Auteur: Viorica Van der Roest

Over wolken en Karel van het Reve

Door Viorica Van der Roest

Heeft u zich weleens afgevraagd hoe zwaar een wolk is? Ik niet, maar mijn interesse voor het onderwerp werd gewekt omdat iemand anders dat blijkbaar had gevraagd aan de wetenschapsredacteur van Trouw, Robert Visscher. In de Tijd van afgelopen zaterdag (ik loop een beetje achter met de weekendbijlagen van de kranten, dus excuses voor het gebrek aan actualiteit) geeft hij op bladzijde 34 antwoord op deze vraag: een gemiddelde wolk weegt blijkbaar 500 miljoen gram, oftewel 500.000 kilo. Dat is best veel. En dat roept een nieuwe vraag op, die Robert Visscher dan ook stelt:

Lees verder >>

Zolft

door Viorica Van der Roest

In het Huizer dialect noem je de vuilnisbelt ‘de zolft’. Dat is natuurlijk vooral heel exotisch en uniek, maar wat voor etymologische achtergrond heeft dat woord nu eigenlijk?

Bij een speurtocht op internet blijkt dat deze vraag ook al eens gesteld is in 2015, op de Facebookpagina van Vrienden van het Oude Dorp. Uit de reacties op het bericht blijkt wel dat het woord door een aantal mensen nog steeds gebruikt wordt, maar de vraag naar de etymologische verklaring is hier nooit beantwoord. Wanneer ik ‘zolft’ in mijn browser typ, weet Google zeker dat ik zoloft bedoel, de Amerikaanse merknaam van een veelgebruikt antidepressivum. Ik corrigeer en geef nog een keer de zoekopdracht ‘zolft’. Nu kom ik erachter hoeveel mensen die iets over zoloft willen schrijven of vragen een typfout maken. Goed, van Google deze keer geen heil te verwachten dus.

De etymologische woordenboeken bieden ook geen uitkomst. Lees verder >>

Pas verschenen: Marja Pruis, Oplossingen – Het leven, mijn handreiking

door Viorica Van der Roest

Marja Pruis won in 2013 de Jan Hanlo Essayprijs voor Kus me, straf me en in 2018 de J. Greshoff-prijs voor de essaybundel Genoeg nu over mij. Ze heeft ook enkele romans geschreven, is bekend van haar literatuurkritieken en columns in De Groene Amsterdammer (voor haar columns won ze in 2016 de J.L. Heldringprijs), en is de samensteller van De nieuwe feministische leeslijst (2019).

Afgelopen maand verscheen Oplossingen – Het leven, mijn handreiking: een nieuwe verzameling essays waarin Pruis – de titel zegt het al – probeert uit te vinden hoe om te gaan met wat je zo allemaal op je pad kunt vinden als je gewoon dat probeert te doen: leven. Spreken in het openbaar, opruimen volgens de methode van Marie Kondo, hindernissen in de sportschool (zowel letterlijke hindernissen in de vorm van trainingsapparaten als meer overdrachtelijke in de vorm van kritische trainers), de overvloed aan toeristen in Amsterdam: Pruis vertelt over haar eigen ervaringen, onderzoekt haar gedachten en inzichten daarover, maar doet dat op een zo herkenbare en boeiende manier, en in zo’n vloeiende stijl, dat je haar boek niet meer weg kunt leggen (een ervaring die ik normaal gesproken zelden heb tijdens het lezen van essays). Lees verder >>

Flamenco en Vlaanderen – nog een andere theorie (iets met een mes)

door Viorica Van der Roest

Een paar maanden geleden schreef ik over het woord flamenco zoals dat gebruikt wordt om de muziekcultuur van de gitanos in Andalusië te beschrijven, en wat dat nu precies met Vlaanderen te maken zou kunnen hebben. Ik concludeerde toen dat een mogelijke verklaring ligt in de kleurrijke stoffen die al sinds de twaalfde eeuw vanuit Vlaanderen in Spanje verhandeld werden: ‘Vlaams’ als synoniem voor kleurrijk. Maar er blijkt nog een andere theorie te zijn over de herkomst van dit woord. Het zou namelijk ook kunnen dat een bepaald type mes, het ‘cuchillo flamenco’, verantwoordelijk is voor de verbinding van het adjectief flamenco (=Vlaams) met de Andalusische muziek. Lees verder >>

Kopiisten aan de computer voeren

door Viorica Van der Roest

Kun je een computer leren om talige verschillen tussen kopiisten in Middelnederlandse handschriften te herkennen?

In het laatst verschenen nummer van Spiegel der Letteren (60, 3-4) staat een artikel van Mike Kestemont: Aan de taal kent men de hand. Talige kopiistherkenning en de scribenten van de Lancelotcompilatie. Kestemont, bekend vanwege zijn toepassingen van digital humanities-werkwijzen op de Middelnederlandse literatuur, richt zich in zijn onderzoek al jaren op de zogenaamde stylometrie: het proberen te bepalen van de auteur van een anoniem werk door de computer de stijl ervan te laten vergelijken met andere teksten, waarvoor wél een auteur bekend is. Dat is voor middeleeuwse literatuur nog niet zo eenvoudig, omdat we daarbij naast de auteur altijd te maken hebben met de kopiisten die het literaire werk tijdens de handschriftproductie hebben overgeschreven. Een standaardspelling bestond nog niet; een kopiist paste de spelling uit zijn voorbeeldtekst vaak naar eigen voorkeur of inzicht aan.

Wanneer we een computer een grote hoeveelheid tekst van Manon Uphoff zouden voeren, is de kans groot dat hij op den duur leert haar stijl te herkennen, maar wanneer je dat zelfde zou doen met bijvoorbeeld Maerlant, krijg je veel minder goede resultaten, omdat de computer dan ook de stijlkenmerken van alle verschillende kopiisten mee gaat nemen bij het vaststellen van een stijlprofiel. Dat is lastig wanneer het doel van het onderzoek auteursherkenning is, maar wat als je van de nood een deugd maakt en gaat kijken of de computer verschillen tussen kopiisten kan herkennen? Lees verder >>

Jaap Toorenaar, Hoe verzinnen ze het: over hoe je effectief een boodschap overbrengt

door Viorica Van der Roest

Reclame heeft invloed op onze taal. Er zijn van die zinnen of uitdrukkingen die af en toe in je hoofd opduiken: ‘Dan verkoop je toch gewoon de boot?’, ‘Foutje, bedankt’, ‘Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.’ En ben ik de enige die bij het inschenken van een beker melk weleens denkt: ‘melk, de witte motor’? (vooral als je energieniveau op dat moment wel een duwtje omhoog kan gebruiken). Ook hebben we in het woordenboek een paar lemma’s aan de reclame te danken: wc-eendgehalte, zwitserlevengevoel, vlaflip en frisdrank bijvoorbeeld. In het pas verschenen boek Hoe verzinnen ze het? Bedenkers van onvergetelijke reclames aan het woord van Jaap Toorenaar is deze invloed van reclame op onze taal één van de zaken die aan bod komen.

In zijn mooi geïllustreerde boek biedt Jaap Toorenaar een zeer uitgebreid overzicht van de Nederlandse reclames van de afgelopen vier à vijf decennia die nog steeds het herinneren waard zijn. Het merendeel daarvan betreft televisiereclames, maar er is ook aandacht voor advertentiecampagnes. Elk hoofdstuk bevat interviews met bedenkers van de reclames die in vrijwel ieders geheugen een plekje hebben gekregen: de Melkunie-koeien (‘ik heb nog zo gezegd: geen bommetje’), Even Apeldoorn bellen, en de supermarktmanager van Albert Heijn, om er een paar te noemen. Uit zijn korte inleidingen bij de interviews komt gaandeweg ook Toorenaars visie op reclame tevoorschijn: wat wel en wat niet werkt, hoe je effectief een boodschap kunt overbrengen. Lees verder >>

Huizer dialect revisited – 2

door Viorica Van der Roest

Zoals vorige week beloofd, hier het antwoord op de prangende vraag: waarom noemen ze in Huizen een Vlaamse gaai een marriekolf?

Lezer Daan Wesselink wees mij na de oorspronkelijke publicatie van mijn stukje over dieren- en plantennamen uit het Huizer dialect op de vorm meerkol, die tot in de twintigste eeuw gangbaar was voor ‘Vlaamse gaai’. Deze vorm gaat terug op markolf, dat al in de Middeleeuwen gebruikt werd. De 13e-eeuwse filosoof en theoloog Albertus Magnus wist te vertellen dat de vogel deze naam te danken had aan een literair personage, Marcolphus. Volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands van M. Philippa (e.a.) schreef Magnus dat de vernoeming plaatsvond omdat Marcolphus (net als een Vlaamse gaai) erg luidruchtig was en bovendien goed het geluid van vogels kon nabootsen.

Sommige andere etymologische woordenboeken verklaren de persoonsnaam Markolf als mark-wolf (‘grenswolf’), zonder echter duidelijk te maken waar deze theorie op gebaseerd is (of wat we ons bij een ‘grenswolf’ moeten voorstellen). Lees verder >>

Huizer dialect revisited – 1

Door Viorica Van der Roest

[Het eerste stukje dat ik ooit schreef voor Neder-L, ging over planten- en dierennamen in het dialect van Huizen (NH), het dorp waar mijn vader vandaan komt. Omdat ik op het moment ook met een onderzoekje naar een Huizer woord bezig ben (daarover over een paar weken meer), zocht ik op internet naar dat eerste stukje en ontdekte dat Google het kwijt gemaakt heeft! (het zit nog wel ergens diep in de archieven van Neerlandistiek, maar komt zelfs met de meest specifieke zoekopdrachten niet meer tevoorschijn in Google). Dus: tijd voor een (iets geactualiseerde) herpublicatie:]

Huizen zoe as ’t nooit meer wurdt. Deze melancholieke titel van een boekje uit 1981 over Huizen geeft aardig weer hoe veel oudere Huizers zich tegenwoordig over hun dorp voelen. Dat had altijd een geïsoleerde positie in het Gooi, maar sinds halverwege de twintigste eeuw is het dorp volgestroomd met ‘buitenlui’ en is de Huizer cultuur iets geworden dat beschermd moet worden om te kunnen blijven bestaan. Een belangrijk onderdeel van die cultuur is het Huizer dialect, dat in een aantal opzichten afwijkt van de andere dialecten in het Gooi, en meer verwant is met bijvoorbeeld het Urks of het Westfries. Lees verder >>

Het geduld van Griselda

Door Viorica Van der Roest 

De middeleeuwse heldin Griselda zou geen punten scoren bij hedendaagse feministen, maar in de periode van de vroege boekdrukkunst was ze mateloos populair. In het nieuwe nummer van het Journal of Dutch Literature (2019, 1; via open access in te zien) staat een artikel van Rita Schlusemann over de vorm waarin dit verhaal in de Nederlanden en Engeland in druk verscheen. Er blijken aanzienlijke verschillen tussen de Nederlandse en Engelse situatie te zijn; Schlusemann oppert dat deze misschien vooral te maken hebben met het feit dat de Nederlandse drukken anoniem waren, terwijl de verschillende Engelse drukken steeds een weergave zijn van het werk van een (bekende) auteur.

Waar ging dat verhaal van Griselda nu precies over? Griselda is een jonge vrouw van eenvoudige afkomst, maar ze trouwt desondanks met de markies van Saluce, die haar vervolgens schandalig behandelt. Hij laat haar geloven dat hij hun kinderen heeft vermoord en verstoot haar daarna van zijn hof. Volgzaam en met engelengeduld ondergaat Griselda dit alles. Haar beloning: aan het eind van het verhaal wordt ze herenigd met haar dood gewaande kinderen en met haar man. De moraal: een geduldige en volgzame vrouw wint altijd.

Het verhaal werd voor het eerst door Boccaccio opgeschreven, als het honderdste verhaal in zijn Decamerone (1349-1353). Lees verder >>

Het nut van letteren

Door Viorica Van der Roest

Heeft u zich weleens afgevraagd wat het nut is van een profvoetballer? Of een voetbalcommentator, for that matter? Een recruitment-marketeer? Een foodblogger? Waarschijnlijk niet. Maar waaróm eigenlijk niet? Weliswaar weten succesvolle beoefenaren van deze beroepen in onze tijd een groot publiek aan zich te binden, maar is er over vijftig jaar (laat staan honderd) nog iemand die wat zij hebben bijgedragen aan de maatschappij op grote waarde zal schatten? De voetballer heeft nog de beste kansen, maar dat heeft dan meer met een icoon-status te maken (denk: Johan Cruijff) dan met een tastbare erfenis waar de mensen van de toekomst daadwerkelijk iets aan gaan hebben – gesteld dat die tegen die tijd nog niet kopje onder zijn gegaan natuurlijk.

Deze constatering is des te bevreemdender wanneer je ziet hoe er binnen het publieke debat (in de hele westerse wereld) de laatste decennia wordt aangekeken tegen letterenstudies en de beroepen die men na het volgen van zo’n studie kan uitoefenen: het nut hiervan wordt aan alle kanten in twijfel getrokken. Sinds het einde van de bachelor Nederlands aan de Vrije Universiteit in Amsterdam werd aangekondigd, bevinden Neerlandici zich plotseling in het midden van deze discussie. Lees verder >>

100 jaar Nederlands aan de VU

In 2018 is het honderd jaar geleden dat de studie Nederlands aan de Vrije Universiteit van start ging, met het aantreden van Jacobus Wille als lector in de Nederlandse taal- en letterkunde op 18 oktober 1918. Dit willen wij graag vieren met oud-docenten, alumni en huidige docenten en studenten.

Op vrijdag 14 december 2018 bent u van harte welkom bij de jubileumviering. Twee emeritus-hoogleraren zullen een lezing geven, er zal een bijdrage zijn door de huidige medewerkers, en er is veel ruimte voor het ophalen van herinneringen bij de borrel.

Locatie: zaal 14A-33, Vrije Universiteit, Hoofdgebouw

Datum en tijd: 14 december 2018, 15.00-18.00 (inloop 14.30)

Het programma ziet er als volgt uit: Lees verder >>

Flamenco, flamingo’s en Vlaanderen

Door Viorica Van der Roest

Een raadsel: wat is het verband tussen Andalusische muziek, Vlaanderen en knalroze vogels? Al sinds ik jaren geleden begon met het volgen van flamencodanslessen heb ik me dat afgevraagd. De mysterieuze link tussen de Andalusische flamencomuziek en Vlaanderen (een Vlaming heet een ‘Flamenco’ in het Spaans) is het eigenlijke probleem, maar die roze vogels duiken ook iedere keer op, of je ze nu serieus wilt nemen of niet. Ten eerste gebeurt het regelmatig dat iemand tegen je zegt: “O ja, want jij doet natuurlijk flamingo,” of “Waar volg je die flamingolessen eigenlijk?” Ten tweede is er ooit een serieuze theorie geweest dat de flamencomuziek zijn naam dankt aan de overeenkomsten tuseen mannelijke flamencodansers en flamingo’s. Die overeenkomsten zijn er natuurlijk helemaal niet, dus die theorie is alweer een jaar of honderd geleden het raam uit gegaan.

Maar hoe komt het dan wel dat het adjectief flamenco gebruikt wordt voor de muziek van de gitanos (zigeuners) uit Andalusië? De flamingo blijkt wel degelijk een aanwijzing te bieden, maar niet zoals meestal gedacht wordt, en er blijkt ook nog een andere vogel in het spel. Lees verder >>

Wederwaardigheden bij het editeren: een griezelige urban legend

Door Viorica Van der Roest

Het is alweer een tijdje geleden dat er een aflevering in deze serie is verschenen, maar ter geruststelling, voor degenen die op de hoogte zijn van de duistere urban legend over de Parthonopeus: geen zorgen, ik verkeer nog in goede gezondheid. Voor alle andere lezers zal ik uitleggen wat die urban legend inhoudt: Parthonopeus-editeurs vinden vaak nogal wat obstakels op hun pad, waardoor hun editie er uiteindelijk meestal niet komt. Zeer regelmatig gaat het zelfs om het ultieme obstakel: de dood (denk er zelf even de aanzwellende griezelmuziek bij). Dat geldt voor de Oudfranse Partonopeus de Blois én de Middelnederlandse Parthonopeus van Bloys. Nu klinkt het nogal ongeloofwaardig als ik het zo zeg, maar ik zal de feiten eens opsommen.

Net als de meeste teksten uit de Middeleeuwen was de Oudfranse Partonopeus de Blois aan het begin van de negentiende eeuw weggezakt in vergetelheid. Maar toen ontstond er onder geleerden een ernorme belangstelling voor middeleeuwse teksten; ze werden opgediept, opgepoetst en in ere hersteld. Het meest succesvol gebeurde dat in Frankrijk natuurlijk met de romans van Chrétien de Troyes. Voor de Partonopeus de Blois begon het ook veelbelovend: al in 1834 verscheen er een volledige editie van één handschrift van de roman. Maar toen!  Lees verder >>

Ruimteboter

Door Viorica Van der Roest

Vroeger karnde men boter in een houten ton, maar tegenwoordig wordt het gemaakt in fabrieken. Met als resultaat een enorme hoeveelheid verschillende pakjes roomboter in de schappen van de supermarkt. In 2010 probeerde de Keuringsdienst van Waarde uit te vinden wat nou het verschil is tussen al die soorten, en natuurlijk vooral: hoe roomboter in die fabrieken precies wordt gemaakt. Daar deden sommige fabrikanten toen heel geheimzinnig over.

Maar nu heeft er één het geheim verklapt. En het blijkt allemaal nog veel grootser te zijn dan we konden vermoeden: boter wordt tegenwoordig gemaakt in de ruimte! Lees maar:

KARNEN

Roomboter wordt gemaakt van gekarnde room. Bij het karnen worden de vetbolletjes uit de melkweg geslagen. Deze vetbolletjes klonteren samen tot roomboter.

Deze tekst (zie ook de foto bij dit stukje) las ik op een pakje boter van een (overigens heel sympathiek) biologisch huismerk dat je vooral bij de kleinere supermarkten aantreft. Lees verder >>

Het begrijpen van de vorm. Interview met Jos Biemans, deel 3

door Viorica Van der Roest

Gisteren vond aan de UvA het afscheidscollege plaats van Jos Biemans, sinds 2004 bijzonder hoogleraar in de Wetenschap van het handschrift in relatie tot de beschavingsgeschiedenis, in het bijzonder van de Middeleeuwen (500-1500). Ter gelegenheid daarvan op Neerlandistiek.nl een interview met hem, in drie delen.

Gisteren verschenen deel 1 en deel 2 van dit interview.

Dus nu ga je met pensioen. Wat zijn je plannen voor de komende tijd?

Vroeger had ik een lijstje met plannen tot áán mijn pensioen, eentje met plannen voor na mijn pensioen, en ik had een lijstje van dingen die ik na mijn dood wilde gaan doen. Die laatste reeks plannen, die heb ik nu aan anderen doorgegeven, en de plannen voor na mijn pensioen ga ik met anderen samen uitvoeren, om dat lijstje toch zo veel mogelijk af te maken. Want het wordt ook tijd om wat meer in gezinsverband te gaan doen. Mijn vrouw en ik willen al jaren een keer een deel van Italië gaan bekijken waar we nog nooit geweest zijn, en dat is nu al vier jaar uitgesteld, omdat er vanwege het werk geen ruimte voor was.

Er zijn ook nog dingen die ik moet afmaken, dingen die ik heb beloofd. Lees verder >>

Ambassadeur van het vak. Interview met Jos Biemans, deel 2

door Viorica Van der Roest

Vandaag vindt aan de UvA het afscheidscollege plaats van Jos Biemans, sinds 2004 bijzonder hoogleraar in de Wetenschap van het handschrift in relatie tot de beschavingsgeschiedenis, in het bijzonder van de Middeleeuwen (500-1500). Ter gelegenheid daarvan op Neerlandistiek.nl een interview met hem, in drie delen.

Vanochtend verscheen deel 1 van het interview.

We hadden het al even over het belang van de combinatie tussen Neerlandistiek en handschriftenkunde. Heb je het idee dat meer Neerlandici dat inmiddels begrijpen?

Nee, niet echt. De Neerlandistiek heeft het natuurlijk ook moeilijk nu, en dat is heel jammer. Het is voor de beoefening van de middeleeuwse letterkunde een lastige tijd, nog lastiger dan voor de moderne letterkunde. Ik vind dat universiteiten weer de expertisecentra moeten worden die ze ooit waren. Al die mensen die opgeleid worden en vervolgens niets meer doen met hun vak, worden naar de universiteit gelokt omdat de bestuurders de inkomsten nodig hebben. En dan hebben ze ook nog de studieduur verkort. Lees verder >>

Het handschrift als tijdmachine.

Een interview met Jos Biemans, deel 1

Door Viorica Van der Roest

Vandaag vindt aan de UvA het afscheidscollege plaats van Jos Biemans, sinds 2004 bijzonder hoogleraar in de Wetenschap van het handschrift in relatie tot de beschavingsgeschiedenis, in het bijzonder van de Middeleeuwen (500-1500). Ter gelegenheid daarvan op Neerlandistiek.nl een interview met hem, in drie delen.

Je bent zowel Neerlandicus als boekwetenschapper, maar het begon met de studie Nederlands. Waarom heb je daar indertijd voor gekozen? En hoe is de boekwetenschap er vervolgens bij gekomen?

Ik wilde theaterwetenschappen gaan studeren, en daar had je in die tijd in Utrecht een letterkunde-propedeuse voor nodig. Daarom schreef ik me in voor de studie Nederlands. Ik had al een rijke toneelervaring; ik had geschreven, geregisseerd, gespeeld. Ik ben dat jaar ook wel bij theaterwetenschappen gaan kijken, maar het maakte op mij de indruk van een beetje met een camera heen en weer bewegen. Dus dat was een teleurstelling. En intussen had ik al wel kennis gemaakt met een zeer gedegen opleiding Neerlandistiek, met docenten als Wim Gerritsen, Fons van Buren, Hans van Dijk en Orlanda Lie. Dus dat ben ik toen gaan doen. Ik had al snel in de gaten dat Middeleeuwen mijn ding was.

Wim Gerritsen had veel belangstelling voor het boekaspect. Lees verder >>

Wederwaardigheden bij het editeren: al lang geleden verbrand

                                                                                                              door Viorica Van der Roest

Vorige keer in deze serie vertelde ik over het fragment dat van Bonn Bad Godesberg naar Berlijn verhuisde. Daar, in Berlijn, heb ik het inmiddels ook gezien. Met het andere fragment dat kwijt was, is het helaas minder goed afgelopen. Het gaat om twee bladen uit het handschrift waar ook fragmenten van bewaard worden in Groningen en in Jena (H83D bij Kienhorst). In 1922 gaf Karl Menne dit fragment uit nadat hij het in de bibliotheek van het Priesterseminarie in Keulen (tegenwoordig Erzbisschöfliche Diözesan- und Dombibliothek) bestudeerd had. Alle onderzoekers die er de afgelopen decennia naar informeerden, kregen te horen dat een dergelijk fragment niet bekend was in de EDDB.

Dat was natuurlijk al geen goed teken. In een poging tot academische ontkenning stelde ik het lang uit om naar het fragment te vragen, maar uiteindelijk stuurde ik toch maar een mail. Lees verder >>

Wederwaardigheden bij het editeren: vertrokken zonder verhuisbericht

                                                                                                            door Viorica Van der Roest

Wanneer je een editie gaat maken van een fragmentarisch overgeleverde roman, wil je liever niet horen dat er fragmenten kwijt zijn. En als je het dan hoort, dan hoop je natuurlijk dat ze teruggevonden kunnen worden. Toen ik in kaart ging brengen waar de fragmenten van de Parthonopeus van Bloys allemaal bewaard werden, bleken de meeste gelukkig nog te liggen op de plaats waar je dat mocht verwachten. Maar twee waren er hartstikke kwijt.

Het eerste: drie stroken die in de jaren tachtig in privébezit waren in Bonn Bad Godesberg (H86B bij Kienhorst). De bibliothecaris Franz Buchholz had ze tijdens zijn werk in een bibliotheek in Keulen gevonden en, zo ging dat vroeger nog, mee naar huis genomen. Rond 1985 kreeg de filoloog Helmut Tervooren bericht van de weduwe van Buchholz: ze had wat Middelnederlandse fragmenten in huis, en vroeg zich af of hij daar eens naar wilde kijken. Tervooren toog naar Bonn Bad Godesberg, beschreef de fragmenten nauwkeurig en maakte er een editie van, die in de Rheinische Viertelsjahrsblätter 49 (p. 92-116) verscheen. Het waren drie stroken van een 15e-eeuws Ripuarisch handschrift met de Parthonopeus waarvan al één ander fragment bekend was, in het Historisch Archief te Keulen.  Lees verder >>

Viorica Van der Roest: De tuin van de Neerlandistiek

door Viorica Van der Roest

Wat mensen, prieelvogels en mieren onderscheidt van andere levende wezens, is dat ze hun omgeving graag willen organiseren. In cultuur brengen, zoals dat zo mooi heet. Ik weet niet welke jubilea de prieelvogels en mieren vandaag te vieren hebben, maar de mensen vieren dat Neder-L/Neerlandistiek.nl vandaag 25 jaar bestaat, dus ik wil mijn betoog vanaf hier verder tot de mensen beperken. Die ordening van de wereld om ons heen is ooit begonnen met netjes iedereen zijn eigen vuurplaats, en heeft inmiddels geleid tot zo diverse zaken als het Europees Parlement, Google en een aparte hoek met barbecues in het tuincentrum. Hetgeen we ordenen heeft vast wel een hogere orde, maar die zien we dan vaak weer niet, zodat we een arbitrair gebied afbakenen en met z’n allen afspreken hoe dat hoort te functioneren (de Tweede Kamer, de Volkskrant, een supermarkt). Werkt meestal prima.

Eén van die afgebakende gebieden hebben we Neerlandistiek genoemd. Laten we ons die voor het gemak even voorstellen als een tuin: achterin de kas (taalkunde), links naast de ingang de rozentuin (letterkunde) en rechts de moestuin (taalbeheersing). Deze tuin is in de 19e en het begin van de 20e eeuw aangelegd, en het was er lange tijd heel prettig toeven. De laatste decennia echter gebeurt er nogal wat in en rond de tuin. De vraag die vandaag centraal staat is: heeft deze tuin nog toekomst?Een actuele vraag, want er is onlangs een nieuwe diersoort bijgekomen: de manager Lees verder >>

Wederwaardigheden bij het editeren: een in stukken gesneden meesterwerk

                                                                                                                 Door Viorica Van der Roest

De Parthonopeus van Bloys is fragmentarisch overgeleverd. Dat betekent dat we geen volledige handschriften van de roman hebben, maar alleen maar losse stukken, die her en der in oude boekbanden zijn opgedoken. Dat is natuurlijk jammer, maar we hebben het ermee te doen. En gelukkig zijn het niet maar snippertjes; het gaat zelfs vaker om bladen dan om strookjes. Het zijn er ook niet weinig: 10 stroken en maar liefst 58 bladen, afkomstig uit zes verschillende handschriften. Vandaag in deze serie een korte geschiedenis van hoe die fragmenten vanaf de 19e eeuw weer terug zijn gekomen uit de vergetelheid.

In de 16e en 17e eeuw was het verhaal van Parthonopeus en Melior in onze streken alleen nog bekend in een volksboek, dat niet terug gaat op de Middelnederlandse roman, maar op een Spaans volksboek. Wat er met de middeleeuwse Parthonopeushandschriften gebeurd was, is niet minder dan een horrorfilm voor liefhebbers van boeken: in stukken gesneden werden ze, en dan gebruikt als verstevigingsmateriaal voor nieuwe boeken. Dat gebeurde natuurlijk niet alleen met Parthonopeushandschriften, maar met alle middeleeuwse handschriften die om wat voor reden dan ook niet meer gebruikt werden. Lees verder >>

Wederwaardigheden bij het editeren: literatuur tussen het puin

                                                                                                       door Viorica Van der Roest

Het was op 3 maart 2009 overal in het nieuws: de instorting van het Historisch Archief in de Severinstrasse in Keulen. Terwijl ik die avond naar het Journaal keek, kwam daar natuurlijk ook de grote hoeveelheid historische bronnen ter sprake die door de aarde was opgeslokt. Wat erg, dacht ik, al die oude handschriften en oorkonden. En toen kwam, met een schok, een andere gedachte: Parthonopeus! Tegenwoordig weet ik alle bewaarplaatsen van de handschriftfragmenten van de Parthonopeus van Bloys uit mijn hoofd, maar zo ver was ik in 2009 nog niet. Ik wist alleen dat er een aantal fragmenten op verschillende plaatsen in Keulen lagen. Ik ben nog nooit zo snel op het repertorium van Kienhorst afgestoven als die keer. Een snelle bladersessie leerde me dat er, helaas, inderdaad twee fragmenten in het Historisch Archief hadden gelegen, afkomstig uit twee verschillende handschriften. Die lagen dus nu tussen het puin. Zouden ze nog gered kunnen worden? Lees verder >>

Wederwaardigheden bij het editeren – inleiding

door Viorica Van der Roest

Wat kan er zo interessant zijn, vraagt u zich misschien af, dat iemand drie jaar geen tijd heeft om stukjes te schrijven voor Neerlandistiek.nl? Zulke dingen zijn natuurlijk uitermate zeldzaam, maar ik had een goed excuus: mijn proefschrift over de Middelnederlandse roman Parthonopeus van Bloys. Soms moet je je even, als het ware, begraven in de periode die je bestudeert. Ik was zo geïntegreerd geraakt in mijn nieuwe leefomgeving, de 13e eeuw, dat het bloggen me volledig vreemd werd. Het proefschrift is nog niet af, maar mijn ontdekkingen tijdens het onderzoek zijn soms echt te leuk om niet alvast te delen met mijn mede-21e-eeuwers. Dus de komende tijd kunt u hier mijn reisverslagen vanuit de Middeleeuwen lezen, vooral met betrekking tot de belangrijkste en grootste klus waar ik mee bezig ben: het editeren van alle fragmenten die er van de Parthonopeus zijn overgeleverd, uit maar liefst zes verschillende handschriften.

Eerst maar even een kleine inleiding, voor degenen die bij de woorden ‘Parthonopeus’ en ‘Bloys’ niet meteen beeld hebben – de meeste mensen dus (meen ik in ieder geval af te lezen aan de wazige blikken die ik ontmoet als ik mensen vertel waarover mijn onderzoek gaat). Een 13e- of 14e-eeuwer zou het wel meteen geweten hebben. Lees verder >>

Pas verschenen: S. Smith, Miraudijs, Walewein en ‘ic’. Twee opstellen over ‘Die Riddere metter Mouwen’.

Vlaanderen kent in de dertiende en de eerste helft van de veertiende eeuw een bloeitijd van Arturromans in de volkstaal. In episodische verhalen, te onderscheiden van lijvige pseudo-historische romans, geniet de dappere en hoofse ridder Walewein, de neef van koning Artur, een geweldige reputatie. Vreemd, en vragend om een verklaring, is dat Walewein slechts een kleine en ook nog eens ontluisterende rol speelt in Die Riddere metter Mouwen, een roman die als invoeging in de beroemde Lancelotcompilatie bewaard is gebleven. In een lang artikel bespreekt de auteur van Miraudijs, Walewein en ‘ic’, wat de reden van Waleweins degradatie geweest kan zijn. Hierbij ook aandacht voor de Roman van Walewein, een meesterlijke tekst geschreven door twee dichters, Penninc en Pieter Vostaert. Lees verder >>

Pas verschenen: Simon Smith, ‘Der minnen cracht’. Opstellen over liefde in de Arturroman ‘Die Riddere metter Mouwen’

Van de dProefschrift Simonertiende-eeuwse Vlaamse Arturroman Die Riddere metter Mouwen resteert slechts een fragment van een afschrift uit de veertiende eeuw. In de Lance­lot­compilatie, een omstreeks 1325 in Brabant samen­gestel­de cyclus van Arturverhalen, is evenwel een (bekorte) versie van dit boeiende liefdesverhaal bewaard gebleven. Al direct aan het begin maakt de dichter duidelijk, dat de ridderweg van zijn held in het teken zal staan van ware minne. Weldra krijgt dit thema een speciale, inter­teks­tuele lading, want waar de protagonist in eerste instantie een koers volgt die herinnert aan de weg van Perceval in Le Conte du Graal (de laatste Arturroman van Chrétien de Troyes), kiest hij uiteindelijk vastberaden voor een bestemming van ridder­schap, liefde en heerschappij in de wereld van het hof. Toehoorders konden uit voordracht van het verhaal lering trekken (utilitas), maar de roman is vooral gericht op vermaak (delectatio), zoals tal van humoristische passages attesteren. Verwij­zingen naar alle vijf romans van Chrétien de Troyes tonen aan, dat Die Riddere metter Mouwen primair bedoeld zal zijn geweest voor een publiek van connais­seurs, bekend met niet alleen Dietse maar ook Franse literatuur. Dat we deze recipiënten allereerst moeten zoeken binnen de adel, wordt aannemelijk gemaakt door het aristocratische ethos van de Middelnederlandse roman, en door het ontbreken van indicaties die wijzen op een stedelijk milieu.

Met oog voor aspecten van intertekstualiteit, bespreekt Simon Smith in zijn proefschrift in een zevental opstellen het thema, de humor en de ‘poetics of surprise’ van Die Riddere metter Mouwen. Deze al eens in artikelvorm verschenen studies zijn omlijst met een in- en een uitleiding. Het boek wordt gecompleteerd door een Summary, een index van verzen en een register.