Categorie: column

Raar directeur zijn

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-40Wat is het verschil tussen de radio en de walkietalkie? Over die intrigerende vraag gaat het proefschrift dat Maartje Schulpen vorige maand in Utrecht verdedigde. Dat er een verschil is blijkt uit de vergelijking tussen zinnen als de volgende:

  • Martha luisterde naar de radio en Alice ook.
  • Martha luisterde naar de walkietalkie en Alice ook.

Niet alleen klinkt de tweede zin wat vreemder dan de eerste, maar in het eerste geval kun je je best voorstellen dat Martha en Alice naar verschillende radiotoestellen luisterden, terwijl de tweede zin veel eerder in gedachten roept dat er één (al eerder genoemd) walkietalkietoestel is en dat de dames daar gezamelijk naar luisteren.

Bepaalde lidwoorden (de, het) roepen dat laatste normaliter op. Lees verder >>

Engelstalig onderwijs verandert je fouten in het Frans

Door Marc van Oostendorp

Dat er op steeds meer middelbare, en zelfs basisscholen tweetalig onderwijs wordt gegeven – heel veel hoor je er niet over. En áls er al eens bezwaar wordt gemaakt, gaat het meestal om de invloed die zulk onderwijs heeft op het Nederlands. Kunnen zulke kinderen zich nog wel goed in onze taal uitdrukken? En willen ze dat nog wel?

Het onderzoek naar dat onderwerp laat over het algemeen zien dat zulke effecten er nauwelijks zijn: leerlingen van tweetalige scholen worden niet echt slechter in het Nederlands – zoals ze, zeker op termijn, ook nauwelijks beter worden in het Engels.

Maar hoe is de invloed eigenlijk op de kennis van weer andere talen, zoals Frans en Duits? Lees verder >>

Goud. Van middagzon

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (109)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

In gedichten is het einde van regels belangrijker dan het begin en niemand weet precies waarom. Aan het einde bevindt zich bijvoorbeeld doorgaans het rijm (ik ken geen conventie waarbij de eerste woorden van regels systematisch op elkaar moeten rijmen). Ook veroorloven dichters zich doorgaans meer vrijheden tegenover het metrum aan het begin van een regel dan aan het eind.

En dan is er het enjambement, de woordgroep die zich over een regel uitstrekt, zoals in het sonnet Hoogvlak van Hélène Swarth:

Ik blik verwonderd neer van ’t hoogvlak: was
Dat ijl klein bosch mijn heilig smartewoud,
Waar ‘k handenwringend doolde in donker? – Stout
Beklom den berg spiralend de enge pas.

De reine wind der hoogte omwaait me en goud
Van middagzon uit blauwen hemelplas
Verblindt mijn blik, die weg zich wendt al ras
Van ’t kleine bosch, vol rouwen dat mij rouwt.

Armzaalge boomgroep! kinderspeelgoed-tuin!
De kruinen wuiven, suizlend droeven groet.

In d’ afgrond rolt een brokje rotsepuin,
Als eenig antwoord van mijn trotschen voet,
Die hooger stijgt, naar d’ ijsbekroonde kruin,
Waar ‘k wel van weet, dat ik er sterven moet.

Lees verder >>

verzet / weerstand

Verwarwoordenboek Vervolg (15)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen. 

verzet / weerstand

De betekenissen overlappen grotendeels. Lees verder >>

Water en taal

Door Marc van Oostendorp

untitled_artwork-1Een taal is geen stroompje, maar een grote, brede rivier. Traag stroomt ze permanent in de richting van de zee. Als je iets dichter bij kijkt, zie je golfjes die in de richting van de oever gaan. En nóg dichterbij, onder de microscoop, bewegen de moleculen alle kanten op.

Zo is het ook met de taal. In de loop van de eeuwen gaat ze een bepaalde richting op. Het Nederlands verandert bijvoorbeeld in een naamvalsloze taal; die verandering is in de 14e eeuw voortgezet, nu hebben we alleen nog een paar naamvallen voor de persoonlijk voornaamwoorden (ik/mij), maar ook die zijn langzaam maar zeker aan het wegslijten.

Een niveau lager zijn er wat gedetailleerdere veranderingen, die zo’n beetje alle kanten op gaan.  Lees verder >>

Noordelijk dialect praat je achter in de mond

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-38Wanneer je naar de volksuniversiteit gaat om een taal te leren, hoor je het nog wel eens iemand beweren: Russich spreek je “voor in de mond” uit, Duits “achter in de mond”. Ook over dialecten hoor je dat soort dingen weleens: wie dit of dat dialect wil imiteren, moet een plekje ergens in zijn mond vinden om het uit te spreken.

In de Nederlandse dialectologie was het idee, onder de naam ‘articulatiebasis’, ook enige tijd populair in de jaren dertig. Het idee was dat sprekers van dialecten ook net iets verschillende monden hadden, bijvoorbeeld omdat ze van net iets andere stammen waren die zich ooit in de Lage Landen vestigden.  Lees verder >>

Ook Neerlandistiek is voor taalcompetentie!

Door Marc van Oostendorp

Alleen al uit de titel blijkt dat Iedereen taalcompetent! een van de meest ambitieuze stukken die de afgelopen jaren uit de boezem van de Nederlandse Taalunie is opgeweld: een ‘visiedocument’ van de organisatie op het onderwijs Nederlands in de 21e eeuw!

Die ambitie zit op verschillende niveaus. In de eerste plaats betreft het al het onderwijs in Nederland en Vlaanderen tot en met het eindexamen. In de tweede plaats wordt er een nogal grootse visie uiteengezet op dat onderwijs – het gaat hier niet om de details, maar om de grote lijnen van wat we met het onderwijs in de moedertaal willen en waar het naartoe moet.

Sterker nog, met dit rapport durft de Taalunie strijd aan te gaan met allerlei krachten tegen wie het waard is om gestreden te worden. Zo roept het rapport op tot: Lees verder >>

Amsterdamned!

Door Marc van Oostendorp

Om te vieren dat Ester Naomi Perquin de Dichteres des Vaderlands is geworden, bewijs ik in mijn zondagochtendminicollege (nou ja, ochtend) van vandaag dat Perquin haar best doet om niet te liegen in haar recente gedicht ‘Amsterdamned’! Ik haal er ook nog een forensisch wetenschapper bij die deze week in de Volkskrant werd geïnterviewd.

Let op: de film Amsterdamned staat ook in zijn geheel op YouTube. Ik heb het fragmentje waar dit gedicht over gaat niet kunnen vinden. Prijs voor wie het wel vindt!

Netflix & chillen: een kwestie van beleefdheid

Door Stella Vivian Dippell
Eerstejaars student Taalwetenschap aan de universiteit Leiden

17 januari 2017 postte Lucas Seuren de column ‘Seinfeld als wetenschap’, waarin hij liet zien dat eufemismen een geloofwaardige connectie met de realiteit moeten hebben, willen ze goed werken als eufemisme. Zijn genoemde eufemisme was “een kopje koffie komen drinken”, altijd gezellig natuurlijk, het hangt er maar net vanaf wat je er precies mee bedoelt. In reactie hierop noemde Alex Reuneker de moderne versie van iemand uitnodigen voor een kopje koffie, namelijk: Netflix & chill.

Inderdaad, onder jongeren dé nieuwe vorm van “kom je een kopje koffie bij me drinken?” of “would you like to come up and see my etchings?”. Eén voor één eufemismen voor seks, maar waarom vragen we indirect naar seks? Waarom is flirten meestal indirect? Waarom zeggen we niet gewoon “ik vind jou interessant en ik stel voor om te vrijen”? De simpele reden is: omdat dat het heel confronterend is voor de bevraagde, en het voor de vrager wel een keiharde afwijzing is als het antwoord nee is. Beide personen in deze situatie lijden dan ‘gezichtsverlies’. Lees verder >>

Onsterflijkheid-in-pijn, je-weet-wel

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (108)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Rond het jaar 1900 – het jaar dat het onderstaande sonnet van Hélène Swarth in De Gids verscheen – vulden de dichters het liefst oude stramienen met nieuwe woorden. Waar dertig, veertig jaar eerder sonnetten en andere vormen als te beknellend werden gezien voor het dichterlijk gemoed, en ándere vormen werden gebruikt om bestaande woorden op een rijtje te zetten, daar hesen dichters van deze generatie zich graag in een korset om gruwelen te beschrijven met nieuwe woorden: Lees verder >>

Taalstemwijzer Tweede Kamerverkiezingen 2017

Door Marc van Oostendorp

Als u uw stem wilt laten bepalen door de visie op taalbeleid, kunt u daarvoor het onderstaande handige stroomdiagram gebruiken. Meer toelichting valt te lezen in mijn bespreking van de verkiezingsprogramma’s van de rechtse partijen, de linkse partijen, D66 en de ChristenUnie.

Alleen partijen die momenteel vertegenwoordigd zijn in de Tweede Kamer zijn meegenomen in dit overzicht. Een uitzondering is gemaakt voor de PVV, omdat deze geen enkel standpunt over taalbeleid verwoordt in het verkiezingsprogramma, en voor Nieuwe wegen (de partij van Jacques Monasch) omdat ik deze vergeten ben.

Klik voor een grote versie (ook handig als wallpaper).

Etymologie: tondel

tondel zn. ‘licht ontvlambare stof’

Middelnederlands tunder ‘stof om vuur mee te slaan’ (1477), Nnl. tonder o. ‘licht ontvlambaar materiaal, zoals dorre bladeren, niet geheel verkoold linnen of katoen, gedroogde zwammen’ (1617; na de 19e eeuw niet meer gebruikelijk), tondel (1705), tontel o. (1692), tuntel (1743); verder tondeldoos (1686), tonteldoos (1681). Met de klinker i of e: Middelnederlands tendelen ‘doen ontvlammen’ (ca. 1470, Zuidwest-Limburg), Nnl. tintel o. ‘tondel’ (1618; sinds de late 18de eeuw verouderd).

In dialecten: (a) tonder in Zuid- en Noord-Holland en Twente, tontel in Limburg en Noord-Holland, tuntel, tundel in de Achterhoek, tunder, tunner in Groningen, tonter in Drente; (b) tintel in West-Vlaanderen, Zeeland en Zuid-Holland, sporadisch ook tintel, tentel in Brabant, Limburg en West-Vlaanderen, tendel, tentel, tintel in het Nederrijns en noordelijk Ripuarisch. Lees verder >>

Laat die kinderen vertalingen lezen

Door Marc van Oostendorp

Een paar weken geleden raakte Christiaan Weijts in een opinie-artikel in NRC Handelsblad een interessante kwestie aan: waarom lezen leerlingen op de middelbare school geen Tolstoj of Murakami? Die schrijvers hebben in de verkeerde talen geschreven, daarom, en vertalingen worden op de middelbare school niet gelezen. Weijts stelt daarom een uitbreiding van het vak CKV voor met wereldliteratuur.

In hun reactie op Neerlandistiek van gisteren gaan de leden van het zogeheten ‘meesterschapsteam’ helaas vooral in op de organisatorische kant van de zaak: ze geven argumenten waarom je literatuur niet weghalen bij Nederlands. Maar ze gaan daarbij helaas voorbij aan wat ik als de kern van Weijts’ voorstel zie: verruim de grenzen van wat kinderen mogen lezen. Lees verder >>

Het L-woord

Door Lucas Seuren

Het presidentschap van Donald Trump is nog maar net begonnen, maar nu al is duidelijk dat de relatie tussen zijn bestuur en de pers niet beter zal zijn dan toen hij nog kandidaat was. Sean Spicer, de perschef van de kersverse president, haalde al op zijn eerste werkdag hard uit naar de pers vanwege de manier waarop ze verslag hadden gedaan van Trumps beëdiging. Er zou nog nooit zo veel publiek bij een inauguratie zijn geweest, en de media zouden dat hebben geprobeerd te verhullen met fototrucs en onjuiste rapportages. De kwestie zelf lijkt niet heel interessant, maar om de reactie van de media te begrijpen moest ik mijn vocabulaire flink uitbreiden.

Op zondag interviewde Chuck Todd voor het programma Meet the Press een van Trumps belangrijkste adviseurs: Kellyanne Conway. Daarin stelde hij de persconferentie van Spicer aan de orde. Maar op geen enkel moment beschuldigde hij Spicer van liegen: in plaats daarvan vroeg hij waarom Speicer zich had verlaten tot falsehoods, ‘onwaarheden’. Dit is ongetwijfeld een bewuste keuze geweest, anders dan een leugen hoeft een onwaarheid niet intentioneel te zijn. Met andere woorden, door zijn vraag zo te framen beschuldigt Todd de perschef niet van bedrog, hooguit van inaccurate berichtgeving. Lees verder >>

beest / dier

Verwarwoordenboek Vervolg (14)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

beest / dier    

De betekenissen overlappen, maar er is ook een klein verschil. Lees verder >>

Waar zijn de hoeders van het literatuuronderwijs?

Door Sander Bax (Tilburg University), Marjolein van Herten (Open Universiteit), Erwin Mantingh (Universiteit Utrecht) en Theo Witte (Rijksuniversiteit Groningen).(Meesterschapsteam Nederlands – Letterkunde)

Het literatuuronderwijs is afgebrokkeld van een gezichtsbepalend en zwaarwegend onderdeel van het schoolvak Nederlands tot een ‘subdomein’ dat langzaam maar zeker naar de afgrond schuift. Ook bij de vreemde talen is er bijna niets meer van over. Op de opiniepagina van de NRC van 14 januari 2017 legt Christiaan Weijts dan ook de vinger op de zere plek: het literatuuronderwijs dreigt verdrongen te worden naar de marges van het voorgezet onderwijs. Een kwijnend bestaan ligt op de loer.

Die marginalisering is veroorzaakt door zwalkend beleid. Bij de invoering van het studiehuis in 1998 werd het cijfer voor literatuur van alle talen in de zak-/slaagregeling samengevoegd tot een apart vak letterkunde. Leerlingen konden toen dus op literatuur zakken. Enkele jaren later werd literatuur met andere ‘kleine’ vakken weggemoffeld in het combinatiecijfer. Weer later werd het ‘teruggegeven’ aan de afzonderlijke talenvakken, maar zonder de weging aan te passen. In de rapportenvergaderingen telt literatuur nauwelijks meer mee. Lees verder >>

De verkiezingsprogramma’s over taal: VVD, CDA, SGP, 50PLUS en VNL

Door Marc van Oostendorp

Wat zeggen de Nederlandse politieke partijen over taal? Vandaag is het de beurt aan de rechtse partijen die in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn (gisteren waren de linkse partijen aan de beurt): VVD, CDA, SGP, 50PLUS en VNL. De PVV sla ik over omdat in het document dat deze partij als verkiezingsprogramma presenteert geen visie over taalbeleid uiteen wordt gezet.

Net als de linkse partijen zijn ook de partijen aan de rechterkant er over eens dat het Nederlands vooral een taal is voor vluchtelingen. Een heel positief beeld over de relatie tussen de mens en taal hebben de partijen over het algemeen niet. Je moet nieuwkomers dwingen om onze taal te leren, anders komt er niets van terecht. 50PLUS vraagt zelfs om een “volledige beheersing” van de Nederlandse taal voor iemand het Nederlandse paspoort waard is, zodat het er somber uitziet voor de redactie van Neerlandistiek als Henk Krol aan de macht komt.

De VVD breidt deze eisen als enige ook uit naar buitenlanders die hier komen omdat ze een Nederlandse partner hebben, of omdat ze hier hoogopgeleid werk komen doen: Lees verder >>

Jan Campert literatuurprijzen 2016: ‘whites only’?

Door Claire Schut

Afgelopen zondag was in het Haagse Spuitheater het Schrijversfeest, de jaarlijkse bezegeling van het Writers Unlimited Winternachten literatuurfestival en een feestelijk programma rond de uitreiking van de Jan Campert-prijzen. Het was geweldig, genieten. Volgend jaar ga ik weer. Waarom dan toch dat knagende gevoel van teleurstelling?

Aan het entertainment lag het niet. Het was gevarieerd, boeiend, persoonlijk, ontroerend, veel vrolijke noten en gezichten. In een prikkelende inleiding gaf de Nederlands-Surinaamse schrijfster Karin Amatmoekrim (De man van veel, Het gym) haar visie op de ‘Staat van de Nederlandse Letteren’. Haar analyse van de status quo in de Nederlandse literatuurwereld eindigde met een oproep aan schrijvers en intellectuelen om in onze samenleving vol tweedeling en uitsluiting niet langer afzijdig en a-politiek te blijven maar vooral stelling te nemen. De jonge Vlaamse dichteres Charlotte Van den Broeck las enkele van haar gedichten voor. Het publiek mocht met applaus en hoefgetrappel aangeven dat van de drie genomineerde middelbare scholieren de Nederlands-Poolse Paula Golunksa de eerste Jonge Campert-prijs in ontvangst mocht nemen. Lees verder >>

Limburg’s boekenschat in gevaar

Door Leonie Cornips

De Stadsbibliotheek van Maastricht dient tot laat in de vorige eeuw als het voornaamste centrum van het intellectuele leven in Limburg en is een van de oudste nog zelfstandige, niet in een grotere (universiteits)bibliotheek opgegane historische Stadsbibliotheken van Nederland. De Stadsbibliotheek, opgericht in 1662, is het paradepaardje van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Het stadsbestuur van Maastricht is in de zeventiende eeuw dan ook zeer vrijgevig: in 1753 beschikt de Stadsbibliotheek al over 2650 werken in 3500 banden. Het boekenbezit groeit later in die achttiende eeuw indrukwekkend, waarschijnlijk door de in Parijs geboren boekhandelaar Jean-Edmé Dufour die zich in 1766 als kremer (handelaar) in Maastricht inschrijft. Dufour drukt en verkoopt uitsluitend Franstalig werk en heeft al snel een internationale klantenkring van Parijs tot Sint-Petersburg en van Stockholm tot Londen.
Lees verder >>

De verkiezingsprogramma’s over taal: PvdA, SP, GroenLinks, PvdD en Denk

Door Marc van Oostendorp

Vrijwel alle partijen zijn het erover eens dat het Nederlands vooral een kwestie is voor ‘vluchtelingen’. De groeimarkt voor leraren Nederlands zit dus sowieso daar. Het geldt ook voor alle partijen die ik nu maar even als ‘links’ bestempel en die momenteel in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn: PvdA, SP, GroenLinks, Partij voor de Dieren en Denk. (Misschien zijn D66 en de ChristenUnie ook links; maar die  allebei een veel uitgebreidere visie op taalbeleid dan de andere partijen, en ik heb hen daarom apart behandeld.)

Van die vier is Denk de enige met een heel duidelijk afwijkende lijn. Er zijn tussen de andere vier wel nuanceverschillen. Er is bijvoorbeeld grofweg een links-rechtsdimensie. Rechtsere partijen (volgens deze definitie inclusief de PvdA) leggen er de nadruk op dat vluchtelingen Nederlands moeten leren:

  • Vluchtelingen moeten zo snel mogelijk de taal leren. (PvdA)

Linksere partijen, zoals GroenLinks, leggen er de nadruk op dat vluchtelingen het Nederlands moeten kunnen leren: Lees verder >>

De verkiezingsprogramma’s over taal: ChristenUnie

Door Marc van Oostendorp

ChristenUnieD66 heeft in zijn verkiezingsprogramma, zo schreef ik vorige keer in deze reeks, alleen aandacht voor taal als instrument, en ziet Nederland daarbij als een tweetalig land met Nederlands en Engels. De ChristenUnie heeft een geheel andere visie. Ik wil niet zeggen dat hij diametraal tegenovergesteld is – de partijen zouden kunnen samenwerken en allebei hun idealen verwezenlijken –, maar het beeld van taal dat opdoemt uit dit programma is echt anders.

Het gaat het ChristenUnie niet zozeer om taal als instrument, maar vooral als teken van identiteit. Er worden dan ook veel meer talen genoemd: Papiaments, gebarentaal en Fries, allemaal talen die volgens de partij bescherming behoeven. Het Engels wordt anderzijds, maar een keer genoemd, en dan niet als taal waar vwo’ers natuurkunde in kunnen leren, maar als de taal die op de bovenwindse eilanden wordt gesproken. De ChristenUnie is voor zover ik kan zien de enige die zo precies probeert te benoemen welke talen er allemaal een min of meer officiële status moeten spelen: Lees verder >>

Ik breid mijn armen uit tot zwingen

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (107)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Het is een fijne ontdekking: dat ergens een woord voor bestaat. Je hebt het al je hele leven gezien, maar het was altijd iets privaats en iets schimmigs. En dan ineens ontdek je dat er een woord voor is – een teken dat andere mensen het kennelijk ook de moeite waard hebben gevonden om over te praten.

Zoals zwingen, volgens het WNT ‘o.a. van het haar, de boomen, een wieg: een heen en weer gaande, zwaaiende, zwiepende, schommelende, slingerende beweging maken’. Dat is op zich natuurlijk een poëtische beschrijving, met die bepaalde lidwoorden voor haar en boomen en dat onbepaalde voor wieg.

Interessant is verder dat er sprake is van ‘een heen en weer gaande, zwaaiende [enz] beweging maken’ in plaats van ‘heen en weer gaan, zwaaien [enz]’: het gaat niet om de vorm van de beweging (heen en weer of zwaaiend), maar om de beweging zelf. Lees verder >>

De verkiezingsprogramma’s over taal: D66

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-46Taal ligt aan de basis van de samenleving: zonder taal zijn de ingewikkelde afspraken, contracten, regels, waarop de samenleving gebouwd is niet denkbaar. Taal is bovendien hét instrument bij uitstek van de politicus: alles wat hij maakt is gemaakt van taal (amendementen, resoluties, wetsvoorstellen), al zijn handwerk bestaat grotendeels uit taal (argumenteren, overtuigen, paaien, schelden).

Taal is macht, macht maak je met taal. Dus is een redelijke vraag: wat zegt de moderne politiek eigenlijk over taal? Wat voor taalpolitiek stellen de politieke partijen voor? Je kunt ervan uitgaan dat dit een weerspiegeling is van hoe er in de samenleving over taalzaken wordt gedacht, over de plaats van taal in onze samenleving.

Om die reden wil ik hier de komende weken de verkiezingsprogramma’s van de meest serieuze politieke partijen onder de loep nemen. Ik begin vandaag met D66, omdat ik dit weekeinde toevallig een lezing over taalpolitiek ga geven voor de Jonge Democraten, de jongerenorganisatie van die partij en daarvoor sowieso het verkiezingsprogramma las.  Lees verder >>

Culturele omwentelingen: etsen bekijken en chill

Door Freek Van de Velde

In zijn stuk ‘Seinfeld als wetenschap’ vertelt Lucas Seuren over het wedervaren van het personage George, een man die na een afspraakje ongelukkigerwijs de uitnodiging voor koffie al te letterlijk interpreteert. Lachen, want de meeste mensen zullen die faux pas als een aandoenlijke wereldvreemdheid interpreteren. Seuren vertelt in zijn stukje dat de koffie vervangen kan worden door WiFi, en dat hij zo in Los Angeles een persoonlijk Seinfeld-moment heeft meegemaakt. In de commentaarsectie wordt terecht opgemerkt dat de spreekwoordelijke koffie onder jongelui tegenwoordig Netflix & Chill heet.

Die koffie is een gemeenplaats, en zelfs al je die gemeenplaats niet kent, zo legt Seuren uit, kun je de boodschap toch decoderen. Met WiFi is het wat moeilijker, want die wending is niet geconventionaliseerd. Netflix & Chill is dan weer wel geconventionaliseerd, maar je moet wéten dat het een culturele code is, als je niet te vaak een modderfiguur wilt slaan. Ik denk trouwens niet dat de uitdrukking in enig schoolhandboek staat, dus je bent een beetje op jezelf, op je vrienden, of op tv-series aangewezen als je gesocialiseerd wil raken. Lees verder >>