Categorie: column

Bron- en contactonderzoek

Voornamendrift 76

Tubantia, 3 december 2020

Voornamendrift 76

Door Gerrit Bloothooft

Wat zou ik graag een uitgebreid bron- en contactonderzoek doen naar nieuwe voornamen. Want hoe komen ouders aan zo’n nieuwe naam (de bron)? En als de nieuwe naam er is, hoe nemen andere ouders de innovatie over (de contacten). Over dat laatste schreef ik al eerder, geïnspireerd door de verspreiding van het coronavirus. Maar nu ken ik voor de naam Marèl het geknutsel van de allereerste ouders die de naam gaven. Die lieten van zich horen na publiciteit rond de podcast over Marèl  in de serie Aangenaam van Edda Heinsman.

Lees verder >>

‘Van’ als citaatinleider: inderdaad ouder en vermoedelijk ook al langer gebruikelijk

Door Henk Wolf

Verschillende mensen hebben gereageerd op het stukje dat ik hier op 1 maart heb geplaatst over ‘van’ als citaatinleider. Een paar interessante reacties wil ik hier graag bespreken.

In het stukje gaf ik een paar zinnen in het Fries van het Duitse Saterland, afkomstig uit geluidsopnamen die Pyt Kramer vanaf 1970 heeft gemaakt. Daarin wordt het Friese equivalent fon (‘van’) als citaatinleider gebruikt.

Ik wees erop dat dat ook voor de geschiedschrijving van het Nederlands interessant is, omdat de overeenkomst tussen het Nederlands en het Saterfries vermoedelijk niet op toeval berust. In de literatuur, zo schreef ik, staat dat het citaatinleidende ‘van’ sinds ongeveer de jaren zeventig een hoge vlucht nam. Het wordt dan gevolgd door een stukje directe rede, geciteerd uit een eerder gevoerd of fictief gesprek.

Dat het in Duitsland gesproken Fries, het Nederlands – en ook het in Nederland gesproken Fries – dezelfde constructie gebruiken, kan dat erop wijzen dat die constructie al eerder, namelijk in de tijd dat er veel Noord-Duitse seizoensarbeiders naar Nederland kwamen, gebruikelijk was.

Lees verder >>

Achter het achtervoegsel (3): kitchenette

Hoosier cabinets in het Hoosier museum [foto: Chris Light via Wikimedia Commons]

Door Roland de Bonth

Verrassend genoeg kun je voor de vorming en de betekenis van zelfstandige naamwoorden op –ette veel informatie vinden in het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Het lemma -ETTEII geeft maar liefst zeven verschillende betekenissen bij op drie manieren gevormde -ette-woorden: met een zelfstandig naamwoord als naamwoord, met een werkwoord als grondwoord en met een bijvoeglijk naamwoord als grondwoord. 

Het woord dat centraal staat in deze aflevering van ‘Achter het achtervoegsel’ is kitchenette. Hoewel de meeste niet-commerciële woorden op –ette hun oorsprong vinden in het Frans, komt –ette ook voor in aan het Duits ontleende woorden – denk aan het in de vorige aflevering besproken biberette – en uit het Engels afkomstige leenwoorden als majorette en kitchenette

Lees verder >>

inhalen / passeren

Verwarwoordenboek vervolg (208)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

inhalen / passeren               

De woorden worden door elkaar gebruikt, maar hebben soms ook nog een ander betekenisaspect.

Lees verder >>

Is ‘van’ als citaatinleider ouder dan we dachten?

Door Henk Wolf

Volgens mij heb ik iets leuks gevonden, dat niet alleen voor de bestudering van het Fries van belang is, maar ook voor de geschiedschrijving van het Nederlands. In ongepubliceerde Saterfriese opnamen uit de jaren zeventig vind ik namelijk veelvuldig ‘van’ als citaatinleider. Dat zou erop kunnen wijzen dat die citaatinleider in het Nederlands ouder is dan we dachten.

Voor de coronatijd hoorde ik op een terras of in de trein weleens hoe iemand een eerder gevoerd gesprek beurt-voor-beurt aan iemand anders hervertelde. Dat ging dan vaak op een manier van: ‘En toen zei ik dus van: … En toen zei zij van: … Nou, en ik van: …’ De taak van de luisterende partij bestond in het aanmoedigend hummen of het produceren van begripvolle kreetjes.

Het schuingedrukte woordje van leidt steeds een directe rede in. Het is een soort gesproken dubbelepunt. In de literatuur wordt een woord met die functie wel een citaatinleider of quotatiemarker genoemd.

Lees verder >>

Top 20 van Nederlandstalige Protestalbums: 11. Fresku, Nooit meer terug (2015)

Na Appa (plek 17 in de Top 20 van Nederlandstalige Protestalbums) en Eva van Manen (plek 13) is Fresku de derde hiphopartiest die ik bespreek ik deze reeks. Ik verklap alvast: hij zal niet de laatste zijn die ter sprake komt, want als er één genre is dat zich in de 21e eeuw als protestgenre heeft gemanifesteerd, dan is het de hiphop wel. Het genre is daarbij opvallend breed inzetbaar gebleken: het biedt aan de ene kant een stem aan een onversneden straatrapper als Appa die een rauw inkijkje geeft in straatgeweld en marginalisering, en aan de andere kant aan een verfijnde, in intersectionaliteit geïnteresseerde maker als Eva van Manen. Bij Fresku (artiestennaam van Roy Reymound) draait het om weer twee andere kwesties: om de zowel persoonlijke als structurele beperkingen waarmee je als muzikant te maken kan krijgen.

Lees verder >>

Unpacking My Definition of Literature

Door Marc van Oostendorp

Helemaal aan het eind van Leeskwesties, zijn studieboek voor de literatuurwetenschap, noemt Jürgen Pieters, Unpacking My Library van de Amerikaanse literatuurwetenschapster Leah Price. Hij zegt dan dat hij met zijn boek hetzelfde enthousiasme voor boeken en lezen hoopt uit te dragen: “het gevoel dat ik ook een eigen bibliotheek wil, met boeken die op verschillende manieren geordend kunnen worden en die je lezend en herlezend kunt inpakken en uitpakken”.

Lees verder >>

‘Hulp en onhulpzaamheid’ (1801)

Jeugdverhalen over joden (131)

In deze reeks publiceert Ewoud Sanders het ruwe materiaal voor een in 2022 te verschijnen boek met een analyse van dit materiaal.

Door Ewoud Sanders

Auteur: Henricus (‘Hendrik’) Essenberg, Gerritsz. (1763-1804)
Oorspronkelijk Nederlands

Een naamloze jood (met baard) helpt een boer wiens kar is vastgelopen op een zandweg. Bron afbeelding: Collectie Frits Booy.

Herkomst en drukgeschiedenis

Hendrik Essenberg was onderwijzer in Oostvoorne. In 1795, tijdens de Bataafse Republiek, sloot hij zich aan bij een groep burgers die de plaatselijke schout en schepenen ontsloeg. Zo’n vijf jaar vluchtte hij met zijn gezin naar Amsterdam. Daar schreef hij tussen 1800 en 1802 vijf boeken. Het verhaal ‘Hulp en onhulpzaamheid’ staat in Leerzaam en vermaaklyk onderhoud, tusschen eene vader en zijne kinderen. Deze uitgave verscheen in 1801 bij Cornelis Fock in Amsterdam en beleefde één druk. In 1806 was het nog te koop – de uitgever prees het toen in een krantenadvertentie aan als sinterklaasgeschenk.

Lees verder >>

Van Johann tot Jaxx

Percentage meisjes en jongens met een naam die eindigt op een dubbele medeklinker

Voornamendrift 75

Door Gerrit Bloothooft

Wanneer de gegeven voornamen van een jaar gepubliceerd worden, krijg ik vaak de vraag of er nieuwe trends zichtbaar zijn. Meestal zie ik die niet, maar de laatste jaren valt me op dat er populaire namen zijn die eindigen op een dubbele medeklinker, zoals Tess en Lynn bij de meisjes en Finn en Jaxx bij de jongens. En inderdaad, voor 1980 kwam dit bijna niet voor buiten het Duitse Johann en Hermann, een sporadische Cliff en Glenn voor jongens en Ann voor meisjes, maar sindsdien is het percentage gestegen tot 3,5% bij zowel meisjes als jongens. Voor de uitspraak voegt de verdubbeling niets toe, maar grafisch heeft het wel effect, het vraagt aandacht, suggereert nadruk, iets stoers.

Lees verder >>

Herinneringsmijnwerkers

Door Marc van Oostendorp

De term gastarbeider is echt een woord uit een andere tijd, waarin mensen inderdaad het idee hadden dat sommige mensen ergens thuis waren en andere mensen daar te gast; dat er iets tijdelijks zou zijn aan migratie.

De mijnstreken in België en in Nederlands Limburg kenden een heleboel van dat soort veronderstelde gasten uit Italië, die uiteindelijk nooit meer weg zijn gegaan. Sommigen hebben het ver geschopt; Elio di Rupo, zoon van ouders uit het landelijke Abruzzo, die het uiteindelijk tot eerste minister schopte, is daar het bekendste voorbeeld van (al groeide hij Franstalig op). In Bologna heeft men rondom die mensen een groot project gemaakt. Het derde deel uit een serie boeken over dit onderwerp verscheen onlangs bij uitgeverij Pàtron.

Lees verder >>

Parthonopeus: editiewerk in uitvoering – deel 10

door Viorica Van der Roest

Twee weken geleden vertelde ik hoe in 1821 een eerste fragment van Parthonopeus van Bloys ontdekt werd. Daarna volgden er al snel meer, afkomstig uit drie verschillende handschriften. Deze zouden allemaal samen de basis gaan vormen voor de uitgave van de roman door Bormans in 1871. Zoals ik al eerder aangaf, was er een heleboel mis met deze uitgave. Over een paar afleveringen ga ik daar dieper op in, maar eerst is er nog wat meer achtergrondinformatie nodig. Daarom vandaag een overzicht van de drie handschriften waar het om gaat, inclusief informatie over de fragmenten ervan die pas na 1871 ontdekt zijn, voor de volledigheid. Verderop in de serie zal ik in een aparte aflevering de fragmenten bespreken van nog drie andere handschriften, die pas in de laatste decennia van de negentiende eeuw of in de twintigste eeuw tevoorschijn zijn gekomen. In mijn eigen editie krijgen ze uiteindelijk hun eigen aanduiding, maar hier gebruik ik voor het gemak de aanduidingen van Kienhorst (1988), die de handschriften met Parthonopeus de namen H81 tm. H86 heeft gegeven.

Lees verder >>

bijbaan / nevenfunctie

Verwarwoordenboek vervolg (207)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

bijbaan / nevenfunctie                        

De woorden worden wel door elkaar gebruikt, maar er is een klein verschil in betekenis en ook in taalsfeer.

Lees verder >>

‘dan richt ik me op, mobiliseer ik al’

Pronomina in de lyriek (14)

Door Marc van Oostendorp

“Poëzie is tot alles in staat”, schrijven Annelie David, Moya de Feyter en Saskia Stehouwer in de inleiding van hun bundel ‘klimaatpoëzie’ Zwemlessen voor later. “We worden gedreven door woorden en zijn gericht op transformatie. We willen inspireren, verontrusten en mobiliseren” schrijven de klimaatdichters bovendien in een manifest. In interviews nuanceren ze dat standpunt enigszins. “Ik ben geen activist” zegt De Feyter bijvoorbeeld in een gesprek met Stef Craps.

Lees verder >>

Hoe pubers de taal telkens een beetje veranderen

Hoe ver naar voren in de mond spreken mensen de a in bad uit in Philadelphia, naar geboortejaar. Afbeelding uit besproken artikel.

Door Marc van Oostendorp

Een van de wonderlijkste eigenschappen van menselijke taal is dat ze voortdurend aan verandering onderhevig is. Iedere bekende taal verandert op ieder moment, terwijl het niet moeilijk is om redenen te bedenken waarom dit onhandig is. Het betekent bijvoorbeeld dat generaties elkaar net wat lastiger kunnen verstaan dan anders het geval zou zijn.

Maar ook hoe talen veranderen is welbeschouwd raadselachtig. Neem het feit dat veel taalverandering stukje bij beetje sterker wordt: iedere generatie gebruikt een bepaalde vorm net een beetje meer dan een andere. En in sommige gevallen van uitspraakverandering wordt de verandering zelf ook steeds sterker: de l in bal wordt in iedere volgende generatie net iets meer w-achtig in het huidige Nederlands. Maar hoe kan dat? Als een kind een taal leert, hoe weet het dan dat het een bepaalde verandering net wat meer moet doorzetten.

Lees verder >>

‘Kleerkoop! Kleerkoop!’ (1872)

Willem in gesprek met een joodse voddenkoopman. Litho van C.J. Bos gedrukt door H.L. van Hoogstraten. Bron afbeelding: De Nieuwe Kinderbibliotheek 1872.

Jeugdverhalen over joden (130)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Willem Frederik Oostveen (1849-1890)

Herkomst en drukgeschiedenis

W.F. Oostveen was halverwege de 19de eeuw een geliefd schrijver van jeugdboeken. Hij schreef het lied ‘Sinterklaas is jarig’ (‘Sinterklaas is jarig!/ Ik zet mijn schoen vast klaar’) en was redacteur van het jeugdtijdschrift Ons genoegen. Hij werd slechts 41 jaar oud en stierf een tragische dood. De uitgever van Ons Genoegen riep in 1890 in krantenadvertenties op om geld in te zamelen voor een ‘eenvoudig monumentje’ met daarop de tekst: ‘Aan den geliefden kinderschrijver W.-F. Oostveen. Zijn dankbare lezers en lezeressen.’ Voor zover mij bekend is dat monumentje er nooit gekomen.

         ‘Kleerkoop! Kleerkoop!’ (ondertitel: ‘Eene Vertelling uit den tijd van den Duitsch-Franschen oorlog’) verscheen in 1872 in het tijdschrift De Nieuwe Kinderbibliotheek, een uitgave van S.E. van Nooten in Schoonhoven.

Lees verder >>

De mate van genderneutraliteit

Voornamendrift 74

Door Gerrit Bloothooft

Als de Sociale Verzekeringsbank beweert dat er veel voornamen zowel aan jongens als meisjes worden gegeven, kun je het daar niet mee eens zijn maar zou je dat ook willen onderbouwen. Je wilt een maat van genderneutraliteit die 1 is als alle voornamen aan evenveel jongens als meisjes worden gegeven, en die 0 is als elke naam of alleen aan jongens of alleen aan meisjes wordt gegeven. Dat is te doen.

Lees verder >>

Top 20 van Nederlandstalige Protestalbums: 12. De Kift, Krankenhaus (1993)

door Laurens Ham

In maart 2020, kort na het uitbreken van de coronacrisis in Nederland en de start van de eerste lockdown, brachten vijf muzikanten een ode bij Verpleegtehuis Rosariumhorst in Krommenie (gemeente Zaanstad). Staande op de oprit van het verpleegtehuis, strategisch in een driehoek op geruime afstand van elkaar, zongen ze oud-trompettist en tehuisbewoner Jan Heijne toe: ‘Ik zing, ik drink, ik lach, ik dans / terwijl mijn harte weent.’ Een half jaar later, op 1 september 2020, overleed Heijne op 87-jarige leeftijd.

Lees verder >>

Waarom het (niet) raar is dat het Nederlands (g)een [g] heeft

Door Klaas Seinhorst

[K]leine peuters […] schreeuwen om het hardst kool”, schreef de Groene Amsterdammer in 1903. De kinderen hadden geen behoefte aan een voedzame maaltijd; ze waren aan het voetballen, en riepen het Engelse woord goal. Probleem: dat woord begint met een [g], en die heeft het Nederlands niet. Oplossing: je vervangt die klank door zijn stemloze tegenhanger, de [k].

Lees verder >>

De verkiezingsprogramma’s over taal 2021: VVD

Door Marc van Oostendorp

Als het aan de VVD ligt, breken er gouden tijden aan voor docenten Nederlands als Tweede Taal. Blijkens haar verkiezingsprogramma beschouwt de partij Nederlands leren als dé oplossing voor zo’n beetje iedere groep. Het best richten zulke docenten zich op B1-niveau;

Verhogen van de taaleis in de bijstand (B1 niveau).

Verplichting voor huwelijksmigranten om vóór hun komst naar Nederland succesvol het basisexamen inburgering te doorlopen. Eenmaal in Nederland verwachten we dat zij binnen drie jaar succesvol het inburgeringstraject doorlopen en de Nederlandse taal spreken op B1 niveau.

Een verplichting voor gevangenen die de Nederlandse taal niet machtig zijn om Nederlands te leren.

Lees verder >>

‘De Jodin’ (ca. 1863)

Jeugdverhalen over joden (129)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Oom Diederik

Herkomst en drukgeschiedenis

Wie er schuilgaat achter het pseudoniem ‘Oom Diederik’ is niet bekend. Tussen 1862 en circa 1875 schreef hij diverse jeugdboeken met onder meer vertellingen, versjes, rekenspelletjes en raadsels. Ze verschenen bij uitgeverij H.A.M. Roelants in Schiedam (en vanaf 1883 bij J. Vlieger in Amsterdam) onder titels als De vriend der jeugd; Uit het huis en uit de school; Uit de natuur en uit het leven en Uit ons eigen land en uit den vreemde. Het verhaal ‘De Jodin’ is opgenomen in de laatstgenoemde bundel.

        ‘De Jodin’ lijkt losjes geïnspireerd op het leven van Elisabeth Félix (1821-1858), beter bekend als ‘Mademoiselle Rachel’. Deze Franse zangeres, dochter van een joodse straathandelaar, arriveerde in 1830 in Parijs, zong daar op straat en debuteerde – nadat zij enkele jaren muziekles had gekregen – op haar zeventiende in het Théâtre-Français. Halverwege de 19de eeuw maakte zij ook in Nederland furore. Zie over haar o.a. Rob van de Schoor, ‘Ik vind geen passie genoeg’: Holland in beroering door de optredens van de Joodse tragédienne Rachel uit Parijs, 1846-1853 (2006).

Lees verder >>

Ode aan Alex Brenninkmeijer

Door Carel Jansen

In 2007 verscheen bij uitgeverij Politieke Pers een aardig boek, met de titel Zullen we zwaluwstaarten? Het staat vol met voorbeelden van ambtelijke taal die ook nu nog voor veel bestuurders en ambtenaren herkenbaar zullen zijn. Denk aan eufemismen als “Hierbij staat budgettaire neutraliteit voorop”, in plaats van “Dit mag geen extra geld kosten”. Denk ook aan naamwoordconstructies als “Beperking van de formulierenstroom leidt naar verwachting tot een vermindering van de administratieve lasten in onze organisatie”. Daar had ook iets kunnen staan met wat meer leven erin, bijvoorbeeld: “Als we minder formulieren gebruiken, zijn onze mensen minder tijd kwijt aan administratie”.

Lees verder >>

De verkiezingsprogramma’s over taal 2021: Christenunie

ChristenUnie

Door Marc van Oostendorp

In haar verkiezingsprogramma 2021 maakt de ChristenUnie zich tot een kampioen van de Nederlandse gebarentaal, De erkenning van die taal was voor een belangrijk deel ook het werk van deze partij. Een van de punten die in het 144 pagina’s tellende programma worden genoemd lijkt eigenlijk niet alleen maar bedoeld om dat te vieren. Als ik het goed zie, zit er eigenlijk geen enkel concreet voornemen in het volgende:

Gebarentalen erkennen. De Nederlandse Gebarentaal wordt juridisch erkend, via het mede door de ChristenUnie ingediende initiatiefwetsvoorstel.

Lees verder >>

“Serieus”: verschuivend van bijvoeglijk naar bijwoordelijk en de betekenis is ook intrigerend

Screenshot Google.nl 07.02.2021

Door Siemon Reker

In het Algemeen Dagblad van gisteren het verhaal van Tasien gelezen? De eerste zin is direct de korte samenvatting: “Een volstrekt unieke prestatie – dat heeft Tasien Joeman (22) geleverd door in vier jaar tijd vijf diploma’s te halen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. “Studeren op dit niveau is soms eenzaam, maar stoppen was nooit een optie.”” Zijn vader kwam uit Suriname en werd hier agent. Tasiens moeder gaf hem als basisschoolkind extra oefeningen in spelling. “Ze zei daarbij: als je niet serieus wordt, eindig je als vuilnisman. Dat was voor mij een schrikbeeld.”

Lees verder >>

Parthonopeus: editiewerk in uitvoering – deel 9

door Viorica Van der Roest

August Hoffmann von Fallersleben was, zoals ik in de vorige aflevering vertelde, door Jacob Grimm enthousiast gemaakt voor Middelnederlandse literatuur. In 1821 bezocht hij, net 23 geworden, in het kader van zijn zoektocht naar middeleeuwse handschriften de stadsbibliotheek in Trier. Daar trof hij in een oude boekband twee halve bladen van een 13e-eeuws handschrift aan, waarin sprake was van een held die Partonopeus heette. Deze held was bekend uit de Oudfranse en de Middelhoogduitse literatuur: rond 1180 was de roman Partonopeus de Blois ontstaan in Frankrijk, en rond 1275 had Konrad von Würzburg deze in het Duits vertaald als Partonopier und Meliur. Dat er ook een Middelnederlandse versie van het verhaal was geweest, kon door 18e- en 19e-eeuwse onderzoekers tot dan toe alleen opgemaakt worden uit verwijzingen in enkele andere Middelnederlandse teksten, maar die waren voor de meesten in 1821 al net zo onbekend en ontoegankelijk als de Parthonopeus.

Lees verder >>