Categorie: artikel

Tweede Kamervragen over het Limburgs, het antwoord van de minister en de noodzaak van aanvullende Kamervragen

Door Yuri Michielsen

De Limburgse Tweede Kamerleden hebben schriftelijke vragen gesteld aan de minister van Binnenlandse Zaken over de prangende situatie rondom de Limburgse taal en haar erkenning onder het Europees Handvest. In haar antwoord heeft de minister het standpunt van de regering herhaald, dat zij al meer dan twintig jaar aanhoudt. De regering meent dat het niet haar verantwoordelijkheid is, maar die van de Provincie Limburg, om de Handvestverplichtingen voor het Limburgs uit te voeren.

Als Limbörgse Academie menen wij dat dit regeringsstandpunt een schending is van internationaal en Nederlands recht. Aanvullende Kamervragen zijn volgens ons noodzakelijk om de regering te vragen haar standpunt te laten toelichten in het licht van internationaal en Nederlands recht en in vergelijking met de bevoordeelde rechtspositie van het Fries. In dit artikel worden, gebaseerd op juridische argumenten, voorstellen gedaan voor aanvullende vragen.

Lees verder >>

‘De ziekte van de blanke middenklasse’: Jörgen Hofmeester als boze burger

Nederlands en burgerschap (2)

In mijn vorige stuk over burgerschap in de les Nederlands gaf ik enkele lessuggesties om thema’s als empathie, verantwoordelijkheid en grondrechten te bespreken aan de hand van literatuur. Een andere manier om burgerschap in de les Nederlands te verweven is het analyseren van burgerschapsrollen van romanpersonages. Daarvoor moeten leerlingen vanzelfsprekend eerst weten wat onder burgerschap wordt verstaan en welke typen burgers bestaan. Deze kennis zou bij geschiedenis of maatschappijleer overgebracht kunnen worden. Als de collega’s daar geen tijd voor hebben, kan de kennis via een of meer lessen leesvaardigheid overgedragen worden. De docent kan de leerlingen ook zelf een onderzoek laten doen naar de definities van burgerschap en de verschillende manieren waarop je invulling kunt geven aan burgerschap. Aan het onderzoek kan een schrijf- of een spreekopdracht verbonden worden.

Lees verder >>

Losgeraakte stukjes koraal – over een koraalrif van Reynaertinterpretaties

Litho van B. Wierink in Stijn Streuvels, Reinaert de Vos (Amsterdam, 1910)

Door Jan de Putter

Op mijn boekenkast staat een overgeërfd stukje koraal. Door een artikel van Frits van Oostrom in de laatste aflevering van Tiecelijn, begrijp ik nu dat dit stukje koraal symbool staat voor een grote afdeling Reynaertliteratuur in die boekenkast. Het wonderbaarlijke koraalrif is gevormd door alle onderzoekers die hun ‘steentje’ bijdroegen aan het onderzoek. ‘Aan de Reynaert is inmiddels een koraalrif vastgegroeid van interpretaties’ (p. 17). Van Oostrom vindt dit grillige rif zeer intrigerend.

Lees verder >>

Gloei en Roze Brieven in de burgerschapsles

Nederlands en burgerschap (1)

Door Marie-José Klaver

In het Wetsvoorstel aanscherping burgerschapsopdracht onderwijs, dat een uitbreiding vormt op de huidige wet op het burgerschapsonderwijs, staat dat scholen verplicht zijn om actief burgerschap te bevorderen. Ze moeten leerlingen respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en de universeel geldende fundamentele rechten en vrijheden van de mens bijbrengen. In de Memorie van toelichting staat dat leerlingen zich moeten bekwamen in waarheidsgetrouwheid, verantwoordelijkheidszin, empathie en sympathie hebben voor anderen, respect hebben voor de mening van anderen en het kunnen verdragen van onzekerheid en ambivalenties.

Lees verder >>

Franse Lolita-stemmen

Door Freek Van de Velde

Wie wel eens in Frankrijk komt, of Franse vrouwen ontmoet in het buitenland is vast wel opgevallen dat die vaak een hoge, wat kinderlijk klinkende stem hebben. Een collega die Franse taalkunde doceert en een tijdje in Parijs gewoond heeft, bevestigde dat. Het viel haar toen ook op, maar je raakt eraan gewend. Trouwens: niet alle Franse vrouwen doen het, en ze doen het ook niet altijd. Elisabeth Badinter doet het niet, Françoise Hardy deed het wel, Marion Cotillard doet het soms.

Lees verder >>

Worden Engelstalige proefschriften meer geciteerd?

door Freek van de Velde

Eergisteren is op Neerlandistiek een stuk verschenen met als titel ‘Fnuikt een Nederlandstalig doctoraat je kansen op een academische carrière?’, waarin ik verslag deed van een mini-onderzoekje naar het lot van doctores Nederlandse taalkunde in Vlaanderen. Het verrassende resultaat was dat de kans op een academische carrière groter was met een Nederlands doctoraat (gecorrigeerd voor jaar van verdediging, uiteraard).

Lees verder >>

Fnuikt een Nederlandstalig doctoraat je kansen op een academische carrière?

door Freek Van de Velde, KU Leuven

Stel: je wil een proefschrift schrijven over een onderwerp in de Nederlandse taalkunde. Vroeg of laat ga je je dan de vraag stellen of je het verslag van dat onderzoek in het Nederlands gaat opschrijven of in het Engels. Je kunt dan allerlei afwegingen maken. Bijvoorbeeld: het gaat over het Nederlands, en wie interesse heeft, zal ook wel Nederlands kennen, dus ik schrijf in het Nederlands. Daar zou je dan tegenin kunnen brengen: dit onderzoek is baanbrekend en theoretisch interessant, ook voor wie geen Nederlands kent, dus ik schrijf in het Engels, en ik ga alle voorbeelden met Leipzig-glossen toegankelijk maken. Of wacht even: ik schrijf het boek tóch in het Nederlands, en maak aparte artikelen over de theoretische kwesties in het Engels, en bedien zo beide markten. Wie slechts zijdelings geïnteresseerd is, gaat immers niet het hele boek lezen. Je kunt ook heel andere motieven hebben: het handhaven van het Nederlands als wetenschapstaal, de toegankelijkheid van het werk voor de belastingbetaler, die het misschien in de landstaal wil lezen, een inschatting van je eigen stilistisch meesterschap in het Engels of in het Nederlands et cetera. Lastig om te zien wat aangewezen, edelmoedig of praktisch is.

Lees verder >>

De Grote Verdwijntruc van Ferrante & het delen van de spotlights

Door Inge van de Ven

Goed nieuws voor de fans van Elena Ferrante. De nieuwste, achtste roman van de mysterieuze Italiaanse bestsellerauteur, Het leugenachtige leven van volwassenen, ligt vanaf deze week in de boekwinkels in Nederlandse vertaling. Voor de lancering organiseerde uitgeverij Wereldbibliotheek, die haar romans in Nederland uitgeeft, maandagavond een feestelijk evenement in de mooie nieuwe stadsbieb van Utrecht. Ik mocht deelnemen aan een panel met uitgever Koen van Gunnik en vertaalsters Miriam Bunnik en Mara Schepers; ons gesprek werd gemodereerd door schrijfster Nikki Dekker. Wie zoals altijd schitterde door afwezigheid was Ferrante zelf.

Lees verder >>

Dieryk en Dorothé: Samuel van Hoogstraten schildert de verlossing van Dordrecht in verzen

Door Patrick van ’t Hof

Wie de wereld wil kunnen schilderen, moet alles van de wereld afweten. Dat schrijft de Dordtse schilder-schrijver Samuel van Hoogstraten (1627-1678) zo ongeveer in zijn traktaat Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst: anders de zichtbaere werelt (1678). In zijn ogen kliederen de meeste schilders maar wat aan, zonder eens te weeten dat deeze konst de geheele Zichtbaere Wereld behelsde; en dat ’er naulijx eenige konst of weetenschap is, daer een Schilder onkundig in behoorde te zijn (**2v). 

Zelf was de Dordtenaar dan ook een schaap met vijf poten. Zo is hij onder meer bekend als schilder van portretten, perspectiefkasten en trompe l’oeil-schilderijen. Daarnaast schreef hij een schilderstraktaat, vertaalde hij een boek met gedragsregels voor aan het hof en is hij, afhankelijk van de gehanteerde definitie, de schrijver van de eerste Nederlandstalige roman (Schoone Roseliin of, de getrouwe liefde van Panthus, 1650). Al deze aspecten van Van Hoogstratens carrière komen aan bod in de bundel The universal art of Samuel van Hoogstraten (1627-1678), gepubliceerd in 2013. Eén facet van het oeuvre van de Dordtse schilder-schrijver wordt in dit werk niet besproken: Van Hoogstratens toneelstukken. Met zijn treurspel Dieryk en Dorothé, of de verlossing van Dordrecht (1666) laat hij echter zien dat hij óók de werkwijze goed beheerste die men in de zeventiende eeuw hanteerde bij het schrijven van tragedies.

Lees verder >>

‘Vis voor altijd’: Gery Helderenberg, een kennismaking

Door Peter J.I. Flaton 

Een aristocratisch dichterschap, zo typeert Rudolf Van De Perre dat van Helderenberg (dichternaam van Hubert Buyle, 18-01-1891- 09-12-1979) in “De geestelijk-literaire nalatenschap van Gery Helderenberg”, in: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse letterkunde (nieuwe reeks), 1991, 27-42. Een aanwijzing daarvoor is, dat dertig dichtbundels in bibliofiele uitgaven verschenen. Toegankelijk voor een groter publiek werd dit oeuvre pas in 1961 (de dichter was toen 70) met de publicatie van Liefde en dood, een door Piet Thomas ingeleide anthologie en Ante terminum, een door de dichter zelf verzorgde selectie. Pas met het verschijnen van Verzamelde gedichten (in 1978), samengesteld door andermaal Thomas, kwam er een ruime collectie op de markt (al is die nog niet de helft van het totaal).  Vandaar dat literair Vlaanderen verrast was, toen hem in 1975 de Driejaarlijkse Staatsprijs werd toegekend want inderdaad: wie is  deze onbekende? 

Lees verder >>

Henkerige Henk als Elckerlijc

Door Marie-José Klaver

Henk van Doorn uit Uit het leven van een hond van Sander Kollaard is een doodgewone man die houdt van kaas, karnemelk, zijn rust, zijn hond, zijn werk en penetreren. Misschien is Henk wel het monument voor de gewone witte man waar Arjen van Veelen zo naar  verlangt. Alleen is Kollaards Henk nog lang niet dood. Hij zal naar Van Veelens smaak ook iets te hoog opgeleid zijn en hij heeft een deugberoep: verpleegkundige. Van Veelen verklaarde onlangs in NRC Handelsblad de gewone witte man dood, overbodig gemaakt door vrouwen en machines. Het enige dat volgens Van Veelen overblijft is ‘foutelijkheid’ en in de toekomst hopelijk een standbeeld. 

Lees verder >>

Warenar vs. 1254 – 1256 opnieuw geïnterpreteerd

Door Renaat Gaspar

Over de Warenar van P.C. Hooft is niet weinig geschreven, onder meer in de verschillende literatuurgeschiedenissen en in de inleidingen op de tekstuitgaven van dit veelgeroemde blijspel. Het ontbreken van specifieke regieaanwijzingen van de auteur over mime, mine, pose of dictie van de spelers heeft in de hand gewerkt, dat in de verklarende noten niet zelden een eigen interpretatie aan de tekst is gegeven.

Lees verder >>

Aardige en merkwaardige formuleringen in achttiende-eeuwse brieven

Afb. 1. Het kistje waarin 843 achttiende-eeuwse brieven gevonden zijn. Bron: Fotobestand Gemeentearchief Arnhem.

Door Renaat Gaspar

Bij het transcriptiewerk van enkele honderden laat achttiende-eeuwse brieven in de Doesburgse brievencollectie zijn enkele opmerkelijke, zelfs verrassende formuleringen tevoorschijn gekomen. Ook de opzet van de brief bleek niet altijd overeen te stemmen met wat wij helder en aanvaardbaar vinden. Het zou jammer zijn, mocht dat alles voor altijd in de massa tekst verborgen blijven. Daarom in vogelvlucht een blik op diverse achttiende-eeuwse brieven, briefjes en epistels.

Lees verder >>

Vermakelijk bio- en bibliografisch toetsenbord: zoeken op internet

Door Roland de Bonth

In december 2017 won Schrijverskabinet.nl de Gerrit Komrij-prijs, omdat die website er dat jaar het best in geslaagd was de oudere letterkunde onder de aandacht van een groter publiek te brengen. Het Schrijverskabinet is ingericht rondom een achttiende-eeuwse verzameling auteursportretten: het Panpoëticon Batavûm. Van een groot aantal dichters en dichteressen van wie ooit een portret deel heeft uitgemaakt van die collectie, is op Schrijverskabinet inmiddels een beknopte biografie opgenomen in de rubriek ‘Uit de kast’. Toch zijn er nog tal van auteurs die wachten op een artikel. Hier kun je zien wie dat zijn.

Lees verder >>

Gheen graefschap boven Vlaenderen

Vlaemsche en Walsche spreekwoorden en spreuken van Goedthals

Door Marti Roos

In 1568 verschijnt bij de bekende drukker Plantijn in Antwerpen Les proverbes anciens flamengs et françois, een tweetalig, Nederlands-Frans spreekwoordenboek van de hand van François Goedthals, rechtsgeleerde en ingezetene van Gent. In hun inleidingen vermelden de uitgever en de samensteller uitdrukkelijk dat zij geen vertalingen over en weer aanbieden, maar traditioneel bekende spreuken in de respectievelijke talen, waarbij Nederlandse en Franse spreuken met een soortgelijke strekking bij elkaar zijn geplaatst. De doelgroep is duidelijk een tweetalig geschoold publiek dat juist het taaleigen van elke taal zou weten te waarderen. Het recreatieve element voert de boventoon, zoals verwoord in het Latijnstalige gedichtje van Microbius Philopotes (Kortlevende Drankliefhebber) aan het einde van het boek.

Het is niet bedoeld als naslagwerk, en dat verklaart ook dat het geen alfabetische volgorde heeft, en feitelijk ook geen thematische, al opent het boek enigszins obligaat met een spreuk over god, en staan er soms een aantal spreuken met hetzelfde thema bij elkaar.

Lees verder >>

Iets over (et)wuk

Door Anne-Sophie Ghyselen & Roxane Vandenberghe

Terwijl de hele wereld met man en macht probeert om de verspreiding van het COVID-virus te bedwingen, zijn in West-Vlaanderen twee andere – gelukkig minder schadelijke –  fenomenen subtiel aan een opmars bezig: de taalvarianten wuk (‘wat’) en etwuk (‘iets’). Dat blijkt althans uit een onderzoek van de vakgroep Taalkunde aan de Universiteit Gent, waarbij 10.000 West-Vlamingen bevraagd werden. 

Lees verder >>

Tussen geleentheid en uitdaging. Die Nederlandistiek in Suid-Afrika

Studente, dosente en Nederlandse gasdosente (Thomas Pierrart uit Leuven en Arthur Verbiest uit Madrid) wat die SAVN/NTU se Nederlandse Winterskool in Julie 2019 by die Universiteit van Pretoria bygewoon het.

Door Wannie Carstens en Nerina Bosman
Een vertaling in het Nederlands staat hier

Die lot van die studie van die Nederlandse taal en kultuur is in Suid-Afrika onlosmaaklik verbonde met dié van Afrikaans, wat onder druk staan. Die Nederlandistiek in Suid-Afrika het dus te make met ’n paar uitdagings, maar daar is nog steeds groot potensiaal. Die belangstelling en die samewerking met Vlaandere en Nederland is wel daar, maar dit kan nog altyd uitgebrei word.

Die Nederlandse impak op die geskiedenis van Suid-Afrika is goed bekend en die Nederlandse nalatenskap uit die VOC-tydperk is steeds aanwesig in die hedendaagse Suid-Afrika, byvoorbeeld in dorpsname, soos AmersfoortAmsterdamDelft en Gouda en in die name van plase of woongebiede, soos DalzichtMeerendalFraaie Uitzicht, e.a. Nederlandssprekende besoekers aan Suid-Afrika sal ook ʼn mate van bekendheid hê met wat hulle ervaar as hulle in die land aankom. Die taal sal bekend ‘klink’, maar daar sal tog onduidelikhede in woordeskat en uitspraak wees, net genoeg om te laat blyk dat Afrikaans en Nederlands wel verwant is, maar dat hulle tog aparte tale is. Dit is juis hierdie historiese taal- en kulturele verwantskap – sigbaar in die woordeskat, morfologie en klank- en sinstrukture – wat die lang verbintenis tussen die universitêre Neerlandistiek en Afrikaanse taal- en letterkunde moontlik gemaak het.

Lees verder >>

‘Een neger in het dorp!’

Gratis datasets voor thuisgebruik

Omslag van de eerste druk van Een neger in het dorp! Illustratie van Rie Reinderhoff.

Door Ewoud Sanders

Een neger in het dorp! is de titel van een zondagsschoolboekje van uitgeverij Callenbach. Het beleefde twee drukken, in 1955 en 1960, en werd goed ontvangen. Zo noemde de IDIL-gids voor de jeugdlectuur het in 1956 een ‘goed boekje’.

De inhoud wordt door IDIL (Informatie Dienst Inzake Lectuur) zo samengevat: ‘Een neger is door een blanke dokter naar Nederland gestuurd om voor de zending te werken. Als hij in een dorp aankomt, wordt hij door een groepje kinderen nageroepen en door de belhamel van de troep, Gijs Braai, met sneeuwballen bekogeld. Later is Gijs de eerste die voor de missie zijn kostbaarste bezit afstaat: een splinternieuwe figuurzaag!’

Lees verder >>

Aanhalingstekens bij Reve

Door J.L. Dijkhuis

In de tram kan George Speerman, hoofdpersoon van De stille vriend, zijn ogen niet afhouden van een jongeman schuin tegenover hem: het kan niet anders of het is dezelfde Marcel die hem ooit eenmaal in het kader van de herenliefde thuis opzocht, een paar dagen later met een zelfgebakken vis kwam aanzetten en vervolgens spoorloos verdween. Maar zelfs wanneer Speerman, desgevraagd, zijn oude vlam de juiste uitstaphalte wijst wordt hij niet herkend, en dus troost hij zich, na een weemoedige terugblik op hun kortstondige romance, in de laatste hoofdstukken van De stille vriend met een dagdroom over een betrouwbaarder type:

Lees verder >>

Het Convenant voor de Limburgse Taal en de juridische en politieke status van het Limburgs

Door Yuri Michielsen

Op 6 november jongstleden is het Convenant inzake de Nederlandse erkenning van de Limburgse taal ondertekend.  Dit volgt op de erkenning 22 jaar geleden van het Limburgs als regionale taal onder het Europees Handvest voor Regionale Talen of talen van Minderheden. Wie aandachtig gelezen heeft, ziet al dat in het Convenant het Limburgs een ‘taal’ wordt genoemd en onder het Handvest een ‘regionale taal’. Vaak hoort men voor het Limburgs ook nog de termen ‘streektaal’ en ‘dialect’.   

Lees verder >>

Het toponiem ‘Jaffa’ in tweeërlei overdrachtelijke betekenis

Pelgrims komen in Jaffa aan, 1486. Bron: Remembered Places

Door Renaat Gaspar

Wie tegenwoordig de naam Jaffa hoort, denkt waarschijnlijk aan ‘sinaasappels’. Ouderen herinneren zich misschien de morele oproep in 1973 om geen Zuid-Afrikaanse outspan-sinaasappels te kopen, maar die van een andere, ‘onbesmette’ herkomst. Dus evenmin de Spaanse soort uit het vermaledijde land van Franco, maar van een echte, ‘eerlijke’ soort uit een land dat toen door vrijwel iedere Nederlander zeer bewonderd werd: uit Israël. Jaffa-sinaasappels dus, kortweg jaffa’s genoemd. Maar vroeger, zowat honderd jaar geleden, was de associatie met Jaffa heel anders.

Lees verder >>

De poëzierecensent en de dichter zelf

Door Marc van Oostendorp

De poëzierecensent is de lantaarnopsteker van de eenentwintigste eeuw: uit nostalgie houdt een enkele publicatie er nog een op na, maar een werkelijke functie hebben ze niet meer. De tijd dat de discussie over ontwikkelingen in de dichtkunst deel uitmaakte van de bredere discussie over ontwikkelingen in de wereld ligt achter ons. 

Wat blijft zijn wat wanhopige pogingen om de wonderlijke wereld van de poëzie te vertalen naar modern idioom: dat van de de voetbalcommentator. Dat van De Wereld Draait Door.

Lees verder >>

J. van Lennep, De lotgevallen van Ferdinand Huyck in een Franse vertaling

Door Renaat Gaspar

In het eerste deel van zijn werk Het leven van Mr. Jacob van Lennep maakt de schrijver, zijn zoon Maurits, op bladzijde 261 melding van ”eene Fransche [vertaling] van de hand van den Heer Wocquier en den oudsten zoon des schrijvers, Mr. D.J.C. van Lennep, onder den titel: “Les aventures de Ferdinand Huyck”. Deze vertaling was in 1858 gedrukt bij Ch. Lahure en verschenen bij L. Hachette in Parijs.

Lees verder >>