Twee keer zo groot als Texel en andere gevoelsmaten

Door Marten van der Meulen

Bij sommige dingen moet je meteen aan één persoon denken. Chomsky = taal en anarchie, Sjakie = chocolade, Frenkie = dribbels. Bij mij denken meerdere mensen blijkbaar aan geografische vergelijkingen, door Ewoud Sanders wel ‘gevoelsmaat’ genoemd. Zo kreeg ik vorige week dit bericht van @joostnagtegaal:

@MartenvdMeulen Een nieuwe topografische groottevergelijking (is hier al een vakterm voor?):”Niue is een klein eiland in de Grote Oceaan, ter grootte van de gemeente Goeree-Overflakkee” https://t.co/KrHUdB7yiV— Joost (@joostnagtegaal) January 27, 2021

En gisteren kreeg ik er wéér een bericht met een vergelijking, dit keer van @GVR73:

@MartenvdMeulen Voor je verzameling: “(…) de ijsschots – die aanvankelijk de grootte had van de provincies Noord-Holland en Utrecht samen – (…)” 😉 https://t.co/i1mVoowx6O— Rutger Kiezebrink 🎵 (@GVR73) February 4, 2021

Tijd om hier weer eens in te duiken: hoe werken vergelijkingen met eilanden en provincies als gevoelsmaat?

Vergelijkingsmateriaal

Ik schreef eerder al eens over vergelijkingen van het type ‘X ter grootte van Y’, zoals hierboven staat. Het werd duidelijk dat ieder land zijn eigen standaardvergelijking heeft (Nederland heeft Utrecht, Groot-Brittannië heeft Wales, Duitsland heeft Saarland). Maar ook zag ik juist veel variatie: van Rome tot Haïti. De vergelijkingen zijn ontzettend interessant, zowel vanuit cognitief oogpunt (hoe ervaren of verwerken mensen dit soort vergelijkingen?) als vanuit cultureel-evolutionair perspectief (hoe werkt de canonisatie van deze vergelijkingen, waarom zijn bepaalde vergelijkingen ‘succesvol’?).

Aansluitend op dat laatste punt vroeg ik me af waarom sommige vergelijkingen voorkomen, en wat voor rol frequentie van het begrip daarbij speelt. Al decennialang is duidelijk dat frequentie bij allerlei taalfenomenen een cruciale rol speelt. Hoe vaak iets voorkomt kan invloed hebben op hoe veranderingen werken, of welke woorden wel of niet worden opgepikt. En misschien zorgt het er ook voor dat bepaalde vergelijkingen vaker worden gebruikt. Dat klinkt logisch: als we het sowieso vaker over iets hebben, dan zal het ook wel vaker voorkomen als gevoelsmaat.

Eilanden

Ik nam het voorbeeld van Joost als uitgangspunt, omdat het een lekker kleine klasse woorden geeft. Welke Nederlandse (schier)eilanden worden hoe vaak gebruikt, en hoe vaak worden ze als vergelijking gebruikt? Voor het eerste gebruikte ik online corpus COW (±7 miljard woorden), maar voor de vergelijkingen leverde dat te weinig op, dus googlede ik gewoon op “ter grootte van X” en “groot als X”, bijvoorbeeld zo (ik weet dat de voorbeelden dan wegvallen, maar het is maar een lossepolsonderzoekje). Dat leverde de volgende resultaten op:

Texel, Terschelling en Schiermonnikoog worden het vaakst gebruikt in vergelijkingen, maar afgezet tegen hoe vaak de eilanden überhaupt worden genoemd valt Terschelling weg en komt Rottumeroog als verrassende winnaar uit de bus. Hoe dan ook zat het Amelandse persbureau dat ooit ‘trots’ zei “Ameland is de maat voor natuurverschijnselen en uitvloeisels van rampen” er flink naast.

Wat betreft Waddeneilanden is er wel iets voor te zeggen dat hoe vaker ze voorkomen, des te vaker ze worden gebruikt in vergelijkingen. Maar helemaal kloppen doet het niet, want bijvoorbeeld Schiermonnikoog wordt verhoudingsgewijs veel vaker genoemd dan Terschelling. En als we ook naar Zeeland kijken klopt er niks van. Het is duidelijk dat die (schier)eilanden sowieso minder populair zijn, zowel als we kijken naar pure frequentie en aantal vergelijking, maar zeker ook verhoudingsgewijs.
Wat trouwens ook opvalt: eilanden worden vaak gebruikt als vergelijkingsmateriaal voor andere eilanden:

1. Samsø, een winderig eilandje ongeveer dubbel zo groot als Ameland
2. Sint-Eustatius en Saba zijn samen net zo groot als Vlieland
3. een afgelegen Polynesisch eilandje ter grootte van Texel

Provincies

Wat betreft eilanden is het dus niet per se zo dat vaker genoemd ook vaker vergeleken betekent. Hoe zit dat met provincies? Dit is ietsje lastiger (vanwege Groningen en Utrecht als provincie en plaats, en Nieuw-Zeeland, hoewel ik die laatste er vrij makkelijk uit kon filteren), maar ik probeerde het toch, en zie hier:

Het lijkt er inderdaad op dat Utrecht en Groningen wat problemen opleverden, want er is geen reden om aan te nemen dat juist deze twee provincies véél vaker worden genoemd op internet dan de andere. Het is daarom moeilijk te zeggen of Utrecht, dat wel het vaakst wordt gebruikt als vergelijking, ook verhoudingsgewijs vaak wordt gebruikt. Noord-Brabant springt er wat dat betreft wel duidelijk uit. 

Sowieso valt op dat provincies en eilanden in dezelfde orde van grootte zitten qua aantallen vergelijkingen, maar dat verhoudingsgewijs eilanden veel vaker gevoelsmaat zijn. Ze komen namelijk veel minder voor in algemeen gebruik.Pure frequentie van de provincie lijkt ook niet te voorspellen hoe vaak die voorkomt als gevoelsmaat. Wat doet dat dan wel? In eerdere gesprekken op Twitter ging het over de vorm. Gelijkvormigheid lijkt me een handig cognitief mechanisme. Het is makkelijker een cirkel voor te stellen dan een ongelijkvormige nonadecagoon. Misschien kan iemand voor mij berekenen wat de rondste provincie is? Maar intuïtief lijkt Drenthe me ronder dan Utrecht. Waarom wordt die provincie dan niet vaker gebruikt? Misschien is het een samenspel van vorm en frequentie?

En nu

Het is allemaal een beetje fingerspitzengefühl, en ik weet dat er nog wel andere Nederlandse eilanden zijn. En er zijn bovendien nog veel vragen: als het dus niet frequentie is, wat verklaart de vergelijking dan wel? Is het toch alleen vorm, of is er sprake van canonisatie? Of zijn er nou eenmaal meer objecten/gebieden ter grootte van Utrecht en Texel? Ben ik een of ander historische-staatkundig-geografisch fenomeen op het spoor? Maar dit was al véél te veel werk voor een wekelijkse blogpost, dus ik laat het voorlopig even hier bij. Mocht ook u, lezer, een interessante vergelijking zien, opdat u het melde! Dankbaarheid ter grootte van Tol Eressëa zal u ten deel vallen.

Dit stuk verscheen eerder op het weblog van Milfje Meulskens
Afbeelding van Evgeni Tcherkasski via Pixabay