Auteur: Lucas Seuren

Dit is het einde van de zin, of niet?

Door Lucas Seuren

Het einde van de zin is in gesproken Nederlandse een ware schatkamer van bijzondere taalfenomenen. Het is de plek waar we inhoudelijk niks meer toevoegen aan de zin, maar waar we signalen geven over hoe de zin “pragmatisch” begrepen moet worden. Je kunt denken aan kleine woordjes zoals toch of die lastig te definiëren zijn, maar die we regelmatig inzetten om duidelijk te maken wat we willen. Omdat het einde van de zin een grote rol speelt in gesproken en minder in geschreven taal, is het uitermate geschikt voor gespreksonderzoekers. We kunnen wat zeggen over de taal, waar traditionele benaderingen wat meer moeite mee hebben, omdat het lastiger is om goede experimenten en tests te ontwerpen. In een korte serie bespreek ik wat mensen in spreektaal doen met het einde van hun zin. En ik begin vandaag met of niet.

Lees verder >>

Een witte of harde staking

Door Lucas Seuren

Ik ben al een week niet meer op kantoor geweest. Sinds vorige week maandag is de vakbond van de universiteiten in het Verenigd Koninkrijk, de University and College Union, namelijk een staking begonnen aan mijn universiteit (Oxford) en 59 anderen. De problemen zullen Nederlandse collega’s bekend in de oren klinken. In de laatste tien jaar is de waarde van een academisch salaris, gecorrigeerd voor prijsinflatie, met 20% gedaald. Daarnaast wordt er fors gesneden in de pensioenen: de premies stijgen, terwijl de uit te keren pensioenen fors dalen. En wat staat daar tegenover? Een fors hogere werkdruk. De administratieve lasten nemen toe, er zijn veel meer studenten, en de wetenschappelijke output moet omhoog. Dr. Lee Jones van de Queen Mary University gaf een heldere samenvatting van de ‘zeven hoofdzonden’ van de marktwerking die het academisch werk zwaarder en onaantrekkelijker maken. Het moge duidelijk zijn dat de situatie niet houdbaar is.

Lees verder >>

Stakingsbereidheid, de ratrace, en een generatiekloof

Door Lucas Seuren

De afgelopen week heeft Marc hier op Neerlandistiek twee stukken geplaatst waarin hij zijn frustratie uit over het gebrek aan bereidheid bij collega academici om mee te doen aan de Witte Staking. Een staking die in zekere zin geen staking is, want wie zich eraan houdt zegt slechts toe zich te houden aan de uren die in hun contract staan. Je doet kortom gewoon nog steeds het werk waar je voor betaald wordt. De verwijten vliegen nu over en weer: jonge onderzoekers zijn lafaards die zich niet in willen zetten voor het grote belang, terwijl senioronderzoekers al het risico af schuiven op de zwaksten. Het moge duidelijk zijn, daar is niemand bij gebaat, want zolang we vooral intern ruzie maken, zullen we genegeerd worden. Maar hoe lossen we dat op?

Lees verder >>

Onderzoeksaanvragen: de (bevoorrechte) aanhouder wint

Door Lucas Seuren

Enkele weken terug ontving ik een teleurstellend, maar niet geheel onverwacht, mailtje. Mijn subsidieaanvraag bij de National Institute of Health Research was afgewezen. Meer dan honderd uur werk van mij en mijn begeleiders en een nul-resultaat. Het was even slikken en ik heb die nacht bijzonder slecht geslapen. Niet alleen omdat al dat werk ogenschijnlijk voor niets was, maar ook vanwege de onzekerheid over mijn toekomst: zou ik over een jaar nog werk hebben? Het is een bijzonder ontmoedigende situatie en het mag dan ook geen verrassing heten dat menig jong wetenschapper na die eerste mislukte poging opgeeft.

Lees verder >>

Te veel concurrentie in de wetenschap

Door Lucas Seuren

Met de Ware Opening van het Academisch Jaar is er momenteel weer een hoop aandacht voor de druk die er ligt op de academie, met name op de humaniora en sociale wetenschappen. Op dinsdag merkte Marc op dat dit ten dele te wijten is aan het doorgeslagen neoliberale beleid sinds de jaren 90, als ik dat zo mag parafraseren: onderzoekers moeten in navolging van het bedrijfsleven met elkaar concurreren, vanuit het idee dat dit leidt tot hogere kwaliteit. Die concurrentie heeft ertoe geleid dat wetenschappers in steeds meer detail hun onderzoeksplannen moeten uitwerken, veelal volslagen onrealistische beloftes moeten doen, en continu in hun vrije tijd bezig zijn om ook nog datgene te doen wat ze eigenlijk willen doen: onderzoek en onderwijs.

Lees verder >>

Kunnen we mens van computer onderscheiden?

Door Lucas Seuren

Al decennia wordt ons voorgehouden dat computers beter worden in praten met mensen. En hoewel ik niet zal ontkennen dat er vooruitgang is geboekt in de vorm van assistenten zoals Siri, Alexa, en Google Now, hebben ze nog een lange weg te gaan. Halverwege de vorige eeuw werd dit probleem geformaliseerd door Alan Turing, de voorvader van de computerwetenschap. Hij vroeg zich af of computers kunnen denken en stelde dat als een computer net zo handelt als een mens het antwoord ja is. Om dat te testen ontwikkelde hij de naar hem vernoemde Turing Test. Het idee is simpel: kan een mens op basis van een gesprek raden of hij gesproken heeft met een computer of met een ander mens? Of in een iets andere vorm: kan een robot een mens foppen?

Op het oog lijkt deze test simpel. In de praktijk lopen we alleen tegen een belangrijk probleem aan: mensen rationaliseren op basis van wat ze weten van de wereld. Hoe gek een robot dus ook praat, we zullen in eerste instantie heel veel moeite doen om die rariteiten te verklaren als normaal menselijk gedrag. Met andere woorden, als we iets zien wat niet strookt met ons beeld van de wereld, dan passen we ons beeld van de wereld niet aan, maar zoeken we naar een manier waarop onze waarneming toch strookt met ons wereldbeeld.

Lees verder >>

Zit taal in ons hoofd of in de wereld om ons heen?

Door Lucas Seuren

Vorige week schreef ik een stukje over wat taalkundigen bestuderen; gaat het om het cognitief systeem dat ten grondslag ligt aan taal, of wat ik ‘taal in de wereld om ons heen’ noemde. Marc van Oostendorp merkte daarbij terecht op dat taal helemaal niet in de wereld zit, maar dat er menselijke cognitie nodig is; elektrische impulsen in onze hersenen. Zowel de taalkunde die door Noam Chomsky en andere generatieve grammatici befoefend wordt, als de taalkunde zoals die bijvoorbeeld door mijn collega’s beoefend wordt, gaan dus uiteindelijk over menselijke cognitie.

In eerste instantie wilde ik die discussie niet voeren; taalkundigen hebben wat je noemt een reputatie voor felle debatten die vooral de tegenstellingen helder maken en weinig doen om het onderzoeksveld vooruit te helpen. Er heerst soms een onderzoeksklimaat dat niet eens zo ver af staat van het politieke klimaat in het Verenigd Koninkrijk rond Brexit. Maar ik realiseerde me dat dat te gemakkelijk zou zijn – bovendien maak ik me ook soms schuldig aan dergelijke posities – en dus hierbij een poging om wat verder uit te diepen wat de verschillende stromingen binnen de taalkunde bestuderen, op een hopelijk genuanceerde manier.

Lees verder >>

De correcte data van taalkunde: wat moeten we bestuderen?

Door Lucas Seuren

In april gaf Noam Chomsky, de godfather van de moderne taalkunde, twee lezingen aan MIT. Het zullen voor de meeste mensen niet de meest eenvoudige lezingen zijn geweest: hij praat immers tegen taalkundigen over taalkunde en Chomsky kan bijzonder complex uitleggen. Maar zoals wel vaker met Chomsky weet hij complexe zaken soms ook heel eenvoudig voor het voetlicht te brengen. De lezingen zitten vol fascinerende observaties en discussies, maar een van de meest interessante—in mijn ogen—is zijn opvatting over data: wat moet je bestuderen om taal te begrijpen?

Lees verder >>

Dood aan de ouderen!

Door Lucas Seuren

Taalblunders van politici zijn een onuitputtelijke bron van vermaak. Voormalig president George W. Bush was legendarisch met zijn vele kromme uitspraken, maar veelal waren dat vooral versprekingen. Nog leuker is als er ogenschijnlijk over is nagedacht en politici desondanks finaal de mist in gaan. Een van de kandidaten voor het leiderschap van de Britse conservatieve partij, Jeremy Hunt, maakte deze week ongetwijfeld een van de mooiste blunders uit de geschiedenis toen hij, onbedoeld, campagne begon te voeren voor gedwongen euthanasie.

Lees verder >>

AI is leuk, maar Google is een trage leerling

Vorig jaar kondigde Google een nieuwe service aan voor zijn persoonlijke assistent: Duplex. Deze nieuwe service zou in staat moeten zijn om reserveringen te maken in bijvoorbeeld restaurants. De opnames die Google gebruikte waren indrukwekkend: het klonk natuurlijk en de reserveringen werden probleemloos gemaakt, ondanks dat de restaurantmedewerker een zwaar Chinees accent had. Maar na een test door de New York Times blijkt dat de toekomst van digitale persoonlijke assistenten wat minder rooskleurig is dan Google ons voorhield: Duplex doet nog lang niet alles en veelal vertrouwt Google nog op mensen om reserveringen te maken.

Lees verder >>

Van bitterballenelftal tot bierboot

Ruim een jaar terug schreef ik hier een stukje over het mij volslagen onbekende concept bitterballenelftal. De term werd gebruikt om duidelijk te maken dat een elftal in kwestie vooral voor de lol voetbalt, dat wil zeggen, voor de derde helpt in de kantine waar de bitterballen klaar staan. Onlangs kwam ik er achter dat dit een breed gedragen concept is: een samenstelling van de term voor een groep sporters met een versnapering die na de wedstrijd voor de gezelligheid wordt genuttigd betekent dat die groep sporters er niet is om serieus mee te doen aan de competitie. In het Nederlandse voetbal heet dat een bitterballenelftal, in het roeien—in ieder geval in Oxford—heet dat een beer boat, een ‘bierboot’.

Lees verder >>

De toekomst van de taalbeheersing 6/n

Door Lucas Seuren

Tot op heden heb ik in deze serie aandacht besteed aan de verscheidene reacties op Carel Jansens artikel over de toekomst van de taalbeheersing (€€€). Daarbij heb ik natuurlijk al uitgebreid mijn visie laten doorschemeren, maar voor ik de serie afsluit door Jansens reactie op de reacties onder de loep te nemen, wil ik nog wat langer stilstaan bij het belang van fundamenteel onderzoek. Een van de stellingen van Jansen was immers dat we als vakgebied primair onze aandacht op praktische vraagstukken moeten richten, en ik heb grote vraagtekens bij die ambitie. Dat is met name omdat mijn eigen subdiscipline, de Conversatieanalyse, daardoor juist als wetenschap zwakker lijkt te worden.

Vooruitgang

Als ik de wetenschappelijke tijdschriften zoals het Journal of Pragmatics en Research on Language and Social Interaction doorblader, dan valt me keer op keer weer op hoe versplinterd het onderzoek is. We houden ons allemaal bezig met overkoepelende thema’s, en natuurlijk lezen we en verwijzen we naar elkaars onderzoek, maar daar houdt het wel bij op. De vooruitgang op fundamenteel-wetenschappelijk niveau is vrij minimaal. Lees verder >>

Doe maar aan of in?

Door Lucas Seuren

Alsof we op Neerlandistiek nog niet genoeg gezegd hebben over doen als hulpwerkwoord in het Nederlands (Marc van Oostendorp en Henk Wolf schreven er onlangs al over), wil ik er toch nog iets meer over kwijt. Maar anders dan mijn collegae Neerlandici gaat het me niet om doeslief. Tijdens mijn dagelijkse analyseoefening kwam ik namelijk de volgende uiting tegen: doe maar aan. Daar lijkt niks bijzonders mee, en ongetwijfeld ben ik enigszins raar dat ik me er wel voor interesseer, maar grammaticaal is het toch wel een gek dingetje.

Doe maar

Wat is er dan mee aan de hand? In het dagelijks leven zeggen mensen van tijd tot tijd doe maar, zonder dat ze daarbij natuurlijk naar de band verwijzen. Het is een manier om in te stemmen: Lees verder >>

De toekomst van de taalbeheersing (5/n)

Door Lucas Seuren

Na een paar weken rust—althans, rust in deze serie, geen rust in de academische bezigheden—hervat ik vandaag mijn serie besprekingen van een, inmiddels niet meer zo, recente uitgave van het Tijdschrift voor Taalbeheersing. Zoals lezers zich wellicht herinneren, pleitte in een hoofdartikel Carel Jansen (€€€) voor een hernieuwde focus op praktisch toepasbaar onderzoek, in tegenstelling tot de huidige nadruk op theoretische studies. Er is nog een paar artikelen waar ik geen aandacht aan heb besteed, waaronder die van Marc van Oostendorp (€€€), die bepleit dat juist het praktische nut van de Taalbeheersing wel eens haar neergang kan hebben ingeluid. Lees verder >>

De toekomst van de taalbeheersing (4/n)

Door Lucas Seuren

In een eerdere editie in deze serie besprak ik al wat methodologische reacties op het voorstel van Jansen (€€€) om praktische vraagstukken centraal te stellen in de taalbeheersing. Ik wil daar deze week op terugkomen aan de hand van de artikelen van Mulder (€€€) en Pol (€€€). Ze bespreken de methoden waarop we kennis vergaren in Taalbeheersingsonderzoek op een vrij hoog niveau: kwalitatief vis-a-vis kwantitatief (met name experimenteel) onderzoek.

Pol, die een vergelijkt met de sociaal-wetenschappelijke benaderingen van communicatie maakt, merkt op dat experimenteel psychologische methoden de dominante onderzoeksmethode zijn geworden in de Taalbeheersing. Kwalitatief en interpretatief onderzoek worden minder gewaardeerd. Dat ziet hij als een positieve ontwikkeling, met name op professioneel niveau. Daar is natuurlijk wat voor te zeggen: wie wil laten zien of een communicatieve interventie nut heeft, doet er goed aan om experimenteel te testen of die interventie een effect heeft en hoe groot dat effect is. Maar ik word verder vrij ongelukkig als ik zijn bespreking lees, om twee redenen. Lees verder >>

De toekomst van de taalbeheersing (3/n)

Door Lucas Seuren

Vorige week besprak ik een aantal reacties op het Perspectiefartikel van Carel Jansen in het Tijdschrijft voor Taalbeheersing (€€€), waarin hij zijn visie over de toekomst van de taalbeheersing uit de doeken doet. Deze week wil ik nogmaals stilstaan bij zijn eerste stelling, dat taalbeheersingsonderzoek (weer) primair gemotiveerd moet zijn door praktische vraagstukken. Dit maal doe ik dat aan de hand van de artikelen die specifiek gaan over mijn eigen discipline binnen de taalbeheersing: conversatieanalyse. Dat ze mede geschreven zijn door mijn promotor en co-promotor is natuurlijk louter toeval…

Praktische relevantie

De manier waarop Jansen zijn stelling formuleert impliceert, zoals Huiskes en Stommel (€€€) opmerken, dat taalbeheersing niet meer gemotiveerd is door praktische problemen. Maar, zoals ik in mijn eerste stukje in deze serie al schreef, veel onderzoek in de conversatieanalyse (CA) wordt al opgezet rond maatschappelijke doelen. Zowel Koole (€€€) als Huiskes en Stommel benadrukken dat: Koole door te laten zien dat er vrijwel geen CA-onderzoeker in Nederland is, wiens onderzoek niet gemotiveerd is door praktische vraagstukken over interactie in institutionele settings zoals medische interactie of 112-gesprekken; Huiskes en Stommel door te kijken over onze landsgrenzen. Lees verder >>

Taal als evolutonaire bijvangst voor leren

Door Lucas Seuren

Taal heeft een bijzondere plek in het dierenrijk. Als we een naïeve blik werpen op de wereld om ons heen, dan trekken we direct de conclusie dat taal uniek menselijk is; geen enkele andere diersoort heeft het. En de vraag—of vragen—is dan natuurlijk: Hoe is taal ontstaan en waarom is dat bij geen enkele andere diersoort gebeurd? Een ad-hoc verklaring is dat er bepaalde cumulatieve, biologische vereisten zijn die zo zeldzaam zijn dat ze alleen bij mensen voorkomen. En hoewel dat ongetwijfeld klopt, geeft het geen antwoord op de vraag, want je wilt dan natuurlijk weten wat zijn die vereisten en waarom hebben andere diersoorten die niet of niet volledig?

Het antwoord moeten we ongetwijfeld voorlopig nog schuldig blijven, maar een recent artikel van Michael Muthukrishna en collega’s biedt mogelijk wat perspectief. Hoewel ze zich volstrekt niet bezighouden met taal of taalevolutie, geeft hun hypothese over wat ze een Cultural Brain noemen wel een mogelijke verklaring: we hebben taal omdat het sociaal leren vergemakkelijkt, wat voor een soort die vertrouwt op sociaal leren—leren van elkaar—een enorm evolutionair voordeel biedt. De mutaties die ervoor zorgen dat we zijn gaan communiceren, eerst zonder en later met taal, hadden daarmee een grotere kans om doorgegeven te worden naar nieuwe generaties. Lees verder >>

De toekomst van de taalbeheersing (2/n)

Door Lucas Seuren

In het vorige deel in deze serie besprak ik het hoofdartikel van Carel Jansen (€€€) van een recente uitgave van het Tijdschrift voor Taalbeheersing, waarin hij bepleit (a) dat onderzoek primair gemotiveerd moet zijn door praktische vraagstukken en (b) dat er meer belang gehecht moet worden aan het schoolvak Nederlands. Jansen kreeg 11 reacties op dat artikel, waarvan de meeste zich richten op zijn eerste stelling. Niemand keert zich daarbij tegen het idee dat onderzoek praktisch nut kan en vaak zelfs moet hebben, maar verscheidene auteurs plaatsen wel wat kritische kanttekeningen bij de stelling. Deze zitten op grofweg twee niveaus: methodologisch en praktisch. Lees verder >>

Waarom maken taalkundigen zich niet druk over “correct” taalgebruik?

Door Lucas Seuren

Van tijd tot tijd komt hier in de reacties of op Twitter een discussie voorbij over een taalfout die een auteur gemaakt heeft in zijn of haar stuk. Hoe kan het toch dat Neerlandici en Taalkundigen op een weblog over taal fouten maken? Het is een symptoom van een overkoepelende vraag: Waarom doen taalkundigen niet meer moeite om te zorgen dat Nederlanders zich houden aan de regels? De verdediging is dan veelal dat het er niet toe doet; wij als taalkundigen zijn niet geïnteresseerd in een set arbitraire regels, ook al gaan die toevallig over taal. Maar waarom niet?

Het standpunt van de taalkundigen wordt door de niet-taalkundigen vaak als volgt samengevat: “Taal verandert altijd: het is een levend organisme en daar kun je niks aan veranderen, dus hoef je je er niet druk om te maken.” Ik wil niet betwisten dat we dit denken, maar het is niet de kern van het verhaal. Dergelijk fatalisme zouden we ook niet snel als argument accepteren om de serieuze wereldproblemen niet te hoeven tackelen—mijn buren vervuilen, dus waarom zou ik recyclen? Laat me hier dus een poging doen om uit te leggen waarom taalkundigen, of in ieder geval interactioneel taalkundigen zoals ik, “correct” taalgebruik niet tot hun onderzoeksobject maken. Lees verder >>

De toekomst van de taalbeheersing (1/n)

Door Lucas Seuren

Vorig jaar ging mijn toen nog Groningse collega Carel Jansen met emeritaat. In zijn afscheidslezing, die hij hield tijdens het driejaarlijkse VIOT Congres (Vereniging Interuniversitair Overleg Taalbeheersing) pleitte hij voor meer maatschappelijke betrokkenheid onder de taalbeheersers. Inmiddels heeft hij die positie verder uitgewerkt in een speciale uitgave van het Tijdschrift voor Taalbeheersing, waarbij een groep collega’s de ruimte heeft gekregen om op zijn stellingen te reageren. Het laatste woord is daarbij voor Jansen zelf, die kort nog reageert op de reacties. Daarmee bevind ik me in de luxe positie dat ik niet alleen kan reageren op Jansen zelf, maar ook op de reacties en de reactie op de reacties. Daar het hier dertien artikelen betreft zal ik dat doen in een korte serie, te beginnen met het hoofdartikel van Jansen, waarin hij pleit voor meer aandacht voor de praktijk en meer aandacht voor het schoolvak Nederlands. Lees verder >>

Trump maakt geen fouten

President TrumpAfgelopen weekend gaf ik een lezing in kleine kring bij de zuidelijke afdeling Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Daar besprak ik een fenomeen dat in de Amerikaanse politiek en journalistiek niet onopgemerkt is gebleven: de manier waarop president Trump soms als hij zich verspreekt met een simpel talig truukje doet alsof hij helemaal geen fout maakte. Op momenten dat Trump een woord verhaspelt en daardoor het verkeerde woord produceert zegt hij and ‘en’ en geeft dan het juiste woord. Op die manier creëert hij de illusie dat beide woorden goed zijn en hij zich dus helemaal niet versprak. Het is een fascinerend truukje, omdat het zo eenvoudig is en het niet duidelijk is wanneer Trump ermee is begonnen of waarom, maar het is bijzonder effectief. Lees verder >>

Een goed begin is het halve werk

Door Lucas Seuren

Tijdens een bijeenkomst van de American Sociologal Association merkte de huidige voorzitter op dat mensen die zich bezighouden met ethnomethodologie en conversatieanalyse maar gek bezig zijn; wat boeien die kleine details als openingen van gesprekken nu werkelijk? Het is een opmerking die uiteraard niet in goede aarde viel onder mijn collega’s, en met goede reden. De opening van een gesprek is een van de belangrijkste momenten; we zouden er juist meer aandacht aan moeten geven! En niet alleen binne de sociologie en taalkunde, maar ook in de antropologie. Wie mensen en culturen wil begrijpen, moet onderzoek doen naar hoe ze met elkaar in gesprek raken. Lees verder >>

Politiek correcte spreekwoorden

Door Lucas Seuren

Als veganist is het leven niet altijd eenvoudig; hoe vaak ik wel niet moet uitleggen dat ook zonder dierlijke producten ik aan mijn eiwitten, B12, en ijzer kom. Het helpt dan ook niet als organisaties als PETA af en toe op bezoek komen en het doen voorkomen alsof we allemaal van lotje getikt zijn. Nu heeft de organisatie blijkbaar ook een taalpolitie in dienst genomen, die voorstelt dat spreekwoorden en gezegden aangepast worden aan deze politiek correctere tijden. Weg dus met de dierenmishandeling, want dat geeft alleen maar het idee dat in onze cultuur het normaal is om dieren uit te buiten. En laten we wel wezen, net zoals racisme fout is, is specieisme ook fout.

Sapir-whorf

Het idee van PETA is dat ons taalgebruik vormt wie we zijn. Als aan kinderen geleerd wordt dat je twee vogels kunt doden met een steen—in Nederland slaan we twee vlliegen met onze handen—dan suggereert dat dat het oké is om dieren te doden. En wie het heeft over cavia’s “guinea pigs—proefkonijnen in het Nederlands—stelt feitelijk dat het acceptabel is om dieren te gebruiken in experimenten. Lees verder >>

Waarom zijn we bang voor telefoongesprekken?

Door Lucas Seuren

De telefoon is niet meer uit het dagelijks leven weg te denken. Toch bellen we steeds minder. Veel taken waarvoor we vroeger zouden bellen regelen we nu online: reserveringen maken in een restaurant, een afspraak maken bij de kapper, een klacht indienen omdat je gloednieuwe pan stuk is, etc. Mensen zouden bang zijn om te bellen, een gevoel dat ik herken. Ik vermijd telefoongesprekken met onbekenden als de pest—mijn ouders en oma bel ik nog altijd met alle liefde. Maar als ik probeer uit te leggen waarom, kan ik eigenlijk geen goede verklaring geven. En als ik kijk naar wat onderzoekers of experts zeggen, dan kan ik niet anders concluderen dat niemand weet wat telefoongesprekken nu zo vervelend maakt. Lees verder >>

Houden ‘Conversation superstars’ zich aan gespreksnormen? (7/7)

Door Lucas Seuren

De wereld is vol adviesboeken over hoe je een goed gesprek kunt voeren. Dit is met name handig voor de mensen onder ons die moeite hebben om met vage kennissen of wildvreemden een gesprek te voeren. Maar wat me keer op keer opvalt is dat veel van die adviezen loodrecht staan op de praktijk; daarmee wil ik niet zeggen dat het slechte adviezen zijn—al zitten die er zeker tussen—maar ze zijn niet per se karakteristiek voor een goed gesprek. Het zijn adviezen om aardig gevonden te worden. Ik zal in een korte reeks wekelijkse artikelen zeven adviezen onder de loep nemen, waarbij ik ze vergelijk met de dagelijkse praktijk. Vandaag: Wacht met praten als je iets te zeggen hebt. Lees verder >>