Categorie: artikel

‘Een neger in het dorp!’

Gratis datasets voor thuisgebruik

Omslag van de eerste druk van Een neger in het dorp! Illustratie van Rie Reinderhoff.

Door Ewoud Sanders

Een neger in het dorp! is de titel van een zondagsschoolboekje van uitgeverij Callenbach. Het beleefde twee drukken, in 1955 en 1960, en werd goed ontvangen. Zo noemde de IDIL-gids voor de jeugdlectuur het in 1956 een ‘goed boekje’.

De inhoud wordt door IDIL (Informatie Dienst Inzake Lectuur) zo samengevat: ‘Een neger is door een blanke dokter naar Nederland gestuurd om voor de zending te werken. Als hij in een dorp aankomt, wordt hij door een groepje kinderen nageroepen en door de belhamel van de troep, Gijs Braai, met sneeuwballen bekogeld. Later is Gijs de eerste die voor de missie zijn kostbaarste bezit afstaat: een splinternieuwe figuurzaag!’

Lees verder >>

Aanhalingstekens bij Reve

Door J.L. Dijkhuis

In de tram kan George Speerman, hoofdpersoon van De stille vriend, zijn ogen niet afhouden van een jongeman schuin tegenover hem: het kan niet anders of het is dezelfde Marcel die hem ooit eenmaal in het kader van de herenliefde thuis opzocht, een paar dagen later met een zelfgebakken vis kwam aanzetten en vervolgens spoorloos verdween. Maar zelfs wanneer Speerman, desgevraagd, zijn oude vlam de juiste uitstaphalte wijst wordt hij niet herkend, en dus troost hij zich, na een weemoedige terugblik op hun kortstondige romance, in de laatste hoofdstukken van De stille vriend met een dagdroom over een betrouwbaarder type:

Lees verder >>

Het Convenant voor de Limburgse Taal en de juridische en politieke status van het Limburgs

Door Yuri Michielsen

Op 6 november jongstleden is het Convenant inzake de Nederlandse erkenning van de Limburgse taal ondertekend.  Dit volgt op de erkenning 22 jaar geleden van het Limburgs als regionale taal onder het Europees Handvest voor Regionale Talen of talen van Minderheden. Wie aandachtig gelezen heeft, ziet al dat in het Convenant het Limburgs een ‘taal’ wordt genoemd en onder het Handvest een ‘regionale taal’. Vaak hoort men voor het Limburgs ook nog de termen ‘streektaal’ en ‘dialect’.   

Lees verder >>

Het toponiem ‘Jaffa’ in tweeërlei overdrachtelijke betekenis

Pelgrims komen in Jaffa aan, 1486. Bron: Remembered Places

Door Renaat Gaspar

Wie tegenwoordig de naam Jaffa hoort, denkt waarschijnlijk aan ‘sinaasappels’. Ouderen herinneren zich misschien de morele oproep in 1973 om geen Zuid-Afrikaanse outspan-sinaasappels te kopen, maar die van een andere, ‘onbesmette’ herkomst. Dus evenmin de Spaanse soort uit het vermaledijde land van Franco, maar van een echte, ‘eerlijke’ soort uit een land dat toen door vrijwel iedere Nederlander zeer bewonderd werd: uit Israël. Jaffa-sinaasappels dus, kortweg jaffa’s genoemd. Maar vroeger, zowat honderd jaar geleden, was de associatie met Jaffa heel anders.

Lees verder >>

De poëzierecensent en de dichter zelf

Door Marc van Oostendorp

De poëzierecensent is de lantaarnopsteker van de eenentwintigste eeuw: uit nostalgie houdt een enkele publicatie er nog een op na, maar een werkelijke functie hebben ze niet meer. De tijd dat de discussie over ontwikkelingen in de dichtkunst deel uitmaakte van de bredere discussie over ontwikkelingen in de wereld ligt achter ons. 

Wat blijft zijn wat wanhopige pogingen om de wonderlijke wereld van de poëzie te vertalen naar modern idioom: dat van de de voetbalcommentator. Dat van De Wereld Draait Door.

Lees verder >>

J. van Lennep, De lotgevallen van Ferdinand Huyck in een Franse vertaling

Door Renaat Gaspar

In het eerste deel van zijn werk Het leven van Mr. Jacob van Lennep maakt de schrijver, zijn zoon Maurits, op bladzijde 261 melding van ”eene Fransche [vertaling] van de hand van den Heer Wocquier en den oudsten zoon des schrijvers, Mr. D.J.C. van Lennep, onder den titel: “Les aventures de Ferdinand Huyck”. Deze vertaling was in 1858 gedrukt bij Ch. Lahure en verschenen bij L. Hachette in Parijs.

Lees verder >>

Ook Maria brengt de auto wel eens naar de garage

Genderrepresentatie in NT2-lesmethodes

Door Matthijs Looij

‘Veel minder vrouwen en regelmatig stereotypering in schoolboeken’ kopte de NOS op 13 november jl. naar aanleiding van onderzoek van de Universiteit Leiden. De onderzoekers, onder leiding van prof. Judi Mesman, analyseerden hoe mannen en vrouwen worden gerepresenteerd in verschillende lesboeken Nederlands en wiskunde voor brugklassen. Wat klopt hiervan?

Lees verder >>

Meertaligheid doorheen het curriculum

Een eerste analyse van Curriculum.nu met een focus op meertaligheid

Door Bert Le Bruyn (Meesterschapsteam MVT), m.m.v. Wander Lowie (Meesterschapsteam MVT) en Erwin Mantingh (Meesterschapsteam Nederlands)

Curriculum.nu was gedoemd niet te lukken. Aleid Truijens schreef op 7 juni in de Volkskrant dat het ‘oude zure wijn’ was, een reïncarnatie van het gesneuvelde ‘Onderwijs 2032’ dat op zijn beurt een miskleun was geweest van ‘ideologen’. Ze omschreef Curriculum.nu verder als een ‘circus’ zonder de gedegen kennis van ‘inhoudelijke experts’. 

Lees verder >>

Zijn natuurlijke talen groter dan verzamelingen?

Door K.P. Hart

Dit is de vierde in een korte serie blogposts naar aanleiding van een discussie op twitter over dit stuk op Neerlandistiek van Marc van Oostendorp dat zelf weer een reactie op dit artikel van Paul Postal was. In de eerste post kwalificeerde ik een opmerking uit het stuk van Postal als lariekoek. Daar gaat deze post over. Lees verder >>

Ik zocht reisgenoten!

 Kritische aantekeningen bij een themanummer van TNTL

Door Rien Rooker

Het recente themanummer van TNTL 2019, jaargang 135, nr. 2 bevat zes artikelen, met een daaraan voorafgaande inleiding, die de kwaliteit van het literatuuronderwijs in het middelbaar onderwijs, met name gym/vwo, beogen te bevorderen. Dat is op zich prijzenswaardig. Maar wat is nu de indruk die de lezing van de aflevering maakte op een sinds 2008 gepensioneerde docent-Nederlands, destijds afgestudeerd op historische letterkunde? 

Lees verder >>

Een heldenleven na een schurkendood

De romantisering van rovers in folklore en literatuur uit Nederland

Door Roderick Scheltinga

Terwijl de kronkelende landweg langzaam vorm krijgt in het licht van de opkomende zon, komt de koets stukje bij beetje dichterbij. Door de vele gaten in de weg hebben de paarden moeite om de koets vooruit te trekken. Toch zal het niet lang meer duren voordat de koets al schommelend de bocht bereikt waar de weg wordt omgeven door een groot struikgewas. Gebukt achter enkele doornstruiken wrijf ik een paar keer over mijn rug, die stijf en pijnlijk is van het lange wachten. Plotseling klinkt er achter mij een klaterend geluid, onmiddellijk gevolgd door een doordringende geur. Vanuit mijn ooghoek zie ik iemand haastig zijn broek optrekken.

Lees verder >>

De school van WPG

Waarom elke docent Nederlands schatplichtig is aan W.P. Gerritsen (1935-2019)

Dia uit colleges vakdidactiek Nederlands 1&2 op 28 en 29 oktober 2019 (GST UU, Erwin Mantingh).  

Door Erwin Mantingh

Als een vooraanstaande schrijver, dichter, cabaretier of liedjesschrijver een prijs ontvangt of overlijdt, als taalonderzoek de pers haalt, als er een onmisbaar naslagwerk verschijnt over de Nederlandse taal of literatuur: bij taal- en letterenactualiteiten stond ik als leraar, en sta ik als vakdidacticus, kort stil in mijn les of college. Maar wat vertel ik aan leraren-Nederlands-in-opleiding als een groot wetenschapper en neerlandicus overlijdt, wiens wetenschappelijke oeuvre bijna zestig jaar omspant, die ik een kleine twintig jaar van nabij heb meegemaakt als zijn student, student-assistent, promovendus en collega-docent? Een geleerde bovendien van wie de meeste van deze leraren-in-opleiding nog nooit hebben gehoord: op 24 oktober jl. overleed W.P. Gerritsen, de Utrechtse hoogleraar Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen van 1968 tot 2000 en daarna Scaliger hoogleraar in Leiden (2001-2007). 

Lees verder >>

Neerlandistiek: keer het tij

Door Yra van Dijk, Jet Louwerse, Marc van Oostendorp, Ted Sanders en Els Stronks

Achter de ogenschijnlijke eensgezindheid over het belang van het vak Nederlands gaat veel achterstallig onderhoud schuil in het onderwijs in onze taal en cultuur.

Het is tijd voor een noodkreet die harder klinkt dan alle toeterende tractors op het Malieveld bij elkaar. Kennis van de landstaal is fundamenteel voor iedere burger: individueel, maar ook voor het functioneren van de samenleving. De Nederlandse taal is daarin hét bindmiddel en de sleutel tot de kennis van een gemeenschappelijk verleden. Lees verder >>

Fuif: een woord van onbekende herkomst?

Door Renaat Gaspar

Woorden waarvan men de afkomst niet kent, kunnen je aandacht blijven trekken, ook al zijn ze inmiddels – in Noord-Nederland althans – betrekkelijk obsoleet geworden. Zo een woord is ‘fuif’: een niet-openbaar, besloten feest.

Het onderzoek tot nu toe

‘Fuif’ zou volgens Knuttel in het WNT s.v. ‘Fuif’ óf een Nederlands-Indisch óf een studentenwoord zijn. Het zou ontstaan zijn ca. 1850 of nog later. Raadpleging van de Etymologiebank.nl/trefwoord/fuif levert voorts op: alle etymologische woordenboeken zeggen kortweg: herkomst onbekend. Op twee na. De eerste is Vercoullie (1925); hij voegt eraan toe: ‘misschien wel uit het studentenduitsch Pfeiffe’. Dat is dus een blote veronderstelling, zonder enige nadere toelichting. De tweede is De Coster (1992); hij geeft een veel uitgebreidere verklaring. In M. Philippa e.a., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands staat zijn betoog als volgt samengevat:

Lees verder >>

De vergeten luisterhoek van de literatuur

Verkorte voorpublicatie uit Lars Bernaerts & Siebe Bluijs (red.), Luisterrijk der letteren. Hoorspel en literatuur in Nederland en Vlaanderen, dat op 6 december verschijnt. Hier staat meer informatie over de presentatie. .

Door Lars Bernaerts en Siebe Bluijs

Een van de bekendste vernieuwingsbewegingen in de naoorlogse Nederlandse literatuur is ongetwijfeld de beweging van Vijftig. Vandaag wordt de Vijftigerspoëzie van Hans Andreus, Remco Campert, Hugo Claus, Gerrit Kouwenaar, Lucebert, Sybren Polet, Bert Schierbeek en Simon Vinkenoog literair-historisch en breed cultureel erkend als een mijlpaal in de literatuurgeschiedenis. Ook het proza en in sommige gevallen het toneel van die auteurs zijn het onderwerp van studies en brede interesse en er is veel aandacht geweest voor het beeldend werk van onder anderen Claus en Lucebert. 

Lees verder >>

Moord in het bronsgroen eikenhout

                                                                                                          Door Jos van Cann en Peter Winkels

Telefoon uit Maastricht is de titel van een detectiveroman uit 1955 van toenmalig televisiequizmaster Theo Eerdmans (1922-1977). Behalve in de herhaalde aankondiging van het gesprek, komt de Limburgse hoofdstad niet voor in dit boek. En ook de rest van de provincie niet. In onze speurtocht gingen we op zoek naar thrillers en detectives waarin dat wel het geval is. Dit overzicht belicht leven en werk van Limburgse auteurs en van schrijvers die in Limburg wonen, dan wel de provincie gebruiken als decor in hun werk. Maar ook misdaadromans van anderen die Limburg als achtergrond hebben. Daarnaast schenken we aandacht aan uitgeverijen en andere organisaties en personen die actief zijn of waren op het gebied van misdaadliteratuur. Bovendien bekijken we in dit kader ook het werk van ‘gevestigde’ literatoren op elementen uit de misdaadliteratuur.

Lees verder >>

De Rembrandt-Tutorials. Volledige uitgave, naar beste vermogen bezorgd

door Roland de Bonth & Dirk Geirnaert

Hieronder volgen de volledige teksten die ten grondslag hebben gelegen aan de serie van zes lessen waarin Rembrandt zelf zijn 21e-eeuwse leerlingen onderwijst hoe een portret moet schilderen.

Les 1 – Van de voorbereijdinge ende tschetsen

Gij begeert van mij te verneemen hoe gij Rembrandts schilderij soudet konnen hanteeren? Ha! Voor-al seg ick u: niemant, behoudens mijselven, ken schilderen als Rembrandt. Maer het mach geen quaet u de secreeten ende den gront mijner schilder-konst te leeren. Ontwijfelick weet gij dat ick wtsteecke boven alle Hollantsche maelers. Maer wat niet ider een en weet, is dat ick oock seer wel lessen in de schilder-konst deed. Fraeije ende wtneemende konstenaers als Govert Flinck, Ferdinand Bol ende Willem Drost, ick hebbe die allen den wech geweesen. Beseft daeromme wel: een beeter leer-meester en sult gij niet vinden. Wellekom bij mijne eerste lesse sint 350 jaeren!

Lees verder >>

De grondwet als literatuur

Door F.G. Droste

Koningin Máxima. Bron: Wikipedia

In een interview met de Leidse hoogleraar staatsrecht Wim Voermans komt de essentie van zijn recente boek Het Verhaal van de Grondwet helder naar voren. Maar dat gebeurt ook al in de (dubbele) titel van dit verslag: “Een grondwet is literatuur” en “het is ook een verbeelde wereld”. Even, zij het in het voorbijgaan, roept dit de voordracht op van Koningin Máxima (of was het Mevrouw van Oranje?), die met “De Nederlander bestaat niet” in het jaar 2010 een storm in een glas water veroorzaakte. Bij die storm werd vergeten dat we hier te doen hebben met een paradox, die dicht aanleunt bij de onoplosbare tegenspraak binnen “Alle Kretenzers liegen altijd, zei de Kretenzer”. De spreker komt hier met zichzelf in tegenspraak en dat overkomt Máxima ook. Om de eigenschap “bestaat niet” toe te kennen aan “de Nederlander”, moet die wel bestaan, anders kun je niks zinnigs over hem zeggen. Al heel lang geleden heeft dat probleem een discussie losgemaakt tusen de filosofen Strawson en Russell, waarbij Strawson zeker aan het langste eind trok, door te stellen dat je voor het toekennen van een eigenschap wel een object nodig hebt. 

Lees verder >>

De grootste dijkbreukzanger van Nederland: Marco Borsato of Hendrik Tollens?

Door Lotte Jensen

In 1995 dreigden grote delen van Nederland te overstromen. In Limburg traden de rivieren buiten hun oevers en in Gelderland bestond er ook een groot risico op overstromingen. Uit voorzorg werden meer dan 250.000 mensen geëvacueerd, die onderdak vonden bij familie of in de Jaarbeurshallen van Utrecht. 

Er dreigde een enorme ramp en Nederland kwam in actie. Zo kon het gebeuren dat Henny Huisman en Linda de Mol op een avond in februari miljoenen Nederlands opriepen om te doneren aan de slachtoffers van Midden- en Zuid-Nederland. Tal van artiesten waren opgetrommeld. Marco Borsato was een van hen en zong een hartverscheurend lied, getiteld ‘Water waarom’. Hartstochtelijk zong hij: ‘Maar nu gaan de oude dijken / door de overlast bezwijken / Het water beukt met grote golven / En laat zich door geen mens beheersen’. Snikkend haalde hij uit. Wie kon onbewogen blijven bij deze stromen vluchtelingen? Machteloos moest iedereen toezien hoe, in typische Borsato-taal, ‘alles wat je liefhebt nat wordt’. 

Gaandeweg de avond werd duidelijk dat de dijken het zouden houden. Intussen hadden de Nederlanders ruimhartig de beurs getrokken: de totale opbrengst was maar liefst 66 miljoen gulden, een astronomisch bedrag! Maar de ramp bleef uit. Dat deerde echter weinigen. De bijna-ramp had een geweldige televisieshow opgeleverd én een nieuwe nationale dijkbreukzanger: Marco Borsato.  

Lees verder >>

De meertaligheid van ‘Undercover’

door Jan Stroop

Er is altijd wel wat met Nederlandse films die in een regio spelen en waarin de voertaal de taal van die regio moet zijn.  Zo herinner ik me de serie over Merijntje Gijzen, die in West-Brabant speelt, maar waarvan de taal een  West-Brabander  doet huiveren. Voorbeeld: den (h)emel of den (h)el moet zijn den (h)emel of del.

In de film over Michiel de Ruyter speelt Frank Lammers de hoofdrol, maar wat er uit z’n mond komt, zou De Ruyter niet verstaan: Lammers spreekt een mengtaaltje, dat allesbehalve Zeeuws is, eerder Brabants. Ik heb daar toen een stukje over geschreven.

Lees verder >>

Communicatie en cognitie in het taalgebruik

Door Flip G. Droste

Communicatie & Cognitie, hier tot een eenheid samengevoegd door het &-symbool, zijn als lichaam en brein: alleen in samenspel komen ze tot leven. Dat geldt zeker voor de natuurlijke menselijke taal: buitenkant-binnenkant, vorm-functie. Dat het in het taalgebruik om tekens en tekengeving gaat lijkt evident. Het taalteken in de theorie van De Saussure, schijnt echter aan de gedwongen samenhang te ontglippen. Voor hem is het taalteken een abstractie: “Le signe linguistique unit non une chose et un nom, mais un concept et une image acoustique”. Daarbij wordt echter uit het oog verloren dat dat ‘signe’, dat taalteken, alleen functioneert dankzij de lichamelijke realisatie. Het teken voltooit zich op de adem, zodat er volgens het Oude Testament pas licht is als de schepper licht zegt: longen, luchtpijp, mondholte.

Lees verder >>

De prostituée en de fatsoenlijke: Van Hulzens De twee zij’s (1901)

Door Sander Bink

Om voor de verandering eens niet Baudelaire maar Borges (Historia de la eternidad) kort door de bocht te parafraseren denk ik evenals deze dat de schoonheid overal te vinden is. En de proof is in de pudding want de hoeveelheid officieel tweederangs schrijvers en kunstenaars waarover ik elders publiceerde en die ik in het slechtste geval zelfs heruitgaf is schier eindeloos. Het is niet dat ík die mooi vind, want als je (zoals ik) bij de Kruidvat werkt doe je ook niet voor je lol des avonds nog lippenbalsem op, maar ik doe zoals u weet gewoon mijn vieze ondankbare kunst- en literair-historische graafwerk.

Heel soms kom je dingen tegen die je zelf best aardig vind, zoals onlangs de schets ‘De twee zij-s’ van Gerard van Hulzen. Het is gedateerd 1899 en verscheen eerstens in De Nieuwe Gids van begin 1901 en kort daarna in de eerste bundel (in 1906 volgde een tweede) Cinematograaf: trilbeelden.

Beide bundels zijn redelijk zeldzaam dus altijd kopen als u ze ziet. Van Hulzen kent u waarschijnlijk sowieso als u wel eens door tweedehands boekentroep struint want daar zitten zijn latere romans doorgaans wel tussen. Zelf ben ik daar nooit doorheen gekomen, die romans dus, die troep zit ik de hele dag tussen, maar zijn vroege schetsen, waarvan we er hier al eens een bespraken, zijn best aardig.

Lees verder >>

Bloemhofjes en Tijdverdrijvers: Schriftuurlijke Raadsels

Door Marti Roos

Naast boekjes met raadsels voor vermaak, zoals het Clucht boecxken, die sinds het midden van de 16e eeuw het licht zagen, verschenen er ook boekjes met zogenoemde schriftuurlijke of religieuze raadsels. Enerzijds sluiten deze aan bij catechismussen, waarin godsdienstige kennis met betrekking tot de bijbel en de geloofsleer werd overgebracht in de vorm van vraag en antwoord (eventueel voorzien van een vindplaats in de bijbel); anderzijds bevatten ze ook spitsvondige vragen over bijbelse curiosa afkomstig uit de kloostertraditie, die sinds de vroege middeleeuwen in verschillende handschriften zijn overgeleverd, en naar de titel van een aantal hiervan als Joca Monachorum (‘mopjes van monniken’) worden aangeduid. Zo werd in de schriftuurlijke raadselboekjes toch het leerzame met het aangename gecombineerd.

Lusthof

In 1679 verschijnt de Lusthof der goddelyke historien, of den christelijken tijdverdrijver, een lijvig boek om bijbelkennis op te doen door middel van vraag en antwoord. Het is een vertaling van het Duitstalige Christlicher Zeituertreiber, oder Geistlich Retzelbuch van de hand van Michael Sachs, een werk dat met zijn thematische indeling en quizachtige vragen bijzonder populair was. Het werk verscheen voor het eerst in 1593 (eerste deel) en 1597 (tweede deel) en werd meer dan twintig maal herdrukt. De Nederlandstalige Lusthof is vijfmaal herdrukt, voor het laatst in 1772.

Lees verder >>