Categorie: artikel

‘Vis voor altijd’: Gery Helderenberg, een kennismaking

Door Peter J.I. Flaton 

Een aristocratisch dichterschap, zo typeert Rudolf Van De Perre dat van Helderenberg (dichternaam van Hubert Buyle, 18-01-1891- 09-12-1979) in “De geestelijk-literaire nalatenschap van Gery Helderenberg”, in: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse letterkunde (nieuwe reeks), 1991, 27-42. Een aanwijzing daarvoor is, dat dertig dichtbundels in bibliofiele uitgaven verschenen. Toegankelijk voor een groter publiek werd dit oeuvre pas in 1961 (de dichter was toen 70) met de publicatie van Liefde en dood, een door Piet Thomas ingeleide anthologie en Ante terminum, een door de dichter zelf verzorgde selectie. Pas met het verschijnen van Verzamelde gedichten (in 1978), samengesteld door andermaal Thomas, kwam er een ruime collectie op de markt (al is die nog niet de helft van het totaal).  Vandaar dat literair Vlaanderen verrast was, toen hem in 1975 de Driejaarlijkse Staatsprijs werd toegekend want inderdaad: wie is  deze onbekende? 

Lees verder >>

Henkerige Henk als Elckerlijc

Door Marie-José Klaver

Henk van Doorn uit Uit het leven van een hond van Sander Kollaard is een doodgewone man die houdt van kaas, karnemelk, zijn rust, zijn hond, zijn werk en penetreren. Misschien is Henk wel het monument voor de gewone witte man waar Arjen van Veelen zo naar  verlangt. Alleen is Kollaards Henk nog lang niet dood. Hij zal naar Van Veelens smaak ook iets te hoog opgeleid zijn en hij heeft een deugberoep: verpleegkundige. Van Veelen verklaarde onlangs in NRC Handelsblad de gewone witte man dood, overbodig gemaakt door vrouwen en machines. Het enige dat volgens Van Veelen overblijft is ‘foutelijkheid’ en in de toekomst hopelijk een standbeeld. 

Lees verder >>

Warenar vs. 1254 – 1256 opnieuw geïnterpreteerd

Door Renaat Gaspar

Over de Warenar van P.C. Hooft is niet weinig geschreven, onder meer in de verschillende literatuurgeschiedenissen en in de inleidingen op de tekstuitgaven van dit veelgeroemde blijspel. Het ontbreken van specifieke regieaanwijzingen van de auteur over mime, mine, pose of dictie van de spelers heeft in de hand gewerkt, dat in de verklarende noten niet zelden een eigen interpretatie aan de tekst is gegeven.

Lees verder >>

Aardige en merkwaardige formuleringen in achttiende-eeuwse brieven

Afb. 1. Het kistje waarin 843 achttiende-eeuwse brieven gevonden zijn. Bron: Fotobestand Gemeentearchief Arnhem.

Door Renaat Gaspar

Bij het transcriptiewerk van enkele honderden laat achttiende-eeuwse brieven in de Doesburgse brievencollectie zijn enkele opmerkelijke, zelfs verrassende formuleringen tevoorschijn gekomen. Ook de opzet van de brief bleek niet altijd overeen te stemmen met wat wij helder en aanvaardbaar vinden. Het zou jammer zijn, mocht dat alles voor altijd in de massa tekst verborgen blijven. Daarom in vogelvlucht een blik op diverse achttiende-eeuwse brieven, briefjes en epistels.

Lees verder >>

Vermakelijk bio- en bibliografisch toetsenbord: zoeken op internet

Door Roland de Bonth

In december 2017 won Schrijverskabinet.nl de Gerrit Komrij-prijs, omdat die website er dat jaar het best in geslaagd was de oudere letterkunde onder de aandacht van een groter publiek te brengen. Het Schrijverskabinet is ingericht rondom een achttiende-eeuwse verzameling auteursportretten: het Panpoëticon Batavûm. Van een groot aantal dichters en dichteressen van wie ooit een portret deel heeft uitgemaakt van die collectie, is op Schrijverskabinet inmiddels een beknopte biografie opgenomen in de rubriek ‘Uit de kast’. Toch zijn er nog tal van auteurs die wachten op een artikel. Hier kun je zien wie dat zijn.

Lees verder >>

Gheen graefschap boven Vlaenderen

Vlaemsche en Walsche spreekwoorden en spreuken van Goedthals

Door Marti Roos

In 1568 verschijnt bij de bekende drukker Plantijn in Antwerpen Les proverbes anciens flamengs et françois, een tweetalig, Nederlands-Frans spreekwoordenboek van de hand van François Goedthals, rechtsgeleerde en ingezetene van Gent. In hun inleidingen vermelden de uitgever en de samensteller uitdrukkelijk dat zij geen vertalingen over en weer aanbieden, maar traditioneel bekende spreuken in de respectievelijke talen, waarbij Nederlandse en Franse spreuken met een soortgelijke strekking bij elkaar zijn geplaatst. De doelgroep is duidelijk een tweetalig geschoold publiek dat juist het taaleigen van elke taal zou weten te waarderen. Het recreatieve element voert de boventoon, zoals verwoord in het Latijnstalige gedichtje van Microbius Philopotes (Kortlevende Drankliefhebber) aan het einde van het boek.

Het is niet bedoeld als naslagwerk, en dat verklaart ook dat het geen alfabetische volgorde heeft, en feitelijk ook geen thematische, al opent het boek enigszins obligaat met een spreuk over god, en staan er soms een aantal spreuken met hetzelfde thema bij elkaar.

Lees verder >>

Iets over (et)wuk

Door Anne-Sophie Ghyselen & Roxane Vandenberghe

Terwijl de hele wereld met man en macht probeert om de verspreiding van het COVID-virus te bedwingen, zijn in West-Vlaanderen twee andere – gelukkig minder schadelijke –  fenomenen subtiel aan een opmars bezig: de taalvarianten wuk (‘wat’) en etwuk (‘iets’). Dat blijkt althans uit een onderzoek van de vakgroep Taalkunde aan de Universiteit Gent, waarbij 10.000 West-Vlamingen bevraagd werden. 

Lees verder >>

Tussen geleentheid en uitdaging. Die Nederlandistiek in Suid-Afrika

Studente, dosente en Nederlandse gasdosente (Thomas Pierrart uit Leuven en Arthur Verbiest uit Madrid) wat die SAVN/NTU se Nederlandse Winterskool in Julie 2019 by die Universiteit van Pretoria bygewoon het.

Door Wannie Carstens en Nerina Bosman
Een vertaling in het Nederlands staat hier

Die lot van die studie van die Nederlandse taal en kultuur is in Suid-Afrika onlosmaaklik verbonde met dié van Afrikaans, wat onder druk staan. Die Nederlandistiek in Suid-Afrika het dus te make met ’n paar uitdagings, maar daar is nog steeds groot potensiaal. Die belangstelling en die samewerking met Vlaandere en Nederland is wel daar, maar dit kan nog altyd uitgebrei word.

Die Nederlandse impak op die geskiedenis van Suid-Afrika is goed bekend en die Nederlandse nalatenskap uit die VOC-tydperk is steeds aanwesig in die hedendaagse Suid-Afrika, byvoorbeeld in dorpsname, soos AmersfoortAmsterdamDelft en Gouda en in die name van plase of woongebiede, soos DalzichtMeerendalFraaie Uitzicht, e.a. Nederlandssprekende besoekers aan Suid-Afrika sal ook ʼn mate van bekendheid hê met wat hulle ervaar as hulle in die land aankom. Die taal sal bekend ‘klink’, maar daar sal tog onduidelikhede in woordeskat en uitspraak wees, net genoeg om te laat blyk dat Afrikaans en Nederlands wel verwant is, maar dat hulle tog aparte tale is. Dit is juis hierdie historiese taal- en kulturele verwantskap – sigbaar in die woordeskat, morfologie en klank- en sinstrukture – wat die lang verbintenis tussen die universitêre Neerlandistiek en Afrikaanse taal- en letterkunde moontlik gemaak het.

Lees verder >>

‘Een neger in het dorp!’

Gratis datasets voor thuisgebruik

Omslag van de eerste druk van Een neger in het dorp! Illustratie van Rie Reinderhoff.

Door Ewoud Sanders

Een neger in het dorp! is de titel van een zondagsschoolboekje van uitgeverij Callenbach. Het beleefde twee drukken, in 1955 en 1960, en werd goed ontvangen. Zo noemde de IDIL-gids voor de jeugdlectuur het in 1956 een ‘goed boekje’.

De inhoud wordt door IDIL (Informatie Dienst Inzake Lectuur) zo samengevat: ‘Een neger is door een blanke dokter naar Nederland gestuurd om voor de zending te werken. Als hij in een dorp aankomt, wordt hij door een groepje kinderen nageroepen en door de belhamel van de troep, Gijs Braai, met sneeuwballen bekogeld. Later is Gijs de eerste die voor de missie zijn kostbaarste bezit afstaat: een splinternieuwe figuurzaag!’

Lees verder >>

Aanhalingstekens bij Reve

Door J.L. Dijkhuis

In de tram kan George Speerman, hoofdpersoon van De stille vriend, zijn ogen niet afhouden van een jongeman schuin tegenover hem: het kan niet anders of het is dezelfde Marcel die hem ooit eenmaal in het kader van de herenliefde thuis opzocht, een paar dagen later met een zelfgebakken vis kwam aanzetten en vervolgens spoorloos verdween. Maar zelfs wanneer Speerman, desgevraagd, zijn oude vlam de juiste uitstaphalte wijst wordt hij niet herkend, en dus troost hij zich, na een weemoedige terugblik op hun kortstondige romance, in de laatste hoofdstukken van De stille vriend met een dagdroom over een betrouwbaarder type:

Lees verder >>

Het Convenant voor de Limburgse Taal en de juridische en politieke status van het Limburgs

Door Yuri Michielsen

Op 6 november jongstleden is het Convenant inzake de Nederlandse erkenning van de Limburgse taal ondertekend.  Dit volgt op de erkenning 22 jaar geleden van het Limburgs als regionale taal onder het Europees Handvest voor Regionale Talen of talen van Minderheden. Wie aandachtig gelezen heeft, ziet al dat in het Convenant het Limburgs een ‘taal’ wordt genoemd en onder het Handvest een ‘regionale taal’. Vaak hoort men voor het Limburgs ook nog de termen ‘streektaal’ en ‘dialect’.   

Lees verder >>

Het toponiem ‘Jaffa’ in tweeërlei overdrachtelijke betekenis

Pelgrims komen in Jaffa aan, 1486. Bron: Remembered Places

Door Renaat Gaspar

Wie tegenwoordig de naam Jaffa hoort, denkt waarschijnlijk aan ‘sinaasappels’. Ouderen herinneren zich misschien de morele oproep in 1973 om geen Zuid-Afrikaanse outspan-sinaasappels te kopen, maar die van een andere, ‘onbesmette’ herkomst. Dus evenmin de Spaanse soort uit het vermaledijde land van Franco, maar van een echte, ‘eerlijke’ soort uit een land dat toen door vrijwel iedere Nederlander zeer bewonderd werd: uit Israël. Jaffa-sinaasappels dus, kortweg jaffa’s genoemd. Maar vroeger, zowat honderd jaar geleden, was de associatie met Jaffa heel anders.

Lees verder >>

De poëzierecensent en de dichter zelf

Door Marc van Oostendorp

De poëzierecensent is de lantaarnopsteker van de eenentwintigste eeuw: uit nostalgie houdt een enkele publicatie er nog een op na, maar een werkelijke functie hebben ze niet meer. De tijd dat de discussie over ontwikkelingen in de dichtkunst deel uitmaakte van de bredere discussie over ontwikkelingen in de wereld ligt achter ons. 

Wat blijft zijn wat wanhopige pogingen om de wonderlijke wereld van de poëzie te vertalen naar modern idioom: dat van de de voetbalcommentator. Dat van De Wereld Draait Door.

Lees verder >>

J. van Lennep, De lotgevallen van Ferdinand Huyck in een Franse vertaling

Door Renaat Gaspar

In het eerste deel van zijn werk Het leven van Mr. Jacob van Lennep maakt de schrijver, zijn zoon Maurits, op bladzijde 261 melding van ”eene Fransche [vertaling] van de hand van den Heer Wocquier en den oudsten zoon des schrijvers, Mr. D.J.C. van Lennep, onder den titel: “Les aventures de Ferdinand Huyck”. Deze vertaling was in 1858 gedrukt bij Ch. Lahure en verschenen bij L. Hachette in Parijs.

Lees verder >>

Ook Maria brengt de auto wel eens naar de garage

Genderrepresentatie in NT2-lesmethodes

Door Matthijs Looij

‘Veel minder vrouwen en regelmatig stereotypering in schoolboeken’ kopte de NOS op 13 november jl. naar aanleiding van onderzoek van de Universiteit Leiden. De onderzoekers, onder leiding van prof. Judi Mesman, analyseerden hoe mannen en vrouwen worden gerepresenteerd in verschillende lesboeken Nederlands en wiskunde voor brugklassen. Wat klopt hiervan?

Lees verder >>

Meertaligheid doorheen het curriculum

Een eerste analyse van Curriculum.nu met een focus op meertaligheid

Door Bert Le Bruyn (Meesterschapsteam MVT), m.m.v. Wander Lowie (Meesterschapsteam MVT) en Erwin Mantingh (Meesterschapsteam Nederlands)

Curriculum.nu was gedoemd niet te lukken. Aleid Truijens schreef op 7 juni in de Volkskrant dat het ‘oude zure wijn’ was, een reïncarnatie van het gesneuvelde ‘Onderwijs 2032’ dat op zijn beurt een miskleun was geweest van ‘ideologen’. Ze omschreef Curriculum.nu verder als een ‘circus’ zonder de gedegen kennis van ‘inhoudelijke experts’. 

Lees verder >>

Zijn natuurlijke talen groter dan verzamelingen?

Door K.P. Hart

Dit is de vierde in een korte serie blogposts naar aanleiding van een discussie op twitter over dit stuk op Neerlandistiek van Marc van Oostendorp dat zelf weer een reactie op dit artikel van Paul Postal was. In de eerste post kwalificeerde ik een opmerking uit het stuk van Postal als lariekoek. Daar gaat deze post over. Lees verder >>

Ik zocht reisgenoten!

 Kritische aantekeningen bij een themanummer van TNTL

Door Rien Rooker

Het recente themanummer van TNTL 2019, jaargang 135, nr. 2 bevat zes artikelen, met een daaraan voorafgaande inleiding, die de kwaliteit van het literatuuronderwijs in het middelbaar onderwijs, met name gym/vwo, beogen te bevorderen. Dat is op zich prijzenswaardig. Maar wat is nu de indruk die de lezing van de aflevering maakte op een sinds 2008 gepensioneerde docent-Nederlands, destijds afgestudeerd op historische letterkunde? 

Lees verder >>

Een heldenleven na een schurkendood

De romantisering van rovers in folklore en literatuur uit Nederland

Door Roderick Scheltinga

Terwijl de kronkelende landweg langzaam vorm krijgt in het licht van de opkomende zon, komt de koets stukje bij beetje dichterbij. Door de vele gaten in de weg hebben de paarden moeite om de koets vooruit te trekken. Toch zal het niet lang meer duren voordat de koets al schommelend de bocht bereikt waar de weg wordt omgeven door een groot struikgewas. Gebukt achter enkele doornstruiken wrijf ik een paar keer over mijn rug, die stijf en pijnlijk is van het lange wachten. Plotseling klinkt er achter mij een klaterend geluid, onmiddellijk gevolgd door een doordringende geur. Vanuit mijn ooghoek zie ik iemand haastig zijn broek optrekken.

Lees verder >>

De school van WPG

Waarom elke docent Nederlands schatplichtig is aan W.P. Gerritsen (1935-2019)

Dia uit colleges vakdidactiek Nederlands 1&2 op 28 en 29 oktober 2019 (GST UU, Erwin Mantingh).  

Door Erwin Mantingh

Als een vooraanstaande schrijver, dichter, cabaretier of liedjesschrijver een prijs ontvangt of overlijdt, als taalonderzoek de pers haalt, als er een onmisbaar naslagwerk verschijnt over de Nederlandse taal of literatuur: bij taal- en letterenactualiteiten stond ik als leraar, en sta ik als vakdidacticus, kort stil in mijn les of college. Maar wat vertel ik aan leraren-Nederlands-in-opleiding als een groot wetenschapper en neerlandicus overlijdt, wiens wetenschappelijke oeuvre bijna zestig jaar omspant, die ik een kleine twintig jaar van nabij heb meegemaakt als zijn student, student-assistent, promovendus en collega-docent? Een geleerde bovendien van wie de meeste van deze leraren-in-opleiding nog nooit hebben gehoord: op 24 oktober jl. overleed W.P. Gerritsen, de Utrechtse hoogleraar Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen van 1968 tot 2000 en daarna Scaliger hoogleraar in Leiden (2001-2007). 

Lees verder >>

Neerlandistiek: keer het tij

Door Yra van Dijk, Jet Louwerse, Marc van Oostendorp, Ted Sanders en Els Stronks

Achter de ogenschijnlijke eensgezindheid over het belang van het vak Nederlands gaat veel achterstallig onderhoud schuil in het onderwijs in onze taal en cultuur.

Het is tijd voor een noodkreet die harder klinkt dan alle toeterende tractors op het Malieveld bij elkaar. Kennis van de landstaal is fundamenteel voor iedere burger: individueel, maar ook voor het functioneren van de samenleving. De Nederlandse taal is daarin hét bindmiddel en de sleutel tot de kennis van een gemeenschappelijk verleden. Lees verder >>

Fuif: een woord van onbekende herkomst?

Door Renaat Gaspar

Woorden waarvan men de afkomst niet kent, kunnen je aandacht blijven trekken, ook al zijn ze inmiddels – in Noord-Nederland althans – betrekkelijk obsoleet geworden. Zo een woord is ‘fuif’: een niet-openbaar, besloten feest.

Het onderzoek tot nu toe

‘Fuif’ zou volgens Knuttel in het WNT s.v. ‘Fuif’ óf een Nederlands-Indisch óf een studentenwoord zijn. Het zou ontstaan zijn ca. 1850 of nog later. Raadpleging van de Etymologiebank.nl/trefwoord/fuif levert voorts op: alle etymologische woordenboeken zeggen kortweg: herkomst onbekend. Op twee na. De eerste is Vercoullie (1925); hij voegt eraan toe: ‘misschien wel uit het studentenduitsch Pfeiffe’. Dat is dus een blote veronderstelling, zonder enige nadere toelichting. De tweede is De Coster (1992); hij geeft een veel uitgebreidere verklaring. In M. Philippa e.a., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands staat zijn betoog als volgt samengevat:

Lees verder >>