monte Fiascone. Daar immers zou een reiziger zich dood hebben gedronken aan de wijn Est Est Est. Cornelis de Bruyn (1698) – zie http://www.dbnl.org/tekst/bruy004reiz03_01/ → doorzoek de hele tekst → zoekterm: Est Est Est – maakt hier kort melding van: Lees verder >>

Is er teveel wetenschap?

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1 (18)Dat er een crisis is in de wetenschap, of in ieder geval in sommige wetenschapsgebieden en misschien wel in allemaal, daarover kun je steeds meer lezen. Allerlei onderzoek blijkt moeilijk repliceerbaar, allerlei bevindingen die vast leken te staan, blijken toch iets minder vast te staan. Allerlei fundamenteel onderzoek komt allang niet meer verder.

De problemen zijn misschien verschillend voor het ene wetenschapsgebied dan voor het andere. Het replicatieprobleem geldt meer voor gebieden als medicijnen en de psychologie – gebieden die als het ware bestaan uit enorme verzamelingen feitjes en weetjes zonder veel overkoepelende theorievorming. Dat het fundamentele onderzoek niet meer verder komt hoor je weleens uit de hoek van de natuurkunde, waar een grote groep onderzoekers zich al decennia heeft vastgebeten in de zogenoemde snaartheorie, waar maar weinig schot in lijkt te komen.

Hoe komt dat? De taalkundige Norbert Hornstein komt op zijn blog Faculty of Language met een originele verklaring. Of in ieder geval één waar ik nog niet over had nagedacht: de wetenschap is te groot geworden.

Lees verder >>

U iets te veel, mij nutt’loos

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (95)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Ik heb niet kunnen achterhalen wanneer het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk rijm precies belangrijk werd voor Nederlandse dichters, of wanneer die conventie om het te noemen naar geslachten zo benoemd werd. Over metriek is veel meer bekend, maar de geschiedenis van de Nederlandse rijmtheorie moet nog geschreven worden.

In Shakespeares sonnet 20 is het verschil belangrijk. Lees verder >>

Nederlands als wetenschapstaal in de zestiende eeuw

Door Cora van de Poppe

simonstevinRecentelijk was in het nieuws veel aandacht voor de opmars van Engels in het wetenschappelijk onderwijs. Het merendeel van alle studies aan Nederlandse universiteiten wordt inmiddels al in het Engels gedoceerd. Deze trend wordt niet door iedereen met blijdschap ontvangen; de Taalunieraad pleit bijvoorbeeld juist voor een sterke positie van het Nederlands in het onderwijs, vanuit de gedachte dat iedereen toegang moet houden tot wetenschappelijke kennis en inzichten. Dit soort debatten over de rol van de moedertaal in het onderwijs zijn niet nieuw; al in de zestiende eeuw werd gediscussieerd over de rol van het Nederlands in het onderwijs en was men bevreesd voor de smet die buitenlandse talen op de moedertaal zouden aanbrengen.

De zestiende eeuw was op talig gebied een dynamische periode: het Latijnse taalmonopolie was reeds aangetast, de volkstaal breidde zich uit naar nieuwe domeinen, zoals de administratie en de kerk, en binnen deze volkstaal maakten Middelnederlandse taaleigenschappen plaats voor nieuwe manieren om woorden en zinnen vorm te geven. In deze dynamische taalsituatie sprak onder meer de renaissance-wetenschapper Simon Stevin (1548-1620) zich uit voor het gebruik van de volkstaal in wetenschappelijk onderwijs en wetenschappelijke publicaties. Lees verder >>

Van Heinric tot Veldeke. Een geschiedenis van de literatuur in Limburg

Door Marc van Oostendorp

Geschiedenis-van-de-literatuur-in-Limburg_web-1024x874Op pagina 242 raakte ik overtuigd. Eerder twijfelde ik nog of het wel zin had, een Geschiedenis van de literatuur in Limburg. Waarom zou je op 768 pagina’s van alles en nog wat bij elkaar zetten over schrijvers en dichters van wisselend allooi die niet veel meer met elkaar gemeen hebben dan hun geboortegrond. Is een geschiedenis van de Nederlandse literatuur al niet beperkend genoeg?

Maar op pagina 242 staat er dan ineens iets waarvan mij zonder dat ik goed kan verklaren waarom de tranen in de ogen schoten:

Klei Zjengske had ’n roet gebroke, / väör aon de straot.
Had heer ’t sjerref ouch verstoke, / ’r wis geine raod!

Dit is natuurlijk alleen maar een vertaling, van Hiëronymus van Alphens onsterfelijke gedicht Het gebroken glas (‘Cornelis had een glas gebroken / Voor aan de straat // Schoon hij de stukken had verstoken / Hij wist geen raad’). Maar deze vertaling (van Laurent Polis, 1845-1915) maakt het allemaal net wat sterker: het Klei Zjengske dat niet alleen vanaf woord één duidelijk maakt dat het om een kind gaat, maar dat kind door het bijvoeglijk naamwoord klei(n) en de verkleinvorm -ske meteen helemaal alleen in de boze wereld plaatst waarin hij iets fout heeft gedaan en nu de grote mensen onder ogen moet komen. Lees verder >>

Kritische punten bij het vwo-examen Nederlands 2016

Door Christine Brackmann

Het opstellen van een goed examen is een razend moeilijke klus. Dit jaar stuitte met name het vwo-examen op veel bezwaren. Maar liefst 98 procent van de examinatoren vond het examen te lang. Gemiddeld waardeerden de docenten het vwo-examen slechts met een  4,9. Een examen dat zoveel kritiek oproept, zou aanknopingspunten moeten bieden voor verbeteringen.

Onderstaande analyse snijdt enkele punten uit het vwo-examen aan en koppelt deze aan discussievragen over het examen leesvaardigheid. Aan de orde komen: de problematiek van meerpuntsvragen geïllustreerd aan de hand van vraag 20, de lengte van het examen en de gemiste vragen.

<Vanwege de uitvoerigheid van de analyse staat deze in een apart pdf-document>

‘Nederland is een taalgemeenschap’

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1Soms komt zelfs uit het Meertens Instituut ineens een heleboel onzin kruien. De afgelopen maanden is bijvoorbeeld bij ons de journalist Warna Oosterbaan op bezoek geweest. In NRC Handelsblad schreef hij vervolgens vorige maand een artikel waarin hij zoveel mogelijk onzin op elkaar stapelde. Ik had het artikel gemist, maar heb er deze week met een paar collega’s uitgebreid over gepraat.

In het artikel bepleit Oosterbaan dat Nederland ‘identiteitspolitiek’ moet voeren. Je verwacht van zo’n pleidooi voor nieuw beleid dat er dan argumenten gegeven waarom zo’n politiek gevoerd zou moeten worden en hoe dit er idealiter uit zou moeten zien, maar dat is geen van beide het geval. In plaats daarvan wijst Oosterbaan twee onderwerpen aan die volgens hem het speerpunt zouden moeten zijn van een dergelijke politiek. De eerste is het landschap – over wat hij daarover zegt moet men zich maar buigen bij RuimtelijkeOrdening.nl. Het tweede is de taal. Lees verder >>

geluid – klank | Verwarwoordenboek Vervolg (2)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

geluid / klank

Er is betekenisverschil. Lees verder >>

Het verschil tussen de regel en de uitzonderingen

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1 (15)Wat is het toch fijn als de ene held de andere in het zonnetje zet. Dat gebeurt voor mij in het nieuwste nummer van het Journal of Sociolinguistics: Paul Kiparsky bejubelt William Labov <hier €>.

Op mijn lijstje van favoriete taalkundigen staan deze twee heren heel hoog. Allebei hebben ze van alles en nog wat gedaan: Kiparsky schreef onder andere over de metriek van Finse poëzie, het werk van de vader van de taalwetenschap Panini, de manier waarop klemtoon, zinsbouw en betekenis werken in Europese talen, en veel veel meer. Labov is de grand old man van de sociolinguïstiek (het deelgebied dat onderzoekt hoe taal functioneert in de maatschappij), trad als getuige-deskundige op bij rechtszaken in Amerika waarbij dialect een rol speelde, beijverde zich voor erkenning van de manier van praten van African Americans, en nog veel meer.

Ik weet niet wie ik een grotere geleerde vind. Kiparsky is wat meer een alfa en Labov vertegenwoordigt wat meer de gamma-kant van het spectrum dat de taalwetenschap beslaat, maar allebei overstijgen ze die onderverdeling met gemak (en nemen ze onderweg ook nog wat wiskunde mee, als het moet). Wat fijn dat ze dan ook elkaars kwaliteiten ook nog erkennen. Lees verder >>

Nehalennia – taalkundige oplossing voor een Zeeuws raadsel

Door Peter Alexander Kerkhof

Nehalennia
Nehalennia. Bron: Wikipedia

Tweeduizend jaar geleden, toen Zeeland nog niet uit verschillende eilanden bestond maar uit één groot veenmoeras dat door hoge duinen tegen de zee werd beschermd, vereerden de inheemse bewoners van dit gebied een godin met de naam Nehalennia. Deze godin is misschien wel de meest bekende godheid van ons voorchristelijke verleden. Waar namen als Wodan en Donar de meeste mensen niet veel zeggen, heeft vrijwel iedereen van Nehalennia gehoord. Ze is ons bekend door tientallen altaarstenen en votiefbeeldjes die in de afgelopen eeuwen uit de Oosterschelde zijn gevist. De godin wordt op deze stenen monumenten afgebeeld als een plechtstatige op een troon gezeten dame met een fruitmand in haar arm en een huilende hond aan haar zij. De altaarstenen dateren uit de Romeinse tijd en de votiefinschriften op deze stenen zijn dan ook in het Latijn geschreven. Haar naam daarentegen is overduidelijk niet Latijn en moet dus inheems zijn geweest. Uit de inscripties kunnen we opmaken dat Nehalennia door koopmannen en zouthandelaren werd aangeroepen om zeelui en vracht tijdens gevaarlijke reizen te beschermen. Verder is het enige dat we over deze geheimzinnige vrouw weten haar raadselachtige naam die lange tijd elke taalkundige verklaring trotseerde. Lees verder >>

Toe-eigening: de casus Carl Friedman

Door Marc van Oostendorp

Nu Abdelkader Benali er gisteren een artikel over schreef op Tzum is de discussie over culturele toe-eigening pas goed losgebarsten. Mag je als, bijvoorbeeld, witte man wel schrijven over, bijvoorbeeld een Marokkaanse hoofdpersoon? Blijf je daarmee de discussie dan niet domineren? En als dat mag, waarom hebben, bijvoorbeeld Marokkaanse schrijvers dan niet dezelfde vrijheid om te schrijven over witte Nederlanders?

Mijn gedachten gaan bij deze hele discussie uit naar Carl Friedman, een auteur die aan het eind van de vorige eeuw opgeld maakte met geruchtmakende novellen als Tralievader en Twee koffers vol. Het zijn fraaie, geserreerd vertelde verhalen die zich afspeelden in een (orthodox) joods milieu en op een subtiele manier lieten zien hoe mensen met oorlogstrauma’s omgaan. Aan het begin van deze eeuw ontwikkelde Friedman zich tot een stem in het publieke debat over, onder meer, Israël.

Tot er in 2005 ineens naar buiten kwam dat Carolina Klop, degene die Friedmans boeken geschreven had, zelf uit een katholieke familie kwam. Sindsdien is zij verdwenen van het literaire toneel. Lees verder >>

Waarom Luther zijn naam veranderde

Door Michiel de Vaan

De bekende Duitse naamkundige Jürgen Udolph heeft een nieuw boekje het licht doen zien.[1] In het kader van de 500-jarige viering van de Reformatie in 2017 wordt het nu uitgebracht: Martinus Luder – Eleutherius – Martin Luther. Warum änderte Martin Luther seinen Namen? Het leest vlot weg en bevat toch veel nieuwe informatie. Luther werd in 1483 geboren als Martin Luder en ondertekende brieven en registers tot 1517 ook consequent als Martinus Luder. Vanaf de herfst van 1517 begon hij zich Martinus Luther te noemen, en daarnaast gebruikt hij van 1517 tot 1519 ook nog de naam Eleutherius.

Lees verder >>

Doodgewone liefde van een witte man voor een zwarte vrouw

Door Marc van Oostendorp

Processed with Snapseed.
Een toegeëigende sombrero.

De discussie die er de laatste weken wordt gevoerd over het begrip ‘culturele toeëigening’ komt mij bijzonder goed gelegen. Ik ben namelijk al een tijdje aan het nadenken over de vraag wat het precies betekent dat een verhaal altijd een verteller heeft. Dat lijkt op het eerste gezicht nogal een abstracte, ja, wereldvreemde vraag, maar deze discussie laat zien dat hij belangrijk is voor de samenleving.

Ze woelde al een tijdje, die kwestie van de toeëigening, maar het brandje werd hier in Nederland eigenaardig genoeg aangestoken door een Engels-Amerikaanse schrijfster met een lezing in Australië: Lionel Shriver vertelde op het Brisbane Festival dat ze genoeg had van wat zij beschouwde als al het politiek-correcte gedoe rond die toeëigening. Op sommige Amerikaanse campussen schijnen niet-Mexicanen geen sombrero’s te mogen dragen, vertelde ze, vanonder de eerste provocerende sombrero uit de geschiedenis der wereldliteratuur. En zo zouden blanke schrijvers inmiddels ook bekritiseerd worden omdat ze niet-blanke personen opvoerden in hun boeken.

Het is het soort reactie dat je vaak leest in dit soort discussies: de meest idiote uitwassen van de excentriekste representanten van een groep tegenstanders worden genomen om ook de redelijke opponent uit te schakelen. Lees verder >>

Moeder, licht, licht, bloem

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (94)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

De Nederlandse twintigste-eeuwse essayist Karel van het Reve heeft er in navolging van de Franse zeventiende-eeuwse essayist Blaise Pascal eens op gewezen dat de regel dat je geen woorden moet herhalen, onzinnig is. “Als in een betoog woorden herhaald worden,” schreef Van het Reve, “en je bij het corrigeren merkt dat je het betoog zou verpesten door ze te vervangen, moet je ze laten staan. (…) Er is geen algemene regel.”

En zo is het natuurlijk! Mijd iedereen die pretendeert dat hij je met enige handgrepen goed kan laten schrijven. Er zijn geen handgrepen, er zijn geen stijllessen. De beste schrijvers overtreden alle stijlregels en komen er dan tóch mee weg.

En dat geldt zeker in dit geval. Je zou de regel net zo goed kunnen omdraaien. Er is iets bijzonder bevredigend aan het herhalen van woorden, zoals in het beroemde sonnet Aan Mathilde van Jacques Perk: Lees verder >>

Gods roede versus Ursula

055Attilla

Door Ton Harmsen

Voor zijn negende tragedie, Maeghden, haalt Vondel zijn stof uit de martelaarsverhalen. Hij kiest het levensverhaal van de heilige Ursula. Haar naamdag is 21 oktober, maar zelfs of zij bestaan heeft is de vraag. De veertienjarige Schotse koningsdochter maakt, om onder een huwelijk met een heidense prins uit te komen, met goedvinden van haar vader en in gezelschap van elfduizend maagden een bedevaart naar Rome. Op de terugweg stuit zij in Keulen op Attila, de gesel Gods. Vondel spreekt van ‘Gods roede’. Attila laat alle maagden vermoorden, maar dan is hij nog niet van ze af: de geesten van zijn slachtoffers drijven hem tot wanhoop en redden Vondels geboorteplaats. Vondel passeert hier de grenzen van het waarschijnlijke, maar dat vat hij op als licentia poetica: hij is geen historicus dus hij kan zich een ruime hoeveelheid dichterlijke vrijheid permitteren. Voor hem is Ursula niet de beschermster (zoals Olga van Marion heeft aangetoond dat pastoor Marius haar ziet), maar een verbeelding van het absolute geloof dat een rampzalig leven op aarde leidt tot eeuwige zaligheid in het hiernamaals. Vondel prijst geen zelfmoordterrorisme aan, zijn heldin is volkomen vredelievend. Door zijn doopsgezinde opvoeding is hij van jongs af aan vertrouwd geweest met verhalen over compromisloze zelfopoffering.

Als hij de Maeghden schrijft is Vondel met allerlei soorten literatuur bezig, en de weerslag daarvan maakt deze tragedie een rijke tekst. Lees verder >>