Categorie: codicologie

Een goudmijn in de Kunstberg

Door Ton Harmsen

Het is de droom van iedere onderzoeker: spectaculair materiaal vinden dat nog door niemand bekeken is. Wat de zeventiende-eeuwse Nederlandse letterkunde aangaat is dat niet eens zo moeilijk, maar als je een hele stapel toneelstukken vindt die nergens beschreven zijn is dat toch een groot feest.

Onlangs verscheen in de Koninklijke Bibliotheek Brussel, op de Kunstberg, de jongste aflevering van In monte artium. Dat tijdschrift, een schat aan artikelen over het rijke bezit van de Bibliothèque Royale de Bruxelles, is te koop bij Uitgeverij Brepols en in de winkel van de KBB, en bovendien stelt Brepols het via het internet in pdf-vorm aan iedereen kosteloos beschikbaar. Het veelzijdige jongste nummer staat vol met lezenswaardige artikelen; Michiel Verweij bespreekt vijftiende-eeuwse privécollecties die in de KB-Brussel terecht zijn gekomen, vanuit de vraag of zij nog laat-middeleeuws of reeds vroeg-humanistisch zijn. Voor neerlandici bijzonder relevant is de beschouwing van Johanna Ferket en Bram Caers over de toneelmanuscripten in de KB-Brussel. Ferket (Universiteit Antwerpen) is specialist op het gebied van toneelliteratuur, zij publiceerde onder andere over maatschappijkritiek in zeventiende-eeuwse kluchten. Caers (Universiteit Leiden) is codicoloog, hij doet onderzoek naar zestiende-eeuwse manuscripten over politieke gebeurtenissen.

Lees verder >>

Vacature: Doctoraatsbeurs Strofische gedichten van Maerlant

Fragment van de Martijngedichten van Jacob van Maerlant (Montigny-le-Bretonneux, Archives départementales des Yvelines, 1F 180). Foto: Remco Sleiderink

door Remco Sleiderink

Het Departement Letteren van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte zoekt een veelbelovend talent voor een voltijds doctoraatsbeurs (100%, 4 jaar) in het domein van de oude Nederlandse letterkunde.

Lees verder >>

Op weg naar een lijst van gedigitaliseerde Middelnederlandse handschriften en drukken

Door Willem Kuiper

Naar aanleiding van het recente bericht over het Darmstadtse fragment van Vanden vos Reynaerde bereikte mij een tweet van Dirk Schoenaers, Universiteit Antwerpen, d.d. 29 maart, met deze inhoud:

Het zou – los van de vergankelijkheid van hyperlinks – handig zijn als al die kennis over digitale facsimiles van hss. of fragmenten met Mnl. (ook op minder verwachte plekken) ergens centraal werd bijgehouden (in de BNM-I?)

Het zal u niet verbazen dat ik het hier hartgrondig mee eens ben. Sterker nog, ik was er al aan begonnen door simpelweg links naar gedigitaliseerde handschriften en drukken te bookmarken en die onder Mijn Favorieten in aparte directories te verzamelen. Handig voor een individuele onderzoeker, maar onbereikbaar voor anderen. Het samenstellen en onderhouden van zo’n lijst van digitale facsimiles zou ik graag toevertrouwen aan de BNM, de DBNL of het zeer ambitieus opgezette Engelstalige database project Medieval Manuscripts in Dutch Collections (MMDC), dat gehost wordt door de KB Den Haag. Maar MMDC beperkt zich tot Nederland, terwijl onze handschriften overal liggen, en er wordt zo te zien al geruime tijd niet meer aan gewerkt. Als ‘wij’ zo’n lijst willen dan zit er niets anders op dan dat ‘wij’ hem zelf te maken. Lees verder >>

Minicollege over Die queeste vanden Grale

Door Willem Kuiper

[Tekst uitgesproken tijdens het symposium, gehouden ter gelegenheid van het afscheid van Jos A.A.M. Biemans als bijzonder hoogleraar Boekwetenschap UvA op donderdag 23 november 2017.]

Geachte aanwezigen,

Het komend half uur wil ik het met u hebben over Die queeste vanden Grale. Voor de niet-ingewijden onder u: Die queeste vanden Grale, oftewel de zoektocht naar de Graal, is een 13e-eeuwse Middelnederlandse Arturroman, geschreven in gepaard rijmende versregels, die vertaald werd naar een Oudfranse prozaroman: La queste del saint Graal. De Franse brontekst werd geschreven omstreeks 1220 door één of meer auteurs, waarvan wij niets meer weten dan dat hij of zij sterk beïnvloed waren door het mystieke gedachtegoed van de Orde der Cisterciënzers.
La queste del saint Graal presenteert zich niet als een zelfstandige roman, bevat ook geen proloog of epiloog, maar als een naadloos vervolg op bestaande romans: enerzijds L’Estoire del saint Graal, de geschiedenis van de Graal, die begint ten tijde van het Laatste Avondmaal, en anderzijds de Lancelot en prose, het meest gelezen, beluisterde en besproken boek van die dagen. In de Lancelot en prose wordt verteld hoe de koningszoon Lancelot, in ballingschap geboren, in afzondering opgegroeid en opgevoed door een fee – dat is een vrouw met magische krachten en machten – op achttienjarige leeftijd geïntroduceerd wordt aan het prestigieuze hof van koning Artur. Daar ontstaat een hartstochtelijke liefdesverhouding tussen Lancelot en de vrouw van koning Artur. Hoewel hun liefde buitenechtelijk is, wordt zij beschreven als een veredelende kracht en een nobel streven, en inspireert zij Lancelot tot het verrichten grootse daden van zinvol geweld, zodat hij uitgroeit tot de beste ridder van zijn tijd. Lees verder >>

Het begrijpen van de vorm. Interview met Jos Biemans, deel 3

door Viorica Van der Roest

Gisteren vond aan de UvA het afscheidscollege plaats van Jos Biemans, sinds 2004 bijzonder hoogleraar in de Wetenschap van het handschrift in relatie tot de beschavingsgeschiedenis, in het bijzonder van de Middeleeuwen (500-1500). Ter gelegenheid daarvan op Neerlandistiek.nl een interview met hem, in drie delen.

Gisteren verschenen deel 1 en deel 2 van dit interview.

Dus nu ga je met pensioen. Wat zijn je plannen voor de komende tijd?

Vroeger had ik een lijstje met plannen tot áán mijn pensioen, eentje met plannen voor na mijn pensioen, en ik had een lijstje van dingen die ik na mijn dood wilde gaan doen. Die laatste reeks plannen, die heb ik nu aan anderen doorgegeven, en de plannen voor na mijn pensioen ga ik met anderen samen uitvoeren, om dat lijstje toch zo veel mogelijk af te maken. Want het wordt ook tijd om wat meer in gezinsverband te gaan doen. Mijn vrouw en ik willen al jaren een keer een deel van Italië gaan bekijken waar we nog nooit geweest zijn, en dat is nu al vier jaar uitgesteld, omdat er vanwege het werk geen ruimte voor was.

Er zijn ook nog dingen die ik moet afmaken, dingen die ik heb beloofd. Lees verder >>

Ambassadeur van het vak. Interview met Jos Biemans, deel 2

door Viorica Van der Roest

Vandaag vindt aan de UvA het afscheidscollege plaats van Jos Biemans, sinds 2004 bijzonder hoogleraar in de Wetenschap van het handschrift in relatie tot de beschavingsgeschiedenis, in het bijzonder van de Middeleeuwen (500-1500). Ter gelegenheid daarvan op Neerlandistiek.nl een interview met hem, in drie delen.

Vanochtend verscheen deel 1 van het interview.

We hadden het al even over het belang van de combinatie tussen Neerlandistiek en handschriftenkunde. Heb je het idee dat meer Neerlandici dat inmiddels begrijpen?

Nee, niet echt. De Neerlandistiek heeft het natuurlijk ook moeilijk nu, en dat is heel jammer. Het is voor de beoefening van de middeleeuwse letterkunde een lastige tijd, nog lastiger dan voor de moderne letterkunde. Ik vind dat universiteiten weer de expertisecentra moeten worden die ze ooit waren. Al die mensen die opgeleid worden en vervolgens niets meer doen met hun vak, worden naar de universiteit gelokt omdat de bestuurders de inkomsten nodig hebben. En dan hebben ze ook nog de studieduur verkort. Lees verder >>

Het handschrift als tijdmachine.

Een interview met Jos Biemans, deel 1

Door Viorica Van der Roest

Vandaag vindt aan de UvA het afscheidscollege plaats van Jos Biemans, sinds 2004 bijzonder hoogleraar in de Wetenschap van het handschrift in relatie tot de beschavingsgeschiedenis, in het bijzonder van de Middeleeuwen (500-1500). Ter gelegenheid daarvan op Neerlandistiek.nl een interview met hem, in drie delen.

Je bent zowel Neerlandicus als boekwetenschapper, maar het begon met de studie Nederlands. Waarom heb je daar indertijd voor gekozen? En hoe is de boekwetenschap er vervolgens bij gekomen?

Ik wilde theaterwetenschappen gaan studeren, en daar had je in die tijd in Utrecht een letterkunde-propedeuse voor nodig. Daarom schreef ik me in voor de studie Nederlands. Ik had al een rijke toneelervaring; ik had geschreven, geregisseerd, gespeeld. Ik ben dat jaar ook wel bij theaterwetenschappen gaan kijken, maar het maakte op mij de indruk van een beetje met een camera heen en weer bewegen. Dus dat was een teleurstelling. En intussen had ik al wel kennis gemaakt met een zeer gedegen opleiding Neerlandistiek, met docenten als Wim Gerritsen, Fons van Buren, Hans van Dijk en Orlanda Lie. Dus dat ben ik toen gaan doen. Ik had al snel in de gaten dat Middeleeuwen mijn ding was.

Wim Gerritsen had veel belangstelling voor het boekaspect. Lees verder >>

Handschrift Der naturen bloeme (BL Add MS 11390) on-line

Door Willem Kuiper

Voor de Facebook-vrienden van Remco Sleiderink is dit oud nieuws: In zijn lezing over (parende) olifanten in het Londense handschrift van Jacob van M(a)erlants Der naturen bloeme, gehouden tijdens de presentatie van het Madoc nummer Dertig dieren in de Middeleeuwen, vertelde Frank Brandsma zijn toehoorders dat dit handschrift nu on-line bekeken kon worden dankzij een gehonoreerd digitaliseringsverzoek, ingediend door Remco Sleiderink. Ik was nog niet thuis of ik zette mij achter het toetsenbord, surfde naar www.bl.uk/manuscripts, vulde aldaar in het zoekvakje ‘Manuscripts’ in: Add MS 11390, klikte op SEARCH en vond onder deze link de bibliografische informatie en onder deze link het gedigitaliseerde handschrift.
Druk nu op F11 om uw beeldschermoppervlak te vergroten en blader naar of ga in één keer naar folium 12 verso, kolom a voor de olifant: Elephas dats de olifant / In dietsch .i. elpendier ghenamt. En nu inzoomen! Wat u ziet is een ‘oude’ hand die begin veertiende eeuw gedateerd wordt. In het handschrift liet deze kopiist ruimte over voor miniaturen zoals in bijvoorbeeld dit handschrift: KB Den Haag KA 16.
Als een bibliofiele middeleeuwer ergens een hekel aan had dan was het aan open plekken in een boek. Soms schreef men daarin: ‘Hic nihil deficit’ (hier ontbreekt niets), maar nog veel liever vulde men die gaten op. Dat laatste is hier gebeurd. Een vrolijke schilder heeft het onaffe boek met talloze illustraties niet alleen visueel zeer aantrekkelijk gemaakt, maar ook de functie van dit boek als naslagwerk sterk verbeterd. Jacob heeft de dieren alfabetisch geordend op hun Latijnse naam. De Beer vind je dus niet onder de letter B maar onder de letter V van Ursus. De schilder heeft alle dieren, vogels, vissen, bomen enzovoort een banderol met hun volkstalige naam meegegeven.
Ik wens u heel veel kijk- en leesplezier.

Het bouc van de Stede der Vrauwen on-line

Door Willem Kuiper

Een klein jaar geleden mocht ik melding maken van het verschijnen van het boek Christine de Pizan in Bruges. Een prachtig boek met kleurenreproducties van het ongehoord luxe opgezette handschrift BL Add. 20698 met daarin de Middelnederlandse vertaling van Christine de Pizans La Cité des Dames. Vanmiddag hoorde ik van kunsthistorica Martine Meuwese, één van de vier auteurs van dit boek, dat kort na het verschijnen van het boek het handschrift door de British Library gedigitaliseerd is en inmiddels on-line staat op hun website Digitised Manuscripts. De bibliografische informatie vindt u onder deze link, het digitaal facsimile onder deze link. Ik wens u veel kijk- en leesplezier.

Wederwaardigheden bij het editeren: een in stukken gesneden meesterwerk

                                                                                                                 Door Viorica Van der Roest

De Parthonopeus van Bloys is fragmentarisch overgeleverd. Dat betekent dat we geen volledige handschriften van de roman hebben, maar alleen maar losse stukken, die her en der in oude boekbanden zijn opgedoken. Dat is natuurlijk jammer, maar we hebben het ermee te doen. En gelukkig zijn het niet maar snippertjes; het gaat zelfs vaker om bladen dan om strookjes. Het zijn er ook niet weinig: 10 stroken en maar liefst 58 bladen, afkomstig uit zes verschillende handschriften. Vandaag in deze serie een korte geschiedenis van hoe die fragmenten vanaf de 19e eeuw weer terug zijn gekomen uit de vergetelheid.

In de 16e en 17e eeuw was het verhaal van Parthonopeus en Melior in onze streken alleen nog bekend in een volksboek, dat niet terug gaat op de Middelnederlandse roman, maar op een Spaans volksboek. Wat er met de middeleeuwse Parthonopeushandschriften gebeurd was, is niet minder dan een horrorfilm voor liefhebbers van boeken: in stukken gesneden werden ze, en dan gebruikt als verstevigingsmateriaal voor nieuwe boeken. Dat gebeurde natuurlijk niet alleen met Parthonopeushandschriften, maar met alle middeleeuwse handschriften die om wat voor reden dan ook niet meer gebruikt werden. Lees verder >>

Het handschrift van de week : een rondgang door digitale bibliotheken

Door Willem Kuiper

Langzaam maar zeker gaan onze bibliotheken ertoe over om hun originele handschriften en drukken te digitaliseren. Daardoor komen handschriften binnen het bereik van de onderzoeker, de docent, de student, de wetenschapsjournalist en elke belangstellende Internet-gebruiker. OK, u mist de charme van een handschriftenkamer, het sociaal contact met de conservator en collega’s die verderop aan tafel aan het werk zijn. Maar daar tegenover staat dat ik, terwijl het buiten stormt en regent, thuis achter mijn monitor kan bladeren in een handschrift dat mij gefascineerd heeft vanaf de allereerste keer dat ik het in handen hield: de Heber-Serrure codex (UB Gent, hs. 1374).

Zie hier op fol. 129 recto – klik op de foto voor grote weergave – het begin van het strofische gedicht Der kerken claghe, dat door de kopiist aan Jacob van Marlant wordt toegeschreven, de man die zichzelf Jacob van Merlant noemde, en die wij kennen als Jacob van Maerlant. Lees verder >>