Auteur: Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.

Genks en Jiddisj

Door Marc van Oostendorp

De afgelopen jaren heeft de zogeheten Citétaal een ongekende opgang gemaak, al is het alleen al in de media. Natuurlijk, overal gebruiken jongeren taalvormen die je straattaal kan noemen, maar in geen enkele stad is de cultus van de eigen straattaal zo groot als in Genk, in Belgisch Limburg.

Het opmerkelijke is dat die taalvorm zijn oorsprong heeft in alle steden in de mijnstreek, maar gaandeweg, en zeker het afgelopen decennium steeds meer geassocieerd is geraakt met Genk. Waarom dat zo is, is eigenlijk onduidelijk, maar inmiddels wordt zelfs vaker over ‘Genks’ gesproken dan over ‘citétaal’, schrijft Stefania Marzo in het nieuwe nummer van de International Journal of the Sociology of Language, dat helemaal aan de taal van mijnstreken over de hele wereld is gewijd.

Lees verder >>

In ieder geval zolang we geen patenten op onze naam hebben

Er wordt iets verkocht aan de nieuwe bazen in ons managementhorrorfeuilleton De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

“Hé”, zei Wouter, de hoogleraar Technisch-Financiële Letterkunde, tegen zijn boomlange promovenda Sophie. “Mag ik aannemen dat je je proefschrift alweer ter hand hebt genomen? Waar ging het ook weer over?”

“Over de nasleep van het koningslied”, legde Sophie aan haar beoogd promotor uit. “Ik heb die 25.000 tweets die er toen geschreven zijn nog allemaal wel ergens liggen. Maar ik kom er steeds niet aan toe.” De boomlange promovenda legde uit dat ze al een paar weken aan het bijkomen was van de demonstratie van WO in Actie tijdens de opening van het academisch jaar. “Heel bevredigend”, zei ze, “maar aan het échte werk kom je zo niet meer toe.”

Lees verder >>

Kindertreinen

Door Marc van Oostendorp

Ruim zestigduizend Hongaarse kinderen verbleven in de jaren twintig van de vorige eeuw een paar maanden in het buitenland, om bij gezinnen aan te sterken na de Eerste Wereldoorlog en de woelige politieke periode die daarop was gevolgd.

Heel veel van die kinderen reisden per trein naar Nederland en Vlaanderen; ze bleven soms tot een half jaar. Ze leerden, in ieder geval volgens de overlevering, vaak razendsnel Nederlands en hadden soms zelfs moeite om hun ouders, als ze eenmaal terug waren, te vertellen wat ze hadden meegemaakt: daar hadden ze alleen nog Nederlandse woorden voor.

Lees verder >>

De verantwoordelijkheid van intellectuelen en de professionalisering van de wetenschap

Door Marc van Oostendorp

“Het is de verantwoordelijkheid van intellectuelen om de waarheid te spreken en leugens aan het licht te brengen.” Dat is een van de bekendste zinnen uit het essay The responsibility of intellectuals waarmee Noam Chomsky in 1967 behalve beroemd in taalkundige kringen ook écht wereldberoemd werd.

Het essay is gratis te lezen op de website die aan Chomsky gewijd is; onlangs verscheen een boek dat ook al gratis (‘open access’) te lezen is bij de uitgever, UCL Press (hulde!)

Chomsky’s essay was in eerste instantie een aanval op de vele Amerikaanse intellectuelen die zich op de een of andere manier lieten gebruiken om de oorlog in Vietnam goed te praten of zelfs om die oorlog te helpen voeren. Maar de meeste van die lui zijn inmiddels dood of hoogbejaard en het zou geheel tegen de geest van het essay zijn om het nu nog over hen te hebben. Want de boodschap zou ons nu nog moeten aanspreken, zoals de essays in het boek (en Chomsky’s uitgebreide antwoorden op die essays) laten zien.

Lees verder >>

ἐκ πάντων ἓν καὶ ἐξ ἑνὸς πάντα

De Multatulileescursus (51)

Door Marc van Oostendorp

– … en Hugo heeft op het laatste moment afgezegd!

– Zodat we deze week dus maar met zijn tweeën zijn. Misschien is het dan niet zo aardig om door te gaan met het bespreken van de Volledige Werken. Te veel mensen missen dat dan.

– Misschien kunnen we het dan een keer hebben over iets waar de meeste van onze vrienden niet echt voor lijken te komen: Multatuli’s stijl.

– Zijn stijl?

Lees verder >>

Een kil literair klimaat

Door Marc van Oostendorp

Terwijl de ijskappen smelten en de Amazone in brand staat, lijkt het literaire klimaat in Nederland het afgelopen decennium alleen maar verkild. Die conclusie zou je kunnen trekken uit de inleiding van het septembernummer van DW B, dat helemaal over dat klimaat van de afgelopen 10 jaar gaat.

Het lijkt een decennium van strijd om centen. “Nu voelen de kunstenaars” schrijven de redacteuren Laurens Ham en Sven Vitse in hun inleiding, “de wind van de markt en het beleid zó hard waaien at ze terug naar hun vroegere status gaan verlangen.” Het eerste stuk, door Laurens Ham, gaat bovendien over het – achteraf vrij zinloze – protest dat er in Nederland in 2010 klonk tegen de drastische cultuurbezuinigingen – de ‘Schreeuw om Cultuur’.

Wie de bundel verder leest, merkt wel dat het niet alleen maar guur was. Er zijn wel degelijk ook positieve ontwikkelingen te melden. zoals de definitieve doorbraak van een groep jonge, vrouwelijke schrijvers, waarvan Griet Op de Beeck door Sander Bax, Niña Weijers en Nina Polak door Esther Op de Beek en Yra van Dijk en Hannah van Binsbergen door Jeroen Dera wordt besproken. Saskia Pieterse heeft bovendien een essay dat helemaal gaat over het feminisme in de jaren 2010.

Lees verder >>

Vondel over de Amsterdamse gouden eeuw

Door Marc van Oostendorp

Een van de mooie dingen van lezen, van goed lezen, is dat je zelfs in de op het eerste gezicht meest afgekloven teksten, die al door honderden anderen van commentaar zijn voorzien, ineens iets nieuws kan lezen. Dat doet de Nijmeegse promovenda Lilian Nijhuis voor in haar artikel ‘Voorbij het voorbeeld van Vergilius’ in het nieuwe nummer van het tijdschrift De zeventiende eeuw.

Lees verder >>

Minister tegen wetenschap

Door Marc van Oostendorp

drs. I. van Engelshoven en drs. M. van Rijn.

Het is inmiddels duidelijk wat het grote investeringsfonds, nu al zo vaak door de regering aangekomdigd als de hoop van onder andere de vaderlandse wetenschap, gaat betekenen voor de geesteswetenschappen: meer van hetzelfde. Een nieuwe ramp.

In het Eindhovens Dagblad klaagden twee bestuurders van de TU/e een paar dagen geleden waarschijnlijk terecht dat zij met de 16 miljoen die ze krijgen worden afgescheept – het is lang niet genoeg om de problemen op te lossen. Gisteren reageerde de minister met een interview in die krant waarin ze een tipje van de sluier licht over het fameuze investeringsfonds waar miljarden euro’s in komen, sommige ook voor de wetenschap:

Ik zou de twee bestuurders van de TU/e willen aanraden om met gedragen voorstellen te komen, bijvoorbeeld op het gebied van kunstmatige intelligentie. Als ze zichtbare positieve resultaten in het vooruitzicht stellen, dan maken ze zeker kans op financiering. En dat zou nog wel eens sneller rond kunnen komen dan iedereen nu denkt.

Lees verder >>

Museumstukken van taal

Door Marc van Oostendorp

1914 was het jaar dat Husserl schreef Zurück zu den Sachen selbst (‘terug naar de dingen zelf!), dat het vol in Parijs riep Ils ont tué Jaurès! (‘ze hebben Jaurès gedood’), dat de Britse schrijver H.G. Wells het in de krant had over the war to end war (‘de oorlog die de oorlog zal beëindigen’), de Franse president Raymond Poincaré stelde La mobilisation n’est pas la guerre (‘mobilisatie is geen oorlog’) en de Britse minister Grey of Fallodon dacht The lamps are going out over all Europe; we shall not see them again in our lifetime (‘De lampen gaan overal in Europa uit; we zullen ze in ons leven niet meer zien ontsteken’).

Het zijn een paar voorbeelden uit het nieuwe boek van Paul Claes, Wie zei dat? 500 historische oneliners. Zoals veel van Claes’ werk gaat dit boek niet expliciet over taal, maar zet het wel aan het denken.

Op de hem eigen zorgvuldige en erudiete manier brengt Claes in chronologische volgorde een groot aantal uitspraken, zinnetjes, woordgroepen die een rol hebben gespeeld in de geschiedenis. Die wordt, volgens zijn voorwoord, “evenzeer geschreven door woorden als door daden. Slagzinnen hebben massa’s gemobiliseerd, met strijdkreten werden oorlogen gewonnen en bon mots hebben tegenstrevers gekraakt.”

Lees verder >>

Wat betekent een zachte g?

Door Marc van Oostendorp

Een zin betekent meestal heel veel dingen tegelijk. Hij heeft een letterlijke inhoud, maar door de manier waarop je hem zegt kunnen daar nog allerlei andere betekenislagen aan worden toegevoegd. Wanneer iemand ‘Ik heb geen broers’ zegt met een zachte g, zegt hij niet alleen ‘mijn ouders hebben geen andere mannelijke kinderen gekregen die nog in leven zijn’, maar ook: ‘ik kom uit het zuiden’, en dat betekent op zijn beurt voor sommige hoorders: ‘ik ben een levensgenieter’.

Hoe verhouden die betekenissen zich tot elkaar? Daarover gaat een artikel van de Canadese taalkundige Ai Taniguchi dat sinds kort op internet circuleert. Taniguchi is een semanticus – een taalkundige die betekenis bestudeert. Meestal gaat dat niet om het soort betekenis dat de zachte g uitdrukt (sociale betekenis), maar de semantiek bloeit als weinig andere taalkundige subdisciplines en ieder bloeiend vak heeft de neiging om imperialistisch te zijn en te laten zien hoe de eigen methoden ook elders werken. En zo wil men dus nu ook de sociale betekenis claimen. Eerder besprak ik al een artikel van Heather Burnett in deze richting.

Lees verder >>

‘Mooi’ vinden beteekent niets

De Multatulileescursus (50)

Door Marc van Oostendorp

– Als ik een overkoepelend thema zou moeten geven voor de de brieven en documenten van 1873 in deel 16 van de Volledige Werken, zou ik zeggen: Multatuli en de kritiek.

– Hè, wat heerlijk, we krijgen college!

– Om te beginnen is er de wonderlijke correspondentie met eerst J.W.T. Cohen Stuart, en even later ook diens vader, A.B. Die J.W.T. is een student en bewonderaar van Multatuli en uit die bewondering door vrij onomwonden allerlei kritische vragen te stellen. Bijvoorbeeld stelt hij de netelige kwestie aan de orde dat Multatuli aan het eind van Max Havelaar wel allerlei grote woorden gebruikte, maar daar in de 13 jaar die er sinds publicatie waren voorbij geschreden, maar weinig van had waargemaakt:

Ik houd, tot nader order, de laatste strofe van uw verschrikkelijk boek voor onwaar.
Heeft U uw boek vertaald in de weinige talen die U kendet? Heeft U nieuwe talen aangeleerd, om daarin dat boek over te brengen? Heeft U uw boek vertaald in d’Oostersche Talen? Kendet Ge die wel?
Heeft U ‘Klewang-wettende krijgsliederen geslingerd in de gemoederen van hen, wien Ge hulpe hebt toegezegd, gij Multatuli’?
Heeft U den wettigen weg van geweld betreden?
Neen, neen, duizendmaal neen! Dat alles deed U nooit!

Lees verder >>

Twee soorten baie in het Afrikaans

Door Marc van Oostendorp

In het Nederlands heb je twee verschillende woorden om een verhoogde graad uit te drukken. Bij bijvoeglijk naamwoorden gebruik je erg of heel (‘hij is erg leuk’, ‘hij is heel leuk’), bij werkwoorden die activiteiten uitdrukken die meer of minder intensief zijn, alleen erg (‘het regent erg’, maar niet ‘het regent heel’), bij werkwoorden die een activiteit uitdrukken die zich kan herhalen gebruik je ‘veel’ (‘het regent veel’), en zo ook bij vergrotende trappen (‘hij is veel groter dan ik’ en niet ‘hij is erg groter dan ik’ of ‘hij is heel groter dan ik’) en zelfstandig naamwoorden (‘hij heeft veel boeken’ en niet ‘hij heeft erg boeken’).

Het Frans deelt de wereld net een beetje anders op. Je gebruikt très bij bijvoeglijk naamwoorden (‘il est très sympa’) maar in alle andere gevallen beaucoup (il pleut beaucoup, il est beaucoup plus grand que moi’, ‘beaucoup de livres’).

Vergeleken met dit alles lijkt het Afrikaans een toonbeeld van eenvoud. Je zegt in alle genoemde gevallen baie:

Lees verder >>

Honden hebben drie poten

Door Marc van Oostendorp

Veel van wat we elkaar vertellen over de wereld bestaat uit algemene waarheden die bijvoorbeeld de volgende vorm hebben:

  • Tijgers hebben strepen.

Het ligt voor de hand om te denken dat die zin betekent: alle tijgers hebben strepen. Maar dat kan niet kloppen, zeggen de Amsterdamse taalkundigen Robert van Rooij en Katrin Schulz in een nieuw artikel in Linguistics & Philosophy. Kijk maar naar zinnen als de volgende:

  • Leeuwen hebben manen.
  • Muggen brengen het westnijlvirus over.

Deze zinnen zijn zeker niet waar voor alle leeuwen of alle muggen. Slechts minder dan de helft van alle leeuwen heeft manen (de mannetjes zijn in de minderheid) en een nog veel kleiner deel van de muggen brengt het westnijlvirus over.

Lees verder >>

Minister tegen onderwijs

Door Marc van Oostendorp

drs. I. van Engelshoven vindt, de wetenschap zo belangrijk dat ze er nog maar eens op bezuinigt.

Iets meer dan twee weken geleden zei minister Van Engelshoven tegen haar gehoor in de Leidse Pieterskerk: “U begrijpt dat ik hier niet vooruit mag lopen op Prinsjesdag (…) maar weet dat het kabinet scherp op het netvlies heeft staan hoe cruciaal wetenschap en innovatie zijn voor onze toekomst.”

Buiten stonden vele honderden wetenschappers te protesteren tegen haar desastreuze beleid. Ze had niet de moed en niet de beleefdheid die mensen te woord te staan, zoals ze ook bij vorige demonstraties in haar kantoor was blijven zitten. Maar dit leek toch waarlijk goed nieuws. Het nam bijna de angel uit het protest.

Lees verder >>

Het leven een verdienvermogen

Door Marc van Oostendorp

Eric Wiebes en gezellin in de strijd tegen de Chinezen. Bron: Wikimedia

Waar je bij minister van onderwijs Ingrid van Engelshoven kon vermoeden dat ze zomaar in het wilde weg wat aan het hakken is in de universiteiten omdat iemand tegen haar gezegd heeft dat dit nu eenmaal moest, en haar collega Arie Slob vorige week de euvele moed had te suggereren dat hij de leraren meer geld ging geven zonder dat dit waar bleek te zijn, leverde hun collega-minister Eric Wiebes gisteren in het Financieel Dagblad het ideologisch fundament achter het beleid van dit kabinet: “Onderwijs is een van mijn favorieten”, meldde hij, maar dat betekent niet dat de leraren hogere lonen moeten krijgen “want dat leidt niet tot een hoger verdienvermogen van de samenleving”. Zoals hij het ook onzin vond om op scholen nog Frans en Grieks te doceren: “Gaan we daar binnen twintig jaar nog de Chinezen mee verslaan?”

Lees verder >>

Hoz water

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: V.N. van Oostendorp

Nene is vijf jaar en sinds een paar maanden in Nederland. Inmiddels spreekt ze genoeg Nederlands om iedereen gevraagd en ongevraagd mede te kunnen delen dat ze ‘bijna zes’ is.

Ze gaat sinds vorige week naar groep 2 van de de basisschool en heel snel wassen haar klasgenoten nu de laatste restjes Hongaars uit haar Nederlands.

Lees verder >>

Rijmverdoezeling

Door Marc van Oostendorp

Simon Vestdijk was niet alleen medicus, dichter, romanschrijver, essayist en wat niet al, maar in zijn vrije tijd waarschijnlijk ook de belangrijkste theoreticus van het Nederlandse vers die we ooit gehad hebben. Zijn boek De glanzende kiemcel (DBNL) werd niet voor niets decennia als studieboek gebruikt bij de opleiding Nederlands.

Hij ging daarbij te werk als een echte wetenschapper: hij verzamelde gegevens en probeerde die te interpreteren en te verklaren in een theorie. Veel van wat hij deed zou je misschien nog nét wat preciezer willen doen – net wat systematischer de data binnenhalen, de theorie net wat ondubbelzinniger formuleren – maar heel veel van wat hij zag en bedacht is onovertroffen.

Neem zijn theorie over het rijm. Volgens Vestdijk hadden veel dichters de neiging om het feit dat regels rijmden te verdoezelen. Een van de middelen die ze daarvoor hadden was om de klemtoon te manipuleren. Door in de tweede van een paar rijmende regels de klemtoon net vóór het rijmwoord te leggen, werd het rijm minder prominent:

Lees verder >>

Weg met de ouders! Roep mee, papa!

De Multatulileescursus (49)

Door Marc van Oostendorp

– Vorige week zijn we niet erg ver gekomen met onze discussie van bundel V van de Ideën. Eigenlijk hebben we alleen Multatuli’s kritiek op Floris V van Bilderdijk echt behandeld.

– Dat is dan ook een onderschat deel van het Volledig Werk.

– Juist, daar hebben we het vorige week dus over gehad. Ik geloof echter dat er nog wel meer te bespreken is in deze bundel.

– Ik zou zeggen, brand los.

– De Wouter-geschiedenis! Die passage waarin Wouter bij de zogenaamd zo keurige juffrouw Laps moet komen die hem over de catechesatie zou overhoren, maar hem koekjes geeft en wil zoenen!

Lees verder >>

Het regent nog

Door Marc van Oostendorp

Wat is het verschil in betekenis tussenhij slaapt’, en ‘hij slaapt nog’? Nog voegt, zegt de Duitse semanticus Sigrid Beck in een nieuw artikel in Linguistics and Philosophy, twee betekenislagen toe aan het werkwoord: hij sliep in het (eventueel recente) verleden ook; en er is de verwachting dat hij in de toekomst niet meer zal slapen.

Beide lagen laten zich gemakkelijk illustreren. Als twee ouders urenlang ongerust boven een wieg hebben gehangen van een baby die almaar aan het huilen is en ze horen eindelijk een rustige ademhaling, zeggen ze niet tegen elkaar ‘hij slaapt nog’, maar ‘hij slaapt’. Het is voor een nog-zin nodig dat degenoemde handeling of staat van zijn al even aan de gang is.

Lees verder >>

Harry zegt dat hij erg van het werk van Herman Gorter houdt

Iemand ziet op tegen het forenzen in ons managershorrorfeuilleton De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

De nieuwe rector had zijn haar per ongeluk met een wat te lichte tint geverfd. Ongeduldig keek hij naar Wouter, de voormalig hoogleraar Financiële Letterkunde, die nu bezig was om de afdeling Nederlands over te hevelen naar een naburige Technische Universiteit.

“Ik vind het heel vervelend, Kees”, zei Wouter. “Je zit hier nu nog maar net, en het is ook beslist geen gebrek aan loyauteit. We kunnen niet anders. De TU is de enige plek waar wij alfa’s nog veilig zijn.”

Kees keek hem aan met ogen die tegelijkertijd wazig en helder waren. “Het spijt me natuurlijk op een persoonlijk vlak zeer, Wouter,” zei hij. “Ik heb altijd goed met je kunnen sparren. Maar het lijkt me een mooie stap in je carrière.” In hun onderlinge gesprekken, ook toen Kees nog alleen parttime hoogleraar Social Media Studies en senior consultant voor het universiteitsbestuur was, waren ze gewoon om de afdeling Nederlands te personifiëren in de persoon van Wouter.

Lees verder >>

Een geruststellende groet van gene zijde

Door Marc van Oostendorp

‘Soms begint iemand hardop tegen iemand te praten.’ Zo begint het eerste van de twintig stukken in de nieuwe essaybundel van Guus Middag, De wereld is weer plat, ja. De poëzie van tegenwoordig. Het is een opening die Middags werkwijze kenmerkt: ineens bevindt de schrijver zich ergens, in een nieuwe onbekende wereld.

De eerste zinnen van heel veel stukken gaan over zo’n confrontatie, die meestal als plotseling wordt beschreven. ‘Het is nacht en het is stil in het grote donkere bos. Er is alleen een eekhoorn.’ ‘Ik hoorde op de radio een live-optreden van Katinka Polderman (1981).’ ‘Hoe komen wij elkaar tegen in de liefde?’ Eén keer benoemt de essayist zijn favoriete opening zelfs als die van een toevallige ontmoeting in de eerste zin van een stuk: ‘Dit is een goede zin om een verhaal mee te beginnen: “Vannacht kwam ik mijn ouders tegen.”‘

Lees verder >>

Vroeger was ik nu te oud geweest voor tv

Door Marc van Oostendorp

Caroline Tensen nu in 1989.
Bron: Wikmedia

Een intrigerend paradoxale kop boven een artikel in Het Parool: ‘Vroeger was ik nu te oud geweest voor tv’. Hij staat boven een interview met de 55-jarige presentatrice Caroline Tensen en bevat twee tijdsverwijzingen die elkaar op het eerste gezicht tegenspreken (vroeger en nu) en is onder andere intrigerend doordat je desalniettemin onmiddellijk begrijpt wat Tensen bedoelt. Het wordt in het stuk zelf door Robert ten Brink geparafraseerd op een manier die de paradox opheft: “Tien jaar geleden was het (…) onmogelijk dat iemand van mijn leeftijd bij [tv zou werken]”. (Hoewel dit nog steeds dubbelzinnig is, en de dubbelzinnigheid alleen wordt opgelost als je zegt ‘mijn huidige leeftijd’.)

Er worden dus twee tijdmetingen naast elkaar gebruikt. Vroeger verwijst naar de ‘objectieve’ kalendertijd (‘tien jaar geleden’), en nu naar de persoonlijke tijdsontwikkeling (‘iemand van mijn leeftijd’). Bovendien weet iedereen onmiddellijk welk woord naar welke tijdsontwikkeling verwijst. De zin kan niet betekenen: Het is momenteel onmogelijk dat iemand die net zo oud is als ik tien jaar geleden bij de tv zou werken.

Lees verder >>

Geen brein zo geschikt om het verschil tussen a en i te horen als het menselijk brein

Door Marc van Oostendorp

De fonologie! Het is mijn eigen specialisme van de taalkunde, de klankleer. Zo’n honderd jaar geleden bracht het dé vernieuwing in de taalkunde, omdat de fonologen lieten zien hoe je ook de taal van de eigen tijd op een wetenschappelijke manier kunt bestuderen.

In de negentiende eeuw was de historische taalkunde enorm succesvol. De grootste intellectuele ontdekking van de taalwetenschap stamt uit die tijd: dat je door nauwkeurige vergelijking van talen duizenden jaren terug kunt gaan in de geschiedenis. Dat je zo de taal kunt reconstrueren die de moeder is van vrijwel alle talen van Europa, maar ook van een groot deel van Azië, het Indo-Europees.

Kon je zoiets precies en wetenschappelijks ook doen voor de niet-historische kant van taal, de manier waarop een taal op een bepaald moment in elkaar zit. De fonologen waren de eersten die ontdekten hoe dat kon, misschien wel doordat de fonologie een relatieve ‘aardse’ subdiscipline is, met duidelijke verbanden met de fysiologie van de mens en de fysica van het spraakgeluid. Eind de jaren vijftig werd onder leiding van de beroemde Amerikaan Noam Chomsky de leiding overgenomen door de syntaxis, de leer van de zinsbouw. Als ik het goed zie is de grammaticadiscipline die momenteel het meest bloeit die van de betekenisleer. Van klanken, naar zinsbouw, naar betekenis: een weg naar de steeds abstractere dimensies van taal.

Lees verder >>

Terug

Door Marc van Oostendorp

De talloze betekenissen die het woord terug in het Nederlands kan hebben, laten zien dat wij in pijlen denken. In een nieuw artikel in het Journal of Semantics maakt de Utrechtse taalkundige Joost Zwarts een lijst met zes betekenissen die terug als bijwoord kan hebben in het Nederlands, en hij laat zien hoe die heel subtiel zijn, maar dat ze ook allemaal aan elkaar verwant zijn.

Zwarts noemt die pijlen paden: lijnen die een ‘canonieke’ richting hebben, normaliter ga je van A naar B, en als je van B naar A gaat, ga je ‘terug’. De tijd is zo’n pad: normaliter bewegen we van het verleden naar de toekomst. Dat noemen we dan de ‘canonieke richting’ van de tijd.

Mochten er ooit tijdreizigers uit de toekomst komen, dan gaan die vanzelfsprekend terug in de tijd, daar is geloof ik geen discussie over mogelijk.

Lees verder >>