Auteur: Peter-Arno Coppen

Gefnuikte idealen

door Peter-Arno Coppen

Op 11 mei schreef ik op verzoek van de redactie van Neerlandistiek (of eigenlijk was het gewoon een leuk idee van Marc van Oostendorp) een bijdrage over ‘het ideale eindexamen Nederlands’. Op de een of andere manier schijnt die bijdrage een aantal mensen in het verkeerde keelgat te zijn geschoten. De reactie van Helge Bonset was een duidelijk voorbeeld daarvan, maar ik heb uit de tweede of derde hand ook van andere mensen gehoord dat zij hier aanstoot aan genomen hebben. En eigenlijk begrijp ik niet precies waarom.

Lees verder >>

Een eigen eindexamen Nederlands

Door Peter-Arno Coppen

Het kan blijkbaar ook zonder. Aangezien de centraal schriftelijke eindexamens dit jaar niet doorgaan, studeert het huidige cohort eindexamenleerlingen af zonder het beruchte examen Nederlands (of leesvaardigheid, moet je eigenlijk zeggen). Daar zijn ze natuurlijk wel jarenlang op voorbereid, en de resultaten van deze toets convergeerden toch altijd al zeer sterk naar de voldoendegrens, Veel spijt zullen de leerlingen er dus niet over hebben, want je kon hier toch niet goed op excelleren. Voor het verkrijgen van voldoening over je leesvaardigheid hoef je het eindexamen Nederlands niet te doen. Wat maakt het eigenlijk uit?

Lees verder >>

Linguïstisch Miniatuurtje CLXIX: De olifant in het raadsel

Door Peter-Arno Coppen

Op de sociale media is de laatste weken het volgende raadseltje populair: ‘1 konijn zag 6 olifanten op weg naar de rivier. Elke olifant zag 2 apen naar de rivier gaan. Elke aap heeft 1 papegaai in zijn handen. Hoeveel dieren gaan er naar de rivier?’ De Nederlandse variant blijkt een vertaling uit het Engels, waar de tekst luidt: ‘One rabbit saw six elephants while going to the river. Every elephant saw two monkeys going towards the river. Every monkey holds one parrot in their hands. How many animals are going towards the river?’ Er bestaat wel enige variatie in de Engelse tekst. Zo komt in plaats van ‘Every monkey holds one parrot in their hands’ ook voor ‘Each monkey holds one parrot in his hands’. Maar wat is de oplossing?

Lees verder >>

Uitslag Paasopgave: Hoeveel sjwa’s kunnen we achter elkaar krijgen?

Door Peter-Arno Coppen

Ik had de paasopgave misschien een beetje duidelijker moeten maken. Doordat ik begon met de aanleiding voor mijn eigen zoektocht, een zin die eindigde op vier lettergrepen met een sjwa, en dat vastknoopte aan een reflectie op het aantal mogelijke sjwa’s aan het begin van een zin, dachten een aantal deelnemers dat het ging om een zin met zowel aan het begin als aan het eind zoveel mogelijk lettergrepen met een sjwa. Maar het ging mij om zoveel mogelijk sjwa’s achter elkaar, in adjacente lettergrepen.

Lees verder >>

Linguïstisch miniatuurtje CLXVIII: Wat staat er op een ontmoeting met Ad Foolen?

Door Peter-Arno Coppen

Ik schrijf bijna nooit meer een Linguïstisch Miniatuurtje, en ook op mijn weblog waaien de tumbleweeds door een lege tijdlijn. Niet dat de inspiratie op is, maar tegenwoordig probeer ik mijn taalobservaties te vangen in mijn taalrubriek in het dagblad Trouw. Als je drie van die afleveringen per week schrijft blijft er weinig tijd over voor andere media. Zo’n rubriek in de krant kan dan wel niet veel langer zijn dan 200 woorden, maar dat is meestal genoeg om de essentie van een kwestie te raken. Totdat ik gisteren in de supermarkt Ad Foolen tegenkwam. Ad is dan wel met pensioen, maar dat weerhoudt hem er niet van om in Utrecht in te vallen voor een collega bij Duits. Daar geeft hij een grammaticacollege, en van de week had hij een interessante kwestie met zijn studenten besproken, die hij me graag voorlegde. Daar heb ik meer dan 200 woorden voor nodig.

Het ging om de (traditionele) ontleding van de zin ‘Op die misdaad staat drie jaar gevangenisstraf’. En dan niet zozeer het getal van het werkwoord, maar om de benoeming van ‘op die misdaad’. Wat is dat voor een zinsdeel?

Lees verder >>

Het gaat bij deze oproep niet om het bedenken van een resultaat maar om het resultaat van het bedenken

Door Peter-Arno Coppen

De Radboud Universiteit heeft onlangs een nieuwe slogan in gebruik genomen. Of slogan, ik weet eigenlijk niet wat de bedoeling is, maar we krijgen hem nu al enige tijd op ons inlogscherm. Hij luidt: ‘Het gaat niet om het overbrengen van kennis, maar om de kennis van het overbrengen’. Het schijnt een bedenksel van een communicatiebureau te zijn, want de belegen opvattingen achter deze zin verraden geen actuele kennis van het onderwijsonderzoek of de vakdidactiek, laat staan van de onderwijspraktijk. Op de universiteit gaat het bijvoorbeeld helemaal niet enkel om kennis, maar conform de in 2004 afgesproken Europese Dublindescriptoren om kennis, toepassing van die kennis, oordeelkundigheid, communicatie en leervermogen. Als ik voor één woord zou moeten kiezen zou dat trouwens eerder ‘inzicht’ zijn en niet ‘kennis’.

Lees verder >>

Oproep: Fragmenten uit Nederlandse literatuur die over taalnormen en -conventies gaan

Door Peter-Arno Coppen en Marten van der Meulen

In het blog over de Spreektaalveredelingsbond van laatst werd de aandacht vooral gevestigd op één aspect van dat toneelstuk: de taal over taal. Verschillende karakters in het stuk doen expliciet normatieve uitspraken over taal: ze becommentariëren de woordkeuze, uitspraak of het andersoortige taalgebruik van andere karakters. Dat levert dit soort dialogen op:

VAN EIBERGEN: Ik wense uit te spreken. Vermits ik het ene heilige plicht achte…
WORREGA (gedienstig): Enen heiligen, domienee! met uw verlof.
VAN EIBERGEN (uit de hoogte): Ik herzegge: ene heilige plicht…. Plicht is vrouwelik, meester.
WORREGA: Neen domienee, ik geloof zeker…. (Hij zoekt in zijn woordelijst) (…)
WORREGA (in de rede vallend): Ja! Juist! Ziet u….? „Plicht, mannelik, plichten“.
VAN EIBERGEN (neerbuigend vriendelik): Mag ik ?
WORREGA (reikt hem het boek toe): (…)
VAN EIBERGEN (met ’n medelijdend lachje):
Waarlik. Het staat er. Hm. (Het boek teruggevend). Ene drukfout, meester.

Mensen doen heel vaak dergelijke ‘metalinguïstische’ uitspraken. In feite is iedere inzending bij het nog steeds populaire Taalvoutjes zo’n vorm van metalinguïstische uitspraak. Officiële of officieel bedoelde taalnormen staan natuurlijk vooral in schrijfgidsen en taaladviesverzamelingen, maar de ‘populaire taalnorm’ is alomtegenwoordig. Dus zou je verwachten dat die ook in dialogen in de Nederlandse literatuur voorkomt.

Lees verder >>

Komt een bijwoordelijke bepaling bij de dokter

door Peter-Arno Coppen

Vandaag zag ik op twitter een tweet langskomen met allemaal Engelstalige varianten op het klassieke begin van een grap: ‘A man walks into a bar’. Het leuke was dat elke variant een grammaticale of literaire term uitlegde. Het begon bijvoorbeeld met ‘A bar was walked into by the passive voice’ (“Een café wordt binnengelopen door een lijdende vorm”).

Ik heb niet kunnen achterhalen wie de auteur hiervan is, de lijst staat op verschillende plaatsen op het internet, bijvoorbeeld hier. Het lijkt op iets wat op de sociale media door verschillende mensen bij elkaar verzonnen is. Maar dat kunnen wij in Nederland en België natuurlijk ook! Volgens mij begint de Nederlandstalige klassieke grap niet met iemand die een café binnenloopt, maar eerder met een man of vrouw die bij de dokter komt (er is zelfs een televisieprogramma dat zo heet. En een boek). Dus wij doen het met bij de dokter komen. Wie verzint er meer? Er zijn drie eisen:

Lees verder >>

Arie de Jager en de crisis in de hedendaagse neerlandistiek

door Peter-Arno Coppen

In Neerlandistiek van 25 april 2019 werd verwezen naar een boek getiteld Arie de Jager and the Crisis in Contemporary Dutch Studies, echter zonder verdere bronvermelding. Vermoedelijk is het boek bij een obscure uitgever gepubliceerd, of misschien in eigen beheer. Ik heb het in elk geval nergens kunnen vinden.

Ik ben natuurlijk wel zeer geïnteresseerd in de inhoud, aangezien de onderwerpen uit de titel mij wel aanspreken. Vooral wat een negentiende-eeuwse taalkundige (hij was deze week precies 142 jaar dood) te maken zou kunnen hebben met de hedendaagse situatie in de neerlandistiek is een intrigerende vraag. Bij nader inzien valt het antwoord op die vraag echter wel enigszins te reconstrueren. Lees verder >>

Wat zijn de grote inzichten uit de neerlandistiek?

door Peter-Arno Coppen

Ik loop nu al bijna een jaar (sinds de zomer van 2018) met een vraag rond die heel erg voor de hand ligt, maar waar ik nog nooit een goed antwoord op heb gelezen. Het begon bij het tweede tussenproduct van curriculum.nu, dat het begrip grote opdrachten introduceerde. Dit was allemaal voorgeschreven door de centrale Curriculum.nu-organisatie, die had bepaald dat na een visie op het leergebied ook de grote opdrachten van het leergebied moesten worden geïdentificeerd. Wat zijn dat, grote opdrachten?

Lees verder >>

Neerlandistiek in het Boekenweekgeschenk

door Peter-Arno Coppen

[Spoiler alert: deze tekst bevat informatie over plotwendingen in het besproken werk]

Het staat op bladzijde 37 in het Boekenweekgeschenk Jas van belofte van Jan Siebelink. Er is sprake van een schrijver (Loet IJzertje, een verwijzing naar Louis Ferron), die in een Amsterdams café aan het Spui een vaste schare van vijf bewonderaars heeft (later in het boek consequent de garde genoemd). Wat blijkt? Op een na (die op het seminarie gezeten heeft) hebben zij ‘allen neerlandistiek gestudeerd.’

Dat is wat! Als je in een café een groepje van vijf mensen ziet staan is de kans bijzonder klein dat er vier neerlandici bij zitten. En al helemaal in Amsterdam, waar onlangs een van de opleidingen neerlandistiek is opgeheven. Dat moet wel een speciale betekenis hebben. En ik vrees dat die niet zo gunstig is.

Lees verder >>

Framen voor beginners: de casus Neerlandistiek

door Peter-Arno Coppen

Welkom bij de cursus ‘Framen voor beginners’, waarin wij deze week bespreken hoe je een succesvolle opleiding door vakkundig framen om zeep kunt helpen. We nemen als voorbeeld de universitaire studie Neerlandistiek uit de vorige eeuw (elke gelijkenis met echt bestaande opleidingen is natuurlijk toeval). Die opleiding leunde op een aantal belangrijke voordelen: er zaten drie domeinen in (literatuur, taal en taalgebruik) waarin je kon specialiseren. Behalve de voor de hand liggende samenhang tussen deze drie was het voordeel dat je die specialisatie tot later in je studie kon uitstellen, tot het moment dat je op grond van een basiskennis in alle domeinen een goed beeld van je mogelijkheden had. Een ander belangrijk voordeel was dat de opleiding gekoppeld was aan een schoolvak. Hierdoor kon je al op school een indruk krijgen van de rijkdom van de opleiding, en er was een extra carrièreperspectief: na een studie Neerlandistiek had je behalve alle mogelijkheden van je gekozen specialisatie ook nog eens de mogelijkheid om zonder verdere inhoudelijke scholing leraar te worden. Daar had je alleen nog een beroepsopleiding voor nodig die je in een jaar kon afronden. Lees verder >>

World Word Poker

door Peter-Arno Coppen

“Goedenavond dames en heren, en welkom bij Studio Sport World Word Poker. Het Holland Hold’em toernooi lijkt zijn beslissende stadium bereikt te hebben maar het is niet voorbij voordat de dikke vrouw gezongen heeft, om met Mickey Spillane te spreken, dus we schakelen snel over naar Mart en Rivkah.”

“Ja Tom, dank je wel, het is inderdaad bloedjespannend (mag ik dat zeggen?), want er zijn nog maar twee spelers over in wat de laatste ronde belooft te worden. Alleen Raymond en Fatima zijn nog in de race, en het verdict is bepaald nog niet gevallen, nietwaar Rivkah?”

“Inderdaad Mart, in de pre-flop kreeg Raymond twee werkwoorden, zeggen en lachen, dus hij heeft al een tweekaart werkwoorden te pakken, maar deze deal biedt ook kansen om uiteindelijk bij een samengestelde vijfkaartzin uit te komen, dus dan zou hij de hoogste combinatie hebben.” Lees verder >>

Grrr – hrmpf – wow!

Door Peter-Arno Coppen

Ja, daar zat ik van de week ineens in een discussie over creativiteit, die ik achteraf nogal onbevredigend vond. Ik was er misschien ook een beetje te zeer met gestrekt been ingegaan, naar aanleiding van het stukje van Marc van Oostendorp over Grote opdracht 7 van curriculum.nu. Marc citeerde daarin met instemming een kritische opmerking van Marc Kregting, die hier met naar mijn smaak allemaal te grote woorden ‘een onverhuld ideologische boodschap’ in zag ‘die linea recta voert naar het neo-liberalisme.’ Voor hem was creativiteit ‘vernietigend’. Marc van Oostendorp was het met hem eens dat dit aspect van creativiteit ten onrechte onvoldoende tot uitdrukking kwam, en dat de creativiteit in die opdracht wat ‘te braaf’ was.

Ik vond dat weer te veel smaken naar het romantische idee dat creativiteit onlosmakelijk verbonden is met de geniale held die de hele wereldorde omver blaast met een briljante gedachte, en dat noemde ik ‘puberaal’.

De discussie ontspoorde eigenlijk meteen in een orgie van framing: de ‘creativiteit van de kleurplaat’, waarbij het vrije intellect beperkt wordt door een schoolse context, de ‘romantiek van de comics’ (het stripverhaal van de held die de wereld redt), creativiteit als precisiebombardement (vernietigen door goed en geconcentreerd mikken), de creativiteit van het lijmen (“Creatief met kurk”) in plaats van breken, de beperkte creativiteit van het ‘probleemoplossend vermogen binnen het ideologische kader’, en een creativiteit die alleen ‘uniek volgens de grootste gemene deler’ is. Het had allemaal bepaald een emotioneel karakter, waardoor Marc van Oostendorp er zelfs vrij snel ‘bedremmeld’ het zwijgen toe deed.
Lees verder >>

Kun je taalverloedering wel onderzoeken?

Door Peter-Arno Coppen

In het stuk van Marten van der Meulen dat ik in mijn vorige blogpost besprak komt nog een interessante opmerking voor. In zijn beschouwing van de onderbouwing van het begrip taalverloedering merkt Marten op dat je daar eigenlijk onderzoek naar zou moeten doen: “Maar hier zit het probleem: dat onderzoek is er niet. Er is (voor zover ik weet) nog nóóit een onderzoek geweest dat twee punten in de tijd heeft genomen en heeft laten zien dat er meetbaar meer slordige fouten worden gemaakt dan vroeger.” In een reactie op mijn vorige blogpost voegt hij daaraan toe: “Ik had het ook met een collega over dat onderzoek: dat kán wel. We hebben alleen een berg essays enzo nodig uit Vroeger Tijden. Heb jij niet nog wat liggen, of contacten?” Dat lijkt me wat te optimistisch.

Ik kan me van een jaar of tien geleden herinneren dat we in de redactie van Onze Taal ook eens hebben geprobeerd om een soortgelijk onderzoek van de grond te krijgen. Het idee was nog simpeler: neem een steekproef uit kranten van verschillende periodes, en vergelijk de fouten. Dan heb je een factcheck van de populaire bewering “Er staan tegenwoordig veel meer taalfouten in de krant.” Dat onderzoek is nooit van de grond gekomen, en hoe langer we ermee bezig waren, hoe meer problemen we bedachten.

Ik neig nu een beetje naar het idee dat zo’n onderzoek helemaal niet kan (alleen misschien in een heel beperkte vorm, waarin je alleen naar een heel specifieke soort fouten kijkt), en, wat nog belangrijker is: het is mij volslagen onduidelijk wat welk resultaat dan ook zou kunnen betekenen.

Ik zet even een paar overwegingen op een rijtje, for future reference.

Lees verder >>

Meta-taalzeuren

Door Peter-Arno Coppen

Op zijn eigen blog, doorgeplaatst in Neerlandistiek, opent Marten van der Meulen maar weer eens de aanval op mensen die klagen over taalverloedering (wat hij en passant kernachtig samenvat met de mooie term taalzeuren). Met genadeloze wetenschappelijke precisie legt hij enkele mechanismen bloot die ten grondslag liggen aan het feit dat mensen door de eeuwen heen voortdurend het idee hebben dat de taal verloedert: cognitieve biases, cultuuridealisering en het ontbreken van kennis in de historische dimensie van de taal. Daar komt dan nog eens bij dat het hele begrip ‘verloedering’ niet eens fatsoenlijk te definiëren is, en er (waarschijnlijk mede als gevolg daarvan) geen behoorlijk kwantitatief onderzoek bestaat dat de mate van verloederdheid ooit longitudinaal in kaart heeft gebracht.

Wanneer de taalzeurders aldus murw geslagen in de touwen liggen, komt de slotconclusie een beetje als een anticlimax: en nou ophouden over taalverloedering! (“Laten we maar lekker ophouden over taalverloedering.”) Repressie, ja dat is de oplossing! Dat we daar niet eerder aan gedacht hebben.

Lees verder >>

Showquiz: Hoe zagen die neerlandici er eigenlijk uit?

door Peter-Arno Coppen

Gegroet, vrienden van de verscheiden neerlandici! Na speurwerk van Joop van der Horst en Jan Noordegraaf, en een ouderwetse zoektocht in de kelders van de Nijmeegse universiteitsbibliotheek, waar net een omvangrijke herplaatsingsoperatie gaande was, waarin de oude gestructureerde aanduidingen worden vervangen door random plaatsingscodes, hetgeen – naar ik aanneem – uiteindelijk de digitalisatie zal moeten bevorderen, is er dan toch eindelijk een fotootje opgedoken van Adriaan Crena de Iongh, de neerlandicus die vooral bekend is vanwege zijn werk aan het WNT. Het is niet meteen een haarscherp portret, maar als je beseft dat het met de hand gefotografeerd is van een origineel waarin het nog geen twee vierkante centimeter inneemt is het toch heel wat. Hier hebben we de WNT-redacteur aan het werk:

Aangezien er voor de komende week geen nieuwe neerlandici zonder afbeelding bij komen, blijft ons verlanglijstje bestaan uit Dirk (D.C.) Tinbergen, Wim Ornée, Theo Weevers, en Catrien Ypes. Wie komt nou eens een foto van een van die personen tegen? U hoeft niet eens de moeite te nemen om zelf met uw smartphone de afbeelding te fotograferen. Als u een verwijzing hebt, ga ik graag op zoek.

Dan nu de opgave voor vandaag. Wie is deze neerlandicus?

Showquiz: Hoe zagen die neerlandici er eigenlijk uit?

Gegroet, vrienden van de verscheiden neerlandici! Er lijkt enige beweging te komen in onze zoektocht naar plaatjes Dirk (D.C.) Tinbergen, Wim Ornée, Theo Weevers, Catrien Ypes en Adriaan Crena de Iongh. Inmiddels hebben Joop van der Horst en Jan Noordegraaf een foto van Adriaan Crena de Iongh opgespoord in twee boeken, die weliswaar niet digitaal beschikbaar zijn, maar dan toch binnen bereik komen. Ik ben nog niet in de gelegenheid geweest om de boeken te raadplegen en een foto te maken, maar dit gaat binnenkort gebeuren. Nu de andere vier nog, dan zijn we weer bij!

Gelukkig wordt het lijstje de komende week ook niet langer, dus we volstaan ditmaal weer met een opgave. Wie is deze neerlandica (die weliswaar haar studie niet heeft afgerond, maar toch)?

Showquiz: Hoe zagen die neerlandici er eigenlijk uit?

door Peter-Arno Coppen

Gegroet, vrienden van de verscheiden neerlandici! De showquiz is nog geen twee maanden oud of er tekent zich al een patroon af: de opgave wordt door een of twee personen meteen geraden, en in het begin wil er nog wel eens iemand reageren op de oproep om beeldmateriaal, maar al snel komt daar ook de klad in.

Zo ook afgelopen week. Marc Beerens (die elke neerlandicus van gezicht,  alsmede geboorte- en sterfdatum, uit zijn hoofd lijkt te kennen) ziet direct dat het om Jan ten Brink gaat, ondanks het feit dat ik de verkeerde foto had geplaatst (je probeert zo onderhand alles om het een beetje moeilijk te maken), maar niemand vindt (of zoekt naar) een plaatje van Dirk (D.C.) Tinbergen, Wim Ornée, Theo Weevers, Catrien Ypes en Adriaan Crena de Iongh. Het is maar goed dat ik van de neerlandici die we de komende week gedenken allemaal een afbeelding heb gevonden. Dat geeft u ook weer de tijd om de opgelopen achterstand in te lopen. Doe uw best, en laat uw collega’s, die niet weten hoe deze personen eruit zien, niet in de steek!

En dan de opgave voor de komende week: wie is deze neerlandicus (vooropgesteld dat het de goede foto is)?

Showquiz: Hoe zagen die neerlandici er eigenlijk uit?

Gegroet, vrienden van de verscheiden neerlandici! Het speurwerk naar de afbeeldingen van neerlandici die nog niet op het internet te bewonderen zijn, of onder een of andere digitale steen verborgen blijven, wil nog niet erg vlotten. Niemand weet blijkbaar hoe Dirk (D.C.) Tinbergen eruit ziet, en ook Wim Ornées beeltenis lijkt alleen in de herinnering van zijn ongetwijfeld vele bewonderaars te bestaan. Hoe Theo Weevers en Catrien Ypes eruit zagen blijft een mysterie, en daar komt de komende week Adriaan Crena de Iongh bij.

Gelukkig zijn er ook neerlandici van wie vele afbeeldingen digitaal beschikbaar zijn (zoals Kees Fens, van wie wij de komende week de tiende sterfdag gedenken), maar die kent dan weer niet iedereen. Wie is bijvoorbeeld de volgende neerlandicus?

Showquiz: Hoe zagen die neerlandici er eigenlijk uit?

door Peter-Arno Coppen

Gegroet, vrienden van de verscheiden neerlandici! Het rijtje met neerlandici wier beeltenis nog niet de afslag naar de digitale snelweg opgegaan lijkt groeit en groeit. Zij lijken vooralsnog veroordeeld tot de schoenendozen op zolder of de fotoalbums die in familiekring gekoesterd worden, dan wel tot publicaties die nog niet gedigitaliseerd zijn. Behalve D.C. Tinbergen en W. Ornée voegen wij voor de komende week toe Theo Weevers en Catrien Ypes. Er zal toch wel ooit iemand toevallig op deze pagina terecht komen en de moeite willen nemen om mij een mail te sturen met een gescande afbeelding?

De opgaven worden meestal snel geraden, maar laat u daardoor niet ontmoedigen: bedenk dat het er eerder om gaat nog eens behalve de naam de beeltenis van de neerlandici uit het verleden boven water te halen, dan dat er zo nodig gewonnen moet worden. Het heet dan wel een quiz, maar die naam kunt u ook opvatten als een zoektocht. De etymologische naslagwerken veronderstellen dan wel een verband met een betekenis ‘odd person’ of ‘iemand bespotten,’ maar dat is natuurlijk niet de bedoeling.

De opgave van deze week. Wie is deze bekende neerlandicus-met-lorgnet?

Showquiz: Hoe zagen die neerlandici er eigenlijk uit?

Door Peter-Arno Coppen

Gegroet, vrienden van de verscheiden neerlandici! Zo snel als de opgave van de week telkens herkend wordt, zo lang blijven de neerlandici op het lijstje der gezichtlozen staan. Zo staat Dirk (D.C.) Tinbergen al een tijdje op de lijst, en ook van Wim Ornée mocht ik nog niets ontvangen (ook niet een gescande foto op mijn mailadres).  Velen kennen hun namen nog, en velen zullen zich hun gezichten nog kunnen herinneren, maar wie heeft een minder vluchtige beeltenis?

De komende week geen neerlandici waarvan ik geen foto heb kunnen achterhalen. Daarom deze week weer een dubbelopgave. Wie zijn deze oude bebaarde neerlandici? Tip: het is niet zoals de vorige week een strikvraag.

Showquiz: Hoe zagen die neerlandici er eigenlijk uit?

Gegroet, vrienden van de verscheiden neerlandici! Op mijn oproep voor foto’s van Karel Reijnders kreeg ik verschillende suggesties, ook via mail (dank Jos Joosten en Renaat Gaspar!) Twee mooie foto’s van Reijnders, weliswaar zonder de karakteristieke spierwitte haren die hij op latere leeftijd had, maar heel fraai. Ook de beeltenis van Jacobus Heinsius is aan de vergetelheid ontrukt (foto rechts).

Blijft nog over Dirk (D.C.) Tinbergen. Het kan toch niet zo zijn dat op het hele wereldwijde web geen plaatje van hem te vinden is, of dat zijn foto nergens in een publicatie, of anders in een plakboek van andere neerlandici stof ligt te vergaren? Wie spoort hem op?

Voor de komende week heb ik van alle neerlandici afbeeldingen, behalve van… Wim Ornée! Wim Ornée? Hoe is dat nu mogelijk? Ook van hem heb ik nog college gehad, en hij was een geliefd en gerespecteerd neerlandicus. En dan zit zijn zoon Gijs ook nog in de neerlandistiek. Die lijkt wel een beetje op hem, maar we willen natuurlijk zijn karakteristieke voorkomen zelf op de gevoelige plaat vastgelegd zien. Dus wie kent een afbeelding van Wim Ornée?

En dan, ten slotte, de opgave van deze week. Omdat het toch een lang weekend is, doen we een dubbelopgave, in de vorm van twee vrouwenportretten. De vraag is: wie zijn dit?

Showquiz: Hoe zagen die neerlandici er eigenlijk uit?

Gegroet, vrienden van de verscheiden neerlandici! Zo snel als de vorige week de neerlandistische mystery guest geraden werd (het was Hendrik Entjes), zo oorverdovend was de radiostilte met betrekking tot de oproep naar beeldmateriaal van neerlandici waarvan niet meteen een foto te vinden is. Bestaat er dan werkelijk geen enkele afbeelding van Karel Reijnders of D.C. Tinbergen op het internet? Dat kan ik niet geloven. En anders moet er toch iemand zijn met een fotoalbum die even een scan wil maken. Ik weet wel dat het even wat moeite kost, maar denk eens aan al die inspanningen die zij zich getroost hebben om ons het neerlandistische bestaan aangenamer te maken. Laat hen niet gezichtloos op het internet blijven!

Ik laat dus als oproep Karel Reijnders en D.C. Tinbergen staan, en voeg daar voor de komende week Jacobus Heinsius aan toe. Net als Tinbergen een neerlandicus met verwante achternaamgenoten die bekender zijn, dus moeilijk in afbeelding te vinden. Wie spoort hem op?

En dan ten slotte de opgave van deze week. Wie is dit?