Top 40 van de Gouden Eeuw – 12a

Door Margot Kalse en Olga van Marion

Om opnames en uitgave van de Top 40 mogelijk te maken, zijn wij een crowdfundingsactie gestart: steunleiden.nl/project/top-40-van-de-gouden-eeuw .
Doneer nu en ontvang de cd en/of het liedboek als beloning!

Nederlanders zingen heel veel, niet alleen in kerken en koren, maar ook op feestjes, bij bruiloften en onder de douche. Dat doen ze al eeuwen. Wie verliefd of verlaten is zingt een popliedje, wie in nood is het Wilhelmus of een psalm, en wie een kind in slaap sust een wiegenlied. Een gouden tijd voor het Nederlandse lied is de periode van de late zestiende en de zeventiende eeuw, wanneer al die liedjes verzameld in liedbundeltjes op de markt komen, geschikt voor jong en oud. Muzieknotatie is niet nodig, want de boekjes bevatten contrafacten: teksten van liedjes met aanduiding van de bekende melodie waarop ze gezongen kunnen worden.
Voor de Top 40 van de Gouden Eeuw hebben we de veertig populairste melodieën uit de Nederlandse Liederenbank geselecteerd, die destijds in het Nederlandse taalgebied het meest gebruikt zijn. Bij deze melodieën hebben we mooie, ontroerende en verrassende liedteksten uit die tijd gezocht om Nederlandstaligen van nu in staat te stellen kennis te maken met de rijkdom van dit cultureel erfgoed. Iedereen kan nu met behulp van de muzieknotatie of de midi-files de liedjes leren zingen. Van tijd tot tijd zullen we een exemplaar uit de Top 40 publiceren, tot we bij de allerpopulairste melodie op nummer 1 zijn.

De lustelijke mei is nu in de tijd

Op deze vrolijke melodie zijn ruim driehonderd contrafacten geschreven, van de zestiende tot in de achttiende eeuw. Onze melodiebron, de Souterliedekens uit 1540, is een bundel van alle 150 psalmen berijmd in het Nederlands, en geschreven op populaire wijsjes van de straat en uit de café’s: liefdesliedjes, smartlappen, drinkliederen, ballades. Heel slim van de dichter – volgens de traditie de Utrechtse edelman Willem van Zuylen van Nyevelt, die voorzag dat hij op deze manier ook de jeugd aan het psalmzingen kon krijgen. Dat is hem gelukt, de bundel is lange tijd zeer populair geweest.
In de tekst ‘Den lustelijcken mey’ horen we een minnaar te midden van een groep jongens de maand mei bezingen, waarin niet alleen de natuur maar ook de liefde opbloeit. De vrijers trekken langs de huizen van de aanbeden meisjes om een meitak aan te bieden: een bloesemtak die als een teken van liefde aan hun vensters bevestigd wordt. Ook doen de jongens een oproep om een meiboom uit het bos te halen en ‘in te brengen’, te planten in het midden van het dorp of de stad. Om die boom kon tijdens het meifeest gedanst worden.

3. Die nachtegael singhet nacht ende dach
Met menich dierken cleyne,
Want ghi die Venus doet gewach
Wendt u ten veldekens reyne;
ende wilt ons comen bi,
U, weerste lieveken, ic ende ghi,
en acht gheen nijders bespringhen
ende helpt ons den mey in bringhen.

4. O Venus, had ick mijn lieveken alleyn,
Het soude mijnder herten lusten;
ende wi tsamen laghen op een beddeken cleyn
Daer ick bi haer mocht rusten;
ende wi daer speelden moedernaect
Alsomen die bervoetekinderkens maect,
So soude ic mijn lieveken ghebruycken
Ende in mijn armkens luycken.

5. Amoreuse lievekens zijn hier vergadert,
This elcken een melodie.
Als deen gesichte dander verclaert,
Scout alle melancolie.
Haer caecxkens zijn van coluere root
Ende hoe menich versuchten groot
geeft elc zijn liefken int wesen!
Een soenken van u, schoon lief, salt genesen.

6. Oorlof, princelijc lief seer amoreus,
Nu bidde ic u om een bede:
Neemt desen mey in dancke seer coragieus
Ende bewaert hem na reynder sede;
Thoont ons u ghetrouwige jonste fier
Al onder desen soeten eglentier!
Wilt uut den slape ontspringen
Ende helpt ons vrolijc singhen!

Men mach u niet u versadenjullie kunnen er geen genoeg van krijgen
virtuytkracht
ruytkwinkeleert
vruecht orboorengenieten
solaesplezier
juechtbloei
van rokenvan geur
pleynveld
meyschen daudauw van de mei
bespoeyenbevochtigen [de bron leest: bepoeyen]
Venus doet gewachde mond vol heeft van Venus
weerstedierbaarste
nijders bespringhenspot van afgunstigen
den meyde meiboom
alleynvoor mezelf alleen
Alsomenzoals men
bervoetekinderkensbabies
ghebruyckengenieten van
elckenvoor elk
verclaertlaat glimmen van genoegen
Scoutverdwijnt
Haer caecxkenshun wangetjes
versuchtenzuchten van verlangen
OorlofAls u mij toestaat
meymeitak
seer couragieusvan ganser harte
na reynder sedezoals het hoort
jonstegenegenheid
eglentierrozenstruik

Tekst uit: Een schoon liedekens. Boeck inden welcken ghy in vinden sult. Veelderhande liedekens. Oude ende nyeuwe Om droefheyt ende melancolie te verdrijven. Item hier sijn noch toe ghedaen Meer dan Veertichderhande nyeuwe liedekens die in gheen ander liedekens boecken en staen. Hier achter aen vervolghende (Antwerpen: Jan Roulans, 1544), fol. 15v.-16r http://www.dbnl.org/arch/_ant001antw06_01/pag/_ant001antw06_01.pdf (pdf p. 16)
Melodie uit: Willem van Zuylen van Nyevelt, Souter liedekens Ghemaect ter eeren Gods, op alle die Psalmen van David: tot stichtinge en een gheestelijcke vermakinghe van allen Christenmenschen (Antwerpen: Symon Cock, 1540) https://books.google.nl/books?id=8NlNAAAAcAAJ (pdf p. 169)