Auteur: Redactie Neder-L

Vacature Postdoc Taalpolitiek in meertalige scholen, ULB Brussel.

The Langues et Discours research centre of the Université Libre de Bruxelles (ULB) is looking for a postdoctoral researcher to work on “Between the devil and the deep blue sea. Implementing language policy in urban heteroglossic schools”, a new project funded by the Belgian Fund for Scientific Research (FNRS).
Project description: The project sets out to investigate how teachers implement monolingual policies in distinctly heteroglossic urban schools. Its goals are to investigate how teachers articulate a monolingual policy, to what extent and in what way teachers are responsive to linguistic diversity, and which conditions facilitate either of these realisations. These questions will be explored in four Belgian secondary schools. Data have already been collected for two of these schools by the project promotor. These data will be revisited and compared with new data to be collected by the postdoctoral researcher through ethnographic fieldwork in one or two secondary schools in Brussels (French- and Dutch-medium), depending on the applicant’s command of Dutch and/or French.

Medea, een gruweltragedie uit 1667 in volle vaart door Theater Kwast

Op 26 maart 2016 speelt Theater Kwast in het Amsterdamse Theater Perdu een barokke gruwelspektakel in volle vaart van de Amsterdamse dichter Jan Vos (1610-1667): Medea, een tragedie over de rampspoed van Jason en Medea, de ondergang van prinses Kreüsa en de stad Korinthe.

Jason is de ontrouwe echtgenoot van de toveres Medea. Op de dag van het huwelijk van Jason met de Korintische koningsdochter Kreüsa besluit Medea haar oude toverkunsten weer op te pakken om meedogenloos wraak te nemen. Ze schuwt geen enkel middel en verandert terloops paleiswachters in pilaren en eikenbomen en dan weer in beren en tijgers, terwijl ze door de wolken naar de ingang van de hel vliegt. Ondertussen verzamelt zich voor de muren van Korinthe het vrouwenleger van Hypsipyle, een oude geliefde van Jason.

Jan Vos schreef Medea voor de opening van de nieuwe Amsterdamse schouwburg in 1667. Het werd een stuk waarmee hij alle nieuwe technische mogelijkheden van het vernieuwde theater op de Keizersgracht kon demonstreren. Kwast schuwt kunst en vliegwerk niet, maar hoe we dat doen zonder enige theatertechniek. Één repetitie moet genoeg zijn.

Mond op Mond
In de serie Mond op Mond blaast Theater Kwast 17e-eeuwse theaterteksten eenmalig nieuw leven in. In één dag repeteren acteurs en musici een stuk en spelen het vervolgens dezelfde avond met tekst in de hand voor publiek. Alle groten en mindere goden uit de Gouden eeuw komen aan bod. Een unieke reeks.
 
MoM: Medea
Wanneer: Zaterdag 26 maart 2016, 20.15 uur
Waar: Theater Perdu, Kloveniersburg wal 86, Amsterdam
Entree: €12,50-
Reserveren viawww.theaterkwast.nl

Vondel op horatiaanse voet

Door Ton Harmsen

023GoddaeusHoratius is in de zeventiende en achttiende eeuw aan de lopende band vertaald. Dichters kozen echter steeds een enkele of een selectie uit de odes, de satires en de brieven. Slechts tweemaal heeft een vertaler een onderdeel van Horatius’ oeuvre volledig vertaald: Vondel deed de carmina in proza (1654) en Huydecoper de satires en de brieven eerst in proza (1727) en tien jaar later in poëzie.

Ook Vondel had ongetwijfeld graag een poëzievertaling gepubliceerd. Van verschillende andere klassieke werken maakte hij immers eerst een prozavertaling om die vervolgens tot poëzie om te werken. Met de lierdichten van Horatius wilde hem dat niet lukken: het is niet eenvoudig een equivalent te vinden van het gecompliceerde klassieke metrum. Slechts tweemaal heeft Vondel zich gewaagd aan een poëzievertaling van een horatiaanse ode – of althans: slechts twee heeft hij er gepubliceerd. De satires en de brieven zijn veel eenvoudiger van vorm: dactylische hexameters. Het vaste ritme van de dactylus werd traditioneel omgezet in gepaard rijmende alexandrijnen, zesvoetige jambes met rijmschema AAbb (twee keer staand, twee keer slepend). Dat was een routine. Met deze techniek kon Huydecoper zijn prozavertaling gemakkelijk omzetten tot poëzie. Maar bij de odes werkt dat niet.

Lees verder >>

Letterenfonds vraagt nieuwe leden voor de Raad van advies

Vanwege het aflopen van de zittingstermijnen van verschillende adviseurs roept het fonds kandidaten op voor de Raad van advies. Er is met name behoefte aan een (vertaal)deskundige op het gebied van de Slavische letteren, aan een deskundige op het gebied van de Friese letterkunde en aan deskundige met specifieke ervaring in de boekhandel.
Het Nederlands Letterenfonds laat zich voor de toekenning van subsidies adviseren door een breed samengestelde Raad van advies met grote kennis van de nationale en internationale letterkunde. Daarnaast hebben de leden specifieke deskundigheid op het gebied van bijvoorbeeld literair proza (fictie en non-fictie), de literaire vertaling (uit verschillende taalgebieden), poëzie, (geïllustreerde) kinder- en jeugdboeken, literaire uitgaven (boeken, tijdschriften en digitaal), literaire festivals (nationaal en internationaal), Friese letterkunde, interculturele letteren en literair erfgoed. De Raad van advies bestaat maximaal uit 50 personen.
Uit de Raad worden de adviescommissies voor de verschillende subsidieregelingen samengesteld. De zittingstermijn is twee jaar en kan eenmaal worden verlengd. De leden van de Raad ontvangen een vergoeding volgens een vacatieregeling. Het gaat hier dus uitdrukkelijk niet om een reguliere (bezoldigde) functie.

Lees verder >>

Etymologie: stortregen

Door Michiel de Vaan
stortregen zn. ‘hevige regen’
Nieuwnederlands stortregen (Rekeningen der stad Nijmegen, 1511), stortregen (1565, Attestatie door Meester Steenplaatsers van Leiden; uitgave bij R.M.R. van Oosten, De Leidse Steen des Aanstoots, Leiden 2006). Samenstelling van storten en regen. De combinatie van regen met storten komt niet in het Mnl. maar wel al in het Mnd. voor: de uthstortet de stofregen alse strame ‘die de stofregen uitstorten in stromen’. Mogelijk is stortregen opgekomen naast en vanwege de assonantie met stofregen, zie het volgende woord. Ter vergelijking: stortvlaag ‘stortbui’ komt vanaf 1624 voor en stortvloed pas in 1803 voor het eerst.

stofregen zn. ‘hevige regen; motregen’
Mnl. Stofreghen als bijnaam voor een opvliegend mens (1374, Brussel), stofregen (1426), Nnl. stofregen (1528) ‘stortregen’. Met een andere betekenis: Mnl. stofregen ‘motregen’ (1479 die soete stofregen), Nnl. stofregen (1596). Verwante vormen: Mnd. stofregen ‘hevige regen’, ook als bijnaam Stofreghen (1307, Hannover); Mhd. stoupregen ‘stortbui’, Mohd. Staubregen ‘motregen’. Het Hoogduitse woord zet WGm. *stauba- ‘stof’ voort, een afleiding van stuiven, en nauw verwant met Nederlands stof uit *stuba-. De oudere betekenis van stof-regen zal dus ‘stuivende regen’ in de zin van ‘onstuimig’ zijn geweest, maar omdat stof ‘fijn stof’ betekende, paste stofregen zijn betekenis aan tot ‘motregen, fijne regen’.

Lees verder >>

Medea – 26 maart 2016, Amsterdam

Op 26 maart 2016 speelt Theater Kwast in de serie Mond op Mond het 17-eeuwse gruwelspektakel Medea van de Amsterdamse dichter Jan Vos (1610-1667). Een bizarre tragedie uit de Gouden eeuw over de rampspoed van Jason en Medea, ondergang van prinses Kreüsa en de stad Korinthe. Jason is de ontrouwe echtgenoot van de toveres Medea. Op de dag van het huwelijk van Jason met de Korintische koningsdochter Kreüsa besluit Medea haar oude toverkunsten weer op te pakken om meedogenloos wraak te nemen. Ze schuwt geen enkel middel en verandert terloops paleiswachters in pilaren en eikenbomen en dan weer in beren en tijgers, terwijl ze door de wolken naar de ingang van de hel vliegt. Ondertussen verzamelt zich voor de muren van Korinthe het vrouwenleger van Hypsipyle, een oude geliefde van Jason; een barokke gruweltragedie in volle vaart!

Lees verder >>

12 maart: Parelduikermiddag in de OBA

[timeline-express]Komt allen naar de feestelijke Parelduikermiddag aan het begin van de Boekenweek, in het Theater van het Woord van de OBA te Amsterdam (7e etage).

Thema: Duitsland.

M.m.v. Els Snick, Hans Olink, Ton Naaijkens, Guido Groenland en Daan Boertien.

Els Snick reisde door Duitsland, praatte met vluchtelingen, volgde het spoor van Joseph Roth en dook in haar eigen familieverleden. Haar boek, Duitsland op het spoor (Uitgeverij Bas Lubberhuizen), wordt ten doop gehouden.

Hans Olink, die regelmatig in Berlijn verblijft, volgt in de Duitse hoofdstad het spoor van Nederlandse en Duitse kunstenaars en politici, van mensen die de geschiedenis vorm gaven. Zijn boek, Berlijn, Berlin. In het spoor van de geschiedenis (Uitg. Prominent), verschijnt eveneens die dag.

Ton Naaijkens, hoogleraar Duitse letterkunde en Vertaalwetenschap aan de Universiteit Utrecht, draagt Duitse poëzie in vertaling voor.

Guido Groenland (tenor) en Daan Boertien (piano) verluchtigen het programma met Duitse muziek uit de twintigste eeuw (Brecht/Weill en Eisler).

TOEGANG VRIJ!

(En bekijk hier de inhoud van het Boekenweeknummer.)

Historische romans uit de negentiende eeuw

Toos Streng heeft het bestand openbaar gemaakt met nadere gegevens over de historische romans die in Nederland zijn verschenen tussen 1790 en 1899. Ruim 1900 titels worden beschreven, zowel oorspronkelijk Nederlandse historische romans als vertaalde, zowel eerste drukken als latere. Naast de gebruikelijke bibliografische informatie (auteur, titel, ondertitel, jaar van verschijnen, uitgever, aantal delen, eerste druk of herdruk, brontaal) bevat de database ook gegevens over het land van herkomst en het geslacht van de auteur en een nadere karakterisering van de inhoud van de historische romans, als plaats en tijd van handeling, zijn de hoofdpersonen fictieve of historische personages, het geslacht van de personages en de namen van de historische personages.

De database kan worden gedownload via https://www.academia.edu/20284910/Historische_romans_in_Database_Streng. Wie geen toegang heeft tot Academia.edu kan het bestand per e-mail ontvangen. Stuur een verzoek aan Toos.Streng@hetnet.nl.

CFP Themanummer Nederlandse Letterkunde over de Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur (Taalunie)

(gewijzigde deadline!)

Gelegenheidsredactie: Maria-Th. Leuker-Pelties (Universität zu Köln), Dirk De Geest (KU Leuven) en Youri Desplenter (Universiteit Gent)
Het tijdschrift Nederlandse Letterkunde wil, na het verschijnen van Bloed en rozen, een eerste totaalbeeld bieden van de nieuwe literatuurgeschiedenis die onder auspiciën van de Taalunie het afgelopen decennium is gerealiseerd. Wij mikken daarbij niet op klassieke recensies, maar op bijdragen die laten zien hoe het verder moet (of kan). Welke elementen zijn in de diverse delen onderbelicht, en waarom is het belangrijk daaraan aandacht te besteden? Op welke manier leidt het in kaart gebrachte materiaal tot nieuwe denkbeelden, nieuwe corpora, nieuwe onderzoeksvragen? De ingewachte bijdragen zijn daardoor ook (liefst) methodologisch opgevat met aandacht voor kwesties als canon, genres, nationale versus wereldliteratuur, de spanning tussen tekst en context, de rol van literaire waardering, auteurspositionering…

Lees verder >>

Boontjes 1969 verschenen

In 1988 startte de Vlaamse uitgeverij Houtekiet een ambitieus project: de uitgave – in achttien banden – van alle ‘Boontjes’ die voormalige Vlaamse Nobelprijskandidaat Louis Paul Boon in de loop van bijna twintig jaar, van 1959-1978, vrijwel dagelijks publiceerde in het Gentse socialistische dagblad Vooruit. In 2003, na het verschijnen van acht delen, zette Houtekiet de uitgave stop. Dit na het besluit van het Vlaams Fonds voor de Letteren om het project niet langer te subsidiëren.

In 2014 besloot het Louis Paul Boon Genootschap het project nieuw leven in te blazen en de uitgave voort te zetten. Eind van dat jaar verscheen het negende deel en op 14 februari jl. werd deel 10 – met de ‘Boontjes’ uit 1969 gepresenteerd. De uitgave is verzorgd door Jos Muijres (Opleiding Nederlands van de Radboud Universiteit). Hij gaat ook zorg dragen voor de uitgave van de resterende delen, die uitgegeven worden door Stichting Isengrimus in  Utrecht  en Boekhandel Roelants in Nijmegen.

Antimetabolitis

Voorstel voor een ‘AM’-groep

Door Jan Renkema
Ik ga nu eindelijk bekennen dat ik al jaren last heb van een (prettige) infectie, ontstaan door een overgevoeligheid voor de krachtigste stijlfiguur die er bestaat: de antimetabool. Ik lijd aan antimetabolitis. Laat ik het uitleggen.
Wanneer twee deelzinnen of woordgroepen parallel lopen, voel ik al iets opkomen. Ook in heel eenvoudige zinnen. Zie de parallellie in:
Wat staat geschreven, staat geschreven.
Als je de volgorde in het eerste deel, de bijzin, omwisselt, komt er extra spanning in de zin:
Wat geschreven staat, staat geschreven.
De werking van de zo ontstane inkadering of omarming is nog nauwelijks doorgrond. Bij tangconstructies werkt die weer heel anders. Ook in rijmschema’s speelt zo’n volgordewisseling een rol (ABBA, enz) en in klankwerking (‘why a butterfly flutters by’), of in verhaalanalyse van de volgorde waarin subthema’s of personen genoemd worden. Lees bijvoorbeeld het verhaal van Kaïn en Abel, en zie daar aan het begin tweemaal KAAK. Gaat het verhaal daarom meer over Kaïn?

Lees verder >>

Een literaire canon voor de achttiende eeuw?

Door Roland de Bonth 
In Neder-L van 11 juli 2015 constateerde Rietje van Vliet dat de achttiende eeuw in de kort daarvoor gepubliceerde Vlaamse literaire canon volledig ontbrak. Ook in de Nederlandse tegenhanger uit 2002 blijkt de achttiende eeuw sterk ondervertegenwoordigd te zijn. Naar aanleiding van dat artikel heb ik een inventarisatie gemaakt van achttiende-eeuwse auteurs en geschriften die onder de aandacht gebracht worden van (Nederlandse) scholieren in het voortgezet onderwijs. Deze verzameling zou dienst kunnen doen als eerste aanzet tot een canon voor de achttiende-eeuwse letterkunde. Hoewel niet iedereen overtuigd zal zijn van het nut en de waarde van een canon, blijft een dergelijk overzicht een eenvoudige manier om grote groepen mensen kennis te laten maken met in dit geval literatuur uit een bepaalde periode.  
Het bijgevoegde bestand is gebaseerd op een aantal literatuurmethodes en websites die op middelbare scholen worden gebruikt. Dat niet iedereen gecharmeerd zal zijn van de keuzes die door de geraadpleegde bronnen zijn gemaakt, werd me duidelijk uit de reactie van iemand aan wie ik de lijst had voorgelegd: “Wat een verschrikkelijke lijst heb je me toegestuurd. Geen wonder dat niemand daar iets van wil lezen.” 

Lees verder >>

Call for papers Boundary Conditions in Netherlandish Literature, Language and Culture 5–8 January 2017, Philadelphia

Call for papers
Boundary Conditions in Netherlandish
Literature, Language and Culture
5–8 January 2017, Philadelphia
Sessions organized by the MLA Dutch Forum
At the 2017 convention of the Modern Language Association of America, the MLA Dutch Forum will organize one or more sessions on the 2017 MLA Presidential theme ‘Boundary Conditions’. The convention will be held from 5–8 January, in Philadelphia, one of the earliest Dutch settlements in North America.
The 2017 MLA president Kwame Anthony Appiah described the theme ‘Boundary Conditions’ as follows:

Vacature: praktijkassistent (50%) Nederlandse taalkunde en toegepaste taalkunde (Vrije Universiteit Brussel)

De taalgroep Nederlands van de opleiding Toegepaste Taalkunde aan de Vrije Universiteit Brussel zoekt een geëngageerde nieuwe collega voor onderwijsondersteuning Nederlands.

Praktijkassistent (50%): Nederlandse taalkunde en toegepaste taalkunde

Opdracht: ondersteuning van het onderwijs, inclusief scripties, in de schrijfvaardigheid, mondelinge communicatie en Nederlandse (toegepaste) taalkunde binnen de taalgroep Nederlands.

Lees verder >>

Boekenweeknummer De Parelduiker: Groeten uit Duitsland

Een literaire Rijnreis

Zet 70 schrijvers op een boot en laat ze 5 dagen lang een tocht van Bazel naar Rotterdam over de Rijn maken, dan zal de literatuur vanzelf gaan stromen. Dat dachten de organisatoren van het ‘internationaal literair experiment’ Das Narrenschiff in juni 1984. Een van de Nederlandse auteurs, Bob den Uyl, vond de gedachte ‘onzin’. Maar hij ging wel, net als Harry Mulisch, Remco Campert, Gerrit Kouwenaar, J. Bernlef, C. Buddingh’, Louis Ferron en Jan Eijkelboom. Buddingh’-biograaf Wim Huijser beschrijft de tocht van dit Narrenschip en z’n steeds ongemakkelijker wordende opvarenden.

Boekpresentatie ‘Vossenlucht’. Over Reynaertpersonages en hun fictionele aanverwanten’

 

Op 10 maart wordt in de KANTL een nieuw Reynaertboek gepresenteerd. Vossenlucht van Yvan de Maesschalck wordt uitgegeven bij Academia Press en gaat nader in op de vraag of er in de moderne Europese literatuur even vaak verwijzingen naar de populaire dierenverhalen Van den vos Reynaerde en Reynaerts historie terug te vinden zijn als men graag veronderstelt.

Wanneer

Donderdag 10 maart 2016 om 20 uur.

Waar

Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde
Koningstraat 18, 9000 Gent

Lees verder >>

Opgravingen: een blog over interdisciplinaire netwerken rond 1900

In de decennia rond 1900 volgden wetenschappelijke innovaties, artistieke stromingen, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen elkaar razendsnel op, ook in Nederland. Interdisciplinaire netwerken speelden bij de verspreiding van de nieuwe ideeën en idealen een cruciale rol. Enkele van die netwerken worden ontsloten in de online editie Brieven en Correspondenten rond 1900 van Annemarie Kets. Deze uitgave met ruim 5.500 brieven van 450 correspondenten is een onuitputtelijke bron van informatie voor onderzoekers uit verschillende geesteswetenschappelijke disciplines. In het blog Opgravingen brengt Annemarie Kets, samen met gastbloggers, in de komende maanden alvast enkele schatten uit deze Fundgrube aan het licht. Eind 2016 publiceert het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis de online editie Brieven en Correspondenten rond 1900.

In de eerste aflevering van Opgravingen staat de beeldend kunstenaar Willem Witsen centraal. Hij vertegenwoordigde de Nederlandse kunst tijdens de Panama-Pacific International Exposition (San Francisco, 1915). Was hij daar wel de juiste man voor? Zelf dacht hij van niet, maar zijn brieven laten zien dat hij een strategisch en effectief opererend netwerker kon zijn.

Call for papers 3e Gentse Colloquium over het Afrikaans, 28 oktober 2016

 Inleiding

Tijdens dit internationale congres, georganiseerd door het Gents Centrum voor het Afrikaans en de Studie van Zuid-Afrika, zullen twee uiteenlopende onderzoekslijnen uitgewerkt worden, zoals uiteengezet in de samenvattingen hieronder. De twee lijnen zullen parallel behandeld worden tijdens het colloquium en ze verwijzen beide naar innovatief navorsingswerk waarmee men onder andere aan de Universiteit Gent druk bezig is.

Als keynote sprekers zijn Prof. dr. Theo du Plessis (Universiteit van die Vrystaat) en Prof. dr. Wannie Carstens (Noordwes Universiteit) uitgenodigd voor de taalkunde. Prof. dr. Andries Visagie en Prof. dr. Alfred Schaffer, allebei verbonden aan de Universiteit Stellenbosch, zijn de centrale sprekers voor het gedeelte letterkunde.

Deelnemers worden uitgenodigd abstracts (in Afrikaans of Nederlands) van maximum 300 woorden in te dienen voor 1 juni 2016 (afrikaans@ugent.be). Gelieve daarbij aan te geven of uw abstract aansluit bij het letterkundige of taalkundige deel.


Lees verder >>

Vergelijkende Taalwetenschap in nieuwe videogame over de steentijd

Door Peter Alexander Kerkhof
Langzaam kruip ik door het struikgewas. Het kreupelhout kraakt vervaarlijk en bezorgd kijk ik naar mijn prooi, een gigantisch hert dat bijna drie meter groot is. Het dier heeft me niet opgemerkt en gaat rustig door met grazen. Terwijl ik mijn boog span en voorzichtig aanleg, hoor ik de insecten om heen zoemen, de wind door de boomkruinen jagen en zie ik in de verte de majestueuze bergtoppen van de Karpaten. Veilig vanachter mijn computer bestuur ik Takkar, de hoofdpersoon van de videogame waar ik in verzonken ben. Takkar is een jager-verzamelaar die omstreeks 10.000 voor Christus door de bossen van Oost-Europa dwaalt. De sfeeropbouw van het spel is indrukwekkend. Het steentijdbos dat de videogame Far Cry Primal op mijn beeldscherm tovert, leeft op elke mogelijke manier. Maar het zijn niet de schitterende beelden en achtergrondgeluiden die mij de indruk geven daadwerkelijk in een tijdmachine te zijn gestapt. Het is het feit dat de gesprekken die de hoofdpersoon met zijn stamgenoten voert, plaatsvinden in een echte prehistorische taal, de verre verre voorouder van het hedendaagse Nederlands. 

Lees verder >>

Myn treckebecksken drinckt sich droncken in onsterfelycken inckt

Door Ton Harmsen

022VossiusBarlaeusZeventiende-eeuwse dichters laten zich graag inspireren door publieke gebeurtenissen. Geboorte, huwelijk, overlijden, oorlog, nieuw boek, nieuwe vorst, nieuw gebouw, nieuwe weg: allemaal stof voor poëzie. Vaak is dat een invuloefening. Dat gelegenheidspoëzie en inspiratie ook heel goed kunnen samengaan toont Vondels Inwying der doorluchtige schoole, zijn gedicht op de opening van het Athenaeum Illustre. In 1632 opent deze universiteit-die-zich-geen-universiteit-mocht-noemen haar poorten in de Agnietenkapel, aan de Fluweelen Burgwal  zoals de Oude Zijds Voorburgwal indertijd genoemd werd. Vossius sprak op 8 januari zijn inaugurele rede over het nut van de geschiedenis uit, en Barlaeus begon zijn colleges de dag erna met een beschouwing over de wijze koopman. Deze toespraken demonstreerden het beoogde praktische nut van de instelling voor de kooplieden: de Latijnstalige academie die op initiatief van het stadsbestuur was opgericht (omdat de Academie van Samuel Coster om allerlei redenen niet voldeed) was niet alleen een prestigekwestie, maar ook van direct nut voor de Amsterdamse economie. Kooplieden hadden personeel met kennis van medicijnen, rechten, talen, politieke organisaties, dier- en plantkunde en delfstoffen immers hard nodig, en konden ook hun voordeel doen met filosofisch inzicht om tegenslagen te vermijden of te verwerken. Vondel verwelkomde dit nieuwe onderwijs met een buitensporig gedicht waarin hij uiting geeft aan zijn grote verwachtingen. Het onderwijsprogramma dat de welvaart zal dienen speelt voor hem een grote rol, zijn persoonlijke verwachtingen haast nog meer.

Lees verder >>

Taalbarrières

Door Leonie Cornips


Limburg is bij uitstek een grensregio waar (samen)werken over de grenzen heen in de praktijk vaak lastig is vanwege cultuur- en taalverschillen, andere wet- en regelgeving en bevoegdheden. Verleden jaar is daarom het expertisecentrum ITEM opgericht, een acroniem voor de heel lange benaming ‘Expertisecentrum Internationale, Transnationale en Euregionale Mobiliteits- en Grensoverschrijdende’ vraagstukken in de regio. De bedoeling van het onderzoek binnen ITEM is om met praktische oplossingen te komen voor de politiek en diverse adviesorganen. Iedereen die over de grens werkt, ook al is dat in Limburg soms maar een afstand van een paar kilometer, komt voor allerlei problemen te staan. Hoe ziet straks mijn pensioen in Nederland eruit als ik in België werk? Hoe is de vergadercultuur in Duitsland? Wat zijn de knelpunten in grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling? Hoe zit het met diploma’s: een Vlaamse verzorger mag bijvoorbeeld geen verpleegtechnische handelingen uitvoeren terwijl een Nederlander daar wel voor opgeleid is. Hoe zit het mijn hypotheek in Nederland als ik in Duitsland werk?

Lees verder >>

Call for Papers Congres van de Werkgroep De Negentiende Eeuw 9 december 2016 – Amsterdam

‘Onkiesgerechtigd’, zo omschreef Conrad Busken Huet met vrolijke spot de situatie waarin hij in 1862 terecht was gekomen nadat hij zijn veilige predikantenbestaan had opgegeven. Het deerde hem kennelijk niet dat hij als schrijver en journalist voortaan te weinig inkomen had om de census te halen. Althans zo lijkt het, want hij kon het toch niet laten een klein woordgrapje over zijn levenslot te maken: als ‘onkiesgerechtigde’ behoorde hij nu tot het onkiese deel van de natie – tot de onbemiddelde burgers die uitgesloten waren van politieke rechten omdat de armoede hen zogenaamd belemmerde kennis te nemen van het landsbelang. Busken Huet schikte zich in zijn bestaan als rechteloze. Edoch, ‘het geknutsel’ waarmee sinds 1848 om de zo veel jaren de kiesdrempel werd verlaagd vond hij niet passen bij ‘den Nederlandschen landaard’. Het was de natie onwaardig, meende hij. 
Op 12 december 2017 is het exact honderd jaar geleden dat de strijd om het algemeen kiesrecht werd beslecht. Op die dag in 1917 werd op het bordes van het oude stadshuis van Den Haag aan de Groenmarkt door de gemeentesecretaris het algemeen kiesrecht voor mannen en het passief kiesrecht voor vrouwen afgekondigd. Een achteraf gênante twee jaar later, volgde het algemeen kiesrecht voor vrouwen. In België werd in 1921 het algemeen kiesrecht voor mannen ingevoerd, pas in 1948 voor vrouwen.

Lees verder >>

Etymologie: roemer

Door Michiel de Vaan

roemer zn. ‘wijnglas’
Vnnl. roomers mv. (1524, Jan van Doesborch), ruemerken (1561), rumerkin (1566) ‘romertje’ (beide Vlaams), romer (1573), roemer (1596) ‘drinkglas’. Voor drinkbekers van ander materiaal: ses schoone silvere romers ‘zes mooie zilveren roemers’ (inventaris, 1610). Van de zestiende tot de twintigste eeuw zijn de spellingen romer en roomer in gebruik naast roemer, maar de recente standaardisering geeft aan roemer de voorkeur (bijv. Koenen, Verklarend Handwoordenboek, 1897: “romer zie roemer”). Dialecten: NOBrab. ròmmer, rèumer, Schaijks ruumer, Gents ruimer, Westvlaams rommer, rummer, Gelders-Overijssels römer.

Verwante vormen: Nieuwhoogduits Römer (1501 Neuss, 1546 Keulen) ‘groen wijnglas’. Ontleningen uit het Nederlands en/of het Duits zijn Engels rummer (1654), Frans rumer (1570), Deens rømer, Zweeds remmare, ouder römare (1623), Russisch romor (18e eeuw).

Romer zn. ‘Romein’
Oudnederlands romære (1151–1200), Mnl. romere (1285), Vnnl. Ro(o)mer, mv. Ro(o)mers,gebruikelijk tot ca. 1800. Verwante vormen: Oudhoogduits rōmāri, rūmāri, Oudfries rūmere, rōmere ‘Romein’, gevormd uit de stadsnaam Rōma en het leensuffix *-arja- (een woord *rōmārius heeft in het Latijn zelf niet bestaan).

De ro(e)mer heeft zich rond 1500 uit de eveneens groenachtige berkemeyer ontwikkeld, die geen bolvormige maar een trechtervormige kelk had. De naam betekent ‘Romeins’, en borduurt voort op benamingen ‘Romeins glas’, ‘Rooms glas’, die in de vijftiende eeuw in het Rijnland en de Lage Landen voorkomen, zoals roemsche glaesser (Keulen, 2e helft 15e eeuw), en Romenysche Wynglase, Romenysche glasen (Arnhem, 1421). Die termen verwijzen waarschijnlijk naar destijds gedane vondsten van oude glasresten uit de Romeinse tijd. De term ‘Romeins’ ging dan over op eigentijds glas dat er vergelijkbaar uitzag. In de zestiende eeuw is het bn. ‘Romeins’, ‘Rooms’ vervangen door het zn. romer ‘Romein’.

De huidige standaardspelling roemer met oe is onverwacht, aangezien romer klankhistorisch gezien dezelfde scherplange ôô heeft als droom en boom. Dat wordt ook bevestigd door verschillende dialectvormen. Het ligt voor de hand te denken dat roemer een specifieke dialectontwikkeling weergeeft, mogelijk uit Noord-Holland. Een parallel geval lijkt opdoemen te zijn, dat mogelijk een Noordhollandse variant van doom ‘damp’ uit Germaans *dauma- voortzet.

Literatuur

Franz Rademacher. 1933. Die deutschen Gläser des Mittelalters. Berlijn.
Anna-Elisabeth Theuerkauff-Liederwald, Der Römer, Studien zu einer Glasform’. Journal of Glass Studies 10, 1968, p. 114–155; JGS 11, 1969, p. 43–69.

Lexikon der Kunst. Architektur, Bildende Kunst, Angewandte Kunst, Industrie formgestaltung, Kunsttheorie, Band VI, Leipzig 1994, p. 226-227 (lemma ‘Römer).