Categorie: artikel

Sociolinguïstisch onderzoek naar uitstervende mijnwerkerstaal

Door Nantke Pecht

Als oud-mijnwerkers in Eisden in Belgisch Limburg met elkaar Cité-Duits spreken, zeggen ze bijvoorbeeld ich hab dich doch verzählt von de fünfte wat ich gekricht hab ‘ik heb je toch verteld van de boete die ik gekregen heb’ of für conducteur zu wer(d)e, musste er belgische sein ‘om werkleider te worden, moest hij Belg zijn.’ In de mijn was een fünfte een boete van een vijfde van het dagloon.

In de afgelopen jaren deed ik uitgebreid onderzoek naar het Cité-Duits dat zich in de jaren dertig van de vorige eeuw als contactvariëteit onder migranten van de tweede generatie in Eisden-cité (mijnwerkersbuurt) ontwikkelde. Tot voor kort bleef de gemeenschap van Eisden een blinde vlek in het sociolinguïstisch taalcontactonderzoek. De sprekers van nu zijn mannen ouder dan tachtig jaar en opgegroeid met verschillende thuistalen waaronder Tsjechisch, Pools en Italiaans. Uit mijn proefschrift komt naar voren dat Cité-Duits niet gemakkelijk te typeren is als een Duitse, Limburgse of Nederlandse variëteit. Ondanks dat de sprekers hun manier van spreken ‘Duits’ labelen is er veel bewijs voor een samensmelting van grammaticale kenmerken door intensief taalcontact tussen het Belgisch Nederlands, het Maaslands dialect en varianten van het Duits, variëteiten die structureel sterk op elkaar lijken. Naast geluidsopnames van informele tafelgesprekken met de laatste sprekers van het Cité-Duits voerde ik participerende observatie uit in Eisden, hield ik talrijke interviews en maakte ik groepsopnames van vrouwelijke sprekers.

Lees verder >>

Afgelopen januari

Uit nieuwsbrief De Haagse Stemming NRC 05.03.2021 (fragment)

Door Siemon Reker

Interessant nieuws afgelopen vrijdag als opening van die plezierige nieuwsbrief van NRC Handelsblad, De Haagse Stemming. (Voorzover ik weet kost het abonneren daarop niets.) Het s-woord klinkt weer aan het Binnenhof!

Het s-woord betreft dus stikstof, in het volgende tekstje gaat het over het k-woord, maar genoeg over deze alfabet-woorden (het is een apart stukje waard), want volgens de nieuwsbrief is het weer in zekere zin crisis, “na een nieuwe stikstofuitspraak van de Raad van State afgelopen januari.” Het is niet waarschijnlijk dat veel lezers over de geciteerde tekst zullen vallen, en als ze dat wel doen betreft het allicht ouderen onder hen.

Lees verder >>

De populairste voornamen uit de 17e en 18e eeuw

“Voor wie ik liefheb wil ik heten.” door Roel Wijnants [CC BY-NC 2.0]

Door Roland de Bonth

Voornamen vormen een interessant onderzoeksobject. Dat heeft Gerrit Bloothooft de afgelopen jaren aangetoond in tientallen bijdragen op Neerlandistiek. Voor die column onder de titel Voornamendrift maakte Bloothooft gebruik van gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP) en – voor recentere namen – van gegevens van de Sociale Verzekeringsbank. Beide bestanden lagen aan de basis van de ook bij niet-neerlandici zeer populaire Nederlandse Voornamenbank. Voor veel voornamen is daarin de jaarlijkse populariteit vanaf 1880 opgenomen. Gaan we verder terug in de tijd dan zijn de gegevens onvollediger en boeten uitspraken over de populariteit van namen aan betrouwbaarheid in. 

Lees verder >>

‘Wel’, ‘toch’, ‘eigenlijk’: een kwestie van beleefdheid

Door Marc van Oostendorp

Wie mens is, moet zichzelf of anderen op gezette tijden corrigeren. Wie Nederlands spreekt, staan daarvoor onder andere de woorden wel, toch en eigenlijk ter beschikking:

  • Edmonton ligt niet in Ontario, maar wel in Canada.
  • Ik heb de hele reis geslapen, maar ik heb toch een jetlag.
  • Dame Edna is eigenlijk een man.

De woorden kunnen elkaar niet zo goed vervangen, de volgende zinnen zijn een beetje gek of hebben in ieder geval net wat andere interpretaties:

Lees verder >>

De ene uitgangs-t is de andere niet

Door Gerard Kempen

De mentale processen die u uitvoert terwijl u deze tekst leest, zijn gespitst op herkenning van woorduitgangen en op berekening van de grammaticale implicaties ervan. Het experiment van Marijke Den Belder en Esther Ruigendijk, gerapporteerd in hun bijdrage aan Neerlandistiek.nl van 2 maart jl., laat dit fraai zien aan de hand van (werk)woorden die eindigen op een –t. Er zijn meer gegevens die deze conclusie ondersteunen. Zo’n 25 jaar geleden heb ik samen met twee Leidse doctoraalstudenten Cognitieve Psychologie (Andress Kooij en Theo van Leeuwen) een experiment uitgevoerd om te bepalen in hoeverre lezers gebruikmaken van de uitgangs-t in werkwoorden waarvan de stam eindigt op –d (bijvoorbeeld in hij verwedt zijn laatste centen vergeleken met hij verkwist zijn laatste centen en hij vergokt zijn laatste centen). De lezers (universiteitsstudenten) voerden een leestaak uit terwijl hun oogbewegingen werden gemeten. Oogbewegingen en -fixaties laten conclusies toe met betrekking tot de verwerkingstijd die nodig is om gelezen woorden, woordgroepen en zinnen te begrijpen.

Lees verder >>

Waar zit je ware zelf?

Door Marc van Oostendorp

Wie ben ik? Ieder levensverhaal gaat uit van een kern – een ‘waar zelf’. Maar wie is dat? En vooral: waar bevindt zich dat? Omdat ik de laatste tijd bezig bent met een serie over de vraag wat onder andere – ik betekent in gedichten, én omdat er nu een nieuwe theorie is die zegt dat we het idee dat we een ik hebben sowieso te danken is aan de taal, ben ik er wat meer over gaan lezen.

Nu blijkt een van mijn favoriete pyschologen, Iris Berent, een nieuw onderzoek te hebben gedaan. Dat gaat niet over waar dat ware ik precies is, maar wel over waar mensen het precies plaatsen. Wat blijkt: we hebben een inconsistent beeld van dat ware zelf. We plaatsen het tegelijkertijd in het lichaam én in de lichaamsloze geest.

Lees verder >>

‘Het moest precies zó zijn, dat wist men meteen!’

Pronomina in de Nederlandse lyriek (14)

Door Marc van Oostendorp

Hoewel ik in deze reeks en overal objectief ben, mag er natuurlijk af en toe Een van mijn favoriete gedichten over taal, en uberhaupt, is Inspiratie van Mark Boog, uit diens bundel De encyclopedie van de grote woorden, waarvan de dichter onlangs een uitgebreide nieuwe editie aankondigde: in eigen beheer. Het bevat onder meer een subliem gebruik van het onpersoonlijk voornaamwoord men.

In het gedicht wordt beschreven hoe de taal eigenlijk de baas is over ons. We kunnen weliswaar van alles zeggen, maar de spreker wikt en de taal beschikt:

Lees verder >>

Fabels en feiten over de tussen-en in samenstellingen (slot): analogie en ritme

Door Arina Banga, Esther Hanssen en Anneke Neijt

Spellingrebel Trouw heeft per 1 januari na vijftien jaar ‘witte’ spelling toch de officiële ‘groene’ spelling geaccepteerd. Hoewel wit en groen voor de meeste spellingkwesties nauwelijks van elkaar verschillen, lopen ze uiteen voor de samenstellingen, woorden als pannenkoek en aardbeienjam. Tijd om de balans op te maken – want we weten inmiddels meer over tussenklanken in samenstellingen. De vorige delen gingen over de uitspraak, de betekenis, de varianten in de uitspraak en de effecten van een n meer of minder in de spelling. Deze laatste aflevering gaat over analogie en ritme, om het idee te ontzenuwen dat de tussenklank alleen maar te maken heeft met meervoudigheid.

Lees verder >>

Wat gebeurt er als een nonsenswerkwoord op een -t eindigt in de ik-vorm?

Door Marijke De Belder en Esther Ruigendijk

Tijdens een experiment dat op 23 februari 2021 op Taalpost verscheen, hebben 800 moedertaalsprekers aangegeven of ze nonsenswoorden als werkwoorden of als zelfstandige naamwoorden ervaren. Ze moesten dan bijvoorbeeld kiezen tussen ‘ik splum’ (werkwoord) en ‘een splum’ (zelfstandig naamwoord). Het werkwoord stond altijd in de eerste persoon enkelvoud (de ik-vorm). Alle nonsenswoorden in dit experiment bestonden uit één lettergreep. De nonsenswoorden waren zo geselecteerd dat ze zo min mogelijk leken op bestaande Nederlandse woorden.

Lees verder >>

De verkiezingsprogramma’s over taal 2021: PVV, FvD, Ja21, 50PLUS, SGP

Door Marc van Oostendorp

Als laatste in deze reeks behandel ik een aantal overgebleven rechtse partijen, voor zover ze kans maken op Kamerzetels. Over PVV en FvD kan ik kort zijn: die hebben beiden als belangrijkste taalpunt dat het Fries (door de FvD ‘Frysk’ genoemd) ‘als tweede rijkstaal behouden’ moet blijven, alsof er iemand is die daarvan af wil. De PVV vindt ook nog een bijzondere consequentie van die status van het Fries dat er dús geen overheidscommunicatie in het ‘Turks of Arabisch’ moet zijn.

Lees verder >>

Verloren in vertaling

Over Gorman en Rijneveld

Door Jos Joosten

Het strovuur rond de vertaling van het werk van dichteres Amanda Gorman door Marieke Lucas Rijneveld is, anders dan het lijkt, helemaal geen literaire kwestie maar een cynisch commercieel conflict, waarover je in een sombere bui droef zou kunnen worden en in realistischer stemming kunt verzuchten: tsja zo gaat dat.

Twee maanden geleden wist niemand in Nederland nog wie Amanda Gorman was. Geen enkel dag- of weekblad (zo bewijst Lesixnexis), maar ook nul obscure website of marginaal literair tijdschrift. Al evenmin was zij al langer in het vizier van een poëzieredacteur van, bijvoorbeeld, de ‘alom gerespecteerde’ uitgeverij Meulenhoff.

Lees verder >>

Naar schemerige serieuze doelen


Door Nico Keuning


De dichter en essayist Max de Jong (1917-1951) is in juni zeventig jaar geleden overleden. Dat verklaart waarom mij, als auteur van de biografie Altijd het tinnef om je heen (2000), onlangs gevraagd werd of ik nog gedichten van Max in mijn archief had; men is bezig met de uitgave van de Verzamelde gedichten. Het bekendste gedicht van De Jong is Heet van de naald (1947), een autobiografie in 91 kwatrijnen, waarvan de eerste twee luiden: ‘Ach hoe kan ik nu ook schrijven / zij is getrouwd met een ander / en heeft kinderen / zoals het moet / / ik daarentegen zoek vruchteloos / naar het recept /om van twee halve vriendinnen / één hele te maken.’ Hij schreef het gedicht in één nacht, op een kamer aan de Nicolaas Witsenkade 22 hs in Amsterdam, na het vertrek van een onbereikbare geliefde naar Amerika.

Lees verder >>

De auteur leeft en praat terug

Sterren

In 1967 verklaarde Roland Barthes de schrijver dood in zijn essay De dood van de auteur. Zodra de tekst gepubliceerd is, zijn de autobiografie, de intentie en interpretatie van de auteur irrelevant en zijn de lezers aan zet. ‘[D]e geboorte van de lezer zal slechts mogelijk zijn door de dood van de Auteur’, aldus Barthes. Elke lezer, of dat nu de literatuurliefhebber, de onwillige scholier die voor de lijst leest, de letterkundige, de literaire recensent, het jurylid van een boekenprijs is, interpreteert de tekst op zijn of haar eigen manier. De hedendaagse schrijver doet echter niet graag aan mooi doodliggen en praat vaak terug als hij of zij het niet eens is met de interpretatie van zijn of haar werk.

Lees verder >>

De verkiezingsprogramma’s over taal 2021: CDA

Door Marc van Oostendorp

Iemand die zijn stemgedrag alleen laat afhangen van de toekomst van de studie Nederlands, kan het beste CDA stemmen. Kamerlid Harry van der Molen heeft zich na het sluiten van de opleiding van de VU meer dan enige van zijn collega’s expliciet ingezet om meer onheil te voorkomen.

Maar we kiezen natuurlijk niet alleen op deze ene kwestie, we halen het verkiezingsprogramma van de partij erbij om de héle visie van de partij op taalbeleid te bestuderen. Dan valt als eerste op dat het CDA de kampioen is van de Nederlandse streektalen. Althans, het noemt deze een aantal keer, terwijl de term in de programma’s van andere partijen ontbreekt. Alleen de PvdA is nog explicieter en noemt het Limburgs en het Nedersaksisch bij name.

Lees verder >>

Fabels en feiten over de tussen-en in samenstellingen (4): wat spelling met taal te maken heeft

Door Arina Banga, Esther Hanssen en Anneke Neijt

Spellingrebel Trouw heeft per 1 januari na vijftien jaar ‘witte’ spelling toch de officiële ‘groene’ spelling geaccepteerd. Hoewel wit en groen voor de meeste spellingkwesties nauwelijks van elkaar verschillen, lopen ze uiteen voor onder meer samenstellingen, woorden als pannenkoek en aardbeienjam. Tijd om de balans op te maken – wat weten we inmiddels over tussenklanken in samenstellingen? Waarover is nog steeds geen duidelijkheid? Dat doen we in een reeks artikelen, waarin we vooral verslag doen van onze experimenten. De vorige delen gingen over de uitspraak, de betekenis en de interpretatie van varianten in de uitspraak. Nu staan varianten in de spelling centraal. Het gedoe rondom de spelling van tussenklanken suggereert dat er meer aan de hand is dan alleen maar een lettertje meer.

Lees verder >>

Sanderijns zeshonderd jaar lange weg naar erkenning

#MeToo in de Nederlandse literatuur

Door Cécile de Morrée

Sanderijn is verkracht. Als een van de hoofdpersonages in het abele spel Lanseloet van Denemerken is zij een van de weinige misbruikte vrouwen die van medioneerlandici erkenning hebben gekregen. In navolging van Jeanette Koekmans artikel uit 1991 publiceerden op dit platform Remco Sleiderink en Ludo Jongen hun analyses van de scène waarin Sanderijn met Lanseloet heeft gheweest in die camere. Ondanks dat de eigenlijke verkrachting off stage plaatsvindt – of misschien wel juist daardoor – blijft de discussie over deze tekst van groot maatschappelijk belang.

Koekman, Sleiderink en Jongen bestudeerden de situatie van Sanderijn vanuit literair-analytische en cultuurhistorische perspectieven, maar leken nog weinig oog te hebben voor sociale constructies – zoals status – die onlosmakelijke verbonden zijn met seksueel geweld in heden en verleden. Ook in de fictionele wereld vormen situaties van grensoverschrijdend gedrag een complex kruispunt van samenhangende factoren, waarin onder meer gender, status en ruimte een rol spelen. In deze bijdrage wil ik laten zien dat een dergelijke intersectionele analyse nodig is om inzicht te krijgen in de werking en betekenis van literaire casussen van seksueel geweld.

Lees verder >>

Het hele land is zoommoe. Wat nu?

Door Lauren Fonteyn

Buiten was het inmiddels warm en zonnig, maar Tanja was bevroren. Ze had net de letter ‘O’ uitgesproken en dat zou ze nog voor ongeveer 25 minuten doen. Toen heb ik ‘r maar uitgezet. Mijn kont kleefde inmiddels aan mijn stoel en al mijn spieren voelden verkrampt. 

Ik herinner me niet meer precies hoe en wanneer de apps om te videobellen in huis zijn gekomen, maar ze staan hier nu voortdurend aan. Een vergadering op Microsoft Teams. Een cursus op Jitsi Meet. Een borrel op Zoom. Een Facetimegesprek met een vriend om te vragen of er nog iets leuks gebeurd is, en het antwoord is net als de vorige keer ‘neen’. Ik merk op tegen drie rechthoekjes met hoofden in Gather dat ik thuiswerken wel relax vind. “Inderdaad,” zeggen een paar bewegende pixels, “maar leuk dat we elkaar op deze manier nog kunnen spreken, toch?”

Lees verder >>

Het einde van de memorabele versregel

Naar aanleiding van Poëzie buiten het boek

Door Marc van Oostendorp

Over het proefschrift van Kila van der Starre, Poëzie buiten het boek, zal nog lang worden nagepraat. In haar dankwoord memoreert Van der Starre dat haar promotor Geert Buelens toen het geld voor deze promotieplaats werd aangevraagd dacht dit dit project belangrijk was voor de toekomst van het hele vak, de studie van de moderne Nederlandse letterkunde. Ik denk dat ze die verwachting heeft waargemaakt. Het is een waardevolle studie en terecht al op vele plaatsen bejubeld.

Waar geloof ik nog niet op is gewezen: dat dit soort onderzoek de moderne letterkunde ook weer een beetje dichter bij de taalkunde en bij de historische letterkunde brengt, twee takken van de neerlandistiek waar het heel normaal is om taal buiten het boek te bestuderen. In de taalwetenschap is dat zelfs de norm.

Lees verder >>

Hoe erg kun je denken?

Door Gertjan Postma

Evi Dijcks, Leids studente begeleid door Olga van Marion, ontdekt het oudste literaire vrouwengenootschap in Nederland, zo bericht de NRC deze week (15 febr). Het zojuist ontdekte genootschap werd in 1782 opgericht en bestond uit minimaal 14 vrouwen die wekelijks bijeenkwamen om hun poëzie voor te dragen. Als we even aan de middeleeuwse vrouwenkloosters met hun literaire productie voorbijgaan met Hildegard van Bingen, Hadewijch of Anna Bijns, is dat inderdaad een ontdekking. Zij het ook weer niet zo bijzonder als je bedenkt dat dit gebeurt in de eeuw van Betje Wolff en Aagje Deken, en minstens een eeuw na Tesselschade Roemer Visscher of Anna Maria van Schuurman, die volwaardig meedraaiden in de mannenwereld.

De ontdekkers nemen, waarschijnlijk correct, aan dat het gezelschap voortsproot uit de verlichtingsidee en zien dat terug in het motto van het gezelschap Die erg denkt, vaart erg in’t hart, hetgeen volgens Van Marion “zoiets” betekent als: “wie diep nadenkt, gaat ook diep in het hart”. Dus erg denken is ‘diep denken’. Deze buiksprekerij overtuigt ook de lezer van de NRC waarschijnlijk niet. In werkelijkheid is erg denken ‘kwaad denken’ (vgl. ons argwanend, arglistig, argeloos, etc.): wie arg denkt, (dien) vare arg in ’t hart. Dit motto is de Nederlandse vertaling van de Franse spreuk Honi soit qui mal y pense, het motto van de Orde van de Kouseband opgericht door Edward II in 1344. Deze orde was volgens de overlevering (zie Despars’ Cronijcke van Vlaanderen (2, 371) uit 1592 opgericht toen Edwards minnares een blauwe jarretel tijdens het dansen verloor en de koning die zelf opraapte en de hele danspartij bij zichzelf opgespeld droeg.

Lees verder >>

artritis / artrose

Verwarwoordenboek vervolg (206)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

artritis / artrose                   

De woorden verschillen in betekenis.

Lees verder >>

Die historie van Fortunatus borse : capittel [9]

Een nieuwe historie van Fortunatus borse ende van sijnen wunschhoet,

seer playsant om lesen ende leerende hoe een jonck geselle hem heusschelijck houden sal met woorden ende met wercken, by hooghe, by leeghe, onder vrienden ende onder vremde, binnen slants ende buyten slants, met reysen, met coopmanschappen doen, inden houwelijck ende in meer ander accidenten die den mensche binnen sijnen leven ghebeurende zijn.

capittel [9]

Kritische, synoptische editie van de druk van Hieronymus Verdussen, Antwerpen 1610 en die van Herman Gülfferich, Frankfurt am Main 1549, bezorgd door Willem Kuiper met substantiële hulp van Amand Berteloot, Annette Hemmes-Hoogstadt, Inge van Outryve en Rita Schlusemann.

Eerder verschenen hoofdstukken.

❦     ❦

Ontsmet je woorden als een wond

Recensie van KliFi van Adriaan van DisOmslag KliFi

Een vrolijk-bittere parabel, zo noemt Adriaan van Dis zijn pas verschenen roman KliFi. Woede in de Republiek Nederland in Trouw. Het verhaal speelt zich af in 2030. Het koningshuis is afgezet en Nederland wordt geregeerd door een populistische president die De Nar heet (en Arnon Grunberg heeft de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen).

Lees verder >>

Dat je staat voor ik

Pronomina in de hedendaagse Nederlandse lyriek (13)

Al in het eerste gedicht van haar onlangs verschenen debuutbundel Voor permanente bewoning schiet Anna de Bruyckere heen en weer tussen het algemene en het persoonlijke. De eerste regels gaan over je:

Wees als water, denk je.
Water stroomt, verdampt, verwaait, slaat elders neer.
Het verdwijnt dan wel niet maar zo kom je
tenminste nog ergens.

In de eerste regel zitten als het ware twee je’s: er is iemand die iets denkt, maar wat zij denkt is een gebiedende wijs (‘wees als water’), een opdracht, en daarin zit iemand verstopt aan wie de opdracht gericht is, iemand die als water moet zijn. Je richt zich dus in gedachten tot zichzelf. Je heeft kortom al in die eerste regel de vloeibaarheid van water.

Lees verder >>