Auteur: Lucas Seuren

Duitsers zijn pas echt wetenschappers

Door Lucas Seuren

Vorige week was ik voor een sollicitatiegesprek een dagje op en neer naar Potsdam – dat ligt vlakbij Berlijn, voor wie net als ik enige topografische beperkingen heeft. In de vacature stond een fulltime positie, maar, zo bleek, de functie zou eventueel ook opgesplitst kunnen worden in twee parttime posities van ieder 50%. Het was een plezierig gesprek en de volgende dag belde het hoofd van de commissie me dan ook om me een aanbod te doen… voor 50%. De reden was helder: ik had niet afdoende kennis van tweedetaalverwerving om de functie volledig voor mijn rekening te kunnen nemen, maar had juist weer de taalkundige kennis om zo de andere kandidaat aan te kunnen vullen. Tot zover niks geks, maar wat ze daarna vertelde brak toch wel mijn klomp: de universiteit zou wel verwachten dat ik, net als alle anderen met een parttime contract, fulltime zou gaan werken. Lees verder >>

Leren over taal is leren over gesprekken

Door Lucas Seuren

Wetenschap, elke wetenschap, begint met observatie. Wil je iets begrijpen, wil je ideeën, hypotheses, en theorieën kunnen vormen, dan moet je eerst je studieobject uitgebreid observeren. Pas als je na uren, dagen, weken, en misschien maanden denkt te begrijpen hoe je object werkt, dan pas kun je je ideeën gaan toetsen. Zo werkte Darwin, en zo zouden taalkundigen ook moeten werken: aldus introduceert taalkundig antropoloog Nick Enfield zijn nieuwste boek How We Talk. Maar, zegt Enfield, de taalkunde werkt helemaal niet zo.

Sinds de Chomskyaanse revolutie hebben we taal losgekoppeld van zijn natuurlijke omgeving: sociale interactie. We proberen taal te begrijpen, waarbij we de functie van taal volledig buiten beschouwing laten en afdoen als oninteressant of niet wetenschappelijk te onderzoeken. De cognitieve in plaats van de sociale wortels van taal zijn centraal gesteld, en dat levert een volstrekt verkeerd beeld van taal op. Lees verder >>

Verhalen zijn een wonderlijke prestatie

Door Lucas Seuren

Stel je de volgende alledaagse situatie voor. Je zit met een vriend of vriendin in een koffietentje te genieten van een soja latte met een stukje worteltaart, terwijl je elkaar bij praat over jullie belevenissen van de laatste weken. Dit gesprek verloopt vrij gestructureerd, waarbij jullie veelal om de beurt zullen praten. Maar niet alle beurten zijn even langs. Soms stel je even een korte vraag, op andere momenten vertel je een uitgebreid verhaal over je safari in Namibië waar je een cheeta op een impala zag jagen. Zelden zullen jullie door elkaar heen praten; jullie weten vrijwel perfect wanneer de ander klaar is en wanneer jij aan de beurt bent. Maar hoe kan dat?

Beurtwisseling

Deze beurtwisselingsvraag hield enkele sociologen – Harvey Sacks, Emanuel Schegloff, en Gail Jefferson – in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw bezig. Ze merkten op dat beurtwisseling in gesprekken aan een aantal eigenschappen voldoet. Zo praten mensen zoals gezegd om de beurt, is er weinig overlap, zijn stiltes opmerkelijk kort, en produceren we meestal niet meer dan een enkele zin of frase per beurt. Zij concludeerden onder andere dat een van de functies van grammatica is dat het mensen laat voorspellen wanneer de ander klaar is. Lees verder >>

Engels als lingua franca van de wetenschap

Door Lucas Seuren

Over krap twee maanden verdedig ik mijn proefschrift; een bundel van artikelen en analyses waarvoor ik de afgelopen vier jaar me heb verdiept in Nederlandse gespreksvoering. Maar ondanks die focus op het Nederlands is het proefschrift in het Engels, een praktijk die geldt voor vrijwel alle taalonderzoekers in Nederland. De reden daarvoor is vrij evident: het publiek waarvoor we schrijven is het Nederlands veelal niet machtig. De voertaal is veelal Engels. Willen we onze analyses, die zeker relevant zijn voor andere talen, delen met onze collega’s over de wereld, dan moeten we dus in het Engels schrijven.

Ik heb nooit vraagtekens gezet bij die manier van werken. Toen ik begon met studeren—toen nog sterrenkunde—moest ik gelijk werken met Engelstalige tekstboeken. Mijn docenten spraken nog Nederlands, maar ik leerde over de mechanica en lineaire algebra in het Engels, en ik werd ook geacht te presenteren en te schrijven in het Engels. De natuurwetten zijn in Nederland niet anders dan in de rest van de wereld, en dus moet je als onderzoeker in spe gelijk leren praten met de wereldwijde academische gemeenschap. Lees verder >>

Expliciet instemmen met seks

Door Lucas Seuren

Wie, net als ik, af en toe moeite heeft met het lezen van signalen en hints van de andere sekse (of dezelfde natuurlijk) is het wellicht een goed idee om over een tijdje naar Zweden te verhuizen. Als het aan de premier ligt komt er namelijk een wet waarin geregeld wordt dat er expliciet, wederzijdse instemming moet zijn voor seks. Vragen of iemand je Wifi wil gebruiken of binnen wil komen om je etsen te bekijken is daarmee niet langer voldoende als je een vervolg wilt geven aan een romantische avond.

Het lijkt een mooi initiatief in de strijd tegen seksuele intimidatie—seks moet vrijwillig zijn—maar de wet is zo absurd dat ik er hard om heb moeten lachen en twijfelde of de berichtgeving niet van De Speld kwam. Taalgebruik laat zich namelijk helemaal niet zo gemakkelijk afdwingen, en wat juristen verstaan onder expliciete instemming komt volstrekt niet overeen met wat normale mensen onder instemming zouden verstaan. Je indekken op een manier die voor de rechter houdbaar is, zal leiden tot de meest ongemakkelijke en hilarische situaties; een romantische sitcom is er niks bij. Lees verder >>

Betekenis is gebruik

Door Lucas Seuren

Momenteel vermaak (verveel?) ik samen met een paar collega’s een flinke groep studenten Communicatie en Nederlands met Pragmatiek; een vak waarin we ingaan op hoe mensen taal gebruiken om betekenis over te dragen, of anders gezegd, hoe mensen betekenis geven aan taal. Daarbij komen veel, en veelal inmiddels overleden, filosofen aan bod: van Betrand Russell tot (de onlangs in ongenade geraakte) John Searle. Een van de theorieën die we daarbij ter discussie stellen is het idee van Ludwig Wittgenstein dat taal geen inherente betekenis heeft: “meaning is use.” Net zoals de exacte betekenis van God grotendeels afhankelijk is van de context—hebben we het over de God als handelend “persoon”, of een entiteit wiens aanwezigheid we simpelweg kunnen ervaren, of iets anders?—zo kunnen we tegen allerlei aspecten van taal kijken. Lees verder >>

Hij zat goed vast? of Zat ie goed vast?

Door Lucas Seuren

Onlangs kwam Enexis een nieuwe energiemeter bij mij installeren. Dat had blijkbaar nogal wat voeten in de aarde, want de monteur was lang bezig met het verwijderen van de oude meter. Toen het kreng—de energiemeter, niet de monteur—eindelijk van zijn plek was slaakte hij—de monteur, niet de energiemeter—dan ook een zucht van verlichting. Ik vroeg vervolgens of de meter goed vast zat, maar dat hoorde de monteur niet, want hij zei iets van hè?, waarna ik mijn vraag normaals stelde. Dat op zichzelf is natuurlijk niet bijzonder, maar de manier waarop ik beide vragen stelde, was wel degelijk opmerkelijk:

Ik: Hij zat goed vast?
Monteur: Hè?
Ik: Zat ie goed vast?

De tweede keer dat ik de vraag stelde, herhaalde ik niet simpelweg de vraag, ik stelde hem op een iets andere manier. Waar de eerste vraag de vorm had van een declaratief, of bewerende zin—de persoonsvorm, zat, kwam na het subject, hij—had de tweede poging de vorm van een ja/nee-interrogatief, of ja/nee-vraagzin—de persoonsvorm stond vooraan de zin. Waarom die verandering? Als de monteur me simpelweg niet gehoord had, dan zou ik toch net zo goed de vraag op exact dezelfde manier hebben kunnen stellen? Lees verder >>

Vrouwen kunnen beter gedachten lezen

Door Lucas Seuren

In een hoofdstuk over taalgebruik uit 2013 stelde de beroemde Britse taalkundige Stephen Levinson dat het een wonder is dat sociale interactie zo soepel verloopt. Aan de basis van ons talig en niet-talig handelen liggen allerlei intenties, intenties die natuurlijk niet direct toegankelijk zijn voor onze gesprekspartners. En toch kunnen we veelal vrij probleemloos, of in ieder geval goed genoeg, de juiste intenties toeschrijven aan sprekers. We zijn er zelfs zo goed in dat er gemiddeld genomen geen merkbare stilte valt tussen twee opeenvolgende gespreksbijdragen: als spreker A klaar is reageert spreker B binnen 0,1 seconde.

Afleiden wat de intenties van een spreker zijn op basis van talige en niet-talige signalen wordt in de cognitieve psychologie gedachten lezen genoemd, omdat hoorders de verscheidene mentale statussen moeten toeschrijven aan de sprekers: wat bedoelt de spreker; wat voelt de spreker; wat wil de spreker; wat denkt de spreker; etc. Op basis daarvan een hoorder dan besluiten wat een gepaste reactie is. Lees verder >>

Ollongren zegt (niet) wat ze bedoelt

Door Lucas Seuren

Het zit Kajsa Ollongren niet mee: ze is net drie weken minister en krijgt nu al voor de tweede keer te horen dat ze niet in het kabinet thuishoort. Sterker nog, ze zou volgens PVV-kamerlid Bosma zelfs geen vrij burger mogen zijn, maar in de gevangenis moeten zitten omdat ze plannen zou hebben om Amsterdam af te scheiden van het Koninkrijk der Nederlanden. Tijdens een nieuwjaarsreceptie voor D66 stelde Ollongren dat de oprichting van de Republiek Amsterdam nog nooit zo dichtbij is geweest, en onder artikel 93 staat op dergelijke plannen een gevangenisstraf van ten minste 30 jaar.

Het filmpje met de uitspraak van Ollongren is eenvoudig te vinden op internet, dus dat ze gesproken heeft over de Republiek Amsterdam staat niet ter discussie. De verdediging die door Kees Verhoeven, kamerlid namens D66, werd aangevoerd was dat Ollongren het niet zo bedoelde. Ze had slechts duidelijk willen maken dat D66 niet mee zal werken aan de plannen van de PVV om bevolkingsgroepen uit te sluiten van de samenleving. Lees verder >>

Het kleinste onderwerp in de taal

Door Lucas Seuren

Recent gaf Peter-DoughnutArno Coppen in zijn column in Trouw een korte analyse van het kleinste onderwerp in het Nederlands: het lidwoord. Hoewel ik niet wil betwisten dat het lidwoord als onderwerp voor een taalkundige analyse zeer klein is, wilde ik de gelegenheid aangrijpen om een nog kleiner aspect van de taal te bespreken, het woordje oh. Wie nu denkt dat oh niet meer is dan een onbewuste respons die los staat van de taal heeft het bij het verkeerde eind. Niet alleen heeft oh zijn eigen, weliswaar zeer onvolledige, vermelding in de Van Dale, het wordt doelgericht ingezet door sprekers, en niet alleen in het Nederlands. Dus laten we eens kijken naar oh. Lees verder >>

Een redelijke politieagent is geen redelijke gespreksdeelnemer

Door Lucas Seuren

Lawyer dogAls een verdachte tijdens een ondervraging tegen een politieagent zegt “why don’t you just give me a lawyer, dawg” (‘waarom geef je me geen advocaat, gast’), verzoekt de verdachte dan om een advocaat? Het lijkt een simpele kwestie—wat zou de verdachte anders met die uitspraak doen?—maar daar denkt het Hooggerechtshof in de Verenigde Staten anders over. Het hof ging eerder deze week mee in de uitspraak van een lagere rechtbank dat de verdachte in kwestie, die naar de rechter was gestapt omdat hij geen advocaat kreeg en vervolgens een belastende verklaring had afgelegd, niet duidelijk om een advocaat had gevraagd. Immers, de uitspraak van de verdachte was dubbelzinnig en ambigu; hij had op allerlei andere manieren begrepen kunnen worden. Dit had tot gevolg dat de verklaring van de verdachte als bewijsmateriaal mocht dienen.

Het oordeel van de rechter ligt daarmee in het verlengde van een eerdere rechtszaak waar de verdachte zei “maybe I should talk to a laywer” (‘misschien zou ik met een advocaat moeten praten.’). Daarbij oordeelde de rechter eveneens dat de verdachte niet ondubbelzinnig om een advocaat had gevraagd, en dat zijn rechten dus niet geschonden waren. Lees verder >>

Pretonderzoekjes schaden ons allemaal

Door Lucas Seuren

SmirnovOnlangs publiceerden een aantal onderzoekers uit Maastricht, Liverpool, en Londen een artikel over de invloed van het nuttigen van een kleine hoeveelheid alcohol op de taalvaardigheid in een vreemde taal. De resultaten wezen uit dat als je een beetje gedronken hebt, je uitspraak in een vreemde taal iets beter wordt. Het is concreet en toegankelijk onderzoek en het kreeg daardoor flink wat media-aandacht: van Nu.nl tot Time, en van Editie NL tot The Independent. En dat is bijzonder jammer, want niet alleen valt er genoeg aan te merken op de onderzoeksmethode, maar dat juist dit soort onderzoek de kranten haalt versterkt de indruk dat psychologen en taalkundigen zich niet met serieuze dingen bezig houden. Lees verder >>

Het Nederlands heeft al genoeg woorden

Door Lucas Seuren

In het Dagblad van het Noorden zag ik een ingezonden brief met daarin een veelgehoorde klacht: er worden te veel Engelse woorden gebruikt waardoor je als lezer de tekst vaak niet kunt begrijpen. De schrijver maakte zich boos over termen als Get Hooked, Expat, Hoodie, Rip off, Infill Material, en eTwinning. Het Nederlands heeft genoeg woorden, dus waarom zouden we al die Engelse terminologie moeten gebruiken; zeker als er vervolgens een vertaling tussen haakjes achter wordt gezet?

Veelal kunnen we dit soort klachten vrij gemakkelijk afdoen. Het Nederlands stikt immers van de ontleningen, niet alleen uit het Engels, maar ook uit het Frans en Latijn. Zelfs woorden die hartstikke Nederlands klinken, zoals ananas, zijn niks meer dan ontleningen, in dit geval uit een van de Tupi-talen in Zuid-Amerika. Het hele idee dat we een grens kunnen en moeten leggen tussen echt Nederlandse woorden en ontleningen is dus vrij naïef. Lees verder >>

Genderneutraal of geslachtsneutraal

Door Lucas Seuren

Eind juli kwam de NS onder vuur te liggen, nadat de treindienst had aangekondigd haar reizigers voortaan genderneutraal te gaan aanspreken. In en rond de trein gaan we voortaan “Beste reizigers” horen in plaats van “Dames en heren.” Niet iedereen was daar blij mee: het beleid was “D66-gedram” voor een kleine minderheid.

Vervolgens ontstond een maand geleden er wederom een kortstondig, maar hevig maatschappelijk debat, nadat de HEMA had aangekondigd hun kinderkledingafdeling voortaan genderneutraal te maken. Dat viel bij veel mensen in verkeerde aarde. Zo werd er opgeroepen om de HEMA maar te boycotten, want het bedrijf zou zijn rare waarden bij de samenleving “door de strot duwen.” Lees verder >>

Zagen aan de stoelpoten van de Nederlandse taalkunde

Door Lucas Seuren

Nederland geniet al decennia veel aanzien in de wereld van de taalkunde. Mijn co-promotor merkt regelmatig op dat Nederland het land is met de hoogste concentratie taalkundigen per vierkante kilometer, en het onderzoek dat zij doen behoort tot de mondiale top. Wie taalkundig onderzoek doet kan niet om Nederland heen. Dat ligt deels aan de historie van het vakgebied. Henk van Riemsdijk, een van de grondleggers van de taalkunde in Nederland, legde dat een jaar geleden mooi uit in een column. In de jaren 70 en 80 behoorde de Nederlandse taalkunde tot de mondiale top; Nederland stond bekend om zijn taalkundig onderzoek. Maar in recente jaren wordt de taalkunde in rap tempo uitgekleed. Voor de kerngebieden, op syntaxis na, is steeds minder ruimte.

Maar Nederland genoot zeker in recente jaren niet alleen aanzien vanwege de kwaliteit van het onderzoek; we waren bijzonder goed in het opleiden van nieuwe taalkundigen. De Landelijke Onderzoeksschool Taalwetenschap, de LOT, organiseert jaarlijks een zomerschool en winterschool van twee weken, waarvoor internationaal geroemde taalkundigen uit de hele wereld afreizen naar Nederland om een intensieve cursus te geven aan promovendi uit binnen- en buitenland. Het is een fantastische mogelijkheid voor jonge onderzoekers om zich verder in hun onderwerp te verdiepen, maar ook om hun kennis te verbreden. Lees verder >>

Vegetarische spe(c)kjes

Door Lucas Seuren

SpeckjesWie wel eens bij de vleesvervangers in de supermarkt kijkt zal daar een aardig aantal producten zien liggen met vleesachtige namen die niet van vlees gemaakt zijn: speckjes, kipstuckjes, gehackt, enz. Maar daar gaat een einde aan komen, want de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is van mening dat die namen verwarrend kunnen zijn. Een argeloze koper zou per ongeluk gekruide lupine kunnen kopen, terwijl hij of zij eigenlijk een stukje vlees wilde hebben.

Het is een beslissing die in lijn is met hoe een aantal politici in binnen- en buitenland aankijkt tegen dit soort vleesvervangers: het is consumentenbedrog. Spek, niet te verwarren trouwens met de Canadese hiphopartiest, zit op de rug en de buik van een varken; het moet dus van een dier komen. Een consument die een product koopt met de naam spek moet er dus van op aan kunnen dat dat product bestaat uit varkensvlees. Simpelweg een c toevoegen is niet helder genoeg. Lees verder >>

Bitterballenelftal

Door Lucas Seuren

Tijdens de recente Champions League-wedstrijd tussen Paris SainBitterbalt-Germain en Bayern München merkte de commentator op dat Bayern het zwaar had, maar dat dat niet zo gek was, want Paris was nu eenmaal geen bitterballenelftal. Hij ging er duidelijk vanuit dat de kijkers wel zouden weten of begrijpen wat een bitterballenelftal is, maar mij was de term volslagen onbekend. Dat zegt natuurlijk weinig: ik ben dan wel geen voetballeek, maar ik zit ook niet wekelijks de live verslaggeving van de Eredivisie op FOX Sports te kijken. Maar toen ik Google erbij pakte bleek dat het zeker niet alleen aan mij lag: Google kwam niet verder dan twee resultaten! Niet bepaald behulpzaam.

Omdat een elftal natuurlijk een sportteam is besloot ik de zoekactie wat uit te breiden naar bitterballenteam en dat leverde iets meer resultaten op. Deze bevestigden wat ik al vermoedde: een bitterballenteam is een team dat niet op komt dagen voor de wedstrijd, maar voor de bitterballen (voor en) na de wedstrijd. Een andere term voor hetzelfde concept die ik nog zag terugkomen is bier-en-bitterballenteam, om maar echt duidelijk te maken dat het gaat om de gezelligheid, niet het sportieve niveau. Lees verder >>

We praten anders met collega’s dan met echtgenoten/-s

Door Lucas Seuren

Marc stelde gisteren de vraag waarom mensen wel lange gesprekken voeren met collega’s of dates, maar niet met hun partner. Het is een vraag die, zoals hij terecht opmerkt, niet door de conversatieanalyse is onderzocht. Daar is een simpele reden voor, de methoden van de conversatieanalyse zijn ontwikkeld voor wat veelal microsociologie heet—in dit geval microtaalkunde?—en ze geven dus geen antwoord op dergelijke brede, sociolinguïstische vragen. Maar dat wil niet zeggen dat we er helemaal niks over kunnen zeggen. Bij deze doe ik dus een poging tot gefundeerd speculeren.

Waar Marc vooral de aandacht op legt is eigenlijk niet het lange gesprek, maar het gebrek aan een gesprek: stilte. Waarom is het zo gemakkelijk om stil te zijn als je naast je partner zit, maar niet als je  naast een collega of een vriend zit? Heel veel onderzoek naar stilte is er niet. Dat is niet zo verrassend, want we doen conversatieanalyse, niet stilteanalyse. Maar dat wil niet zeggen dat we stiltes negeren. Lees verder >>

Taal en haar functie

Door Lucas Seuren

Recent werd ik gewezen op een blogje van de Schotse taalkundige Geoffrey Pullum waarin hij probeert duidelijk te maken dat er een onderscheid is tussen de structuur van taal en de functie van taal. Pullum legt uit dat veel grammaticaboeken geen adequaat onderscheid maken tussen syntaxis en semantiek, en daardoor verwarring zaaien over termen als beweringen vis-a-vis declarativen en vragen vis-a-vis interrogatieven. Bij de eerste termen gaat het om taalhandelingen, bij de tweede om taalstructuren.

Pullum legt het probleem helder uit, en hij laat goed zien wat het verschil is tussen grammaticale zinstypen en de taalhandelingen waar die zinstypen normaliter voor worden gebruikt. Zo benoemt hij de vier zinstypen van het Engels, legt uit hoe ze gevormd worden, en beschrijft de handelingen die sprekers er veelal mee doen.

Maar ook Pullum slaagt niet volledig in een onderscheid maken tussen vorm en functie. Lees verder >>

Lucas Seuren: Toevallig Neerlandicus

Door Lucas Seuren

Ik ben geen Neerlandicus—om John F. Kennedy maar wat te parafraseren. Op de middelbare school was Nederlands niet bepaald mijn favoriete vak. Ik heb me door mijn leeslijst gebluft door, net als veel van mijn medescholieren, een stapel samenvattingen te lezen. Ongetwijfeld had mijn docent het door—hij was absoluut een Neerlandicus—maar liet hij me ermee wegkomen.  Eenmaal aan de universiteit had ik zelfs niks meer met de Neerlandistiek te maken: ik was sterrenkunde gaan studeren. In plaats van Vondel  en de Tachtigers wilde ik Newton en Einstein lezen en begrijpen.

Ook toen ik na vier jaar mijn astronomische ambities opgaf kwam ik niet bij Nederlands terecht. Lees verder >>

Taal als verantwoordelijk gedrag

Door Lucas Seuren

Het is al ruim zestig jaar geleden dat de Britse taalfilosoof J.L. Austin een revolutie ontketende in de taalwetenschap. Hij stapte af van het idee dat we taal louter gebruiken om de wereld te beschrijven, een idee dat ertoe leidde dat onderzoekers zich voornamelijk bezighielden met de waarheidswaarde van zinnen. In plaats daarvan doen we dingen met taal; taal wordt gebruikt om handelingen uit te voeren. Hij maakte daarmee ruimte voor het onderzoeksveld dat we taalhandelingstheorie noemen. Het idee dat taal primair een handelingsdoel heeft is ook van fundamenteel belang in de conversatieanalyse.

Gedrag vis-a-vis handeling

Het idee van taal als actie is zo fundamenteel, dat menig taalkundige er niet eens meer kritisch over nadenkt. Maar in een recent artikel in het tijdschrift Language in Society werpt de Canadese taalkundig antropoloog Jack Sidnell een kritische blik op ons begrip van taal. Hij sluit aan bij Austin dat we taal gebruiken om dingen te doen, maar daaruit kunnen we volgens Sidnell niet gelijk concluderen dat we taal gebruiken om handelingen uit te voeren. Hij maakt een onderscheid tussen wat we gedrag en handeling zouden kunnen noemen. Lees verder >>

‘Nou nee’ betekent (misschien) ‘ja’

Door Lucas Seuren

Vrouwen zijn helemaal geen onbegrijpelijke wezens, mannen moeten gewoon beter opletten. Dat is de boodschap van een meisje dat werd geïnterviewd door Trouw voor een artikel over gedrag van tieners in een zwembad. Het artikel verhaalde over de aandacht die meisjes krijgen in het zwembad van jongens, welk gedrag gewenst of ongewenst is, en hoe ze daarmee omgaan. Het artikel is een ware schatkamer voor sociaaltaalkundigen, met name als je meer wilt weten over “hofmakerij” onder kinderen van rond de 12 jaar. Maar wat mij nog het meest intrigeerde was wat de meisjes vertelden over hoe ze omgingen met het gedrag van de jongens.

De meisjes snappen er namelijk maar niks van dat jongens moeite hebben met de signalen die de meisjes geven, over of ze wel of niet geïnteresseerd zijn. Eerst lijkt dat ook vrij logisch, een van de meisjes, Anieke genoemd in het artikel, zegt dat als ze iets niet wil ze gewoon nee zegt. Hoeveel helderder wil je het hebben. Maar daarna raakte ik toch echt de draad kwijt. Als ze iets wel willen, of zelfs maar misschien willen, dan zeggen ze namelijk nou nee. Lees verder >>

WhatsAppachtig taalgebruik

Door Lucas Seuren

Onlangs kreeg ik een mailtje doorgestuurd waarin de zender, een docent van een hogeschool, de studenten waarschuwde dat ze zich in hun mailtjes moeten houden aan de ‘professionele omgangsvormen’. Gebeurt dat niet, dan krijgen ze het mailtje terug met het verzoek om het te herformuleren. Aanleiding voor deze waarschuwing was dat er ‘steeds vaker gebruik gemaakt werd van whats-app-achtige [sic] omgangsvormen,’ en blijkbaar dachten de docenten dat dat van invloed was op de manier waarop studenten hun e-mails formuleerden.

Er is een aantal redenen om je te verwonderen over een mailtje als dit. Zo bestaat WhatsApp al acht jaar, en voor veel studenten – het zijn nu eenmaal jongeren – zal het al jaren een vertrouwd communicatiemedium zijn. Het is dus niet alsof er plots vaker gebruikt van wordt gemaakt. Dat jongeren tegenwoordig overstappen op services als Snapchat doet daar niks aan af, ongetwijfeld valt dat onder WhatsAppachtig. Lees verder >>

Complimenten zijn niet (alleen) psychologisch

Door Lucas Seuren

Het is vandaag Nationale Complimentendag. Ik had er tot voor kort ook nog nooit van gehoord, maar het bestaat blijkbaar al vijftien jaar. Het zal vast een bijzondere dag zijn, want complimenten zijn een heel gek fenomeen. Er is niks mis met het laten blijken van je waardering, maar mensen lijken veelal niet te weten hoe je op een compliment moet reageren. Het is een beetje als dat moment op je verjaardag dat mensen voor je gaan zingen: daar sta je dan, enorm ongemakkelijk, niet wetend wat te doen totdat de marteling voorbij is.

Wat maakt een compliment zo problematisch? Op nu.nl vertelt psycholoog Ad Bergsma dat het te maken kan hebben met je zelfbeeld; een compliment dat niet aansluit bij hoe je over jezelf denkt is lastig te accepteren. Er treedt een soort cognitieve dissonantie op. Daarnaast geeft hij aan dat complimenten veelal indirect zijn: een complimentje over je kleding gaat over je goede smaak, maar zo denken mensen er vaak niet over. En hoe accepteer je een complimentje namens je kleding. Lees verder >>

Wat ‘like’ en ‘eh’ gemeen hebben

Door Lucas Seuren

Voor ik naar Los Angeles vertrok voor mijn promotieonderzoek maakte een kennis vaak grappen over het taalgebruik van Amerikanen, met name de hoge frequentie waarmee jongeren in Californië like zeggen. Het gebruik van dat woord is niet voorbehouden aan de jongeren aldaar – ik merkte tijdens een verblijf in York dat het ook in Brits-Engels voorkomt – maar de frequentie zou in steden als Los Angeles veel hoger liggen. Na vijf maanden kan ik beamen dat dit zeker klopt – niet dat ik daar vijf maanden voor nodig had. Maar waar mensen vaak denken dat like niets meer is dan een betekenisloos stopwoordje, begon me ook op te vallen dat het vrij nuttige functies heeft.

Twee van de voornaamste functies van like zijn breed bekend. Ten eerste wordt het gebruikt om aan te geven dat de spreker een inschatting maakt. Ten tweede wordt het gebruikt om een direct citaat in te leiden. Beide functies worden in het Nederlands ten dele vervuld door van. Zinnetjes zoals de volgende zullen de meeste mensen – ik durf zelfs te zeggen niemand – vreemd voorkomen:

  • Hij heeft er iets van vijf dagen aan gewerkt.
  • Hij zei van joh ik heb er vijf dagen aan gewerkt.

Lees verder >>