Auteur: Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.

Hoe publieker hoe EMOTIONEEELERRR!!! :-D

Door Marc van Oostendorp

De eigenaardigheden van de taal die vooral jongeren gebruiken op onder andere de sociale media is inmiddels vrij uitvoerig in kaart gebracht. Ze verkorten woorden en zinnen. Ze gebruiken meer informele taal dan in andere geschreven genres. En ze gebruiken allerlei expressieve middelen die je buiten het beeldscherm niet vindt: verdubbelde letters, en hoofdletters, en emoji, bijvoorbeeld:

  • Dit vind ik echt SUUUUPERRR!!!!! 😀

Een nieuw onderzoek van Lisa Hilte, Reinhild Vandekerckhove en Walter Daelemans werpt niet licht op de zaak. De drie wonnen onlangs de Academische Jaarprijs 2019 voor het beste taalkundige artikel.

Lees verder >>

Het sympathiekste blad van Nederland

Door Marc van Oostendorp

Misschien heb ik nog een bijzonder aardig krantje van een volkstuinvereniging in het oosten van het land over het hoofd gezien, maar het sympathiekste tijdschrift van Nederland lijkt mij tot nader order De Parelduiker.

De titel is al sympathiek. Hij verwijst naar het motto van het blad, dat ontleend is aan Multatuli: “De parelduiker vreest de modder niet”. Het betekent dat men zelf als het uiteindelijke doel van het tijdschrift ziet: parels op te duiken. Zoveel trots, kom daar maar eens om.

Lees verder >>

Meer neerlandistiek is meer beter

Door Marc van Oostendorp

Ik zie toch echt regelmatig allerlei jonge mensen. Al tientallen jaren sta ik regelmatig voor groepen twintigers en sinds ik vader ben verkeer ik ineens ook weer in de wondere wereld der moderne dertigers. Maar ze zeggen nooit iets tegen mij, althans nooit iets waar ik iets aan heb.

Ik moet het allemaal van collega’s hebben. Zoals mijn Nijmeegse collega Edwin die vrijdag ineens tweette:

Of dit wel of niet ‘fout’ is, lijkt me niet het belangrijkste aspect van deze constructie. Belangrijk is dat het inderdaad kennelijk al minstens 12 jaar gezegd wordt en dat ik er nog nooit van gehoord had.

Lees verder >>

Aan de hanenbalk

De Dichter des Vaderlands (5)

Door Marc van Oostendorp

Is het nieuwe gedicht van Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja inderdaad een gedicht? Het doet er alles aan om zo min mogelijk op poëzie te lijken, bijvoorbeeld door een verwijzing naar een heel concrete persoon in een heel concreet, met name genoemd tv-programma, of door een aantal clichés over boeren (dat ze binnenvetters zijn, dat ze mannen zijn):

Lees verder >>

De natuur heeft zich met Eduard vergist, hy had ’n meisje moeten zyn

De Multatulileescursus (54)

Door Marc van Oostendorp

G. Stuiveling. Bron: Wikipedia.

– We hebben vandaag de brieven en documenten uit het najaar van 1874 gelezen. Het is fijn dat de DBNL de editie van Stuiveling online heeft gezet, maar hij doet toch vooral ook voelen hoe fijn het zou zijn als er een nieuwe digitale editie kwam.

– Want?

– Die Stuiveling liet zich wel voelen, zeg. Altijd maar, in iedere twist, partij kiezen voor de grote held. Iedereen die kritiek had op de grote Multatuli had het natuurlijk bij het verkeerde eind.

– Dat bedoel ik nog niet eens. Ik bedoel meer dat hij van alles en nog wat niet afdrukte. In deze tijd wordt Multatuli duidelijk een onderwerp van heftig publiek debat. Maar het meeste daarvan krijgen we niet te lezen. Eigenlijk zou de Zaaier, de brochure die Vosmaer ter verdediging van de schrijver er in moeten staan, maar zeker ook alle kritiek. Dat wilde Stuiveling niet:

Lees verder >>

Wedstrijd: ontwerp de nieuwe taalregel van 2019

Door Marc van Oostendorp

De Nederlandse taal moet strakker beregeld worden, zodanig dat er in iedere willekeurige zin wel iets mis kan gaan en de gemiddelde schrijver of spreker niet meer weet waar hij het zoeken moet van ellende.

Uit dat ideaal ontstond enkele jaren geleden de wedstrijd voor de “nieuwe taalregel van het jaar”, een prijs voor de regel dit doel het effectiefst weet te bereiken. Het idee: een eind aan alle laksheid! En om dit te bevorderen moeten we de voorschriften voor ‘correct’ Nederlands ieder jaar weer verder aanscherpen. Een evident voordeel hiervan is ook dat de gewone gebruiker binnen de kortste keren door de bomen het bos niet meer ziet. Dat levert (nog) meer werkgelegenheid op voor een nieuwe generatie neerlandici, want alleen zij kunnen als ons werk klaar is als enigen, na jarenlange noeste studie, door de bomen het bos nog zien.

Als andere specialismen hun vakgebied zo onoverzichtelijk kunnen maken dat je een specialist nodig hebt, waarom wij dan niet?

Lees verder >>

Lucebert: lezen in plaats van leven

Door Marc van Oostendorp

Ze zijn er nog, de bewonderaars van Lucebert. Je kon er bijna aan twijfelen nadat de vreselijke antisemitische brieven van de schrijver uitkwam die hij in zijn jeugd schreef. Zou dit de fascinatie voor de dichter doen uitdoven?

Nee, dus. Deze maand verscheen misschien wel het mooist vormgegeven boek dat ik dit jaar onder ogen heb gekregen: Lucebert. De zin van het lezen.

Het boek is een uitkomst van een project dat Lisa Kuitert enkele jaren geleden begon: een inventarisatie van de bibliotheek van Lucebert. Eerder publiceerde ze daarover het boek De lezende Lucebert, waarin deskundigen allerlei deelverzamelingen uit die bibliotheek belichtten. Het nieuwe boek gaat nu over de aantekeningen die Bertus Swaanswijk in zijn boeken maakte.

Lees verder >>

Stijl en werkelijkheid

Door Marc van Oostendorp

De stilistiek is het hart van de neerlandistiek. Ze combineert de drie traditionele subdisciplines taalkunde, letterkunde en taalbeheersing, ze beziet hoe vorm betekenis kan geven, ze gaat over de vraag hoe de stijl een mens kan maken en de wereld kan vormgeven.

Het is daarom opmerkelijk dat de stilistiek zo lang veronachtzaamd is, dat er decennia zijn voorbijgegaan waarin het in de opleidingen niet of nauwelijks op het programma stond, dat de recente literatuur erover nog steeds zo gering in omvang is. Pas de laatste jaren is daar weer verandering in gekomen en nu is er een modern boek met een nieuwe visie op het fenomeen: Stijl, taal en tekst. Stilistiek op taalkundige basis van Ninke Stukker en Arie Verhagen.

In een lucide inleiding maken Stukker en Verhagen duidelijk dat er twee mogelijke visies zijn op de relatie tussen vorm en inhoud in het geval van taal en stijl. Je zegt dat ze volmaakt gescheiden zijn (dualisme) of je zegt dat ze één en hetzelfde zijn (monisme). Voor beide is iets te zeggen, maar beide zijn ook onhoudbaar.

Lees verder >>

Boeken zijn als getallen

Door Marc van Oostendorp

De kleine Johannes, Mari Andriessen. Frederickspark, Haarlem.
(Bron: WIkipedia)

Wat zijn boeken voor dingen? Over die vraag gaat een artikel dat de beroemde Amerikaanse taalkundige Paul Postal onlangs op internet plaatste.

Dat boeken vreemde dingen zijn, was al meer mensen opgevallen. Ze zijn abstract en lijken in die zin op bijvoorbeeld getallen. De kleine Johannes bevindt zich net zo min als het getal 26 op een bepaalde plaats in de fysieke werkelijkheid. Er zijn natuurlijk allerlei tastbare objecten waarop de letters De kleine Johannes staan en die binnenin eveneens reeksen letters hebben in telkens dezelfde volgorde – het verhaal van de kleine Johannes. Maar geen van die voorwerpen ís De kleine Johannes.

Tegelijkertijd beschouwen we boeken als dingen die op een zeker moment geschreven zijn door een concreet persoon. Als Frederik van Eeden nooit had geleefd, hadden we ook geen Kleine Johannes gehad. Voor ons gevoel heeft Van Eeden die letters in een bepaalde volgorde gezet. Hij heeft op een goed moment de Kleine Johannes gemaakt, en dat boek bestaat dus wel in een bepaalde tijdsspanne: voor 1884 bestond het nog niet.

Lees verder >>

Pleidooi voor een DBNL-lab

Door Marc van Oostendorp

Hoera, de DBNL bestaat twintig jaar! Het Utrechtse letterkundige tijdschrift Vooys wijdde er een aardige special aan – althans, sommige stukken gaan ook over digitale literatuurwetenschap in bredere zin, maar de focus ligt toch op de DBNL.

Er is bijvoorbeeld een interessant overzicht van de eerste vijftien jaar van de digitale bibliotheek, tot het moment dat de organisatie naar de KB overging, door Ton van Kalmthout, die vertelt dat een van de eerste concrete onderzoeksvragen, nog in de eerste subsidieaanvraag voor de DBNL in 1998, ging over het ontdekken van metriek in oude poëzie. Grappig genoeg staat er in hetzelfde nummer van Vooys een artikel van Wouter Haverals, Mike Kestemont en Folkert Karsdorp waarin ze laten zien dat een automatische scandeermachine hebben gebouwd op basis van de DBNL.

Er zit dus schot in!

Lees verder >>

Gerda van Wageningen in de canon

Door Marc van Oostendorp

De canon van de Nederlandse literatuur als netwerk. Illustratie uit het besproken artikel.

De interessantste opmerking staat aan het eind, in het nieuwe artikel The Canon of Dutch Literature According to Google dat de letterkundigen Lucas van der Deijl en Roel Smeets samen met de computertaalkundige Antal van den Bosch schreven.

Het artikel gaat uit van een interessante gedachte: wat als we de canon nu eens door Wikipedia en Google lieten bepalen? Zouden we dan niet een veel democratischer beeld krijgen van de literatuur? En hoe zou dat beeld er dan uit zien? De auteurs namen alle 2287 schrijversnamen van de Wikipedia-pagina Nederlandse schrijvers en ze voerden deze aan het algoritme van Google. Dat geeft voor schrijvers een lijstje met ‘gerelateerde zoekresultaten’.

Lees verder >>

Door m’n al te vurig dichterlyk genie heb ik me daar laten verlokken tot ’n overdryving die zeer te betreuren is

De Multatulileescursus (53)

Door Marc van Oostendorp

– Jij zei indertijd dat de derde bundel Ideeën je favoriete boek van Multatuli was. Ik geloof dat voor mij de zesde bundel die status heeft.

– Vanwege Woutertje.

– Vanwege Wouter Pieterse inderdaad. Deze bundel bevat het grootste brok van die roman, en anders dan in eerdere delen zijn er niet van die hele lange onderbrekingen waarin Multatuli ineens zijn mening over van alles en nog wat wil geven.

– Klopt nu dat al deze belevenissen nauwelijks een rol hebben gespeeld in de Nederlandse letterkundige beschouwing? Meestal gaat het als het over Wouter gaat toch over de gedichtjes die meester Pennewip moet even of juffrouw Laps die een zoogdier is, kortom, over veel vroegere fragmenten

– Ik weet niet, heb je dat onderzocht?

Lees verder >>

Waarheen met het onderwijs in de moedertaal?

(De dag na de presentatie van Curriculum.nu)

Door Marc van Oostendorp

Onderwijzen is als overgooien. Je kunt niet iets in je eentje overgooien; als ik een bal naar jou toe gooi, heet dat geen overgooien als jij niet klaar staat om die bal op te vangen. Zo is het ook met onderwijzen.

Er wordt wel gedacht dat dit een taak is die een docent heeft, en die deze docent wel of niet competent uitvoert, zonder dat je hoeft te letten op de leerlingen, die geacht worden ook in figuurlijke zin het lijdend voorwerp te zijn. Het is een beeld van de leerling als een leeg vat waar de docent zijn kennis in giet. Maar dat beeld klopt niet: bij succesvol zijn docent en leerling allebei even actief betrokken.

Het beeld van het overgooien komt uit het boek Gevormd of vervormd? Een pleidooi voor ander onderwijs van de Nijmeegse filosoof Jan Bransen. Ik las het omdat er zoals het er nu naar uitziet grote veranderingen aankomen in het onderwijs Nederlands, en wel op de drie niveaus die we hebben: primair, voortgezet en hoger onderwijs. Curriculum.nu uit zich over de eerste twee, en de meeste universitaire opleidingen zijn permanent bezig met verbeteringen van de laatste.

Lees verder >>

De samenleving maakt de schrijver, de schrijver maakt de samenleving

Door Marc van Oostendorp

Waaruit bestaat de literatuurgeschiedenis? Uit meesterwerken? Uit elkaar almaar bestrijdende generaties met steeds weer nieuwe ideeën over wat een goed boek is? Uit genieën die af en toe opstaan en iedereen anders laten kijken? Uit een economie van uitgeverijen, geleerde genootschappen en krantenredacties?

Rick Honings en Lotte Jensen zien het anders. De bouwstenen van hun geschiedenis van de Nederlandse literatuur in de 18e en 19e eeuw, Romantici en revolutionairen, zijn schrijverstypen: de dominee-dichter, natuurlijk, maar ook de criticus, de (vroege) romanschrijver, de Spectator, enzovoort.

Zo’n schrijverstype valt niet precies samen met een stroming, maar is breder. Sommige stromingen zijn bij Honings en Jensen ook terug te vinden als type – de romanticus, bijvoorbeeld, of de Tachtiger –, maar zelfs dat is al een andere interpretatie. Een stroming heeft een programma, een ideaalbeeld van hoe de literatuur eruit zou moeten zien; een schrijverstype is duidelijker een sociologisch fenomeen, je wordt een bepaald soort schrijver omdat er behoefte aan is in de samenleving, omdat jij die behoefte voelt. En omdat jij en je collega’s bepaalde teksten schrijven, duw je de samenleving een bepaalde kant op, al is het maar een klein beetje.

Lees verder >>

Yes! Bijna zes en van Hongaars naar Nederlands

Door Marc van Oostendorp

‘Tuin’. Illustratie: V.N. van Oostendorp

Nene is vijf jaar. of zoals ze zelf inmiddels al maandenlang beweert ‘bijna zes’. Een half jaar geleden is ze bij ons komen wonen en sindsdien groeit haar taal van het Hongaars naar het Nederlands.

Nu is zes bij mijn weten de leeftijd dat kinderen, en vooral meisjes, zich gaandeweg meer op hun leeftijdsgenooties gaan richten en minder op hun ouders, in ieder geval waar het de taal betreft. (Ik weet dit waar het de taal betreft, en neem aan dat dit ook geldt voor de andere aspecten van het leven.) Dat betekent dat je als je een meisje van die leeftijd adopteert, weet dat ze zich zo snel mogelijk in een aantal opzichten niets meer van je aan wil trekken.

En dus dat het Nederlands dat ze spreekt al heel binnenkort niet meer het mijne zal zijn. Het heeft momenteel nog wel wat van mij: nadat ze een paar argumenten heeft gegeven – bijvoorbeeld waarom we vandaag alweer naar het zwembad moeten –, zegt ze “Dus”, en ik vrees dat dit ook een idiosyncratie van mijn taal is.

Lees verder >>

Jan Campert als man

Door Marc van Oostendorp

Jan Campert

Jan Campert (1902) is de dichter van één gedicht, De achttien dooden (‘Een cel is maar één meter lang / en nauw twee meter breed’). Maaike Meijer analyseert het in het nieuwe nummer van Nederlandse letterkunde. Dat nummer is helemaal gewijd aan mannelijkheid‘ en Meijers artikel gaat specifiek over de rol van mannelijkheid in drie ‘telsten’: behalve dat gedicht van Campert ook De donkere kamer van Damokles en de film Casablanca.

Het interessante van Meijers aanpak is dat ze haar smaak altijd laat meewegen. Ja, Nederlandse letterkunde is een wetenschappelijk tijdschrift; maar voor Meijer is dat geen belemmering om te vermelden dat de laatste strofe van De achttien dooden haar ontroert:

Lees verder >>

Ironie is niet het omgekeerde zeggen van wat je denkt

Ilja Leonard Pfeijffer als ironicus

Door Marc van Oostendorp

Het is een geleerd essay, dat Ilja Leonard Pfeijffer schreef over de ironie. Hij lardeert zijn betoog, Ondraaglijke lichtheid, – dat ongeveer tot strekking heeft dat de ironie een mooi stijlmiddel is maar dat het tot nihilisme voert wanneer je je hele leven ironisch gaat leven – met verwijzingen naar tal van geleerden uit binnen- en buitenland, uit vroeger tijd en uit het heden.

Pfeijffer presenteert die opvatting als een inzicht dat hij tot zijn eigen verrassing verworven zou hebben tijdens het schrijven van zijn essay. Oorspronkelijk was zijn bedoeling om voor de ironie te pleiten, maar uiteindelijk herzag hij zijn mening.

Dat kun je alleen maar interpreteren als een teken dat de schrijver zijn eigen oeuvre niet goed kent. Daar zitten weliswaar een paar door en door ironische boeken in – de gedachten gaan onwillekeurig uit naar Het ware leven. Een roman – maar toch ook vrijwel vanaf het begin oproepen om serieus te zijn. Bovendien is inmiddels misschien wel zijn bekendste gedicht Idylle 7. Dat gedicht richt zich weliswaar niet zozeer tegen de ironie, maar wel tegen moedwillige duisterheid – het probleem is in essentie hetzelfde: dichters verschuilen zich achter de ontworteling zoals essayisten achter de ironie. Het gedicht eindigt dan ook met de regels:

Lees verder >>

Lezen is denken

Door Marc van Oostendorp

Wat zou het handig voor ons vak zijn als je van lezen een beter mens werd! Stel je voor: je overhandigt je buurjongetje dat op school niet wil deugen een exemplaar van De nachtstemmer, en zie: ineens kan hij wél meekomen. Of plaagt hij in ieder geval zijn zusje niet meer. Neerlandici als wonderdokters – de salarissen zouden razendsnel stijgen en als gevolg daarvan daarna al even vliegensvlug de studentenaantallen.

De gedachte dat lezen op de een of andere manier ‘nuttig’ is, is niet helemaal vreemd aan onze cultuur. In 2012 schreef een Belgische politierechter aan een verkeersovertreder voor dat hij Tonio moest lezen, A.F.Th. van der Heijdens boek over het dodelijke ongeluk van zijn zoon.

Lees verder >>

Ik ben in myn kring de hoofdpersoon, en niet myn vrouw en kinderen noch Mimi!

De Multatulileescursus (52)

Door Marc van Oostendorp

Mina Krüseman als Louise (bron: Wikipedia)

– De brieven uit 1874 vormen een roman. Een roman met een duidelijk thema: Multatuli tussen vijf vrouwen.

– Vijf?

– Er is natuurlijk zijn vriendin Mimi, waarvan hier een paar heel mooie brieven en dagboekaantekeningen zijn opgenomen. Er is een meisje dat een tijdje bij Mimi en Multatuli is komen wonen samen met haar op sterven liggende broer en met wie Multatuli een troebele affaire begint. Er is de actrice Mina Krüseman die een stormachtige vriendschap begint met de schrijver en met Mimi. En dan helemaal aan het eind overlijdt, volkomen onverwacht, Tine.

– Ja, Multatuli lijkt daar geen moment echt om te treuren. Hij wil zijn zeventienjarige dochter Nonni – die hij al vier jaar niet heeft gezien – uit Italië ophalen en merkt tot zijn schrik dat zij daar helemaal niet van gediend is.

– Nonni is de vijfde vrouw.

– Een heerlijk deel vond ik dit, een soort scheikundig experiment. Hoe reageert de persoon Multatuli op zo verschillende persoonlijkheden.

Lees verder >>

De vloeibare neerlandistiek komt eraan!

Door Marc van Oostendorp

De ambities spatten van het artikel dat Bram Ieven en Esther Op de Beek deze week publiceerden in het Journal of Dutch Literature. Waar anderen klagen over de crisis waar de neerlandistiek in verzeild is geraakt, stellen zij een ambitieus programma voor het vak voor. (Of althans, voor de moderne letterkunde, want in het taalgebruik van modern letterkundigen is dat het hele vak.)

Het vak moet gaan over de tijd waarin we leven, moet ons helpen die tijd beter te begrijpen: het verkruimelen van de politiek, ecologische rampspoed, wereldwijde migratiestromen, enzovoort. (Ieven en Op de Beek noemen dat de ‘laatmoderne tijd’.) De literatuur biedt daarbij nog altijd een uniek inkijkje in hoe mensen zulke gebeurtenissen beleven, en kritische analyse van en reflectie op die literatuur kan dat weer naar een algemener niveau trekken van de analyse van onze tijd.

Lees verder >>

Mau! Het leven van Maartje Draak

Door Marc van Oostendorp

Sinds de verschijning van Het Bureau is er waarschijnlijk nooit iemand dood gegaan die model stond voor één van de personages in dat boek zonder dat in de in memoriams naar dat personage werd verwezen. Kennelijk was Voskuil zo scherp dat hij mensen zo wist te beschrijven dat anderen hen herkenden.

Ook in Willem Gerritsens boek over de neerlandica én keltologe Maartje Draak, Verhalen van de drakendochter, wordt daarom aandacht besteed aan Kaatje Kater. “Voskuil is er”, schrijft Gerritsen, “verbazend goed in geslaagd de indruk die haar persoonlijkheid – haar karakteristieke wijze van optreden en spreken – op veel mensen in haar omgeving heeft gemaakt, nauwkeurig in woorden vast te leggen.” Zelfs het feit dat ze gesprekken kon openen met het woord mau! blijkt waarheidsgetrouw. Ik heb altijd gedacht dat die kreet verband hield met de naam Kater en dat Draak iets soortgelijks zou hebben geroepen maar dan in drakentaal; nu blijkt dat Voskuil Draak naar haar karakteristieke uitroep heeft vernoemd.

Lees verder >>

Genks en Jiddisj

Door Marc van Oostendorp

De afgelopen jaren heeft de zogeheten Citétaal een ongekende opgang gemaak, al is het alleen al in de media. Natuurlijk, overal gebruiken jongeren taalvormen die je straattaal kan noemen, maar in geen enkele stad is de cultus van de eigen straattaal zo groot als in Genk, in Belgisch Limburg.

Het opmerkelijke is dat die taalvorm zijn oorsprong heeft in alle steden in de mijnstreek, maar gaandeweg, en zeker het afgelopen decennium steeds meer geassocieerd is geraakt met Genk. Waarom dat zo is, is eigenlijk onduidelijk, maar inmiddels wordt zelfs vaker over ‘Genks’ gesproken dan over ‘citétaal’, schrijft Stefania Marzo in het nieuwe nummer van de International Journal of the Sociology of Language, dat helemaal aan de taal van mijnstreken over de hele wereld is gewijd.

Lees verder >>

In ieder geval zolang we geen patenten op onze naam hebben

Er wordt iets verkocht aan de nieuwe bazen in ons managementhorrorfeuilleton De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

“Hé”, zei Wouter, de hoogleraar Technisch-Financiële Letterkunde, tegen zijn boomlange promovenda Sophie. “Mag ik aannemen dat je je proefschrift alweer ter hand hebt genomen? Waar ging het ook weer over?”

“Over de nasleep van het koningslied”, legde Sophie aan haar beoogd promotor uit. “Ik heb die 25.000 tweets die er toen geschreven zijn nog allemaal wel ergens liggen. Maar ik kom er steeds niet aan toe.” De boomlange promovenda legde uit dat ze al een paar weken aan het bijkomen was van de demonstratie van WO in Actie tijdens de opening van het academisch jaar. “Heel bevredigend”, zei ze, “maar aan het échte werk kom je zo niet meer toe.”

Lees verder >>