Auteur: Raymond Noë

Gedicht: Henrik Scholte • Hölderlin

Hölderlin

Hij kwam uit Frankrijk omdat zonderling
peinzend God’s doeleinden hem verontrustten,
reizende met zichzelven: Hölderlin
zeggend tegen de bloemen die hij kuste.

Sedert was hij alleen. In zijn verrukking
schuwt hij zijn moeder, maar met zijn bedeesde
glimlach en een voortdurende mislukking
van handen wil hij troosten die hij vreesde.

Toen stierf zijn moeder en zijn goede vrienden,
zijn deuren vielen toe. In vreemde rijken
weet hij zich beurtlings heerscher en bediende,
met koningen rondom als zijn gelijken.

En Hölderlin stierf onophoudelijk
veertig jaren in dit zonderling leven.
Met den dood heeft hij zich eenvoudiglijk,
willoos maar verwonderd overgegeven.

Henrik Scholte (1903-1988)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Lucebert • Aan Lesbia

Over Lucebert’s meepse barg.

Aan Lesbia

De oude meepse barg ligt
nimmermeer in drab
maar voorgoed op zachte kussens onder – uitgerekend –
de weelderigste boom Ons rest
slechts een schaduw dun als een dasspeld
om af te koelen Lesbia
Sinds je moeder goede zaken maakt
met de montage van haar
geldzucht en jouw schaamteloos lichaam
zijn je lippen – nu als in steeds
modieuzer gewaden gehuld zo
gewaagder lijkend dan ooit – mij toch
armelijk mager geworden Lees verder >>

Gedicht: Rinske Kegel • Doodsbeenderenboom

Uit Als het maar een vacht heeft, de debuutbundel van Rinske Kegel.

Doodsbeenderenboom

We waren er allemaal behalve hij en iedereen
zei hetzelfde en niemand wilde het horen en mijn neefje
wilde slagroom op de chocomel maar dat hadden ze niet
en hij bleef lang boos en eigenlijk waren we allemaal boos.
Boos op de koning en boos op de lakeien
ook al kregen we extra koekjes en vlogen buiten de bijen af en aan
als kleine traumahelikopters.
Onder een van de bomen in het park waar we net gewandeld hadden
lagen grote zwarte peulen, binnenin de peulen rammelde het.


Rinske Kegel (1973)
uit: Als het maar een vacht heeft (2019)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.



Gedicht: Kees Winkler • Wandelen

Wandelen

Op Koninginnedagavond liepen we een eindje om
wij zagen een bloeiende wilde appel
bleven staan bij een broedend waterhoen
en gaven elkaar blijmoedig een zoen

Het was stil, ze wees mij jasmijn en ranonkel
zij was even bang voor een grote hond
Wij zaten op een bankje en hielden ons mond
de krent zat vol bloesem, het werd snel donker

Kees Winkler (1927-2004)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Habakuk II de Balker • Grassen

Grassen

Grassen is het mooiste en het groenste.
De grassen in boomgaarden onder groen hout,.
de grassen op boerenerven, door honden bewaakt:
Kom niet aan het groen van de grassen op de erven!

Vlucht je een baarlijk huis uit vanwege de rook
of vanwege de grijns die tussen de muren opstak;
doordat liefde zwart werd, doordat duisternis brandt,
altijd is er buiten in de blauwe nacht of de avond,
de troostrijke halm, de kudde zwijgend gras,
stuivende aar, het gras dat je groenheid toont.
Grassen zijn het mooiste en het groenste!
Pluk bossen gras en sier je hoofdeind en je voeteneind.

Habakuk II de Balker (1938-2015)
uit: Groenboek (1972)

Foto: Zatapatique


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Habakuk II de Balker • Aardappelen

Aardappelen

Platvloerser en toch blijmoediger plant
leeft er bijna niet in dit sombere land.
De aardappel is zo Hollands: hij danst dom
de aardappelmand in en veel later de mond.
Het bruin van oude veelgebruikte balzakken
en van wel zeer versleten bruiden paart hij
aan varkensachtige rondheid, Grootmogoldom
en de gezichtsuitdrukking van rollende munt.
Op de balzaal van gods akker wiegelt hij blij
en zijn spaarbank heeft hij onder de grond.

Habakuk II de Balker (1938-2015)
uit: Groenboek (1972)

Foto: Ben van Meerendonk


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Henny Vrienten • Zonder mij

Uit De een is de ander niet. Leven in liedjes, een bundeling van zo’n zeventig liedteksten van Henny Vrienten.

Zonder mij
voor Hugo Claus

Het mooiste is de stilte tussen
wat is geweest en wat moet komen
het mooist de herinnering
die je vindt terwijl je niet zoekt
’t allermooist is de weg van de
tweesprong die je nooit hebt genomen
toch maakt het geen verschil
ja, dit is wat ik wil Lees verder >>

Gedicht: Peter van Lier • Elvis’ kleurenleer

Uit Af(breken) op(ruimen) in(pakken), de nieuwe bundel van Peter van Lier.

Elvis’ kleurenleer

Terugkomen (in zwart) en dan
met
ten onder gaan (in stijl) op tournee: vol
versprekingen, lachers op de hand.
Tussendoor
denken aan (lekker landelijk) eten achter gesloten luiken:
veel spek sloopte
mij

naar wens. Langzaam
bergafwaarts
gaan keek toe: hoe een relatie eindigde schittert nog
na, ziektes en ongemak (in sneeuwwit pak).
Immer
soepele heupen
(sterke bouw) spraken de wereldbevolking
toe: Lees verder >>

Gedicht: Christine D’haen • Daimoon megas

‘Daimoon megas’ van Christine D’haen wordt besproken bij Meander.

Daimoon megas

                    τί οὖν, ὦ Διοτίμα;
                    δαίμων μέγας, ὦ Σώκρατες: καὶ γὰρ πᾶν τὸ δαιμόνιον
                    μεταξύ ἐστι θεοῦ τε καὶ θνητοῦ.

Mijn daimoon bedroefde bij nacht mijn bloed:

het hoofd in uw armen, het hoofd van een man,
het is niets. En uw dagen en nachten zijn niets
dan een schaduw van schaduwen; al wat gij doet,

het is niets: en het vlees dat gij eet, en het bloed
dat gij drinkt, het is niets. Verfoei ook den geest!
Want de ziel die gij eet, het visioen dat gij drinkt,
het is niets. En zo al wat gij zoekt, wat gij doet, Lees verder >>

Gedicht: Dirk Smits • De Rottestroom (fragment)

De Rottestroom

(…)
Stil!.. ‘k Hoor reeds haer golfjes leven!
Haer vervrolykt stroomgeluidt
Noodigt my ten koortranss’ uit.
‘k Zie hoe, door die vreugdt gedreven,
Haer Gespelen, overlaên,
Opgeborrelt uit het water,
Met riviervisch, ’t marktgeschater
Daeglyks drok ten dienste staen.
‘k Zie de plasbaers, vette voren,
Braesem, karper, post en snoek,
Zeelt en paling, malsch en kloek,
’t Oog des wandelaers bekoren:
Elk word op ’t gespartel graeg,
Valt aen ’t kiezen, dingen, koopen;
Voelt, by ’t wegen, schrappen, stroopen,
Reeds een kittling in zyn maeg.

Lees verder >>

Gedicht: Dirk Smits • Lijkkrans voor mijn dochtertje

Lijkkrans voor mijn dochtertje.

Een rei van Englen zag,
Door ’t dunne wolkfloers heen,
Of ergens, hier beneên,
Een zuivre parel lag
Die waardig was te pralen
In ’t goud van ’s hemels zalen.

In ’t einde viel het oog
Op Margareetje* een wicht,
Dat pas, door ’t levenslicht,
Bestraelt werd van omhoog,
En blijdschap noch elende,
Noch deugd noch ondeugdt kende.

Lees verder >>

Gedicht: Daniël Vis • de gestalte op dat schilderij van munch

Uit Het weefsel, de nieuwe bundel van Daniël Vis.



de gestalte
op dat schilderij van munch –

de opengesperde mond –

schreeuwt niet,
maar legt de handen tegen het hoofd

om de schreeuw niet te horen.

                  de angst,

                   een fundamentele
                   gebeurtenis –

dat ik er ben –

            en opnieuw
ontstaan

de draden die het gekopieerde dna
in de zich delende cel verdelen –

een techniek
van het aanwezig blijven.

              wat kan:

relaties
in evenwicht,

een begrensd gebied.

de hand die zich
          sluit,

we zeggen:

       een eenvoudige
       beweging –

iets vast te pakken.


Daniël Vis (1988)
uit: Het weefsel (2020)

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Gedicht: Jabik Veenbaas • Perspectief & Mindfulness

Uit Soms kijkt de aarde me aan, de nieuwe bundel van dichter-filosoof Jabik Veenbaas.

perspectief

de schilders weten het
alles is altijd anders
het is geen gezicht
maar een reservoir van licht
het is geen raam
maar een oorsprong van eeuwigheid
verroeste emmers zijn pareloesters
woonhuizen vissenbekken
dieren en naakte vrouwen daarentegen heilig
zij rusten ’s avonds gemoedelijk
in de warme stal van je bloed
ook heeft de week elf dagen
en dat is geen feit
maar alleen als je kijkt

Lees verder >>

Gedicht: Hans Verhagen • Azalea

Dichter en P.C. Hooft-laureaat Hans Verhagen overleden.

Azalea

Die het kwade spreken krijgen steeds meer te vertellen
In dit ondermaanse licht ontleend aan schaduwen
anderen de vingers breken tot ze niet meer meetellen
om ooit de sultans ezel voor zich uit te mogen duwen

Keldert het vertrouwen in de voortplanting, drommen
er wel pap van lustende van onder gladgeschorenen
zich bescheurend samen voor een pas op!
slipgevaar-party

Lees verder >>

Gedicht: W.J. van Zeggelen • (twee van) Zeven kniedichtjes

Vreugde.

Vreugde is een tortel, die schatert en koert,
Ons aan de rustige huiscel ontvoert,
Luide ons verlokt: ‘geniet en kom buiten!
Tracht eerst uw zorgen goed binnen te sluiten;
Zing wat u hindert en drukken moog, weg,
Moei u niet hard met gestaag overleg.’
Maar, hoe die tortel moog lokken en streelen,
Als ze u wat lang zingt – ze zal u vervelen;
Vreugd heeft een lokstem voor grijsheid en jeugd,
Maar slaat ze door, ze overschreeuwt vaak de Deugd.

Lees verder >>

Gedicht: Martinus Nijhoff • Het groote lijden

Het groote lijden

Hij moest zijn hart, zijn zwaar hart, achterlaten
Toen hij naar zijn natuur zich weer onthief.
Wij, die na ’t afscheid om den heuvel zaten,
Wisten, hij heeft in angst, in doodsangst, lief.

Ach, wij verlieten wat wij nooit bezaten,
En vonden meer dan we ooit hadden gemist -,
Maar hij, tusschen twee eenzaamheden, wist
Toen hij verliet, tevens te zijn verlaten.

Lees verder >>

Gedicht: Saskia de Jong • hot! hot! hot! hittegolf

in Het jaagpad op en af, de nieuwe bundel van Saskia de Jong.

hot! hot! hot! hittegolf

een zekere zon glom buiten zijn grenzen
pupillen kieperen het licht naar binnen
ingezwachteld mijn volksmond
eet een zoutje wat weerhoudt je
van de vertering van de violente vragen

(er eentje opborrelen)
welk gat de diepte draagt

(waar twee al overkoken heet)
als slaap het voorvocht van de dood is

Lees verder >>

Gedicht: Hans Werkman • Johannes Passion

Johannes Passion

De Heer is in de Joriskerk opnieuw gekruist.
De schare hoorde in gemakkelijke banken
hoe Hij bloedig gegeseld buiten stond. ‘Afdanken
die man,’ riep men. ‘Kruist hem, weg met die etterpuist!’

‘Kruist hem!’ herhaalde honderd maal het koor, en kuis
in ’t zwart gekleed luisterde het naar de klanken
van de evangelist, wiens zang soldatenstank en
verraad en haat aankondigde voor een verguisde.

Lees verder >>