Categorie: column

Breng die rozen naar Sandra

Voornamendrift 54

Door Gerrit Bloothooft en David Onland


Figuur 1. Populariteit van Sandra, met in rood het basismodel en een hype vanaf 1971 door het lied Breng die rozen naar Sandra.

Het valt niet mee om origineel te zijn. Dat waren de ouders die hun dochter in 1936 Sandra noemden ook niet. Ze waren weliswaar in Nederland sinds lange tijd de eersten, maar de naam, verkorting van Alexandra > Alessandra (Italiaans) > Sandra of van Cassandra, is duizenden jaren oud. Oude attestaties in Nederland zien we al in 1632 toen Sandra Prefeet in Amersfoort werd gedoopt. Zo’n oude naam kan herontdekt worden en het tot modenaam brengen. En dat gebeurde in de vorige eeuw (figuur 1), waar het lied Breng die rozen naar Sandra in 1971 zelfs een tophit werd van Ronnie Tober (naar origineel van de Belgische Jimmy Frey). Maar hoe verspreidde de naam zich over ons land?

Lees verder >>

Helemaal terug naar de basis van het ontleden

Door Henk Wolf

Mijn stukje van vorige week over de ontleding van ‘De paus is in Nederland’ heeft heel wat oude discussies opgerakeld en nieuwe doen ontbranden, met de nodige emoties hier en daar. Zoals dat gaat op internet.

Omdat ik vermoed dat niet iedereen alles precies zo heeft begrepen als ik het bedoeld had, wil ik hier nog eens de basaalste basis van het ontleden bespreken en dan mijn overwegingen daaronder zetten. Hopelijk doe ik dat nu zo helder dat iedereen het kan volgen.

Lees verder >>

Van meewarig en serieus: gut, gut!

Door Siemon Reker

Het lijkt redelijk, te veronderstellen dat de “rode jonkheer” Marinus van der Goes van Naters de eerste was die in de Tweede Kamer het tussenwerpseltje gut gebruikte. Parlement.com geeft een paar interessante kwalificaties van deze vroegere PvdA-fractievoorzitter: kleurrijk, wat geaffecteerd sprekend, rebels, vooruitziend. “Pleitbezorger van Europese integratie, zorg voor het milieu, natuurbehoud en ontwikkelingssamenwerking. Was actief in het EGKS-parlement en het Europees Parlement.” Dat juist hij als eerste het tussenwerpseltje gut kan hebben gebezigd, onderstreept wellicht eerder Van der Goes’ rebelse dan geaffecteerd sprekende aard.

Lees verder >>

Dat je je romandebuut publiceert en dat er dan een pandemie uitbreekt

Door Ronny Boogaart

Vorige maand schreef Lauren Fonteyn hier over internet memes met het onderschikkend voegwoord wanneer. In het commentaar op dat stuk suggereert Taaldokter dat het pad voor deze constructie gebaand zou kunnen zijn door ‘de socialemediaconstructie met dat’. Lauren op haar beurt zegt deze constructie niet te kennen, maar hij is behoorlijk frequent. Oké, die in de kop van dit stuk heb ik zelf bedacht (op die roman kom ik nog terug), maar juist gisterochtend verscheen er eentje bovenaan mijn homepage op LinkedIn  – de algoritmes van LinkedIn zijn nog ondoorgrondelijker dan ik al dacht:

Lees verder >>

‘De Jood en de Touwslager’ (1840)

Jeugdverhalen over joden (92)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Moraal: heb je vijand lief; wraak is zoet

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaal ‘De Jood en de Touwslager’ is te vinden in het Leesboek voor de jeugd, in voorbeelden ter opwekking van deugd en goede zeden. Over het doel van dit boek schrijft de anonieme schrijver in zijn voorbericht: ‘Ofschoon de mensch zwak blijft, zoo lang hij hier op aardt verkeert en de door ondervinding geleerde grijsaard evenmin boven struikelingen verheven is, als de nog onervarene jongeling; zoo kan het nogtans niet dan heilzaam zijn, der jeugd vroegtijdig de menschelijke zwakheden te leeren kennen en hen op te wekken tot het betrachten van die deugden, welke den grondslag leggen voor hun volgend geluk.’

         Het Leesboek voor de jeugd werd uitgegeven door uitgeverij Schalekamp, Van de Grampel en Bakker in Amsterdam. De eerste druk verscheen in 1840, de zesde, herziene druk in 1873. In de samenvatting is geciteerd uit de eerste druk.

Lees verder >>

Het Maastrichts onder Napoleon

Een tekst uit 1807

Door Flor Aarts

Tijdens de Franse tijd (1794-1814) was Maastricht de hoofdstad van het Département de la Meuse inférieure, het Departement van de Nedermaas. Dat Departement bestond uit de 2 huidige provincies Limburg en nog een gebied in Duitsland. De prefect, Jean Baptiste Ruggieri, ontving in 1807 een brief van Baron Charles Etienne Coquebert de Montbret, directeur van het Bureau de Statistique in Parijs.

Lees verder >>

Ver-van-mijn-bed-boek

Door Marita Mathijsen

Wat moet ik met een boek dat ik echt niet door mijn strot kan krijgen en dat 170 jaar geleden hoogste top was? Ik kamp met een solidariteitsprobleem. Ik probeer altijd het bijzondere van negentiende-eeuwse literatuur te zien. Ik let op wat de schrijver achter de misschien wat al te toevallige avonturen wil meedelen, ga mee met de gevoeligheden van de tijd, laat me meeslepen met dreigingen, melancholie, tederheid. Ik let op het ritme van de taal, de fraaie bouw van zinnen, de nuances van woorden. Ik hou van het vertelvermogen. Die negentiende-eeuwse schrijvers waren toch niet gek, die wisten hoe ze hun lezers moesten bespelen. Dus lees ik Helmers en Tollens en Loosjes met een negentiende-eeuwse bril en zie er de geweldenaren in die de tijdgenoten erin zagen.

Lees verder >>

Twee soorten tussen-n

Door Henk Wolf

In het Nederlands kun je twee woorden combineren tot een nieuw, samengesteld woord. Soms kan dat direct: piano+ leraar = pianoleraar. Soms valt er een stukje weg: aarde + verschuiving = aardverschuiving. En soms komt er een stukje tussen: regering + leider = regeringsleider.

De geschreven tussen-n is Nederlands

Een zo’n stukje dat je als stopverf tussen de bouwstenen van een samenstelling kunt smeren, is het bekende onbeklemtoonde uh-klankje, ook wel stomme e, toonloze e, reductievocaal of sjwa genoemd. Dat uh-klankje kent in het Nederlands allerlei schrijfwijzen: in aardig schrijven we het als een -i-, in vriendelijk als een -ij-, in aarde als een -e- en in pannenkoek als -en-.

Lees verder >>

Literatuur in het centraal examen?

Een reactie op de reeks ‘Het ideale eindexamen’ (2)

Door Helge Bonset

Een mogelijkheid om de vakinhoudelijke component van het centraal examen Nederlands te vergroten is de opname van literatuur. Daarvoor hebben meerdere auteurs gepleit, waarvan Jongenelen zijn voorstel het meest heeft uitgewerkt. Ik bespreek zijn voorstel in vergelijking met de wijze waarop literatuur geëxamineerd wordt in het International Baccalaureate Dutch A Language and Literature en daarna bekijk ik de (on)mogelijkheden van beide vormen voor toetsing in het centraal examen.

Lees verder >>

Anekdote: een briefje dat je door ‘begrijpend lezen’ niet kunt ontcijferen

Door Henk Wolf

Goed begrijpend lezen is een belangrijke vaardigheid, daar waren de deelnemers aan de soms verhitte discussie over het eindexamen Nederlands hier op Neerlandistiek het de afgelopen dagen wel over eens. Begrijpend lezen houdt in het voortgezet onderwijs onder meer in dat je de in een tekst staande structuurelementen als alinea’s en verwijswoorden gebruikt om de bedoeling van de schrijver te achterhalen.

Dan moet die schrijver die structuurelementen alleen wel gebruiken op zo’n manier dat de lezer er wat aan heeft. En dat doet lang niet elke schrijver. Een probleem is dat niet per se. Dat zal ik hieronder laten zien.

Lees verder >>

gunnen / vergunnen

Verwarwoordenboek Vervolg (168)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

gunnen / vergunnen

De woorden worden door elkaar gebruikt, maar vaak is er wel een nuanceverschil.

Lees verder >>

Sonnettenkrans(enkrans)

Door Bas Jongenelen

Ik wilde een dichtbundel hebben van een dominee-dichter, zo eentje met gedichten over God, Oranje en huiselijkheid – van die gedichten waar ik helemaal niet van hou. Eliza Laurillards Bloemen en knoppen uit 1878 leek me wel wat. Kostte slechts € 5,- op boekwinkeltjes.nl. Bovendien was het de 1e druk, dus dat is leuk. 2 dagen later viel het bundeltje in de bus en toen ik het opende zag ik meteen… een sonnettenkrans! Hier het meestersonnet:

Ik was in de veronderstelling dat Jeanne Reyneke van Stuwe de 1e sonnettenkrans geschreven had, gepubliceerd in Impressies in 1898. Niet dus. Voorlopig is Laurillard de 1e. Ik heb een verzoekje aan u: mocht u een sonnettenkrans tegenkomen die ouder is dan die uit 1878, laat het me weten!

Lees verder >>

Het regionale als rechtvaardiging voor afwijking van de norm

Door Henk Wolf

“Maar hun is Brabants. In het Nederlands zeggen we: zij.”

Zomaar een zinnetje van het internet, waarop het gebruik van hun als grammaticaal onderwerp wordt geclaimd voor een bepaalde regionale variëteit.

Juist is het niet wat de internetter schrijft: hun wordt vermoedelijk een dikke eeuw lang als onderwerp gebruikt en het heeft zich in Nederland overal gevestigd, of dat nou in het Standaardnederlands (in de zin van Democratisch Algemeen Nederlands, zie hier) is of in dialecten, regiolecten en regionaal gekleurde vormen van het Nederlands. Overal functioneert het vrolijk naast of in plaats van de oorspronkelijke benadrukte onderwerpsvormen van het persoonlijk voornaamwoord voor de derde persoon meervoud (zij, zie, hja, …).

Lees verder >>

Werelden van verschil: Friedrich von Hardenbergs en Martinus Nijhoffs Novalis

Door Peter J.I. Flaton 

Zelf herleidde hij zijn studie aan de mijnbouwacademie in Freiburg en het ambtenaarschap bij de zoutmijnindustrie (hij wist hoe het er ‘daarbeneden’ aan toe ging) enerzijds en zijn artistieke attitude anderzijds aan de combinatie van de discipline van zijn vader (een vroom hernhutter, wars van vertoon en als hij mijnbouwinspecteur) en de levensstijl van zijn oom Gottlob Friedrich bij wie hij opgroeide en die hem leerde ‘adelsstolz’ te zijn. 

Feit is, dat Friedrich van Hardenberg (2 mei 1772-25 maart 1801) de wereld sociaalvaardig en zelfbewust tegemoet treedt. Als Friedrich Schlegel hem in 1792 ontmoet, is hij direct onder de indruk van zijn kwikzilverige intellect: ‘Nie sag ich so die Heiterkeit der Jugend’. Ludwig Tieck ziet in hem ‘die reinste und lieblichste Verkörperung eines hohen unsterblichen Geistes’ (hier en in wat volgt laat ik me leiden door Ricarda Huchs Die Romantik, Ausbreitung, Blütezeit, Verfall, verschenen in 1899-1902 en nog steeds relevant, c.q het hoofdstuk “Novalis”, 64-80 en Rüdiger Safranski’s Romantik. Eine Deutsche Affaire, München, 2007, c.q. hoofdstuk 6 over Novalis, 109-132). 

Lees verder >>

Drieduizend stukjes

Door Marc van Oostendorp

Dit is mijn drieduizendste stukje op dit blog. Ik heb bedacht dat het tijd wordt om een stap terug te doen.

Toen ik hier begon met het dagelijkse bloggen was het huidige Neerlandistiek ongeveer wat me voor ogen stond: een dagelijkse mengeling van nieuws, aankondigingen, opinies en heldere samenvattingen van onderzoek, geschreven voor een gemeenschap die zichzelf definieerde: degenen die geïnteresseerd zijn in onderzoek naar de Nederlandse taal- en letterkunde. Ik heb het geprobeerd aan te jagen door zelf regelmatig bij te dragen, zodat er geen stille dagen zouden zijn. Die taak heb ik niet meer, want er zijn geen stille dagen meer.

Lees verder >>

Programmeren voor taalkundigen

Door Marc van Oostendorp

Een van de interessante verschijnselen van deze wereld is dat er zoveel programmeertalen zijn. Met een programmeertaal kun je een computer laten doen wat je wil, en dat kan op een aantal manieren – en desalniettemin nadert het aantal programmeertalen inmiddels het aantal natuurlijke talen.

Toch is er een handjevol talen waar niemand omheen kan die zijn computer meer wil laten doen dan wat Word, Excel en Chrome kunnen. En daarvan is Python inmiddels voor taalkundigen misschien de meest logische keus: een programmeertaal die voor mensen betrekkelijk gemakkelijk te lezen is doordat programma’s overwegend uit (Engelse) woorden staan en weinig obscure tekens bevatten die andere programmeertalen ontsieren – een taal die in de basis betrekkelijk gemakkelijk te leren is en die tegelijkertijd beschikt over eindeloze pakketten die alles mogelijk maken wat je wil.

Lees verder >>

‘Garrilus dinke mi wele bedieden someghe menistrele’

Jacob van Maerlant en Chrétien li gois

Afbeelding 1 : Parijs, Bibliothèque de l’Arsenal, MS 5069, f. 91 r.

Door Dirk Schoenaers

Rond 1317-1328 droeg een anonieme dichter een Franstalige bewerking van Ovidius’ Metamorfosen op aan Johanna van Bourgondië, koningin van Frankrijk. De auteur liet uitschijnen dat hij in deze Ovide moralisé een oudere Franse vertaling van het Philomenaverhaal had verwerkt. Op het einde van die me too-geschiedenis avant-la-lettre  veranderden Philomena, haar zus Procne en aanrander  Tereus, de koning van Thracië in een nachtegaal, een zwaluw en een hop. 

Lees verder >>

Levie de marskramer (1841)

Jeugdverhalen over joden (91)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Gijsbertus van Sandwijk (1794-1871)


Illustratie uit het Prenten-magazijn voor de jeugd (1841). De naam van de illustrator is niet bekend.

Het verhaaltje over Levie de marskramer werd in 1841 gepubliceerd in het Prenten-magazijn voor de jeugd. Dat tijdschrift verscheen tussen 1841 en 1852 en stond onder leiding van Gijsbertus van Sandwijk, een hoofdonderwijzer uit Purmerend. Van Sandwijk schreef het tijdschrift zelf vol.

Lees verder >>

Koester de vertalers

Door Marc van Oostendorp

‘Als een uitgever een boek als een “typisch Nederlandse roman” promoot, maar de Italianen hebben geen flauw idee van wat “typisch Nederlands” is, gebruikt die een verkeerde marketingstrategie’, zegt een Italiaanse vertaler van Nederlandse literatuur in een artikel van Paola Gentile in het nieuwe nummer van Internationale neerlandistiek.

Je zou zeggen dat de Italianen inmiddels dankzij minister Hoekstra wél een beeld hebben van wat typisch Nederlands is, maar of dat veel extra exemplaren van de romans van Arnon Grunberg over de toonbank doet gaan, kun je je afvragen.

Lees verder >>

Sneustra’s, klungelsma’s en pafstra’s

Door Henk Wolf

Friezen zijn dol op hun -a-achternamen, zo dol dat ze op basis van bestaande patronen in de negentiende eeuw zelfs nieuwe familienamen zijn gaan vormen die niet helemaal etymologisch verantwoord waren. Zo werd -sma, dat oorspronkelijk een familierelatie aangaf, zoals in Jansma, toen ook achter plaatsbepalingen geplakt. Een naam als Dijksma is dan ook het resultaat van Fries-romantisch geknutsel. Dat geldt ook voor een naam als Sjoerdstra, want -stra betekent van oorsprong ongeveer ‘bewoner van’ (zoals in Dijkstra). De precieze etymologie is hier en hier te vinden.

Lees verder >>

Als poedersneeuw ligt poëzie

De dichter Anton van Wilderode

Door Peter J.I. Flaton 

Wil zij het epitheton ‘modern’ verdienen, dan ‘moet’ de lyriek, aldus Hugo Friedrichs Struktur der modernen Lyrik,  minstens aan deze maatstaven voldoen: “(neutraler) Innerlichkeit statt Gemüt, Phantasie statt Wirklichkeit, Welttrümmer statt Welteinheit, Vermischung des Heterogenen, Chaos, Faszination durch Dunkelheit und Sprachmagie, aber auch ein in Analogie zur Mathematik gesetztes kühles Operieren, das Vetrautes entfremdet”. 

Me dunkt dat de poëzie van Lucebert een goed voorbeeld is van het eerste deel van de opsomming (dat er maar weinig analyses en  interpretaties van zijn poëzie bestaan, is m.i. geen toeval), terwijl die van Kouwenaar in haar uitgebeend minimum een specimen van onaangedane woordschikking is met inderdaad vervreemding als resultaat. 

Lees verder >>

Het middel is zo vaak toegediend dat het iedere werking mist: echt

Door Siemon Reker

Het laatste bedrijf van een debat is gewoonlijk het laatste oordeel, de kwestie wat het kabinet vindt van de ingediende moties en wat er mogelijk nog resteert aan onbeantwoorde vragen. Bij het laatste coronadebat, 20.05.2020, reageerde minister De Jonge (VWS) bijvoorbeeld nog even op een impliciet pleidooi van Forum voor Democratie inzake hydroxychloroquine, het middel dat zo geregeld bepleit is en naar eigen zeggen gebruikt door de Amerikaanse president Trump. De Washington Post berichtte twee dagen na het debat in de Tweede Kamer dat uit een grote studie onder bijna 100.000 patiënten gebleken was dat het middel “is linked to increased risk of death in virus patients”.

Lees verder >>

Vreemde idealen

Een reactie op de reeks ‘Het ideale eindexamen’ (1)

Door Helge Bonset

Als je mensen vraagt naar ‘het ideale eindexamen’ Nederlands (een mooi idee trouwens van Neerlandistiek), is het logisch dat je geen staalkaart krijgt van direct toepasbare voorstellen. Maar wel zou je mogen verwachten dat auteurs begrip hebben voor het complexe karakter van het eindexamen Nederlands, in het bijzonder het centraal examen. En ook zou je mogen verwachten dat ze de noodzaak inzien van geletterdheid (lees- en schrijfvaardigheid) in dat centraal examen, zowel op historische gronden (het maakt er al sinds WO II deel van uit) als op actuele gronden (de teruglopende geletterdheid van leerlingen).

Lees verder >>

Sommen maken is vertalen

Door Marc van Oostendorp

In sommige opzichten is de wereld een beetje beter geworden tijdens de quarantaine: in je eigen woonkamer kun je nog gemakkelijker dan voorheen geleerde betogen over allerlei onderwerpen bijwonen die op het eerste gezicht misschien ver van ons neerlandistische bed zijn, maar daar toch aardig in passen.

Neem de bovenstaande lezing, gisteren online geplaatst als deel van het Stanford Seminar, over een manier om de computer symbolische wiskunde te laten bedrijven.

Lees verder >>