Auteur: Ewoud Sanders

‘Verhaal van de gevolgen der spotternij van eenen rijken knaap’ (1827)

Jeugdverhalen over joden (126)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Catharina Maria Dóll Egges (1776-1835)

Herkomst en drukgeschiedenis

Catharina Maria (‘Catootje’) Dóll Egges was de dochter van de Amsterdamse boekhandelaar en uitgever Jan Dóll en van Catharina Egges. Nadat haar vader was overleden, zette haar moeder de zaak voort. Catharina Maria redigeerde enkele almanakken, vertaalde en schreef ook eigen werk. Tussen 1820 en 1835 publiceerde zij, bij verschillende uitgevers, ruim vijftien boeken voor kinderen, adolescenten en jonggehuwden. Het gaat om titels als Lettergeschenk voor de jeugd, tot opwekking der leeslust (1820) en De jonge Hollander en andere tafereelen voor de jeugd (1835). ‘Steeds terugkerend thema in de zedelijke verhalen en beschouwingen van Catharina Maria Dóll Egges is de hoogmoed en gierigheid van de (nieuwe) rijken, die geen besef hebben wat arme mensen dagelijks moeten verduren’, aldus P.J. Buijnsters en Leontine Buijnsters-Smets in Lust en leering (2001).

         Het ‘Verhaal van de gevolgen der spotternij van eenen rijken knaap’ staat in Brieven voor jonge heeren en jonge jufvrouwen uit den beschaafden stand, een bundel met 35 brieven. In haar voorbericht schrijft Dóll Egges: ‘De ongelukkige gevolgen van trotschheid, ongehoorzaamheid en spotternij af te schilderen en eenen afkeer voor deze hatelijke ondeugden in te boezemen (…) dit alles trachtte ik in deze brieven te schetsen.’

Lees verder >>

De club ‘Van zessen klaar’ (1898)

Dorus nodigt ‘Het Joodje’ Jacob de Haas uit om lid te worden van zijn vriendenclub. Tekening van Rie Reinderhoff (1903-1991) uit de zevende druk van De club ‘Van zessen klaar’ uit 1950.

Jeugdverhalen over joden (125)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Cornelis Johannes Kieviet (1858-1931)

Herkomst en drukgeschiedenis

C. Joh. Kieviet – zoals zijn schrijversnaam luidt – schreef tussen 1890 en 1931 zo’n vijftig jeugdboeken. Hij had daar een bijzondere methode voor. ‘Elke avond schreef hij acht tot tien schoolschriftblaadjes vol met een klein en regelmatig handschrift. De volgende dag liet hij zijn pennenvruchten door zijn leerlingen in de klas voorlezen; zo kon hij hun spontane reacties peilen. Doorgaans schreef hij een boek in vier tot vijf weken’, aldus A.W.J. de Jonge in een biografisch portret.

Lees verder >>

Bloemenspraak

Door Ewoud Sanders

Veel mensen zijn ervan overtuigd dat het leven honderd jaar geleden veel minder gecompliceerd was. Tot voor kort kon ik daar niet veel tegenin brengen, maar een paar dagen geleden kreeg ik een boekje in handen dat me op andere gedachten heeft gebracht. Het telt slechts 64 pagina’s en dateert van omstreeks 1875. De titel luidt Nieuwste bloemenspraak en het is uitgegeven bij P. Kluitman te Alkmaar.

Wat is de boodschap als je tegenwoordig iemand een bloemetje geeft? Bedankt, beterschap of sorry bijvoorbeeld. ‘Zeg het met bloemen’ is een leus die je nader kunt invullen.

Lees verder >>

De gewelven van Arendsberg (1897)

Jongens gaan met elkaar de strijd aan bij de ‘gewelven van Arendsberg’. Illustratie uit De gewelven van Arendsberg uit 1897 van P.J. Milborn.

Jeugdverhalen over joden (124)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Willem Hendrik Kieviet (1867-1941)

Herkomst en drukgeschiedenis

Willem Hendrik Kieviet is de jongere neef van de bekende jeugdboekenschrijver Cornelis Johannes Kieviet (1858-1931). Hij was evangelist bij de actieve Nederlands Evangelisch-Protestantse Vereniging en hoofdredacteur van het antirevolutionaire weekblad Neerlandsch

Volksblad. Kieviet schreef ruim tien jeugdboeken. Ze verschenen onder meer bij G.F. Callenbach in Nijkerk, P.J. Milborn in Nijmegen en bij de Gebroeders Kluitman in Alkmaar. Daarnaast leverde Kieviet bijdragen aan jeugdtijdschriften als Jong Leven en Voor ’t jonge volkje.

         De gewelven van Arendsberg beleefde drie drukken: in 1897 en 1919 bij de ‘Drukkerij der Weesinrichting’ te Neerbosch. Daarnaast verscheen in 1897 een uitgave bij uitgeverij P.J. Milborn in Nijmegen. In 1921 werd het boek in prijs verlaagd. In de samenvatting is geciteerd uit de tweede druk.

Lees verder >>

De balling, of Beloonde ouderliefde (1843)

Solomo (‘een Jood, in eene Poolsche pels gekleed’) in gesprek met een houthakker. Illustratie van Carl Christiaan Fuchs (ca.1794/95-1855) uit De balling, of Beloonde ouderliefde (1843).

Jeugdverhalen over joden (123)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

In het voorwoord benadrukt de anonieme auteur hoe belangrijk hij het vindt dat kinderen hun ouders onbaatzuchtig liefhebben. In het verhaal wordt die liefde beloond: een vader mag dankzij de onbaatzuchtige liefde van zijn zoon terugkeren uit ballingschap. Het joodse personage speelt in dit verhaal een relatief belangrijke bijrol. De balling, of Beloonde ouderliefde verscheen eind 1843 bij uitgeverij P.J. Meijer Jr. in Amsterdam en beleefde één druk.

Lees verder >>

‘Een barmhartige Samaritaan’ (1824)

Jeugdverhalen over joden (122)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Johann Peter Ludwig Snell (1764-1817)
Vertaald uit het Duits

Herkomst en drukgeschiedenis

Johann Peter Ludwig Snell was predikant in Dachsenhausen in Duitsland. Daarnaast schreef hij opvoedkundige werken. Snell publiceerde het verhaaltje ‘Ein barmherziger Samariter’ in 1795 in Sittenlehr in Beyspielen (‘Moraal in voorbeelden’) en in 1805 in Sittenlehre für die Jugend.

         Uitgeverij H.C.A. Thieme in Zutphen bracht in 1824 een vertaling van het laatstgenoemde boek uit onder de titel Zedekunde voor de jeugd, in Verhalen, Kernspreuken en Bijbelteksten. Het bevat drie gedeeltes: ‘Zedelessen in korte gezegden en spreekwoorden’; ‘Zedespreuken uit den Bijbel’; en ‘Geschiedenissen en voorbeelden van brave en slechte menschen’.

         Het verhaal ‘Een barmhartige Samaritaan’ is opgenomen in het derde gedeelte. Zoals de titel al doet vermoeden is het sterk geïnspireerd op de ‘Gelijkenis van de barmhartige Samaritaan’ in het Evangelie volgens Lucas (10:25-37).

Lees verder >>

‘De menschlievende joden’ (1817)

Aangemoedigd door zijn vader duikt de dappere ‘joden jongen’ Samuel het water in om Lotje en Koosje te redden. De boerenjongen die het schuitje bestuurde, zwemt zonder hen te helpen naar de kant. uit Onverwelkelijk bloemkransje, voor de lieve jeugd (1817).

Jeugdverhalen over joden (121)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Petronella Moens (1762-1843)

Herkomst en drukgeschiedenis

Op vierjarige leeftijd werd Petronella Moens getroffen door kinderpokken. Zij overleefde de ziekte, maar werd er wel blind door. Die handicap weerhield haar er niet van om zich verder te ontwikkelen. Schrijven leerde ze van haar vader, familieleden en vrienden lazen haar veel voor.

         Moens had een fabelachtig geheugen en een grote verbale begaafdheid. Zij won verschillende prijzen met haar boeken en gedichten. Zo kreeg zij in 1786 een gouden medaille voor Esther, in vier boeken, een lang gedicht dat is opgedragen aan de ‘regenten der beide Joodsche sijnagogen in Amsterdam’. Moens pleitte voor de emancipatie van joden en vrouwen en voor afschaffing van de slavernij.

Lees verder >>

‘Moet men Joden ook helpen?’ (1846)

Jeugdverhalen over joden (120)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Jelle Mars Jzn. (1806-1887)

Jakob was om geld verlegen,
Want de handel liep hem tegen;
Maar een brave landman schoot
Honderd guldens aan den Jood.

Met die honderd zilvren schijven [munten]
Kon hij nu weêr handel drijven;
En hij won hiermeê voor ’t minst,
Meer dan vijftig gulden winst.

Jakob had nu eigen schijven,
En hij wou graag eerlijk blijven,
Daarom gaf hij blij en vlug
Aanstonds ’t geld met dank terug.

’t Liep hem nu niet verder tegen,
Want zijn eerlijkheid had zegen;
Toen zes jaar verloopen was,
Had hij reeds veel geld in kas.

Doch toen liep ’t den landman tegen
En dit maakte hem verlegen;
Want in eene maand of twee
Stierf op stal zijn beste vee.

Dit kon onze Jood niet dulden,
Hij leent spoedig duizend gulden,
En de landman is in nood,
Dus geholpen door den Jood.

Lees verder >>

De schoorsteenveger (1862)

Illustratie uit De schoorsteenveger, zoals in 1884 uitgegeven door A.W. Sijthoff.

Jeugdverhalen over joden (119)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Eduard Gerdes (1821-1898)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Eduard Gerdes behoort tot de meest gelezen jeugdboekenschrijvers uit de tweede helft van de 19de eeuw. Hij publiceerde ruim 250 jeugdboeken. Daarnaast schreef hij verschillende liederen. Zijn beroemdste lied, ‘Daar ruischt langs de wolken’ (1858), is nog steeds populair en wordt wel de ‘Christelijke Internationale’ genoemd.

         Gerdes werkte geruime tijd als onderwijzer in Amsterdam. Daar bezocht hij de zondagavondbijeenkomsten van de bekeerde jood Isaac da Costa (1798-1860). Ook gaf hij Nederlandse les aan dominee Carl Schwartz (1817-1870), een Duitse bekeerde jood die halverwege de 19de eeuw in Amsterdam werkzaam was als jodenzendeling.

Lees verder >>

‘Veracht niemand om zijnen godsdienst’ (1840)

Jeugdverhalen over joden (118)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Georgius ‘(George’) Jacobus d’Ancona (1803-1850)

’k Zag een’ Jood met oude klêeren
Schreeuwend loopen langs de straat,
En twee nette jonge heeren,
Riepen: Smous! – wat werd hij kwaad.

En was het wel zonder reden?
Foei, dat men een’ armen man
Tegen Godsdienst, tegen zeden
Toch zoo vuig bespotten kan.

Laat men Jood of Christen wezen,
Enkel die verdraagzaam zijn
Toonen dat zij Gode vreezen;
Hem niet dienen slechts in schijn.

Niemand zal ik ooit verachten,
Om de leer die hij belijdt,
Allen, die de deugd betrachten,
Zijn mijne achting toegewijd.

Lees verder >>

De Joodsche knaap (1792)

Een jonge, arme joodse geitenhoeder – hier opvallend netjes gekleed – deelt zijn karige ontbijt met een grijsaard. Deze christen schuilt in de geitenstal om aan vervolging te ontkomen. Ongesigneerde kopergravure uit De Joodsche knaap (1792).

Jeugdverhalen over joden (117)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Johann Jakob Kämmerer (1754-1798)
Vertaald uit het Duits

Herkomst en drukgeschiedenis

Kämmerer studeerde theologie aan de universiteit van Heidelberg. Na te hebben gewerkt als kapelaan en huisleraar, presenteerde hij zich in publicaties als verlicht katholiek theoloog en pedagoog. Omstreeks 1790 werd hij leraar op een gymnasium in Mannheim. Begin 1791 schreef hij daar De Joodsche knaap.

         In dit boekje keert Kämmerer zich tegen ‘de pest des oproers’ die tijdens de Franse revolutie ook Duitsland infecteerde. Hij houdt zijn jonge lezers voor: ‘Er bestaat geene grooter vrijheid, dan die, welke onder den scepter van eenen goeden en wijzen Vorst genoten wordt.’

Lees verder >>

‘De oude klomp’ en ‘Een valsch kwartje’ (1888)

Omslag van de vijfde druk van Uit het Jonge Leven (circa 1920).

Jeugdverhalen over joden (116)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Pieter Louwerse (1840-1908)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Louwerse debuteerde in 1868 als medewerker van de Kinder-Courant. Hij schreef voor tijdschriften als De Kleine Huisvriend, De Kindervriend en Voor ’t Jonge Volkje. Daarnaast publiceerde hij tientallen jeugdboeken en -gedichten.

         Louwerse stond ruim dertig jaar voor de klas. Hij moest het onderwijs verlaten omdat hij steeds dover werd. Daarna leefde hij alleen van zijn pen.

         ‘Als paedagoog en als schrijver voor de jeugd heeft Louwerse geschitterd’, schreef De Tijd in 1908 in zijn necrologie. ‘In beide qualiteiten wist hij zich een naam te verwerven, die in gansch Nederland een goeden klank had.’ Tientallen kranten maakten indertijd melding van zijn overlijden. Daarin werd ook zijn bescheidenheid geprezen. ‘Louwerse is nooit op den voorgrond getreden. Hij wenschte dat niet; hij ging op in zijn arbeid voor het kind, waarvoor hem niets te veel was.’

         De verhalen ‘De oude klomp’ en ‘Een valsch kwartje’, beide met joodse hoofdpersonen, staan in de bundel Uit het Jonge Leven. Die beleefde vijf drukken: in 1888, omstreeks 1891, in 1898, 1917 en omstreeks 1920. Ze verschenen bij J.B. Wolters in Groningen, L.C.G. Malmberg in Nijmegen en bij de Gebroeders Kluitman in Alkmaar. In de samenvatting citeer ik uit de vijfde druk van omstreeks 1920.

Lees verder >>

‘Een Russische geschiedenis’ (1869)

Jeugdverhalen over joden (115)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Vertaald uit het Duits

De ‘Israëlietische marskramer’ Iwan Zweigbaum bekijkt de parelketting die een arme boerenvrouw wil ruilen voor een kledingstuk. Illustratie uit: Keizer Joseph II, en andere belangrijke verhalen aan de geschiedenis ontleend (1873). Op het omslag van dit jeugdboek staat een uitsnede van deze illustratie.

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Een Russische geschiedenis’ verscheen in 1869 in de Kinder-Courant. Weekblad voor de Nederlandsche Jeugd. In 1873 werd het, in een andere vertaling, onder de titel ‘Een Israëlietisch Marskramer’ door Pieter Beets Pz. (1827-1900) gepubliceerd in Keizer Joseph II, en andere belangrijke verhalen aan de geschiedenis ontleend: voor de Nederlandsche jeugd bewerkt.

         Het gaat hier om een verhaal dat tussen 1863 en 1898 minstens veertien keer in buitenlandse boeken en tijdschriften is afgedrukt: het vaakst in het Duits, maar ook in het Frans, Italiaans en Tsjechisch.

         In de samenvatting is geciteerd uit de oudste Nederlandse vertaling.

Lees verder >>

‘Al te kort’ (1869)

Jeugdverhalen over joden (114)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Pieter Jacob Andriessen (1815-1877)
Oorspronkelijk Nederlands

Portret van P.J. Andriessen door Johannes Walter (1839-1895). Bron: Rijksmuseum.

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Al te kort’ is een verhaal in de bundel Nieskruid van P.J. Andriessen. Andriessen was hoofdonderwijzer in Amsterdam en schreef veel oorspronkelijke historische verhalen, vooral voor jongeren van twaalf tot zestien jaar. Daarnaast vertaalde hij Duitse, Franse en Engelse jeugdboeken.

         ‘Van zelf spreekt’, aldus het Algemeen Handelsblad in 1877 in zijn necrologie, ‘dat hetgeen hij geleverd heeft niet altijd even voortreffelijk was, maar in den regel kon men de werkjes van dezen schrijver onbeziens aan de kinderen geven en altijd kon men er zeker van zijn, dat hetgeen hij geschreven had door hen met graagte werd gelezen. (…) Zijn verlies zal door duizenden zeer worden betreurd.’

Lees verder >>

Sam’s tooverlantaarn (1868)

‘Joodsche vrouwen in Bethlehem.’ Illustratie uit Sam’s tooverlantaarn, deel 2 (1868).

Jeugdverhalen over joden (113)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

In oude jeugdboeken of -tijdschriften staan geregeld Bijbelse geschiedenissen of aardrijkskundige berichten over joden. Zo vermeldt het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd in 1851 over de Franse stad Avignon:‘De stad telt 30.000 inwoners, waaronder eenige joden. De laatsten bewoonden voor de omwenteling eene bijzondere wijk, die hare poorten had welke des avonds om acht uur gesloten werden. De joodsche meisjes en vrouwen worden wegens hare schoonheid geprezen.’

Lees verder >>

‘Zijt verdraagzaam’ (1860)

Jeugdverhalen over joden (112)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Moraal: wees verdraagzaam; heb uw naaste(n) lief als uzelf

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Zijt verdraagzaam’ werd in 1860 gepubliceerd in de Kinder-Courant. Lektuur voor de Nederlandsche jeugd. Het is ondertekend door C.H.R. Het is mij niet bekend wie dit is.

         Het weekblad Kinder-Courant verscheen tussen 1852 en 1905. Het was het langstlopende kindertijdschrift uit de 19de eeuw. ‘De redactie wenscht (…)’, schreef de uitgever, ‘tevredenheid en vergenoegen in de huisgezinnen te verspreiden en aan een groot getal der ouders, op wier schouders vaak andere zorgen en bemoeijingen drukken, de taak gemakkelijker maken om hunne kinderen voor verveling en ledigheid te bewaren, zoodat zij hun vermaak slechts in huis zoeken en vinden; huiselijkheid, de grondtrek van ons volkskarakter, zal daardoor aangekweekt en bevorderd worden.’

Lees verder >>

‘De KleerenJood’, ‘De Augurkjeskraam’ (1857)

Jeugdverhalen over joden (111)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Adriaan van der Hoop Juniorszoon (1827-1863)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Portret van Adriaan van der Hoop Juniorszoon door J.H.M.H. Rennefeld, jaartal onbekend (bron: Rijksmuseum)

Over Adriaan van der Hoop Juniorszoon (jrzn.) werd gezegd dat hij al kon dichten toen hij nauwelijks kon schrijven. Zijn poëtische talent had hij van zijn vader, de Rotterdamse dichter met dezelfde naam: Adriaan van der Hoop jr. (1801-1841).

         Zoon Adriaan verloor op jonge leeftijd zijn moeder en toen hij pas veertien jaar was zijn vader. ‘Had zij hem ter zijde gestaan, welligt zou hij met meer wijsheid zijn levenspad hebben bewandeld’, aldus A.J. van der Aa. Nu verliep Adriaans levenspad onstuimig: door een te wild studentenleven sjeesde hij als rechtenstudent in Leiden, later probeerde hij tevergeefs zijn geluk in Zuid-Afrika. ‘Hij was’, aldus Van der Aa, ‘een van degenen aan wien de natuur voor het talent en ’t gevoel dat zij hun kwistig schenkt, geestkracht onthoudt.’

Lees verder >>

‘De Joden’ (1853)

Jeugdverhalen over joden (110)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Cornelia Carolina Margaretha Luyken (1805-1872)

Gesprek tusschen Vader, Jan en Koos.

Jan:
‘Wat ouds!’ Zoo roept het arme joodje
Door heel de stad,
‘Wie heeft er nog een voddenzoodje?
Wie ruilt er wat?’

Koos:
Ja, zoo, zoo roept hij alle dagen,
In vreemde spraak;
Maar dat de jongens hem zoo plagen,
Wat dwaas vermaak!
Ook heeft de meester ’t streng verboden,
Daar ’t niet behoort;
Toch zijn ze zonderling die joden,
Men kent ze voort.

Lees verder >>

‘Hoe het goede zich altijd loont’ (1851)

Jeugdverhalen over joden (109)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Moraal: wie goed doet, goed ontmoet

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaal ‘Hoe het goede zich altijd loont’ werd in 1851 gepubliceerd in het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd. Aangezien het verhaal is gesitueerd in het Duitse Rijnland, is het waarschijnlijk uit het Duits vertaald. Het is ondertekend door ‘W.’ Het is mij niet bekend wie dit is.

         Het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd verscheen tussen 1835 en 1852. Vanaf 1845 werd het uitgegeven door J.H. Laarman in Amsterdam. Het tijdschrift wilde, aldus het voorbericht in de eerste jaargang, ‘zoowel den lust tot lezen als dien tot verder onderzoek op te wekken’.

Lees verder >>

‘De zon brengt het aan den dag’ (1850)

Jeugdverhalen over joden (108)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Jan Goeverneur (1809-1889)

Herkomst en drukgeschiedenis

Portret van Jan Goeverneur uit 1875. Hij was toen 66 jaar oud. Bron: J.J.A. Goeverneur, Kinderpoëzie: honderdveertig versjes, fabels en liedjes (Groningen, 1875).

Jan Goeverneur behoort tot de bekendste en productiefste kinderboekenschrijvers uit de 19de eeuw. Hij publiceerde ruim vijfhonderd titels in proza en rijm. Ook maakte hij veel kinderliedjes. Sommige daarvan zijn nog steeds bekend, waaronder ‘Toen onze mop een mopje was’.

         In 1889, krap vijf weken voor zijn dood, besteedden verscheidene dagbladen aandacht aan Goeverneurs tachtigste verjaardag. De Arnhemsche Courant hem toen als ‘de opgewektste en vroolijkste onzer dichters (…) wiens verzen nog leven in de herinnering der ouderen en nog met genot gelezen en geleerd worden door de jeugd’.

         Zijn gedicht ‘De zon brengt het aan den dag’ is minstens driemaal gepubliceerd, in 1850, 1854 en 1874. Eronder zette Goeverneur ‘Naar Chamisso’, wat betekent dat hij het ontleende aan de Frans-Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso (1781-1838). De zon brengt het aan de dag is een inmiddels verouderd spreekwoord met als betekenis: verborgen misdaden komen (uiteindelijk) aan het licht.

Lees verder >>

‘Ondeugende Gijs’ (1849)

Jeugdverhalen over joden (107)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Josua Hendrik Duisdeiker Lz. (1814-1881)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Het gedicht ‘Ondeugende Gijs’ is opgenomen in de dichtbundel Nieuwe keur van mengelingen voor de lieve jeugd. Josua Hendrik Duisdeiker publiceerde deze bundel, die is opgedragen aan de dichter J.P. Heije, onder het pseudoniem ‘Hendrik’. Duisdeiker was godsdienstleraar voor de hervormde gemeente in Amsterdam. Hij schreef de gedichten, zo meldt hij in zijn korte voorwoord, ‘tot nut en vermaak der jeugd’.

Lees verder >>

‘Leips natuurbeschouwing’ (1848)

Jeugdverhalen over joden (106)

Portret van Jan Goeverneur uit 1875. Hij was toen 66 jaar oud. Bron: J.J.A. Goeverneur, Kinderpoëzie: honderdveertig versjes, fabels en liedjes (Groningen, 1875).

Door Ewoud Sanders

Auteur: Jan Goeverneur (1809-1889)

Tussen grofweg 1830 en 1930 verschenen in Nederland enkele tientallen humoristisch bedoelde voordrachten, liedjes en gedichten over joodse personages. De mannen hebben er namen als Abraham Sjofel, Izak Poets, Leip de marskramer of Levie Brilleman. De vrouwen heten meestal Rachel(tje) of Saar(tje). Geregeld lees je er woorden en uitdrukkingen die als typisch joods werden beschouwd, zoals sjacheren en mazzel. Ook de joodse zegenwens blijf gezond of dat je gezond mag blijven kom je er vaak in tegen, waarbij de spelling soms is aangepast tot bhlijf gezhond – een fonetische weergave van de joodse uitspraak van het Nederlands. Boven de komisch bedoelde voordrachten stond vaak als regieaanwijzing dat ze in het ‘Joodsche dialect’ of met ‘Joodsche tongval’ moesten worden voorgedragen.

         Hoe vaak dergelijke teksten werden voorgedragen en hoe ze in de loop van de tijd door het publiek werden ontvangen, daarover is vrijwel niets bekend. Een van de weinige uitzonderingen is het gedicht ‘Leips natuurbeschouwing’ van Jan Goeverneur.

Lees verder >>

‘Jaap, de jood, met kokernoten’ (1834)

Illustratie uit Prentjes-almanak voor kinderen van 1834.

Jeugdverhalen over joden (105)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Jaap verkoopt geen fijne waren,
Gansch geen malsch en geurig fruit
Maar als ’t puik der handelaren,
Vent hij kokernoten uit.

Deze vrucht, dit moet gij weten,
Hard als ijzer, maar toch frisch,
Dient niet om te zijn gegeten
Door dengeen, die tandloos is.

Dit kan Jaapie niet verschelen,
Als hij maar zijn noten slijt,
En hij blijft u aanbevelen:
‘Eet jelui met goed aptijt!’

Lees verder >>

Nathan! De Messias is gekomen! (1866)

Omslag van Nathan!De Messias is gekomen! Het boekje is ongedateerd en editiegegevens ontbreken, maar waarschijnlijk gaat het om de vierde druk, uit 1886. Rechts: de enige illustratie in dit boekje. Jansje leest Nathan voor uit het Nieuwe Testament. De illustraties zijn van Pieter Wilhelmus van de Weijer (1816-1880).

Jeugdverhalen over joden (104)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Evert Jacob Veenendaal Jz. (1833-1906)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Nathan! De Messias is gekomen! is geschreven door Evert Jacob Veenendaal Jz. (1833-1906). Veenendaal was hoofdonderwijzer en schrijver. Hoogstwaarschijnlijk behoorde hij tot de kringen van het Reveil. Vanaf 1860 was hij actief als publicist. Hij leverde toen een bijdrage aan Magdalena, een evangelisch jaarboekje.

Lees verder >>

‘De Joden’ (1828)

Tot 1829 verscheen Philopaedion met deze vaste illustratie op de titelpagina, gegraveerd door J. Plugger.

Jeugdverhalen over joden (103)

Door Ewoud Sanders

Auteur: J. Verweij de Winter (†1850)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

J. Verweij de Winter was onderwijzer in Poeldijk, een kerkdorp in de huidige gemeente Westland in Zuid-Holland. Hij was actief in het ‘Onderwijzers-genootschap’ en publiceerde onder meer in het Tijdschrift voor onderwijzers enhet Tijdschrift voor aankomende onderwijzers. Zijn bijdrage ‘De Joden’, die negen pagina’s telt en leest als een kinderpreek, verscheen in 1828 in Philopaedion, tijdschrift voor de jeugd, in de rubriek ‘Godsdienst en zedekunde’. Verweij de Winter schreef vaker voor dit jeugdtijdschrift, dat werd uitgegeven door A. Vink in Amsterdam en verscheen tussen 1822 en 1831.

Lees verder >>