Top 40 van de Gouden Eeuw – 16

Door Margot Kalse en Olga van Marion

Om opnames en uitgave van de Top 40 mogelijk te maken, zijn wij een crowdfundingsactie gestart: steunleiden.nl/project/top-40-van-de-gouden-eeuw
Doneer nu en ontvang de cd en/of het liedboek als beloning!

Nederlanders zingen heel veel, niet alleen in kerken en koren, maar ook op feestjes, bij bruiloften en onder de douche. Dat doen ze al eeuwen. Wie verliefd of verlaten is zingt een popliedje, wie in nood is het Wilhelmus of een psalm, en wie een kind in slaap sust een wiegenlied. Een gouden tijd voor het Nederlandse lied is de periode van de late zestiende en de zeventiende eeuw, wanneer al die liedjes verzameld in liedbundeltjes op de markt komen, geschikt voor jong en oud. Muzieknotatie is niet nodig, want de boekjes bevatten contrafacten: teksten van liedjes met aanduiding van de bekende melodie waarop ze gezongen kunnen worden.
Voor de Top 40 van de Gouden Eeuw hebben we de veertig populairste melodieën uit de Nederlandse Liederenbank geselecteerd, die destijds in het Nederlandse taalgebied het meest gebruikt zijn. Bij deze melodieën hebben we mooie, ontroerende en verrassende liedteksten uit die tijd gezocht om Nederlandstaligen van nu in staat te stellen kennis te maken met de rijkdom van dit cultureel erfgoed. Iedereen kan nu met behulp van de muzieknotatie of de midi-files de liedjes leren zingen. Van tijd tot tijd zullen we een exemplaar uit de Top 40 publiceren, tot we bij de allerpopulairste melodie op nummer 1 zijn.
In het boekje waarin alle liedjes verschijnen, willen we uw commentaar graag verwerken.

Psalm 8

Een opgewekte melodie uit het Geneefse Psalter van 1562, de berijming in het Frans van de 150 Psalmen van David uit de Bijbel, die in de kringen rond Calvijn werd gemaakt om de kerk van de Reformatie te voorzien van liederen om in de eredienst te zingen. De melodie was zo geliefd, dat er in de vroegmoderne tijd niet alleen verschillende psalmberijmingen zoals die van Petrus Datheen op zijn geschreven, maar ook talloze stichtelijke liederen. Wij hebben gekozen voor de berijming door de Antwerpse dichter Jan van der Noot uit zijn beroemde renaissancebundel Het Bosken, gepubliceerd in 1570 te Londen, waar hij naartoe was gevlucht door toedoen van Alva. Psalm 8 is een lofzang op Gods prachtige schepping van de mens.

Met groot verwonderen singkt David hier de onbegrypelyke macht des Scheppers alder Saken: ende de groote goetheyt die hem ghelieft heeft te gebruyken tsegens den mensche, hem geschapen hebbende alsoo hy is, Eenen Psalm die alle mensch hoorde te weten ende te singen.

3. Maer als ick dan sien wil en overmercken
De Hemelen, Godt, uwer handen wercken:
Mane, Sterren, die ghy al deur u woort
Gheschapen hebt en ghestelt op heur oort:

4. Als dan spreeck’ ick by my verwondert seere:
Ay, wat ist toch van den mensche, o Heere!
Dat ghy alsoo synder ghedachtich syt
Ende voor hem sorghe draecht t’alder tyt?

5. Ghy hebt hem soo ghemaekt dat sonder blame
Hem niet en feelt dan Godt te syn bequame:
Want ghy hebt hem met glorien ghelaeft,
Met goet vervult, en met eeren begaeft.

6. Ghy doet hem oock hebben de heerschapye
Over het werck uwer hant t’allen tye:
Ghy hebbet al sonder t’uytnemen iet
Hem onderdaen ghemaeckt alsoo men siet.

7. Ossen, schapen, haer wolle en heur huyen,
Die ghy al voeyt o Heer met gruene cruyen:
Voorts hebt ghy hem overal Heer ghestelt
Van dat den cost sueckt in bos, berch en velt.

8. De voghelkens die vlieghen ende singhen,
De vissen oock die deur de baren dringhen,
Die ghy alle wesen en adem gheeft,
Onderworpt ghy hem, ja, en al dat leeft.

9. O onse Godt en Heere goedertieren,
Hoe is met recht groot in alder manieren
De heerlycheyt uws Naems int aertsche dal,
Die uwen lof kenlyck maeckt over al!

Jan van der Noot

goedertierenbarmhartig
blaemtminacht
van den menschemet die mens
sonder blamewaarlijk
niet en feelt danniets ontbreekt dan (behalve)
bequame(stoplap: met gemak, op gepaste wijze)
ghelaeftverkwikt
al sonder t’uytnemen ietalles zonder uitzondering
Hem onderdaenaan de mens onderdanig
huyenhuiden
Heer ghesteltals heerser aangesteld
kenlyckkenbaar

Tekst uit: Jan van der Noot, Het bosken. Inhoudende verscheyden poëtixe wercken [Londen: Henry Bynneman, 1570]. fol. K8v. – L1v. https://books.google.nl/books?id=vypKAAAAcAAJ (pdf pp.138-139)
Melodie uit: Petrus Dathenus, Alle de Psalmen Davids, Ende Ander Lofsanghen, Wt Den Francoyschen dichte in Nederlandschen overghesett, De welcke men voortaen in de Nederlandsche Ghemeynten ghebruycken zal (z.pl., 1566), fol. A11v.-A12v.https://books.google.nl/books?id=5ORNAAAAcAAJ (pdf pp. 56-57)