Auteur: Marten van der Meulen

Schema voor het kiezen van een genderneutraal persoonlijk voornaamwoord

Door Milfje Meulskens

In Trouw van 8 oktober stond een stuk over een ingewikkelde kwestie: het kiezen van een genderneutraal persoonlijk voornaamwoord/ aanspreekvorm. Het is een prettig weloverwogen stuk, waarbij zowaar verschillende taalkundigen met kennis van zaken aan het woord komen. Enige nadeel is dat er wel veel opties (terecht) worden afgeschoten, maar dat er uiteindelijk weinig overblijft – dat stemt moedeloos, en 2020 ís al zo zwaar. Ook gaat het wat heen en weer tussen de opties, met onoverzichtelijkheid tot gevolg. Jammer, want wat moeten we nou doe-hoen?! Daarom namens Milfje een handig stroomschema, mét opties voor het Nederlands. 

Lees verder >>

Eylaci, een vreemd woord

Door Marten van der Meulen

Ik ben nu een aantal weken bezig met mijn onderzoek naar taalnormen in de Leidse universitaire archieven. Ik heb een flink aantal brieven en andere documenten doorgelezen, tot dusverre voor de periode 1575-1730. In die documenten kom ik geregeld onbekende woorden tegen, niet zelden duidelijk van Franse komaf: woorden als suppliant, contremineren, elargeren, apparentelijk en debvoir (ik schreef het al eerder: in de blinde paniek over het Engels vergeten mensen vaak hoe ontzettend veel Frans er in het Nederlands was en is). Maar dat terzijde. Eén woord in het bijzonder viel me op, in onderstaande passage:

Lees verder >>

Krijg de corona en de oorsprong van ziektevloeken

Door Marten van der Meulen

Een tijd geleden vroeg Laura Obdeijn van het Parool of ik eigenlijk dacht dat mensen met corona scholden. Nou, dat dacht ik wel: ik had al weleens gezocht op Twitter (poel van menselijke drek maar schat voor taalkundigen), en daar kom je het regelmatig tegen, in de bekende ‘Krijg de X’:

Krijg de corona onverantwoord wijf.— Andries Paul (@AndriesPaul1) 
Mongool! Krijg de corona!— Albertus Hendrikus (@HendrikAlbertII) 
VERSCHRIKKELIJKE EGOÏSTEN!!!! Krijg de Corona!!!!— Jan M. (@Jan_mers)

Lees verder >>

De sprookjesachtigheid van het getal vierendertig

Door Marten van der Meulen

In het verhaal Regen van J.M.A. Biesheuvel (wiens werk ik tot vorige week helaas nauwelijks kende) kwam ik de volgende zin tegen:

“Terwijl ik van het schip gedragen word komen vierendertig kleine jongetjes links en recht van het pad op de kade staan”

Nu heeft het hele verhaal een zekere magisch-realistische sfeer, maar specifiek deze zin deed me erg sprookjesachtig aan. Waar lag dat aan? Na enig denken besloot ik dat het aan dat getal lag: vierendertig kleine jongetjes. Maar waarom zou dat getal zo’n effect hebben?

Lees verder >>

Je hoort het steeds vaker

Door Marten van der Meulen

Toen ik met mijn promotieonderzoek begon, was ik vooral geïnteresseerd in de vraag wat voor effect taaladvies had op taalgebruik. Inmiddels is mijn aandacht deels verschoven: ik bestudeer liever de relaties tussen de twee fenomenen. Minder ‘wat doet A met B’, meer ‘hoe verhouden A en B zich tot elkaar’. Een manier waarop ik dat nu doe is door te kijken naar wat taaladviesboeken zeggen over daadwerkelijk gebruik. Opmerkingen als ‘je hoort het steeds vaker’, wat is de waarde daarvan?

Lees verder >>

Emeritus als autoriteitsargument

Door Marten van der Meulen

Eerder deze week ging op Twitter een lijstje rond met mensen die een bepaalde aanpak tegen Covid-19 steunen. Ik zal me daar, een wespennest vermijdend, verder inhoudelijk maar niet teveel mee bezighouden. Wel kan ik niet laten te vermelden dat de Franse viroloog Raoult (bekend van de chloroquinebehandeling) wetenschappelijk nogal betwistbaar werk lijkt af te leveren (zie hier en hier). Maar dat terzijde. Wat mij taalkundig interesseert is het gebruik van het woord ‘emeritus’ op dat lijstje, dat als titel ‘Medici’ heeft (daar valt ook nogal over te twisten, maar enfin). We komen op dat lijstje de volgende voorbeelden tegen:

  • huisarts emeritus 
  • psychiater emeritus
  • natuurgeneeskundig arts emeritus
  • radioloog emeritus
  • arts emeritus
  • oefentherapeut Cesartherapie emeritus
Lees verder >>

Taalconstructies in tijden van corona

Door Marten van der Meulen

Alles wordt beïnvloed door het coronavirus: ook taal. We hebben een aantal nieuwe woorden, de communicatie over het virus is interessant, en eerder deze week zag ik bijvoorbeeld het blog dat ik wist dat ging komen, over het gebruik van metaforen rondom corona-berichtgeving. Wat mij op mijn beurt dan weer opviel was de titel van dat blog: Metaphors in the time of coronavirus. De constructie die in die titel wordt gebruikt hebben we in het Nederlands ook, in een variant: X in tijden van Y. Voor mij is deze constructie vooral bekend door de titel van Gabriel Garcia Marquez’ boek Liefde in tijden van cholera (1985)Misschien vanwege de ziekte in die titel viert deze constructie de laatste weken hoogtij, in deze tijden van corona.

Lees verder >>

Waar zijn taalnormen voor bedoeld?

Door Marten van der Meulen

Ik raakte gisteren verzeild in een interessant gesprek op Twitter. Aanleiding was deze tweet:

Het ging om het nummer Niks mooiers as dat van Daniël Lohues. Omdat dit soort uitspraken me altijd enorm prikkelt, probeerde ik wat achtergrondinfo te geven over de beregeling van als/dan en het gebruik daarvan in dialecten. Er ontspon zich een gesprek dat, zoals dat gaat op Twitter, soms meer en soms minder zinnig was. Maar het probleem zit eigenlijk al aan het begin: waarom zou je ‘groter dan’ schreeuwen tegen Daniël Lohues?

Lees verder >>

De opmars van de taalpolitie

Door Marten van der Meulen

In zijn bespreking van het nieuwe boek van Nicoline van der Sijs op Neerlandistiek licht Joop van der Horst een interessant citaat uit dat boek:

In hoofdstuk 6 bespreekt Van der Sijs wat zij noemt “de opmars van de taalpolitie” in de 20ste eeuw: het gehakketak op andermans taalgebruik. (…) Het is inderdaad een 20ste-eeuws verschijnsel, lijkt me. Maar ik zou er graag bij vermeld zien dat het nog volstrekt onvoldoende onderzocht is.

Lees verder >>

Een begrafenis in Nijmegen is gezelliger dan een bruiloft in Arnhem

Door Marten van der Meulen

Gisteren aan de lunch vertelde collega Johan Oosterman dat hij bij een boekpresentatie in Nijmegen was geweest. Een terugkerend thema bij Nijmeegse panelbijeenkomsten en dergelijke is blijkbaar het (al dan niet schertsend) kwaadspreken over Arnhem. Nu was dat ook gebeurd, en wel door gebruik te maken van een interessant gezegde. Een van de sprekers had namelijk de volgende uitspraak gedaan:

Een begrafenis in Nijmegen is gezelliger dan een bruiloft in Arnhem.

Lees verder >>

Een erge mooie auto

Door Marten van der Meulen

Over het algemeen kent het Nederlands geen flectie op bijwoorden. Er zijn wat versteende overblijfsels uit een tijd dat die wel bestond (zoals gaarne), maar die voelen (voor mij althans) duidelijk archaïsch aan. Toch is er één vrij bekende uitzondering: het intensiverende bijwoord ‘heel’. Dat komt zowel in onverbogen als verbogen vorm voor:

Lees verder >>

Ik blog me helemaal kleurenblind

Door Marten van der Meulen

Waar we ons de laatste tijd bezighielden met serieuze en belangrijke factchecks en het aan de kaak stellen van wéér een staaltje alarmisme over het Engels, daar is het nu weer tijd om te schrijven over de lichtere dingen des taals. Houd je van je taal, dan vier je die, door bijvoorbeeld te kijken naar fijne Franse woorden, of tandjesmooie intensiveerders. Nu kwam ik weer een voetbalgerelateerde uitdrukking tegen om van te smullen: ik speelde de tegenstander helemaal kleurenblind. Heerlijk, géén Engels, en redelijk netjes: een versterkend woord voor jong en oud!

Lees verder >>