Categorie: column

Het huwelijk als protest

Door Marc van Oostendorp

In de nieuwe bloemlezing van de Nederlandse poëzie van Ilja Leonard Pfeijffer is geen enkel gedicht van Willem Elsschot opgenomen.Kennelijk omdat de erven dit weigerden!  Uit protest draag ik Het huwelijk voor.

Naschrift. Max Molovich nam de moeite om de automatisch gegenereerde YouTube-ondertiteling te transcriberen. Dat leverde een nieuw gedicht op. Leve de spraakherkenningssoftware! Lees verder >>

Om mijn harte dat niet werd verstaan

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (98)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Poëtische stijl is iets fascinerends: waarom was het in bepaalde perioden van de literatuurgeschiedenis zo goed als verplicht om in gedichten taalvormen te gebruiken die je anders nooit zou zeggen?

En waarom leven we nu niet in zo’n periode?

Willem Kloos schreef enkele van de beroemdste sonnetten van het Nederlands en vrijwel altijd gebruikte hij woorden die hij als hij niet aan het dichten was waarschijnlijk nooit uitsprak. Het is niet heel ingewikkeld te bedenken waarom hij dat deed: om het bijzondere, het niet-alledaagse van zijn gedichten te benadrukken.

Zoals een klassiek geschoold zanger niet zijn normale stem opzet als hij Schubert zingt, zo kun je het soort gevoelens die je het in het dagelijks leven niet zo snel ter sprake brengt ook alleen maar uitdrukken in een taal die ver weg staat van dat dagelijks leven: Lees verder >>

Hân – hand, strân – strand: over de verwerving van Friese woorden die op het Nederlands lijken

Door Evelyn Bosma

keep-calm-and-look-for-cognates_poes-han-amer-bern

 

Toen ik vijf was, besloten mijn ouders naar een dorp in Friesland te verhuizen. Ik herinner me nog de eerste dag op school. De juf was aan het voorlezen in het Fries en vertaalde de tekst voor mijn zus en mij naar het Nederlands. Daar hield ze al vrij snel mee op. We moesten maar gewoon Fries leren en hoe meer we die taal zouden horen, hoe makkelijker dat zou gaan. Bovendien zijn het Fries en het Nederlands zo nauw verwant dat we een groot deel van de Friese woorden gewoon konden raden. Dit blijkt ook uit onderzoek. Kinderen die een tweede taal leren, begrijpen woorden die overlap vertonen met hun eerste taal beter dan woorden die geen overlap vertonen. Heel logisch natuurlijk! Lees verder >>

Is de wetenschap echt zo cynisch geworden?

(Door Klaas Pieter Hart, TU Delft en Marc van Oostendorp, Meertens Instituut)

De cirkel van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) is rond. Anderhalf jaar geleden begon het als een weinig concreet plan om een financiële prioriteiten te stellen in het onderzoeksbeleid en tegelijkertijd als een poging om het publiek beter bij datzelfde onderzoek te betrekken. Nu eindigt het in een reeks van weinig precieze ’routes’ voor het onderzoek en nog minder betrokkenheid van het publiek bij datzelfde onderzoek.

In april 2015 stond de website van de NWA open voor het publiek voor het stellen van vragen. Die website was het resultaat van een ontwikkeling die in 2014 was ingezet in het document Wetenschapsvisie 2025. Hierin werd de NWA voorgesteld als bindmiddel voor het wetenschappelijk onderzoek in Nederland. Het document was weinig specifiek over de aard of vorm van zo’n agenda. Lees verder >>

Het geluid van een Bayesiaanse machine

Door Marc van Oostendorp

attachment-1Het fijnste van onderzoeker zijn is dat je af en toe overtuigd raakt: eerst wist je zeker dat het zus zat, en dan merk je ineens dat je begrijpt dat het toch echt zo is. Vooral de onderzoeker op rijpere leeftijd, zoals ik, kan dat af en toe overkomen.

In eerste instantie zag ik bijvoorbeeld weinig in het nieuwe artikel The Message Shapes Phonology, dat sinds kort op het internet circuleert. Ik ken de auteurs, het zijn allemaal goede onderzoekers, die heel lang aan dit lange artikel gewerkt hebben en er nu heel enthousiast over zijn. Maar mij leek het oude wijn in nieuwe zakken.

Het artikel betoogt dat de klankvorm van woorden wordt bepaald door het gebruik: praten is altijd een compromis tussen zo goed mogelijk verstaan worden en het jezelf als spreker niet al te moeilijk maken qua bewegingen van tong en lip. Lees verder >>

Breid het bewaarbeleid voor tekstueel erfgoed uit!

Door Nicoline van der Sijs

De afgelopen tijd heb ik tweemaal ervaren dat het bewaren van tekstueel erfgoed bijzondere zorg vraagt. En dat in het beleid van de overheid lacunes bestaan die door particulier initiatief worden gedicht.

Zo bracht ik onlangs een bezoek aan het Medisch Leesmuseum dat prof.dr. Mart van Lieburg op een Urks bedrijventerrein heeft ingericht. Van Lieburg, hoogleraar Medische geschiedenis en bibliothecaris van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunde, verzamelt hier zoveel mogelijk medische literatuur die door bibliotheken en musea wordt afgestoten. Bibliotheken moeten bezuinigen. Ze gaan ervan uit dat de nieuwe wereld digitaal is en dat de werken wel via internet beschikbaar zijn of zullen komen. Dat is wishful thinking: onder de afgestoten vakliteratuur zitten complete verzamelingen oraties en dissertaties uit de 19de en 20ste eeuw, alle jaargangen van de belangrijkste medische tijdschriften, plus waardevolle 17de-, 18de- en 19de-eeuwse boeken. Veelal uniek of uiterst zeldzaam, en slechts een fractie ervan is digitaal beschikbaar. De bibliotheken hebben geen tijd en geld om voor ieder afgestoten exemplaar te onderzoeken of dit al is gedigitaliseerd of nog elders in Nederland aanwezig is, en zetten complete boekenkasten bij het oud papier. Lees verder >>

maatschappij / samenleving

Verwarwoordenboek Vervolg (5)

Door Jan Renkema

maatschappij / samenleving

Er is een subtiel verschil in betekenis.

maatschappij            gemeenschap van mensen, met accent op organisatie

Een belangrijk nadeel van de verzorgingsmaatschappij is dat wij minder geneigd zijn om onze familie en buren te helpen.

samenleving              gemeenschap van mensen, met accent op personen

Wij moeten veel meer toe naar een zorgzame samenleving waarin wij als buren en familie elkaar helpen als dat nodig is.

Lees verder >>

K*L*L!

Door Ton van der Wouden

Waarschuwing: wie niet gediend is van schuttingtaal, moet nu ophouden met lezen. Een andere versie van dit stukje is in 2009 verschenen in een obscure publicatie (oplage 1)

Laatst fietste ik in de buurt van het Leidse station de Vink . Ik haalde een jong stel in van het type Sjonnie en Anita. Kennelijk deed ik iets niet goed in de opinie van Anita, die bij de jongen achterop zat; ze verwoordde haar emotie van afkeuring met het scheldwoord kankerlul. Ik schrok me rot, om de grofheid van het woord, en omdat ik me van geen kwaad bewust was. Maar bij haar was de druk van de ketel, en de taal, gebruikt als wapen, had doel getroffen. De taalhandeling was wat Anita betreft dus in twee opzichten geslaagd.

Later dacht ik nog eens na over dat woord kankerlul. Lees verder >>

Sisyphus wil taalkunde op school

Door Marc van Oostendorp

Wat is het moderne leven toch een eindeloos gezwoeg, met allerlei mensen die maar dag in dag uit achter lange tafels zitten te vergaderen, en die zich dan aan elkaar gaan ergeren, zodat ze als ze elkaar niet zien venijnige stukjes over elkaar schrijven; waarna er uit al die vergaderingen uiteindelijk iets komt waar niemand écht gelukkig mee is.

Je weet het natuurlijk allemaal wel, maar dan schrik je nog als je het allemaal bij elkaar ziet staan. Het proefschrift dan Maria van der Aalsvoort op 14 december a.s. in Nijmegen verdedigt is er een voorbeeld van. Van der Aalsvoort beschrijft in detail de discussies die er tussen 1988 en 2008 zijn gevoerd over de mogelijke invoering van een vak taalkunde in het eindexamen Nederlands voor havo en vwo.

Terugkoppelen

Verreweg de meeste aandacht besteedt Van der Aalsvoort daarbij aan de eerste tien jaar van die periode – de tijd dat de discussie gevoerd werd. Vooral onder universitaire neerlandici was het idee ontstaan dat het nuttig zou kunnen zijn om iets aan taalkunde te doen (of taalbeschouwing, zoals sommigen het noemden, alleen al over die kwestie kun je natuurlijk eindeloos vergaderen). Niet iedereen was het daar mee eens. Sommigen vonden dat de leraar al overbelast was en anderen meenden bijvoorbeeld dat de nadruk bij Nederlands vooral moest liggen bij vaardigheden: kunnen spreken, lezen, luisteren en spreken. Uiteindelijk kwam men desalniettemin na lang wikken en wegen, door Van der Aalsvoort met eindeloos geduld gedocumenteerd, tot een advies om het in ieder geval eens te proberen, met een beetje taalkunde. Lees verder >>

Een grove inbreuk op de werksfeer

Iemand plaatst foto’s van zijn volkstuin op Facebook in ons managersfeuilleton De verleden tijd van lijken.

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-21“Nu je hier toch bent,” zei Gerard tegen zijn leidinggevende Sophie, “wil ik toch ook wel een klacht met je bespreken. Ik worstel er al een tijdje mee.”

Sophie zette haar professionele boomlange gezicht op. Als je mensen met klachten kwamen, moest je altijd het gevoel geven dat je naar ze luisterde, het was haar management philosophy dat dit belangrijk was.

“Het gaat om onze social media richtlijnen”, zei Gerard. “Ze zijn wel heel summier. Ja, je mag geen racistische dingen twitteren, en geen privé-foto’s van collega’s op Facebook zetten als zij daar geen toestemming voor hebben gegeven. Maar dat gaat toch alles niet ver genoeg.”

“Ik dacht dat we dat toch wel voldoende dichtgetimmerd hadden,” zei Sophie. “Ik als jouw leidinggevende zie altijd al jouw tweets en Facebook-berichten voor ze de deur uitgaan. Ik dacht dat ik dit altijd wel snel genoeg deed. Als je dadelijk op Instagram gaat, kunnen we hetzelfde doen. En ik zal natuurlijk naar je YouTube-video’s kijken. Als we het strakker gaan organiseren, lopen we het gevaar dat het wel erg bureaucratisch wordt.” Lees verder >>

Een taal kennen of een taal spreken

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-26Veel taalwetenschappers vragen zich over taalfilosofie af wat andere mensen zich over taalwetenschap afvragen: waar is het allemaal voor nodig?

Het antwoord is in allebei de gevallen natuurlijk hetzelfde: als je op zijn minst wilt begrijpen hoe ingewikkeld alles in het mensenleven is, moet je beginnen te begrijpen wat iets wonderlijks de taal is die zo’n belangrijk deel vormt van ons leven, ons denken, ons samenzijn.

We weten er zo weinig van. Deze week raakte ik bijvoorbeeld aan de praat met een postdoc hier op het instituut over de vraag: wat betekent het als je zegt dat we een taal kennen, zoals de Engelse omschrijving luidt (to know a language) of spreken, zoals wij doorgaans zeggen?

Lees verder >>

De conventies van de geschoolde poëzielezer (2)

door Gert de Jager

Over Jeroen Dera etc., Dichters van het nieuwe millennium, Nijmegen 2016; zie hier voor het eerste deel.

In het openingshoofdstuk van Postmoderne poëzie in Nederland en Vlaanderen uit 2003 analyseren Vaessens en Joosten wat zij ‘de conventies van de geschoolde lezer’ noemen. Die lezer is door Merlyn en het New Criticism heen gegaan en verwacht van een fraai gedicht dat het a) een organische, natuurlijke eenheid vertoont die b) teruggevoerd kan worden op de authentieke stem van een lyrisch subject en c) bij alle ogenschijnlijke chaos op een hoger niveau een innerlijke coherentie kent. In postmoderne poëzie zijn die conventies niet langer zonder meer geldig. Noties als natuurlijkheid, authenticiteit en oorspronkelijkheid hebben door denkers als Lyotard en Derrida hun vanzelfsprekendheid verloren. De werkelijkheid herself beantwoordt niet aan een coherent intellectueel schema; wat postmoderne poëzie niet wil is de indruk wekken dat het wel het geval zou zijn. Wat poëzie de lezer kan bieden is een ervaring: de ervaring van een sublimiteit die conceptuele kaders en de traditionele moraal te boven gaat.

De dichters van het nieuwe millennium zijn vlak voor 2003 of in het decennium daarna gedebuteerd; ze vormen de generatie die volgt op de dichters wier werk voor Vaessens en Joosten het uitgangspunt was: Oosterhoff, Duinker, Van Bastelaere, Verhelst. Het betekent dat ze, als het goed is, zijn opgegroeid met poëzie die niet langer wilde voldoen aan traditionele lezersverwachtingen. Lees verder >>

Man o man

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (97)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

De Tachtigers, dat weten jullie wel, hebben het sonnet weer terug op de kaart gezet! Het genre begon in de achttiende eeuw te sukkelen, in de negentiende eeuw was je geen vent als je niet minstens één sonnet schreef waarin het sonnet belachelijk werd gemaakt, maar toen kwam eerst Perk en daarna de Tachtigers en sindsdien zitten we over een paar jaar alweer 150 jaar met toch weer sonnetten opgescheept.

Zo snel ging de lancering van het sonnet dat het genre bij die Tachtigers al binnen een paar jaar alle speciale poëtische glans verloor. In 1893 schreef Willem Kloos een reeks scheldsonnetten die zo smerig zijn dat de litearir historicus G.H. ’s Gravezande er enkele van de klinkendste zinnen in zijn De geschiedenis van De Nieuwe Gids (1955) aan wijdde:

Als men denkt aan de grenzenlooze goedheid van Tak ten opzichte van Kloos; als men zich herinnert wat Van Eeden toen reeds voor Kloos gedaan had en later nog doen zou, aan het eindelooze geduld van Verwey; aan hetgeen Veth voor hem deed en later heeft gedaan; aan de waardige houding van Gorter, dan kan men het ontstaan en voor het grootste deel publiceeren en herdrukken van deze verzen alleen verontschuldigen door zich de verwording van den dichter te herinneren, die dan ook korten tijd later geestelijk ten onder zijn gegaan.

Lees verder >>

In reprise: Josef in Dothan, Vondels tiende tragedie

Door Ton Harmsen

058josefverkocht Het was al lang aangekondigd, en nu is het zover: www.inreprise.org is gelanceerd. Op de website staat een lijst van honderd spelen waaruit theatermakers kunnen kiezen, en er zal van alles gebeuren om het zover te krijgen dat ze op enig niveau – van simpele leesvoorstelling tot gecostumeerde avondvulling – iets daarvan opvoeren. Gelukkig is ongeveer een kwart van de lijst van ‘InReprise’ gevuld met titels uit de zeventiende eeuw, de gouden eeuw van het toneel. Op de videoboodschap bij de opening (te zien en te lezen) van Gijs Scholten van Aschat spreekt hij naar aanleiding van de website ‘Ceneton’ zijn verbazing uit over de rijkdom van onze oudere letterkunde. Ja, het is een wonder dat toneel vier eeuwen geleden zo in de belangstelling stond. Dat heeft zoveel betekend voor onze cultuur! Klassiek toneel heeft een eigen waarde die de televisie en de musical niet kunnen overnemen. Nederland is een van de rijkste landen van de wereld. Waarom moest het Theater Instituut Nederland dicht? Waarom kan er niet een beetje subsidie af voor Toneelgroep De Appel? En dat is nog maar het topje van de ijsberg van kaalslag die het toneel treft. Moge ‘In Reprise’ leiden tot meer historisch besef, en een aanmoediging zijn voor de productie van goede klassieke voorstellingen. Lees verder >>

Gevoelde taal

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-19Wereldwijd komt de meeste taal binnen via onze oren: iedere seconden trillen er over de hele wereld miljarden trommelvliezen omdat er ergens in de buurt iemand aan het praten is. Maar taal is zo belangrijk dat het ook via onze ogen naar binnen kan komen. Zelfs als we afzien van schrijven, dat een indirecte manier is om met gesproken taal om te gaan: uit alle onderzoek blijkt dat gebarentalen volkomen equivalent zijn aan gesproken talen. Je kunt er net zo goed in spreken over abstracte onderwerpen, over diepe gevoelens. Je kunt er verhalen in vertellen of gedichten in reciteren. Doven met een hersenbloeding kunnen op dezelfde manier aan afasie lijden als horenden.

De precieze manier waarop taal je hoofd binnenkomt, doet er kennelijk niet zoveel toe. Uiteindelijk wordt het in ons hoofd omgezet in betekenis, waarbij de vorm van de taalboodschap er niet zozeer toe doet. En nu blijkt dat je taal ook kunt voelen.

Lees verder >>

Hoe verder met het eindexamen Nederlands?

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-23Het is goed dat de Tweede Kamer de discussie over het eindexamen Nederlands nu eens in november heeft geagendeerd in plaats van altijd maar in mei als bijna alle betrokkenen te druk zijn met corrigeren, leren, of zich opwinden over veronderstelde fouten in het laatste examen. Vanmiddag komen in het parlement een aantal betrokken organisaties en individuen vertellen over wat de problemen zijn, en hoe het volgens hen verder moet.

Het is een nogal divers gezelschap en het is niet altijd duidelijk waarom sommigen wel en anderen niet zijn uitgenodigd – waar zijn bijvoorbeeld de opstellers van het Manifest Nederlands op school? – maar het kan alles bij elkaar toch wel een interessante discussie worden.

Uit de bij de agenda gevoegde position papers blijkt dat eigenlijk iedereen het er wel over eens is dat er iets moet veranderen, met name in de theoretischer schoolvormen en dan helemaal vooral in het havo en het vwo. (Alleen het Cito heeft weinig position in de position paper en somt vooral op wat er wel of niet mogelijk zou zijn.) (Ik heb het vanaf nu vooral over de havo/vwo-examens omdat ik te weinig verstand heb van het vmbo.) Lees verder >>

kapot / stuk

Verwarwoordenboek Vervolg (4)

Door Jan Renkema

kapot / stuk 

Er is geen of een te subtiel verschil in betekenis. Er is wel verschil in gebruik.

kapot beschadigd, defect, gebroken, afgepeigerd

Is uw autonavigatie kapot of stuk, dan bent u bij ons aan het juiste adres!

stuk beschadigd, defect, gebroken, afgepeigerd

Na zoveel maanden zie ik nu wel in dat ik mezelf langzaam van binnen stuk en kapot heb gemaakt. Lees verder >>

Is Nederland een kolonie van de Engelstalige wereld?

Door Marc van Oostendorp

three-concentric-circles-of-english_21-1Wie zich live een belangrijke taalgebeurtenis wil zien ontwikkelen, moet op de voet volgen wat er met het Engels in de Lage Landen gebeurt. Merkwaardig genoeg gebeurt dat alleen nauwelijks, in ieder geval niet wetenschappelijk. Hoe staat het er precies voor met ons Engels? Daarover bestaan vooral slagen in de lucht.

In een nieuw artikel in het tijdschrift World Englishes probeert een groep Nijmeegse onderzoekers daar wat verandering in aan te brengen. Gebruik makend van allerlei gegevens toetst het team de Nederlandse situatie aan een bekend internationaal model en komt tot de conclusie: zo sterk opgerukt als sommigen beweren is het Engels bij ons nog niet.

Het model is dat van de ‘drie kringen van Engels’ van de onlangs overleden Indiase taalkundige Braj Kachru. Lees verder >>

Spellingsvariatie als betekenisvariatie: over De Hond, Floddertje en de Statenbijbel

Door Feike Dietz

floddertjeOphef over ij en ei

Vorige week pleitte Maurice de Hond in de Volkskrant voor afschaffing van de ‘korte ei’, omdat het onderscheid geen enkele functie heeft, terwijl het zijn zevenjarige dochter veel verspilde energie kost om te leren welke woorden met de ‘ei’ en de ‘ij’ gespeld moeten worden. Het voorstel maakte bijzonder veel los: er verschenen columns en ingezonden brieven, er is getwitterd en gefacebookt. Tegenstanders wezen op het feit dat onze taal allerlei woorden bevat waarbij het spellingsverschil een betekenisverschil markeert: denk maar aan ‘mei’ en ‘mij’, of ‘rouw’ en ‘rauw’, of ‘mouw’ en ‘mauw’. Spellingsvariatie is dus niet nutteloos, betoogden velen, maar juist bijzonder functioneel, want het leidt ons naar de betekenis van een woord. De Hond haalde in een reactie op alle ophef uit naar de hoogopgeleide elite, die een traditioneel regelsysteem in stand probeerde te houden en daarmee lageropgeleiden de toegang tot hun wereld Lees verder >>

De lat van Boendale

Door Bas Jongenelen

Donderdag 3 november jl. vond in De Brakke Grond te Amsterdam de Dag van de Literatuurkritiek, georganiseerd door De Buren en De Reactor. Ik mocht er de openingslezing verzorgen. De tekst daarvan was:

Hoe hoog leggen we de lat van Boendale? – Middeleeuwse literatuurkritiek in de klas

 

Af en toe, in gezelschap van neerlandici, doe ik een onderzoekje naar waarom zij ooit Nederlands gingen studeren. Deze onderzoekjes zijn niet representatief, niet reproduceerbaar en de uitkomsten ervan zijn niet betrouwbaar – ik zal er dus nooit over publiceren. Toch wil ik er hier en nu wel het een en ander over kwijt. Uit mijn onderzoekjes blijkt steeds weer dat de meeste neerlandici Nederlands zijn gaan studeren, omdat ze zo’n enthousiaste docent Nederlands op de middelbare school hadden. Herkent u dat? Bent u neerlandicus? Kunt u zich nog goed uw docent Ne voor de geest halen? Ik wel. Mijn leraar Nederlands van mijn eindexamenjaar (1988) was meneer De Ridder. Soms oreerde hij over onze hoofden heen, soms zette hij een hoorspel op, soms discussieerde hij over de uitzending van Sonja Barend van de avond ervoor (‘Wat ik gisteren toch bij Sonja gezien heb…’). Zijn lessen over Willem Kloos waren meesterlijk, het facsimile-exemplaar van Mariken van Nieumeghen bezorgde mij een historische sensatie en zijn vraag of je in principe geen principes kunt hebben zette alles wat je dacht te weten op losse schroeven. De Lof der Zotheid van Erasmus stond toen op mijn literatuurlijst en De Lof der Zotheid van Erasmus speelt nu (bijna dertig jaar later) een belangrijke rol in het proefschrift dat ik schrijf over humor in 1561. De lessen Nederlands hebben mijn leven beïnvloed.

Lees verder >>

Geen literatuur zonder auteur

Door Marc van Oostendorp

1000_1000_6083_9789087046002.pcovr.SchrijverstypenWie wil weten wat het is om een persoon te zijn, kan zich het best wenden tot de letterkunde. Bijvoorbeeld omdat een persoon in de literatuur (een zogeheten ‘schrijver’) over het algemeen een oeuvre nalaat van een heleboel gedrukte zinnen en omdat gedrukte zinnen nu eenmaal beter te bestuderen zijn dan de in een leven verkochte flessen melk van een persoon die melkboer is geworden of zelfs de schilderijen van een kunstenaar. Een schrijver is een persoon die een heleboel analyseerbaar materiaal heeft overgeleverd.

Een andere reden is dat het hele idee dat wij in het leven personen ontmoeten en wie weet zelf wel personen zijn, waarschijnlijk een literair idee is. Als je het sociaalwetenschappelijk onderzoekt, is er maar weinig consistentie in ’s mensen gedrag, en is de belangrijkste voorspeller voor wat iemand op zeker moment zal doen níet diens ‘karakter’ of ‘persoonlijkheid’ (dat wil niet zeggen niet een veronderstelde lijn in eerder gedrag), maar de omstandigheid waarin de persoon verkeert. Lees verder >>

Bestaande dialectgrenzen Limburg kloppen niet

(Persbericht Radboud Universiteit)

De grens tussen de noordelijke en zuidelijk dialecten in Limburg ligt anders dan tot nu toe gedacht. Zo blijkt Venlo niet bij het noordelijke maar bij het zuidelijke dialectgebied te horen. Taalkundige Frens Bakker vergeleek de finesses van vrijwel alle Noord-Limburgse dialecten. Hij promoveert op 21 november aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Al 170 jaar proberen dialectologen een duidelijke scheidingslijn te trekken tussen het Noord-Limburgs oftewel Kleverlands dialect en de Zuidnederfranksiche (‘Limburgse’) dialecten. De huidige grens is volgens veel dialectologen de Uerdinger lijn (zie Figuur 1), de scheidingslijn tussen de noordelijke k en de zuidelijke ch in de woorden ik-ich en ook-auch. Omdat deze en eerder voorgestelde scheidingslijnen op basis van isoglossen (woord- of klankgrenzen) nog niet tot consensus hebben geleid, bestudeerde taalkundige Frens Bakker de scheidingslijn tijdens zijn promotieonderzoek aan de Radboud met behulp van de dialectometrie, een soort ‘dialect-meetkunde’. Lees verder >>

Het einde van de humaniora?

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-20Is het binnenkort afgelopen met de geesteswetenschappen? De geldbronnen slinken, de studierichtingen zijn weinig geliefd en de geleerden zijn weinig zichtbaar in het maatschappelijk debat. Lang, lang geleden – voor wij allen geboren waren – was het vanzelfsprekend dat een verstandig mens zijn talen moest spreken, zijn boeken moest hebben gelezen, iets moest weten over zijn geschiedenis.

Nu zijn wij allen geboren en inmiddels is er van die vanzelfsprekendheid weinig meer van over.

Zolang ik – als eeuwige student taalwetenschap – op de universiteit rondloop, en dat is inmiddels dertig jaar, wordt er gebeukt. Je begint daar inmiddels de tekenen wel van te zien. De geesteswetenschappen horen nog steeds tot wat het leven de moeite waard maakt. Maar ze spelen in steeds minder levens een rol.

Lees verder >>

De conventies van de geschoolde poëzielezer

Door Gert de Jager

Een paar maanden geleden verscheen Dichters van het nieuwe millennium; Marc schreef er al eerder over. Het is een bij Vantilt verschenen en dus fraai uitgegeven bundeling van 24 opstellen van 24 literatuurwetenschappers over het werk van 24 dichters die na het jaar 2000 debuteerden. Het boek is goed ontvangen en terecht, lijkt mij. Al was het alleen maar omdat het voorziet in een behoefte: een gedegen overzicht van de stand van zaken hoeven poëzieliefhebbers in kranten en tijdschriften niet meer te verwachten. In de 24 opstellen stellen de auteurs de dichters voor en trekken ze voorzichtige lijnen in een oeuvre. Die auteurs kunnen beginnende literatuurwetenschappers en eerbiedwaardige hoogleraren zijn; op een enkele uitzondering na is het niveau hoog.

Heterogene auteurs en heterogene dichters: de verleiding is groot om in te gaan op allerlei individuele merites. Dat geldt vooral voor de dichters: in een boek als dit voltrekt zich voor onze ogen een proces van canonisering. Lees verder >>

‘Het boek verkoopt 80.000 exemplaren’

Door Ariane van Santen

Het boek Judas van Astrid Holleeder blijkt al na een dag een bestseller, het verkoopt goed/lekker/als een trein/als warme broodjes. Dat succes inspireert kennelijk tot innovatie. De Volkskrant online (05/11/2016) schreef erover:

Het boek waarin Astrid Holleeder vertelt over de terreur van haar oudste broer Willem, verkocht zaterdag alle 80 duizend exemplaren.

De (e)-ANS noemt bij enkele transitieve werkwoorden die intransitief gebruikt kunnen worden (‘mediumconstructies’) de volgende kenmerken: Lees verder >>