Categorie: column

Het is een sjouw

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (72)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Foto: Susanne van der Kleij

Er zou een dikke studie te schrijven zijn over het gebruik van spreektaal in de poëzie. Dat gebruik wordt tegenwoordig geloof ik in sommige poëtenscholen aangemoedigd en áls de boekwinkels zouden uitpuilen van de dichtbundels, zouden de bundels waarin alledaagse woorden werden gebruikt grote puilen vormen.

Dat was natuurlijk niet altijd zo. Er is een tijd geweest dat spreektaal werd gemeden. Nu ja, de grenzen tussen alledaagse taal en poëtischer registers is natuurlijk altijd vloeiend geweest, al was het maar omdat er geen poëtische of alledaagse lid- of voegwoorden zijn. En bovendien hebben dichters misschien wel altijd spreektaal gebruikt – al was het maar voor de grap.

In zijn kweeste tegen het sonnet schreef de jonge student J.J.L. ten Kate in 1842 bijvoorbeeld het gedicht ‘Moderne poëtrije’ in zijn eigen tijdschrift Braga: Lees verder >>

Erasmus’ strijd tegen de oorlog

Door Ton Harmsen

Benlliurs CharonIn het derde hoofdstuk van zijn autobiografie (La vita scritta da lui medesimo) staat Benvenuto Cellini tegenover een dreigende groep mensen. Onvervaard zwaait hij met een mes, terwijl hij zelfverzekerd uitroept: ‘als iemand mij aanvalt, haal dan snel de biechtvader, want de dokter zal niets meer voor hem kunnen doen’ (corra per il confessoro, perchè il medico non ci avrà che fare). Het is grootspraak, het is spotten met de dood. Ik moet eraan denken bij de wrange grap die Erasmus in zijn colloquium ‘Charon’ maakt over de dood van de Vrede.

Erasmus was geen politicus; hij heeft niet bijgedragen aan het oorlogsrecht of aan supranationale instituties zoals Hugo de Groot deed. Maar vrede is een enorm belangrijk thema in al zijn werken, en het denken over oorlog en vrede heeft hij ingrijpend beïnvloed. Sommige werken zijn er zelfs geheel aan gewijd, zoals Klacht van de Vrede (Querela Pacis van 1517) en het overbekende adagium ‘Oorlog lijkt mooi voor wie geen oorlog hebben meegemaakt’ (Dulce bellum inexpertis). Ook in de Colloquia spreken burgers vaak vol afschuw over hun oorlogszuchtige vorsten. In Charon verplaatst Erasmus de dialoog naar de absurdistische situatie van de onderwereld.

Lees verder >>

Mansplaining

Door Marc van Oostendorp

Wie wil begrijpen hoe woordbetekenis werkt, doet er goed aan de komende tijd het woord mansplaining in de gaten te houden. Het woord komt ineens opduiken – volgens Wikipedia sinds 2010 ongeveer –, ook in allerlei Nederlandse teksten.

De term verwijst oorspronkelijk naar een bepaalde manier van dingen uitleggen aan iemand terwijl de uitleggee het misschien net zo goed of zelfs beter weet dan de uitlegger. Er zit blijkens de naam bovendien meteen een associatie aan vast, namelijk dat het iets is dat mannen vaak doen, en wel wanneer ze met vrouwen praten.

De eerste vraag die zich nu voordoet, is: bestond mansplaining nog niet voor 2010?  Lees verder >>

Waarom ik een blogger ben

Door Marc van Oostendorp

Door omstandigheden kon ik er helaas niet bij zijn toen Ionica Smeets vorige week vrijdag haar oratie uitsprak als hoogleraar wetenschapscommunicatie. Nu ja, laat ik eerlijk zijn, de omstandigheden bestonden er vooral uit dat ik ergens in een Italiaans bergdorp frutti di mare (!) zat te eten. Ik had hoe dan ook het graag meegemaakt, want ik vind Smeets steengoed en ik was erg benieuwd naar wat ze te zeggen had.

In afwachting daarvan verscheen op het wereldwijde netwerk van computers gelukkig wel een column die de filosoof Vincent Gijsbers uitsprak op een feestelijke avond na Smeets’ oratie. En die column is me nu eens echt uit het hart gegrepen.

Lees verder >>

Europa heeft wel een euro, maar geen tweede taal, waarom niet?

Onverwachte taalvragen aan de wetenschapsagenda (18)

Door Marc van Oostendorp


‘Tweede taal’
Illustratie: M. van Oostendorp

De 12.000 vragen die vorig jaar door het publiek zijn gesteld zijn de vorige zomer door commissies wetenschappers teruggebracht tot 140 vragen. Inmiddels hebben onbekenden – ik heb het aan insiders gevraagd en zelfs die weten niet precies door wie – teruggebracht tot 16 ‘exemplarische routes‘. Het verhaal gaat dat de volgende regering er uit die routes een stuk of drie gaat kiezen, die dan tot speerpunt van het regeringsbeleid zullen worden gemaakt. Wat dát dan weer financieel gaat betekenen, weet niemand.

Maar het gaat vast wat betekenen. Achter de schermen van het wetenschapsbedrijf is het daarom een geroezemoes van jewelste, waarin allerlei mensen strategische coalities sluiten met anderen om hun exemplarische route zo gunstig mogelijk te doen afsteken. Ook dat gelobby levert weer een duister krachtenspel op, waar dan dus uiteindelijk de belangrijkste wetenschappelijke vragen van de jaren rond 2020 uit naar boven geacht worden te komen.

Handig

Ondertussen vinden we in de meest onverwachte routes nog taalvragen. Ergens wordt in het kader van de route veerkrachtige en zinvolle samenlevingen bijvoorbeeld gevraagd:
Lees verder >>

Zelf concrete voorbeelden gebruiken

Door Marc van Oostendorp

Het vak van taalbeheersing en communicatiewetenschap wordt in Nederland maar matig gepopulariseerd. Er bestaat wel wat (boekje van Van Eemeren en Grootendorst over argumentatie naar aanleiding van cartoons van Peter van Straaten, boekje van Jaap de Jong over toespraken naar aanleiding van Max Havelaar, een weblog van het project Begrijpelijke taal), maar erg -opulair is het genre niet. Misschien komt het doordat taalbeheersers andere vormen van valorisatie hebben (praktisch adviezen geven aan overheid en bedrijven), en misschien doordat zij nog meer dan andere neerlandici gevangen zitten in de ijzeren banden van massa-onderwijs en publicaties in A-tijdschriften.

Hoe dan ook valt er natuurlijk wel wat te vertellen over de inzichten die er achter adviezen voor aantrekkelijk schrijven kunnen steken. Christine Liebrecht van de Universiteit van Tilburg doet dat met haar boekje Fan-tas-tisch om hier te zijn! Ondanks de praktische ondertitel Verbeter je taalgebruik gaat dit boek meer over waaróm technieken als overdrijving en ironie soms wel werken en andere keren niet dan dat het praktische tips geeft. Het doel is vooral om inzicht bij te brengen – al is de aanname natuurlijk dat iemand met dat inzicht ook effectiever communiceert.

Lees verder >>

De geringe betrouwbaarheid van de eindexamens Nederlands

Door Michel Couzijn

Eerlijk is eerlijk, de manier waarop in onze CITO-examens Franse taalvaardigheid of wiskundig vernuft wordt geëxamineerd, kent ook vreemde beperkingen en is evenmin een voorbeeld van de manier waarop leerlingen buiten school hun Franse of wiskundige bekwaamheden moeten aanwenden.

Toch hoor je daar nooit zoveel geklaag over als over het examen Nederlands. Noch onder leraren, noch bij het grote publiek. Hoe kan dat? Het kan verband houden met een opvallend kwaliteitsgebrek bij de examens Nederlands: de lage betrouwbaarheid.

‘Betrouwbaarheid’ is een toetstechnische kwaliteit die o.a. aangeeft hoeveel staat je kunt maken op een individuele uitslag. Had de ‘6’ niet ook een ‘5’ of een ‘7’ kunnen wezen, een dag eerder of later, of met een nét iets andere vraagformulering, of met de teksten in een andere volgorde? Ook wispelturigheid van & onderlinge verschillen tussen beoordelaars spelen mee.

Lees verder >>

Gelijke rechten voor alle talen

Door Marc van Oostendorp

taalrechten
Illustratie: M. van Oostendorp

Wie het nieuwe nummer van Language Problems & Language Planning (LPLP) doorneemt, merkt weer eens hoeveel dingen er op deze wereld niet geregeld zijn. Dat nummer is namelijk geheel en al gewijd aan de gelijkheid der talen: moeten alle talen gelijke rechten hebben?

In de praktijk is dat natuurlijk niet zo: met het Engels kun je natuurlijk op veel meer plaatsen terecht dan met het Beloetsjie, een minderheidstaal uit het grensgebied tussen Iran en Pakistan. Is dat erg? En zo ja, wat valt eraan te doen? In Friesland zijn er mensen die zich boos maken omdat er vanwege bezuinigingen steeds meer Friezen buiten de provincie voor de rechter komen – waar ze geen recht hebben om Fries te spreken. Is die boosheid terecht? Lees verder >>

Wat is een hele of volledige correcte (Nederlandse) zin volgens examenblad.nl?

Door Ben Salemans

In het af en toe raadselachtige document Veelgestelde vragen vakspecifieke correctieregels CE Nederlands havo en vwo 2016. Versie 1, 22 april 2016 lezen we het volgende:

”Hoe moet correct taalgebruik worden beoordeeld bij antwoorden die beginnen met ‘dat’ of een variant daarvan (bijzin), terwijl om hele zinnen is gevraagd? Voor antwoorden die alleen uit een bijzin bestaan terwijl er gevraagd wordt om volledige zinnen te gebruiken, moet één fout worden gerekend vanwege deze onvolledigheid. Verder is het natuurlijk zo dat ook volledige zinnen kunnen beginnen met een bijzin (“Dat het koud weer is, weten we wel”). Daar is niets mis mee.”

De publicatiedatum van het genoemde raadselachtige document van examenblad.nl is hoogst eigenaardig: 22 april 2016. Dan zit het schooljaar voor de meeste eindexamenkandidaten er zowat op! Hoe moeten/moesten docenten Nederlands al deze vaak rare beoordelingsrichtlijnen nog aan hun eindexamenleerlingen mededelen? Het opvallende document van examenblad.nl had toch wel minstens een maandje eerder bekend mogen worden gemaakt, lijkt me.

Lees verder >>

Vondels vijfde tragedie: de rampzalige kuisheid van Hippolytus

Vondel Hippolytus Opdracht

Door Ton Harmsen

Geeraerdt Brandt, niet in alle opzichten een vriend van Vondel want hij was afkerig van diens katholicisme, bewonderde de oude meester zeer en bezocht hem geregeld. De grote hoeveelheid bijzonderheden die hij daardoor over zijn leven en zijn werk kende stelde hem in staat een biografie te schrijven vol feiten die anders niet bewaard zouden zijn. In 1682, drie jaar na Vondels dood, redigeerde hij diens verzamelde poëzie waaraan hij zijn ‘Leven van Vondel’ vooraf liet gaan. Hier schrijft hij het volgende over Vondels vertaling van Seneca’s Phaedra:

Hy braght ook in dit jaar Senekaas Treurspel van Hippolytus, door hem in dicht vertaalt, aan den dagh. In dit werk werdt de groote voorganger gelukkig gevolght. ’T was den getrouwen Hollander, (een omschryving daar de Heer Hugo de Groot, toen balling ’s landts, meê gemeent werdt) opgedraagen: maar men maakte zwaarigheit om den Hippolytus met d’ opdraght, een klinkdicht ’t welk van de Groot en Oldenbarneveldt als van onschuldigen, sprak, uit te geven. Men vreesde voor haaperinge, en vondt geraaden dat klinkdicht uit al de gedrukte bladen te snyden. Maar toen de tydt wat veranderde, werdt het in zyn Poëzye, en ook by den tweeden druk van ’t Treurspel, in ’t licht gegeven. Lees verder >>

Eindexamen vwo 2016: de enig juiste interpretatie van ironie

Door Marc van Oostendorp

Het is ze weer gelukt: vanmiddag werd het centraal eindexamen Nederlands bij vwo-scholieren afgenomen en ik ben weer uit mijn humeur. Wat is dat toch een afschuwelijke wereld, die je binnentreedt als je het examenblad openslaat. Wat ben ik toch blij dat je die wereld buiten het eindexamen nooit tegenkomt; en wat betreur ik die arme meisjes en jongens die hun entree tot het volwassen bestaan moeten maken door zich te conformeren aan een manier van lezen die ik verwerp.

Het is een wereld waarin je ondubbelzinnig kunt aanwijzen wat de ‘belangrijkste gedachte’ van een tekst is, benevens de ‘voornaamste argumentatie’ die er wordt gebruikt – allebei de kwesties worden herhaaldelijk aangesneden. Een wereld waarin zelfs de ironie objectief vaststelbaar is, en een wereld waarin het je de kop kost als je een uitwerking een precisering noemt, of andersom. Het is een wereld waarin je kortom leest op een manier die niet alleen alle vreugde uit het lezen slaat, maar die ook volkomen onzinnig is.

Dit is het vierde eindexamen vwo op rij dat ik maakte en het bezwaar is en blijft hetzelfde: Lees verder >>

Twitteren in Limburg

Door Leonie Cornips

Limburgers twitteren meer in dialect dan Friezen in Fries. Dat blijkt uit ons onderzoek met collega’s onder wie Theo Meder van het Meertens Instituut en Dong Nguyen en Dolf Trieschnigg van de Universiteit Twente. In dat onderzoek vergelijken we Friesland met Limburg. In het Fries twittert iemand: ‘Ik twitterje yn it Frysk.’ en in het Limburgs zo: ‘Waarsjienlik noe al in Sjpanje, de kroenekrane die v’r höbbe zeen vlege op weeg daonaotoe’.

Tussen januari 2013 en juli 2014 heeft de Universiteit Twente een uitvoerige databank met tweets aangelegd van twitteraars in Nederland. Het is niet echt eenvoudig om na te gaan welke tweets uit die verzameling uit Friesland en Limburg komen want tweets zijn in principe niet plaatsgebonden. Gelukkig gebruiken sommige twitteraars zelf plaatsaanduidingen. Dit is uitgezocht voor Venlo waar bijna 2.000 gebruikers aangeven dat Venlo hun twitter thuisbasis is. Het is grappig om te zien welke naam zij aan hun Venlo geven: naast het gewone V/venlo (ruim meer dan de helft), komt Venlo voor in combinatie met (the) Netherlands, of met Blerick en anderen benoemen Venlo eenmalig en zeer creatief als ‘about 500k from Paris’, ‘Venlo, ja toch’, ‘venlo netuurlik’, ‘Venlocity’, ‘Venlo-Zuud’, ‘Upper E-side venlo’, ‘hartje Venlo’, ‘VenloOw’, ‘oet ut stedje venlo’, ‘earth venlo’ en ‘venlo wao anders?’. In deze beschrijvingen komt dus Engels voor (about 500k from Paris), dialect (oet ut stedje venlo) en Nederlands (hartje Venlo).

Lees verder >>

De Nederlandse s

Door Marc van Oostendorp

Dankzij Nederlandse voetbaltrainers is al menige wereldtaal de afgelopen decennia verrijkt. Op dit moment doet Louis van Gaal bijvoorbeeld goede dingen voor het Engels, zoals maar weer eens blijkt uit dit filmpje dat momenteel de rondte doet en waarin een (Engelse) Manchester-fan de meester feilloos weet te imiteren:

Lees verder >>

Pure laksigheid

Door Robert Chamalaun

Van de vele neologismen die dagelijks onze taal verrijken, zijn er enkele die mij om een of andere reden extra aan het denken zetten. Zo hoorde ik onlangs iemand zich verontschuldigen voor iets wat hij nagelaten had uit ‘pure laksigheid’. Het is helemaal niet raar dat in gesproken taal een variant voorkomt (laksigheid) die strikt genomen niet volgens de regels is (correct is natuurlijk laksheid). Alhoewel ik het woord in geschreven taal nog niet vaak heb gesignaleerd, is er toch iets bijzonders met laksigheid als je erover nadenkt.

Om te begrijpen wat er dan wel zo bijzonder is aan dit specifieke woord moeten we starten met de constatering dat we in het Nederlands nieuwe woorden kunnen vormen, doordat we relaties kunnen leggen tussen gelede woorden en hun minder gelede basiswoorden, en tussen de gelede woorden onderling. De systematiek zorgt ervoor dat we oneindig veel mogelijkheden hebben nieuwe woorden te maken. We kunnen bijvoorbeeld op die manier woorden maken als zeemeerminnenzwemles (neologisme gesignaleerd op nos.nl).

Lees verder >>

Toevallig op Petrus Datheen stuiten

Door Marc van Oostendorp

Mike KestemontWijlen Louis Peter Grijp was begrijpelijkerwijze trots toen er voor zijn dood een nieuw instituut werd ingericht – de Louis Peter Grijp-lezing, jaarlijks te houden rond 10 mei, de verjaardag van het Wilhelmus als Nederlands volkslied.

Hij was ook trots op de eerste spreker, de aanstormende Antwerpse literatuurwetenschapper Mike Kestemont. Gisteren liet Kestemont zien dat die trots volkomen gerechtvaardigd was: hij gaf een briljante, lezing, een onverwacht spannend verhaal over een op het eerste gezicht wat saai onderwerp: met de computer onderzoeken of Marnix van St. Aldegonde nu echt de auteur was van het Wilhelmus.

Sommige kranten (het Reformatorisch Dagblad bijvoorbeeld) brachten gisteren als nieuws dat Petrus Datheen misschien wel de auteur was van het Wilhelmus. Maar daar ging de lezing helemaal niet over!

Lees verder >>

Churchill, Bep van Klaveren, en de pratende hond Bob

Uit de geluidsarchieven van het Meertens Instituut

Door Marc van Oostendorp

Publiek bij de erepromotie van Winston Churchill, 10 mei 1946.
Publiek bij de erepromotie van Winston Churchill, 10 mei 1946.

Kees Grijpink is vrijwel klaar met zijn levenswerk. In de afgelopen decennia heeft hij in de geluidsstudio van het Meertens Instituut met eindeloos geduld duizenden uren geluidsopnamen van allerlei geluidsdragers – wasrollen, banden, glasplaten, zwaar beschadigde LP’s – gedigitaliseerd.

Het is gelukkig dat Grijpink bijna klaar is want over niet al te veel tijd wil hij met pensioen. Bovendien gaat het Meertens Instituut later dit jaar verhuizen naar een pand waar geen ruimte meer is voor zo’n geavanceerde geluidsstudio. (De originele geluidsdragers worden overigens wel allemaal zorgvuldig bewaard.)

Hoe dan ook resulteerde Grijpinks werk onder andere in de Nederlandse Dialectenbank, waar heel veel opnamen in zijn opgenomen, maar ook in allerlei curiosa. Daarvan presenteert Neerlandistiek er vandaag een paar.

Lees verder >>

De tien keer honderd vaakst gebruikte woorden van de taal

Door Marc van Oostendorp

Wie alleen 'aangenaam' kan zeggen, komt al een heel eind.Wat woorden in de krant NRC Handelsblad van dit weekend zeggen helaas veel over hoe boeken nu worden gemaakt. In het boek Dingenuitlegger, legt Randall Munroe allerlei moeilijke zaken uit: hoe een camera werkt, of het lichaam van een mens. Speciaal daarbij is dat Munroe daarbij alleen de 10 keer 100 vaakst geschreven woorden van zijn taal gebruikt.

De krant schrijft ook over hoe dat van Randalls taal naar de onze is gegaan. “Er was helaas geen tijd om het boek op een zo nerdy mogelijke manier te vertalen,” wordt daar gezegd. “Witteveen is niet begonnen met een lijst van de duizend meest gebruikte Nederlandse woorden en heeft ook niet achteraf gecheckt of hij onder de duizend gebruikte woorden is gebleven. AchterinDingenuitlegger staat een lijst met ‘de woorden die we het meest gebruiken’; dat is de lijst uit de Engelse editie, vertaald. Het zijn er 845. Witteveen vermoedt dat er geen woorden in de lijst staan die niet in het boek staan, en andersom, maar heel precies heeft hij dat niet gecheckt.”

Lees verder >>

Inburgeringscursus Shakespeare mislukt

Door Ton Harmsen

GesinaterBorchechtelijke_ruzie

Gemiste kans… Als Abraham Sybant op het titelblad had geschreven dat De dolle bruyloft zijn vertaling was van The taming of the shrew van William Shakespeare, was toneellievend Nederland in 1657 wel wakker geworden. Nu duurde het tot het eind van de achttiende eeuw voordat Shakespeare via Franse vertalingen zijn weg naar Nederland vond. En pas toen L.A.J. Burgersdijk rond 1880 in negen jaar tijd de complete ‘comedies, histories and tragedies’ vertaald had vielen de Nederlandse regisseurs de schellen van de ogen. Toen begon de zegetocht van Hamlet, Macbeth, King Lear, en De storm. En van De getemde feeks.

    Sybants aftrap was dus een schot in de lucht. Zijn komedie werd door twee vrienden (collega’s in het vak van rondreizend toneelspeler, vaak in samenwerking met Engelse toneelgezelschappen) voorzien van lofdichten waarin niet Shakespeare, maar… Plautus en Terentius als de inspiratoren van Sybant naar voren geschoven worden. Van Daalen moedigt aan:

.        Nu Sybant maak al voort, en wilt ons noch iets geven
.        Tot stichting voor ’t vermaak. Dit ’s alles dat ik wensch,
.        Nu dat de fiere geest van Plautus en Terens,
.        Na zoo veel jaren, komt in u weêr te herleven. (vs. 8-12)

Terwijl ze heel goed wisten dat het niet zo was: Lees verder >>

Tollens óf Bilderdijk

Door Marc van Oostendorp

De dichter als idoolRoem is een identiteitskwestie: het gaat over wie mensen willen zijn. Dat is een van de conclusies die je zou kunnen trekken uit Rick Honings’ nieuwe boek De dichter als idool, dat vorige week verscheen.

In zijn boek bespreekt Honings hoe zeven negentiende-eeuwse Nederlandse dichters beroemd waren: Willem Bilderdijk, Isaac Da Costa, Elias Annes Borger, Hendrik Tollens, Nicolaas Beets, Piet Paaltjens en Multatuli. Allen werden zij door hun werk beroemde, en soms controversiële, figuren; allen kregen ze bewonderaars (door Honings ‘fans’ genoemd) en in sommige gevallen ook tegenstanders (‘antifans’). Er zat in de loop van de negentiende-eeuw ook wel enige ontwikkeling in de soort roem – al is het maar doordat er van Bilderdijk nog geen foto’s konden worden gemaakt –, maar je krijgt de indruk dat de voornaamste verschillen toch zaten in de verschillen in karakter tussen de dichters.

Honings verdeelt ieder van zijn hoofdstukken in tweeën. Lees verder >>

Regels voor de Gooise r

Door Marc van Oostendorp

retroflexe en propjes-r Vroeger kon je misschien nog wel beweren dat mensen die een Gooise r gebruikten, meelopers waren, maar inmiddels zijn er generaties van moedertaalsprekers die niet anders kunnen. Al van jongsaf aan maken ze de r op een bepaalde manier die de Gooise r wordt genoemd, of Kinderen-voor-Kinderen-r omdat de klank veel mensen bij de eerste afleveringen van dit programma op begon te vallen.

Mensen denken bovendien vaak dat die r zijn opgang heeft gemaakt vanwege dat tv-programma of, breder, omdat figuren op de tv die klank begonnen te maken. Waarschijnlijk is dat niet waar, maar natuurlijk nemen mensen wel klanken van elkaar over: kinderen van ouders en op latere leeftijd volwassenen van mensen tegen wie ze op de een of andere manier opkijken.

Nu is dat overnemen op zich al een wonder. Lees verder >>

Het omgekeerde van sarcasme bestaat niet

Door Marc van Oostendorp

omgekeerd sarcasmeWe hebben hier de afgelopen weken aan ons weblog getimmerd, en we zijn nog niet helemaal klaar, maar het moment is weldra aangebroken dat we jullie gaan vragen wat je ervan vindt. Dan zou je bijvoorbeeld kunnen zeggen:

  • Ik vind het leuk. (1)

Maar dat zouden we al snel negatief kunnen interpreteren: misschien bedoel je met zin 1 wel dat je het helemaal niet zo leuk vindt. In plaats daarvan kun je daarom zeggen:

  • Ik vind het geweldig. (2)

Dat zou dan op zijn beurt juist weer kunnen betekenen dat je het alleen maar leuk vindt. De Duits-Canadese taalkundige Michael Wagner noemt dat in een recent artikel overstatement-conclusies:

Lees verder >>

Ik hoop mogen we erin mogen

Door Marc van Oostendorp

Soms komt er zomaar op een doordeweekse dag een nieuwe bevestiging binnen van een al lang bekende theorie. Dat gebeurde bijvoorbeeld vorige week, toen ik deze twee tweets kreeg:

Er is in het Nederlands een opvallend verschil tussen hoofd- en bijzinnen: in de eerste staat de persoonsvorm altijd op de tweede plaats in de zin, maar in de tweede staat hij achteraan in de zin. Lees verder >>

Wat zijn de gevolgen voor de Friese literatuur van het vrijwel ontbreken van structureel letterkundig onderzoek?

Onverwachte vragen aan de wetenschapsagenda (17)

Door Marc van Oostendorp

Olga van Marion
Olga van Marion

Begin dit jaar had ik me voorgenomen dat ik wat meer Friese literatuur wilde lezen en zie, meteen organiseert de Fryske Akademy later dit jaar een Dei fan ‘e Fryske letterkundeMisschien komt daar de volgende vraag dan ook wel aan de orde:

Lees verder >>

Funeraire poëzie: tekstbijlage P.C. Hooft

Door Ton Harmsen

    Heemskerck die dwars door’t ys en’t yser dorste streven
    Liet d’eer aen’t land, hier’t lyf, voor Gibraltar het leven.

 Net als het lange gedicht van Daniel Heinsius op de dood van Jacob van Heemskerck, die in 1607 de slag bij Gibraltar won maar die overwinning betaalde met zijn leven, bevat dit distichon van P.C. Hooft vrijwel uitsluitend lof. Hij doet dat heel kunstig en opvallend: ‘ys’ en ‘yser’ zijn woorden die bij een grote overeenkomst in klank een heel verschillende betekenis hebben (wat de stijlleer paronomasia noemt); ‘eer’, ‘lyf’ en ‘leven’ zijn drie objecten van ‘Liet’ (een tricolon). Het allitererende ‘liet-land-lijf-leven’ maakt het tweede vers ook bijzonder welluidend. Met recht siert dit gedicht het grafmonument van de zeeheld.

Het lijkt of Hooft een vergissing maakt in het metrum, omdat in Gibraltar de eerste en de laatste lettergreep beklemtoond zijn. In de zeventiende eeuw sprak men het echter uit zoals in het Spaans en het Frans, zoals we ook zien in het gedicht van Vondel op het portret van Gerard Hulft. Die uitspraak is etymologisch beter verantwoord dan de onze: Gibraltar is een verspaansing van de Arabische naam Jabal Ṭāriq (جبل طارق), de Tariqberg. Een andere bijzonderheid is de trochee ‘Heemskerck’ – hier maakt Hooft gebruik van een vrijheid, die in het eerste woord van een jambisch vers niet ongebruikelijk is.

Lees verder >>