Auteur: Jan Stroop

Jan Stroop is geen gastonderzoeker meer bij de capaciteitsgroep Nederlandse taalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Van hem verschenen bij Athenaeum: Hun hebben de taal verkwanseld en Die taal, die weet wat . Dit is zijn website.

Sub Signo Libelli begint ’n tweede leven

De belangrijkste ‘drukker in de marge’ van Nederland, Ger Kleis, heeft een streep gezet onder zijn activiteiten als drukker/uitgever. Die activiteiten beslaan de periode 1974 tot 2011. Het drukken zelf gebeurde in de marge van zijn baan als docent Nederlands aan ’t Barlaeusgymnasium te Amsterdam. Kleis heeft roem verworven met zijn exclusieve bibliofiele uitgaven van werk van onder anderen Gerrit Komrij, Boudewijn Büch en Frédéric Bastet. In totaal omvat de lijst van het drukwerk Sub Signo Libelli 258 titels.

Lees verder >>

Raar

De r en de l vormen samen de groep van de liquidae, de vloeiklanken, die zo heten omdat  de lucht vrijelijk langs de tong kan uitstromen. Hun articulatieplaats is dezelfde, maar bij de ene, de l, ligt de tong stil, bij de andere ratelt die r. Dat ratelen is trouwens maar betrekkelijk: er zijn heftige ratelaars, de tongpunt r bijvoorbeeld, en er zijn r’s waarbij de tong nauwelijks of niet beweegt. Door hun identieke articulatieplaats zijn ze sterk verwant. Dat blijkt bijvoorbeeld doordat ze in sommige talen in elkaars plaats kunnen komen.  Dat is mooi te zien bij de leenwoorden in ’t Surinaams,  ’t Sranan.

Jan Stroop: Waarom niet Nederlandistiek?

’t Weblog dat heden jubileert, kennen we als Neder-L. De ondertitel luidt: “Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek”. Vreemd die verschillende vormen, Neder- en Neer-. Een beetje halfslachtig ook. Ze herinneren aan de discussie die jaren geleden gevoerd werd over de naam van ’t vak dat wij beoefenen. ’t Was de Groningse hoogleraar Heeroma die ermee begon en die voorstelde de traditionele benamingen neerlandistieken neerlandicus te vervangen door nederlandistiek en nederlandist, Hij gebruikte die benamingen zelf al sinds 1958.

In zijn boek  Sprekend als Nederlandist(1968) legt Heeroma uit dat ie tijdens zijn verblijf in ’t buitenland gemerkt had dat de term neerlandicus daar onbruikbaar is en bevreemding wekt, o.a. doordat ie afwijkt van benamingen als germanist en romanist. Neerlandicus is trouwens potjeslatijn, aldus Heeroma. ’t Is een 19e-eeuwse creatie, net als ’t vak Nederlands zelf; zie ’t stuk van Joop van der Horst.

Lees verder >>

HET bestaat niet!

Er zijn mensen die jeuk krijgen van een woord met een apostrof erin (’t en ’n bijvoorbeeld); zie de commentaren bij mijn blog EYE: ’n doorn in ’t oog  Anderen voelen zo’n weerzin dat ze niet verder kunnen lezen. Arme apostrof. En hij heeft nog wel zo’n lange traditie en ’t is juist zo’n zinvol letterteken.

De oudste vermelding van ’t TEKEN apostrof dateert uit 1550, maar de apostrof werd al veel eerder gebruikt, bijvoorbeeld door Jan van Boendale (ca. 1300) : in ’t lant van Ludicke.  De apostrof diende om aan te geven dat er letters weggelaten waren. Die letters werden ook niet uitgesproken. ’t Citaat van Van Boendale, in ’t lant klonk waarschijnlijk als intlant. Die t is een reductie van ’t toenmalige lidwoord dat, als dat z’n klinker verloor doordat ’t ‘aanleunde’ tegen een volgend of voorafgaand woord:  tvolc (’t volk); int lant.

Lees verder >>