Categorie: column

Inwondig leven

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (134)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Over de heldere gedachte

Woorden zijn de oogen van de gedachte
en doen ons haar inwondig leven kond;
zij ontsluiten haar aard en of er grond
bestaat diens gebrekkigheid te verachten
dan of zij deugd’lijk blijkt, te weten: rond,
dat is: in zich volkomen; zaad en krachten
bevattend om uit haar nieuwe geslachten
te doen ontstaan; tot op haars harten grond

zoo helder en doorzichtig zijnde dat
men in de diepte hare kern ziet schijnen
gelijk een kleinood in kristal gevat
en mak’lijk als langs weidsche trappen van
paleizen dalende, in haar verdwijnen
en haar fundamenten bereiken kan.

(Henriëtte Roland Hols – Van der Schalk)

Als woorden echt de oogen van de gedachte zijn, hoe zit het dan met de zetfout? Het staat er echt zo, in dit sonnet van Henriëtte Roland Holst <een facsimile bij Het Geheugen van Nederland>: inwondig leven.  Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als lekker wijf

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (5)

Door Marc van Oostendorp

Het tweede leven dat de dichter Ilja Leonard Pfeijffer ooit leidde, bestaat nog steeds. In 2007 begaf hij zich enkele maanden op Second Life, een website waar de internetgebruiker zich een andere identiteit kan aanmeten – een poppetje dat je kleren kon aandoen en een naam kon geven en waarmee je dan een wereld in kon trekken met andere poppetjes met andere namen en andere kleren.

Het was een hype, in 2007. Bedrijven richtten er kantoren in: hier zouden de klanten te vinden zijn. Universiteiten gingen college geven op Second Life. ‘First Life’-gemeenten openden er hun loket. De toekomst was een poppetje met een zelfverzonnen naam en een zelfinelkaargepixeld jurkje.

Ilja Leonard Pfeijffer was Lilith Lunardi. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als plagiator

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (4)

Door Marc van Oostendorp

Wie herinnert zich nog de opwinding van vijftien jaar geleden, toen de roemruchte dichter Ilja Leonard Pfeijffer zijn prozadebuut maakte met de roman Rupert. Een bekentenis en door het Dagblad van het Noorden werd gesnapt als plagiator? Het literaire weblog Rottend Staal maakte er nog een opgewonden dossier van, dat gelukkig nog online staat, anders zou niemand weten wat er toen allemaal aan de hand was. Ad Melkert zou de nieuwe premier worden, en in de wereld der boekenbijlagen gonsde het: na Adriaan van Dis was nu ook deze blaag betrapt!

Een paar weken later werd Pim Fortuyn vermoord en verlegde de aandacht zich.

Het ging indertijd om hoofdstuk 8 van het deel ‘Tweede zitting’ van de roman. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer as a young man

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (3)

Door Marc van Oostendorp

Klik op afbeelding om haar groter te maken

Ja, mensen, ik heb een van de oudste tekstjes van de vooraanstaande Nederlandse dichter Ilja Leonard Pfeijffer in handschrift in mijn bezit. 19 was hij toen hij het bovenstaande schreef: hij had nog 20 jaar in Leiden voor de boeg, en daarna 20 jaar Genua, en daarna nog vele jaren op een andere plaats die we nu nog niet kennen. (‘Casablanca, Tunis, Zanzibar of Gotham City’, voorspelt hij in La Superba.)

Ik had indertijd nog meer teksten van hem, want Pfeijffer, die twee huizen verder woonde op de Hogewoerd in die verdoemde provinciestad waar mensen alleen langer dan een middag verblijven als ze doodongelukkig willen zijn, en die ik kende van het studentenkamerorkest LESKO, had mij bekend dat hij dichter wilde worden en me wat van zijn eerste gedichten laten lezen. Zo ging dat in die jaren, ik kreeg meer gedichten van leeftijdgenoten voor commentaar.

Ik hoop dat studenten dat onderling nog steeds doen, dan is er nog wel hoop voor de wereld. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als criticus van het onvoltooid deelwoord

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (2)

Door Marc van Oostendorp

Een tijdlang maakte Ilja Leonard Pfeijffer een gimmick van zijn afkeer van het onvoltooid deelwoord. In een bespreking van werk van Adriaan Roland Holst:

Deze verzen herbergen de twee grootste poëtische doodzonden: het tegenwoordig deelwoord en het gedachtestreepje.

Een bespreking van Een nieuw Paaslied van Gerard Reve:

Verder heeft het gedicht iets wat in poëzie ten strengste is verboden: tegenwoordige deelwoorden. Niet alleen ‘denkend’, ‘opbotsend’, ‘schreiend’, ‘neuriënd’, ‘profeterend’ en ‘pogend’, maar ook ‘voortwandelend’ en om het nog erger te maken zelfs ‘al voortwandelend’.

Hans Faverey dan: Lees verder >>

In discussie of niet? Een reactie op recente bijdragen van Witte en Bonset.

Door Melchior Vesters

Onlangs verschenen op deze site enkele opmerkelijke berichten over ontwikkelingen in het schoolvak Nederlands. Het betreft allereerst de reactie van Bonset (12 juli) op een notitie van Witte over ontwikkelingen in het schoolvak Nederlands. Daarna volgde een reactie van Witte (15 juli), waarbij Bonset (16 juli) nog een kort commentaar toevoegde. Ik wil mijn verbazing uitspreken over de toon in de woordenwisseling en hoop met dit stukje een inhoudelijke discussie vooruit te helpen.

Bonset heeft in zijn commentaar van 16 juli een punt: de manier waarop Witte zijn reactie is gepresenteerd biedt de lezer geen optimale service. In de verwoording (“Schrijf eerst maar eens een behoorlijke tekst”) had Bonset zijn irritatie echter wel mogen intomen. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als Alexandrijn

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (1)

Door Marc van Oostendorp

Inmiddels is ze weggëbd, de agressie die  Ilja Leonard Pfeijffer ooit opriep. Je las d’r in de kranten, je kwam d’r tegen in gesprek met geletterde mensen: die Pfeijffer was een braller, een krullendraaier die met veel bravoure zichzelf in de kijker werkte, maar eigenlijk maar weinig te melden had, iemand die met zijn dichterlijk lange haren maar een beetje in de provinciestad waar hij was neergestreken Chouffes zat te drinken en de romantische poëet uit te hangen zonder daadwerkelijk iets poëtisch tot stand te brengen.

Nee, dan de grote schrijver Arie Storm!

Ik geloof dat de critici minstens één ding over het hoofd zagen: dat ze zelf een te romantisch beeld hadden van het dichterschap, een beeld waarin iemand gaat dichten doordat een innerlijke demon hem ertoe drijft. Op zijn minst verwachten we van een dichter dat hij dicht omdat hij iets bijzonders te vertellen heeft en dan eventueel een mooie, of goede, of interessante vorm voor het vertelde probeert te vinden.

Iemand die vooral schrijver werd uit liefde voor de taal, om met taal bezig te kunnen zijn, om zich in verschillende genres te kunnen oefenen; omdat het fijn is om woorden op een beeldscherm te toveren – zo iemand past nog altijd niet in ons beeld. Met woorden toveren, dat kan mijn zus ook.

Lees verder >>

Russen vinden ons somber!

Door Marc van Oostendorp

Waarom lijken Vlamingen meer op Russen dan Nederlanders? Wat maakte het in de Brezjnev-tijd zo aantrekkelijk om Nederlands te studeren? En wat is er zo interessant aan Louis Couperus voor de moderne Russische lezer? Ik had op de Universiteit van St. Petersburg een gesprek met Irina Michajlova, hoogleraar Nederlandse taal- en letterkunde.

(Deze video bekijken op YouTube.)

O, makkers, ’t pad gaat stijgend

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (133)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Hoe de menschen samengaan in de dagen der jeugd, en waardoor zij scheiden.

Opgetogen gingen de jongelingen
al wier gedachten in hun oogen welden,
eendrachtig, met harten, die niet ontstelden
over de afwijkende zielsverbeeldingen
in de oogen der and’ren, die hen verzelden,
want elks eigene droomen en verwachtingen
hingen tusschen hem en alle and’re dingen
zooals een nevel hangt over de velden.

Zoo ging ‘t, tot waar de weg als kruis zich scheidde.
Toen sprak er een ‘O, makkers, ’t pad gaat stijgend:
nu moed, den bergen toe’. En de and’re ‘ik dacht’
dat ge als wij dien stroom volgen woudt langs weiden.
Toen wendde zich de derde, droef en zwijgend
en eenzaam verdwenen zij in den nacht.

De beroemdste regels van Henriëtte Roland Holst komen waarschijnlijk uit haar vertaling van De internationale, hét socialistische strijdlied: Lees verder >>

De evolutie van grammatica uit het zicht

Door Marc van Oostendorp

Weinig dingen zijn zo leuk als speculeren over de oorsprong van menselijke taal. Het is zo’n ingewikkeld systeem, waar komt dat allemaal vandaan, hoe is het ontstaan, hoe heeft het zich ontwikkeld? Omdat taal zo belangrijk is voor ons menszijn, lijkt het een vreselijk belangrijke vraag. Omdat er van zinnen al een fractie van een seconde nadat je ze hebt uitgesproken niets meer over is, is het vreselijk moeilijk te onderzoeken.

In een nieuw artikel in een bundel over ‘de erfenis van Darwin’ buigt de eminente Amerikaanse taalkundige Joe Emonds zich ondanks dit alles over dit onderwerp. Of er ook maar iets klopt van zijn gedachte valt volgens mij niet te onderzoeken. Maar hij komt met een vernuftig verhaal en interessante observaties.

Le en la

Een daarvan gaat over het verschijnsel dat alleen sommige elementen van betekenis een rol spelen in de grammatica. In het Nederlands en een heleboel andere talen maak je bijvoorbeeld verschil tussen enkelvoud en meervoud. Het werkwoord past zich bijvoorbeeld in dit opzicht aan het zelfstandig naamwoord aan: je zegt ‘de man loopt’ maar ‘de mannen lopen’. In het Frans speelt bijvoorbeeld het verschil tussen mannen en vrouwen ook zo’n rol in de grammatica: er is een verschil tussen ‘mon père est gentil‘ en ma mère est gentille‘.  Lees verder >>

Hoe Vlaming te zijn?

Door Marc van Oostendorp

Er is, voor een Nederlander, nauwelijks een curieuzer cultuur dan de Vlaamse: zo dichtbij in zoveel verschillende opzichten en tegelijkertijd zo vreemd. Over Engelsen, over Duitsers, over Fransen, over Luxemburgers of Denen wordt in Nederland minder in termen van sjablonen gesproken dan over Vlamingen. (Het enige volk dat nóg onbekender is, zijn de Walen. Over een Waal weet een Nederlander helemaal niets.)

Die sjablonen gelden bijvoorbeeld voor de taal. Vlamingen zouden daar enorm gehecht aan zijn, aan onze gezamelijke taal, veel meer dan Nederlanders die om het minste of geringste bereid zijn deze taal aan de kant te schuiven. Vlamingen daarentegen wonnen het Groot Dictee ieder jaar moeiteloos, totdat de Nederlandse publieke omroep een harteloos einde maakte aan dat taalevenement. Dat tegelijkertijd er momenteel nauwelijks sprake is van enig openbaar taalleven in Vlaanderen – er is geen vereniging van taalliefhebbers, het enige publiekstijdschrift Over taal is onlangs zonder plichtplegingen opgeheven, het enige publieke taaldebat lijkt altijd en alleen maar te gaan over ‘tussentaal’ – past niet in dat plaatje, dus wordt genegeerd. Dat de VRT het Groot Dictee ieder jaar gratis kreeg doorgestuurd door de Nederlandse omroep en er dus nóóit aan meebetaalde, eveneens. Lees verder >>

Waarom de meeste mensen beter dan gemiddeld autorijden

Door Marc van Oostendorp

Altijd weer gezellig, als iemand op Facebook een bericht deelt waaruit blijkt dat de meeste automobilisten vinden dat hun stuurmanskunst groter dan gemiddeld is. Dat kan toch helemaal niet, wat een hoogmoed van de mens!

Het lijkt ook inderdaad een robuust effect, en er zijn al verschillende theorieën over opgesteld, zoals dat mensen zulke gedachten koesteren om een prettig zelfbeeld te creëren. Maar daarbij had nog niemand rekening gehouden met een mogelijkheid die in een nieuw artikel door een aantal onderzoekers wordt gesuggereerd: dat de alledaagse betekenis van het woord gemiddeld.

Typisch

 De onderzoekers lieten een aantal studenten zichzelf vergelijken met ‘de gemiddelde student’ op een aantal punten: Lees verder >>

’t Dialectenbureau (en ik), afl. 4

door Jan Stroop

Tekenaar De l’ Orme, juffrouw Francken, juffrouw Nieuwkerk, mijn vrouw en mijn zoontje, én de stoel van mevrouw Daan.

De afdeling Dialectologie telde eind 1966 vier vaste medewerkers: mevrouw Daan, hoofd van de afdeling, Henk Heikens en ik, beiden wetenschappelijk ambtenaar, en Reimer van der Schaaf, die de administratie deed. Af en toe kwam er ook wel eens een student wat werk verrichten. Daarnaast waren er twee dames die part time werkten: Juffrouw Francken, oud-onderwijzeres, die mevrouw Daan assisteerde bij haar werk aan de ANKO (de Atlas van de Nederlandse Klankontwikkeling) en ook dialectopnames maakte, en juffrouw Nieuwkerk, die correctiewerk deed.

Lees verder >>

Niet iedere s is gelijk

Door Marc van Oostendorp

In ieder vakgebied zullen ze wel opduiken: feiten waar niemand iets mee aan kan. Iemand doet een bevinding die je niet zou verwachten en waar geen enkele beschikbare theorie iets over kan zeggen. Wat moet je daarmee?

Het overkomt de taalkunde bijvoorbeeld in een artikel  van een aantal Duitse taalkundigen in het nieuwe nummer van de Journal of Linguistics. Dat artikel gaat over de lengte van de s in het Engels.

Bij normale uitspraaksnelheid neemt die klank – in het Nederlands zal dat niet heel anders zijn – ongeveer een tiende seconde in beslag. Het fijne van de s is dat hij een vrij duidelijk akoestisch signaal heeft: je kunt vrij precies meten waar hij begint en ophoudt, en bovendien is de klank gedurende hele duur vrij constant. Dat geldt voor veel andere klanken niet per se.

Maar nu komt het. Lees verder >>

Feest van de internationale neerlandistiek in Gent

Door Yves T’Sjoen

Van 30 juli tot 12 augustus organiseren de Taalunie en het Universitair Centrum voor Talenonderwijs de 62e zomercursus Nederlands – taal, cultuur en beroep. In totaal honderdtwintig niet-moedertaalsprekers Nederlands volgen gedurende twee weken aan de Universiteit Gent een reeks workshops van het vaste docententeam en lezingen door gastsprekers. Ze lopen daarnaast twee dagen stage in bedrijven, culturele instellingen en op krantenredacties. Aan het einde van de stageweek, tijdens het slotevenement, presenteren de studenten hun posters waarin verworven competenties en stageopdrachten voor een breed belangstellend publiek aanschouwelijk worden gemaakt. Tijdens de immer feestelijke slotmanifestatie reiken de docenten en het publiek prijzen uit voor de meest aantrekkelijke posterpresentaties.

Nederlandse taalvaardigheid

Na een intensief voorbereidingstraject met videocolleges, taalcursussen en specifieke werkopdrachten door eigen docenten zijn de buitenlandse studenten de voorbije weken en maanden klaargestoomd voor een taalbad Nederlands en – voor de meesten – eerste contacten met de maatschappelijke en culturele omgeving van de Lage Landen. Lees verder >>

Literatuur voor luistervinken

Door Marc van Oostendorp

“Iedereen weet”, schreef E. du Perron in 1939, “dat over literatuur spreken voor de radio een lager peil, lagere maatstaven vereist, dan zelfs over literatuur schrijven in een provinciale krant.” Want over literatuur praat je natuurlijk niet – je schrijft!

Het was een vaker gehoord geluid in de beginjaren van de Nederlandse radio, laat Jeroen Dera zien in zijn boek Sprekend kritiek. Literatuurprogramma’s in de vroege jaren van de Nederlandse radio en televisie. De radio was sowieso niet een medium voor intellectuelen – te oppervlakkig, te lawaaierig, te nadrukkelijk lonkend naar het platte amusement. Een echte criticus schreef een elegant essay en liet zich niet ringeloren door de snelle jongens van de radio – behalve misschien om een centje bij te verdienen, want ze betáálden kennelijk wel. Lees verder >>

Kanttekeningen bij de reactie van Helge Bonset op mijn notitie over ontwikkelingen in het schoolvak Nederlands

Door Theo Witte

Mijn reactie komt er in het kort op neer dat ik in de reactie van Bonset geen enkele aanleiding vind om een van mijn beweringen te herzien. Lees mijn kanttekeningen door de muis boven de gemarkeerde passages te bewegen (even laten hangen). Eventueel kunt u ook een pdf-versie van deze aantekeningen raadplegen.

Lees verder >>

Plekkend beschenen witte heerlijkheden

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (132)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Schemering is het doodgaan en vertrekkend
begeven van dingen die zijn gegleden
meê met den dag, en steunde’ als vertrouwdheden,
en ware’ als scheidingen, wegen behekkend.

Plekkend beschenen witte heerlijkheden
van dag den morge’, en onbevreesd zich trekkend
was daaraan op ’t hart dat nu is zich rekkend
uit, wanhopig, naar de vreemde leegheden

van den avond en zijn gemaskerd gezicht; –

maar de dingen die hem zullen behooren
houden hun oogen nog zoo vragend gericht, –
en de verledenheên hebben verloren
hun glans, en liggen van al hun bekoren
leeggeloopen, met een verdrietig gezicht. –

“Behalve de woorden”, schreef de criticus Albert Verwey over dit sonnet van Henriëtte Roland Holas, “hebben ook de voetmaten en de rijmen dat losse gekregen dat hen geschikt maakt tot onmiddellijke weergave van gewaarwording.”

Het sonnet trekt zich inderdaad niet al te veel aan van heel strenge eisen die sommigen zouden kunnen stellen aan ‘voetmaat’: Lees verder >>

Blijven zitten!

Door Marc van Oostendorp

Sommige taalkundigen spelen elkaar vragen door als was het leven Twitter en waren die vragen kattenplaatjes. Ik kreeg nu dan weer deze onder ogen: waarom kun je eigenlijk de volgorden van laten staan! best omdraaien (staan laten!) en die van laat staan! niet: staan laat! is geen goed Nederlands bevel.

Nu moet ik erbij zeggen dat één collega die ik de vraag doorstuurde, heel verontwaardigd reageerde: wat was dat voor een kleutervraag? Wist ik dan niet dat laten staan! bestaat uit twee onbepaalde wijzen en dat die zin als het ware een afkorting is van zoiets als:

  • Je moet dat laten staan!

De werkwoordelijke groep aan het eind kun je nu eenmaal omdraaien in het Nederlands:

  • Je moet dat staan laten!

Lees verder >>

Nederlandse papa, Duitse phapha

Door Marc van Oostendorp

Als je een Nederlands kind bent met een Nederlandse papa en Nederlandse vriendjes, maar ook een Duitse papa, wat zeg je dan tegen die tweede papa?

Ja, Papa.

Maar hoe spreek je dat uit? Het Nederlands en het Duits hebben licht verschillende p‘s, zoals ze ook licht verschillende b’s hebben. Wanneer je bijvoorbeeld pa zegt, moet je twee dingen doen: je sluit je lippen en laat de lucht even in je mond ophopen. Dan open je je lippen en ontstaat een kleine explosie. Dat is het eerste ding. Het tweede is dat je je stembanden moet gaan laten trillen om de a te kunnen vormen.  Lees verder >>

Enkele zorgwekkende beweringen aangaande het schoolvak Nederlands

Door Helge Bonset

Een reactie op de notitie van Theo Witte, Enkele zorgwekkende ontwikkelingen aangaande het schoolvak Nederlands, d.d. 29 mei 2017, opgesteld voor de Nederlandse Taalunie

In bovengenoemde notitie stelt Witte drie zaken aan de orde:
1) de ongewenste disbalans in het examen Nederlands in havo en vwo
2) de marginalisering van het literatuuronderwijs in de afgelopen 25 jaar
3) de onrustbarende neergang van het aantal eerstejaars studenten Nederlands.
Hoewel het uit de notitie zelf niet duidelijk blijkt, spreekt hij namens het Meesterschapsteam Nederlands Letterkunde

Met het eerste punt doelt Witte op het toegenomen gewicht van leesvaardigheid in het schoolexamen, doordat veel scholen dit onderdeel in het schoolexamen zijn gaan toetsen, terwijl het al via het centraal examen de helft van het examencijfer Nederlands bepaalt. Oorzaak hiervan was een door de Inspectie gehanteerde indicator: de discrepantie tussen het gemiddelde cijfer voor het centraal examen en dat voor het schoolexamen moest voor ieder vak bij voorkeur onder de 0,5 blijven. Leesvaardigheid ook in het schoolexamen examineren verminderde deze discrepantie en werd daarom door scholen als oplossing gekozen om aan de norm van de Inspectie te voldoen. Lees verder >>

tragisch / triest

Verwarwoordenboek Vervolg (33)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

tragisch / triest

De woorden verschillen heel subtiel in betekenis. En tragisch is vaak iets sterker dan triest. Lees verder >>

Alleen Engels is niet internationaal

Door Marc van Oostendorp

Het nieuwe KNAW-rapport Nederlands en/of Engels. Taalkeuze met beleid in het Nederlands hoger onderwijs doet precies wat een rapport van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen moet doen: het pleit voor redelijkheid in een verhit debat. Redelijkheid is in dit geval: niet een van de twee mogelijkheden in het keuzeblokje en/of door te strepen, maar ze allebei te laten staan. Het is Nederlands en Engels en Nederlands of Engels. We moeten goed bekijken wat ieder vakgebied nodig heeft, en we moeten ervoor zorgen dat instellingen hun eigen keuze maken – zolang dit maar een beredeneerde keuze is.

Het rapport is een van de weinige op dit gebied die gebaseerd zijn op onderzoek. Zo wijst de commissie erop dat je niet moet denken dat je ineens internationaal bent geworden omdat je een zootje Britse en Chinese studenten binnen de muren hebt gehaald en de taal van je cursussen hebt aangepast. Wie college in het Engels wil geven, moet ook zorgen dat zijn studieprogramma op andere manieren internationaliseert: dat de studenten met hun verschillende culturele achtergronden zich allemaal voldoende thuis voelen in de collegezaal. Studenten moeten worden aangemoedigd en geholpen om te integreren, en docenten moeten zich bewust zijn van de specifieke complicaties die zich voordoen bij het leren in internationale omgevingen.

Minstens even belangrijk als een taalbeleid (‘iedere docent bij ons moet op niveau C2 in het Engels kunnen communiceren’) is een goed internationaliseringsbeleid. Lees verder >>