Search Results for: multatulileescursus

Voel je hoe vreeselyk ’t is dit te moeten zeggen van z’n kind?

De Multatulileescursus (60)

Door Marc van Oostendorp

– 1877! Het jaar waarin Multatuli eindelijk deel 7 van de de Ideeën voltooide.

– Ja, dat zou je eigenlijk uit de brieven en documenten die we deze keer lazen niet zeggen, dat het getob nu voorbij was. Want dit was een uitermate tobberig jaar.

– Ja, ‘verdrietig’, zoals hij voortdurend noemt. Hij was neerslachtig, misschien door alle voortdurende aanvallen op zijn persoon.

Lees verder >>

Ik vind men moest niet langer leven dan 50 jaar.

De Multatulileescursus (59)

Door Marc van Oostendorp

– Een van de zaken die je goed kunt bestuderen aan de hand van de brieven en stukken uit het najaar van 1875 en het jaar 1876, is het verschijnsel polarisering.

– Ik vind juist dat Multatuli in deze periode soms wat mat overkomt.

– Nee, ik bedoel ook niet zijn eigen werk, maar wat anderen over hem schrijven. Je hebt inmiddels zeer fanatieke bewonderaars en minstens even fanatieke haters….

Lees verder >>

Zulk een nieuwtje op den 1en April!

De Multatulileescursus (57)

Door Marc van Oostendorp

Johannes van Vloten

– We zouden deze week nog eens terugkomen op stukken uit 1875, en met name de recensies van Vorstenschool die hier zijn afgedrukt.

– Ja, zoals er indertijd kennelijk in de krant ook allerlei artikels verschenen over dat Multatuli mogelijk de repetities zou bijwonen, en dat hij indertijd de repetities had bijgewoond, en dat de eerste voorstelling misschien in Utrecht zou plaatsvinden, maar misschien ook niet, enzovoort.

Lees verder >>

Ik ben in oorlog met Douwes Dekker, die verlangt te deelen in mijn bewondering voor Multatuli

De Multatulileescursus (56)

Door Marc van Oostendorp

Mina Krüseman

– Het gedocumenteerde leven van Multatuli was ook echt nooit saai, hè. Ook in de stukken uit 1875 valt weer veel te smullen.

– Nou, voor mij waren het toch vooral wel héél veel recensies van Vorstenschool, dat in deze periode eindelijk in première ging, met Multatuli’s goede vriendin Mina Krüseman in de hoofdrol van Koningin Louise.

– Maar ondertussen zie je hier de verhouding met die ‘goede vriendin’ binnen een paar maanden tijd volkomen verzuren. En omslaan in ‘vijandschap’.

Lees verder >>

Iedere poging om eenvoudiger en natuurlijker te worden, wordt eerst bejegend met geschreeuw over gezochtheid

De Multatulileescursus (55)

Door Marc van Oostendorp

– Als je Een zaaier van Carel Vosmaer leest, begrijp je wel ongeveer wat Multatuli bedoelde als hij klaagde dat hij niet goed gelezen werd.

– Maar over Vosmaer had hij toch geen klachten? Hij…

– Nee, dat maakt het eigenlijk des te erger. Vosmaer was hem natuurlijk gunstig gezind…

– … hij was denk ik de eerste die een uitgebreidere studie aan zijn werk wijdde?

– … en bovendien was hij inmiddels een persoonlijke vriend. Maar het is allemaal van een zeer laag niveau. Hij komt nauwelijks aan een serieuze analyse toe omdat hij het zo druk heeft met omstandig verklaren hoe geweldig het allemaal is:

Met een enkel woord weet de dichter de fijnste snaren van de ziel te doen trillen, het geheele gemoed in beweging te brengen

– Ja, Een zaaier is meer een reclamebrochure. Zo worden ze tegenwoordig niet meer geschreven, een moderne criticus wil toch niet zo jubelen.

– De uitzondering in onze hedendaagse letteren is misschien Maarten ’t Hart?

Lees verder >>

De natuur heeft zich met Eduard vergist, hy had ’n meisje moeten zyn

De Multatulileescursus (54)

Door Marc van Oostendorp

G. Stuiveling. Bron: Wikipedia.

– We hebben vandaag de brieven en documenten uit het najaar van 1874 gelezen. Het is fijn dat de DBNL de editie van Stuiveling online heeft gezet, maar hij doet toch vooral ook voelen hoe fijn het zou zijn als er een nieuwe digitale editie kwam.

– Want?

– Die Stuiveling liet zich wel voelen, zeg. Altijd maar, in iedere twist, partij kiezen voor de grote held. Iedereen die kritiek had op de grote Multatuli had het natuurlijk bij het verkeerde eind.

– Dat bedoel ik nog niet eens. Ik bedoel meer dat hij van alles en nog wat niet afdrukte. In deze tijd wordt Multatuli duidelijk een onderwerp van heftig publiek debat. Maar het meeste daarvan krijgen we niet te lezen. Eigenlijk zou de Zaaier, de brochure die Vosmaer ter verdediging van de schrijver er in moeten staan, maar zeker ook alle kritiek. Dat wilde Stuiveling niet:

Lees verder >>

Door m’n al te vurig dichterlyk genie heb ik me daar laten verlokken tot ’n overdryving die zeer te betreuren is

De Multatulileescursus (53)

Door Marc van Oostendorp

– Jij zei indertijd dat de derde bundel Ideeën je favoriete boek van Multatuli was. Ik geloof dat voor mij de zesde bundel die status heeft.

– Vanwege Woutertje.

– Vanwege Wouter Pieterse inderdaad. Deze bundel bevat het grootste brok van die roman, en anders dan in eerdere delen zijn er niet van die hele lange onderbrekingen waarin Multatuli ineens zijn mening over van alles en nog wat wil geven.

– Klopt nu dat al deze belevenissen nauwelijks een rol hebben gespeeld in de Nederlandse letterkundige beschouwing? Meestal gaat het als het over Wouter gaat toch over de gedichtjes die meester Pennewip moet even of juffrouw Laps die een zoogdier is, kortom, over veel vroegere fragmenten

– Ik weet niet, heb je dat onderzocht?

Lees verder >>

Ik ben in myn kring de hoofdpersoon, en niet myn vrouw en kinderen noch Mimi!

De Multatulileescursus (52)

Door Marc van Oostendorp

Mina Krüseman als Louise (bron: Wikipedia)

– De brieven uit 1874 vormen een roman. Een roman met een duidelijk thema: Multatuli tussen vijf vrouwen.

– Vijf?

– Er is natuurlijk zijn vriendin Mimi, waarvan hier een paar heel mooie brieven en dagboekaantekeningen zijn opgenomen. Er is een meisje dat een tijdje bij Mimi en Multatuli is komen wonen samen met haar op sterven liggende broer en met wie Multatuli een troebele affaire begint. Er is de actrice Mina Krüseman die een stormachtige vriendschap begint met de schrijver en met Mimi. En dan helemaal aan het eind overlijdt, volkomen onverwacht, Tine.

– Ja, Multatuli lijkt daar geen moment echt om te treuren. Hij wil zijn zeventienjarige dochter Nonni – die hij al vier jaar niet heeft gezien – uit Italië ophalen en merkt tot zijn schrik dat zij daar helemaal niet van gediend is.

– Nonni is de vijfde vrouw.

– Een heerlijk deel vond ik dit, een soort scheikundig experiment. Hoe reageert de persoon Multatuli op zo verschillende persoonlijkheden.

Lees verder >>

ἐκ πάντων ἓν καὶ ἐξ ἑνὸς πάντα

De Multatulileescursus (51)

Door Marc van Oostendorp

– … en Hugo heeft op het laatste moment afgezegd!

– Zodat we deze week dus maar met zijn tweeën zijn. Misschien is het dan niet zo aardig om door te gaan met het bespreken van de Volledige Werken. Te veel mensen missen dat dan.

– Misschien kunnen we het dan een keer hebben over iets waar de meeste van onze vrienden niet echt voor lijken te komen: Multatuli’s stijl.

– Zijn stijl?

Lees verder >>

‘Mooi’ vinden beteekent niets

De Multatulileescursus (50)

Door Marc van Oostendorp

– Als ik een overkoepelend thema zou moeten geven voor de de brieven en documenten van 1873 in deel 16 van de Volledige Werken, zou ik zeggen: Multatuli en de kritiek.

– Hè, wat heerlijk, we krijgen college!

– Om te beginnen is er de wonderlijke correspondentie met eerst J.W.T. Cohen Stuart, en even later ook diens vader, A.B. Die J.W.T. is een student en bewonderaar van Multatuli en uit die bewondering door vrij onomwonden allerlei kritische vragen te stellen. Bijvoorbeeld stelt hij de netelige kwestie aan de orde dat Multatuli aan het eind van Max Havelaar wel allerlei grote woorden gebruikte, maar daar in de 13 jaar die er sinds publicatie waren voorbij geschreden, maar weinig van had waargemaakt:

Ik houd, tot nader order, de laatste strofe van uw verschrikkelijk boek voor onwaar.
Heeft U uw boek vertaald in de weinige talen die U kendet? Heeft U nieuwe talen aangeleerd, om daarin dat boek over te brengen? Heeft U uw boek vertaald in d’Oostersche Talen? Kendet Ge die wel?
Heeft U ‘Klewang-wettende krijgsliederen geslingerd in de gemoederen van hen, wien Ge hulpe hebt toegezegd, gij Multatuli’?
Heeft U den wettigen weg van geweld betreden?
Neen, neen, duizendmaal neen! Dat alles deed U nooit!

Lees verder >>

Weg met de ouders! Roep mee, papa!

De Multatulileescursus (49)

Door Marc van Oostendorp

– Vorige week zijn we niet erg ver gekomen met onze discussie van bundel V van de Ideën. Eigenlijk hebben we alleen Multatuli’s kritiek op Floris V van Bilderdijk echt behandeld.

– Dat is dan ook een onderschat deel van het Volledig Werk.

– Juist, daar hebben we het vorige week dus over gehad. Ik geloof echter dat er nog wel meer te bespreken is in deze bundel.

– Ik zou zeggen, brand los.

– De Wouter-geschiedenis! Die passage waarin Wouter bij de zogenaamd zo keurige juffrouw Laps moet komen die hem over de catechesatie zou overhoren, maar hem koekjes geeft en wil zoenen!

Lees verder >>

Wie niet meer weet dan uit ’n kroniekschryver te leren valt, deed beter te zwygen.

De Multatulileescursus (48)

Door Marc van Oostendorp

Willem Bilderdijk op zijn ziekbed

– Wat heerlijk dat Multatuli hier weer aan zijn Woutertje Pieterse begint! Dat is werkelijk mijn favoriete boek van hem.

– Je blijkt niet de enige te zijn. Aan het eind van deze vijfde bundel Ideën zegt hij dat heel veel lezers hem verzochten om met Wouter door te gaan.

– Ja, en om de soms tientallen pagina’s lange uitwijdingen af en toe wat in te korten.

– Of weg te laten. Ik vind dat ook vreselijk lastig lezen, dat zo’n verhaal voortdurend onderbroken wordt door bijvoorbeeld een omvangrijke kritiek op Floris V van Bilderdijk.

– Gelukkig voor jullie zijn er ook uitgaven van alléén het Wouter-verhaal.

– Maar menen jullie dat nu? Ik vind juist dat in dit deel heel duidelijk wordt hoe het verhaal een uitwerking is van de ideeën, maar omgekeerd de ideeën ook een uitwerking zijn van het verhaal.

Lees verder >>

Maar gij verwacht toch niet, dat de domste kerel alle vraagstukken onderzoeken zal?

De Multatulileescursus (47)

Door Marc van Oostendorp

Mimi Hamminck-Schepel

– We zouden het, nu we bij deel 15 zijn aanbeland, toch ook eens over die Volledige Werken kunnen hebben. Wat een clubblad was dat toch!

– Een clubblad?

– Ja, dat wonderlijke in memoriam van Henri A. Ett (1908-1982) waarmee het besluit, heb je dat gelezen?

– Ik wist niet dat het ook tot de stof behoorde.

– Garmt Stuiveling (‘voorzitter Multatuli-Genootschap’) en toevallig ook hoofdredacteur van de Werken, neemt de vrijheid om een overleden medewerker te herdenken, en dat in een stijve stijl vol ‘frasen’ waar Multatuli wel raad mee had geweten:

Ofschoon hij zich de laatste tijd, teruggekeerd naar de geliefde stad van zijn jeugd, aan de meeste werkzaamheden onttrok, is zijn dood een gevoelig verlies. Zijn nagedachtenis zal in onze kring in ere worden gehouden.

– ‘Onze kring’! Die van de Multatulianen!

– Mensen, mag ik eraan herinneren dat we ook nog tientallen brieven hebben gelezen van en aan Multatuli? Uit het voorjaar van 1873?

Lees verder >>

Stonde, kutwater of zoiets


De Multatulileescursus (46)

Door Marc van Oostendorp

– Uit de Vierde Bundel Ideën spreekt vooral: grote vermoeidheid.

– Huh? Er zijn weinig geschriften in de Volledige Werken die zo polemisch zijn. Vol vuur gaat hij erop in! Heel Nederland krijgt ervan langs!

– Misschien, maar de tekenen van vermoeidheid zijn er voortdurend. Je ziet die combinatie van polemiek en uitputting in zinnen als:

Ook ik hoop niet lang te leven – schoon ik nog veel te doen heb – maar hoef waarachtig van ’t banquet de la vie niet op te staan uit schaamte dat ik te veel genoot, en te weinig bydroeg.

– Dat is natuurlijk een gevolg van Multatuli’s schrijfritme. Doordat hij almaar doorschrijft, is het resultaat afhankelijk van zijn humeur van het moment. Er zijn weinig Nederlandse schrijvers die zoveel humeuren in hun werk laten zien als hij.

– En ik beweer dus dat het overwegende humeur in dit deel dat is van vermoeidheid. Of, zoals hij zelf zegt: verdriet.

– Het is mooi gezegd, maar ik vind het vooral langdradig, dat eindeloze jeremiëren over hoeveel onrecht hem is aangedaan. Ik moet toegeven dat ik af en toe een paar bladzijden heb overgeslagen.

Lees verder >>

‘Ik wil met jou naar bed toe gaan’ is fyn.

De Multatulileescursus (45)

Door Marc van Oostendorp

– In de brieven die we twee weken geleden lazen kon je zien dat Multatuli zich veel had voorgesteld van Vorstenschool. Hij vond dat hij sinds Max Havelaar werd doodgezwegen en hij hoopte dat hij dit met dit toneelstuk kon doorbreken.

– Is dat eigenlijk gelukt?

– Het is in ieder geval duidelijk dat het stuk na een aantal jaar na eindeloos aandringen van zijn grote bewonderaar, de energieke en originele Mina Krüseman, werd uitgevoerd en dat het lange tijd op het repertoire heeft gestaan van allerlei gezelschappen. Het is mij niet duidelijk of er daarna ook meer over zijn andere werk werd gesproken. Ik geloof het eigenlijk niet.

– Ik vond er eerlijk gezegd weinig smaak aan zitten, dat hele Vorstenschool. Multatuli was toch vooral een prozaschrijver. Die vijfvoetige jamben doen zijn stijl geen goed.

– Ja, maar dat zeg je als eenentwintigste-eeuwer. Multatuli probeerde hier duidelijk zijn boodschap te gieten in een kunstzinnige vorm die vooral zijn eigen tijdgenoten zou aanspreken: een drama in blanke verzen. Wat wil zeggen dat ze metrisch zijn, maar niet rijmen:

(…) Leven moet de mens,
Dat is: gevoelen, denken, werken, streven,
En vruchten dragen, honderd… duizendvoud!
Wie niet meer geeft dan hy ontving, is… nul,
En deed met z’n geboorte onnodig werk.’

Lees verder >>

Maar ’n arm mensch doet wat hy kan, en niet wat hy gaarne zou willen.

De Multatulileescursus (44)

Door Marc van Oostendorp

 

Schaakpartij Multatuli tegen J.L. Switzar

– Wat een eigenaardig boekje was dit, over Multatuli als schaker!

– Ja, de auteur vond het kennelijk ook een beetje mal, om ter gelegenheid van de 150e verjaardag van Multatuli (in 1970) een boekje te maken over iets dat nu toch niet echt centraal stond in het leven van de schrijver.

– Ik ben daar dol op! Alles weten over één persoon, die helemaal in beeld brengen! Inclusief zijn hobby’s van de oude dag.

– Ik wist niet dat jij zo’n fan was van Multatuli.

– Je hoeft toch ook geen fan te zijn. In zekere zin is Multatuli óók een toevallige voorbijganger, die allerlei interessante kanten had, die zich goed kon uiten, en tegen wie je dus op verschillende manieren kunt aankijken. Het gaat er niet om dat we hem bewonderen, maar dat we hem kunnen bekijken. Lees verder >>

Een dikbeschaduwd vraagteeken met vraagteekens er achter

De Multatulileescursus (43)

Door Marc van Oostendorp

– Een van de aardige ontdekkingen in de brieven uit 1872 is het plezier dat Multatuli als vakman bleek te beleven.

– Ja, hij had zich nog maar net tot beroepsschrijver uitgeroepen of hij leek het schrijverschap al zowaar leuk te vinden.

– Belangrijker was misschien wel dat hij zo’n goede én aardige uitgever had gevonden, G.L. Funke. Voor het eerst was er iemand bezig met iets van Multatuli’s werk te maken, en meteen wordt de schrijver een en al professional: uitgebreide beschouwingen over wat er allemaal gecorrigeerd moet worden…

– … Ja, of het probleem hoe je al die noten bij de Ideën eigenlijk moet zetten: onderaan de pagina in een kleiner font? Aan het eind van ieder Idee?…

Ik vrees, ik vrees, dat de noten altyd leelyk staan zullen. Ik zag dit reeds in by ’t schryven, maar wist geen andere manier. Achter in den bundel is nog onsmakelyker.

– … een probleem dat uitgevers nog lang zou plagen, en pas zou worden opgelost door de komst van hypertekst.

– Een ander grappig voorbeeld is dat hij denkt dat de Ideën geïllustreerd moeten worden. Hij geeft daar aan zijn uitgever een aantal voorbeelden van.

– Maar dat zijn nu niet bepaald inspirerende voorbeelden:

Lees verder >>

Seuren

Door Marc van Oostendorp

De Multatulileescursus / Sprachwissenschaftliche Beihefte I

Er zou een aardige studie te maken zijn van de spelling van Multatuli. Er zijn natuurlijk de in het oog springende details – de y in plaats van ij (hy lydt) en het feit dat Douwes Dekker mens schreef voor mensch als hij even de kans kreeg –, maar interessanter nog zijn de details. Omdat hij zich niet sterk richtte op bijvoorbeeld de spelling van De Vries en Te Winkel, is niet altijd duidelijk waar hij zich op richtte.

Zo spelde hij altijd seuren. Het woord komt niet heel vaak voor in de Volledige Werken, maar toch wel af en toe, en voor zover ik heb kunnen nagaan, wordt het dan altijd met een s gespeld. Andere woorden die de meesten met een z schrijven, schrijft hij ook met een z. Multatuli’s tijdgenoten lijken niet dat systeem te hebben gevolgd: meestal schreven ze zeuren en zuur, al hield een enkeling ook vast aan het wat ouderwetsere seuren en suur. Dat doet vermoeden dat Multatuli een reden heeft gehad voor deze spelling, en de meest plausibele is dat hij seuren inderdaad met een s uitsprak.

Lees verder >>

Het medelyden met den gevallen adelaar sluit geen eerbied uit, maar ’n struikelende schildpad is bespottelyk

De Multatulileescursus (42)

Door Marc van Oostendorp

– Ik vind het wonderlijk dat één van de langste essays van Multatuli, Duizend en enige hoofdstukken over specialiteiten, gaat over een zo miniem onderwerp.

– Miniem?

– Ja, de vraag of het nodig en wenselijk is mensen in de Kamer komen vanwege specialistische kennis. Ik geloof toch echt niet dat dit een kwestie is waar we nu nog mee zitten.

– Maar dat is toch ook niet de enige vraag in het boekje? Het waaiert al snel uit. Het blijft wel in dit geval, veel meer dan in al Multatuli’s andere werk, cirkelen om dat hoofdthema, maar dat gaat al heel snel niet meer alleen over de Kamer, maar over de veel bredere vraag naar het nut van vakmensen en specialisten. Ergens aan het eind formuleert hij het in ‘twee hoofdvragen’:

Lees verder >>

Wie den Javaan dom noemt, heeft slechts gelyk in zoverre als zekere gebreken in het denkvermogen allen mensen aankleven

De Multatulileescursus (41)

Door Marc van Oostendorp

– Misschien had Multatuli dít boekje beter Divagatiën over zeker soort van liberalismus kunnen noemen en niet Nog eens: Vrye Arbeid in Nederlandsch Indië.

– Je bedoelt dat dit boekje veel meer over het liberalisme gaat dan het vorige? Maar dan toch alleen over de politieke variant?

– Die wordt hier dan ook zeer zorgvuldig ontleed. Precies het probleem dat mensen tegenwoordig aan het neoliberalisme verbinden, bestond voor Multatuli toen al: liberalen zeggen allerlei mooie idealen na te streven – vrijheid voor allen –, maar als je beter kijkt gaat het om rauw kapitalisme, de vrijheid om over de ruggen van anderen geld te verdienen.

Lees verder >>

Mijn innige overtuiging is, dat er slechts een praktisch wapen is, het heet geweld

De Multatulileescursus (40)

Door Marc van Oostendorp

– Het is ook wel aardig aan het werk van Multatuli dat enkele van de grootste lezers van de afgelopen anderhalve eeuw zich aan zijn werk hebben gewijd. Lezers zoals J.J. Oversteegen, van wie we vandaag dan zijn De redelijke Natuur. Multatuli’s literatuuropvatting gelezen hebben.

– Ja, voor een schrijver die zo veel klaagde dat ‘men niet lezen kan’ is Douwes Dekker goed bediend.

– Het aardige is dat Oversteegen in dit boekje goed laat zien wat dat eigenlijk is, goed lezen volgens Multatuli: lezen met volledige inzet. Lezen moet een ontmoeting zijn, alleen de moeite waard als de schrijver het onderste uit de kan haalt, maar ook de lezer alles geeft: al zijn aandacht, al zijn kritische zin. Het is geen lolletje, lezen en schrijven – er staat enorm veel op het spel. En er kan ook veel uit komen, volgens Multatuli:

Wanneer we dan by dat alles nog letten op ’t verschil der zieletoestanden van de beschouwers, die ’n kaleidoskopische oneindigheid van opvatting te-weegbrengen, waaraan de kunstenaar zelf niet kan gedacht hebben – omdat deze, hoe universeel ook van opvatting, toch altyd slechts éénling blyft – dan komen wy tot de slotsom dat Kunst ’n schatkamer is, waaruit zorgvuldige gebruikers meer weten te putten dan de bekwaamste rentmeester daarin neerlegde.

Lees verder >>

Ik was ’n kind en had ’n woord opgevangen dat ik niet verstond: kaarsmooi

De Multatulileescursus (33)

Door Marc van Oostendorp

– Het is bij de correspondentie van publieke personen altijd interessant om de discrepantie te zien tussen wat ze privé schreven en wat ze in de openbaarheid brachten.

– Is Multatuli nu niet bij uitstek één van de schrijvers bij wie die zaken in elkaar overlopen?

– Dat lijkt me een misverstand. In de brieven in deel 14 klaagt hij bijvoorbeeld in bijna iedere brief dat hij zo moe is, dat de fut eruit is. Terwijl we vorige week net hebben geconstateerd dat het derde deel van de Ideeën dat hij toen voltooide een van de vitaalste boeken in zijn oeuvre is.

– Nou ja, dat constateerde jij.

– Hij schrijft bijvoorbeeld aan Roorda, zijn belangrijkste correspondent in dit jaar: Lees verder >>

Wie ’t betwyfelt, wordt veroordeeld tot het opzetten van ’n zwemschool voor jonge eenden

De Multatulileescursus (32) [dubbeldikke aflevering]

Door Marc van Oostendorp

– Nu we deze derde bundel Ideën uit hebben, wil ik zeggen: dit is Multatuli op zijn best. Als iemand mij vraagt, wat mijn lievelingsboek van deze schrijver is, zeg ik: de derde bundel Ideën.

– Dat klinkt een beetje excentriek. Het is toch maar een stukje van een groter geheel.

– Dat is achteraf het nadeel van dat idee van de Ideën. In zijn eigen tijd werkte het: het was een eenpersoonstijdschrift waarop je je kon abonneren. Maar in de loop der tijd is het een enorme kolos geworden, alsof je eigenlijk al die bundels allemaal gelezen moest hebben om er iets over te zeggen. Het klinkt heel gek om te zeggen dat één deel daaruit je favoriete boek is, maar in dit geval is dat toch heus zo.

– Toch is dit boek onlosmakelijk met al het andere werk van Multatuli verbonden.

– Ja, maar als je dat een bezwaar vindt, kun je dus eigenlijk geen enkel boek van Multatuli als je lievelingsboek beschouwen. Lees verder >>

Niets doen, niet streven, is in stryd met de gehele Natuur

De Multatulileescursus (31)

Door Marc van Oostendorp

– Het is aan het begin van deze Derde bundel Ideën duidelijk dat Multatuli inmiddels besloten had om broodschrijver te worden.

– Ja, een groot deel van de Ideën bestaat uit reflectie op het schrijverschap.

– Of minstens even belangrijk: het redenaarschap. Daarover heeft hij eigenlijk nog meer te zeggen dan over het schrijverschap. Alsof hij besloten had broodspreker te worden.

– Heel grappig vond ik zijn parodie op het gekwebbel waarop een redenaar die in een stadje gaat optreden wordt onthaald. Vanaf het moment dat men hem van het station ophaalt.

– Lees eens voor, dat kun jij zo mooi!  Lees verder >>