Categorie: column

Door de vingren

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (76)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Mag ik eens klagen over een spellingkwestie? Vingren schrijven in plaats van vingeren, zoals sommige dichters doen, of onzichtbre in plaats van onzichtbare, zoals Jan Jacob Lodewijk ten Kate deed in zijn gedicht Ontwaken:

Ik droomde – een droom vol tegenstrijdigheden,
Half licht, half duisternis, half waar, half waan,
Nu Profecij, dan Echo van ’t verleden,
Vaak beide in eens, en immer – half verstaan.

’k Greep schimmen, die mij door de vingren gleden;
Ik vloog, of kroop, maar niets werd afgedaan;
’k Heb in één uur genoten en geleden,
Heel ’t bonte lot eens Levens ondergaan.

Daar blonk de dag – de onzichtbre banden braken!
’k Rees op, nog met de tranen op de kaken,
En glimlachte om mijn dwaze hersenschim.

En ’k juichte: “o God, als aan de levenskim
De morgen Uwer heerlijkheid zal blaken,
Wat glimlach zal dàt wezen bij ’t ontwaken!”

Lees verder >>

Facebook wordt taalvaardiger, maar verre van taalvaardig

Door Lucas Seuren

De wens om computers menselijke taal te leren is al vele facebook logodecennia oud, maar tot op heden zijn ze daar slechts zeer beperkt toe in staat. Facebook kondigde onlangs een nieuwe engine aan die tekst van gebruikers beter moet gaan begrijpen: DeepText. Deze engine zou met bijna menselijke precisie tekst moeten kunnen begrijpen. Een erg stoutmoedige claim, en gelet op de uitleg die Facebook geeft ook volledig onterecht. DeepText is zeker een mooie sprong voorwaarts, maar laat ook zien dat computers nog een lange weg te gaan hebben voor ze menselijke taal, of in ieder geval tekst, net zo goed kunnen begrijpen als mensen zelf. Lees verder >>

Helemaal de moeder

artworks-000059947872-pa224g-t500x500

Door Marc van Oostendorp

Er is een nieuwe uitdrukking, geheel en al van Nederlandse bodem, niks geen Engels. Ton den Boon schreef er zaterdag al over in zijn onvolprezen taalrubriek in Trouw (hier op Blendle, dus €) en op het Meldpunt Taal werd het een paar dagen eerder ook al opgemerkt: helemaal de moeder. De melder had de volgende zin van de website van het Eindhovens Dagblad gehaald (het ging over die jongens die voor een vlog op de dak van een trein waren gesprongen):

  • Stelletje debielen. Hopelijk procederen zowel Veolia als ProRail jullie helemaal de moeder

Wat is de geschiedenis van deze constructie? Lees verder >>

In war zonder lidwoord

Door Marc van Oostendorp

indeputHoe lang zullen krantenkoppen nog een herkenbaar genre vormen? Voor koppen boven online-artikelen gelden niet per se dezelfde eisen. Zo moesten koppen vroeger kort zijn, of preciezer nog: een lengte hebben die grafisch goed paste boven het artikel (en meestal was dat betrekkelijk kort).

Een koppenmaker liet daarom lidwoorden en bezittelijk voornaamwoorden weg en schreef Man bijt hond in plaats van Een man bijt zijn hond. Voor online publicaties is dat niet per se nodig, en toch vind je op nieuwssites toch nog koppen als Neergeschoten man in Leiden overleefde eerdere moordpogingDat is best lang en toch ontbreken de en een.

Hoe zit dat? Lees verder >>

Linksche eerbied

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (75)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Het sonnet ‘De geboorteplaats des Heilands’ van Jan Jacob Lodewijk ten Kate heeft tot in de twintigste eeuw een bescheiden leven gekend als kerstgedicht (zie het hier bijvoorbeeld in 1929 afgedrukt in de Nieuwe Leidsche Courant), maar het is inmiddels vergeten:

Gezegend plekjen gronds, dat, van Gods licht omvloten,
De wieg van ‘s waerelds heil, des Heilands kribbe droeg,
Tweede, eedler Paradijs dan ‘t andre, dat zoo vroeg
Verloren ging! uit U is ‘s Levens Boom ontsproten!
Was dan uw eigen glans, o Bethlêm! niet genoeg?
Moest ge opgepronkt, bewelfd, met muren afgesloten?
Met klatergoud bedekt, met kleuren overgoten?…
Linksche eerbied, die de hand aan Godlijke Eenvoud sloeg!

Neen! hier geen tempelwelf dan ‘s hemels blauwe sferen,
Waar nòg de naglans van de heerlijkheid des Heeren
In elken middernacht van duizend starren straalt!
De vrije lucht rondom! die, van de vleugelslagen
Der Englen trillend, steeds het gloria herhaalt:
“Voor eeuwig en altoos in menschen welbehagen!”

Lees verder >>

Nederlandse poëzie van Caspar Barlaeus

Door Ton Harmsen

KleinPoelgeest1730Funeraire gedichten, met lof en rouw, verliesverwerking en troost, kunnen heel erg persoonlijk zijn. Dat leert het proefschrift van Sonja Witstein ons. Vondel over zijn dochtertje, Huygens over zijn vrouw, Hooft over zijn jeugdvriendin: het onderwerp staat heel dicht bij de dichter, en daar kan emotionele en indrukwekkende poëzie uit voortkomen. Een dichter die beschrijft wat er door hem heengaat als hij bij het dode lichaam van een bekende staat is wel bijzonder persoonlijk. Zo’n gedicht schrijft Caspar Barlaeus op de dood van een vrouw op wie hij zeer gesteld was: hij staat bij het lijk van Catharina van Overbeeck en droefheid en bewondering wellen in hem op. De situatie maakt het gedicht dat hij voor haar schrijft zo indrukwekkend, niet de obligate woorden van troost en de beschrijving van haar kwaliteiten. We zien Barlaeus naar het lijk staren, hij laat ons voelen wat er door hem heen gaat.

Een groot deel van de Nederlandse literatuur is in het Latijn geschreven. Sommige auteurs zijn twee- of meertalig, Constantijn Huygens is daar het sprekende voorbeeld van. Onder de Nederlandse neolatinisten zijn er een paar wereldberoemd geworden, Neolatijn wordt nu eenmaal door meer mensen gelezen dan zeventiende-eeuws Nederlands. Bekende auteurs zijn Janus Secundus, Desiderius Erasmus, Janus Dousa, Justus Lipsius, Hugo Grotius, Daniel Heinsius, Anna Maria van Schuurman, Gerardus Johannes Vossius en Petrus Burmannus. En dan heb ik Caspar Barlaeus nog niet eens genoemd.

Lees verder >>

Het zogenaamde ‘hotel’

Door Marc van Oostendorp

hotelWat betekent zogenaamd? Er worden, zegt de Kasselse taalgeleerde Holden Härtl in een nieuw artikel, meestal twee mogelijke betekenissen onderscheiden (eigenlijk heeft hij het over sogenannt, maar ik doe maar even net alsof dat hetzelfde woord is; volgens mij kan dat wel):

  • Een zogenaamde sepsis ontstaat door het verspreiden van bacteriën in het bloed.
  • Het zogenaamde hotel bleek een afgetrapte bende.

Lees verder >>

Dialectologie voor thuisblijvers

 

Door Marcel Plaatsman

Een kwart miljoen dialvlinder-RNDectzinnetjes staat online. Dat las ik gisteren op Neerlandistiek.nl en meteen plaatste ik daar een enthousiaste reactie op. Ook op Twitter liet ik me niet onbetuigd. Met de juiste apparatuur waren deze reacties als juichkreten te detecteren geweest. Wie over die apparatuur beschikt moet dan toch even vreemd opgekeken hebben, want zo vanzelfsprekend is dat toch niet, gejuich om dialectzinnetjes van vele decennia geleden. Maar voor mij bleken ze echt een uitkomst.

De universiteitsbibliotheek online

Had ik die zinnetjes dan nooit eerder gezien? Lees verder >>

Waarom gebruiken mensen zoveel van die betekenisloze stopwoordjes en vullers zoals “hè” en “zeg maar”?

Waarom zeggen ze niet gewoon wat ze bedoelen?
Onverwachte vragen uit de wetenschapsagenda (19)

Door Marc van Oostendorp

StopwoordjesSommige vragen in de Wetenschapsagenda tonen aan dat er grote taalproblemen zijn in de wereld: ergernis en zorgen om de medemens. Neem bijvoorbeeld de volgende vragensteller die kennelijk zelf geen problemen heeft, maar zich wel bekommert om de boosheid van de medemens:

Waarom gebruiken mensen zoveel van die betekenisloze stopwoordjes en vullers zoals “hè” en “zeg maar”? Waarom zeggen ze niet gewoon wat ze bedoelen? Mensen om mij heen, en op de televisie, maken zich boos over andere mensen die alles wat ze zeggen vergezeld laten gaan van lege stopwoordjes zoals “gewoon” of “natuurlijk”, de boel nog maar eens nuanceren met “zeg maar” of “weet je”, en het geheel dan afsluiten met een aarzelend “hè?” of “toch?”.Waarom zeggen ze niet gewoon waar het op staat? Communicatie zou toch veel beter gaan als je je boodschap zonder al die ‘ruis’ overbrengt? Ik heb me overigens wel eens laten vertellen dat communicatie uit meer bestaat dan het louter uitwisselen van mededelingen, dat er door de sprekers tijdens de communicatie ook voortdurend aan de onderlinge relatie tussen hen wordt gewerkt. Spelen die kleine rotwoordjes daar soms een rol in? Hoe dan?

Lees verder >>

Hoe nuttig is sociolinguïstiek?

Door Marc van Oostendorp

Sociolinguistic Research. Application and impactDe moderne wetenschapper doet geen dingen meer die nuttig zijn, maar alleen nog dingen met impact. In ieder geval de westerse wereld heeft dat begrip de afgelopen jaren stormenderwijs veroverd. Je kunt geen onderzoeksproject meer beginnen zonder dat je eerst hebt uiteengezet wat de impact ervan zal zijn.

Hoewel het begrip al enige tijd bestaat, is er in de meeste geesteswetenschappen nog nauwelijks discussie over wat impact eigenlijk precies kan betekenen. In nwo-aanvragen krabbel je wat neer, maar ik geloof niet dat ik ooit ergens een serieuze discussie heb meegemaakt of een goede beschouwing heb gelezen over wat voor impact wij eigenlijk zelfs maar zouden willen hebben.

Met het door hen geredigeerde boek Sociolinguistic Research. Application and impact willen de Britse sociolinguïsten Robert Lawson en Dave Sayers daar voor hun eigen vak iets aan veranderen.  Lees verder >>

De Romaanse geest of de Germaanse

Door Marc van Oostendorp

9789460042720_Europese-papieren-1024x917De eerste Nederlandse vertaling van Louis-Ferdinand Céline in 1934 kon niet op iedereens goedkeuring rekenen. “Katholieken mogen deze smeerlapperij niet lezen,” schreef Gerard Knuvelder bijvoorbeeld in Roeping. “Men wordt van enkele pagina’s trouwens al onwel, en gebruikt daarom het papier van de Reis naar het einde van de nacht op de plaats waar dergelijk papier behoort.”

Knuvelder was een beroemde Nederlandse letterkundige, maar ik denk dat deze opmerking van hem nooit eerder gereveleerd was. Hij ging immers niet over een oorspronkelijk Nederlandstalig werk, maar over een vertaling. En vertalingen zijn lange tijd over het algemeen vrij secuur uit de studie van de Nederlandse literatuur gehouden. Dat is een beetje raar en kunstmatig: weinig lezers beperken zich tot oorspronkelijk werk, en het ‘literaire klimaat’ wordt mede daarom altijd ook bepaald door buitenlandse auteurs, al dan niet in vertaling.

Losjes

Mathijs Sanders probeert in zijn boek Europese papieren deze lacune te dekken voor ruwweg de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. In dit boek beschrijft hij hoe enerzijds bekende schrijvers als Verwey, Nijhoff en Ter Braak via vertalingen van en verwijzingen naar het werk van buitenlandse schrijvers als Stefan George, André Gide en Henry Mencken hun eigen positie bepaalden en verstevigden en er anderzijds literaire instituties ontstonden als de Vereniging Nederland-Frankrijk die elders gegroeide literaire opvattingen hier wilden stekken. Lees verder >>

Reciprociteitsprincipe. Of Quo vadis, nederlandistica extra muros?

Jellica NovakovicDoor Jelica Novaković, Universiteit Belgrado 

Als voorzitter van het regioplatform Comenius verbaas ik me erover dat in de beleidsreactie van het Comité van Ministers op het zojuist verschenen AFO-rapport de schaal en het effect van de opgelegde bezuinigingen wordt gebagatelliseerd. Met name in de regio Midden-Europa hebben wij op dit moment te maken met posten die verdwijnen door de korting op de suppleties voor moedertaalsprekers. Mensen verliezen hun baan; secties Nederlands staan onder zware druk; studenten melden zich niet aan voor zomercursussen. De gevreesde krimp wordt realiteit.

En dan heb ik het nog niet eens over het effect van het reciprociteitsprincipe.  Lees verder >>

Lekker doorhotsen

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (74)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Wie het woord doorhotsen intikt bij Google, vindt vier treffers, waarvan er drie uit de laatste vijf jaar komen (‘Het park gaat echter pas om acht uur open en dan is het nog anderhalf uur flink doorhotsen met de jeep over een rotsige weg‘,  ‘En je kan er overal mee doorhotsen, zonder angst voor doornen of stekels‘, ‘drie dagen zonder drinken in een vrachtwagen heel Europa doorhotsen‘) en één uit 1924 (‘zoo’n buitengewone gebeurtenis, dat liet de moeite loont er een paar namiddaguren voor op te offeren, al moet men er dan ook half Parijs om doorhotsen‘).

Het is dus een woord dat slechts af en toe gebruikt wordt, eigenlijk te zelden om ervan uit te gaan dat mensen het kennen en toch wordt het nooit toegelicht. Dat is ook terecht: ik vraag me af of ik het ooit had gehoord voor ik het sonnet Zielzucht van J.J.L. ten Kate las, en toch had ik geen enkele moeite om het te begrijpen: Lees verder >>

De kluchten van Joan van Paffenrode

Door Ton Harmsen

035HopmanUlrich1663Gelukkig beschikt de mens over een flinke dosis leedvermaak, anders zouden we maar weinig plezier beleven aan het zien of lezen van een zeventiende-eeuwse klucht. In die kluchten leren we de mens van zijn slechtste en ongelukkigste kant kennen. In blijspelen wil de hoofdpersoon nog wel eens iets goeds doen, daar helpen de personages elkaar om uit de moeilijkheden of tot een bepaald doel te komen. Bedrog, gierigheid, zelfvoldaanheid en begeerte spelen daarbij een rol, maar aan het eind komt alles goed: het sympatieke stel trouwt met elkaar, de vrek wordt van zijn gierigheid genezen of de bedrieger wordt ontmaskerd en weggejaagd. In een klucht zegeviert juist vaak de ondeugd; de hoofdpersoon vindt geen sympathie bij het publiek, maar trapt voor hun lering en vermaak in een valkuil van ondeugd en domheid. In dat opzicht zijn kluchten vaak triest: de personages zijn de dupe van hun eigen slechtheid en zelfgenoegzaamheid.

Misschien is dit geen wet van Meden en Perzen, maar het gaat wel op voor de twee kluchten van kapitein Joan van Paffenrode. Lees verder >>

Wat ik eigenlijk wilde drinken

Door Marc van Oostendorp

Water tappen“Wat wil je drinken?” vroeg de man in het strak gesneden pak van het bedrijf waar ik op bezoek was (later zou hij aanmerkingen maken op het feit dat ik op gympen liep).

En toen gebeurde het. “Nou,” zei ik, “ik wil eigenlijk…” En toen wist hij al wat ik wilde hebben! Sterker nog, jullie weten het ook als jullie mijn antwoord nauwkeurig lezen. Ik wilde een glaasje water.

Hoe zit dat in elkaar? Lees verder >>

Forellen en taal

Door Marc van Oostendorp

Gisteren verscheen het Elementair Deeltje: Taal van de bekende taalkundige en schrijfster Sterre Leufkens. Hieronder mijn voorwoordje voor dat boekje, bij wijze van voorpublicatie. En een filmpje dat ik gisteren voor de presentatie met Sterre maakte.

Elementair deeltje: TaalAls forellen konden lezen, moesten ze eens een boek kopen met de titel Water. Ze zouden er in de forellenboekwinkel misschien niet meteen naar grijpen: water, dat is toch gewoon dat spul dat overal omheen zit? Maar zo’n boekje laat zien wat de chemische samenstelling van water is, waarom het zo hard stroomt als het naar beneden valt  – fijn is dat, vinden de forellen –  en hoe alles wordt vervormd door de manier waarop water het licht breekt. Daardoor zouden ze allerlei interessante dingen kunnen leren, over zichzelf en over hun hele wereld.

U bent een mens en geen forel, vermoed ik. Zonder iets te willen afdoen aan het belang van water voor onze soort (ik ben ook geen forel), lijkt het me niet overdreven om te zeggen dat de taal ons water is. Lees verder >>

Naar een perfectere Taalunie

Door Marc van Oostendorp

nedbelNu er gisteren een rapport is uitgelekt waarin een commissie van wijze heren bevestigt wat er vorig jaar al naar buiten was gekomen – er zijn grote problemen bij de Taalunie, er is vooral in 2015 van alles fout gegaan, het kan zo echt niet verder –, wordt het tijd om ons te bezinnen.

NRC Handelsblad, de krant die het nieuws bracht, waarschuwde gisteren al in een hoofdartikel dat we de Taalunie niet ‘moeten laten stikken’ en het bestuur van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek deed op onze website een soortgelijke oproep.

En jawel, ook ik ben er de afgelopen anderhalf jaar van overtuigd geraakt dat we het Taalunieverdrag niet moet opzeggen. Lees verder >>

Nederlands wereldtaal

Reactie bestuur IVN op artikelen over het rapport van de AFO

Vandaag zijn er in de NRC en de NRC Next en de Standaard artikelen verschenen over het rapport van de Adviesgroep Financiële Openheid (AFO) dat begin april aan het Comité van Ministers is aangeboden. Dit rapport van de AFO is niet openbaar.

Als initiatiefnemer van de AFO speelt de IVN een prominente rol in de berichtgeving. Ook het Witboek dat de IVN heeft samengesteld naar aanleiding van de afgekondigde bezuinigingen in april 2015 wordt uitgebreid genoemd. De ontsteltenis en de boosheid die onder andere spraken uit uw bijdragen aan het Witboek, heeft het bestuur van de IVN na de zomer van 2015 geprobeerd te vertalen in overleg en samenwerking met de Taalunie.

Lees verder >>

Commercial English in the Wetenschapsagenda

Door Marc van Oostendorp

They were the best of timesIk voorspel een grote toekomst aan de wetenschappelijke studie van de taalkeuze in Nederland. Gegeven het feit dat waarschijnlijk de meeste inwoners van ons land minstens tweetalig zijn, welke taal kiezen we dan in welke omstandigheden?

Er zijn nog veel domeinen waar dit nauwelijks een kwestie is. Ik geloof dat twee moedertaalsprekers van het Nederlands in het dagelijks leven als er niemand bij is nooit Engels zouden praten. Of je nu in een kroeg met je beste vriendin zit te praten, of op straat tegen iemand opbotst, of na het weekeind even met je collega gaat buurten – Engels praten voelt geloof ik ook voor de hipste jongeren nog steeds raar en aanstellerig in die omstandigheden. Je doorspekt je conversatie misschien met Engelse woorden. Maar de basistaal blijft Nederlands.

Lees verder >>

De digitale poëzie is dood, leve de roman

Door Marc van Oostendorp

</gedicht>Een dezer dagen wordt geloof ik een hoofdstukje in de literatuurgeschiedenis afgesloten. De dichter en PC Hooftprijswinnaar Tonnus Oosterhoff stuurde zijn volgers de volgende mail:

Ongetwijfeld heeft u gemerkt dat er al enkele jaren geen nieuwe gedichten meer verschenen op de site www.tonnusoosterhoff.nl . Mijn belangstelling verplaatste zich naar andere onderdelen van de literatuur. Daarom heb ik besloten de site in deze vorm op te heffen, over enkele dagen zal hij van het ondermaanse verdwijnen.

Binnenkort komt er een archiefsite, waarop al mijn bewegende gedichten en veel (oude en nieuwe) vertalingen te vinden zullen zijn.

Tonnus Oosterhoff was ongetwijfeld de bekendste Nederlandse dichter die experimenteerde met nieuwe vormen om gedichten te presenteren. Lees verder >>

Als vlugge sylph in ’t stralend zonlicht zweven

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (73)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

160508184400146k
Illustratie: Susanne van der Kleij

Jan Jacob Lodewijk ten Kate heeft lang een fascinatie gehad voor een sonnet. In de tijd waarin hij leefde was het allesbehalve een populair genre en de afgelopen weken besprak ik sonnetten uit de jaren veertig waarin hij de vorm bespotte. Maar hij had ook genuanceerdere ideeën; uit dezelfde tijd stamt namelijk ook nog dit bijna Perkiaans gedicht:

Op luchte wiek nauw merkbaar opgeheven,
Rondfladderend langs ’t geurend bloemenbed,
Zien wij u meest, o dartelend Sonnet!
Als vlugge sylph in ’t stralend zonlicht zweven.
Maar schoon u dan de lachjens meest omgeven,
Toch volgt ook vaak de mijmerende Ernst uw tred,
Die ’t myrthegroen u van de lokken zet,
En in uw oog een stillen traan doét beven.

O ja, uw stem, uw zoete fluistertaal,
Verkwikt, vertroost, verrukt ons menigmaal,
Als wij vergeefs uw schooner Zusters wachten ! ….
Zóo laaft, wanneer de lenteregen faalt,
De malsche dauw, bij drupplen neêrgedaald,
De rozenknop, van hitte en dorst aan ’t smachten.

Lees verder >>

Paffenrode’s treurspel over Willem van Arkel

Door Ton Harmsen

Veldslagen, belegeringen van steden en strooptochten van legers: de literatuur staat er vol mee. Het beleg van Maastricht van 1673 (de stad is vaker ingenomen) is op minstens twee plaatsen terug te vinden in de literatuurgeschiedenis. Op 24 juni 1673 sneuvelde daar de graaf van Artagnan, die eeuwig voortleeft in De drie musketiers van Alexandre Dumas. Franse troepen namen daarna de stad met grof geweld in. Het standbeeld van d’Artagnan is een literaire bedevaartplaats voor toeristen uit de hele wereld. Eén dag eerder sneuvelde aan de andere zijde jonkheer Joan van Paffenrode – misschien als laatste geveld door een musketkogel van d’Artagnan. Ook hij neemt een voorname plaats in in de literatuurgeschiedenis, maar omdat hij geen standbeeld heeft kan hij helaas niets betekenen voor de Maastrichtse horeca. De vernieuwde belangstelling voor zeventiende-eeuws toneel zal hier wellicht verandering in brengen.

Paffenrode werd in 1618 in Gorcum geboren als zoon van jonkheer Jacob van Paffenrode, de lokale drost, en Wilhelmina van Arkel, die uit een oud adellijk geslacht stamde. Hij zette zijn titel ‘Vrijheer van Gussigny’ luister bij door carrière te maken in het leger: hij nam deel aan veldtochten van Frederik Hendrik, en legde de eed van kapitein af; in 1652 werd hij benoemd tot commandeur van het garnizoen van Arkel, en hij eindigde (letterlijk) zijn loopbaan als commandant van een regiment. Maar hij is vooral beroemd gebleven als letterkundige: alle literatuurgeschiedenissen behandelen zijn werk. Lees verder >>

Spookklinkers

Door Marc van Oostendorp

Gisteren mocht ik samen met mijn Italiaanse collega Edoardo Cavirani de wereldberoemde Manchester Phonology Meeting openen met een lezing over spookklinkers. Je hebt zulke klinkers – je hoort ze niet, maar ze geven allerlei signalen af dat ze er wel degelijk zijn – in allerlei talen en Edoardo en ik zijn bezig daar een theorie over te ontwikkelen. Hij gaf wat voorbeelden uit Toscaanse dialecten en ik mocht iets vertellen over enkele Nederlandse voorbeelden.

Er zijn bijvoorbeeld allerlei dialecten – zowel in Twente als rond het IJsselmeer als in de buurt van Gent – waarin je de slotmedeklinker van ik geloof niet uitspreekt als een f, maar als een v. Nu eindigen woorden in geen enkel Nederlands dialect ooit in een v als ze worden uitgesproken, zo min als ze uitgesproken ooit bijvoorbeeld op een z eindigen. Dat heeft iets te maken met het feit dat je je stembanden laat trillen als je een v en een z moet uitspreken en dat doen wij liever niet aan het eind van een woord. Dus zijn zelfstandig naamwoorden als geloof en wees in het meervoud weliswaar geloven en wezen, maar kies je in het enkelvoud voor de naastliggende klanken, f en s. Dat fenomeen heet verscherping.

Lees verder >>

Ga toch weg met je correcte spelling

Door Marc van Oostendorp

Onlangs was het weer mis. Ik heb weer menigeen onder jullie geërgerd door mijn optreden tegen iemand die net zo grappig zijn superioriteit aan het demonstreren was. Ik moet dat niet meer doen, want velen van jullie houden daar niet van, het is ook eigenlijk onaardig.

Ik had een aankondiging van een tentoonstelling geplaatst waarin een bibliotheek ‘instant gehouden werd’, en daar kwam de volgende reactie op van iemand van wie we alleen weten dat hij of zij zich Roeland noemt:

“instant houden”? Interessant woordgebruik…
Zij doet dat door het houden van letterkundige en wetenschappelijke bijeenkomsten, door het uitgeven van werken en geschriften, door het toekennen van prijzen en door het instant houden en uitbreiden van haar bibliotheek.
Moet ik me hierbij een boek in poedervorm voorstellen?

Lees verder >>