Categorie: column

Arlekyn Hulla: een oosters huwelijksritueel in een westerse klucht

Door Ton Harmsen

De rijke cultuur van het oosten inspireerde tal van toneelschrijvers in de zeventiende en de achttiende eeuw. Sultans en imams waren bekende verschijningen op het toneel. Aan de universiteiten werd arabistiek beoefend, en ook bij het grote publiek bestond veel belangstelling voor de landen van de tulpen en de tulbanden. In 1657 verscheen een vertaling van de Koran door Jan Hendrik Glazemaker, naar de Franse vertaling van André du Ryer. Deze tekst is verschillende malen herdrukt. Kennis van de Koran was dus voorhanden, maar niemand  nam het een kluchtschrijver kwalijk als hij hier en daar een loopje nam met de mohammedaanse leer. In het spel Arlekyn Hulla is de leer van de sharia ondergeschikt gemaakt aan de vaart van de komische intrige. In de Koran staat het volgende over echtscheiding gevolgd door een nieuw huwelijk tussen dezelfde man en vrouw:

.        Degeen, die sijn gemalin driemaal verstoten heeft, mach haar niet weerneemen, tot dat zy aan een ander gehuwt heeft geweest, van de welk zy ook verstoten is; dan mogen zy weer te samen keren, en sonder sonden weer trouwen, zo zy achten dat zy in de palen, van God voorgeschreven, die hy aan de wysen en voorsichtigen openbaart, konnen blyven. (Mahomets Alkoran, naar de vertaling van J.H. Glazemaker, Leiden 1721, p. 27)

Lees verder >>

Baby’s die zinnen in woorden hakken

Door Marc van Oostendorp

Nooit worden we meer zulke sponzen als we in de eerste jaren van ons leven waren. Stel, je bent een paar maanden oud en je wil je moedertaal leren. Het lijkt misschien een goed idee om dan te beginnen met woorden, maar helaas spreken mensen eigenlijk nooit in losse woorden. Ze zeggen alles aan elkaar en je hoort dan bijvoorbeeld dingen als:

Wanneer je Turks spreekt, hoor je de woorden wel, maar dat komt omdat je die woorden al kent. Maar wie geen Turks kent, hoort alleen een lange stroom klanken. Hoe kun je nu bepalen waar  het ene woord begint en het andere ophoudt? Lees verder >>

‘Dat ik er dan niet bij kan zijn’. Enige evoluties

Door Marc Kregting

1.

Vroeg in de recente roman De waren van Daniël Rovers zit een terrasscène. Plaats van handeling is Nijmegen, waar twee vrienden hebben afgesproken. De ober vraagt: ‘Wat kan ik voor jullie doen?’ Toen ik dat las wilde ik nog denken dat deze zin min of meer aan lippen was ontglipt, maar aan het eind van het dialoogje bevestigde de ober het tegendeel: ‘Een café latte, oké, dat gaan we doen.’

Zou dat nu klantgerichtheid zijn? Ik weet het niet. Evengoed zou er een catechese kunnen beginnen. Jezus sprak potentiële bekeerlingen immers zo aan: ‘Wat wilt gij, dat ik u doen zal?’

Het terrasevangelie is helder. Ook buiten een werkbiotoop, op een plek die ontspanning geeft waarmee onnozele bedragen zijn gemoeid, schept taal een toestand die economisch is. Op basis van uitruil. Voor de dienst van de ene betaalt de andere. Lees verder >>

Hoe het oudste Nederlands in een Spaans videospel terechtkwam

Door Peter Alexander Kerkhof
Universiteit van Gent

Wat als je als Deense hoofdman met een langschip vol krijgers in de zevende eeuw langs de Nederlandse kust kon varen? Zou je het Friese rijk van koning Radboud brandschatten en in zak en as achterlaten of zou je vreedzaam doorvaren naar Vlaanderen waar de steden van steen waren en de ploegen van ijzer? Het kan in ‘The Great Whale Road’, een videospel waarin je de leiding neemt over een vroegmiddeleeuwse nederzetting aan de zevende-eeuwse Noordzeekust. Het spel zal 30 maart uitkomen en schetst een spannend beeld van de verraderlijke veenmoerassen van vroegmiddeleeuws Holland en Vlaanderen. Daar waar tussen Friese krijgsheren en Frankische monniken Oudnederlands werd gesproken!

The Great Whale Road is een videospel dat door een klein team van spelontwikkelaars in het Spaanse Valencia is gemaakt. Volgens teamleider Joachim Sammer heeft het tot doel het reilen en zeilen van Friezen, Franken en Denen in het vroegmiddeleeuwse Noordzeegebied voor een groot publiek toegankelijk te maken. Lees verder >>

Nederlands op Turkse melodie

Door Marc van Oostendorp

Vloeiend Nederlands spreken ze over het algemeen, de Turken van de tweede generatie in Nederland, en ook nog een behoorlijk mondje Turks. De laatste taal is vaak technisch gezien hun eerste – ze hebben hem van hun ouders meegekregen –, maar omdat een groot deel van hun opleiding en hun maatschappelijk en sociaal leven zich natuurlijk in het Nederlands afspeelt, is die laatste taal in zekere zin sterker.

Je kunt daarom verwachten dat hun Turks meer vernederlandst is dan dat hun Nederlands is verturkst. Over onderzoek naar het eerste heb ik weleens geschreven, maar onderzoek naar het tweede is veel schaarser. Vaak gaat het dan over etnolectisch Nederlands, dat wil zeggen een taalgebruik waarmee mensen zich bewust of onbewust als ‘etnisch’ profileren. Dat kan zelfs betekenen dat Turken met een Marokkaanse z praten.

Maar uit nieuw onderzoek blijkt er dat ook in het ‘gewone’ Nederlands van Turken van de tweede generatie nog heel subtiele spoortjes Turks zitten. Lees verder >>

Onderzoekers, docenten en een straatkrantverkoper: een wens vanuit de wetenschap

Door Marloes Schrijvers
promovenda vakdidactiek Nederlands (Universiteit van Amsterdam)

Begin 2017 zag ik met angst en beven de fase tegemoet waarin ik – voor de tweede keer in mijn promotieonderzoek – docenten Nederlands zou gaan werven. Ik zocht docenten die wilden deelnemen aan een interventiestudie naar de effecten van dialogisch leren in literatuurlessen op het zelfinzicht en sociaal inzicht van leerlingen in havo 4. Alleen die zin al – ‘interventiestudie’, ‘effecten’ – leek me voldoende om docenten af te schrikken, maar wat me nog meer dwarszat, was dat ene woord: werven.

Straatkrant

Op een dag in die wervingsperiode zag ik de verkoper van de straatkrant bij de Albert Heijn: hij droeg zijn rode hesje, groette me vriendelijk, wachtte of iemand eens een keer zijn straatkrant zou kopen. Ik groette terug, maar kocht geen krant. Ik had mijn vertrouwde Volkskrant al, en wat zou een straatkrant me dan te bieden hebben? Bovendien had ik geen kleingeld. Lees verder >>

akkoord / compromis

Verwarwoordenboek Vervolg (23)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

akkoord / compromis

Er is een klein betekenisverschil. Lees verder >>

Uitvliegende lio’s

Door Erwin Mantingh, Vakdidacticus Nederlands (Departement TL&C/GST) UU

Voor universitaire leraren-in-opleiding Nederlands is er jaarlijks een oploop of meetup, om het in hipstertaal aan te duiden. Maandag 27 maart jongstleden vond de landelijke liodag voor docenten Nederlands in de dop plaats aan de Universiteit Utrecht. Bijna honderd lio’s namen deel aan de openingslezing en de workshops verzorgd door opleiders en gastsprekers uit den lande, en wisselden onderling lesmateriaal uit in een goedepraktijkenmarkt . Juist dit laatste onderdeel vonden veel lio’s die ik sprak ‘inspirerend’, enigszins tot hun eigen verrassing, zo leek het. Een beproefd en sterk concept, die liodag, maar als een van de organisatoren kan ik er natuurlijk niet onbevangen over oordelen. Het was bovendien een stralende lentedag, geen wolkje aan de lucht, zo’n dag waarop vogels nesten beginnen, waarop je moeiteloos wegwensdroomt.

Hoe houden lerarenopleidingen de band en uitwisseling met hun lio’s in stand als ze eenmaal zijn uitgevlogen? Niet of nauwelijks, als ik voor mijzelf en de Utrechtse lerarenopleiding spreek, terwijl het belang me voor alle betrokkenen overduidelijk lijkt. Lees verder >>

Knapen wat spreken Arawak

Door Marc van Oostendorp

Of er in Guyana nu nog sprekers zijn van de verre nazaat van het Nederlands, het Berbice-Nederlands, daarover hoorden we de laatste jaren tegenstrijdige berichten. De taal ontstond in de zestiende en de zeventiende eeuw op plantages in dat gebied, de Barbiesjes, waar slaven met hun slavendrijvers probeerden te praten en was dus een mengtaal van (vooral) Afrikaanse talen en Nederlands. In 2005 werd een documentaire gemaakt waarin je de laatste (of: één van de laatste) spreeksters kunt horen praten:

Onder taalkundigen is de taal in ieder geval nog volop in leven. Hoe kwam de taal bijvoorbeeld aan zijn woordvolgorde? Waarom zeiden sprekers bijvoorbeeld:

  • in ha musu kənap dang wat biça di Arwak?
    ze hebben veel knapen daar dat spreken de Arawak?

Lees verder >>

Een leerboek dat denkt dat het geen leerboek is

Door Marc van Oostendorp

“Aangezien dit geen studieboek is”, schrijft de Britse taalkundige Ian Roberts in het nawoord van zijn boek The Wonders of Language. Or How To Make Noises and Influence People, “heb ik zo min mogelijk literatuurverwijzingen door mijn tekst gestrooid.”

Verder heeft hij het in dit boek af en toe over zijn poes. Maar dat zijn dan ook precies de enige aanwijzingen dat The Wonders of Language inderdaad geen leerboek is.

Roberts doet in zijn boek alles, alles waarvan ik zou zeggen dat je het niet doet in een boek voor een algemeen publiek. Om te beginnen is hij de hele tijd bezig met van alles uit te leggen. Het hoofdstuk over fonologie – dat ik er nu maar een beetje willekeurig uitkies – begint bijvoorbeeld aldus: Lees verder >>

Wamen, waamde, gewaamd

Door Jan Bethlehem

Van Dale’s Groot woordenboek van de Nederlandse taal geeft sinds 1961 voor wamen: onovergankelijk werkwoord; waamde, heeft gewaamd, met de betekenis: de modder doen opwellen: de rivier, het tij waamt. Als nuance in de betekenis geeft het ’knoeien, morsen’. Sinds de editie van 1999 verschaft het enige etymologische informatie. In de laatste uitgave legt het verband met Latijn vomere [braken], Litouws vēmti [braken] en het Neder­landse wemelen. Ik heb zo mijn twijfels over de opgegeven etymologische verwant­schap en ’knoeien, morsen’ lijkt me meer dan een nuance in betekenis. Maakt allemaal niks uit, wamen bestaat niet.

Wamen duikt voor het eerst op in de woordenlijst van Nicolaes Witsen’s Aeloude en hedendaegsche scheeps-bouw en bestier van 1671, p. 493a: het ty waemt ’de stroom doet de modder of het zant van de gront boven komen’. Lees verder >>

Teleurstellingswetenschap

Door Marc van Oostendorp

Het is onzeker dat er behalve de mens ergens in het universum nog een wezen is dat teleurstelling kan ervaren. Het is vergeleken met bijvoorbeeld boosheid of vrolijkheid een ingewikkelde emotie. Je moet iets verwacht hebben en dan moet het gebeurd zijn en je gevoel over die gebeurtenis moet negatiever zijn dan van te voren.

Wie wil er geen teleurstellingen voorkomen? Het onderzoek waarop Florian Kunneman vorige week in Nijmegen promoveerde zou daar een bouwsteentje voor kunnen zijn. Hij heeft er zelfs een nieuw woord voor gemunt: anticipointment (anticipileurstelling), al snap ik niet zo goed waarom: kan teleurstelling bestaan zonder anticipatie?)

Kunnemans onderzoek is gericht op Twitter: kun je de computer laten voorspellen wanneer gebeurtenissen zullen plaatsvinden door Twitter te lezen? En kan zo’n computer de gevoelens meten die er op Twitter heersen? Lees verder >>

’t Was alles hoogste Werklijkheid

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (116)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Het wordt tijd dat ik iets beken over deze reeks. De afgelopen maanden heb ik een aantal gedichten gecensureerd. Ik had er wel iets over te zeggen, maar ik zei het niet omdat ik het sonnet onacceptabel vond, maar omdat de dichter iets deed waarvan ik dacht dat het zijn of haar gedicht onaanvaardbaar maakte.

Er stonden woorden midden in een zin met hoofdletters.

Dat mag niet: hè bah, woorden met hoofdletters! In proza kom je ze al nauwelijks meer tegen; ik heb zelfs het gevoel dat je zo ongeveer op de rand van een psychose moet verkeren om zoiets te zeggen als “’t was alles hoogste Werkelijkheid.”

Maar nu kan ik er niet meer om heen, want een taalgeschiedenis aan de hand van Nederlandse sonnetten moet natuurlijk J.A. Dèr Mouw aandoen: Lees verder >>

Arme rijkdom bij Jacques Japin en Jean François Cammaert

Door Ton Harmsen

Cammaert
Volgende week speelt Theater Kwast Arlekyn Hulla (1747), een klucht over de mazen in het Turkse huwelijksrecht door Jacques Japin. Er zijn nog twee spelen aan hem toegeschreven: De lastigheid der rykdommen van 1739 en De woekeraar edelman uit 1740. Japins naam staat bij geen van de drie op de titelpagina, maar aan het eind van de achttiende eeuw verschenen catalogi die het mogelijk maken anoniem drukwerk aan bepaalde auteurs toe te schrijven. Deze drie stukken zijn vertaald uit het Frans; Arlequin Hulla en L’embarras des richesses worden toegeschreven aan l’Abbé Leonor Jean Christine Soulas d’Allainval. Diens toneelwerk werd zowel in Noord- als in Zuid-Nederland  vertaald: Joannes Franciscus Cammaert bewerkte zijn komedie L’embarras des richesses in Brussel, onder de titel De onrust door den ryckdom (1754).

Lees verder >>

Taalwetenschap: terug naar het klooster

Door Marc van Oostendorp

Misschien berusten alle twisten tussen verstandige mensen wel op een misverstand, en nog preciezer: op verwarring tussen wat de woorden die de twistenden gebruiken precies betekenen.

Je zou misschien verwachten dat taalkundigen een uitzondering op die regel zouden zijn, met hun speciale belangstelling voor woorden. Maar zo zit het natuurlijk niet in elkaar. Sterker nog, als er op deze aardkloot één volkje rondloopt dat vrijelijk allerlei begrippen herdefinieert en op basis van die verschillende definities ruzies begint te maken, dan is het wel de exotische stam der Linguisten.

Gelukkig staat er af en toe een verstandig iemand op die dergelijke misverstanden probeert op te helderen. Lees verder >>

Marc van Oostendorp – taalkundige

Door Marc van Oostendorp

We hebben nieuwe visitekaartjes! Ik vergeet die dingen weliswaar altijd mee te nemen naar gelegenheden waar ik ze aan iemand uit kan delen, maar ik ben er nu heel blij mee.

Dat komt doordat we zelf onze functie-omschrijving mochten bedenken. Dus nu heb ik een kaartje waar niet een of andere bizarre rangaanduiding op staat, maar wat ik eigenlijk, in diepste wezen, ben: taalkundige.

Er is van alles mis met het academische bedrijf; er werken behalve een paar aardige en gevoelige mensen ook veel nare, bange, opportunistische; er is een vloed aan onzinnige dingen die van de moderne academicus worden verlangd. Dus academicus zijn is eigenlijk alleen maar een manier om te bereiken wat je eigenlijk wilt zijn – taalkundige. Er zijn trouwens – gelukkig – ook andere manieren.

Wereld

Waarom iemand iets anders zou willen zijn dan dat, is mij nog altijd een raadsel.  Lees verder >>

aardig / leuk

Verwarwoordenboek Vervolg (22)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

aardig / leuk

De woorden hebben in de meeste gevallen dezelfde betekenis, maar er is soms wel een subtiel verschil. Lees verder >>

Waar de neerlandistiek al niet goed voor is!

Eindelijk goed nieuws in het managersfeuilleton De verleden tijd van lijken.

Door Marc van Oostendorp

“Marie!” zei Wouter. “Ik heb goed nieuws!”

Verwonderd keek de UHD Geschiedenis van de neerlandistiek voor 1800 op van haar beeldscherm naar haar direct leidinggevende. “Je gaat minister worden”, zei ze.

Wouter was niet zo lang geleden lid geworden van een progressieve partij geworden omdat deze een nieuwe leider had die Amerikaanse campagnetechnieken had geïntroduceerd. Wouter had Marie in vertrouwen verteld dat hij de partij had geadviseerd. “Over framing en zo. Don’t think of an elephant.” Hij had geknipoogd, maar niet willen zeggen welk frame er dan uit zijn koker was gekomen. “Dat is niet goed voor de linkse beweging!” had hij geknipoogd. Maar een zetel of twee had zijn frame toch wel opgeleverd, schatte hij. “Waar de neerlandistiek al niet goed voor is!” Lees verder >>

De deskundigen hebben het weer gedaan

Door Marc van Oostendorp

 “De afgelopen twintig jaar”, berichtte de NOS gisteren, “waren deskundigen het erover eens dat het lesgeven in de moedertaal een snelle integratie niet bevorderde, maar daar wordt nu anders over gedacht.” De NOS schreef het naar aanleiding van een nieuw boekje van het ministerie van onderwijs, waarin aan onderwijzers in de basisschool wordt uitgelegd hoe ze moeten omgaan met de vele talen van de kinderen in hun klas. “Volgens lector taaldidactiek Maaike Hajer, een van de auteurs van de brochure,” vervolgt het bericht van de NOS, “is het wetenschappelijk aangetoond dat het veel beter is om de moedertaal wel te betrekken in het onderwijs.”

Het is een topos in de wetenschapscommunicatie. Tot nu toe dachten de deskundigen dit, maar nieuw wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat die deskundigen zich vergisten. Onnozele deskundigen, altijd overtuigd van het verkeerde! Lees verder >>

Waarom ’daeromme’? Vander vrouwen heimelijcheit vss 1777-84.

Door Mieke van Doorn-van Stekelenburg† en Jan Bethlehem

In Vander vrouwen heimelijcheit, de Middelnederlandse rijm­bewerking naar het Franse prozatraktaat Les secres des femmes, laten de verzen 1777-84 iets merkwaardigs zien. Het onderstreepte Daeromme is hiervan de kroongetuige.

Wet oec wel dat men vint bescreven
dat dat wijf wel ontfaet kint,
nochtan dat sij en hevet twint
lost te mannen waert.
Daeromme seit Rasis onghespaert
dat men spelen zal met wiven
ende lost van ghenoetene driven
eer men iet ghenoet met haere.

In vertaling: ’Weet ook dat er geschreven staat dat een vrouw zwanger kan worden, terwijl zij hoegenaamd geen begeerte naar mannen heeft. Daarom zegt Rasis heel vrijmoedig, dat men met vrouwen spelen moet om het verlangen naar gemeenschap op te wekken, voordat men daadwerkelijk gemeenschap heeft’.

Op het eerste gezicht lijkt het dat er hier sprake is van bezorgdheid of de vrouw wel voldoende genoegen ondervindt bij het seksueel verkeer. R. Jansen-Sieben leest het in elk geval zo: ’Het is een zeldzaam open voorbeeld van bezorgdheid om het genot van de vrouw’. Die bezorgdheid is er ook wel, maar het genot van de vrouw is niet waar het uiteindelijk om gaat. Lees verder >>

Mensen zijn communicatiedieren

Door Marc van Oostendorp

De mens zou geen mens zijn geworden zonder woorden. Zouden we ons ooit over de hele wereld hebben verspreid als we elkaar niet telkens nieuwe woorden hadden geleerd? Zouden we die wereld nu niet bijna kunnen vernietigen? Zouden we wel bewustzijn hebben gehad, en zorgen om de vernietiging van de aarde, zonder woorden?

De Amerikaanse filosoof Daniel Dennett denkt van niet, zo zet hij uiteen in zijn nieuwe, dikke boek From bacteria to Bach and back. Dennett is altijd heel ambitieus geweest, maar je krijgt de indruk dat hij hier een zeer groot deel van zijn werk opnieuw heeft willen samenvatten, in een grote gooi naar zijn eigenlijke doel: begrijpen hoe de menselijke geest – het bewustzijn, de vrije wil – hebben kunnen ontstaan in een wereld die wordt geregeerd door natuurlijke selectie.

Dennett heeft indrukwekkend veel gelezen en hij weet indrukwekkend goed uit te leggen wat de laatste stand van zaken is in allerlei takken van de wetenschap voor hij een interessante, om niet te zeggen: indrukwekkende, gooi doet naar een overkoepelende visie, een bewijs dat het ik, dat lichtje in je hoofd dat besloten heeft nu even naar Neerlandistiek te surfen en dit stukje te lezen, dat dit ik een illusie is dat een heel ingewikkeld biologisch organisme zichzelf voorspiegelt. Lees verder >>

‘Op Verwey afstappen? Zo’n snotneus als ik?’

Gesprek met Johan W. van Hulst

door Marieke Winkler

Mijn opa werd geboren in 1900. Dat maakte het erg makkelijk zijn leeftijd te onthouden – hoewel het niet zoveel uitmaakte hoe oud hij precies was want voor mij was opa Winkler altijd al stokoud. Hij overleed in 1994. Ik was tien. Vandaag had ik een afspraak met meneer Van Hulst, de oudste bewoner van het verzorgingstehuis waar een goede vriend van mij fysiotherapeut is. Meneer Van Hulst is geboren in 1911. Dat betekent dat hij meer dan drie keer zo oud is als ik nu ben. Ik kan mij niet voorstellen hoe oud dat is. Het idee dat iemand al langer dan een eeuw op de aarde rondloopt is amper te bevatten.

Nog op 95-jarige leeftijd schreef Van Hulst een artikel over de dichter Albert Verwey. Hierin betoogt hij aan de hand van vele passages uit Verweys gedichten waarin naar ‘het Boek’ wordt verwezen dat Verwey zijn religieuze opvoeding nooit verloochend heeft. Een nogal tegendraadse opvatting. De Tachtigers, waartoe Verwey behoorde, zijn immers de boeken ingegaan als de dichters die Schoonheid op de plaats van God zetten en de dichter tot Christusfiguur maakten. Toen Van Hulst vernam dat er op dit moment door een veel jongere neerlandicus onderzoek wordt gedaan naar Verwey, veerde hij op in zijn rolstoel. Ik kreeg het artikel thuisbezorgd en moest maar eens komen praten. Lees verder >>

Pompernikkel: aard, voorkomen en herkomst

Door Renaat Gaspar

Een van de vreemdste woorden in het Nederlands is Pompernikkel, ‘Westfaals roggebrood’. Het is een internationaal woord: uit het Duits Pumpernickel is het onveranderd uitgewaaierd naar het Frans, het Portugees, het Italiaans, het Engels en naar de Scandinavische talen. Zelfs naar het Arabisch: bumbir-nikil. In het Nederlands heeft een klinkerverandering plaatsgevonden: Pompernikkel.

Westfaalse boerin met twee Pumpernickels. Foto uit 1919. Bron: Wikipedia.   

Wat is pompernikkel?

Het Westfaalse roggebrood heeft maar weinig te maken met het ‘Duitse roggebrood’ dat nu in de winkels te krijgen is. Hoe dit voedsel in de 18e eeuw werkelijk was, kunnen we lezen in een uitgebreide beschrijving – de oudste die ik kon achterhalen – van een Franse abbé, die in 1792 voor de revolutionairen gevlucht was naar Westfalen en daar een aantal jaren gewoond heeft. Dit waren volgens Abbé Baston de belangrijkste kenmerken: Lees verder >>

Als men leeft voor iets, dat niet bestaat

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (115)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Een van de wonderlijkste vaardigheden die een mens kan ontwikkelen, is het gevoel voor rijm. Er doemen al meteen allerlei vragen op waarop ik nog nooit een bevredigend antwoord gelezen heb: waarom geeft rijm sowieso een gevoel van bevrediging? En waarom geldt sommig rijm dan als minder bevredigend? Waarom moet er met alle geweld iets knagen wanneer je dit sonnet van Jacqueline van der Waals leest?

Nu weet ik wat het allerdroevigst is.
’t Is niet de dood of scheiding, niet het kwaad,
Dat anderen ons aandoen, of ’t gemis
Aan aardsche liefde, niet, dat ons verlaat

En jeugd èn schoonheid, eer genoten is
Het zoet van ’t leven, niet de dwaze daad
Die men beweent in rouw en droefenis;
’t Is: als men leeft voor iets, dat niet bestaat

En nimmer heeft bestaan, en als men ’t weet
En toch dien schoonen droom niet sterven laat,
Omdat men voelt, dat alles, wat bestaat,
Niets, niets betekent, vergeleken bij
Dien éénen grootschen droom. O, dat is leed,
Waaraan ‘k niet denken durf. God helpe mij!

Lees verder >>

Universiteiten: let op uw merk, sticht een tijdschrift!

Door Marc van Oostendorp

Foto CC-BY Arne Reinhardt

Ik ben er altijd vóór geweest dat wetenschappers de uitkomsten van hun onderzoek gratis ter beschikking stelden – ook toen het nog geen ‘open access’ heette en niet baadde in de warme aandacht van demissionair staatssecretaris Sander Dekker. Nu we onze artikelen niet meer per se op glanzend papier hoeven af te drukken, kunnen we ze natuurlijk net zo goed gratis via internet verspreiden, in plaats van ze te verstoppen achter een betaalmuur: de burger heeft al voor ons werk betaald via zijn belastingafdracht, dus waarom zou hij dan moeten betalen om kennis te nemen van wat wij hebben gedaan?

Het gaat best goed met de strijd. Een van de grootste en beste tijdschriften in ons vak heette vroeger Lingua en zit nu bij Elsevier, maar omdat dat bedrijf niet mee wilde werken aan een redelijk ‘open access’ model van uitgeven, stapte de gehele redactie iets meer dan een jaar geleden over naar een nieuw tijdschrift, Glossa. Ook enkele kleinere (maar niet minder goede) tijdschriften waagden de stap, en in Duitsland bestaat ook een uitgever van open access-boeken: Language Science Press.

En nu gaat het allemaal zo goed, en nu zegt de uitgever van Language Science Press, Martin Haspelmath, in een blogpost dat we helemaal niet moeten streven naar open accessmaar naar goede merken. En hij heeft volgens mij nog gelijk ook.

Lees verder >>