Auteur: Bas Jongenelen

Utrechtse doopbelofte

Literatuurgeschiedenis

Door Bas Jongenelen

Ik geef graag les over verhalen, gedichten, toneelstukken en boeken in het algemeen. Tijdens de corona-epidemie zijn alle lessen opgeschort, dus daarom geef ik maar een beetje les aan de cameralens. Het is een surrogaat, ik weet het – maar het is iets. Misschien steek je er iets van op, misschien zet ik je aan het lezen van zo’n werk dat ik hier bespreek… Geen idee verder. Maar we moeten moedig voorwaarts, nimmer dralend. Ik trap af met de Utrechtse doopbelofte.

(Bekijk deze video op YouTube)

Özcan Akyol

Door Bas Jongenelen

Relletjes en literatuur horen nu eenmaal bij elkaar. Özcan Akyol vertelde onlangs dat hij de boeken van Daan Heerma van Voss niet leest. Dat was tegen diverse zere benen. Ik vroeg me af of Heerma van Voss wel eens iets van Akyol gelezen heeft, maar omdat ik zijn e-mailadres niet heb vroeg ik het gewoon op Twitter. Drie kwart van de respondenten heeft wel eens een boek van Özcan Akyol gelezen, Eus. Gooi de bitterballen maar in het vet.

LPB

Door Bas Jongenelen

‘Vroeger,’ zo vertelde een inmiddels gepensioneerde collega me, ‘had iedere eerstejaars student Nederlands wel een boek van Louis Paul Boon gelezen. Daarna kwam er een periode dat studenten die niets van Boon gelezen hadden, toch wel van hem gehoord hadden.’

Het aantal lezers van LPB is inmiddels gedaald tot nul… Het aantal studenten dat LPB niet gelezen heeft, maar wel vermoedt dat er zoiets bestaan heeft als LPB, is helaas ook tot ongeveer nul gedaald. Een klein en volstrekt niet representatief onderzoek op Twitter wijst uit dat de helft van de respondenten ook niets van LPB gelezen heeft. Gelukkig heeft de andere helft wel iets van hem gelezen. Op vrijdagmiddag kan het glas maar beter half vol zijn.

Onder de boeken die genoemd werden wegens ‘Ja: namelijk…’ bleek Mieke Maaike’s obscene jeugd het meest voorkomend. U als geregelde bezoeker van Neerlandistiek bent uiteraard op de hoogte van LPB’s oeuvre. Daarom kunt u tijdens de vrimibo aan uw collegaatjes haarfijn uitleggen waar dat boek over gaat.

Manenschijn

Door Bas Jongenelen

Het verbaasd me niets dat werkwoordspelfouten erger gevonden worden dan fouten met de tusse-n. Laten we met de vrimibo een commissie oprichten die ervoor ijvert om de spelling met de vermaledijde n vrij te laten. Hondehok of hondenhok? Pannekoek of pannenkoek? Maneschijn of manenschijn? Kies wat je wilt. De oprichtingsvergadering begint bij de eerste ‘plop’ van vandaag.

Hun

Door Bas Jongenelen

Van uitstel komt afstel, dat is natuurlijk wat de 48,6% van de ondervraagden gedacht moeten hebben. Hun moeten er niet aan denken dat de Nederlandsche taal zo verloederd. Maar ja, dat gaat toch gebeuren. Ik had overigens gedacht dat het blokje ‘over 40 jaar’ groter zou worden als dat het nu is. En dat ‘over 10 jaar’ meer dan een kwart zou skoren? Nee. Afwachten dus, Over tien jaar spreken we mekaar er weer opnieuw over, okee? Gewoon weer op de vrimibo.

Toon Hermans

Door Bas Jongenelen

Uit een volstrekt niet representatieve steekproef onder Twitteraars blijkt dat Toon Hermans een plaatsje in de canon verdient. Onderzocht is niet ten koste van wie. W.F. eruit, Toon erin? De tijd zal het leren. Maar kent u eigenlijk een gedicht van Toon Hermans uit uw hoofd om vanmiddag tijdens de vrimibo (met een blokje kaas in de hand) te declameren? Misschien nog even oefenen? Laat u inspireren: https://www.youtube.com/watch?v=WGdiMt5iCH0.

Zeuven julij

Door Bas Jongenelen

Om geen verwarring te zaaien tussen 7 en 9 heeft ooit iemand bedacht dat het beter is om ‘zeuven’ te zeggen. Hetzelfde geldt voor juni en juli: julij moest het worden. Het had natuurlijk ook neugen en junij kunnen zijn, Of zaven en juloi. Of zijven en juleu. Volgens Twitter zijn zeuven en julij niet echt van deze tijd, vooral julij verkeert in een minderheid. De belangrijkste conclusie is dat de zeven-mensen eigenlijk nooit julij zeggen. Wat zeg jij eigenlijk? Tijd voor een glaasje jeneuver op de vrimibo.

Collegaatje

Door Bas Jongenelen

Zelf zeg ik nooit ‘collegaatje’ als het over een collega gaat. Als het niet over een collega gaat, zeg ik het trouwens ook niet. Er zijn mensen die het wel zeggen. 9,6% van de ondervraagden zegt wel eens ‘collegaatje’, helaas heb ik niet kunnen achterhalen waarom iemand dat woord gebruikt. Zeg je het alleen bij kleine collega’s? ‘Ik heb een collegaatje die niet bij de printer kan.’ Maar dan nog… Ik ga er dan toch vanuit dat je ‘collegaatje’ slechts achter zijn of haar ruggetje om zegt. Hoe doet u dat eigenlijk? Praat er vanmiddag bij het borreltje en het kaasplankje over met uw collegaatjes.