Top 40 van de Gouden Eeuw – 15

Door Margot Kalse en Olga van Marion

Om opnames en uitgave van de Top 40 mogelijk te maken, zijn wij een crowdfundingsactie gestart: steunleiden.nl/project/top-40-van-de-gouden-eeuw
Doneer nu en ontvang de cd en/of het liedboek als beloning!

Nederlanders zingen heel veel, niet alleen in kerken en koren, maar ook op feestjes, bij bruiloften en onder de douche. Dat doen ze al eeuwen. Wie verliefd of verlaten is zingt een popliedje, wie in nood is het Wilhelmus of een psalm, en wie een kind in slaap sust een wiegenlied. Een gouden tijd voor het Nederlandse lied is de periode van de late zestiende en de zeventiende eeuw, wanneer al die liedjes verzameld in liedbundeltjes op de markt komen, geschikt voor jong en oud. Muzieknotatie is niet nodig, want de boekjes bevatten contrafacten: teksten van liedjes met aanduiding van de bekende melodie waarop ze gezongen kunnen worden.
Voor de Top 40 van de Gouden Eeuw hebben we de veertig populairste melodieën uit de Nederlandse Liederenbank geselecteerd, die destijds in het Nederlandse taalgebied het meest gebruikt zijn. Bij deze melodieën hebben we mooie, ontroerende en verrassende liedteksten uit die tijd gezocht om Nederlandstaligen van nu in staat te stellen kennis te maken met de rijkdom van dit cultureel erfgoed. Iedereen kan nu met behulp van de muzieknotatie of de midi-files de liedjes leren zingen. Van tijd tot tijd zullen we een exemplaar uit de Top 40 publiceren, tot we bij de allerpopulairste melodie op nummer 1 zijn.
In het boekje waarin alle liedjes verschijnen, willen we uw commentaar graag verwerken.

De tijd is hier

Deze vrolijke melodie is afkomstig van het droevige lied ‘Tribulatie en verdriet, wat moet mijn hart al lijden’, waarin een minnaar klaagt dat hij ‘onghetroost’ blijft door zijn geliefde, doordat ‘quade tongen’ in de weg staan. Dit rederijkerslied staat o.a. in het Antwerps Liedboek (1544) en het Aemstelredams, Amoreus lietboeck (1589). De eerste regel van ‘Tribulatie ende verdriet’ komt een aantal keer voor als wijsaanduiding bij zestiende-eeuwse schriftuurlijke liedjes, maar met name onze tekst, het meilied ‘Den tijt is hier’, zorgde voor de grote populariteit van de melodie. Meiliederen zijn een aparte categorie liefdesliederen, waarin de meiboom wordt geplant en meitakken worden aangeboden aan geliefden. Dat gebeurt in dit lied, afkomstig uit een rederijkerskamer; dit kunnen we zien aan de laatste ‘prince’-strofe, gericht tot het hoofd van de kamer. Het gaat hier om De Catharinisten uit Aalst, wat blijkt uit de zinspreuk ‘Liefde verwint’ (Amor vincit), die in de slotregel is verwerkt.

Een ander nieu Liedeken. Op de wyse: Tribulatie ende verdriet

3. Hier woont die schone,
Laet ons den Mey hier draghen,
Selfs in persone,
Als minnaers toebehoort.
Oft zy ydone
schiep inden Mey behagen,
Veel vruechts ten lone
Krijghen wy deur haer woort.
Want haer zoete sprake
Die ghaf ons nu confoort,
Als zy te ontsluyten plach
Den gheest in swaerder muyten lach,
Daermen uyt spruyten sach
Reyn liefde met soet accoort.

4. Prince eerbaer,
Liefde bracht ons te voren,
Dies wy sonder vaer
Vielen dus slecht ghesint,
Om dat alle Jaer
Den Mey doet vruecht oorboren,
Metter consten claer,
Met hem diese bemint.
So hebben wy duer desen
Gheweest der consten vrient.
Sonder argelisten, vry,
So zijn wy Catharinisten bly.
Danckelick neemt Artisten ghy
Van ons: liefste verwint.

in elck quartieroveral
Die Meyde meiboom
dangiergevaar
des nijders tongen quaetde kwaadsprekerij van de slechteriken
benijden seerhaten (ons) zozeer
bezijden eereerloos
alallemaal
Diesdaarom
vast lijt inden bantstevig geboeid liggen
denvoor de
Pyramus (…) vroetdan die Pyramus listig aan Thisbe overbracht
duer griefde doetzichzelf deed doorsteken
hysehij haar
den Meyde meitak
selfs in personein eigen persoon
Oft zy ydone schiep inden Mey behagenAls zij behagen zou scheppen in het krijgen van de meitak
in swaerder muyten lachdie gekooid was
vaerangst
Vielenwaren
slechtoprecht
oorborengenieten
consten claeredele kunsten
neemtneemt aan
te vorenhier tot u
Artistenbenaming voor rederijkers en schilders? [in de bron staat Crtisten]

Tekst uit: Aemstelredams, Amoreus lietboeck, nu nieus uutgegaen waer in begrepen zijn alderhande Liedekens, die in geen ander Lietboecken en staen, meest al met zijn voys oft wijse daer bi gestelt om alle droef heyt, melancolie te verdrijven (Amsterdam: Harmen Jansz Muller, 1589), pp. 30-31. http://www.dbnl.org/tekst/_aem001aems01_01/_aem001aems01_01_scans.pdf (pdf pp. 29-30)
Melodie uit: Jan Fruytiers, Ecclesiasticus oft de wijse sproken Iesu des soons Syrach: Nu eerstmael deurdeelt ende ghestelt in Liedekens op bequame en ghemeyne voisen, naer wtwijsen der musijck-note daer by ghevoecht (Antwerpen: Willem Silvius, 1565), p.82 https://books.google.nl/books?id=b95NAAAAcAAJ (pdf p. 91)