Top 40 van de Gouden Eeuw – 17

Door Margot Kalse en Olga van Marion

Om opnames en uitgave van de Top 40 mogelijk te maken, zijn wij een crowdfundingsactie gestart: steunleiden.nl/project/top-40-van-de-gouden-eeuw
Doneer nu en ontvang de cd en/of het liedboek als beloning!

Nederlanders zingen heel veel, niet alleen in kerken en koren, maar ook op feestjes, bij bruiloften en onder de douche. Dat doen ze al eeuwen. Wie verliefd of verlaten is zingt een popliedje, wie in nood is het Wilhelmus of een psalm, en wie een kind in slaap sust een wiegenlied. Een gouden tijd voor het Nederlandse lied is de periode van de late zestiende en de zeventiende eeuw, wanneer al die liedjes verzameld in liedbundeltjes op de markt komen, geschikt voor jong en oud. Muzieknotatie is niet nodig, want de boekjes bevatten contrafacten: teksten van liedjes met aanduiding van de bekende melodie waarop ze gezongen kunnen worden.
Voor de Top 40 van de Gouden Eeuw hebben we de veertig populairste melodieën uit de Nederlandse Liederenbank geselecteerd, die destijds in het Nederlandse taalgebied het meest gebruikt zijn. Bij deze melodieën hebben we mooie, ontroerende en verrassende liedteksten uit die tijd gezocht om Nederlandstaligen van nu in staat te stellen kennis te maken met de rijkdom van dit cultureel erfgoed. Iedereen kan nu met behulp van de muzieknotatie of de midi-files de liedjes leren zingen. Van tijd tot tijd zullen we een exemplaar uit de Top 40 publiceren, tot we bij de allerpopulairste melodie op nummer 1 zijn.
In het boekje waarin alle liedjes verschijnen, willen we uw commentaar graag verwerken.

Belle Iris

De oorsprong van deze melodie is een muziektheaterstuk voor het Franse hof van de componist Jean-Baptiste Lully en de dichter Isaac de Bensérade: Ballet Royal de l’Impatience. Bij de première op 19 februari 1661 in het Louvre speelde koning Lodewijk XIV de rol van ‘un Grand amoureux’, die in de eerste scène een serenade brengt aan zijn maîtresse, met de tekst ‘Sommes nous pas trop heureux, Belle Iris que vous en semble?’ Hier komt onze wijsaanduiding ‘Belle Iris’ vandaan, evenals ‘Sommes nous pas trop heureux’ en ‘Sur le Balet Royal’, waarmee de melodie ook wel wordt aangeduid. Wij hebben de muziek ontleend aan het handschrift Finspong (ca. 1690), een Recueil de Pieces de musique waarvan transcripties te vinden zijn in de Nederlandse Liederenbank. In de tekst ‘Klagte van een min-sieke Maegt’ die wij voor deze melodie gekozen hebben uit de bundel Het Soes-dijcker Nachtegaeltje, vraagt een vrouw een speciaal cadeau aan Sinterklaas. Ze hoeft geen snoepgoed, ze heeft liever een vrijer, ‘Die mijn minne-lust voldoet’. Tot nu toe heeft ze elk jaar gekregen wat ze verlangde, van mooie oorbellen tot kanten zakdoeken, maar nu wil ze een leuke en betrouwbare vent – geen flierefluiter – die ook goed is in bed. Als daar dan een kindje van komt, zal ze het uit dankbaarheid ‘Klaasje’ noemen.

Klagte van een min-sieke Maegt. Stem: Bell’ Iris.

3. Wat mijn hert maer heeft begeert,
Kreegh ick van u alle Jaren,
Maer ick moet u nu verklaren
Wat dat nu mijn herte deerdt:
‘k Bidde doch hoort u slavinne,
Die van minne-lusten brandt:
Neyght tot my eens vrijers sinne,
Die my op Trouw geeft sijn handt.

4. Gunt my doch een goet mans kind,
Niet te oudt of jongh van jaren,
En in menig’ Const ervaren,
Die my als sijn ziel bemindt:
Geenen dobbelaer of tuysscher,
Geenen dronckaert of lichtmis,
Maer die sich draegt reyn en kuysscher,
En wel rap van leden is.

5. Gundt my doch sulcken man,
Die sijn huys wel kan regeeren
En sijn vrouw wel weet te eeren,
En in ’t bedt onthalen kan:
Die mijn in sijn lieve armen,
Door soete lief-kosery
Tracht my dickwils te verwarmen:
Och! dan sou ick wesen bly.

6. Krijgh ick dan een jonge soon,
Als ick in de kraam sal leggen,
‘k Sal met blijder stemme seggen:
Sint Niclaes is mijn Patroon,
Sint Niclaes sal Peet-oom wesen,
De Naem van ’t Kindt sal Klaesje zijn.
Want door hem ben ick genesen
Van mijn smarte en minne-pijn.

Pendantenoorbellen
Naelthaarspeld
eens vrijers sinnede liefde van een jongeman
tuysschergokker
lichtmislosbol

Tekst uit: Het Soes-dijcker Nachtegaeltje, Singht en Queelt met de Herders en Herderinnetjes, de nieuwste, raerste Amoureuse Liedekens, Vrijagie, en andere Snaeckery (Amsterdam: de Weduwe Loots-Man [na 1678]), pp. 38-39 https://www.dbnl.org/tekst/_soe002soes01_01/_soe002soes01_01_0019.php
Melodie uit: Recueil de Pieces de musique, Handschrift FinspongMS9098: familie de Geer, deel 2 (ca. 1690), p. 11, lied nr. 158. Transcriptie door Wouter Steenbeek in http://www.liederenbank.nl/image.php?recordid=152232&lan=nl