Categorie: column

De oer-Nederlandse traditie van meertaligheid

Door Alisa van de Haar

Al sinds de middeleeuwen staan de bewoners van de lage landen bekend om hun indrukwekkende talenkennis. In reisverslagen uit voorgaande eeuwen uiten auteurs niet zelden hun bewondering voor de vaardigheid van de bevolking (mannen en vrouwen) om zich niet alleen in het Nederlands maar ook in het Frans, Duits en soms ook Italiaans uit te drukken. Maarten Luther verwees zelfs naar een populair spreekwoord over de Nederlandse meertaligheid: al zou je een Nederlander in een zak door Frankrijk en Italië dragen, bij thuiskomst zou hij beide talen vloeiend spreken.

Zestiende-eeuwse humanisten als Abraham Mylius en Johannes Goropius Becanus, die beargumenteerde dat het Nederlands van Antwerpen de beste en oudste taal ter wereld was, gingen actief op zoek naar een mogelijke oorzaak van de wonderlijke talenkennis van de Nederlanders (door Mylius ‘talensponzen’ genoemd). Ze concludeerden dat de Nederlandse taal zelf er een belangrijke rol in speelde. Het zou een gematigde taal zijn die haar sprekers in staat stelde om gemakkelijk de klanken van andere talen te leren en zonder accent uit te spreken. Lees verder >>

arbeid / werk

Verwarwoordenboek Vervolg (7)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

arbeid / werk

Er is soms een miniem verschil in betekenis en gebruik. Lees verder >>

Het gebouw is morgen

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-24Een van de vele, vele dingen die je met taal kunt doen: uitdrukken hoe de werkelijkheid in diepste wezen in elkaar zit. Neem de volgende zin:

  • Socrates is wijs.

Die zin zegt iets over Socrates (een mens), namelijk dat hij wijs is. Hij zegt daarmee ook iets algemeners dat mensen eigenschappen kunnen hebben, zoals wijsheid.

Dat klinkt heel flauw, maar is het ook zo? Taal – in ieder geval het Nederlands, maar heel veel andere talen ook – heeft bijvoeglijk naamwoorden. Die drukken eigenschappen uit. Dat werkt alleen in een wereldbeeld waarin dingen ‘eigenschappen’ hebben.  Lees verder >>

Verlies van botheid door buitenlanders

Door Marc van Oostendorp

stipriaan_botheidIn zijn nieuwe boek Lof der botheid deinst René van Stipriaan er niet voor terug zijn lezer eens flink te kwellen. In een van de hoofdstukken gaat het over de biografie van Constantijn Huygens, en Van Stipriaan beschrijft dan hoe in de loop van de tijd verschillende potentiële biografen zijn teruggedeinsd: dat leven duurde te lang, en zat te vol met geleerdheid, talen, contacten. Alleen een voldoende jong iemand met enorme ambitie en de mogelijkheid om zich ‘veertig jaar lang’ in dat leven te verdiepen zou een kans maken. Nog los van of iemand dat dan zou willen lezen.

Dan wijst Van Stipriaan erop dat hijzelf de dertig inmiddels gepasseerd is, maar anders best zo’n boek zou willen schrijven. Doe dat dan! wil je hem als lezer toeroepen. Lees verder >>

Sinterklaos in Neel

Door Leonie Cornips

De intocht van Sinterklaas in Limburg is complex omdat november ook de maand van de opening van het nieuwe carnavalsseizoen is. De Sint en carnaval moeten zich dus altijd tot elkaar verhouden. Afgelopen november ontvingen de Stadsschutterij Sint Sebastianus en de Blauwe Schuit Sinterklaas in Heerlen die Nederlands sprak met een westelijk accent. De Blauw Sjuut was voor die gelegenheid van een carnavalsschuit omgedoopt in het stoomschip Spanje met de schoorsteen in Spaanse kleuren. Vaak past het regionale carnaval zich aan de dominante, landelijke Sinterklaas aan. Maar soms ruimt de nationale Sinterklaas het veld voor het eigen carnaval zoals op 17 november 2012 toen de landelijke Sint in Roermond arriveerde.

Promovenda Lotte Thissen van de Universiteit Maastricht onderzoekt het effect van die komst van de Sint in 2012 tijdens de prinsenproclamatie van de carnavalsvereniging De Katers in Maasniel (Neel). De Katers verwelkomen een lokale Sint op de avond van de landelijke intocht in hun thuisbasis café De Ster. Bij de tonen van het eigen lied ‘Neel blief Neel’ valt het publiek stil en de kapel loopt vanaf de ingang van De Ster naar het podium achterin gevolgd door de vorst, de voorzitter en de raad van elf. Even later treedt de Sint binnen terwijl de kapel de gebruikelijke Nederlandstalige Sinterklaasliedjes speelt. Lees verder >>

Voer voor filologen : Twee briesende beren!

Door Willem Kuiper

Wat doet een rusteloze filoloog na zijn pensioen behalve wachten op antwoord op zijn e-mails aan collega’s die nog in loondienst zijn? Eén van de teksten die ik onder handen heb, is ’t Spel vanden heiligen sacramente van der Nyeuwer vaert, een mirakelspel geschreven door Jan Smeken, stadsdichter van Brussel van 1485 tot zijn dood in 1517. Wanneer precies Jan dit schreef en waarom, weten wij niet, maar de oudste bewaard gebleven vermelding in de stadsrekeningen betreft een opvoering op Sint Jan in de zomer (24 juni) AD 1500 op de markt van Breda door de rederijkerskamer Vruechdendael [ed. Asselbergs en Huysmans, Zwolle 1955, p. 37]. Het laat-middeleeuwse handschrift waarin dit spel in het net werd opgeschreven heeft de Beeldenstorm overleefd en wordt nog altijd in Breda bewaard. Samen met Ludo Jongen vertaal ik dit spel in hedendaags Nederlands, en al doende maak ik een nieuwe kritische editie van deze letterlijk en figuurlijk theatrale tekst.

Dat handschrift is zeker niet foutloos, zoals ik al eens eerder liet zien in Neder-L column 92: Tekstkritiek. Neem nu dit geval:

sacrament

Lees verder >>

Ik wist geen ander lied

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (99)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Als je denkt dat het altijd allemaal niet erger meer kan, kun je altijd nog Hélène Swarth (1859-1941) lezen. Geen Nederlandstalig oeuvre zit zo vol smart, onterecht zelfbeklag en diepgevoelde zielepijn als dat van Swarth. Je zou vermoedelijk wel een bloemlezing van 196 treurige sonnetten uit haar werk kunnen lichten. Zoals bijvoorbeeld dit, uit de bundel Beelden en stemmen (1887):

Ik zocht een zang die lucht gave aan mijn smart,
Een zachte klacht vol zuchten van verlangen.
En zoele tranen vloeiden langs mijn wangen,
In weeken weemoed smolt mijn weenend hart.

Zoo bleef ik machtloos in mijn leed gevangen,
Gelijk een vogel, wien de hemel tart
Door gulden tralies en een knaapje sart,
Met schel gefluit en zoet gevlei, om zangen.

En ‘k hoorde een stem: – ‘Vrouw, klaag uw lijden niet!
Al maakte uw lied uw lijdenslast ook lichter,
Sluit om uw ziel den blanken sluier dichter!

‘Gelijk een liefde die zich allen biedt
Is ’t lied waarin het hart klopt van den dichter.’
Toen zweeg ik stil: ik wist geen ander lied.

Dit is als het ware een polyfoon gedicht, waarin vier verschillende stemmen klinken. Lees verder >>

Computer vindt tussentaal

Door Marc van Oostendorp

image00Een van de problemen voor vertaalcomputers was tot nu toe altijd dat er zoveel talen zijn. Je kunt jaren besteden aan een computer die goede vertalingen maakt van het Frans in het Engels, en dan vele jaren voor een computer die Russisch in het Engels vertaalt, maar dan heb je het Frans en het Russisch nog niet aan elkaar gekoppeld. Dat probleem lijkt nu op een interessante manier te worden opgelost door het team achter Google Translate, die er deze week een artikel over publiceerden.

Bij iedere taal die je toevoegt wordt het probleem ingewikkelder. Drie talen (Frans, Russisch, Engels) betekent drie paren talen (Frans-Engels, Frans-Russisch, Engels-Russisch); maar als je een vierde aan de verzameling toevoegt (Nederlands) worden dat er ineens zes (Nederlands-Frans, Nederlands-Engels, Nederlands-Russisch komen erbij). En bij een vijfde taal komen er vier taalparen bij, enzovoort. Omdat vertalen van het Russisch naar het Nederlands nog iets anders is dan vertalen van het Nederlands naar het Russisch, moet je die aantallen eigenlijk nog verdubbelen. Hoe meer talen er al zijn, hoe meer werk het wordt om er nog een aan toe te voegen.  Lees verder >>

Kapotgeframed

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-28De populairste taalkundige theorie onder niet-taalkundigen is op dit moment in Nederland zonder enige twijfel die van framing: het idee dat je door je woorden te kiezen een bepaald perspectief op de werkelijkheid kunt geven dat soms zo dwingend is dat je gesprekspartner er wel in mee móét gaan.

Als ik spreek van belastingdruk roep ik door dat druk (en door last) het beeld op van overbodig gewicht dat te zwaar op ons aller schouders ligt. Waarop een verstandig politicus dus alleen om verlichting kan vragen. Zodra je als tegenstander vervolgens juist om een hogere belasting vragen, zit je eigenlijk al automatisch verkeerd: je wil nog zwaarder op de geplaagde burger leunen. Het beste wat je kunt doen is er andere beelden tegenover stellen: die van een bijdrage aan een betere wereld.  Lees verder >>

Buts / bluts

Verwarwoordenboek Vervolg (6)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

bluts / buts

Er is geen verschil in betekenis. 

bluts               deuk, kwetsuur

Moet je kijken, zeker door die enorme hagelbui. Allemaal blutsen in mijn auto!

buts                 deuk, kwetsuur

Wat jammer, die peren. Ik heb ze laten gevallen. Allemaal gebutst.

Lees verder >>

Een warme trui voor het Surinaams-Nederlands

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-27Over het Surinaams-Nederlands weten we belachelijk weinig. Het is een variëteit van het Nederlands met eigen woorden (tori voor verhaal), eigen constructies (‘voordat je denkt, raakt een 50SRD op’), eigen klanken (de met de lippen uitgesproken w), enzovoort, maar een en ander is nauwelijks in kaart gebracht.

Dat komt doordat Nederlandse en Surinaamse taalkundigen de taal links hebben laten liggen (over het Sranan weten we bijvoorbeeld veel meer). En dat heeft op zijn beurt weer te maken met de lage dunk die men in Suriname nog van de variëteit heeft. Het ‘Europese Nederlands’, zoals dat in Nederland gesproken wordt, geniet er nog het hoogste aanzien. Het is de taal die leerlingen en leraren op school geacht worden te spreken, en de taal die intellectuelen en ambtenaren geacht worden te gebruiken. Lees verder >>

De oorlog in het bos. Over literaire stijl

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-5
‘Vijftig tinten grijs in het bos’. Illustratie: MvO
Kun je uitrekenen of een boek in een literaire stijl geschreven is? En kun je dat rekenen vervolgens door een computer laten doen? Dat is een van de vragen die Andreas van Cranenburgh probeert te beantwoorden in zijn onlangs verdedigde proefschrift Rich statistical parsing and literary language.

Om dat te doen, moet je natuurlijk eerst een maat hebben van hoe literair een boek eigenlijk is. Van Cranenburgh haalt deze uit het project The Riddle of Literary Language, waarin een groot aantal internetgebruikers over een groot aantal relatief recente, vertaalde en oorspronkelijke, boeken een oordeel hebben gegeven. Die oordelen zijn bij elkaar opgeteld, en dat levert de uiteindelijk maat van literariteit op. (Vijftig tinten grijs kwam daar als allerlaagste uit, als je dat wil weten.) Lees verder >>

Taal en geschiedenis in het Bildt

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-3Nauwkeurige taalanalyse kan ons soms een precies beeld geven van de geschiedenis. Dat geldt bijvoorbeeld voor de gemeente het Bildt, in Friesland. Er wordt daar een dialect gesproken dat al lange tijd de aandacht van taalkundigen heeft getrokken, omdat het niet duidelijk is of het wel Fries is. Het heeft daarvoor wel heel erg veel Hollandse woorden.

In een nieuw artikel in het International Journal of the Sociology of Language zet een groep taalkundigen (Van Sluis, Hoekstra, Van de Velde) nauwkeurig uiteen hoe het zit. Neem een Bildtse zin als de volgende:

  • Dou hest der feul meer fan loofd aste doe wete wouste
    ‘Je hebt er veel meer van geloofd als je weten wilde’

Lees verder >>

Hymnen, onder meer aan de duur

door Gert de Jager

Neerlandici bestuderen systemen. Twee elementen die lekker functioneren binnen het systeem van de moderne Nederlandse poëzie zijn Huub Beurskens en Piet Gerbrandy. De eerste heeft een oeuvre van zo’n vijftig titels op zijn naam staan, waarvan ongeveer de helft poëzie; de tweede is gerespecteerd dichter en ’s lands belangrijkste poëziecriticus. Beurskens’ werk vond vooral in de jaren negentig veel waardering; hij kreeg de VSB-prijs, de Jan Campertprijs, de Herman Gorterprijs. Voor de VSB-prijs werden bundels van Gerbrandy herhaaldelijk genomineerd; een centraler plaats in het systeem dan die van ’s lands belangrijkste poëziecriticus valt moeilijk voor te stellen. Beurskens en Gerbrandy hebben, voor zover ik weet, verder weinig met elkaar te maken. In het systeemjargon: tussen hen bestaan niet of nauwelijks contactrelaties.

Beiden publiceerden de afgelopen maanden een vertaling van buitenlandse poëzie die niet bepaald van recente datum is. Beurskens doet dat vaker: hij vertaalde Auden, Benn, William Carlos Williams. Van Gerbrandy heb ik alleen de vertaling van het proza van de Romeinse retor Quintillianus in de winkel zien liggen. De poëzievertalingen die ze de afgelopen maanden hebben gepubliceerd, behoren tot het beste wat ik de laatste tijd aan poëzie in het Nederlands heb gelezen – nee, zijn het beste. Het bijzondere is dat de gedichten die ze vertaalden, op elkaar lijken: ze zijn lang, ritmisch, hymnisch, vormen een poging om een metafysische essentie te formuleren of daaromheen te cirkelen. Onafhankelijk van elkaar vertalen twee dichters werk dat de lezer die ik ben als verwant ervaart – vooral ook omdat het zo afwijkt van wat er aan autochtone poëzie op de markt komt. Lees verder >>

Het huwelijk als protest

Door Marc van Oostendorp

In de nieuwe bloemlezing van de Nederlandse poëzie van Ilja Leonard Pfeijffer is geen enkel gedicht van Willem Elsschot opgenomen.Kennelijk omdat de erven dit weigerden!  Uit protest draag ik Het huwelijk voor.

Naschrift. Max Molovich nam de moeite om de automatisch gegenereerde YouTube-ondertiteling te transcriberen. Dat leverde een nieuw gedicht op. Leve de spraakherkenningssoftware! Lees verder >>

Om mijn harte dat niet werd verstaan

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (98)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Poëtische stijl is iets fascinerends: waarom was het in bepaalde perioden van de literatuurgeschiedenis zo goed als verplicht om in gedichten taalvormen te gebruiken die je anders nooit zou zeggen?

En waarom leven we nu niet in zo’n periode?

Willem Kloos schreef enkele van de beroemdste sonnetten van het Nederlands en vrijwel altijd gebruikte hij woorden die hij als hij niet aan het dichten was waarschijnlijk nooit uitsprak. Het is niet heel ingewikkeld te bedenken waarom hij dat deed: om het bijzondere, het niet-alledaagse van zijn gedichten te benadrukken.

Zoals een klassiek geschoold zanger niet zijn normale stem opzet als hij Schubert zingt, zo kun je het soort gevoelens die je het in het dagelijks leven niet zo snel ter sprake brengt ook alleen maar uitdrukken in een taal die ver weg staat van dat dagelijks leven: Lees verder >>

Hân – hand, strân – strand: over de verwerving van Friese woorden die op het Nederlands lijken

Door Evelyn Bosma

keep-calm-and-look-for-cognates_poes-han-amer-bern

 

Toen ik vijf was, besloten mijn ouders naar een dorp in Friesland te verhuizen. Ik herinner me nog de eerste dag op school. De juf was aan het voorlezen in het Fries en vertaalde de tekst voor mijn zus en mij naar het Nederlands. Daar hield ze al vrij snel mee op. We moesten maar gewoon Fries leren en hoe meer we die taal zouden horen, hoe makkelijker dat zou gaan. Bovendien zijn het Fries en het Nederlands zo nauw verwant dat we een groot deel van de Friese woorden gewoon konden raden. Dit blijkt ook uit onderzoek. Kinderen die een tweede taal leren, begrijpen woorden die overlap vertonen met hun eerste taal beter dan woorden die geen overlap vertonen. Heel logisch natuurlijk! Lees verder >>

Is de wetenschap echt zo cynisch geworden?

(Door Klaas Pieter Hart, TU Delft en Marc van Oostendorp, Meertens Instituut)

De cirkel van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) is rond. Anderhalf jaar geleden begon het als een weinig concreet plan om een financiële prioriteiten te stellen in het onderzoeksbeleid en tegelijkertijd als een poging om het publiek beter bij datzelfde onderzoek te betrekken. Nu eindigt het in een reeks van weinig precieze ’routes’ voor het onderzoek en nog minder betrokkenheid van het publiek bij datzelfde onderzoek.

In april 2015 stond de website van de NWA open voor het publiek voor het stellen van vragen. Die website was het resultaat van een ontwikkeling die in 2014 was ingezet in het document Wetenschapsvisie 2025. Hierin werd de NWA voorgesteld als bindmiddel voor het wetenschappelijk onderzoek in Nederland. Het document was weinig specifiek over de aard of vorm van zo’n agenda. Lees verder >>

Het geluid van een Bayesiaanse machine

Door Marc van Oostendorp

attachment-1Het fijnste van onderzoeker zijn is dat je af en toe overtuigd raakt: eerst wist je zeker dat het zus zat, en dan merk je ineens dat je begrijpt dat het toch echt zo is. Vooral de onderzoeker op rijpere leeftijd, zoals ik, kan dat af en toe overkomen.

In eerste instantie zag ik bijvoorbeeld weinig in het nieuwe artikel The Message Shapes Phonology, dat sinds kort op het internet circuleert. Ik ken de auteurs, het zijn allemaal goede onderzoekers, die heel lang aan dit lange artikel gewerkt hebben en er nu heel enthousiast over zijn. Maar mij leek het oude wijn in nieuwe zakken.

Het artikel betoogt dat de klankvorm van woorden wordt bepaald door het gebruik: praten is altijd een compromis tussen zo goed mogelijk verstaan worden en het jezelf als spreker niet al te moeilijk maken qua bewegingen van tong en lip. Lees verder >>

Breid het bewaarbeleid voor tekstueel erfgoed uit!

Door Nicoline van der Sijs

De afgelopen tijd heb ik tweemaal ervaren dat het bewaren van tekstueel erfgoed bijzondere zorg vraagt. En dat in het beleid van de overheid lacunes bestaan die door particulier initiatief worden gedicht.

Zo bracht ik onlangs een bezoek aan het Medisch Leesmuseum dat prof.dr. Mart van Lieburg op een Urks bedrijventerrein heeft ingericht. Van Lieburg, hoogleraar Medische geschiedenis en bibliothecaris van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunde, verzamelt hier zoveel mogelijk medische literatuur die door bibliotheken en musea wordt afgestoten. Bibliotheken moeten bezuinigen. Ze gaan ervan uit dat de nieuwe wereld digitaal is en dat de werken wel via internet beschikbaar zijn of zullen komen. Dat is wishful thinking: onder de afgestoten vakliteratuur zitten complete verzamelingen oraties en dissertaties uit de 19de en 20ste eeuw, alle jaargangen van de belangrijkste medische tijdschriften, plus waardevolle 17de-, 18de- en 19de-eeuwse boeken. Veelal uniek of uiterst zeldzaam, en slechts een fractie ervan is digitaal beschikbaar. De bibliotheken hebben geen tijd en geld om voor ieder afgestoten exemplaar te onderzoeken of dit al is gedigitaliseerd of nog elders in Nederland aanwezig is, en zetten complete boekenkasten bij het oud papier. Lees verder >>

maatschappij / samenleving

Verwarwoordenboek Vervolg (5)

Door Jan Renkema

maatschappij / samenleving

Er is een subtiel verschil in betekenis.

maatschappij            gemeenschap van mensen, met accent op organisatie

Een belangrijk nadeel van de verzorgingsmaatschappij is dat wij minder geneigd zijn om onze familie en buren te helpen.

samenleving              gemeenschap van mensen, met accent op personen

Wij moeten veel meer toe naar een zorgzame samenleving waarin wij als buren en familie elkaar helpen als dat nodig is.

Lees verder >>

K*L*L!

Door Ton van der Wouden

Waarschuwing: wie niet gediend is van schuttingtaal, moet nu ophouden met lezen. Een andere versie van dit stukje is in 2009 verschenen in een obscure publicatie (oplage 1)

Laatst fietste ik in de buurt van het Leidse station de Vink . Ik haalde een jong stel in van het type Sjonnie en Anita. Kennelijk deed ik iets niet goed in de opinie van Anita, die bij de jongen achterop zat; ze verwoordde haar emotie van afkeuring met het scheldwoord kankerlul. Ik schrok me rot, om de grofheid van het woord, en omdat ik me van geen kwaad bewust was. Maar bij haar was de druk van de ketel, en de taal, gebruikt als wapen, had doel getroffen. De taalhandeling was wat Anita betreft dus in twee opzichten geslaagd.

Later dacht ik nog eens na over dat woord kankerlul. Lees verder >>

Sisyphus wil taalkunde op school

Door Marc van Oostendorp

Wat is het moderne leven toch een eindeloos gezwoeg, met allerlei mensen die maar dag in dag uit achter lange tafels zitten te vergaderen, en die zich dan aan elkaar gaan ergeren, zodat ze als ze elkaar niet zien venijnige stukjes over elkaar schrijven; waarna er uit al die vergaderingen uiteindelijk iets komt waar niemand écht gelukkig mee is.

Je weet het natuurlijk allemaal wel, maar dan schrik je nog als je het allemaal bij elkaar ziet staan. Het proefschrift dan Maria van der Aalsvoort op 14 december a.s. in Nijmegen verdedigt is er een voorbeeld van. Van der Aalsvoort beschrijft in detail de discussies die er tussen 1988 en 2008 zijn gevoerd over de mogelijke invoering van een vak taalkunde in het eindexamen Nederlands voor havo en vwo.

Terugkoppelen

Verreweg de meeste aandacht besteedt Van der Aalsvoort daarbij aan de eerste tien jaar van die periode – de tijd dat de discussie gevoerd werd. Vooral onder universitaire neerlandici was het idee ontstaan dat het nuttig zou kunnen zijn om iets aan taalkunde te doen (of taalbeschouwing, zoals sommigen het noemden, alleen al over die kwestie kun je natuurlijk eindeloos vergaderen). Niet iedereen was het daar mee eens. Sommigen vonden dat de leraar al overbelast was en anderen meenden bijvoorbeeld dat de nadruk bij Nederlands vooral moest liggen bij vaardigheden: kunnen spreken, lezen, luisteren en spreken. Uiteindelijk kwam men desalniettemin na lang wikken en wegen, door Van der Aalsvoort met eindeloos geduld gedocumenteerd, tot een advies om het in ieder geval eens te proberen, met een beetje taalkunde. Lees verder >>

Een grove inbreuk op de werksfeer

Iemand plaatst foto’s van zijn volkstuin op Facebook in ons managersfeuilleton De verleden tijd van lijken.

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-21“Nu je hier toch bent,” zei Gerard tegen zijn leidinggevende Sophie, “wil ik toch ook wel een klacht met je bespreken. Ik worstel er al een tijdje mee.”

Sophie zette haar professionele boomlange gezicht op. Als je mensen met klachten kwamen, moest je altijd het gevoel geven dat je naar ze luisterde, het was haar management philosophy dat dit belangrijk was.

“Het gaat om onze social media richtlijnen”, zei Gerard. “Ze zijn wel heel summier. Ja, je mag geen racistische dingen twitteren, en geen privé-foto’s van collega’s op Facebook zetten als zij daar geen toestemming voor hebben gegeven. Maar dat gaat toch alles niet ver genoeg.”

“Ik dacht dat we dat toch wel voldoende dichtgetimmerd hadden,” zei Sophie. “Ik als jouw leidinggevende zie altijd al jouw tweets en Facebook-berichten voor ze de deur uitgaan. Ik dacht dat ik dit altijd wel snel genoeg deed. Als je dadelijk op Instagram gaat, kunnen we hetzelfde doen. En ik zal natuurlijk naar je YouTube-video’s kijken. Als we het strakker gaan organiseren, lopen we het gevaar dat het wel erg bureaucratisch wordt.” Lees verder >>

Een taal kennen of een taal spreken

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-26Veel taalwetenschappers vragen zich over taalfilosofie af wat andere mensen zich over taalwetenschap afvragen: waar is het allemaal voor nodig?

Het antwoord is in allebei de gevallen natuurlijk hetzelfde: als je op zijn minst wilt begrijpen hoe ingewikkeld alles in het mensenleven is, moet je beginnen te begrijpen wat iets wonderlijks de taal is die zo’n belangrijk deel vormt van ons leven, ons denken, ons samenzijn.

We weten er zo weinig van. Deze week raakte ik bijvoorbeeld aan de praat met een postdoc hier op het instituut over de vraag: wat betekent het als je zegt dat we een taal kennen, zoals de Engelse omschrijving luidt (to know a language) of spreken, zoals wij doorgaans zeggen?

Lees verder >>