Categorie: column

Wie Mandela Afrikaans einsetzte

Door Henning Radke

Nelson Mandela sprach Xhosa, Englisch und Afrikaans. Letzteres brachte er sich während seiner jahrzehntelangen Gefangenschaft selbst bei. So versuchte er, politische Zusammenhänge besser zu verstehen, und konnte gleichzeitig den Gesprächen der Wärter folgen, die sich oft auf Afrikaans unterhielten. Das Wissen darüber, was in der Außenwelt vor sich ging, verschaffte ihm einen großen Vorteil. Kein Wunder, dass Madiba (wie er in Südafrika oft genannt wird) seine Afrikaans-Kenntnisse weitestgehend für sich behielt.

Nach seiner Freilassung änderte sich diese Haltung: Selbst bei öffentlichen Veranstaltungen sprach Mandela immer mal wieder Afrikaans. Zum ersten Mal wohl am 21. Juni 1990, nur vier Monate nach seiner Haftentlassung – ausgerechnet in einem Interview, das live im US-Fernsehen ausgestrahlt wurde. So staunten Millionen US-amerikanischer Zuschauer nicht schlecht, als sie von Nelson Mandela die folgenden Sätze vernahmen:

Lees verder >>

De stem van een dode Egyptenaar

Door Marc van Oostendorp

Ik ben altijd zo enthousiast over allerlei onderzoek, gebeurt er nu echt niets waarvan ook ik me verwilderd afvraag: waarom moest dat nu onderzocht worden?

Ja, natuurlijk. Het onderzoek bijvoorbeeld naar de stem van de drieduizend jaar geleden overleden Egyptische priester Nesjamoen dat Nature vorige week plaatste. (Ik werd erop gewezen door de onversaagde oudheidkundige blogger Jona Lendering.) Omdat er nog betrekkelijk veel weefsel over is van deze beste man, heeft een team onderzoekers het in het hoofd gehaald om de stem van deze Nesjamoen weer tot leven te wekken. Er werd een computermodel gemaakt van zijn spraakkanaal, en dat werd tot klinken gebracht. Waarom?

Lees verder >>

Grootvader en kleindochter (1919)

Jeugdverhalen over joden (74)


Links: de eerste vertaling/bewerking van Grootvader en kleindochter, door J.P.G. Westhoff. Rechts: de tweede vertaling/bewerking, door J. van Bergen. De ondertitel van de eerste editie luidt ‘Eene kerstgeschiedenis’; bij de tweede editie werd dit: ‘Een kerstvertelling’. De naam van de illustrator is niet bekend.

Door Ewoud Sanders

Vertaald uit het Duits door J.P.G. Westhoff (1832-1906) en J. van Bergen

Herkomst en drukgeschiedenis

De eerste editie Grootvader en kleindochter verscheen in 1888 bij uitgeverij J.H. van Peursem in Utrecht en is geschreven door J.P.G. Westhoff (1832-1906), een Lutherse predikant. Hij vertaalde het boek uit het Duits. De titel van de oorspronkelijke uitgave is niet bekend.

Lees verder >>

Aanvullend of aanvullend?

Klemtoonverschuiving en morfonologie

Door Ad Welschen

U leest in uw dagblad: “Hij [verdachte Josef B.] hield buren altijd vriendelijk maar dringend op afstand. Moszkowicz [zijn advocaat] wilde voorafgaand aan de zitting geen aanvullende vragen beantwoorden.’’ (De Volkskrant, 21-1-20).  En u leest de laatste zin nog eens, maar nu hardop, met de normale accentuatie:  “Moszkowicz wilde voorafgaand aan de zitting …’’ Hier aarzelt u even, om dan te vervolgen:  “geen aanvullende vragen beantwoorden.’’ U bedenkt zich, en corrigeert als nog het tweede deel van de zin tot: “ geen aanvullende vragen beantwoorden.’’

Lees verder >>

Straattaal en schooltaal

Door Khalid Mourigh

In eerdere blogs heb ik een aantal aspecten van straattaal besproken: hoe het Sranan Tongo het straattaalvocabulaire beïnvloedt, hoe sprekers spelen met lettergrepen en medeklinkers, welke rol het Marokkaans-Nederlandse accent speelt, hoe sprekers Nederlandse woorden een nieuwe betekenis geven en hoe ze innoveren met plaatsnamen en etnoniemen. Hopelijk hebben deze blogposts de lezer op zijn minst duidelijk gemaakt dat straattaal, zoals alle talen en dialecten, aan structuur gebonden is. Het is dus veel te gemakkelijk om te zeggen dat straattaal simpelweg “slecht” Nederlands is en dat er sprake is van algemene taalverloedering.

Lees verder >>

A wife-beater, gambler and drunkard

De Multatulileescursus (68)

Door Marc van Oostendorp

– We zouden nu bijna aan het einde van onze leescursus moeten zijn, toch? Over iets meer dan een maand vieren we de tweehonderdste geboortedag van Multatuli.

– Maar we hebben nog zoveel te lezen! Zelfs als we nu de Volledige Werken snel zouden lezen, haalden we het net niet: er liggen nog vijf delen te wachten. En dat nog even los van alles wat we nog óver Multatuli zouden lezen.

Lees verder >>

Collegaatje

Door Bas Jongenelen

Zelf zeg ik nooit ‘collegaatje’ als het over een collega gaat. Als het niet over een collega gaat, zeg ik het trouwens ook niet. Er zijn mensen die het wel zeggen. 9,6% van de ondervraagden zegt wel eens ‘collegaatje’, helaas heb ik niet kunnen achterhalen waarom iemand dat woord gebruikt. Zeg je het alleen bij kleine collega’s? ‘Ik heb een collegaatje die niet bij de printer kan.’ Maar dan nog… Ik ga er dan toch vanuit dat je ‘collegaatje’ slechts achter zijn of haar ruggetje om zegt. Hoe doet u dat eigenlijk? Praat er vanmiddag bij het borreltje en het kaasplankje over met uw collegaatjes.

Studenten anoniem laten reageren: goed idee

Door Marc van Oostendorp

Het tentamenseizoen is inmiddels alweer een paar weken onderweg, en ik kan nu wel zeggen dat ik heel gelukkig ben met een keuze die ik aan het begin heb gemaakt: een mogelijkheid openen waarop studenten anoniem feedback kunnen geven op mijn colleges (hier).

Nu kunnen studenten dat geloof ik overal al veel langer, maar dan aan het eind van de cursus. In een evaluatie mogen ze dan zeggen wat ze allemaal wel of niet aanstond. Anoniem reageren is nuttig: studenten zeggen dan meer dan ze openlijk zouden zeggen, bijvoorbeeld omdat zij uiteindelijk toch meer afhankelijk zijn van mijn beoordeling dan andersom.

Lees verder >>

Er over de zinsgrens

Door Marc van Biezen

Dat de diverse functies van het pronomen er (presentatief, locatief, prepositioneel, kwantitatief)  kunnen en soms moeten samenvallen in één (verschijningsvorm) is bekend. In zin 1 vervangt er zowel een zelfstandignaamwoordgroep bij een telwoord als een zelfstandignaamwoordgroep bij een voorzetsel. Twee keer er is ongrammaticaal.

  • dat hij er twee op heeft geslagen
  • dat hij er twee erop heeft geslagen [ongrammaticaal]
Lees verder >>

Waarom is hij overleden?

Door Peter Nieuwenhuijsen

In de populaire rubriek Ikje – in het NRC-Handelsblad – schrijft de Ik op 21 januari 2020 over haar vijfjariige dochter: “Als ze me vraagt waarom hij is overleden,…” Ik vraag me af hoeveel lezers van de NRC bij deze zin even gefronst hebben. Voor mij is hij eigenlijk ongrammaticaal, maar ik weet dat talloze andere sprekers van het Nederlands er geen moeite mee hebben. 

Lees verder >>

Oproep MNL-fellowships

De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, gevestigd te Leiden, werd in 1766 opgericht als een vereniging van letterkundigen, taalkundigen en historici. De Maatschappij heeft als doel de beoefening van de schone letteren en de studie van de Nederlandse taal- en letterkunde, geschied- en oudheidkunde in hun onderlinge samenhang te bevorderen. Vanaf 2019 reikt de Maatschappij fellowships uit aan maximaal twee onderzoekers per jaar.

Lees verder >>

ProRail vernieuwt

Door Marc van Oostendorp

Volgens de meeste naslagwerken is vernieuwen een overgankelijk werkwoord: iemand vernieuwt iets. De laatste jaren komt er een nieuw gebruik bij, constateert Gea Dreschler van de Vrije Universiteit in een artikel in Linguistics in the Netherlands. De laatste decennia tref je ineens koppen aan als de volgende, waarin het werkwoord onovergankelijk wordt gebruikt:

  • Centrum Zeist vernieuwt.
  • Tumuli vernieuwt.
  • ProRail vernieuwt.
Lees verder >>

ironie / sarcasme / cynisme

Verwarwoordenboek Vervolg (150)

Cartoon door Van 9 tot 5, geplaatst met toestemming.

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

ironie / sarcasme / cynisme            

Deze drie woorden verschillen in betekenis.

Lees verder >>

Het belang van een komma?

Door Niels Bokhove

In de kop van een achtergrondartikel van Joep Dohmen in NRC-Handelsblad van 18 januari jl. staat deze zin:

  • BNNVARA verlengde het contract voor talkshow Pauw niet omdat presentator Jeroen Pauw meer wilde verdienen dan wettelijk mag.

In eerste instantie las ik deze zin met in gedachten het vervolg ‘… maar om een andere reden’. Direct daarna begreep ik dat de bijzin juist de reden voor het niet-verlengen was.

Lees verder >>

Bepaalt je taal je emotie?

Door Marc van Oostendorp

Waarover hebben we het als we het over emoties hebben? Dat valt nauwelijks te zeggen. Wie als kind leert wat een poes is, kan door een volwassene in de buurt tenminste nog worden gewezen op een aantal geslaagde voorbeelden van poezen. Maar je kent als mens alleen je eigen gevoelens: hoe weet je dan dat het liefde is dat je voelt, of woede, of eenzaamheid?

Lees verder >>

Eruditie is niet ouderwets

Door Marc van Oostendorp

De klassieke retorica heeft een universele pretentie: volg haar regels en je zult je gehoor overtuigen, in welke eeuw en in welke stad dat gehoor ook leeft. Maar sinds we geluid en beeld kunnen opslaan, weten we dat waarschijnlijk niet werkt. De toespraken van Hitler en Mussolini zien er helemaal niet meer meeslepend uit, maar een beetje belachelijk. We weten niet hoe wij zouden hebben gereageerd als we temidden van hun gehoor hadden gestaan, maar we kunnen vermoeden dat we als we onze 21e-eeuwse persoonlijkheden hadden kunnen meenemen niet waren betoverd.

Lees verder >>

De droeve vioolspeler, of De geschiedenis van een lied (1884)

Jeugdverhalen over joden (73)


Uitsnede omslag vierde druk van De droeve vioolspeler, uit 1912. Illustratie Arie Rünckel (1876-1956). Het tijdschrift De Christelijke Familiekring noemde deze illustratie ‘leelijk’.

Door Ewoud Sanders

Auteur: Adolf Jacob Hoogenbirk (1848-1920)

Herkomst en drukgeschiedenis

Adolf Jacob Hoogenbirk groeide op in een vroom protestants gezin in Amsterdam. Hij werd beïnvloed door dominee Jan de Liefde en door de evangelist Eduard Gerdes. Beiden schreven jeugdboeken. Hoogenbirk schreef zijn eerste jeugdboek op zijn veertiende. In totaal zou hij er ruim vijftig publiceren, de meeste met een sterk evangeliserende boodschap. ‘Hij steeg met zijn werk uit boven een groot gedeelte van de toenmalige zondagsschoollectuur’, aldus Richard van Schoonderwoerd in het Lexicon van de jeugdliteratuur.

Lees verder >>

Verhalen maken denken makkelijker

De Nijmeegse bibliotheek van Jerome Bruner

Door Roel Willems

Vorige week woensdag werd op het Max Planck Instituut in Nijmegen de Jerome Bruner bibliotheek geopend. Bruner was een Amerikaanse psycholoog met een heel divers wetenschappelijk oeuvre. Na zijn overlijden (in 2016 als 100-jarige) werd zijn persoonlijke bibliotheek (+- 3300 boeken) vanuit New York naar Nijmegen verscheept. Het heeft te maken met Bruner zijn rol in de oprichting van het MPI aan Nijmegen (in de jaren ’70). Vandaag wil ik het hebben over een inzicht van Bruner dat mijn eigen werk beïnvloed heeft: Verhalen maken ons denken makkelijker.

Maar we beginnen met een omweg.

Lees verder >>

Sterrix & Kruisix

Door Roland de Bonth

Michelle van Dijk is een bevlogen docent Nederlands die voortdurend op zoek is naar manieren om jongeren aan het lezen te krijgen en hen daaraan plezier te laten beleven. Recentelijk verscheen van haar een veelbesproken hertaling van Couperus’ roman Van oude mensen. Zij had gemerkt dat de oorspronkelijke taal van Couperus een te grote barrière vormde voor haar leerlingen. 

Onlangs vroeg Van Dijk zich af of de graphic novel – het literaire stripboek – een verrijking voor de leeslijst zou zijn (zie hier). Na lezing van enkele graphic novels kwam zij tot de conclusie dat deze boeken wellicht een rol kunnen vervullen bij kunstzinnige vakken en vakoverstijgende projecten, maar dat zij door een gebrek aan tekst, aan woorden en daarmee aan diepgang naar haar mening niet op de leeslijst van Nederlands thuishoren. 

Lees verder >>

Promoveren in je moerstaal

Door Marita Mathijsen

Eelco Verwijs is de eerste neerlandicus die in zijn moerstaal promoveerde, aan de Leidse universiteit. Promoveren in het Latijn was toen nog gebruikelijk. Hij was 27 jaar toen hij zijn briljante uitgave van Jacob van Maerlants Wapene Martijn maakte, de eerste kritische editie van dit werk in Nederland, in 1857 uitgegeven. Later werd Verwijs bekend als samensteller van woordenboeken.

Lees verder >>

Grote 3 van de 20e

Door Bas Jongenelen

Ineens waren ze er: de grote drie van de literatuur. De literatuur van de twintigste eeuw werd verpersoonlijkt door drie schrijvers die een aantal zeer behoorlijke boeken geschreven hadden. Had je die drie schrijvers gelezen, dan had je eigenlijk alles wel gelezen. Maar er was ook wat gerommel. Waren er niet vier schrijvers die ertoe deden? Men kwam er toen niet helemaal uit. Het is nu 2020 – er is genoeg tijd tijd verstreken om met enige afstand te kijken wat we ervan vinden. Wie van die vier waren dan die grote drie? Ik vroeg het op Twitter en dit was de uitslag:

De uitslag is niet verrassend, want conservatief. Maar ook wel een beetje jammer. Ik had gehoopt dat Wolkers toch een eindsprintje had ingezet. De opdracht voor deze vrijdagmiddagborrel: wie waren nou echt de grote drie van de Nederlandse literatuur van de twintigste eeuw? Van Ostaijen, Reve en Vasalis? Boon, Haasse en Bloem? Gooi de bitterballen maar in het vet.

Haaj!

Nene leert Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Nene is sinds kort zes jaar oud en sinds dit voorjaar is ze in Nederland. Ze spreekt Nederlands, al is het misschien nog niet op het niveau, en ze lijkt te begrijpen dat dit niet altijd het geval was. Aan haar moeder vroeg ze onlangs: waarom praatte ik vroeger anders? De meeste Hongaarse woorden die we toen herhaalde, kende ze nog wel.

Lees verder >>

Contact between Dutch and Ainu in Tokugawa Japan

Door Christopher Joby

There is no evidence of the Dutch having contact with Ainu people during the Tokugawa period. The Dutch were mainly confined to Deshima, an island in the far west of the Japanese archipelago, while the Ainu lived in the north of Honshu and on Hokkaido (then called Ezo). Nevertheless, there is a  Dutch-Ainu-Japanese vocabulary consisting of 43 sheets in the Special Collections of Leiden University Library (Serrurier 95, Kerlen 1809). We do not know who compiled it or when, but there are a few clues. The introduction, written in Dutch, records that it was based on ‘an original publication by a Japanese’ (een Originele ‘uitgave’ van een Japander’). The copy in Leiden University Library has the ex libris ‘Uit de Verzam[eling] van Overmeer Fisscher’. This refers to Johannes van Overmeer Fisscher, who held various positions at Deshima. He left Japan in 1829, so this may give us a terminus ante quem for publication. 

Lees verder >>