Auteur: Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.

Col: Alstu!

Hoe oud is de afkorting alstu? Dat blijkt moeilijk te achterhalen. Ik geloof dat sommige leden van mijn familie het dertig jaar geleden wel zeiden, maar alleen in intieme kring. Aan de andere kant waren de Van Oostendorpjes vast niet de enigen, en ook niet de eersten. Mijn indruk is dat de afkorting pas de laatste jaren aan het doorbreken is van het gezin naar het publieke domein: de koffiejuffrouw zegt het tegen me als ze de koffie verkeerd op de toonbank zegt, de conducteur als hij de ov-chipkaart teruggeeft na het scannen. Ik hoor het soms ook in tamelijk deftige restaurants — ja, voor taalonderzoek komen wij van Neder-L overal.

Wanneer zijn die koffiejuffrouw en conducteur daarmee begonnen? Lees verder >>

Col: Waarom # geen ‘hekje’ moet heten maar ‘kruis’

Zouden er mensen zijn die altijd lezen zonder te luisteren? Ik hoor geloof ik altijd een stem in mijn hoofd die voorleest wat er gezegd wordt, zij het razendsnel. Die stem lijkt ook op mijn eigen stem, of om preciezer te zijn: op mijn stem zoals die voor mijzelf klinkt, niet zoals ik hem op opnamen hoor.

Ik dacht eraan vanwege Twitter, of om precies te zijn vanwege de zogenaamde hashtag, de woorden of zinsdelen die met een ‘#’-teken beginnen. Even wat willekeurige voorbeelden van gisteren:

Lees verder >>

Col: Een landschap bestoken met verschroeide aarde

Een Nederlandse dichter is iemand die Facebook-vrienden is met een andere Nederlandse dichter. Een Nederlandse poëzierecensent is iemand die op Facebook ontvriend is door een Nederlandse dichter. Facebook is een website waar alle dichters van Nederland mekaar uitschelden. Een Nederlandse poëzielezer is iemand die geen idee heeft van Facebook, maar lid is van de door Gerrit Komrij opgerichte Poëzieclub en braaf leest wat die club een paar keer per jaar per post opstuurt.

Deze maand bestaat het clubblad van de poëzie, Awater, tien jaar. Ik ben al tien jaar lid, maar het moet er maar eens uit. Het jubileumnummer is mat en slecht geschreven, en vertoont tekenen van grote haast. De recensies zijn soms zo vlak dat je er treurig van wordt (‘Ingmar Heytze schrijft in een opvallend herkenbare stijl. Toch is zijn poëzie in de loop der jaren ook veranderd’). En het interview met Gerrit Komrij waarmee het blad opent, lijkt in even weinig tijd geschreven als een column in Neder-L.

Hebben ze daar bij Awater geen eindredacteur? Of zat die net even op Facebook?

Jij was nogal tegen wil en dank Dichter des Vaderlands. Denk je dat Hij nog nodig is? vraagt Onno Blom bijvoorbeeld aan Komrij. Lees verder >>

Col: 20 tweets per uur

De internetjournalist Jeroen Mirck kwam vorige week met een verrassing, die het leven van de taalonderzoeker nóg opwindender gaat maken. Mirck maakt al sinds 2007 jaarlijks de lijst van actiefste Nederlandse Twitteraars op. Tot nu toe stonden op die lijst altijd min of meer bekende gebruikers van het netwerk, maar die waren dit jaar ineens bijna allemaal weggevaagd door scholieren. Mircks belangrijkste observatie was: Lees verder >>

Col: I wish for a puppy.

"Waarom zouden lezers van regionale kranten en De Telegraaf, kijkers van Ik Hou van Holland, The Voice of Holland, Boer Zoekt Vrouw en Flikken Maastricht zich bewegen in een omgeving met steeds meer Engels?" Het is een interessante vraag die de journaliste Marcia Luyten stelt in de opiniebijlage van NRC Handelsblad van gisteren (pagina 1, pagina 2). Helaas geeft ze geen antwoord op die vraag.

Wat voor voorbeelden heeft ze van dat Engels? Lees verder >>

Vac: Promovendus Nederlandse fonologie Meertens Instituut

The Meertens Instituut is a research institute of the Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences, focusing on research and documentation of Dutch language and culture. The Department of Variation Linguistics at the Meertens Institute offers a PhD position in phonolog, as part of the programme “The Life Cycle of Liquids”, an internal research project at the Meertens Instituut.

This programme studies different aspects of ongoing and past changes in the behaviour of the Dutch liquids /l/ and /r/, and does so in a perspective which combines phonological theory, sociolinguistics and phonetics or experimental linguistics.  Lees verder >>

Mopperen is een Anglicisme!

Soms, als ik verkouden ben en mijn favoriete thee op is, denk ik er weleens over om anglicismen te gaan bestrijden. Dat lijkt me zo’n fijne levensstijl: iedereen is het bij voorbaat met je eens (ik heb althans nog nooit gehoord van iemand die een fervent voorstander was van het anglicisme) en bovendien heb je ook geen argumenten meer nodig. Als je zegt ‘dit of dat is een anglicisme’, dan hoef je niet eens uit te leggen wat het verband is met het Engels. De constructie is voor altijd afgekeurd.

Hier is een tamelijk willekeurig voorbeeld, van gisteren, van Twitter. De publiciste Karin Spaink meldt:

Lees verder >>

Col: Stiekem Rotterdams praten

Uit piëteit met de betrokkene heb ik er zeven jaar over gezwegen, maar het moet nu maar eens naar buiten. In die tijd was Medy van der Laan namens D66 staatssecretaris bij het ministerie van OCW. Op een zekere dag kwamen haar kinderen van school en Van der Laan schrok: wat spraken die kinderen plat! En zij was immers staatssecretaris bij onderwijs en cultuur en bovendien ook nog verantwoordelijk voor de media. Als er nu toch iemand was die de taalverloedering een halt kon toeroepen, dan was zij het toch wel?

Gelukkig had het ministerie verstandige ambtenaren. Lees verder >>

Col: Gewoon normaal

Ik werk zelf op het Meertens Instituut, dus ik ga geen reclame maken voor het (heel leuke, heel informatieve, heel fraai uitgegeven) boekje Eigen en vreemd. Meertaligheid in Nederland dat mijn collega Leonie Cornips schreef en het instituut deze maand aan zijn relaties stuurt. Maar ik kan wel iets zeggen over de eraan gekoppelde website, waarop een filmpje staat dat gemaakt is door de kunstenaar Nynke Deinema: www.meertaligheidinnederland.nl.

Uit dat filmpje blijkt iets dat Leonie voor zover ik kan zien niet behandelt in haar boekje: het gebruik van het woord gewoon als mensen het hebben over taalgebruik.

In de eerste minuut zie je drie mensen die het woord allen een keer uitspreken in een interview. Eerst is er een oudere Brabantse dame, vermoedelijk in een bejaardentehuis, die zegt (ik ga geen poging doen het dialect te schrijven):

Lees verder >>

Col: De Holman-shuffle

Theodor Holman

S – “Ja, het is zo, het origineel is geschreven in de dactylische hexameter…”
H – “Dactische hexameter”.

Ik weet niet goed hoe ik het bovenstaande goed moet opschrijven. Zoals het er nu staat, lijkt het net alsof H zijn woorden uitspreekt nadat S ze heeft gezegd, maar zo is het niet. Het gaat eerder lettergreep voor lettergreep:

S – “dacty”
H -“dac”
S – “li”
H – “ti”
S – “sche”
H – “sche”

Enzovoort. En ook dat klopt weer niet. Lees verder >>

Brief aan de leraren Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Beste collega’s, moet je horen,

Ik zit helemaal aan de andere kant van de neerlandistiek. Terwijl jullie (op het Gerrit Komrij College en elders) voor de klas staan, zit ik in mijn ivoren torentje taal te onderzoeken. Soms denk ik aan toch wel aan jullie, bijvoorbeeld nu sommigen van jullie aan het staken zijn tegen de maatregelen die me inderdaad absurd lijken. Jullie baas is natuurlijk uiteindelijk ook dezelfde — de regering, al word ik als medewerker van het Meertens Instituut naar verluid binnenkort overgeplaatst van het ministerie van Onderwijs naar het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Dat maakt niet uit. Ons vak staat overal onder de druk. Hoewel iedereen zijn mond vol heeft van het grote belang van de Nederlandse taal en cultuur en ik weet niet wat allemaal nog meer, wordt op ons gezamelijke vak tegelijkertijd eigenlijk alleen gekort en onze omstandigheden moeilijker.

Ik ben solidair met de stakers onder jullie, ik hoop dat het ze lukt om de regeringsmaatregelen terug te draaien. Maar ik wil het ondertussen over iets anders hebben en jullie iets vragen: Lees verder >>

Col: Nieuws over de nageboorte van het paard

Dezer dagen zendt de NTR opnieuw het hoorspel uit dat enkele jaren geleden gemaakt is van deel I van Het Bureau (Meneer Beerta). Wat is dat toch een meesterwerk van radiokunst, sprankelender en verrassender dan het boek. De acteurs zijn allemaal briljant, maar het meest geldt dat voor Joop Keesmaat, die meneer Beerta speelt met een ongekend gevoel voor psychologische nuance. Ik heb bijvoorbeeld nog nooit iemand zo gemelijk horen praten als Keesmaat af en toe doet. Hij is de vleesgeworden gemelijkheid.

Er zijn ook allerlei dingen om nog steeds over na te denken als opvolger van Voskuil — wat ik als onderzoeker bij het Meertens Instituut nu eenmaal ben. Een voorbeeld? Lees verder >>

Col: Ik ben slechts alleen

Het Nederlands is zo groot, het is nog steeds niet helemaal in kaart gebracht. Gisterenmiddag was het voor mij weer zover: twee doodgewone woorden kregen ineens een nieuwe glans. Ik zat eerlijk gezegd een beetje te suffen, op het congres voor taalgeleerden waar ik mijn Driekoningen doorbracht, maar ineens schrok ik weer op van een lezing die me een van die kleine wondertjes liet zien in de taal waar ik nooit over had nagedacht.

De lezing werd gegeven door mijn Duitse collega Daniel Hole en ging eigenlijk over het Duits, in het bijzonder over het woordje nur, dat je in het Nederlands kunt vertalen met ‘slechts’ of met ‘alleen’ (en soms met ‘maar’, maar dat laat ik even buiten beschouwing). Door die lezing kwam ik er ineens achter dat die vertalingen geen synoniemen van elkaar zijn, dat ze subtiel van elkaar verschillen in betekenis. Hoe zit dat in elkaar? 

Lees verder >>

Col: Wordfeud en crisis

Er is een duidelijk verband tussen Scrabble en crisis. De Amerikaanse architect Alfred Mosher Butts (1899-1993) bedacht het woordspel tijdens de vorige grote crisis, in de jaren dertig, toen hij zelf werkloos geworden was en bovendien meende dat zijn medeburgers wel wat afleiding konden gebruiken. Het zal wel geen toeval zijn dat Wordfeud opkomt nu de economische malaise opnieuw toeslaat. Mensen grijpen terug op hun echte kapitaal: hetgeen ze in hun hoofd hebben zitten, hun woordenschat. Lees verder >>

Col: DE TAAL WORDT TOP!

Lezers van Neder-L! Jullie mogen het zeggen: moet ik Jan T’Sas ontvrienden of niet? Jan is de hoofdredacteur van Taalschrift, het tijdschrift van de Taalunie, dat wil zeggen van de overheid, en sinds enkele maanden ook mijn vriend op Facebook. Ik heb daar veel plezier van, al ben ik een beetje boos dat hij op mijn verjaardag niet op mijn muur geschreven heeft. Jan schrijft nu echter zulke onzin in het nieuwe nummer van Taalschrift dat ik het lot van onze vriendschap nu maar in jullie handen leg, “The wisdom of the crowd”, heet dat, en per slot van rekening zijn wij ook een soort vrienden, hier op Neder-L.

Wat is er aan de hand? Lees verder >>

Col: Het persoonlijk aanwijzend voornaamwoord bij Jan Cremer

Dankzij de iPad-app die het Letterkundig Museum sinds kort gratis verspreidt, kan iedereen (nou ja, iedereen met een iPad) nu op ieder moment van de dag, thuis en onderweg,  voor editeur spelen. De app bevat het volledige typoscript van Ik, Jan Cremer in facsimile, inclusief correcties van onder meer Cremer zelf en van C.B. Vaandrager. Je kunt er eindeloos in snuffelen en reconstrueren wat er eigenlijk stond.

In een begeleidend essay wijst Onno Blom erop dat Vaandrager nogal veel kleine letters in hoofdletters moest veranderen, maar dat is niet het enige interessante aan dit manuscript.

Lees verder >>

Col: De zonnekoning

Noorwegen heeft een schandaal om jaloers op te zijn. Er zijn sterke verdenkingen dat een onlangs opgedoken onbekend toneelstuk van Henrik Ibsen, De zonnegod, niet door Ibsen geschreven is, maar door de (21e-eeuwse) acteur en toneelschrijver Geir Ove Kvalheim, die ook andere stukken van Ibsen zou hebben vervalst, net als van de Nobelprijswinnaar Knut Hamsun. Lees verder >>

Hoe uw taal gaat veranderen

Door Marc van Oostendorp

Weet je wat, ik ga eens wat voorspellen over het Nederlands in 2012. Nu, aan het begin van het jaar, spreekt u het jaartal aan het eind van de vorige zin in uw hoofd nog uit als ‘tweeduizendtwaalf’. Straks, voor de volgende oudejaarsavond, zal dat voor velen van u niet meer gelden. Die horen dan ‘twintig-twaalf’. Allerlei stagiaires die bij radioprogramma’s werken zullen in de loop van dit jaar telefonisch contact zoeken met deskundigen. Die deskundigen bestaan eigenlijk niet, er is niemand die hier echt onderzoek naar doet, maar er zal allicht iemand ijdel genoeg zijn om toch naar het mediapark af te reizen om daar te zeggen waar het aan ligt: aan de invloed van het Engels. Lees verder >>

Leo Vroman en de aandachtseconomie

Er is geen betere manier, vind ik, om het jaar af te sluiten dan met prachtige interview dat twee redacteuren van het prachtige tijdschrift Vooys hadden met de prachtige schrijver Leo  Vroman. (Ook in Trouw staat vandaag ook al een mooi interview, wat is hij toch interviewbaar! Je vraagt je af waarom hij niet iedere week door iedere krant geïnterviewd wordt.)

Vroman, die de PC Hooftprijs kreeg negen jaar voordat Wim Kan zijn eerste tv-conference zou houden, is iemand die er geen genoeg van krijgt, iemand van wie nu al valt te voorzien dat over drie jaar, bij zijn honderdste verjaardag een bundel van minstens 1000 pagina’s zal verschijnen, hoewel al die gedichten nog geschreven moeten worden (na voltooiing van eerst nog een andere bundel).

Lees verder >>

Col: Dichterlijk hun

Ramsey Nasr, de Dichter des Vaderlands, publiceerde gisteren in NRC Handelsblad een meesterlijk gedicht, ‘Het dooit onder de korven’ (hier is een internetversie). Zijn onlangs verschenen bundel Mijn nieuwe vaderland viel mij tegen, maar dit gedicht is op de valreep hét gedicht van het jaar.

Het gedicht wemelt van de beelden, van de gedachten over het leven en (toch ook) de samenleving en vooral ook van taal. Moeiteloos schakelt hij over van het ene register naar het andere, van ‘flemen’ en ‘burlen’ via ‘verzamelaarsbenen’ naar ‘koninginnenpap’. Zoals het ook speelt met dichtvormen: ‘Het dooit onder de korven’ opent met twee klassieke jambische pentameters (regels van ieder vijf keer een onbeklemtoonde lettergreep gevolgd door een beklemtoonde): “Het is de fout geweest van onze goden. / Zij waren eerst en hemelsbreed aanwezig.” Gaandeweg verliezen de regels hun vorm, en het eindigt met regels die wel het juiste aantal lettergrepen hebben maar niet meer metrisch zijn: “tot waar geen enkele moeder of vader / geen vallende sneeuw nog halen komt.”

Lees verder >>

Col: Moord en brand schreeuwen over het Engels

Wat is het toch een zegen voor de maatschappij dat taalkundigen het niet voor het zeggen hebben. Je hoort weleens grapjes over de economen met hun blindheid voor de crisis en hun vakgebied dat van nabij beschouwd niet veel meer is dan een brok neoliberale ideologie onder een kwak statistiek. Maar als de taal ooit net zo belangrijk wordt als de centjes, doen wij het vast niet veel beter. Lees verder >>