Auteur: Peter-Arno Coppen

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLVIII: Grammar feud, the best is yet to come

Ja beste grammar feud-vrienden, aan alle goede dingen komt een eind, maar het mag dan zo zijn dat rozen verwelken en schepen vergaan, de grammar feud blijft altijd bestaan. Gisteren merkte ik al op dat de grammar feud van alle tijden is en sinds mensenheugenis over de hele wereld beoefend wordt. Dat zal dus na deze bescheiden poging tot standaardisering niet veel anders zijn. Toch is het goed om door middel van een kleine terugblik op de afgelopen week vooruit te kijken naar hoe het nu verder moet. Hoe heeft de afgelopen week ons leven verrijkt en ons de middelen ter hand gesteld om in de toekomst met meer bevrediging het grammar feud-spel te spelen?
Lees verder >>

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLVII: Grammar feud, the final countdown

Goedemorgen grammar feud-vrienden, hier is weer een nieuwe, geheel gratis spelset voor het inmiddels razend populaire gezelschapsspel grammar feud (voor de regels, zie hier). Aan die populariteit wordt trouwens wel eens getwijfeld. Men vraagt zich af of ik dat allemaal maar verzin, in een listige poging een wensdroom te verwezenlijken. Wel, beste grammar feud-vrienden, laat ik jullie verzekeren dat niets minder het geval is.
Lees verder >>

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLVI: Grammar feud, part 4

Welkom terug, grammar feud-vrienden! De postzakken met e-mails blijven binnenstromen. Veel hartverwarmende verhalen uit het land over grammar feud-clubjes die spontaan opgericht worden. Jong en oud geven zich over aan dit boeiende spel (voor de regels zie hier), dat blijkbaar een snaar aanslaat die diep in het nationale volksgevoel resoneert. Naar het schijnt wordt er niet alleen in de huiskamer gespeeld, maar ook in het openbaar vervoer, in de file, en in de horeca. Sommige restaurants hebben het spel al verboden omdat alle gasten bij het spel betrokken worden en hierdoor de aandacht voor het eten totaal verliezen. Zorgvuldig bereide gerechten verpieteren onaangeroerd op de borden, obers en koks ijlen doelloos heen en weer.
Lees verder >>

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLV: Grammar feud, the legend goes on

Vandaag, beste Grammar feud-vrienden (voor de regels, zie hier), weer een niet-controversiële kwestie, die ook nog eens niets met de taalnorm te maken heeft. Een pure zinsontledingskwestie van een bedrieglijke eenvoud, totdat je wat verder in het spel komt. Bij kwesties als deze, waar emoties nauwelijks een rol spelen, is het gevaar groot dat de speelronde te snel tot een conclusie komt. Dan is het spel voorbij voordat je er erg in hebt, en zit iedereen elkaar een beetje glazig aan te kijken rond de tafel. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.
Lees verder >>

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLIV: Grammar feud, the sequel

Wie heeft er vandaag zin in een potje grammarfeuden? Het is tenslotte nog kerstvakantie, dus we hebben alle tijd van de wereld. Zoals beloofd vandaag een controversiële kwestie, en wel de kwestie die nu bijna twee jaar geleden de gemoederen bezig hield: de hunhebben-controverse. Maar voor deze gelegenheid giet ik ‘m in een grammarfeud-jasje. Voor wie de regels van Grammar feud gisteren gemist heeft (bijna niet voor te stellen), zie eerst hier.
Lees verder >>

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLIII: Grammar feud: grammatica als gezelschapsspel

Genoeg van ganzenbord of kolonisten van Catan? Te moe voor twister of Wii? Dan is hier het nieuwe gezelschapsspel Grammar feud, ontwikkeld in een van de immer geopende Neder-L-filialen in het land. U dacht dat grammatica en gezelligheid niet samengingen? Dat betrekkelijke voornaamwoorden alleen maar de goede betrekkingen verstoren, en dat de eerste de beste bepaling van gesteldheid een domper op de avond betekent? U dacht dat er met lidwoorden niets te lachen viel? Nou, dan hebben wij van Neder-L nieuws voor u: dat is niet zo.
Lees verder >>

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLII: Goed opletten dat je geen foutmaakt

Afgelopen maand was ik in Leiden bij het afscheid van vakdidactisch hoogleraar Hans Hulshof, waar onder anderen Arie Verhagen een lezing hield over taalkundig denken in het voortgezet onderwijs. Hij bepleitte daar een soort onderzoeksmatige, bijna structuralistische aanpak: je zou, met gebruikmaking van alle moderne middelen zoals zoekmachines op het internet, met de leerlingen op zoek moeten gaan naar de eigenschappen en structuren van de taal zoals die zich aan ons voordoet, een en ander aansluitend bij het paradigma van de constructiegrammatica.

Lees verder >>

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXLI: Jan Mulder erkent taalfout

De ex-voetballer, schrijver, voetbalanalist, sidekick, tafelheer en sinds enige tijd ook beroepsergeraar Jan Mulder is een taalgevoelige Nederlander. Bij zijn maandelijkse top 5 van ergernissen in het televisieprogramma De wereld draait door zit altijd wel een taalergernis. Deze maand, oktober 2011, was het toevallig de schrijfwijze van het woord vurrukkulluk uit het boek van Remco Campert, door het NOS journaal gespeld als verrukkulluk. Mulder was niet helemaal in vorm bij het uitleggen van wat hier nou precies mis was (ik denk dat hij bedoelde dat het niet de oorspronkelijke spelling van Campert was en ook niet de juiste spelling verrukkelijk, maar een slordig, halfslachtig misbaksel daartussenin.) Maar dat was niet zo interessant. Even verderop gebeurde er iets opmerkelijks.

Lees verder >>

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXL: De Medische Datief

In het televisieprogramma De wereld draait door werd gisteren, 17 oktober 2011, aandacht besteed aan de nationale donorweek. Er was een gesprekje met de ouders van een overleden zoon wiens hart was getransplanteerd in het lichaam van een vrouw. De vrouw was er ook, en toen zij in beeld kwam stond onder in beeld haar naam, met de toevoeging getransplanteerde. Ik dacht: Hè? Maar die vrouw is zelf toch niet getransplanteerd?

Lees verder >>

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CIXL: Het ruikt hier naar kamelen

Er is maar weinig voor nodig om taalkundigen gelukkig te maken. Een mooi voorbeeld, in het wild aangetroffen, volstaat vaak al. Dat slaan ze op in een soort linguïstische voormaag om het later nog eens goed te verteren. Net als kamelen in de woestijn kunnen ze daar dagen, soms zelfs weken mee vooruit.

Gisteravond, terugkomend van een avondwandeling, hoorde ik aan de overkant van de straat een jongen en een meisje op de fiets met elkaar praten. Het meisje had haar vriendje (?) toegeroepen Deze kant! en blijkbaar had hij daarop niet naar tevredenheid gereageerd, want zij beet hem toe (ik heb er geen ander woord voor): Er is maar één deze kant hoor!

Lees verder >>

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXXXVIII: Onbekend maar niet onbegrepen

Ze heette Hendrikje van Andel-Schipper, en ze was gedurende een korte periode in haar lange leven een bekende Nederlander. Om precies te zijn: vanaf haar optreden in de TV-show van Ivo Niehe, waarvan ik laatst nog een fragment herhaald zag. Toevallig hoorde ik haar naam deze week nog op de radio. Haar bekendheid ontleende zij aan het feit dat zij eventjes de oudst bekende mens ter wereld was. Dat bleek later ten onrechte, maar de oudst bekende Nederlander was zij zonder enige twijfel. En iedereen wist dat. Dat is nu wel anders: wie op het moment de oudst bekende Nederlander is, weet haast niemand. Waarom is de oudst bekende Nederlander niet altijd een bekende Nederlander?

Lees verder >>

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXXXVII: Iets waar ik eigenlijk niks VAN weet

Laatst zei ik het weer, en iedere keer dat ik het zeg denk ik: Hee wat gek! Ik zei Daar weet ik niks VAN. Ik zei niet Daar weet ik NIKS van, want dat bedoelde ik niet. Is er verschil in betekenis dan? Nou ja, dat is de vraag die ik in dit miniatuurtje hoop te beantwoorden, maar ik kan nu al verklappen dat het wel zo voelt. “Of niet soms?,” zou ik daar retorisch aan toe kunnen voegen.

Lees verder >>

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXXXVI: Het ‘moet’ ‘anders’

Het is met een zekere aarzeling dat ik het doe, maar ik doe het toch. Ik ga iets zeggen van het stuk van Jan Stroop in de Volkskrant. Niet dat ik het met de strekking ervan zo oneens ben, ik struikel een beetje over de retorische vorm. Ik geloof niet dat er één lezer is die het voor het lezen van het artikel met Jan Stroop oneens was, en na lezing uitroept: “Nou je het zegt, zo had ik er nog niet tegenaan gekeken! Nee ik ben helemaal om.”

Lees verder >>

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXXXV: GeenStijl door de knieën

Door Peter-Arno Coppen

Het taalgebruik op de website GeenStijl is een hachelijk onderzoeksobject. Doordat het opzettelijk afwijkt van de gevestigde orde loopt elke analyse het risico op een reactie. En dan bedoel ik niet zozeer commentaar, maar de reactie dat de taalgebruikers hun taal bewust gaan veranderen om de analyse te frustreren. Je moet dus snel zijn: blootleggen, ontleden, duiden en wegwezen. Als je te lang blijft staan, klopt het niet meer.
Lees verder >>

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXXXIV: Hilariteit om een hulpwerkwoord

De meeste grappen zijn talig. Vaak gaat het om een dubbelzinnig woordje (Reken af met valse euro’s), soms om een spelfout (Dames hakken €5.00), of een niet-bedoelde woorgroepenstructuur die zich opdringt (Ze kookt ’s middags, ’s avonds bedient ze, en warmt een ander meisje op). Ik citeer deze voorbeelden uit één enkele aflevering uit de rubriek Ruggespraak in het tijdschrift Onze Taal. Maar echte syntactische grappen zijn schaars.

In de eerste aflevering van het nieuwe satirische programma Neonletters van Jeroen van Koningsbrugge en Dennis van de Ven worden er twee nieuwe typetjes geïntroduceerd, de Rotterdamse meiden Mandy en Lisa. Hun taalgebruik, dat in de verte een beetje doet denken aan het Little Britain-typetje Vicky Pollard, kenmerkt zich door een overmatig gebruik van het hulpwerkwoord lopen. Wat is daar leuk aan?
Lees verder >>

Lit: Pas verschenen: Antrekoo en kipfilet. Peinzingen over optimaal en pessimaal taalgebruik

Bij boekhandel Jansen en de Feijter in Velp is een bundel verschenen van korte artikelen over taal, van de hand van Frans Lisman (1939). De artikelen zijn deels eerder gepubliceerd in Voeksnieuws, het blad voor Shell-gepensioneerden, en in Onze Taal.

Lisman, die rechten studeerde in Leiden en tot zijn pensionering in bij Akzo Nobel en Shell werkte, stelde in die functie verschillende gedragscodes op, waaronder deNederlandse Sollicitatiecode.

Met een scherp gevoel voor onlogische of ronduit foutieve ontwikkelingen in de taal verzamelde hij daarvan in de loop der jaren talloze voorbeelden. Sinds 2004 publiceerde hij zijn vondsten en kritische commentaren maandelijks in Voeksnieuws, en soms ook in Onze Taal. Veel van zijn artikelen verkondigen de opvatting dat neerlandici minder bereid moeten zijn om recentelijk gemaakte fouten die nog herstelbaar zijn, onder het mom van “taalontwikkeling” tot goed Nederlands te verklaren.

Antrekoo en kipfilee. Peinzingen over optimaal en pessimaal taalgebruik van Frans Lisman.
Uitgever: Boekhandel Jansen & de Feijter, Velp
ISBN 978-90-804188-8-2
Prijs: € 14,50 (verzendkosten € 2,50 per exemplaar)
Bestellen: www.eenpassievoorboeken.nl

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXXXIII: De hoedanigheden van Bilderdijk en Montague

Sinds ik in het bezit ben van de cd-rom Taal & Letteren 19e eeuw, met 38.378 pagina’s uit taalkundige tijdschriften uit de negentiende eeuw, mag ik daar graag af en toe een paar artikeltjes uit lezen. Het is niet allemaal even sprankelend en interessant, maar zo af en toe zitten er bepaald scherpe stukjes tussen. Die negentiende-eeuwers waren soms een stuk minder vriendelijk dan de hedendaagse columnisten. Het werd natuurlijk allemaal wat bloemrijker verpakt dan op geenstijl.nl of in HP/de tijd, maar lees bijvoorbeeld maar eens hoe Matthias de Vries afrekent met andersdenkenden: “Historische taalstudie alleen is in staat een hechten grondslag te leggen, waarop men veilig kan voortbouwen, terwijl links en regts de luchtkasteelen van het spelend vernuft tot puin ineenstorten.” Dan sta je als tegenstander toch meteen op achterstand.
Lees verder >>

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CXXXII: Wat ging er door het hoofd van Dick Advocaat?

De taalprof signaleerde het incident op Twitter, de taaldokter schreef een korte diagnose op zijn weblog. Het gebeurde in het programma Studio Sportzomer van zondag 20 juni 2010 (op 22:30 ongeveer). Te gast waren onder andere Leo Beenhakker en Dick Advocaat, en op een gegeven moment ging het over de kwaliteiten van voetballer Mark van Bommel. Advocaat zei: “Dat wordt toch nog een beetje onderkend.” Onmiddellijk werd hij gecorrigeerd door Jack van Gelder, die zei: “Miskend” Maar Advocaat liet zich niet uit het veld slaan en hij merkte op: “Miskend ook, maar ook onderkend.” De verwarring leek compleet (“Of is het miskend?”), Yoeri Mulder schakelde Beenhakker in (“Je zou ‘m helpen”), die er een geintje van maakte (“Ik heb ook maar zes jaar mavo”), en daarop werd de taalkundige discussie weer ingeruild voor voetbal. Wat gebeurde daar precies?

Lees verder >>