Auteur: Raymond Noë

Gedicht: Bert Vissers • Een droevig plaatje

Uit De wereld wacht op mij, de debuutbundel van zanger-dichter Bert Vissers. Het boek gaat vergezeld van een cd, waarop sommige teksten gezongen worden.

Een droevig plaatje

Mijn vrouw
doet de afwas
en staat
in haar keukenschort
onweerstaanbaar
mooi te zijn
bij het aanrecht.

Ik ga
(het zal met mijn jeugd te maken hebben)
achter haar staan
omhels haar
houd haar zoenend in haar hals
stevig vast
in een liefdevolle greep

Lees verder >>

Gedicht: A.C.W. Staring • Het vroege kievitsei & Naar Beaumarchais

Het vroege kievitsei

Piet Smul trad in de Schuit van Leyden op den Haag,
En toefde voor de roef, terwijl een Maartsche vlaag
Voor zonneflikkring week: daar kwam een Knaap geloopen:
‘Een Kievitsei! wie wil ’t voor twee zesthalven koopen?’
‘“’t Is vróég”’ zei’ Smul ‘“en ‘k neemt – voor één zesthalf.”’ ‘Zeg twee,
Mijn Heer, en neem het Ei in ’t Mándje meê!’
De koop lukt, en de Schuit wordt van den wal gestooten;
Met roept de Knaap: ‘Mijn Heer, haast was mij iets ontschoten:
Het vuur dient voor uw Ei niet al te hard gestookt;
Ons Grootjen heeft het al voorleden jaar gekookt.

Naar Beaumarchais

Coo, gek van jaloezie, had eindlijk wat hij zocht:
Een waakschen Hond! Het beest valt aan, in ’t honderd,
Op wie er ’s nachts genaakt; Mevrouws Vriend uitgezonderd –
Die Sultan aan Mijn Heer verkocht.

A.C.W. Staring (1767-1840)
uit: Nieuwe gedichten (1827)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: A.C.W. Staring • De biecht



De biecht

’t Werd Paschen; alles ging ter biecht,
In, ‘k weet niet welke, stad;
Waar Pater, ‘k weet niet wie, den trek
Der meeste Meisjes had.

‘Mijn Vader’ hief Thereesjen aan
‘Ik draag nu ’t haar gekapt,
En heb mij sedert, dag aan dag,
Op de eigen fout betrapt.

‘k Hoor overal hoe schoon ik ben!
Dit brengt mijn hoofd op hol;
’t Weêrstond den hoogmoed vruchteloos,
En draait mij als een tol.’

‘“Foei, foei! Maar, zeg eens: bent ge rijk?”’
‘Och neen; als ieder weet.
Mijn jonger zuster is ’t alléén;
Die erfde van haar Peet.’

‘“Wel nu, zoo heb geen zorgen meer:
Uw hoogmoed zal vergaan,
Wanneer men om uw Zuster komt,
En U, schoon Kind, laat staan.”’

A.C.W. Staring (1767-1840)
uit: Nieuwe gedichten (1827)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Peter Verhelst • Al thuis

 

Uit Zon, de nieuwe bundel van Peter Verhelst. (Voorproefje.)

Al thuis

Dat je uit de auto stapte
en dat ik snel doorreed om je op te halen
straat in, straat uit, dat ik niet meer wist waar je was,
zei ik, terwijl je ongeduldig naast me zat te knikken,
sneller, zei je, maar je was alweer uitgestapt
toen ik mezelf zag voorbijrijden, tot zo, zei ik nog,
terwijl ik je al kon zien staan aan de overkant,
hevig zwaaiend, terwijl je instapte, zweterig
snel snel fluisterend en ik zwaar ademend
om die andere auto waarin ik zat de pas af te snijden.

Lees verder >>

Gedicht: F. Starik • Afscheid van een onbekende

Onlangs verscheen een bloemlezing uit de Eenzame uitvaart-verslagen van F. Starik, getiteld Dichter van dienst, uiteraard inclusief de voorgedragen gedichten (van Wim Brands, Maria Barnas, Anneke Brassinga e.v.a.). Voorproefje hier. Hieronder een gedicht van F. Starik zelf. Het bijbehorende verslag is hier te lezen.

Afscheid van een onbekende

Er is een man gestorven en ik weet niet
wie hij is. Wie hij was. Wat, waarom noch hoe.
Er is een man gestorven en ik weet niet eens waaraan.
Het doet er ook niet toe. Ik ken zijn leeftijd niet en niet zijn naam.

Lees verder >>

Gedicht: Alfred Kossmann • Aria van de volwassene


Aria van de volwassene

Als zij straks thuiskomt, te laat,
Geurend van lucht en straat,
Zoek ik bij mijn strenge ontvangst
Tussen verzorging en kastijding
De sublieme balans,
En dansen wij op spitzen van trouw
Ik de boosheid, zij het berouw,
Ik de hardheid, zij ’t smeken om hulp,
Ik vergeving, zij dank,
Tot wij in subtiele glans
Van ogenblauw, wangenrood, traan
Ons verzoenen, buigen en gaan,
Laatste stand in de pas de deux,
Laatste blik in de warme dans
Die zij later lichter dan wij
Verliefd met haar poppen danst
En wie met mij.

Alfred Kossmann (1922-1998)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Alain Teister • De schilderijen van Karel



Dichter Alain Teister was ook schilder.

De schilderijen van Karel zijn
sterk. Ruimtelijk. Decoratief.
Mooi van kleur. En met fijn,
met een echt beeldend vermogen
geborsteld en gepenseeld.
En wat is er met de compositie?
De compositie is origineel.
En de etsen van Gerrit en Japik zijn
mooi in zwart wit verdeeld,
gevoelig van lijn,
hun droge naalden zijn als fluweel.
En wat is er met de compositie?
De compositie is origineel.
En de aquarellen van Hoereboer,
de beelden van Kees, de litho’s van Neel,
de mozaïeken van Keesje zijn stoer
van aanpak, transparant, sterk en beeldend,
verrassend opmerkelijk veel
belovend.
En de compositie is
jezus natuurlijk de compositie is
origineel.

Alain Teister (1932-1979)
uit: De huisgod spreekt (1964)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Willem Kloos • Zooals daar ginds, aan stille blauwe lucht

Zooals daar ginds, aan stille blauwe lucht,
Zilveren-zacht, de half-ontloken maan
Bloeit als een vreemde bloesem zonder vrucht,
Wier bleeke bladen aan de kim vergaan,

Zóó zag ik eens, in wonder-zoet genucht,
Uw half-verhulde beelt’nis voor mij staan, –
Dán, met een zachten glimlach en een zucht,
Voor mijn verwonderde oogen ondergaan. Lees verder >>

Gedicht: A. Marja • Sint Nicolaas 1938



Sint Nicolaas 1938

Weer doen wij ons aan marsepein tegoed:
al ligt de wereld machteloos te bloeden,
God zal òns feest, òns Neerland wel behoeden.
o, Sinterklaas, wij waren braaf en zoet!

Verstop de krant, die riekt naar rook en bloed:
nòg walmt de puinhoop, nòg zwiept ginds de roede
en striemt den Jood; wij kunnen ’t niet verhoeden…
o, speculaas, o, marsepein, zo zoet!

Lees verder >>