Auteur: Gert de Jager

Laatste gedicht (3)

Het oeuvre van Peter Ghyssaert, de bundel Ezelskaakbeen waarvan Inleiding tot het gebergte het slotgedicht is, slotgedichten in het algemeen – verwachtingen genoeg toen ik een gedicht ging lezen en 950 woorden nodig had toen het close werd. Te veel woorden voor wie sommige associatieve verbanden in één keer zag, te weinig voor wie vindt dat mij, stom genoeg, toch het een en ander is ontgaan. Het gedicht zelf telt 155 woorden.

Moet ik verwachtingen bijstellen? Nou en of. Lees verder >>

Laatste gedicht (2)

Dat de lezer van Inleiding tot het gebergte (zie hierof hieronder) geen gebergte tegen zal komen, ontdekt hij pas in de laatste regel. In de tweeëntwintig regels die het gedicht daarvóór telt, leest hij vanuit een wondermooie verwachting waarvan hij pas aan het eind merkt dat er niet aan zal worden voldaan. De hoofletter van ‘Kon’ – dat is het eerste wat de lezer ziet in het eigenlijke gedicht. Diezelfde hoofdletter treft hij nog twee keer aan – steeds weer in ‘Kon’. Hoewel het gedicht geen strofeverdeling kent dankzij witregels, kan het makkelijk tot strofen worden verknipt. A-A-B-A: de elementaire structuur van een sonate of een popliedje.

Lees verder >>

Literatuur (IV)

Een historische roman van 623 bladzijden vol proza dat nergens aan Tessa de Loo of Arthur Japin doet denken – Prometheus zal Het bloed in onze aderen niet hebben uitgebracht omdat ze een onverbiddelijke bestseller verwachtten. Chaos in Spanje anno 1921, complotterende generaals en politici, veldslagen, anarchistische bommengooiers – het stereotiepe lezerspubliek bestaat uit vrouwen van middelbare leeftijd en die willen vast iets anders dan dit. Een ander tijdperk, minder gedoe, meer emoties. Handelingen en gesprekken – dat is Het bloed in onze aderen. De verteltechnische onhandigheden, de voorspelbare cliffhangers, een structuur die nauwelijks meer is dan een variant op het En toen, en toen-verhaal: wie zich empathisch wil uitleveren komt niet aan zijn trekken; wie zich beschaafd wil laten verrassen door spiegeleffecten en symboliek evenmin. Geen well made novel, geen stilistische schittering, geen personages met diepte, geen aforismen en kalenderwijsheden – niets van dat alles. Het bloed in onze aderen is een heleboel dingen niet die andere boeken wel zijn.

Is het dat? “Bulnes zet zich met Het bloed in onze aderen in één klap op de kaart als een van onze belangrijkste jonge schrijvers,” aldus Arie Storm, de criticus van Het ParoolLees verder >>

Vaders, grote broers

Gisteravond een wandeling door het centrum. De hele dag regen; geslapen, gelezen. Levensgezel nog aan het werk. Het is negen uur en het blijft lang licht. Het water in de grachten.

De jongemannenbars waar ik niets meer te zoeken heb. De muziek staat te hard. Bank- en reclametuig blokkeert alle doorgangen bij Hoppe. Jasje los, dasje los. Overal elders: tafeltjes met toeristen en Carmiggeltalcoholisten.

Komrij is dood, Kopland is dood. De bijeenkomst voor Komrij was gisteren op televisie, het nieuws over Kopland komt vandaag.  Wie leest, leest nooit zo intens als tussen zijn vijftiende en zijn twintigste.   Lees verder >>

Literatuur (III)

Niet behorend tot het wonderdomein van de literatuur. Objectief. Zo min als literaire thrillers – even objectief. Onzin natuurlijk. Of een boek tot het wonderdomein wordt toegelaten, is de uitkomst van een proces waarbij termen als objectief en subjectief passen als hagelslag in een zwevende Sojoez-capsule. Maar een boek als Het bloed in onze aderen – misschien zou het een jaar of tien geleden zijn uitgegeven door een uitgeverij als Prometheus. Dat de kritiek de verteltechnische gebreken had laten passeren, kan ik me nauwelijks voorstellen. Dat een jury het boek nomineert voor een literaire prijs – je zou van een andere planeet hebben moeten komen om dat te bedenken.
Het betekent dat er iets is veranderd. Uitgeverijen, jury’s en kritiek worden voor een groot gedeelte beheerst door mijn generatiegenoten. Hebben zij het afgelopen decennium een nieuw normenstelsel ontwikkeld? Lees verder >>

Literatuur (II)

Het bloed in onze aderen speelt in een wereld die in de Nederlandse literatuur onbetreden terrein was: Spanje aan de vooravond van de Burgeroorlog. Dat vooravond moeten we ruim nemen – eigenlijk speelt het boek vijftien jaar eerder. In 1921 lijdt het Spaanse leger een domme nederlaag in koloniaal Marokko. Het demoraliseert volk en militairen. Anarchisten, republikeinse politici, militaire junta’s – allemaal ruiken ze hun kans. Helden worden zondebokken, de elite probeert zich met leugen en bedrog staande te houden. Iedereen laat zich leiden door kleinzielig eigenbelang – tot de meest idealistische bommengooier aan toe. Uiteindelijk grijpt een voorloper van Franco, Primo de Rivera, de macht.
Het boek wist te bereiken wat ik niet snel voor mogelijk had gehouden: tijdens het lezen kreeg ik franquistische sympathieën. Een nationale consensus kan zo ver zoek zijn, de gevolgen daarvan kunnen weer zo desastreus zijn, dat het voorstelbaar wordt dat een generaal de macht grijpt. Wanneer law and order volledig ontbreken, moet er iemand zijn die ze afdwingt. Geen fraaie gedachte. Lees verder >>

Literatuur (I)

Het bloed in onze aderen van Miquel Bulnes. Uitgegeven bij Prometheus, gunstig besproken in NRC, Parool, Vrij Nederland en Groene Amsterdammer. Genomineerd voor de Libris-prijs.  Er was een gedoodverfde winnaar, maar dit was misschien wel een mogelijke winnaar. Paginagrote interviews in NRC en VPRO-gids.
Ik heb het boek gelezen en vroeg me iets af wat ik me nooit afvraag: of ik wat ik las wel met goed fatsoen tot de literatuur kon rekenen. Ik kwam tegen: clichématige personages die hun bestaan alleen maar dankten aan een schematisch krachtenveld  van tegenstellingen, onwaarschijnlijke verknopingen van feit en fictie, uit een verteltechnisch vacuüm opduikende memoires en correspondenties van het hoofdpersonage, een eindeloze herhaling van voorspelbare cliffhangers, 623 pagina’s met fletse zinnen. Hoe een schrijver het volhoudt – uren en uren achter het beeldscherm zonder zich ooit te laten verrassen door een formulering. Hoe een lezer het volhoudt.
Het betekent dat ik een probleem heb. Lees verder >>

Internationaal

Een soundscape als afsluiting dat de op het podium verzamelde dichters vijf minuten lang over zich heen moesten laten gaan. Starend naar het publiek dat weer naar hen staarde. De onbeschrijflijke blik van K. Schippers.
Het woord ‘randgebeuren’ – dankzij zijn lelijkheid heeft het een iconische kracht van jewelste.

Gert de Jager: Samenhang

Geest brak wet en de oude paleisdichter wist wat hij van zijn eigen Een winter aan zee moest denken: het was een roosvenster. Pom had het gezegd
De professor over de structuur van het heelal dat voor 96 procent wordt gevuld met donkere materie: wat we zien zijn de lichtjes van de kerstboom. Een prachtige, effectieve metafoor die de professorale hoop levend houdt. We komen ooit iets te weten over de kerstboom.
Pom ziet de hoge, begrensde ruimte van een kathedraal met daarin een lichtgevende cirkel. Mensenwerk zoals een dichtbundel mensenwerk is. Ergens in Het uur u staat het woord ‘ruimtevrees’. Ik ken iemand die daar last van krijgt als hij een kerk binnengaat.

Lees verder >>

Ballade

Op de poëziekalender van Meulenhoff vandaag. Met wat opeens een omgekeerd hemelvaartsgedicht blijkt te zijn: een fraaie keuze van Jansen en Schiferli. Ballade van de natte broekspijpen heet het gedicht en het is desgewenst ook hier te bezichtigen. De kalender heeft een oplage van 9000; gisteren Pfeijffer, eergisteren Bernlef. Ik voel het symbolisch kapitaal door mijn handen stromen.
Vanaf de hoge berg van mijn snobisme keek ik op zo’n kalender neer. Nu ik er een in huis heb, merk ik dat het goed uitpakt. Kalender op de werktafel; overbekende dichters uit de canon, dichters van wie ik nog nooit had gehoord. Ontdekkingen, teleurstellingen. Ik heb ooit beweerd dat het lezen van een dichtbundel nog het meest in de buurt komt van het bezoeken van een tentoonstelling. Lees verder >>

Een wereld te verliezen

De bestsellers van de jaren zestig, zeventig, tachtig – boeken vol tierige jongemannen. Turks fruit, Opwaaiende zomerjurken, De aanslag, Het verdriet van België. Het malle proza van Maarten ’t Hart. Aan de tierigheid werd het een en ander in de weg gelegd maar dat zoiets niet goed was –  daar gingen die boeken over. Het perspectief lag bij de jongemannen. Generaties herkenden zich en de generaties die dat niet deden zagen achterneven en kleinzonen aandoenlijk lijden en strijden.
Dat ligt nu nogal anders. Tirza, Het diner, Bonita Avenue, Tonio – verkoopsuccessen van de afgelopen zes jaar die meer gemeen hebben dan hun korte titels. Lees verder >>

Aankondiging

“Waar ooit Pictische stammen elkaar met bijlen en speren te lijf gingen…” – zo begint een roman die vandaag werd aangekondigd. Vza
Vast een mooi boek van Jan-Willem Anker, maar ik las ‘Piëtistische stammen’ en was benieuwd naar het vervolg.

Hoax

Een echte literaire hoax: kom er eens om. Hier is er eentje – nog onontdekt, al zullen er genoeg lezers zijn geweest met enige twijfels. Hoewel: ik heb het afgelopen jaar de nodige lezers gesproken en ze vonden de avonturen van het hoofdpersonage wat veel, soms nogal sterk – maar echte twijfel, nee. Het gaat om Montyn van Dirk Ayelt Kooiman. Een geval van pseudologia phantastica dat het nog meest doet denken aan de manier waarop Boudewijn Büch in zijn dramatisch verleden ging geloven. Montyn werd in 1982 bij de lezers geïntroduceerd als een staaltje faction in de Amerikaanse traditie. Hoofdpersoon Jan Montyn vertelde zijn oorlogsbelevenissen in het boek, op middelbare scholen, in een marathoninterview op de VPRO-radio en nog in 2004 in een tv-documentaire die werd uitgezonden door de NPS. Wat hij aan feiten bij elkaar verzon, was voor een groot gedeelte gebaseerd op lectuur en het Polygoonjournaal.

Dat is althans wat ik beweer in een geleerd artikel dat ik vandaag op mijn website heb geplaatst. Lees verder >>

Object

Terminologische bovenbouw van de literatuurwetenschap: het begrip ‘evolutionäre Stellenwert’. Wat bovenbouw in de vorige zin precies betekent, weet ik niet, maar het klinkt goed. Evolutionäre Stellenwert lijkt hopeloos geleerdenduits, maar dat is schijn: Stellenwert is een normaal Duits woord. Het betekent hier zoiets als ‘positie’ of  ‘plaats’; het belang van die positie of plaats speelt in de betekenis mee.
Een student Algemene Literatuurwetenschap uit de jaren zeventig leerde de term kennen wanneer hij zich verdiepte in het nut van literaire geschiedschrijving. Noties van de Russische Formalisten waren gesystematiseerd door Tsjechische structuralisten en opgewaardeerd tot een literair-historisch program. Literatuurgeschiedschrijvende voorgangers waren, als ze wetenschappelijke pretenties hadden, blijven steken in simpele, deterministische verbanden tussen auteursleven en –werk of verloren zich in gefilosofeer op zulke abstracte hoogten dat iedereen vergat dat het om speculaties ging. Het begrip ‘tijdgeest’ was zelf typerend voor een tijdgeest. Lees verder >>

Welstandscommissie

Vijf afdelingen. 42, 52 of 62 gedichten, maar vijf afdelingen. Van ongeveer gelijke omvang, maar niet precies. De tweede en de vierde wijken af. Of de derde.
De afdelingen hebben een titel. De titels staan op een aparte pagina.
De afdelingen kunnen een motto hebben, maar de bundel zelf heeft er zeker een.
Soms is een afdeling een cyclus. Die wordt Romeins genummerd.
De titel van de bundel: iets concreets en iets abstracts. Liefst iets concreets dat de regionen van het abstracte oproept. Beheerst raadselachtig.
De titel is kort: een of twee woorden. Die woorden mogen best lang zijn.
De bundel berust op een concept. Jazeker, de bundel berust op een concept.
De bundel heeft een inhoudsopgave. Die toont het concept. In alle onderdelen: beheerst raadselachtig.
Aan het slot een verantwoording. Verwijzingen, eerdere publicaties in tijdschriften. Er wordt iemand bedankt.
Wanneer het echt niet anders kan: vier afdelingen. Maar geen drie.

Wonder

Uit de tijd dat Nederlandse popmuziek nog Nederbeat wordt genoemd: True love, that’s a wonder van de Sandy Coast. Het is 1971, het nummer bereikt de derde plaats van de Veronica Top 40. Het wordt ook een hit in Vlaanderen. Een melodie die blijft hangen, het stemgeluid – zo heet dat in diskjockeyjargon – van tekstschrijver-componist Hans Vermeulen: het nummer heeft misschien wel internationale hitpotentie. Maar de potentie blijft beperkt tot het Nederlandse taalgebied. Amerikaanse of Engelse native speakers zullen vreemd hebben opgekeken als ze het nummer uit een transistor hoorden schallen. Wat met ‘wonder’ werd bedoeld kenden zij als ‘miracle’.

Erfzonde

De grote bedenker is de Heilige Augustinus naar wie vele scholen zijn genoemd. Augustinus begint zijn Confessiones met zijn verblijf op aarde als baby. Wat doet een baby? Schreien, zoals mijn vertaling uit 1948 het noemt.  ‘En wanneer men dan mijn zin niet deed, dan maakte ik me boos op de volwassenen die niet deden wat ik wilde en wreekte me op hen door te schreien.’ Ik  heb een paar bijzinnen weggelaten, maar dit staat er. Gevolgd door: ‘Ik heb ervaren dat zo de zuigelingen waren die ik heb kunnen waarnemen, en dat ik zo geweest ben, hebben die zelf in hun onwetendheid mij beter aangetoond, dan mijn opvoeders die het wisten.’

Lees verder >>

In huisgewaad

Dat was de titel waaronder ik iets meer dan drie weken geleden een blog begon. Ik had behoefte om in de stijl die de titel suggereert en in één moeite door ironiseert, af en toe mijn bewustzijn leeg te laten lopen. Wat er allemaal in dat bewustzijn zit, wil ik niet weten, maar het is in ieder geval het bewustzijn van een neerlandicus en literatuurwetenschapper. Zo ik iets ben, ben ik dat omdat ik in het verleden wel eens wat las.

Het blog werd opgemerkt. De blogosfeer kent metablogs: blogs die inventariseren wat er allemaal door particulieren wordt geblogd en daarnaar verwijzen. Enkele van mijn berichten trokken de aandacht. Wie blogt, krijgt informatie over publieksstromen en verkeersbronnen. Op die metablogs werden berichten becommentarieerd of bekritiseerd en soms ontstond er een kleine discussie.

Lees verder >>