Categorie: column

Neem dat taaie proza serieus

Door Willemijn Ruberg

Filosoof Sebastien Valkenberg (de Volkskrant, Opinie, 14 augustus) bewijst in zijn protest tegen de stijl van de literatuurwetenschap dat hij niets begrepen heeft van de auteurs die hij aanvalt. Valkenburg lijkt zich op het eerste gezicht te keren tegen de onleesbare stijl van de teksten van literatuurwetenschappers. Maar al snel zet hij zich af tegen de inhoud van hun werk: dat zou beperkt zijn tot het nagaan wie er toegang heeft tot macht en wie er onderdrukt wordt. Deze methode is volgens Valkenberg een wetenschappelijke ‘invuloefening’ die ontaardt in activisme. Uiteindelijk zou het analyseren van teksten hier alleen om het tellen van vrouwen en zwarten gaan.

Deze visie doet geen recht aan poststructuralistische denkers als Edward Said, Michel Foucault en Jacques Derrida, die op zoek gingen naar macht in teksten en structuren. Sommige van deze teksten zijn inderdaad moeilijk leesbaar. Maar hun werk is prima te begrijpen mits je er goed voor gaat zitten. Bovendien beoogden deze denkers ook met hun stijl een inhoudelijk punt te maken: zij verzetten zich tegen de klassieke filosofie, literatuurwetenschap en geschiedschrijving die pretendeerde universeel geldige ‘objectieve’ beschrijvingen te produceren. Met hun stijl bekritiseerden de poststructuralisten de schijnbare doorzichtigheid van idealen als democratie, gelijkheid en vooruitgang. Zij pasten daarmee in de links-kritische tijdsgeest. Lees verder >>

gedurende / tijdens

Verwarwoordenboek Vervolg (36)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

gedurende / tijdens

Tussen deze twee tijdaanduidende voorzetels bestaat een klein verschil in betekenis. Lees verder >>

Quod licet Iovi non licet bovi: waarom liggen literatuurwetenschappers meer onder vuur voor hun jargon dan andere wetenschappers?

Door Freek Van de Velde

In 2003 heeft de beroemde psycholoog Steven Pinker, van beroep omverschopper-van-heilige-huisjes, geschreven dat “probably forty or fifty years ago literary critics were considered national heroes. Now they are kind of a national joke.” Dat is wat kort door de bocht, maar literatuurwetenschappers hebben het tegenwoordig niet gemakkelijk.

Je zou kunnen denken dat dat komt omdat literatuur aan prestige ingeboet heeft, en al enige tijd concurrentie ondervindt van films en tv-series. Dat is eigenlijk nog zacht uitgedrukt: de literatuur is, als vorm van entertainment, maatschappijkritiek en pijpleiding voor de Grote Verhalen van de Mensheid, volkomen gemarginaliseerd door die andere culturele media. In de twintigste eeuw kon je nog wel eens horen dat die tv-series platvloerse pulp uit het verderfelijke commerciële Hollywoord waren, maar met monumenten als The Wire of Breaking Bad was dat moeilijk vol te houden, zoals Vincent Colonna uitlegt in zijn cult-essay L’art des séries télé – mij nota bene aangeraden door een literatuurwetenschapper, ik weet niet meer precies wie. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als ministekker

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (18)

Door Marc van Oostendorp

Afbeelding 1. Ministeckmodel, gebaseerd op een foto van Marco Okhuizen

Werkelijk ieder aspect van ministeck (meestal gespeld als ministek), iedere associatie die je met deze puzzelvorm kunt hebben, is inmiddels wel bezongen in het werk van Ilja Leonard Pfeijffer. Het gaat – even voor de jongeren – om een spel met kleine platte vierkante plastic vlakjes op pinnetjes die je in een groter raam kunt prikken om zo foto’s of andere plaatjes te maken (zie afbeelding 1).

In een betrekkelijk vroeg gedicht van Pfeijffer wordt het gebruikt om de activiteiten van de criticus negatief af te schilderen:

maar wie zelfs nog in zijn dromen min zit te plussen
ministekken met reële consequentietjes
blijft met dubbeltjes dammen

Ministekken is met andere woorden een onnozel soort gepriegel waarbij niets op het spel staat. Lees verder >>

Literatuurwetenschap: onterecht in het verdoemhoekje

Door Ine Kiekens

Deze ochtend verslikte ik me bijna in mijn kop thee toen ik het opiniestuk van Sebastien Valkenberg met als titel ‘Onleesbaarheid troef in literatuurwetenschap’ las. Ik was op het stuk attent gemaakt via een tweet van Marc van Oostendorp die vroeg wie een antwoord op Valkenbergs bijdrage wilde leveren. En dat wil ik. Niet alleen omdat ik het volslagen oneens ben met de mening van Valkenberg, maar ook omdat de literatuurwetenschap een prachtige discipline is die het verdient om vanuit het juiste perspectief benaderd te worden. Maar daar kom ik aan het einde van mijn stuk nog op terug.

Twee zaken hebben me in het stuk van Valkenburg getroffen: dat hij de publicaties binnen de literatuurwetenschap onleesbaar noemt en dat literatuurwetenschap in zijn ogen niet meer dan een invuloefening is. Op beide uitspraken wil ik even ingaan. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als dronkeman

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (17)

Door Marc van Oostendorp

Uit de jaren 2010-2013 stamt een klein en opmerkelijk puzzelstukje uit het oeuvre van Ilja Leonard Pfeijffer: dat van de nachtelijke YouTube-video’s. De suggestie is steeds: de dichter komt midden in de nacht naar huis, klapt nog even zijn laptop open en neemt een filmpje op dat ongeredigeerd op YouTube verschijnt.

Er zijn er een paar in het Italiaans, er is een korte minireeks waarin de dichter, naar eigen zeggen ‘stomdronken’, gedichten van anderen voorleest. En dan zijn er een paar filmpjes als deze, waarin de spreker voor de vuist weg in het Nederlands spreekt over literaire of maatschappelijke thema’s. ‘Stomdronken’ lijkt hij me in dit geval niet, maar wel behoorlijk aangeschoten (maar wat weet ik ervan). Zijn syntaxis is nog intact en hij articuleert nog precies genoeg om verstaanbaar te zijn. Er zijn een paar stukjes waar ik niet zeker weet wat hij zegt, maar dat komt eerder door de lage kwaliteit van de geluidsopname. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als bouwer van onze woordenschat

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (16)

Door Marc van Oostendorp

Er is in de taalwetenschap al lang discussie over de vraag of woorden wel bestaan.

Ja, mensen schrijven soms spaties, maar correspondeert dat wel met iets reëels in de taal? Met ‘reëel’ bedoelen taalkundigen dan: iets dat van nature in talen is gegroeid en niet het gevolg is van een of andere technologische beslissing. Iets dat bijvoorbeeld op een natuurlijke manier als eenheid in ons hoofd wordt opgeslagen. Kennen analfabeten woorden? Kinderen die hun moedertaal aan het leren zijn? Gebeurt er in onze hersenen iets aantoonbaars bijzonders als we een woord herkennen tijdens het luisteren?

Er zijn redenen genoeg om te twijfelen of woorden wel zo bijzonder zijn. Je zou bijvoorbeeld kunnen stellen dat een verschil tussen woorden en woordgroepen is dat bij woorden de relatie tussen vorm en betekenis volkomen willekeurig is. Dat boom ‘boom’ betekent, volgt niet uit de betekenis van bo en m, want die hebben geen betekenis (oom heeft wel betekenis, maar dat heeft niets met die van boom te maken). De betekenis van de woordgroep ‘die mooie boom’ is niet op dezelfde manier willekeurig: je kunt hem uitrekenen als je de betekenis van die, mooi en boom kent. Die betekenis is ‘compositioneel’, heet dat. Lees verder >>

Ambassadeurs voor onze moedertaal, dat zijn jullie!

Door Anne de Paepe, rector Universiteit Gent en Yves T’Sjoen (Vakgroep Letterkunde – Afdeling Nederlands)

Onderstaande tekst werd vrijdag uitgesproken tijdens de slotbijeenkomst van de Taalunie Zomerschool Nederlands voor buitenlandse studenten in Gent.

Geachte dames en heren,
beste studenten van de Taalunie Zomercursus Nederlands,

Sta ons toe ter gelegenheid van de slotmanifestatie van de 62e Taalunie Zomercursus Nederlands een huizenhoog cliché te formuleren. Omdat het een cliché is, bevat het ontegensprekelijk een grond van waarheid. Anderstaligen die ervoor kiezen in het buitenland een taal te leren, de literatuur van die taal te ontdekken en zich onder meer te verdiepen in de woordenschat en de grammatica, zijn de beste ambassadeurs van die taal. Het selecte gezelschap van 120 studenten, hier in feeststemming verzameld en de voorbije twee weken enthousiaste en bijzonder betrokken zomercursisten aan de Universiteit Gent, is niet minder dan een staalkaart van die vele ambassadeurs voor het Nederlands.

Lees verder >>

Zachte hoop die langs mijn wangen strijkt

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (136)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Ook ik ben omstreeks ’t midden mijner dagen
verdwaald geraakt in levens donker woud,
maar mij heeft geen aardsche wijsheid ontvouwd
den weg uit smart en twijfel, noch gedragen
omhoog, en geen hemelsche oogen zagen
neer op mij, vanwaar hoog’re klaarte blauwt
m’in teed’re zorg omwakend, en met stage
stralen heffend naar waar men waarheid schouwt.

Mij leidt geen gids, als het eigen gemoed,
mij schoort geen steun, dan d’enk’le trouwe handen
die mij opbeuren als de kracht bezwijkt;
mij sterkt geen afgezant uit beet’re landen
dan soms het ruischen, als een vleugel doet,
van zachte hoop die langs mijn wangen strijkt.

Henriëtte Roland Holst (1869-1952)

De beste manier van lezen is, zoals bekend, jezelf dwingen hetzelfde nog een keer te zeggen in een ander taal en dan proberen alle stijlmiddelen na te volgen. Voor wie het talent daartoe ontbreekt is er ook een op één na beste manier: een vertaling naast het origineel leggen.  Lees verder >>

Limburgs als taal bij Microsoft

Door Leonie Cornips

Hoe een dialect in Limburg te spellen levert altijd discussie op. De ouderen schrijven en ondersteunen vaak de Veldeke 2003 of Raod veur ’t Limburgs-spelling in meer conventionele media. De jongeren vertonen veel variatie in hun schrijven op sociale media – Whatsapp, Snapchat, Twitter en Facebook. Hoe aan vele manieren van schrijven tegemoet te komen, inclusief die van Veldeke 2003, is vanaf eind augustus opgelost. Want dan is Microsoft voor nu het eerste grote IT bedrijf dat het Limburgs als taal toevoegt voor mobiele applicaties. Hun afdeling Swiftkey stelt de Beta (of test-)versie beschikbaar in de nacht van 17 op 18 augustus voor het Limburgse keyboard en spellingschecker voor alle mobiele Android applicaties. Bij elk Microsoft Swiftkey keyboard komt het Limburgs dan als taalkeuze voor. Uiteindelijk is het de bedoeling dat het intikken van de vele diakritische tekens zoals ë, ò, é, äö, oë, oeë, àè, ieë, ieè, eë, ië, aeë, èë, èw, àèë, àèw, aoë geen probleem meer oplevert. Gebruikers kunnen snel blijven tikken. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als schipper tussen nooit en nimmer

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (15)

Door Marc van Oostendorp

“Wie elke vorm van geloof miskent,” stelt Eugenie van Zanten in Ilja Leonard Pfeijffers roman Het ware leven, “kan nimmer in zichzelf geloven.” Van Zanten is een van de vertellers van het boek, een vrouw van middelbare leeftijd die vanwege een enigszins geëxalteerd streven zichzelf te ontdekken afreist naar Napels en in hoofdstuk 18 (waaruit deze zin komt) in gesprek raakt met een hoogleraar die haar tot dit soort apodictische uitspraken verleidt.

Iedere verteller in Het ware leven wordt gekarakteriseerd door zijn of haar taalgebruik. Het is daarom veelzeggend dat Eugenie af en toe nimmer gebruikt. Ze schrijft in het zelfde hoofdstuk ook nog “Zo iemand zal nimmer in staat zijn een mooi verhaal te maken van zijn leven” en heeft het later bijvoorbeeld over “il Capitano, de bluffende Spaanse huurling met zijn lange fallische neus en het zwaard aan zijn zijde waarmee hij nimmer zal vechten” en over iemand “die nimmer uit zijn rol zal vallen”. Een ander personage, Berelick, gebruikt het woord een enkele keer ook, als hij brieven schrijft aan Eugenie:  “Op zijn sterfbed heb ik gezworen nimmer te sterven als hij” schrijft hij bijvoorbeeld, die zin staat zelfs op twee verschillende plaatsen in het boek.

Je zou kunnen zeggen dat Eugenie zo’n beetje geheel in het woord nimmer besloten zit. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als gebruiker van het woord ‘gezellie’

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (14)

Door Marc van Oostendorp

In hoofdstuk 18 neemt de roman Het grote baggerboek van Ilja Leonard Pfeijffer een dramatische wending: de o zo keurige psychiater verkracht de vriendin van zijn patiënt de baggeraar, onder het voorwendsel dat zij door dit toe te staan haar man uit de gevangenis kan helpen.

De omslag wordt gemarkeerd doordat de psychiater nu ineens ook schuine praatjes begint uit te slaan, of eigenlijk doordat hij twee talen mengt, de grove taal van de baggeraar (‘Babsie, geil baggerinnetje van me met je soppende baggerkut, deze jongen gaat even romantisch in je huishouden met zijn zuigstang’) en de keurige taal van de macht (‘Je hebt het volste recht te besluiten je medewerking op te schorten, daar ben je geheel vrij in, hoe betreurenswaardig ik dat ook zou vinden, met name met het oog op de benarde situatie waarin je echtgenoot zich bevindt.’) Lees verder >>

brand / vuur

Verwarwoordenboek Vervolg (35)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

brand / vuur 

Er is een betekenisverschil. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als moderne sageschrijver ♥

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (13)

Door Marc van Oostendorp

Een van de minst begrepen boeken van Ilja Leonard Pfeijffer is Harde feiten. 100 romans (2011). Veel recensenten hebben gedacht dat het ging om een parodie, of een verzameling parodieën. Je kunt het immers niet serieus menen dat je romans kunt schrijven van minder dan 500 woorden. Een van de romans heeft zelfs een titel (‘Zelfportret van de dichter op negendertigjarige leeftijd’) die een woord (vijf lettergrepen) langer is dan de feitelijke roman (‘Gewoon. Maandag. Lekker treurig. Verder niets.’)

De mooiste bespreking van het boek werd op De Reactor gegeven door Hans Demeyer, die erop wees dat de verhalen in Harde feiten niet alleen maar verhaaltjes zijn, en niet alleen parodieën of stijloefeningen. Ze gaan ergens over: de machteloze manier waarop we aan het leven vorm en betekenis proberen te geven door er verhalen van te maken. Het grotere belang dat verhalen uiteindelijk hebben dan ‘harde feiten’. Lees verder >>

Geliefde leermeester: Jan Kamerbeek Jr. (1905-1977)

Beminnelijk, bescheiden, erudiet

Door Peter van Zonneveld

Jan Kamerbeek Jr. 1974. Foto Peter van Zonneveld

Vandaag is het veertig jaar geleden dat mijn leermeester Jan Kamerbeek Jr. overleed. Ik hield van die man. ‘Hij stond altijd iets gebogen, de ogen met de zware brilleglazen lezensbereid; hij leek zelfs in de drukte van een groot gezelschap alleen maar even op te kijken uit zijn lectuur.’ Zo omschreef Kees Fens heel treffend deze oude geleerde.Een wat verlegen man, erudiet in zijn publicaties, inspirerend, stimulerend en behulpzaam voor zijn studenten, hartelijk en belangstellend voor zijn vrienden. Het is een voorrecht deze man als leermeester te hebben gehad.

Jan Kamerbeek Jr. werd in 1905 te Rotterdam geboren. Zijn ouders hielden van literatuur: zijn vader las voor uit van Deyssel, zijn moeder bewonderde Van Eeden. Hij bezocht de HBS omdat hij aanvankelijk veel belang stelde in techniek; zijn broer Coen, later een bekend classicus, kreeg op het gymnasium les van de dichter Leopold. Met de HBS kon je echter geen letteren studeren; daarom deed hij een aanvullend staatsexamen gymnasium alpha. Zo kon hij zich in 1923 in Utrecht laten inschrijven als student Nederlands. Met plezier kon hij vertellen over het candidaatsexamen bij professer De Vooys, die hij bewonderde om zijn ‘beminnelijkheid en wijsheid’. Dat examen nam toen een hele dag in beslag. Het vond plaats bij de hoogleraar thuis: ’s morgens taalkunde, dan een boterhammetje van mevrouw, en ’s middags letterkunde. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als kabbalist

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (12)

Door Marc van Oostendorp

Wie een sonnet, een liefdessonnet, begint met de woorden ‘zal ik jou vergelijken’, doet de lezer onherroepelijk denken aan Shakespeare. Zeker als dat sonnet nummer 18 heeft in een cyclus, want het sonnet dat dit nummer heeft in het werk van de Zwaan van Avon begint met de regel ‘Shall I compare thee to a summer’s day?’

Welnu, gedicht 18  in Ilja Leonard Pfeijffers bundel Dolores begint als volgt:

zal ik jou vergelijken
met zenuwgasaanval op doordrekte loopgraven
van mijn rillend wachten en uitgesteld sterven?
verkrampter stuipstaar ik met starre ogen willoos
in de wolk van jouw slopende schoonheid

De retorische structuur van het gedicht volgt losjes die van Shakespeare’s sonnet: de vergelijking met een zomerdag voldoet niet, zij het dat de mislukking in Engeland veroorzaakt wordt doordat die dag niet mooi genoeg is, terwijl hij voor Pfeijffer juist nog niet voldoende gruwelen kent om echt op de vrouw te kunnen lijken. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als dichter zonder naam

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (11)
(Deze week een miniserie binnen onze serie waarin we nummer 18 in verschillende reeksen in Pfeijffers werk bespreken.)

Door Marc van Oostendorp

Ik ken weinig gedichten die zo overweldigend beginnen en zo onbeholpen eindigen als Idylle 18, uit de bundel Idyllen van Ilja Leonard Pfeijffer. Dat gedicht gaat over de reis van een Malinese asielzoeker die begint met fraaie fantasieën over hoe de wereld waarheen hij vertrekt eruit zal zien, en eindigt met een onnodige, doffe verdrinkingsdood in de Middellandse Zee.

Het slot heeft de kwaliteiten van een smartlap:

Want voor een neger is het illegaal te dromen.
En als je al halfdood bent, zal een visser komen
die als de dood is voor de wet. Wie negers redt,
wordt als een mensensmokkelaar zo vastgezet.
Gelukszoeker word ik genoemd in de annalen.
Ik wou dat ik het tot zover had mogen halen.
Ik wou bestaan. Ik had zo graag iets mogen mogen.
Maar nu zie ik voor altijd zee met dode ogen.

Het is alsof Mary Servaes nog leeft: Hij was maar een neger. (Ook in ander werk over dit thema, zoals het bijna gelijkluidende verhaal van Djiby P. Souley in La Superba, gebruikt Pfeijffer overigens neger op een manier die in Italië geloof ik inmiddels gebruikelijker is dan inmiddels in Nederland.) Het is alsof er inderdaad annalen bestaan waarin dit soort zaken worden bijgelegd. Het is alsof de beschreven ellende iedere wens om het nog literair op te schrijven heeft lamgeslagen. Lees verder >>

Het diepste leven is een schuwe hinde

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (135)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Het diepste leven is een schuwe hinde
die vlucht voor geraas en luide gezichten;
wie haar heerlijkheid voor zich wil òplichten
doen, moet met de stilte zich vaak verbinden.

De eenzaamheid moet worden zijn beminde
en voor de lokkingen mag zij niet zwichten
der wereld, maar in ’t hooge hout der dichte
gepeinzen, zijn wel van lafenis vinden.

Laat dan, verzadigd van innerlijk schouwen
hij, vast in heel zijn ingetogen loopen
vernieuwd, tot de menschen glimlachend gaan

om wat hij won deemoedig hun t’ ontvouwen;
maar ’t pad der stilte blijf’ hem altijd open
en hij zwerve daar nimmer ver vandaan.

Ik weet niet of er veel over hindes wordt gesproken buiten sonnetten. Ik weet ook niet of iemand een Nederlands sonnet kan lezen dat begint met een hinde en waarbij hij niet even aan Jan der Noot denkt en diens bewerking van een sonnet van Petrarca: Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als jambicus

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (10)

Door Marc van Oostendorp

Alexandrijnen zijn de meest Nederlandse versvorm die er bestaat. ‘Het hemelsche gerecht heeft zich ten lange leste’ van Vondel (de eerste regel van diens toneelstuk Gijsbrecht van Aemstel) is een bekend voorbeeld.

Ze bestaan uit zes  eenheden van een onbeklemtoonde en dan een beklemtoonde lettergreep, ‘jamben’: taDAMtaDAMtaDAMtaDAMtaDAMtaDAM. Ze hebben een breekpunt, een cesuur, na de derde beklemtoonde lettergreep (hier: recht). Dat breekpunt betekent dat de volgende lettergreep nooit tot hetzelfde woord behoort en eigenlijk ook niet tot dezelfde woordgroep.

De alexandrijn is, zoals Friedrich Kossmann, de grootste geleerde op het gebied van de Nederlandse metriek, in 1963 liet zien, door Nederlandse dichters gecreëerd in de zeventiende eeuw. Andere tradities kennen hem niet, of hij is er in ieder geval niet zo populair. Lees verder >>

’t Dialectenbureau (en ik), afl. 5

door Jan Stroop

“Wat is ’t hier warm, kan er geen raam open?”, zo stoof ze binnen, mevrouw Daan, op die ochtend. Ik stelde voor: ”Zal ik de kachel dan ook maar uitdoen”? Zij: “Jij bent echt niet goed snik, Jan Stroop”.

Die kachel, dat was een enorm beest. In elk lokaal stond er zo een. Ze hadden een flink vermogen. Dat mocht ook wel want zo’n hoog lokaal was moeilijk warm te krijgen. Onze kachel haperde ook weleens. Dan was ie ongemerkt uitgegaan, terwijl de olietoevoer toch rustig bleef doorstromen. Als ik dat ontdekte, want ik zat er vlak naast, moest ik alarm slaan en de conciërge waarschuwen. Die kwam dan aanzetten met een stapel wc-rollen om de olie-overstroming mee op te nemen en te deppen. Als de kachel weer aangestoken werd, bleef ie de eerste tijd loeiend staan branden, vanwege de royale hoeveelheid olie die er toch nog in stond.

Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als pornograaf

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (9)

Door Marc van Oostendorp

aandeeltje, boeing, brandweerslang, designpiston, dinges, dreglijn, erectie, fluit, frikadel, gepiemelte, geslacht, geslachtsdeel, glijpaal, grote, heipaal, johan-friso, joystick, kleinduimpje, kleine heer, kruis, lans, lardeerpriem, leuter, lul, meneer des huizes, neukstaaf, paal, paalmansje, paling, penis, pennetje, pias, piemeltje, piemertje, Piet, pikkemans, pik, pikkie, pinkeltje, pi-pa-puddingbuks, pisbuis, pook, praalhans, prakkertje, ranshansje, roe, sigaar, slurf, slurfje, snikkel, snikkeltje, snorkel, snorkeltje, spies, staart, stijve, stokbrood, stukje stinklijf, tokkeletokus, vleeshomp, wat er in het broekje hangt, Willem-Alexander, ijsje, zuigstang

aars, aarsje, aarshol, anus, billen, booty, hammen, hol, holte, kleffe kadetjes, kont, kontje, krent, lubberkwabben, piece of ass, poepertje, poepgaatje, poepgat, reet, roos, stoelgang, tokus, snolhol, zweethol Lees verder >>

verlegen, met en mee / om / tegen / van

Verwarwoordenboek Vervolg (34)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

verlegen, met en mee / om / tegen / van

Er is verschil in betekenis en gebruik. De kernbetekenis van verlegen is: onzeker, ongemakkelijk, niet-vrij. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als cryptogrammaticus

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (8)

Door Marc van Oostendorp

Van alle Idyllen uit Ilja Leonard Pfeijffers gelijknamige bundel uit 2015, wordt de zevende het vaakst geciteerd, ook door de dichter zelf. Hij nam hem, als enige eigen werk, op in zijn recente dikke bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van de 20e en 21e eeuw.

Als ooit een gedicht programmatisch heeft geklonken, dan is het de zevende Idylle:

Geen deconstructies meer, geen cryptogram, geen quiz.
We zullen moeten leren zeggen hoe het is.
Ik heb het zelf in het verleden fout gedaan,
ontwortelaartje dat ik mij daar was. De waan
dat ik de toch al losse schroeven nog meer moest
ontregelen en hoopjes zekerheden woest
moest ondergraven, heeft de zaak geen goed gedaan.

Er zijn mensen die dit gedicht door deze toon inderdaad lezen als een programma. Lees verder >>

Een onbekend kroniekje van Jacob van Maerlant?

Door Dirk Schoenaers

Eind mei vond ik, toevallig, in het abdijarchief van Averbode, in een zeventiende-eeuwse verzamelband een onbekend kroniekje van Vlaanderen op rijm. Even was ik uit mijn lood geslagen, toen ik in de inhoudsopgave achteraan het titeltje ‘Vande cornycke van Vlaendren / die Jacob van Merlant maeckte’ las (fig. 1).

(afbeelding 1: inhoudsopgave)

Als die omschrijving klopte, lag hier niets minder dan een tot nu toe onbekende tekst van Jacob van Maerlant op tafel. Mogelijk was dit een uitzonderlijke vondst, want nieuw werk van de ‘vader der dietsche dichtren allegader’ komt niet elke dag bovendrijven. De laatste grote ‘vondsten’ op dat vlak dateren uit het derde kwart van de negentiende eeuw. Nauwelijks twee jaar nadat in Wenen de Tweede Partie van de Spiegel historiael was teruggevonden, werd in 1871 in de bibliotheek van de graaf van Loë, ook al bij toeval, een volledig afschrift van de Historie van Troyen ontdekt. Helemaal ‘onbekend’ waren deze teksten niet. Van de Trojegeschiedenis was pas in 1821 een eerste fragment komen bovendrijven. Dat moet zowat de laatste keer zijn geweest dat er een ‘nieuwe’ tekst van Maerlant werd ontdekt, hoewel het bestaan ervan op aangeven van de Spiegel historiael al werd vermoed. Lees verder >>