Categorie: column

Suffixsonnet: adjectivaal –ig

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-32

Hoe moet een morfoloog zijn werk toch doen?
Het is wat men ook zegt echt niet vanzelfsprekend
Wat of een suffix nu precies betekent.
Bijvoorbeeld: groenig is een vorm van groen
En je kunt zeggen dat -ig nuanceert.
Zo gaat het vaak als ’t aan een adjectief
Gehecht wordt. Lievig is een beetje lief
Maar bij een nomen gaat ’t dan verkeerd.

Want bloedig gaat gepaard met liters bloed
En mondig impliceert vaak grote monden
Hoe moet je die betekenis doorgronden?
Ik weet niet hoe een taalgebruiker zoiets doet.
Wanneer hij voor ’t eerst loslippig hoort,
Hoe snapt hij de beduiding van dat woord?

Zie ook: Taalportaal

Suffixsonnet: –schap

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-31

Het broederschap: het leven in abdijen
In ziekenhuizen, op de ambulance.
De broederschap (fraternité in ’t Frans):
Ideaal voor gelijken en voor vrijen.

Het –schap met de hecht zich bij allerlei
Woorden en woordsoorten aan de rand:
Van eigen eigenschap, blijdschap van blij,
Van weten wetenschap, landschap van land.

Hoewel het Nederlands het landschap kent,
En het genootschap zich niet hoeft te schamen,
Hecht het onzijdig –schap zich liefst aan namen
Voor mensen, zoals moeder en docent.

Schap, schap en scheppen hebben alledrie
Dezelfde bron, leert d’etymologie.

Zie ook: Taalportaal.

 

Lachen in de rechtszaal

Door Lucas Seuren

emoji6Als je denkt aan taal, dan denk je in eerste instantie waarschijnlijk niet aan lachen. We zien lachen toch meer als een soort biologische of natuurlijke response in grappige situaties of na een grappig verhaal. Maar lachen is ook in situaties die niet grappig zijn een belangrijk sociaal smeermiddel, zoals ik eerder ook al schreef. Zo beschreef Gail Jefferson, een Amerikaanse sociologe, al in de jaren 70 dat lachen vaak gebruikt wordt in ongemakkelijke situaties. We zeggen iets, waarvan we weten dat het op een bepaalde manier ongepast is. Door te lachen halen we de angel uit de situatie. Dit soort lachen is fundamenteel anders dan lachen om humor, omdat het niet de bedoeling is dat de ander meelacht.

Die rol van lachen zien we ook terug in gesprekken tussen artsen en patiënten. Zo beschreef Heritage dat patiënten lachen in delicate situaties. Zo moeten patiënten zich bij sommige chronische condities aan een dieet houden. Als ze vervolgens tegen hun arts bekennen dat ze dat niet gedaan heb, doen ze dat al lachend. Ook liet Haakana zien dat patiënten van wie blijkt dat ze niks markeert lachen als ze uitleggen waarom ze een afspraak hadden gemaakt. Al dit lachen is geïntegreerd in de taaluiting: zinnen worden al lachend uitgesproken. Lees verder >>

Suffix-sonnet: werkwoordelijk –ig

Door Marc van Oostendorp

Wanneer je iemand van iets wilt voorzien –
Van pijn, van kruis, van einden of van stenen –
Houd krachtig in gedachten dat misschien
Het suffix –ig zich voor zoiets laat lenen.

Want wie een ander pijnigt geeft hem pijn
En wie hem kruisigt, geeft hem houten balken,
Wie eindigen wil vindt het einde fijn
Gestenigd worden is stenen verschalken

Nu is –ig niet wat je noemt productief
Je kunt je eega zeker zoenen geven
Maar daarmee zoenig je nog niet je lief
Ik stevig niet als ik je help aan Steven.

Beschadig en bespoedig tonen aan
Dat –ig soms van be- vergezeld moet gaan.

Zie ook: Taalportaal

De Nederlandse Taal en Cultuur Top 2016

Door Femke Essink
(Met toestemming overgenomen van het weblog van de opleiding Nederlands Utrecht)

De laatste week van het jaar is vanmorgen om 09.00 uur begonnen: met ‘Politik’ van Coldplay trapte NPO Radio 2 de Top 2000 af en na zeven dagen non-stop aftellen zal op 31 december om 00.00 uur traditiegetrouw ‘Bohemian Rhapsody’ worden gedraaid, dat door de luisteraars steevast op de eerste plaats wordt gestemd.

Wie zijn oog over de lijst laat glijden, kan zien dat Bob Dylan dit jaar tussen nummer 1812 en nummer 100 met 9 liedjes ruim vertegenwoordigd is. In oktober deed Dylan tot zijn eigen verrassing de literaire wereld op zijn grondvesten trillen door de Nobelprijs voor Literatuur toegekend te krijgen. Het was in cultureel opzicht een van de meest omstreden gebeurtenissen van 2016, we hadden het er hier al eerder over. Waarom, vroegen de tegenstanders zich af, zijn de songteksten van Dylan literatuur? Lees verder >>

De sappige applen glansen

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (103)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Geen fijner seizoen dan de herfst. Het hele voorjaar en de hele zomer hebben we te maken gehad met overdreven gekwinkeleer van vogels, het rumoer van overvolle terrassen en het geschreeuw van voetballers. Maar dan komt de herfst, kunnen we eindelijk binnenzitten en van stillevens genieten, zoals dit sonnet van Hélène Swarth:

Nu rijpt de herfst de rijkgebronsde peren;
De sappige applen glansen, rood en goud,
En prachtig prijkt, gelijk een tooverwoud,
Het bosch, dat groen in purper doet verkeeren.

Krachtige balsemgeur uit kreupelhout
Van eiken stroomt mij tegen, zilvren veêren
Doorstrepen ’t reine luchtblauw en vermeeren
Tot éen wolk, die de zon gevangen houdt.

Nu vul die vaas met gele October-rozen,
Leg blauwe druiven op die blanke schaal,
Tusschen de trossen laat de perzik blozen
Als avondrood, en loof als bloedkoraal
Van wilden wingerd blij mijn blik verpoozen,
Die symphonieën zoekt in kleurentaal.

Zoals veel sonnetten van Swarth heeft dit een rijkere structuur dan: 8 + 6 regels. Lees verder >>

Mithridate van Racine: psychologisch raffinement en coups de théâtre

Door Ton Harmsen

064mithridates
Racine’s Mithridate is onweerstaanbaar, niet alleen door de welluidende stijl maar vooral door de vele hartstochten die haarfijn tegen elkaar uitgespeeld worden. De structuur van een toneelstuk is voor de smaak van het classicisme pas goed als alle handelingen regelrecht uit elkaar voortvloeien, als er een logisch verband bestaat tussen alle scènes. Dat betekent niet dat er geen verrassingen op het toneel mogelijk zijn. Als die verrassingen maar achteraf verklaard kunnen worden, dan zijn de critici van de zeventiende eeuw tevreden. Een toneelstuk vol verrassingen is Mithridate, roi de Ponte (1673) door Jean Racine, een intrige die nu goeddeels vergeten is maar die in de zeventiende eeuw, althans dat zegt Racine in zijn voorwoord, bij het schouwburgpubliek alom bekend was. Het spel heeft vier hoofdpersonen, een vrouw en drie mannen (de koning en twee zonen); zij is uitgehuwelijkt aan de vader, maar alle drie zijn ze verliefd op haar, natuurlijk slechts één met succes. Lees verder >>

An existential problem

Door Marc Kregting

Af en toe dwing ik me een bliksembezoek te brengen aan Wilderstwitterland. Alle commotie rond zijn foto van een bebloede Merkel (wier gevoelens de PVV-leider kent sinds hij in de publieke ruimte als martelaar werd afgebeeld?) leidt een beetje af van de bijschriften. Het kan aan mijn beroepsdeformatie liggen, maar ik krijg de indruk dat Wilders’ taalbehandeling verandert.

Ten eerste gebruikte hij in zijn initiële commentaar meer woorden met veel lettergrepen: ‘Merkel, Rutte en alle andere laffe regeringsleiders hebben met hun opengrenzenpolitiek de asieltsunami en islamterreur binnengelaten’. Het lijkt alsof hij dermate stoomt dat hij een basale communicatiewet vergeet. Met het woord ‘opengrenzenpolitiek’ zijn veel punten te scoren bij Scrabble, maar mede door de huidige spellingswetten leest het niet lekker.

Of verried Wilders’ formulering routine? Lees verder >>

Decennia leeservaring afsteken

Door Marc van Oostendorp

hoe-lees-ik-lidewijde-paris-boek-cover-9789046821084Ik heb het altijd wonderlijk gevonden als mensen werden geprezen omdat ze zulke ‘goede lezers’ zijn. Lezen lijkt me in de eerste plaats net zo min als kaas eten of wijn drinken een wedstrijd; het is iets dat je doet omdat het fijn is, niet omdat je er zo goed in bent of er beter in wil worden. De enige die profiteert van goed lezen, ben je zelf; en wat er precies goed is, dat bepaal je ook zelf. Goed is wat fijn is.

Maar zoals er gidsen staan om beter kaas te eten of beter wijn te drinken, zo is er nu ook een gids om beter te leren lezen. Het is geschreven door Lidewijde Paris, die uitgever is geweest, en literatuurdocent, en recensent, en tegenwoordig leesambassadeur: iemand, kortom met een enorm enthousiasme en ook een bewezen talent voor goed lezen.

Hoe lees ik? is dan ook een aardig boek.  Lees verder >>

Minder Marokkanen: vraag of stelling?

Door Lucas Seuren

pvv_poster_europarlement_2014Onlangs werd Geert Wilders schuldig bevonden door de rechtbank aan groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie. Wat deze zaak zo interessant maakt vanuit taalkundig perspectief, is dat het OM heeft moeten aantonen dat Wilders met zijn uitspraken bepaalde taalhandelingen uitvoerde. Om die claim te ondersteunen heeft het OM een aantal bijzonder interessante analyses opgezet, en ik wil er een paar onder de loep nemen, om te beginnen hoe we taal begrijpen.

Een van de voornaamste argumenten die het OM aandroeg is dat de uitspraken van Wilders over minder Marokkanen niet in hun isolement beoordeeld moesten worden. Wilders stelde niet simpelweg de vraag of zijn publiek minder Marokkanen wilde, hij stelde die vraag als onderdeel van een langere speech. De strafbaarheid van die vraag wordt dus niet alleen bepaald door de vraag zelf, maar door de vraag in de context van de speech. Het OM noemt dit samenhang, taalkundigen zouden dit veelal indexicaliteit noemen. Lees verder >>

Voer voor filologen: O prince, boven allen princen plisant!

Door Willem Kuiper

Ja, dat staat er echt. Kijk maar:

sacrament_57r

Heer Wouter van Roosbeke alias Wouter van Kersbeke vocht in Pruissen tegen de Saracenen en moest zich daar gewonnen geven. Hoe dat in zijn werk ging, kunt u teruglezen in een vorige Voer voor filologen. Maar omdat hij het Sacrament van de Nieuwervaert aanriep, kreeg hij door goddelijke interventie de witte boon in handen en ontsnapte zo aan de dood op de brandstapel, die zijn minder vindingrijke “knape” sans rancune onderging nadat hij de zwarte boon gekozen had, omdat hij nog niet van de klassenstrijd gehoord had:

Doch soe eest beeter de knecht dan de heere.
Ic bender oec herde wel met te vreden.

Lees verder >>

Een gezellige collegiale sfeer

De verleden tijd van lijken komt ter sprake in ons feuilleton De verleden tijd van lijken.

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-30“En dan kunnen we hiermee ook punt twee afsluiten!” constateerde Wouter tevreden. “Een lekker korte vergadering. Tenzij iemand natuurlijk los wil barsten bij wvttk. Sophie?”

“Ja. Kunnen die vergaderingen niet helemaal worden afgeschaft?” vroeg Sophie, zoals na iedere vergadering. “Volgens mij dienen ze he-le-maal nergens voor. Je kunt je mededelingen ook wel via de e-mail sturen.”

“Goed zo,” zei Wouter gewoontegetrouw. “Hoe minder we vergaderen, hoe beter het is. Kun jij volgende keer met een plan komen over hoe we dat gaan aanpakken?” Sophie knikte. “Anders nog iets? Marie?”

“Ja,” zei de specialiste in de geschiedenis van de neerlandistiek tot 1800. Lees verder >>

adoptiekind / pleegkind

Verwarwoordenboek Vervolg (10)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen. Lees verder >>

En maar schommelen en maar kijken

Door Marc van Oostendorp

untitled_artwork-4Zolang de wereld nog niet vergaan is, zullen er hopelijk studies verschijnen zoals die Hans Broekhuis en Norbert Corver een tijdje geleden op Internet zetten: studies waarin een kleine, alledaagse constructie zorgvuldig wordt nageplozen. Broekhuis en Corver geven allerlei voorbeelden, en slagen er dan ook nog in net te doen of Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink nooit geleefd hebben:

 

 

  • En een pret dat ze hadden!
  • En Peter maar lachen!
  • En maar zeuren!

Lees verder >>

Limburgse dialecten online

Door Miet Ooms

Indeling Limburgse dialectenEindelijk is het zover: het WLD staat online: http://e-wld.nl/ En ik ben er ontzettend blij mee. Belachelijk blij zelfs. Waarom? Daar zijn verschillende redenen voor.

Langlopend

Ten eerste: het WLD (Woordenboek van de Limburgse Dialecten) is een van de langstlopende woordenboekprojecten van ons taalgebied. Iedereen of toch iedereen die intensief met het Nederlands bezig is geweest kent het Woordenboek der Nederlandse Taal en weet ook dat dat een bijzonder langlopend project was. Het heeft meer dan 100 jaar geduurd eer het klaar was. Wat veel minder mensen weten, is dat we nog aan meer langlopende projecten hebben gewerkt. Lees verder >>

Minderheidstalenbeleid en latent racisme

Door Marc van Oostendorp

haagse-harry-beeldje-25-cm“Waarom lijkt iedereen in Holland (…) te geloven dat Fries een aparte taal is,” zei minister Plasterk ongeveer tien jaar geleden in een column in Buitenhof, “terwijl er in Amsterdam meer mensen zijn die Turks spreken dan in Leeuwarden die Fries spreken? Zou dat latent racisme zijn?” De column was verder vooral wat ironisch over de Friezen en hun streektaal, die volgens Plasterk niet veel meer van het Nederlands verschilde dan de de taal van Haagse Harry.

Maar er zat ook wel degelijk een serieuze vraag achter: waarom beschermen we sommige talen wel en andere niet?

Zou Plasterk nog aan die column gedacht hebben toen hij vorige week moest formuleren op een zeer kritisch rapport van de Raad van Europa over het Nederlandse taalbeleid ten opzichte van minderheidstalen? Er deugde volgens de Raad niet veel van. Lees verder >>

Wakker liggen van wijlen

Door Freek Van de Velde

hubert-lampo-wijlen-sarah-silbermann-35255002Wil je weten waar je collega’s-neerlandici van wakker liggen, dan moet je aan de borreltafel van een neerlandistisch colloquium bezorgd informeren hoe het met ze gaat. Afgelopen week was ik op de Dag van de Nederlandse Zinsbouw (daar moet u beslist een keertje heen. Oergezellig),en daar liep ik Ton van der Wouden tegen het lijf, die ik bezorgd vroeg hoe het met hem ging. Goed, maar hij had wakker gelegen van het woordje ‘wijlen’, en attendeerde me op een te verschijnen stukje van zijn hand daarover op Neerlandistiek. ‘Ik verwacht een reactie van je,’ sprak hij half-bestraffend, want hij had vruchteloos gezocht naar een behandeling van dit vreemde woordje in mijn proefschrift, waar het inderdaad wel thuis had gehoord.

Een reactie dus. Voor wie het stuk van van der Wouden niet gelezen heeft: het gaat over de woordsoort van wijlen. Daar heerst verwarring over, omdat het in sommige naslagwerken als adjectief gecatalogiseerd wordt, op grond van z’n lidmaatschap van de nominale constituent, zoals in ‘Fabiola, echtgenote van wijlen Koning Boudewijn’. Maar Ton heeft gelijk dat het syntactisch geen adjectief is, omdat adjectieven niet bij eigennamen kunnen staan, en wijlen wel (‘wijlen Erich Honecker’) en omdat adjectieven niet voor de determinator kunnen staan, en wijlen weer wel (‘wijlen haar moeder’).

Lees verder >>

Gebaren als de bron van taal

Door Marc van Oostendorp

unnamedTaal is een paraplu. De boodschap komt meestal als een ingevouwen staaf van klanken op je trommelvliezen bonzen, maar zodra hij binnen in je hersenpan is, wordt hij uitgevouwen tot een meerdimensionaal object.

De Amerikaanse taalkundige Charles Hockett introduceerde eind jaren vijftig een begrip dat soms dubbele articulatie (double articulation) wordt genoemd en soms dubbelheid van patroonvorming (duality of patterning). Het komt erop neer dat taal uit twee lagen bestaat: een laag van op zich volkomen betekenisloze klanken, (een d, een a, een s) die samen woorden vormen, en een laag waarin de aldus verkregen vormen wél betekenis hebben en in groter (zins)verband bij elkaar staan (‘dat is een lekker warme das’). Lees verder >>

De freakshow der Nederlandse taal

Door Tessa Sparreboom
(student Nederlands, Universiteit van Amsterdam)

a-f-th_Vanavond was het weer zover: Philip Freriks en Freek Braeckman bezetten primetime NPO 2 om in smoking de meest ondefinieerbare woorden zo helder mogelijk voor te lezen. Juist, het was tijd voor Het Groot Dictee der Nederlandse taal, het (zoals de genitief al verraadt) meest elitaire taalfeestje van het jaar. In woorden als Hyperboreeërs, conciliatie en fotovoltaïsche cellen vond het przewalskipaard vanavond weer waardige opvolgers.

Ook dit jaar was de NTR erin geslaagd een club BN’ers en BV’ers te strikken voor de gevreesde spellingtest. Prima, moeten de ‘prominenten’ hebben gedacht, dan neem ik van tevoren nog even het Groene Boekje door. Natuurlijk valt zoals ieder jaar te betwijfelen of hun voorbereiding verder is gegaan dan het googlen van tweeëntwintig en de vervoeging van het werkwoord sms’en. Zie hier het grote verschil met de niet-prominenten: die zijn uiteraard allemaal vastbesloten het minste aantal fouten te maken, of, als het even kan, helemaal geen fouten.

Voor aanvang dronk iedereen zich moed in in de foyer. Lees verder >>

Wijlen

Door Ton van der Wouden

Wat is de woordsoort van wijlen (nee, ik bedoel niet het werkwoord)? Volgens Van Dale is het een bijvoeglijk naamwoord (alleen voor namen van personen, personificaties en instellingen), van oorsprong een verbogen vorm van Middelnederlands wijle “tijd, tijdstip, rust” (een betekenis die we nog terugzien in de vaste uitdrukking bij wijlen die “af en toe” betekent). Op grond van de betekenis kan ik nog wel begrijpen dat het een bijvoeglijk naamwoord genoemd wordt:  wijlen drukt immers een eigenschap uit, en is heel goed te parafraseren met een bijvoeglijke bijzin: “die dood is”. Maar op grond van het syntactisch gedrag heb ik grote twijfels: een gewoon bijvoeglijk naamwoord zoals beroemd laat zich niet combineren met een eigennaam (*beroemde Piet Heijn) en komt tussen het lidwoord en het zelfstandig naamwoord (de beroemde burgemeester van Haarlem), wijlen daarentegen gaat heel goed samen met eigennamen (wijlen Piet Heijn) en staat vóór het lidwoord  (wijlen de burgemeester van Haarlem). Lees verder >>

Vol melodie en meening

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (102)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Er zijn algoritmes die, puur door letters, woorden en constructies te tellen, kunnen bepalen of een tekst door een man of een vrouw geschreven is. Wat is die gemeten ‘mannelijkheid’ of ‘vrouwelijkheid’? We kunnen toch moeilijk aannemen dat mannen biologisch bepaald zijn om minder (of juist meer) e’s te tikken dan vrouwen? Is het dan een weerslag van de opvoeding? Van sociale druk? Daarover zijn de geleerden het nog niet eens.

Hoe stabiel zou die maat over de tijd heen zijn? Schreven vrouwen vroeger ook al vrouwelijk? Hoe vrouwelijk is de toon van Hélène Swarth, bijvoorbeeld in haar sonnet Op den bergtop? Lees verder >>

De eerste stapjes van een AiO

Door Jorik van Engeland


phd
Mijn eerste maanden als aio gingen gepaard met veel tegenstrijdig advies. Doe maar rustig aan, je zit pas in je eerste jaar. Als je iets wilt, moet je er voor gaan! Is het niet te vroeg om al over publiceren na te denken? Een publicatie laat altijd op zich wachten, je kan niet vroeg genoeg beginnen. Je thesis schrijf je bijna helemaal in je laatste jaar. Je kan het beste elk jaar minstens één hoofdstuk afmaken. Hartelijk dank daarvoor.
Lees verder >>

Tilburgs sonnet

tilburg-jeruzalem

Door Bas Jongenelen

Sinds een week is het Nederlands een sonnettype rijker: het Tiburgse sonnet. Een sonnet is nooit zo maar een sonnet, er zijn Italiaanse sonnetten, Engelse sonnetten, Nijmeegse sonnetten, Utrechtse sonnetten – en ga zo maar door. Meestal heeft zo’n geografische aanduiding slechts te maken met de plaats waar hij bedacht is. Bij het Tilburgse sonnet is dat niet het geval, het Tilburgse sonnet heeft iets echts Tilburgs.

Lees verder >>

Het toppunt van retorica: Sophocles’ Philoctetes

Door Ton Harmsen

063philoctetesHoe meesterlijk de Griekse tragedieschrijver Sophocles ook is, in de Nederlandse renaissance is hij een ondergeschoven kindje. Cornelis van Ghistele, die ook Ovidius en Terentius vertaalde, zette Sophocles’ Antigone over uit een Latijnse versie (1556). Verder bracht de zestiende eeuw niets voort, behalve de vertaling van Ajax in het Latijn door Josephus Justus Scaliger (1574). In de zeventiende eeuw had Sophocles minder te klagen. Vondel vertaalde drie van zijn zeven tragedies: Elektra (1639), Koning Edipus (1660) en Herkules in Trachin (1668). Pas negentig jaar later volgde Philoctetes, vertaald uit het Frans door Jacobus Stamhorst. Die Franse bewerking door Chateaubrun had van het originele stuk van de Griek geen spaan heel gelaten. Het Franse classicisme met zijn galante gesprekken, zijn strijd tussen liefde en eer en zijn afkeer van onwaarschijnlijke, en vooral van bovennatuurlijke zaken heeft geen enkel begrip voor de rauwe werkelijkheid die Sophocles in zijn treurspelen schildert. En de Nederlandse pendant, het Frans-klassicisme, was in dit opzicht nog erger.

Lees verder >>

De eerste ervaringen van Expeditie Nederlands

Door Arnoud Kuijpers

In  vorige blog beschreef ik hoe ons onderwijsvernieuwende project Expeditie Nederlands tot stand is gekomen. Inmiddels zijn we meer dan tien weken verder en kunnen we terugblikken op de eerste periode. Hoe gaat het? Wat doen we? Werkt het? En wat vinden onze leerlingen ervan?

Wat hebben we gedaan?

In de eerste periode zijn we aan de slag gegaan met schrijfvaardigheid, grammatica, werkwoordspelling en leesvaardigheid. En dat doen we op een andere manier dan leerlingen gewend zijn. Bij grammatica moesten ze bijvoorbeeld zelf een instructiefilmpje maken waarbij ze spelenderwijs ontdekten welke functies een persoonsvorm kan hebben. Bij werkwoordspelling hebben we ingestoken op differentiatie omdat dat zich er bij uitstek voor leent: het niveau van leerlingen verschilt bij dit onderdeel namelijk enorm. Uiteindelijk heeft dat zijn vruchten afgeworpen want vrijwel iedereen heeft het gewenste niveau (80% = goed!) gehaald. Bij leesvaardigheid hebben we alleen actuele teksten gebruikt over onder andere etnisch profileren, sexting en social media. Aan de hand van deze teksten en bijbehorende nieuwsitems hebben we hele interessante gesprekken en levendige discussies gehad. Wil je zien hoe we precies te werk gaan? Al ons lesmateriaal delen we op onze Facebookpagina, die inmiddels meer dan 580 leden telt. Aanmelden kan nog steeds.


Lees verder >>