Auteur: Raymond Noë

Gedicht: Julius Vuylsteke • Fabriekgalmen

Fabriekgalmen

I

De vrouw droeg een kan en haastte zich straf,
de kan was oud, haar oor brak af.

Daar vloeide op den grond de soep uit de kan:
die soep was het noenmaal van zoon en man….

Die beiden werkten in de fabriek:
de verpestende lucht, daar, maakte hen ziek.

Van ’s morgens vroeg waren zij aan het werk,
zij haakten naar ’t uur van het noenmaal sterk.

De vrouw viel aan ’t schreien: voorbijgangers lachten.
Een hond kwam bij, die naar spijs scheen te smachten.

Hij rook aan het noenmaal van man en zoon,
en hij ging zijnen weg: hij was beters gewoon! Lees verder >>

Gedicht: Joost Zwagerman • Meester

Uit Verzamelde gedichten van Joost Zwagerman.

Meester

Meester stelt in de klas een vraag.

Jij bent niet in die klas,
Jij moet wachten op de gang.

‘Wanneer is iets kunst?’
De kinderen schrijven een antwoord op.
Tom/Kick: Als het mooi is.
Max: Als het zomer is.
Bodhi: Als het een beetje cool is.
Ebba: Als je in een museum bent.
Jules: Als het licht geeft.
Selma: Als je je best hebt gedaan.
Quirijn/Kesso: Als iets glimt. Lees verder >>

Gedicht: Annemarie Estor • Maatschappelijk debat

Uit Rebelse sonnetten, een gelegenheidsbloemlezing van dichters van Wereldbibliotheek en Nieuw Amsterdam.

Maatschappelijk debat

Iemand spreekt.
Iemand reageert en iemand affirmeert.
Iemand adviseert en iemand anders alarmeert.
Weer een ander preekt.

Weer een iemand wijst en afficheert.
Men agendeert en grijpt een goede microfoon.
Meestal discussieert men asynchroon.
Op de beeldbuis wordt wat hooggeleerd. Lees verder >>

Gedicht: Vrouwkje Tuinman • Omtrekkende bewegingen

Vrouwkje Tuinman kreeg gisteravond voor haar bundel Lijfrente de Grote poëzieprijs voor de beste bundel van het afgelopen jaar toegekend.

Omtrekkende bewegingen

Het begint nu toch wel iets met mij te worden,
zei jij, zeiden wij altijd, bij klein succes.
De uitspraak kwam van je moeder en duidde erop
dat, wat haar zoon ook aan voorspoed toeviel,
het van ‘worden’ waarschijnlijk nooit tot zijn
zou komen, laat staan tot verleden tijd.
Al bleef de twijfel, vandaar het ‘toch’.
Er kon, al was het meer iets voor andere mensen,
wellicht iets worden bereikt. En nu is het zover.
Jij bent dood en dat doet wonderen voor je cv,
voor dat van mij. Zonder enig diploma ben ik
ineens bezorger, woordvoerder, min of meer
bekende Nederlander, ik sta als ‘medewerker’
aan jouw werk vermeld, rook namens jou
een sigaret met andere geslaagden.
Het begint nu toch wel iets te worden met mij.


Vrouwkje Tuinman (1974)
uit: Lijfrente (2019)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: M. Vasalis • De winter en mijn lief zijn heen

De winter en mijn lief zijn heen.
Er zit een merel op het dak,
zijn keel beweegt, zijn snavel beeft
alsof hij in zichzelve sprak.

Hij luistert: uit de verre boom
klinkt als het ketsen van twee steenen
een vonkenregen van verlangen,
zoo luid, zoo helder en zoo bang.

De merel stort zich met een kreet
vol wildheid in de voorjaarsvlagen.
Ik kan het bijna niet verdragen:
– de winter en mijn lief zijn heen.

M. Vasalis (1909-1998)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Lidy van Eijsselsteijn • De zieke en de spin

De zieke en de spin

De kleine spin die aan de zolder hing,
waarom liet ik haar wekenlang in leven?
Ze leek zo broos, een trilling deed haar beven:
een stip, die soms wat zon- of maanlicht ving.

Geduldig spinnend, van haar kleine kring
de grenzend wetend, leefde zij haar leven.
Genoeg, soms dansend aan een draad te beven,
genoeg, klein web aan de witte zoldering. Lees verder >>

Gedicht: We hoeven niet te hamsteren • Johnny & Jones

‘We hoeven niet te hamsteren’ werd in 1940 op de plaat gezet door Johnny & Jones. Luister hier.

We hoeven niet te hamsteren

Op de schutting van de speeltuin hing een heel groot bulletin
Daarop stond met zwarte letters sla geen grote voorraad in
Koop slechts koffie thee en suiker nodig voor een korte tijd
Anders raak je eerst je centen en daarna je voorraad kwijt

Refrein:
Doe weg die bus met koffie, doe weg die bus met thee
We hoeven niet te hamsteren de voorraad valt wel mee
Doe weg die fles met olie, doe weg die zak met meel
We hoeven niet te hamsteren, d’r is nog reuze veel Lees verder >>

Gedicht: Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer • Dertigste duet

‘Dertigste duet’ is de laatste van dertig samenzangen uit de bundel Duetten van Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer, die onlangs opnieuw werd uitgegeven (en hier voorgelezen).

Dertigste duet

ILP
Ik was uit bed gevallen en ben naar de toren
getogen om te zien wat lange mensen horen.
Mijn haren hingen van de trans. Mijn keel was schor
van het herhalen van mijn eigen naam. Gemor
van voetvolk wilde ik graag met applaus verwarren.
Decor werd afgebroken en op grote karren
geladen. Helderheid brak door het wolkendek.
Ik somde tijden op van aankomst en vertrek.

EJH
het geluid koud als bevroren moet aan iemand met een
lichaamstemperatuur van tussen de 35,5 en 37,8 graden
toebehoren
ik ben koppie onder want nat
voel druk op beide oren
het brummen van de beul zwelt aan als een pappadum
herken mijn naam tussen de h-s en g-s als nier- tussen boterbonen

Lees verder >>

Gedicht: Laurine Verweijen • Meisje


‘Meisje’ staat in Gasthuis, de debuutbundel van Laurine Verweijen. Ze kreeg er in 2018 de tweede prijs voor in de Turing-wedstrijd.

Meisje

Een meisje komt erachter dat haar bewegingen bestaan.
dat als zij haar knie buigt, er een buigende knie in de wereld is

dat haar uitgestoken hand wordt gesignaleerd, aanvaard.

Hiermee wordt het meisje vrouw. Ze haalt een extra lapje
vlees in huis en begint te koken. Iemand schuift aan

Lees verder >>

Gedicht: Ida Gerhardt • Sonnet voor mijn moeder

Als de uitreiking van de Ida Gerhardt-prijs vorige week was doorgegaan, had winnaar Marieke Lucas Rijneveld daar haar favoriete gedicht van Gerhardt, ‘Sonnet voor mijn moeder’, voorgedragen.

Sonnet voor mijn moeder

Gij hebt, Moeder, dit leven zwaar gedragen.
Gelijk ik het zwaar draag. Wij zijn verwant.
Wij horen in dit stormbevochten land
van kavels, tussen dijk en stroom geslagen.

Ik heb uw gang: die driftige en toch trage
voetstap, die onverzettelijke trant.
Uw harde hand herken ik in mijn hand,
onwrikbaar om de schrijfstift heengeslagen.

Lees verder >>

Gedicht: Ingmar Heytze • Vogels, vissen

Ingmar Heytze schreef ‘Vogels, vissen’ in opdracht van EenVandaag, en las het ook voor hen voor; bekijk hier het filmpje.

Vogels, vissen

Zet de radio uit. Je hoort niets nieuws. De stilte wacht geduldig af.
Vouw de krant dicht. Hij was oud voordat hij werd gedrukt.
Zoek niet, deel niet, duim niet tot je vierkant ziet.
Zet eindelijk het scherm op zwart.

Ik ben net zo bang als jij, net zo bezorgd voor iedereen
die ik niet missen kan. Ik had ook gespaard voor andere dingen:
verre reizen, eerste hulp bij een gebroken hart,
een auto die wat vaker start.

Lees verder >>

Gedicht: Gerard den Brabander • De steenen minnaar (VII)

De steenen minnaar (VII)

O harde mond, die stuursch zijn grijnslach teelt
en korzelig in mergels weet te spreken;
die met de kou en met graniet krakeelt
en nimmer aan een lente zijt bezweken,

tracht nú in helder zingen uit te breken
en liefkoos haar met liedren, hooggekeeld,
wier glimlach, heerlijker dan hemelstreken,
met één zoet weerlicht levens vierendeelt.

Lees verder >>

Gedicht: Meity Völke • Knopen

Uit Aan het licht, de debuutundel van Meity Völke (vorig jaar winnares van de Turing-prijs).

Knopen

Een verzoenen is het niet, nee. Misschien
een accepteren, een erkennen dat ik weet
dat ook de zachtste mond twee hoeken heeft
maar wegen doet het niets. Ik leg piepschuim
in de schaal, kam met een zilveren vork
mijn haar, knip de knopen weg en eenmaal
op de grond vallen ze moeiteloos uit elkaar.

Lees verder >>

Gedicht: Paul Demets • Zoönose

Uit De hazenklager, de nieuwe bundel van Paul Demets: “Ik pleit erin voor een nieuwe omgang met de natuur en met de dieren, omdat we anders riskeren om met nog meer virussen geconfronteerd te worden. Een cyclus uit de bundel heet ‘Zoönose’. Covid-19 is een zoönose, een ziekte overgedragen van dier op mens. We gedragen ons veel te hoogmoedig tegenover de dieren en de natuur.”

Zoönose 2

Ik kijk naar je rug, de kano, het water. Hoe alles
beweegt. Een blauwe schijn hangt op je schouders.

Je lijkt hem met de spaan uit het water te halen.
Je blauw zuigt de oevers op. Hoor je hoe dichtbij

de dieren zijn, vraag je. Ze zuchten. Ze kauwen,
volgen onze slagen, herkauwen, grazen.

Lees verder >>

Gedicht: Kreek Daey Ouwens • De hemel boven de dikke man

Uit Echo Echo, de nieuwe bundel van Kreek Daey Ouwens

De hemel boven de dikke man is dezelfde
hemel als die boven de zee.
De dikke man zegt: Rechts. Rechts. Rechts.
Hij steekt zijn hand op.
Hij steekt zijn hand op boven zijn land.
Melania heeft een dichtgestopte mond.
Aan haar hand fonkelt een ring.
De schoenen van de dikke man marcheren
tussen het fonkelen over de stenen.
Melania kijkt naar de zee.
Ze ziet de lijken drijven in de zee.
Melania kijkt net zo lang naar de zee tot
die ijs ijskoud wordt.
De dikke man pakt haar hand.
Melania voelt zichzelf aan die hand.
Melania voelt zichzelf helemaal alleen aan
die hand.
Melania voelt zichzelf alleen aan die hand
op de televisie staan.

Kreek Daey Ouwens (1942)
uit: Echo Echo (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Annelie David • dauwdruppels

Uit Schokbos, de nieuwe bundel van Annelie David.

dauwdruppels glazuren sterren- sikkel- spademos ‘groeit overvloedig in vochtige
bossen’ lees ik in lachesis lapponica: ‘sami snijden uit de zode een stuk zo groot
als zij willen voor bed en beddensprei’ het mos liet het toe ik herinner mij
kinderen hurkend onder een kastanjeboom peuteren met keukenmessen uit de
spleten tussen kinderkopjes muisjesmossen (begrijpen niets nog van de afkeer
tegen deze taaie zeer zachte landplantjes) delen wij niet een- en dezelfde wereld
vraag ik mij af als ik verder loop dagenlang met plukken mos in het zware paar
laarzen ferm doorstap alsof ik hier eerder was mijn vermoeide leden liet rusten
onder deze bomen toen ze nog groenden kijk ik nu naar de hemel hand boven
de ogen zie wolken mijlenver voortdrijven en beelden van terugkerende wan-
delingen een van een paar dagen geleden: een vlakte met zwavelgroene plekken
als schimmel op zure melk ben er gelopen en gelopen zoals zij: reekoe en feeën-
vogels door een kreek gewaad hellingen op dalen in op zoek naar voedsel drukt
zij haar snuit in stugge sponsachtige toeven draait deze bloedeloze longen om
vreemd verlept verbrokkelen duizend kleine mondjes droog

Annelie David (1959)
uit: Schokbos (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Anoniem • Den scherp Geschaarden Kreeft

Den scherp Geschaarden Kreeft bemind
Het Strand, wyl ’t hem de Kost moet geeven,
Die hy aan Slekke en Oester vind,
Die, in hun Schelp geslooten, leeven,
Of anders dikwils zyn ten Buit
Hunn’s Vyands, die, met felle neepen,
Haar rukt ter oopen Schuilplaatze uit
En houd zyn roof wel vast gegreepen,
’t Geen hem verstrekt een lekker Aas.
Dit kan, ô! wulpsze Jeugd, u leeren,
Dat gy u Hart niet los en dwaas
Ontsluit voor ’t Kwaad, dat u kan deeren;
Want, eêr gy ’t merkt, zyt gy verrast
En in der Boozen Klaauwen vast.

Anoniem
uit: LXVI bezondere zinnebeelden (ca. 1780)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Anoniem • De hoogmoed

De Hoogmoed, op haar Staatçie-Waagen,
Vliegd als op Vlerken van de Wind.
Zy draafd al voort, als Ziende Blind,
Na ’t Voorwerp dat haar kan behaagen.
Zy agt zig zelve als ’t Zonne-Ligt
En denkt dat elk op haar zyne Oogen
Gevestigd heeft, om haar Vermoogen
En wil dat alles voor haar zwigt.
Maar, Dwaaze, leer u zelf beschouwen!
Uw’ Drift baard geen Bestendigheid:
Denk op den naderende Tyd
En ’t Ziel-bedroevend Na-Berouwen.
’t Is, zo het was en blyven zal,
De Hoogmoed die komt voor den Val.

Anoniem
uit: LXVI bezondere zinnebeelden (ca. 1780)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Giorgio Bassani • Op bed & Het tweeërlei bloed

Uit Epitaaf, een tweetalige uitgave van gedichten van Giorgio Bassani, vertaling: Jan van der Haar.

Op bed

Gisteravond op bed was ik
aan de rechterkant gaan liggen die zij
inneemt als ze hier is
en vanmorgen wakker wordend zag ik mij
weer links liggen waar ik slapeloos in het donker soms
het krachtige kloppen hoor van haar
aanwezigheid

Wat heeft me er derhalve toe bewogen om in de nacht
de ruimte van haar grote
afwezige lichaam
te verlaten dan de hunkering zelf ook
niets te zijn?

*

Het tweeërlei bloed

Van het tweeërlei bloed rood en zwart
dat door mijn arteriën en aderen stroomt
prefereert zij het rode
uiteraard
het vreugdevolle het malle het vurige
het vrouwelijke

Maar ze geeft niet toe dat ik het
van mijn moeder heb ze ontkent
dat het van mij is overgegaan
op mijn dochter
ze zegt dat het haar leven is en dat het leven
met mij wordt geboren en met mij sterft

**

A letto

Ieri sera a letto mi ero messo
dalla parte destra quella che occupa
lei quando è qui
e stamani svegliandomi mi son ritrovato
a sinistra di dove nel buio ascolto insonne talora
il battito potente del suo
esserci

Cosa mi ha indotto dunque durante la notte
ad abbandonare lo spazio del suo grande
corpo assente
se non l’ansia d’essere anche io
niente?

*

I due sangui

Fra i due sangui il rosso e il nero
che mi corrono arterie e vene
lei preferisce il rosso
naturalmente
il gioioso il pazzo l’ardente
il femminile

Ma non ammette che mi sia venuto
da mia madre nega
che da me sia poi passato
a mia figlia
dice che è la sua vita e che la vita
nasce e muore con me

Giorgio Bassani (1916-2000)
uit Epitaaf (2019)
vertaling: Jan van der Haar


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: T. van Deel • Fabel

Uit Een steen in de beek verveelt zich niet, een keuze uit de gedichten van T. van Deel, die vorig jaar overleed.

Fabel

Vlinder ziet een speld staan
vindt hem mooi want streng
niet doelloos doch standvastig.
Zij wil hem aan zich binden
dit eenzaam puntig wezen
en zegt met zoete aandrang
doe ik mijn vleugels dicht
bekijk mij dan van voren
ben ik een speld op poten.

Bang om zich te bezeren
aan iets zo kleurig breekbaars
met ogen fijn dooraderd
volhardt de speld in staren
blijft stijf gesloten staan
als ik hier niet vandaan raak
grijpt het ons beiden aan
.

T. van Deel (1945-2019)
uit: Een steen in de beek verveelt zich niet (2019)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Lucas Hirsch • Wat het hart wil

Uit Wu wei eet een ei, de nieuwe bundel van Lucas Hirsch.

Wat het hart wil

Hoe mezelf te verhouden tot een wereld
waarin ik nullen en enen aanbiddend
nooit de tijd aan de stand van de zon heb leren lezen
een digitale Icarus in mij verwek
Ik tart een zwerk vol error, een digitale god
Ik uit mijn zorgen met een app, de data liegen niet
en met een crash and burn in het verschiet googel ik de kans
dat regen redding brengt, een val gebroken kan
Het breekpunt van getallen
Hoe becijfer ik mijn zijn?
Hart keer lijf gedeeld door bits en bytes?
Sociale media min eenzaamheid in het likeskwadraat?
Ik sterf het aantal doden dat ik bij elkaar kan gamen
dood realiteit, heb spijt
Bedenk dat zwaartekracht nooit faalt, bedacht als god
almachtig is voor hen die zich vertillen
aan de naaktheid van mijn hart
Het slaat een bloeddoorlopen
Driekwartsmaat

Lucas Hirsch (1975)
uit: Wu wei eet een ei (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.