Auteur: Bas Jongenelen

Hongerige Wolf

Door Bas Jongenelen

Het sonnet is een van mijn favoriete literaire vormen, vooral als het om een sonnettenkrans gaat. Zodra ik ergens de getallen 14 of 15 in de omgeving van een sonnet zie, dan let ik extra op. Iemand wees mij op de dichtbundel Hongerige Wolf van Yur, een bundel van 15 sonnetten – nou, in die bundel was ik natuurlijk meteen geïnteresseerd. Ook omdat Yur het pseudoniem is van Jurrie Bosker (pseudoniem van R.K. Doff) en Bosker heeft eerder sonnettenkransen geschreven. Zij het niet al te strakke kransen. Zou Hongerige Wolf een echte sonnettenkrans zijn?

Lees verder >>

Orde van de Knalgaslamp (2)

Door Bas Jongenelen

Vorige week deed ik een oproep om de zeer beperkte lijst van knalgaslampwoorden aan te vullen. Een woord in de Orde van de Knalgaslamp (deze orde is geïnstalleerd door Lea Theunissen) is een samenstelling van drie eenlettergrepige zelfstandige naamwoorden die alle drie dezelfde klinker gemeen hebben. Bijvoorbeeld knalgaslamp, inktvisring en dakpanklas. Het is leuk om dit soort woorden te verzinnen (deurkleurzeur, drolkophond, draadplaatvlaai), maar om opgenomen te worden in de Orde van de Knalgaslamp moet je als woord bestaan zonder dat je wist dan je een knalgaslampwoord was. Woorden die speciaal voor de Orde verzonnen zijn, vallen af. Helaas dus voor de gangbangslang (het sociolect dat gesproken wordt als een groep mannen seksuele handelingen verricht met één vrouw). Maar niet getreurd, want er zijn op dit moment 61 woorden die voldoen aan de eisen. Van ieder woord op de lijst is nagegaan of er een bron van is. Dit zijn ze:

Lees verder >>

Orde van de Knalgaslamp

Foto: Lea Theunissen

Door Bas Jongenelen

Enkele jaren geleden zag Lea Theunissen (kunstenaar-dichter) voor het eerst een knalgaslamp in Teylers museum te Haarlem. Ze vond het – zeer terecht – een mooi woord en ze besloot de Orde van de Knalgaslamp op te richten. Woorden die toegelaten worden tot deze orde zijn samenstellingen van drie eenlettergrepige woorden die dezelfde klinker gemeen hebben. Het tweede woord in deze orde was snel gevonden: inktvisring. Daarna kwamen dakpanklas, veldwerkslet en Topdroprol.

Woorden als paashaaswraak en bromsnorhoofd zijn uitgesloten van lidmaatschap. ‘Paas’ is immers geen zelfstandig naamwoord. Bij bromsnorhoofd gaat het om de klinker o. De verdubbeling van de klinker is niet toegestaan. Bromsnorkop zou wel mogen. Maar dan komen we in de categorie ‘zelfverzonnen’ en de zelfverzonnen woorden zijn minder spannend. De mooiste knalgaslamp-woorden zijn immers die woorden die gespot zijn in het wild.

Ik weet zeker dat ik ooit (35 jaar geleden) het woord kutbrugsmurf gebruikt heb, maar dat woord is (op dit moment) niet op internet te vinden. En wat te denken van de tochtrolhond? Een tochtrol leg je bij de deur om de tocht tegen te gaan. Een tochtrol in de vorm van een hond is een tochtrolhond – helaas niet als één woord terug te vinden. Wel als twee woorden: ‘tochtrol hond’, maar dat telt niet.

De Orde van de Knalgaslamp heeft dringend nieuwe leden nodig. Uiteraard kunnen we die zelf verzinnen (worstkopdrol, luchtbrugslurf, gangbangslang, pinkliftfit), maar de betere woorden zijn gebruikt door iemand die niet op zoek was naar een knalgaslamp-woord. Heeft u ooit een ontmoeting gehad met zo’n woord? Laat het dan weten in de panelen hieronder.

Nieuw gedicht van Vondel

Het eerste stuk van het nieuwe gedicht van Vondel. Via www.nrc.nl

Door Bas Jongenelen

Zo vaak gebeurt het niet dat er een nieuw gedicht ontdekt wordt van een reeds lang overleden dichter. Dus als er een onbekend gedicht gevonden wordt van Joost van den Vondel, dan is dat een beetje wereldnieuws. Dat de Tokyose Koerier en het Rio de Janeirose Stadsblad er niet over schrijven is logisch, maar wij mogen het hier niet laten schieten. De ontdekking werd wereldkundig gemaakt in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (TNTL) door Ad Leerintveld en Vincent Klooster. Het is helaas wel een droevig gedicht, over de dood van de achtjarige Geertruidt Hinloopen Vermaes. Ik had liever dat er een vrolijk gedicht van Vondel gevonden was, over een vat vers gebrouwen bier of zo. Maar ja, dat heb je niet voor het zeggen.

Lees verder >>

Zoveel te doen

Door Bas Jongenelen

Onlangs hoorde ik op de radio ‘Zoveel te doen’ een van de hits van Toontje Lager. Ik moest daardoor denken aan de wijze les van Gerard Reve over tijdloze literatuur. In het openbare college ‘Echt gebeurd is geen excuus’ (opgenomen in de bundel Zelf schrijver worden) legt hij uit dat literatuur pas tijdloos kan worden als een verhaal in een duidelijke tijd geplaatst wordt. Het geeft de lezer houvast, de lezer weet in welke tijd het verhaal zich afspeelt en hij kan zich een voorstelling maken van de personages en hun handelen. Wanneer je een verhaal leest zonder dat je weet wanneer het zich afspeelt, dan tast je in het duister. Volgens Reve moet je zo duidelijk mogelijk zijn, het liefst met een datum erbij. Niet voor niets luidt de eerste zin van De avonden ‘Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte.’ Zo’n datum hoeft voor mij niet per se, maar er dienen wel aanwijzingen te zijn die mij als lezer vertellen hoe ik het verhaal moet plaatsen.

Lees verder >>

Gerrit Komrij-prijs 2018

Door Bas Jongenelen

De Gerrit Komrij-prijs 2018 gaat naar René van Stipriaan voor zijn enthousiasmerende boek De Hartenjager. De Hartenjager is de biografie van Gerbrandt Andriaensz. Bredero – en daarmee heeft Van Stipriaan het zichzelf niet makkelijk gemaakt. Er zijn amper biografische gegevens over Bredero! En toch beslaat de biografie 359 pagina’s.

In de media kreeg de dood van Bredero veel aandacht, omdat René van Stipriaan aan wist te tonen dat hij (Bredero) zelfmoord had gepleegd. Wie wil weten hoe die zelfmoord in elkaar stak, hoeft niet meer dan 100 pagina’s te lezen, want Van Stipriaan heeft zijn boek niet opgezet als een standaard biografie met de dood als einde. Het is zelfs eerder zo dat de zelfmoord van Bredero het vertrekpunt van het boek is.

Van Stipriaan heeft het in De hartenjager dus niet alleen over het leven en de dood van Bredero. Een groot deel van zijn boek gaat over diens roem: hoe is de schrijver voort blijven leven door de eeuwen heen. Dat klinkt voor sommige mensen misschien een beetje saai, maar de jury van de Gerrit Komrij-prijs vond dat juist bijzonder interessant.

Wat René van Stipriaan heeft gedaan, is precies wat de Gerrit Komrij-prijs voor ogen heeft: het enthousiasmeren voor de oudere letteren. Tijdens het lezen van De Hartenjager krijg je steeds zin om de werken van Bredero zelf te lezen. Maar dat wil je toch ook weer niet, want Van Stipriaan schrijft zo ongelofelijk goed, dat je gedwongen wordt om verder te lezen.

In 2012 is de Gerrit Komrij-prijs opgericht om de popularisatie van de oude letteren te eren. Komrij was gek op oude literatuur en hij heeft veel gedaan deze onder de mensen te brengen. De Gerrit Komrij-prijs gaat naar die persoon (of instantie) die het best / leukst / origineelst / etceterast de oudere literatuur onder de aandacht van een groot publiek weten te brengen.

Vorige winnaars waren:

2012: Ingrid Biesheuvel
2013: Rick Honings en Peter van Zonneveld
2014: Annemiek Houben
2015: Odilia Beck
2016: Elvis Peeters
2017: www.schrijverskabinet.nl.

Sonnettenkransenkransenkrans

Door Bas Jongenelen

Een sonnet is een gedicht van 14 regels en nog wat andere kenmerken. Een sonnettenkrans is een reeks van 15 sonnetten waarvan de eerste 14 aan elkaar gekoppeld zijn (de laatste regel van het ene sonnet is de eerste van het volgende) en waarvan het 15e sonnet bestaat uit of de eerste of laatste regels van de 14 voorgaande sonnetten en heet het meestersonnet. Een sonnettenkransenkrans is een krans van 14 sonnettenkransen en bestaat uit 211 sonnetten, de laatste regels van de 14 meestersonnetten vormen ook weer een sonnet: het grootmeestersonnet. Er bestaan (voor zover mij bekend) op dit moment 5 sonnettenkransenkransen, 1 ervan is Portugees, de overige 4 zijn Nederlands. Met 2 van die Nederlandse sonnettenkransenkransen is iets bijzonders aan de hand. Lees verder >>

Tweede sonnettenkransenkrans

Door Bas Jongenelen

In 2016 heb ik samen met 49 anderen een sonnettenkrans van sonnettenkransen geschreven, een sonnettenkransenkrans dus. Een sonnettenkransenkrans maak je door 196 sonnetten aan elkaar te koppelen om op mathematische wijze tot 211 sonnetten te komen. Het was een literair experiment, vooral om te onderzoek of het mogelijk was om 14 sonnettenkransen ineen te vlechten. Het bleek inderdaad mogelijk.

Twee jaar is de sonnettenkransenkrans een curiosum gebleven. Tot gisteren. Gisteren presenteerde Olax zijn sonnettenkransenkrans, getiteld Dichter bij het eind. De sonnettenkransenkrans is daarmee curiosum af en genre geworden. Dichter bij het eind is de tweede sonnettenkransenkrans ter wereld, maar de eerste die door één persoon geschreven is. Eenieder die het sonnet een warm hart toedraagt plaatst een bestelling bij de dichter zelf: olax@olax.nl.

Gerrit Komrij-prijs 2017 voor www.schrijverskabinet.nl

Door Bas Jongenelen

De Gerrit Komrij-prijs 2017 gaat naar www.schrijverskabinet.nl. De jury heeft vooral waardering voor de omvang van dit project, er werkten veel mensen aan mee en de onderwerpen waren ook nog eens heel divers. De achterliggende gedachte is zeer boeiend: het Panpoëticon Batavûm virtueel te reconstrueren en er zo veel mogelijk kennis over te krijgen en te delen. Eigenlijk is dat Panpoëticon een kast met schrijversportretten (begonnen rondom 1700), maar in de loop der tijd groeide het uit tot een groot project met beelden, lofdichten en wat al dies meer zij. In 1807 ontploft er een kruitschip in Leiden dat de halve binnenstad verwoest. Dus ook het Panpoëticon… De portretten raakten weg en verspreid.

Een paar jaar geleden startte een groepje wetenschappers onderzoek naar het Panpoëticon. Dit onderzoek mondde uit in wetenschappelijke publicaties én in een zeer toegankelijk website met veel informatie in gewonemensentaal. Nu is een site schrijven in normaal Nederlands al een aardige klus, maar als je ook nog eens heel veel mensen mee laat schrijven, dan is het net alsof je een kruiwagen met kikkers naar de overkant van de weg moet zien te krijgen. Lieke van Deinsen en Ton van Strien (de redactie van www.schrijverskabinet.nl) is het gelukt.

In 2012 is de Gerrit Komrij-prijs opgericht om de popularisatie van de oude letteren te eren. Komrij was gek op oude literatuur en hij heeft veel gedaan deze onder de mensen te brengen. De Gerrit Komrij-prijs gaat naar die persoon (of instantie) die het afgelopen jaar zijn best heeft gedaan om het best / leukst / origineelst / etceterast de oudere literatuur onder de aandacht van een groot publiek weten te brengen.

Tot nu toe heeft de Gerrit Komrij-prijs nooit tweede prijzen gekend, maar dit jaar zijn er zelfs drie. De MOOC Middelnederlands, Nobel streven van Frits van Oostrom en Vossensprongen van het Reynaerdgenootschap. Stuk voor stuk prachtige prachtige projecten/publicaties die de jury van harte aanbeveelt. Maar ja, er kan er maar een de winnaar zijn. De bokaal sturen we op naar het hoofdkwartier van www.schrijverskabinet.nl.

Vorige winnaars waren:

2012: Ingrid Biesheuvel
2013: Rick Honings en Peter van Zonneveld
2014: Annemiek Houben
2015: Odilia Beck
2016: Elvis Peeters.

Gerrit Komrij-prijs 2017

Door Bas Jongenelen

De Gerrit Komrij-prijs bestaat sinds 2012 en wordt ieder jaar in december door neerlandistiek.nl uitgereikt aan de beste / leukste / weet-ik-veel-watste popularisering van de oudere letterkunde.

Het is nog geen december, er is dus nog tijd genoeg om uw nominatie hieronder in het commentaardeel bekend te maken. Wie mag dit jaar volgens u de enige echte Gerrit Komrij-prijs winnen?

Bas Jongenelen: De laatste student Nederlands

Door Bas Jongenelen

Soms heb ik geluk in mijn leven. Zo heb ik mijn studie net lang genoeg weten te rekken om onder de dienstplicht uit te komen. Als ik een maandje eerder was afgestudeerd (had zo maar gekund), dan had ik moeten dienen. Over 25 jaar heb ik weer zo’n geluksmomentje. Dan wordt de beslissing genomen om de neerlandistiek af te schaffen. Maar niet per direct. Nee, de vijf studenten Nederlands krijgen nog drie jaar de tijd om hun studie af te maken. Een van hen studeert in Tilburg aan de lerarenopleiding van de Algemene Hogescholen Zuid-Nederland, mijn werkgever. Dit betekent dat mijn pensioen en de opheffing van de studie Nederlands netjes samenvallen. Lees verder >>

Bang! Kalk & glans!

Door Bas Jongenelen

 Meestal rijmt iets met opzet. Het komt zelden voor dat iets per ongeluk rijmt, dus als dat gebeurt, dan valt het op. ‘Hé, dat rijmt,’ zegt iemand. ‘Dus is het waar,’ antwoord je dan. Want als het rijmt, is er over nagedacht en dan zal het wel waar zijn. Soms rijmt er iets… net niet / net wel. De dichtvorm wisselspoor is hierop gebaseerd, op de vraag of woorden uit een andere taal eigenlijk wel rijmen op Nederlandse woorden. Rijmt ‘tweet’ wel echt goed op ‘niet’? Door ‘tweet’ bewust op ‘niet’ te laten rijmen, laat de auteur zien dat hij behendig is in taal. Het is heel bewust gedaan, er is geen sprake van toeval-rijm.

Lees verder >>

Sort / Airport

Door Bas Jongenelen

Rijmt ‘vrouwen’ op ‘paarden’? Nee. En onder elkaar?

Vrouwen
Paarden

Nee, nog steeds niet. Maar beide woorden eindigen op dezelfde klank: ‘en’. En als woorden hetzelfde klinken, dan rijmen ze toch? Nee. Rijm is klankovereenkomst van beklemtoonde lettergrepen. Dat geldt voor eindrijm het geldt ook voor alliteratie. Zo is de tricolon ‘Verslokt, verslindt, verteert’ uit P.C. Hoofts Gezwinde-grijsaard-sonnet geen volledige alliteratie. Alle drie de woorden beginnen met ‘ver’ en toch zijn er slechts twee allitererend: ‘verslokt’ en ‘verslindt’. Het gaat immers niet om de ver, maar om de sl. Op ver ligt geen klemtoon en dus telt die lettergreep niet mee met het rijm. Lees verder >>

Groepsmondelingen als tentamen literatuurgeschiedenis

Door Bas Jongenelen

Op de Fontys Lerarenopleiding Tilburg geef ik onder andere het vak Moderne Letterkunde aan de tweedejaars voltijdstudenten ‘bachelor of education in Dutch language and literature.’ Dit vak gaat over de Nederlandse literatuur van de twintigste eeuw (met uitzondering van de postmoderne jaren 80 en 90, deze worden in het eerste jaar behandeld bij Hedendaagse Letterkunde). Studenten volgen zestien hoorcolleges en zeven werkcolleges. Er wordt tijdens de colleges alleen maar gepraat over literatuur, er wordt niets over geschreven. Het tentamen echter was altijd schriftelijk. Dat vond ik niet eerlijk en representatief: een schriftelijke toets na louter mondelinge training? Nee. Tijd voor een mondelinge toets. Lees verder >>

Hoe niet-bestaande boeken ook gestolen kunnen worden

Door Bas Jongenelen

Als het niet waar is, is het goed gevonden. Een twaalfde-eeuwse student wil indruk maken op zijn ver weg wonende mentor en noemt in een brief een aantal titels van fictieve werken die hij in de kloosterbibliotheek van Saint Victor is tegengekomen. De mentor, een aanzienlijke geestelijke, vraagt de boeken op bij de kanunniken van de Parijse abdij. Als zij de gevraagde werken niet kunnen vinden, schrijven ze die uit angst voor gezichtsverlies maar zelf. Aldus ontstaan manuscripten als De patria diabolorum (‘Waar komen de duivels vandaan’) en De modo cacandi (‘Hoe te kakken’). De middeleeuwse student die met zijn fantasie de wereldliteratuur verrijkt, heet Baudolino en is de titelheld van de vierde roman van Umberto Eco.  Lees verder >>

Kransslagader

Door Bas Jongenelen

Lees dit gedicht van monnhauser:

papieren tissue

proppen in een la
avonden vol hoop
potlood, gom, etui
inval, zin, delete

eindeloze sleur
reviseer, herzie
eigenzinnig man
nietig is ie niet

tempert de ennui
inventieve klus
solitaire dwaas

strikt individu
uiterst mal idee
evengoed de baas

 

Wat valt op?

Lees verder >>

Wisselspoor

Door Bas Jongenelen

Iemand die zich ‘monnhauser’ noemt heeft ruim een maand geleden een nieuwe versvorm bedacht: Wisselspoor. Een wisselspoor is een gedichtje van drie regels met rijmschema aaa. Het middelste rijmwoord is echter oogrijmend op regel 1 en klankrijmend op regel 3. Dit ‘wisselwoord’ is meestal van buitenlandse komaf. Een metrum is verplicht, maar de auteur is vrij zijn metrum te kiezen. Een voorbeeld:

Die betoverende schone
Aan de zijde van Stallone
Is de eega van zijn zoon

Lees verder >>

Sonnettengenerator

Door Bas Jongenelen

Raymond Queneau heeft in 1961 een papieren sonnettengenerator gepubliceerd, ik heb er al eens eerder over geschreven. Het heeft lang geduurd voor deze in het Nederlands vertaald werd. Maar nu is hij er. Niet op papier, wel elektronisch. Pieter Breman heeft een generator gemaakt waarmee 120.291.408.044.097.638.400.000 sonnetten geschreven kunnen worden. Daar kunt u als poëzieliefhebber dus nog wel enige jaren mee vooruit. Sterker nog: ik denk niet iemand ze ooit allemaal zal kunnen lezen. We hebben er nu wel een nieuwe hobby bij: genereer een sonnet en schrijf er een mooie interpretatie bij. Aan de slag, we close readen iedereen de moeder. Waar is deze generator te vinden? Nou, HIER en klik op ‘genereer’.

Wie is het? Een naamspelletje

 Door Bas Jongenelen

Onderzoek toont aan dat ons gezicht erg lijkt op onze naam. Of dat onze naam lijkt op ons gezicht. Zo iets dus. Het woord ‘flutonderzoek’ ligt op mijn tong, maar zal ik hier niet gebruiken. Sterker nog: ik vind het zeer interessant allemaal. We hebben hier een mooie variant op het spelletje Wie is het? Er is alleen geen mogelijkheid om ja/nee-vragen te stellen, er is slechts de vraag ‘wie is het?’

Lees verder >>

Sonnettenmatrix

Door Bas Jongenelen

Vorige week en de week daarvoor had ik het over de sonnettenkrans en het sonnettenraam – maar het kan altijd nog gekker. Zo heeft Raymond Queneau in 1961 een sonnettengenerator bedacht: iedere regel kent tien varianten, zodat je 14 x 10 x eh… nou ja eh… heel veel sonnetten kunt maken. Deze generator is in boekvorm beschikbaar (prachtige uitgave (kopen dus)) en elektronisch. In het Nederlands is zo’n generator er nog niet, terwijl het redelijk eenvoudig is om er eentje te maken. Bij het rijmschema abba abba cde cde heb je slechts veertig a-rijmen en b-rijmen nodig. Met de rijmklanken -eren en -aat kom je heel ver, en als je er nog wat -aal en -ood tegenaan gooit, nou, dan moet het best lukken.

Peter Knipmeijer kwam onlangs met een ander idee, dat van de sonnettenmatrix. Een sonnettenmatrix bestaat uit veertien sonnetten die zowel horizontaal als verticaal te lezen zijn. Bovendien is er diagonaal (start linksboven) ook nog een sonnet te lezen, een soort meestersonnet. Voorwaar een nieuw literair genre! Het rijmschema van zo’n matrix was vlot gemaakt, zie de afbeelding bovenaan. Om te kijken of het ook mogelijk is om dat rijmschema invulling te geven heb ik snel (het moest deze week) een poging gewaagd. En ja, het is mogelijk (pdf). Of als jpg:

Mijn matrix rammelt nogal en ook het onderwerp is niet echt hoogstaand. Ik daag u dus uit om een betere en mooiere te schrijven. Dat mag natuurlijk ook in het Gronings.

Sonnettenraam, sonnettenkransenkrans en Groningen

Door Bas Jongenelen

Vorige week schreef ik over de geschiedenis van de sonnettenkrans in het Nederlands. Dat het altijd nog een beetje gekker kan, daar ga ik het zo over hebben. Bijna alle Nederlandstalige sonnettenkransen zijn geschreven door Nederlanders, er is één Vlaamse krans, die van Miguel Declercq. In ieder geval zijn er ook Groningse sonnettenkransen.

Lees verder >>

Sonnettenkrans

Door Bas Jongenelen

Sinds de poëzieweek van 2015 is er een beetje discussie over het fenomeen ‘sonnettenkrans’. Het poëzieweekgeschenk was een sonnettenkrans geschreven door Ilja Leonard Pfeijffer, getiteld Giro giro tondo, een obsessie. Er ontstond wat verwarring over de vraag of dit nu wel of niet de eerste sonnettenkrans in de Nederlandse literatuur was. Om maar meteen het antwoord hierop te geven: nee. Pfeijffer had er zelf al eens eentje eerder geschreven, maar ook die krans was niet de eerste. Wat is dan wel de eerste sonnettenkrans in de Nederlandse literatuur?

Lees verder >>