Auteur: Ewoud Sanders

‘Hoe het goede zich altijd loont’ (1851)

Jeugdverhalen over joden (109)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Moraal: wie goed doet, goed ontmoet

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaal ‘Hoe het goede zich altijd loont’ werd in 1851 gepubliceerd in het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd. Aangezien het verhaal is gesitueerd in het Duitse Rijnland, is het waarschijnlijk uit het Duits vertaald. Het is ondertekend door ‘W.’ Het is mij niet bekend wie dit is.

         Het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd verscheen tussen 1835 en 1852. Vanaf 1845 werd het uitgegeven door J.H. Laarman in Amsterdam. Het tijdschrift wilde, aldus het voorbericht in de eerste jaargang, ‘zoowel den lust tot lezen als dien tot verder onderzoek op te wekken’.

Lees verder >>

‘De zon brengt het aan den dag’ (1850)

Jeugdverhalen over joden (108)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Jan Goeverneur (1809-1889)

Herkomst en drukgeschiedenis

Portret van Jan Goeverneur uit 1875. Hij was toen 66 jaar oud. Bron: J.J.A. Goeverneur, Kinderpoëzie: honderdveertig versjes, fabels en liedjes (Groningen, 1875).

Jan Goeverneur behoort tot de bekendste en productiefste kinderboekenschrijvers uit de 19de eeuw. Hij publiceerde ruim vijfhonderd titels in proza en rijm. Ook maakte hij veel kinderliedjes. Sommige daarvan zijn nog steeds bekend, waaronder ‘Toen onze mop een mopje was’.

         In 1889, krap vijf weken voor zijn dood, besteedden verscheidene dagbladen aandacht aan Goeverneurs tachtigste verjaardag. De Arnhemsche Courant hem toen als ‘de opgewektste en vroolijkste onzer dichters (…) wiens verzen nog leven in de herinnering der ouderen en nog met genot gelezen en geleerd worden door de jeugd’.

         Zijn gedicht ‘De zon brengt het aan den dag’ is minstens driemaal gepubliceerd, in 1850, 1854 en 1874. Eronder zette Goeverneur ‘Naar Chamisso’, wat betekent dat hij het ontleende aan de Frans-Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso (1781-1838). De zon brengt het aan de dag is een inmiddels verouderd spreekwoord met als betekenis: verborgen misdaden komen (uiteindelijk) aan het licht.

Lees verder >>

‘Ondeugende Gijs’ (1849)

Jeugdverhalen over joden (107)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Josua Hendrik Duisdeiker Lz. (1814-1881)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Het gedicht ‘Ondeugende Gijs’ is opgenomen in de dichtbundel Nieuwe keur van mengelingen voor de lieve jeugd. Josua Hendrik Duisdeiker publiceerde deze bundel, die is opgedragen aan de dichter J.P. Heije, onder het pseudoniem ‘Hendrik’. Duisdeiker was godsdienstleraar voor de hervormde gemeente in Amsterdam. Hij schreef de gedichten, zo meldt hij in zijn korte voorwoord, ‘tot nut en vermaak der jeugd’.

Lees verder >>

‘Leips natuurbeschouwing’ (1848)

Jeugdverhalen over joden (106)

Portret van Jan Goeverneur uit 1875. Hij was toen 66 jaar oud. Bron: J.J.A. Goeverneur, Kinderpoëzie: honderdveertig versjes, fabels en liedjes (Groningen, 1875).

Door Ewoud Sanders

Auteur: Jan Goeverneur (1809-1889)

Tussen grofweg 1830 en 1930 verschenen in Nederland enkele tientallen humoristisch bedoelde voordrachten, liedjes en gedichten over joodse personages. De mannen hebben er namen als Abraham Sjofel, Izak Poets, Leip de marskramer of Levie Brilleman. De vrouwen heten meestal Rachel(tje) of Saar(tje). Geregeld lees je er woorden en uitdrukkingen die als typisch joods werden beschouwd, zoals sjacheren en mazzel. Ook de joodse zegenwens blijf gezond of dat je gezond mag blijven kom je er vaak in tegen, waarbij de spelling soms is aangepast tot bhlijf gezhond – een fonetische weergave van de joodse uitspraak van het Nederlands. Boven de komisch bedoelde voordrachten stond vaak als regieaanwijzing dat ze in het ‘Joodsche dialect’ of met ‘Joodsche tongval’ moesten worden voorgedragen.

         Hoe vaak dergelijke teksten werden voorgedragen en hoe ze in de loop van de tijd door het publiek werden ontvangen, daarover is vrijwel niets bekend. Een van de weinige uitzonderingen is het gedicht ‘Leips natuurbeschouwing’ van Jan Goeverneur.

Lees verder >>

‘Jaap, de jood, met kokernoten’ (1834)

Illustratie uit Prentjes-almanak voor kinderen van 1834.

Jeugdverhalen over joden (105)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Jaap verkoopt geen fijne waren,
Gansch geen malsch en geurig fruit
Maar als ’t puik der handelaren,
Vent hij kokernoten uit.

Deze vrucht, dit moet gij weten,
Hard als ijzer, maar toch frisch,
Dient niet om te zijn gegeten
Door dengeen, die tandloos is.

Dit kan Jaapie niet verschelen,
Als hij maar zijn noten slijt,
En hij blijft u aanbevelen:
‘Eet jelui met goed aptijt!’

Lees verder >>

Nathan! De Messias is gekomen! (1866)

Omslag van Nathan!De Messias is gekomen! Het boekje is ongedateerd en editiegegevens ontbreken, maar waarschijnlijk gaat het om de vierde druk, uit 1886. Rechts: de enige illustratie in dit boekje. Jansje leest Nathan voor uit het Nieuwe Testament. De illustraties zijn van Pieter Wilhelmus van de Weijer (1816-1880).

Jeugdverhalen over joden (104)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Evert Jacob Veenendaal Jz. (1833-1906)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Nathan! De Messias is gekomen! is geschreven door Evert Jacob Veenendaal Jz. (1833-1906). Veenendaal was hoofdonderwijzer en schrijver. Hoogstwaarschijnlijk behoorde hij tot de kringen van het Reveil. Vanaf 1860 was hij actief als publicist. Hij leverde toen een bijdrage aan Magdalena, een evangelisch jaarboekje.

Lees verder >>

‘De Joden’ (1828)

Tot 1829 verscheen Philopaedion met deze vaste illustratie op de titelpagina, gegraveerd door J. Plugger.

Jeugdverhalen over joden (103)

Door Ewoud Sanders

Auteur: J. Verweij de Winter (†1850)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

J. Verweij de Winter was onderwijzer in Poeldijk, een kerkdorp in de huidige gemeente Westland in Zuid-Holland. Hij was actief in het ‘Onderwijzers-genootschap’ en publiceerde onder meer in het Tijdschrift voor onderwijzers enhet Tijdschrift voor aankomende onderwijzers. Zijn bijdrage ‘De Joden’, die negen pagina’s telt en leest als een kinderpreek, verscheen in 1828 in Philopaedion, tijdschrift voor de jeugd, in de rubriek ‘Godsdienst en zedekunde’. Verweij de Winter schreef vaker voor dit jeugdtijdschrift, dat werd uitgegeven door A. Vink in Amsterdam en verscheen tussen 1822 en 1831.

Lees verder >>

‘Het omgestorte zoutvat’ (1838)

De steenrijke joodse koopman Nathan (links staand, met zwart hoofddeksel) stoot per ongeluk het zoutvat om van Omar, de heerser van Algiers. Dit kost hem het leven. Illustratie van de Nederlandse schilder en lithograaf C.C.A. Last (1808-1876) in Philarete, tijdschrift voor de jeugd (1838).

Jeugdverhalen over joden (102)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Vertaald uit het Duits

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaal ‘Het omgestorte zoutvat’ werd in 1838 gepubliceerd in Philarete, tijdschrift voor de jeugd. Dit bestond van 1837 tot 1843 en bevatte veel vertalingen uit Duitse en Franse jeugdtijdschriften. ‘Het omgestorte zoutvat’ is vertaald uit het Duits.

         Philarete betekent ‘liefde door deugd’. Doel van het tijdschrift, dat indertijd werd uitgegeven door H. Nijgh in Rotterdam, was ‘zedelijke vorming’.

Lees verder >>

‘Jochai. Een Oostersch verhaal’ (1836)

Jochai (links) overhandigt aan vizier Hassan, de man die hem in het ongeluk heeft gestort, een beurs vol goudstukken. Hassan wordt geboeid afgevoerd naar ‘een woest eiland’. Illustratie uit Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd (1836).

Jeugdverhalen over joden (101)

Door Ewoud Sanders

Herkomst en drukgeschiedenis

‘Jochai. Een Oostersch verhaal’ werd in 1836 gepubliceerd in het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd. Het is gebaseerd op het boek Job uit het Oude Testament, waarin de rijke, vrome Job al zijn bezittingen verliest en ziek wordt. Job is onschuldig en bekritiseert God, maar als die zich openbaart erkent Job dat zijn kritiek ongepast was. Aan het eind van dit Bijbelverhaal brengt God hem terug in zijn vroegere staat van welvaart, gezondheid en geluk.

         Het Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd werd uitgegeven door S.E. de Visser en Zoon in Amsterdam.

Lees verder >>

‘Koppige Klaas’ (1858)

Illustratie van J. Norweb/ John Browne uit de eerste editie van Stoute Kinderen voor Zoete Kinderen (1858).

Jeugdverhalen over joden (100)

Door Ewoud Sanders

Auteur: John Browne (1823-1901), onder het pseudoniem J. Norweb

In het jeugdboek Stoute Kinderen voor Zoete Kinderen, waarvan de eerste druk verscheen in 1858, ondervinden zeven kinderen hoe relatief onschuldige overtredingen gevolgen kunnen hebben die even radicaal als absurd zijn. Zo valt bij ‘Jantje Pulkneus’ zijn neus eraf omdat hij niet wil stoppen met neuspeuteren. ‘Gerrit de leugenaar’ krijgt de pokken van het jokken, ‘Mietje met het mes’ snijdt zichzelf per ongeluk helemaal doormidden, en zo verder.

   De waarschuwingen zijn vervat in rijk geïllustreerde verzen.

Lees verder >>

‘George van Arken’ (1859)

De ‘ouden kleerjood’ Mozes neemt de dertienjarige George van Arken onder zijn hoede. Illustratie van Jacques Zon (1872-1932) uit Eind goed, al goed (1897).

Jeugdverhalen over joden (99)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Reinoudina de Goeje (1833-1893), onder het pseudoniem Agatha
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

‘George van Arken’ is een verhaal in de bundel Eind goed, al goed: drie oorspronkelijke vertellingen van Reinoudina de Goeje. De Goeje was kinderboekenschrijfster, vertaalster en tijdschriftredactrice. Zij was de dochter van een predikant en groeide op in Friesland. Haar vader overleed toen zij twintig was. Reinoudina begon met vertalen en schrijven om haar moeder financieel te steunen. Zij publiceerde tientallen kinderboeken, die in de tweede helft van de 19de eeuw zeer werden gewaardeerd.[1] ‘De vriendelijke, opgeruimde en leerzame strekking van hare verhalen maakte haar vele jaren lang tot een zeer gezochte schrijfster voor de jeugd’, aldus Het nieuws van den dag begin 1893 in haar necrologie.[2]

Eind goed, al goed: drie oorspronkelijke vertellingen is een van De Goejes eerste kinderboeken. De verhalenbundel beleefde minstens zes drukken, bij verschillende uitgevers: in 1859, 1861, 1872, omstreeks 1886, 1891 en in 1897. In de samenvatting is geciteerd uit de druk van 1861 maar die is qua tekst gelijk aan die in 1897.[3]

Lees verder >>

De Lotgevallen van een Gulden (1895)

Een joodse valsemunter, die eruit ziet als een alchemist, voorziet de zilveren gulden in een smeltkroes van een dun goudlaagje. Dit is de enige illustratie uit De Lotgevallen van een Gulden door hem zelven verhaald (1895).

Jeugdverhalen over joden (98)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

In De Lotgevallen van een Gulden door hem zelven verhaald vertelt een gulden over zijn oorsprong en over het gedrag en de opvattingen van de personen bij wie hij korte of langere tijd verblijft. Dit boekverscheen in 1895 bij de katholieke uitgeverij L.C.G. Malmberg in Nijmegen en beleefde één druk. Indertijd ondersteunden alle uitgaven van Malmberg ‘de godsdienstige opvoeding’, aldus Karen Ghonem-Woets in 2011 in Boeken voor de katholieke jeugd: verzuiling en ontzuiling in de geschiedenis van Zwijsen en Malmberg. Als een van de voorbeelden noemt zij deze titel.

Lees verder >>

Door vele tegenspoeden tot groote vreugde (1898)

Omslag van Door vele tegenspoeden tot groote vreugde. Van dit boekje is slechts één exemplaar in een openbare collectie bewaard gebleven.

Jeugdverhalen over joden (97)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Wilhelmina Jacoba Riem Vis (1859-1915)

Herkomst en drukgeschiedenis

Wilhelmina Jacoba Riem Vis was vaste medewerkster van het christelijke jeugdtijdschrift Timotheüs en gaf les aan kinderen en volwassenen. Zij schreef ruim veertig boeken, voornamelijk voor de jeugd.

         Onder tijdgenoten had Riem Vis een goede naam. Zo schreef de boekbeoordelingscommissie van de Gereformeerde Zondagsschoolvereniging Jachin in 1904: ‘De schrijfster heeft zich, onze kinderen weten er van te spreken, menigmaal verdienstelijk gemaakt door schoone boekjes’. En de uitgever J.N. Voorhoeve schreef in 1915 in haar necrologie: ‘Elk werk dat zij afleverde legde getuigenis af van den wensch om Jezus voor te stellen’.

Lees verder >>

Else, een verhaal voor meisjes (1883)

Het ‘jodenmeisje’ Esther, met haar ravenzwarte haar en ‘een wat bruine’ huid, zingt voor de goedhartige Else en haar arrogante neef Ernst. Links de originele afbeelding, rechts een versie die ooit door een lezer met de hand is ingekleurd. De illustrator, die kennelijk niet wist hoe je een gitaar bespeelt, is onbekend.

Jeugdverhalen over joden (96)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Catharina Felicia van Rees (1831-1915)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Catharina Felicia van Rees was componiste en schrijfster. Zij wordt beschouwd als een voorvechtster van het eerste uur van de Nederlandse vrouwenbeweging. Zo pleitte zij voor meer meisjesscholen voor middelbaar onderwijs.

Lees verder >>

‘Esther Milonetti’ (1863)

Jeugdverhalen over joden (95)


Esther huilt nadat ‘de baldadige Ferdinand’ koopwaar uit haar bakje heeft geslagen. Andere schooljongens leren Ferdinand een lesje. Illustratie uit Almanak voor de jeugd (1863) door G.J. Bos (1825-1898).

Door Ewoud Sanders

Door Nicolaas Antonie van Charante (1811-1873)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Nicolaas Antonie van Charante, auteur van het verhaal ‘Esther Milonetti’, was van 1846 tot zijn dood predikant in Zaandam. Hij was een groot voorstander van kinderpreken en schreef verhalen en poëzie voor de jeugd. Enkele van zijn werken zijn: De Bijbel voor jonge kinderen (1855), Kinderpoëzy (1861) en een hervertelling van De Levensgeschiedenis van Robinson Crusoe (1863). Daarnaast schreef hij voor kinderen in almanakken, jaarboekjes en tijdschriften.

         ‘Hij was een vroom christen’, aldus de Arnhemsche Courant in 1873 in een korte necrologie, ‘iets wat vooral uitkwam in droevige omstandigheden. Hij was, ofschoon niet misdeeld van talenten, als kinderschrijver niet zoo’n humorist als in het dagelijksche leven.’

Lees verder >>

De ‘arme jood’ Izaak wordt aangevallen door een hond (1853)

Jeugdverhalen over joden (94)


Handgekleurde houtgravure uit Het boek op linnen (1853)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

Uit allerlei bronnen blijkt dat marskramers geregeld werden aangevallen door honden, vooral op het platteland. Soms werden die zelfs opzettelijk op hen afgestuurd. Het bovenstaande plaatje, waarin we zien dat de arme joodse marskramer Izaak door een hond wordt aangevallen, is afkomstig uit Het boek op linnen: een onverslijtelijk alphabet.

         Dit boekje werdin 1853 uitgegeven door de Directie der Houtgraveerschool in Leiden en is een zogeheten namen-abc, van Anton tot Zacharias. Op iedere pagina – bedrukt linnen – staan twee handgekleurde plaatjes, elk met de beginletter van de naam in kapitaal en onderkast, gevolgd door een regel tekst.

Lees verder >>

Anselmo (1844)


De joodse koopman Jussuph ondervraagt Anselmo op de slavenmarkt in Algiers. Illustratie uit: C. Schmid, Anselmo en Maria Laander (Leiden, 1864).

Jeugdverhalen over joden (93)

Door Ewoud Sanders

Auteur: J.C.F. von Schmid (1768-1854)
Uit het Duits vertaald door J.J. van der Linde

Herkomst en drukgeschiedenis

De Duitse priester Christoph von Schmid begon met schrijven voor de jeugd nadat hij in 1796 was benoemd tot hoofd van een grote school in Thannhausen in Beieren. Hij bleef schrijven nadat hij parochiepriester in Württemberg was geworden en zelfs als kanunnik van de kathedraal van Augsburg. Zijn jeugdboeken waren in de negentiende eeuw zeer populair. Ze zijn in ruim twintig talen vertaald.

         De eerste Nederlandse vertaling van het verhaal ‘Anselmo’ verscheen in 1844. Daarna is het vele malen gepubliceerd: onder meer in 1845, 1847, 1864, circa 1875, 1881, 1892 en 1903. Hieronder is geciteerd uit de oudst bewaard gebleven editie, uit 1847. Die verscheen in Den Haag bij de gebroeders J. en H. van Langenhuysen.

Lees verder >>

‘De Jood en de Touwslager’ (1840)

Jeugdverhalen over joden (92)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Moraal: heb je vijand lief; wraak is zoet

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaal ‘De Jood en de Touwslager’ is te vinden in het Leesboek voor de jeugd, in voorbeelden ter opwekking van deugd en goede zeden. Over het doel van dit boek schrijft de anonieme schrijver in zijn voorbericht: ‘Ofschoon de mensch zwak blijft, zoo lang hij hier op aardt verkeert en de door ondervinding geleerde grijsaard evenmin boven struikelingen verheven is, als de nog onervarene jongeling; zoo kan het nogtans niet dan heilzaam zijn, der jeugd vroegtijdig de menschelijke zwakheden te leeren kennen en hen op te wekken tot het betrachten van die deugden, welke den grondslag leggen voor hun volgend geluk.’

         Het Leesboek voor de jeugd werd uitgegeven door uitgeverij Schalekamp, Van de Grampel en Bakker in Amsterdam. De eerste druk verscheen in 1840, de zesde, herziene druk in 1873. In de samenvatting is geciteerd uit de eerste druk.

Lees verder >>

Levie de marskramer (1841)

Jeugdverhalen over joden (91)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Gijsbertus van Sandwijk (1794-1871)


Illustratie uit het Prenten-magazijn voor de jeugd (1841). De naam van de illustrator is niet bekend.

Het verhaaltje over Levie de marskramer werd in 1841 gepubliceerd in het Prenten-magazijn voor de jeugd. Dat tijdschrift verscheen tussen 1841 en 1852 en stond onder leiding van Gijsbertus van Sandwijk, een hoofdonderwijzer uit Purmerend. Van Sandwijk schreef het tijdschrift zelf vol.

Lees verder >>

‘Het loon der Liefdadigheid’ (1839)

Jeugdverhalen over joden (90)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Vertaald uit het Duits
Moraal: wie goed doet, goed ontmoet

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaal ‘Het loon der Liefdadigheid’ werd in 1839 gepubliceerd in Philarete, tijdschrift voor de jeugd. Dat tijdschrift bestond van 1837 tot 1843 en bevatte veel vertalingen van artikelen uit Duitse en Franse jeugdtijdschriften. ‘Het loon der Liefdadigheid’ is vertaald uit het Duits. Deze geschiedenis begint in een dorp in de buurt van Hannover kort voor het uitbreken van de zevenjarige oorlog (1756-1763).

Philarete betekent ‘liefde door deugd’. Doel van het tijdschrift was zedelijke vorming.

Lees verder >>

‘Het loon der gastvrijheid’ (1839)

Jeugdverhalen over joden (89)


Tot zijn verbijstering treft de Lijflandse visser Andries zijn zoon doodgewaande George levend aan in een herberg. George wordt liefdevol ondersteund door de joodse marskramer Ephraïm. Illustratie van Carel Christiaan Anthony Last (1808-1876) in Philarete, tijdschrift voor de jeugd (1837).

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend
Moraal: wie goed doet, goed ontmoet
Waarschijnlijk vertaald uit het Duits

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaal ‘Het loon der gastvrijheid’ is in 1839 gepubliceerd in Philarete, tijdschrift voor de jeugd. Dit weekblad werd toen uitgegeven door H. Nijgh in Rotterdam.

Lees verder >>

‘De edele wraak’ (1835)

Jeugdverhalen over joden (88)


Met gevaar voor eigen leven redt Levi de jonge Willem uit het brandende huis. Illustratie van Arie Rünckel (1876-1956) uit Levi, de boekenjood (1900).

Door Ewoud Sanders

Auteur: Hendrik Mijnoldus Böeseken (1789-1854)
Mogelijk vertaald uit het Duits
Moraal: hebt uw vijanden lief

Herkomst en drukgeschiedenis

Jacoba Johanna Böeseken-Peltenburg (1798-1890) schreef samen met haar man Hendrik Mijnoldus Böeseken aan het begin van de negentiende eeuw drie kinderboeken: Geschenk voor lieve kinderen (1832), Onderhoudend geschenk voor lieve kinderen (1834) en Aangenaam geschenk voor lieve kinderen (1835).

Lees verder >>

‘De loterij-jood’ en ‘De kanten jodin’ (1833)

Jeugdverhalen over joden (87)

‘De loterij-jood.’ Illustratie uit De kleine mimiek, of De vrolijk zingende knaap (1833). Het lied diende te worden gezongen op de wijze van: ‘’k Zag een walvisch in de boomen’.

Door Ewoud Sanders

Auteur: Gijsbertus van Sandwijk (1794-1871)

Birgers! nah wie zal het wagen?
Koopt heen briefje voor hacht dagen.
Groote prijzen zijn her in.
Als het immers kan geberen,
Als je rijk wordt, hait een treren [waarschijnlijk: uit de tranen, uit het verdriet / de zorgen; ES]
Mit je gansche haisgezin.

Birgers! wil’t baij Nathan wagen,
Nah! je zilt je niet beklagen.
Als je zilt gelikkig zijn;
Als je een groote prijs zilt trekken.
’t Loterijen his geen gekken,
Als het is een zilvermijn.

Lees verder >>

Ephraïm, de joodse heler (1832)

De jonge Hendrik loopt ’s avonds terug naar de stad. Bij een bos is hij toevallig getuige van een gesprek tussen de jood Ephraïm en enkele valsemunters. Illustratie uit Hendrik en Maria (tweede druk, 1836).

Jeugdverhalen over joden (86)

Door Ewoud Sanders

Door Amalia Schoppe-Weise (1791-1858)
Vertaald uit het Duits

Herkomst en drukgeschiedenis

De joodse heler Ephraïm is een personage in Hendrik en Maria, of De ouderlooze kinderen: eene treffende en leerzame geschiedenis voor de jeugd van Amalia Schoppe-Weise. Het gaat hier om een vertaling van Heinrich und Maria, oder die verwaisten Kinder (1830).

         Amalia Schoppe-Weise begon jeugdboeken te schrijven nadat haar man, met wie zij drie kinderen had, was overleden. In totaal schreef zij er zo’n tweehonderd.

         In Hendrik en Maria, een opvallend vroom en stichtelijk boek, richt Schoppe-Weise zich enkele malen rechtstreeks tot haar jonge lezers. Zo schrijft zij ergens: ‘O kinderen! er geschieden wezenlijk nog wonderen, en ik zelve heb in mijn leven, vol van afwisseling in aangename en onaangename ervaringen, vaak zulke wonderen beleefd, namelijk wonderen van goddelijke genade en almagt!’

Lees verder >>

‘Joden’ (1828)

Jeugdverhalen over joden (85)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Pieter Hanou van Arum (1790-1843)

Handgekleurde gravure uit Nieuwe gedichtjes voor de welopgevoede jeugd (1828)

BAREND
Weet gij dien Jood niet kwijt te raken?
Zeg maar eens, om hem boos te maken,
‘Ei, Smousje! kom op Zaturdag.’

ERNST
Wel foei! dat ’s immers ons verboden?
Daar men geen mensch, en dus ook Joden
Niet schelden of vertoornen mag.

BAREND
Wel nu! een Jood! dat zou wat wezen!

ERNST
En wat toch zijn dan wel voor dezen
Eens de eerste Christenen geweest?
Wat waren Jezus volgelingen,
Eer zij het onderrigt ontvingen,
Waarvan men in den Bijbel leest?

En wij, geboren Nederlanders,
Wat waren onze vadren anders,
Dan Heid’nen, onverlicht en blind?
En zouden wij den Jood verachten,
Die, rein van hart zijn’ Heer blijft wachten.
Voorwaar! dat past geen Christenkind.

Lees verder >>