Auteur: Redactie Neerlandistiek

De metaforen van de natuur

Théodore Géricault, Het vlot van de Medusa

Door Marita Mathijsen

De natuur was niet mild in de negentiende eeuw. Als het regende kwam er geen motregen, maar stortregen. De rivieren overstroomden, dijken braken door. Duizenden mensen verloren bij overstromingen het leven. Als het vroor, vroor het hard. Er was dan geen scheepvaart meer mogelijk, en Amsterdam kreeg het drinkwater uit de Lek niet meer aangevoerd. Bij storm stortten huizen in en vergingen schepen. De natuur was slechts voor een deel getemd, zij was onberekenbaar en kon toeslaan als een moordenaar.

Lees verder >>

Ceci n’est pas un vase

Wonen in gedichten (22)

Door Judit Gera
Categorie: poëticaal
Moeilijkheidsgraad gedicht: gevorderden

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros (buiten het taalgebied). Vandaag: een gedicht van Pieter Boskma (1956).

Lees verder >>

knoeien / morsen

Verwarwoordenboek Vervolg (199)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

knoeien / morsen     

De woorden worden door elkaar gebruikt, maar ze fungeren wel in verschillende betekenisvelden.

Lees verder >>

De lessen van mijn docenten vergeet ik niet

Door Jacques Klöters

Ik moest vanmorgen denken aan mijn studietijd en wat ik daarin geleerd heb waar ik mijn hele leven wat aan gehad heb. Ik studeerde Nederlandse taal en letteren en ik was minder in grammatica en taalkunde geïnteresseerd dan in literatuur. De studie was buitengewoon populair op dat moment. Als je niet wist wat je wilde worden ging je rechten, politieke en sociale wetenschappen (psf) of Nederlands studeren. Veel mede-studenten waren schrijvers in de dop en gebruikten de studie om de lucht van de literatuur in te kunnen ademen, gelijk gerichte zielen te treffen en om veel te kunnen lezen. Ik zie in gedachten Gerrit Komrij rondlopen op ons instituut, Adriaan Van Dis, Charlotte Mutsaers, de latere recensent Carel Peeters in zijn blazer met het verzameld werk van Ter Braak onder zijn arm. Er waren aankomende liedjesschrijvers als Ivo de Wijs, Jan Boerstoel en Hans Dorrestijn en dichters als Ad Zuiderent en Tom van Deel .

Lees verder >>

Liefde: de Beatrijs

De KB staat in het teken van Liefde en vriendschap. Ed van der Vlist, Conservator middeleeuwse handschriften, bespreekt speciaal voor dit thema drie iconische werken uit de collectie van de KB. Dit is de tweede video uit het drieluik en gaat over de Beatrijs.

Eén van de mooiste Nederlandse boeken uit de veertiende eeuw is van Brabantse oorsprong. Het begint met een tekst van Jan van Boendale en eindigt met een dichtwerk van Jacob van Maerlant. Daartussenin schuilt een kort Mariamirakel op rijm. Dat gaat over de non Beatrijs, die haar klooster verlaat om met haar jeugdliefde te kunnen zijn. Naar die tekst, dat in geen enkel ander handschrift voorkomt, heet dit boek ‘de Beatrijs’.

Op de website van de KB is nog veel meer te lezen over de Beatrijs en kun je het digitaal doorbladeren.

Hugo Claus, De moeder

In het gedenkwaardige jaar 1968 zat ik in het voorlaatste jaar van de middelbare school, een jaar dat toen nog de poësis mocht heten en waarin ons – zo komt het me nu voor in mijn herinnering die ongetwijfeld alles mooier maakt – de literatuur werd geopenbaard.. Ik herinner me hoe ik na een les waarin we een eindeloos lijkend en voor ons wat hoog gegrepen gedicht van (uitgerekend!) Hadewijch probeerden te begrijpen, mijn hand opstak en de leraar vroeg wanneer we nu eindelijk moderne poëzie zouden lezen, die van Claus bijvoorbeeld.

Lees verder >>

“Oneerbiedig gezegd” en het indirecte voorwerp van dit excuus voor Derde Kerstdag

Door Siemon Reker

Eerder deze week gaf Marco Verhoef ons in het Journaal de weersverwachting voor de komende dagen. Dit jaar vielen 25 en 26 december op vrijdag en zaterdag en aansluitend volgt daar dus een zondag op, “Derde Kerstdag, een beetje oneerbiedig gezegd” zei Marco. Wat is daar oneerbiedig aan?

In de Tweede Kamer valt het woord oneerbiedig vaker dan gedacht. In de huidige zittingsperiode is Helma Lodders (VVD) de eerste in de rij en wel met een kleine aanvulling, voorzitter, op het vorige interruptiedebatje: “zieke koeien mogen niet naar de slacht. Koeien die een mankement hebben — even oneerbiedig uitgedrukt — mogen niet eens vervoerd worden, dus die kunnen niet naar de slacht.” Wat is er oneerbiedig aan koeien met een mankement?

Lees verder >>

Suzanne Voets leest Nicolaas Beets

Het verblijf (dag 87)

Suzanne Voets is eerstejaars student Nederlandse taal en cultuur in Nijmegen. Ze won de profielwerkstukprijs Nederlands 2020 met een eigentijdse versie van de Camera Obscura van Nicolaas Beets (1814-1903).

Presentatie, format, productie, vogels en muziek: Michiel van de Weerthof. De ganzen zijn opgenomen door Klankbeeld bij het Haarsteegse Wiel.

Het verblijf wordt mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Taalunie.

In ongemak zijn we echt

door Helen Gerretsen

Wat is de inspiratie van goede kunst, goede literatuur en van de roman De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld in het bijzonder? De grote waarde van alle goede kunst, muziek, theater en ook literatuur, is dat deze onze werkelijkheidsbeleving verdiept. Bij het lezen van zulke literatuur gaan we meer voor mogelijk houden dan zonder dit lezen. We worden meer mens. Dit gaat niet zomaar. Om dit kostbaars te realiseren is natuurlijk eerst nodig dat de kunstenaar, in dit geval de schrijver, in staat is verdieping te bieden. Dat wil zeggen: de schrijver moet in staat zijn tot voldoende distantie tot de waan van de dag, meer dan gemiddeld levenskennis hebben opgedaan en hieraan ook woorden kunnen verlenen. Dit selecteert al velen uit. Maar genoeg voorwaarde is dat nog niet. De schrijver moet dit ook op zo’n manier kunnen doen, dat zij/hij de lezer ertoe beweegt het natuurlijke verzet tegen de verruiming op te geven en de geboden werkelijkheid te willen omarmen. De verdieping is meestal geen prettig inzicht, het betreft vaak juist dat wat we verdringen. Het vraagt dus kwaliteit om ons tot acceptatie te krijgen. Deze kwaliteit is tamelijk schaars. Goede literatuur zijn de pareltjes uit de zee.

Lees verder >>

Spiegelei of omelet

Door Freek Van de Velde en Dirk Pijpops

Wie het stuk ‘Nederlandse zinnen worden willekeurig geklutst’ van donderdag op Neerlandistiek heeft gelezen, is misschien het kerstdiner ingegaan met de gedachte dat het niet veel uitmaakt of je (a) of (b) zegt, als je de zin wil aanvullen met ofwel een naamwoordelijke groep (“… maar niet de ober”) of een werkwoord (“… maar niet geslagen”):

  • Sophie heeft vaak de kok beledigd maar niet …
  • Sophie heeft de kok vaak beledigd maar niet …

Zin (b) heet de ‘geklutste’ volgorde. Daar is net een stuk over verschenen van Gert-Jan Schoenmakers in Glossa, en Marc van Oostendorp vat dat in het stuk op Neerlandstiek samen als: “als je gaat onderzoeken hoe niet-taalkundigen met dit soort zinnen omgaan, blijkt dat ze eigenlijk niet zoveel verschil maken.”

Lees verder >>

Frank Willaert leest de Rey van Klaerissen

Door Frank Willaert

Vondels ‘Rey van Klaerissen’, met het beroemde beginvers ‘O Kerstnacht schooner dan de daegen’, komt voor aan het eind van het derde bedrijf van zijn Gysbreght van Aemstel. Dat stuk was bedoeld om op Tweede Kerstdag 1637 te worden opgevoerd ter gelegenheid van de inwijding van de Amsterdamse Schouwburg aan de Keizersgracht.

Lees verder >>

Over de uitspraak van ‘bondage’

Door Christopher Bergmann

Ik kijk weleens naar Per Seconde Wijzer. Het is een leuke quiz – en ik ben altijd weer benieuwd welke plaats- of persoonsnamen Erik Dijkstra deze keer verkeerd gaat uitspreken. Met de uitspraak van zelfstandig naamwoorden gaat het meestal beter, maar laatst meende ik hem op een rare uitspraak te hebben betrapt. Ik weet niet meer waar de vraag over ging en het doet er ook niet toe, maar één van de woorden die hij voorlas, was bondage (in de betekenis ‘mensen vastbinden met wederzijds goedvinden’). Erik Dijkstra zei [bɔnˈdaːʒə], alsof de spelling bondáázje was. Bondáázje? Volgens mij spreek je het woord in het Nederlands uit alsof je het bóndutsj schrijft – of [ˈbɔndət͜ʃ] in fonetisch schrift.

Lees verder >>

Bilderdijks vals licht

Door Jos Joosten

Tijdens mijn studie Nederlands in Nijmegen viel de negentiende eeuwse letterkunde een beetje tussen wal en schip. Dat had met personele kwesties vandoen (waarover ik niet uitweid) maar had ook een institutionele oorzaak: Kees Fens’ leeropdracht was ‘Letterkunde van de twintigste eeuw’ en zijn collega proximus Hummelen was specialist in Rederijkerstoneel. En van Sinnekens naar Kloos is, tsja, nogal een stap. Die taakverdeling overigens had een al oudere oorsprong, namelijk toen W.J.M.A. Asselbergs (Anton van Duinkerken) besloot dat die nieuwerwetse literatuur niks voor hem was en hij Meeuwesse in Nijmegen liet benoemen en hem de 20ste eeuw kado deed.

Lees verder >>