Auteur: Robert Chamalaun

Robert Chamalaun geeft Nederlands op een middelbare school en is promovendus Taalwetenschap aan de Radboud Universiteit.

Maathouden versus orde houden

Door Robert Chamalaun

Een van mijn favoriete momenten tijdens de spellingles is altijd het moment waarop iets ogenschijnlijk eenvoudigs plots heel wat ingewikkelder blijkt te zijn. Het vormt meestal een mooi aanknopingspunt om met leerlingen dieper in te gaan op de taal zelf. Spellingregels lijken soms totaal niet logisch en dan is het des te interessanter om te beredeneren waarom een woord op een bepaalde manier gespeld moet worden.

Zo waren mijn leerlingen in vwo 5 afgelopen week bezig met een opdracht ‘aaneenschrijven’. Ze kregen verschillende combinaties van woorden voorgelegd en de opdracht was om de woordcombinaties goed te spellen. Combinaties als een + eerste + klas + coupé of school + examen + onderdeel zorgden nauwelijks voor problemen, maar toen kwamen er twee combinaties die voor de nodige verwarring zorgden.

Lees verder >>

Een hartenkreet: stop de karikaturen!

Door Robert Chamalaun

Sinds de beslissing viel om de bacheloropleiding Nederlands aan de VU te sluiten, is een schier oneindige stroom aan artikelen op gang gekomen: op internet, in (online) vakbladen, maar ook in opiniekaternen van (landelijke) dagbladen. De strekking is veelal hetzelfde: het is een schande dat er minder mogelijkheden zijn om op universitair niveau Nederlands te studeren, een studie Nederlands is zo ontzettend boeiend, wat is er aan de hand dat aankomende studenten niet langer voor een studie Nederlands kiezen, en zo verder. Het ene artikel nog snediger en feller dan het andere.

Vrijwel al deze artikelen hebben nog iets met elkaar gemeen: het voortdurend wijzen naar het vak Nederlands op de middelbare school. Academici, schrijvers en publicisten schromen niet om steeds te fulmineren tegen de vermeende saaiheid van het vak. Het schoolvak zou saai zijn, enkel dienstbaar aan andere vakken, alleen gericht op die vermaledijde signaalwoorden en trucjes. Literatuur zou bovendien verbannen zijn naar de periferie. Af en toe wordt verwezen naar een enkele idealistisch gedreven docent, een paradijsvogel, die als een soort verdwaalde hobbyist probeert de liefde voor de taal bij leerlingen aan te wakkeren. Lees verder >>

Kwispelend en dravend door een bos

Door Robert Chamalaun

Tijdens een lesje spelling kwamen mijn leerlingen en ik onlangs een zin tegen waarin een hond al kwispelend en dravend door een bos ging. In de betreffende zin moest van het werkwoord draven de persoonsvorm verleden tijd correct gespeld worden. De correcte vorm is draafde en het werkwoord gedraagt zich dan ook als een compleet regelmatig werkwoord (dravendraafdegedraafd). Verschillende leerlingen hadden echter beredeneerd dat de verleden tijd droef moest zijn, in analogie met graven. Een volstrekt legitieme redenering, leek mij.

Van oudsher kent het Nederlands verschillende typen werkwoordvervoegingen: het sterke (onregelmatige) type en het zwakke (regelmatige) type. Daarnaast zijn er werkwoorden die niet van oorsprong sterk zijn, maar wel een onregelmatige vervoeging hebben (half-onregelmatige werkwoorden) (ANS). Denk bijvoorbeeld aan werkwoorden als bakken (bakbaktegebakken) of vragen (vragenvroeggevraagd). In dit laatste voorbeeld verandert de <a> ook in de digraaf <oe>. Met andere woorden, het is helemaal niet zo vreemd dat leerlingen dachten aan droef [x] als verleden tijd van draven. Lees verder >>

X hebben aan Y

Door Robert Chamalaun

Vorige week was ik met een groep leerlingen op kamp in de Ardennen. Het mooie van dit soort kampen is ook dat leerlingen zich vrijer voelen in hun taalgebruik dan in een klassensituatie. Zo hoorde ik tijdens een van de vele wandelingen verschillende leerlingen verzuchten dat ze haat hadden aan het bos, de bergen, het eten en wat al niet meer.

Het was vooral de formulering haat hebben aan die mijn interesse trok. Nu is deze formulering op zichzelf niet nieuw. Eerder stelde de Taalprof al vast dat de constructie haat hebben aan al eeuwen zo’n beetje onder de oppervlakte  van het Nederlands bestaat. Gerenommeerde schrijvers als Victor van Vriesland en Marcellus Emants maakten gebruik van de constructie en zelfs in de middeleeuwen sprak men van haat hebben, zonder aan weliswaar. Lees verder >>

Juweeltjes uit de boekenkast

Door Robert Chamalaun

Een groot voordeel van verhuizen is dat het de ideale gelegenheid is eens kritisch door je eigen boekenkast te gaan. Aangezien ik onlangs verhuisd ben, werd ook ik gedwongen eens goed te kijken naar hetgeen ik in mijn boekenkasten had staan. Tijdens het inpakken stuitte ik op enkele juweeltjes, met helaas wel als gevolg dat ik aan het einde van de dag slechts enkele dozen ingepakt had.

Een van die boekjes is een taalboek met de welluidende titel ‘Door voortdurende herhaling tot kennis – Taalboek, bijzonder voor hen, die vreemde talen willen leeren’. In dit boek richt de auteur, C. Willems, een ‘Hoofd eener R.K. Jongensschool’, zich op ontleding en naamvallen.

Het exemplaar in mijn boekenkast is uitgegeven door A. Malcorps, uitgever te ’s-Hertogenbosch, helaas zonder vermelding van een jaartal. Lees verder >>

Examineren van spreken: het is te doen!

Door Robert Chamalaun

Als opmaat voor het komende eindexamen laat Marc van Oostendorp vrijwel dagelijks zijn licht schijnen op het examen en vooral op de vraag of we niet beter aandacht zouden kunnen besteden aan het gesprek als ultieme vorm van taalvaardigheid. Ik onderschrijf zijn conclusie dat het gesprek een zeer belangrijke, zo niet de belangrijkste, vaardigheid is. Dat er allerlei haken en ogen zitten aan toetsing is geen argument om gespreksvaardigheid in de moedertaal als ondergeschoven kind te behandelen. Enkele jaren geleden heb ik een opdracht bedacht die tegemoetkomt aan de bezwaren die nu eenmaal kleven aan het toetsen van gespreksvaardigheid. In dit artikel bespreek ik die opdracht. Hopelijk inspireer ik zo collega’s om meer aandacht aan spreekvaardigheid in de moedertaal te besteden.

In de eindtermen is het glashelder verwoord: leerlingen moeten op niveau 3F (havo 5) in staat zijn op effectieve wijze deel te nemen aan gesprekken over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard. Niveau 4F (vwo 6) gaat uiteraard nog verder: leerlingen moeten in alle soorten gesprekken de taal nauwkeurig en doeltreffend kunnen gebruiken voor een breed scala van onderwerpen uit (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard. Deze hoofddoelen zijn uiteraard abstract geformuleerd en het zijn vooral de subdoelen die verwerkt moeten worden in een of meerdere opdrachten. Lees verder >>

Opzoek de mist ingaan

Door Robert Chamalaun

Soms kom je in schrijfproducten van leerlingen constructies tegen die op het eerste gezicht niet zo verwonderen, behalve dan dat ze ieder jaar weer terugkeren. Bij nadere beschouwing blijken ze echter onverwacht heel interessant. Zo moesten mijn leerlingen vorige week een sollicitatiebrief schrijven en menig leerling bleek opzoek naar een interessante baan. Zonder spatie dus. Nu is spatiefetisjisme niet direct aan mij besteed, maar de formulering prikkelde me wel.

Een zoektocht op Google liet zien dat niet alleen pubers zich ‘schuldig’ maken aan de verwarring tussen op zoek en opzoek. Lees verder >>

De troonrede en de glazen bol

Door Robert Chamalaun

Wie op 20 september heeft geluisterd naar de troonrede die koning Willem-Alexander uitsprak, kon niet om de positieve toon heen. Los van de inhoudelijke vraag of die positiviteit terecht is, komt in de formulering en woordkeus overduidelijk het optimisme van het kabinet naar voren. In deze troonrede, die ruim tweeduizend woorden telt, zijn nogal wat woorden verwerkt die het positieve dan wel negatieve oordeel van het kabinet op een stilistische manier extra kracht bijzetten. Dit verschijnsel wordt in de linguïstische literatuur ook wel taalintensivering genoemd.

Taalintensivering kan op verschillende manieren in een tekst tot stand komen. Een schrijver kan (1) gebruikmaken van bijvoeglijke naamwoorden, al dan niet met een positieve (fantastische) of negatieve (verschrikkelijke) connotatie, (2) bijwoorden (zeer, veel), (3) voorvoegsels (supermooi), (4) zelfstandige naamwoorden, (5) werkwoorden, (6) stijlfiguren en zelfs (7) typografische elementen. In de troonrede van dit jaar trof ik behoorlijk wat bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden aan. Uiteraard zal het weinigen verbazen dat de laatste vijf manieren niet of minder gebruikt worden in de troonrede. Lees verder >>

Pure laksigheid

Door Robert Chamalaun

Van de vele neologismen die dagelijks onze taal verrijken, zijn er enkele die mij om een of andere reden extra aan het denken zetten. Zo hoorde ik onlangs iemand zich verontschuldigen voor iets wat hij nagelaten had uit ‘pure laksigheid’. Het is helemaal niet raar dat in gesproken taal een variant voorkomt (laksigheid) die strikt genomen niet volgens de regels is (correct is natuurlijk laksheid). Alhoewel ik het woord in geschreven taal nog niet vaak heb gesignaleerd, is er toch iets bijzonders met laksigheid als je erover nadenkt.

Om te begrijpen wat er dan wel zo bijzonder is aan dit specifieke woord moeten we starten met de constatering dat we in het Nederlands nieuwe woorden kunnen vormen, doordat we relaties kunnen leggen tussen gelede woorden en hun minder gelede basiswoorden, en tussen de gelede woorden onderling. De systematiek zorgt ervoor dat we oneindig veel mogelijkheden hebben nieuwe woorden te maken. We kunnen bijvoorbeeld op die manier woorden maken als zeemeerminnenzwemles (neologisme gesignaleerd op nos.nl).

Lees verder >>